Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR343335
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR343335/2
Verordening Bodemenergie gemeente Amstelveen 2014
Geldend van 01-10-2025 t/m heden
Intitulé
Verordening Bodemenergie gemeente Amstelveen 2014Artikel 1 Begripsbepaling
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
college: het college van burgemeester en wethouders gemeente Amstelveen;
- b.
gesloten bodemenergiesysteem (GBES): installatie waarmee, zonder grondwater te onttrekken en na gebruik in de bodem terug te brengen, gebruik wordt gemaakt van de bodem voor de levering van warmte of koude ten behoeve van de verwarming of koeling van ruimten in bouwwerken, door middel van een gesloten circuit van leidingen, met inbegrip van een bijbehorende warmtepomp, circulatiepomp en regeneratievoorziening, voor zover aanwezig zoals bedoeld in paragraaf 4.111 Besluit activiteiten leefomgeving;
- c.
open bodemenergiesysteem (OBES): installatie waarmee van de bodem gebruik wordt gemaakt voor de levering van warmte of koude ten behoeve van de verwarming of koeling van ruimten in bouwwerken, door grondwater te onttrekken en na gebruik in de bodem terug te brengen, met inbegrip van een bijbehorende warmtepomp, circulatiepomp en regeneratievoorziening zoals bedoeld in paragraaf 4.112 Besluit activiteiten leefomgeving;
- d.
interferentie: onderlinge beïnvloeding van nabijgelegen bodemenergiesystemen, die kan leiden tot een hoger of lager rendement van een individueel bodemenergiesysteem;
- e.
interferentiegebied: een of meerdere gebieden binnen de gemeente Amstelveen waarin ordening van bodemenergiesystemen wenselijk is met het oog op het voorkomen van negatieve onderlinge beïnvloeding van meerdere bodemenergiesystemen of anderszins ter bevordering van het doelmatig gebruik van bodemenergie.
- f.
Bodemenergieplan: door het college vastgesteld plan waarin voor een in het plan aangewezen gebied (interferentiegebied) wordt aangegeven waar en onder welke voorwaarden bodemenergiesystemen mogen worden geplaatst.
Artikel 2 Aanwijzing interferentiegebieden
Het op de bij deze verordening behorende kaart (zie bijlage 1) omkaderde gebied wordt aangewezen als interferentiegebied.
Artikel 3 Wijzigingsbevoegdheid burgemeester en wethouders
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de grenzen van een interferentiegebied te wijzigen en/of nieuwe interferentiegebieden vast te stellen, indien zij van oordeel zijn dat dit ter voorkoming van interferentie tussen gesloten of open bodemenergiesystemen onderling of anderszins ter bevordering van een doelmatig gebruik van bodemenergie nodig is.
Artikel 4 Vergunning
Het is niet toegestaan een bodemenergiesystemen binnen een interferentiegebied aan te leggen en in gebruik te hebben zonder Omgevingsvergunning. Een vergunning wordt niet verleend indien niet voldaan wordt aan de vereisten zoals opgenomen in de Beleidsregels bodemenergiesystemen Amstelveen. De algemene beleidsregels gelden voor alle bodemenergiesystemen in Amstelveen. De specifieke beleidsregels behorende bij de interferentiegebieden aangewezen beleidsregels zijn gebaseerd op het bodemenergieplan dat per interferentiegebied is of wordt opgesteld. De in de Beleidsregels genoemde zoekgebieden zijn ook weergegeven op de bij deze verordening horende kaart (bijlage 1).
Artikel 5 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop deze is bekendgemaakt.
Artikel 6 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Bodemenergie gemeente Amstelveen 2014”.
Ondertekening
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING VERORDENING BODEMENERGIE GEMEENTE AMSTELVEEN 2014
Algemeen
Vaststelling verordening 2014
Op 1 juli 2013 is het Besluit van 25 maart 2013 tot wijziging van een aantal algemene maatregelen van bestuur in verband met regels inzake bodemenergiesystemen en enkele technische verbeteringen (Stb. 112, 25 maart 2013) in werking getreden (hierna: Wijzigingsbesluit bodemenergiesystemen). Het besluit bevat regels over het installeren en in werking hebben van bodemenergiesystemen en heeft geleid tot wijzigingen in zeven bestaande Amvb's, namelijk het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Besluit bodemkwaliteit, het Besluit lozen buiten inrichtingen, het Besluit omgevingsrecht, het Besluit hernieuwbare energie, het Besluit lozing afvalwater huishoudens en het Waterbesluit. Met deze regelgeving wil de rijksoverheid de toepassing van bodemenergie stimuleren en een impuls geven aan duurzaamheidambities gericht op de besparing van fossiele brandstoffen en bereiken van C02-reductie. Daarnaast dient aantasting van de bodem door bodemenergiesystemen te worden voorkomen door de introductie van een aantal algemene regels die een bepaald beschermingsniveau waarborgen. Het besluit draagt bij aan de realisatie van de doelstellingen van de EG-richtlijn 2009/28/EG ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare energiebronnen. De gemeente Amstelveen heeft als doelstelling dat in 2040 de AM regio energieneutraal is. Dat wil zeggen dat er evenveel energie duurzaam opgewekt wordt als er in de regio gebruikt wordt. Door middel van de toepassing van bodemenergie kan een bijdrage geleverd worden aan realisatie van die doelstelling. Toepassing van bodemenergie leidt tot een ondergrondse ruimteclaim. Omdat de druk op de beschikbare ruimte in bepaalde delen van Amstelveen groot is, wil de gemeente het gebruik sturen.
Vaststelling wijzigingsverordening 2025
In 2025 is de Verordening bodemenergie Amstelveen gewijzigd. De hoofdoorzaak van deze wijziging is gelegen in de toenemende populariteit van bodemenergiesystemen als gevolg van de energietransitie en een aantal grotere nieuwbouwontwikkelingen in de gemeente. Daarnaast is de Omgevingswet in werking getreden. Hoewel de wetgever heeft beoogd (maatwerk-)regels voor bodemenergie in het Omgevingsplan op te nemen, stuit dit vooralsnog op praktische problemen. Daarom is ervoor gekozen de verordening aan te passen. De herziene verordening bevat nu de mogelijkheid voor het college om interferentiegebieden aan te wijzen en per gebied beleidsregels vast te stellen ter uitwerking van deze verordening.
Artikelsgewijs
Artikel 1 Begripsbepaling
Bodemenergie maakt gebruik van de energie (temperatuur) van grondwater. Via een warmtewisselaar wordt energie aan het grondwater onttrokken of toegevoegd. In de winter wordt warmte onttrokken om gebouwen te verwarmen. In de zomer kunnen gebouwen worden gekoeld. In de praktijk wordt onderscheid gemaakt tussen open bodemenergiesystemen en gesloten bodemenergiesystemen. Daarom is in artikel 1 een nadere omschrijving van die begrippen opgenomen, als ook van het begrip interferentiegebied.
b. gesloten bodemenergiesysteem
In een gesloten systeem (GBES) wordt geen grondwater opgepompt. Er wordt een gesloten buis in de bodem aangebracht, waardoor koelvloeistof wordt verpompt. Deze systemen worden ook wel bodemwarmtewisselaars genoemd. De systemen zijn relatief compact, geschikt voor kleine vermogens en relatief eenvoudig te installeren. Ze zijn daarom geschikt voor bijvoorbeeld eengezinswoningen. Bij grotere energievraag kunnen meerdere buizen aan elkaar worden gekoppeld.
Voor het plaatsen van gesloten bodemenergiesystemen in de gemeente Amstelveen is het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen het bevoegd gezag. Zodra het gesloten bodemenergiesysteem is geplaatst, is de vergunning uitgewerkt. Voor de werking en instandhouding van het gesloten bodemenergiesysteem gelden dan alleen nog de algemene regels uit paragraaf 4.111 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Paragraaf 4.111 van het Besluit activiteiten leefomgeving bevat tevens, zowel voor open als gesloten bodemenergiesystemen en ongeacht of ze wel of niet vergunningplichtig zijn, uniforme voorschriften die gericht zijn op het voorkomen van aantasting van de bodemkwaliteit en voorschriften die het duurzaam gebruik van bodemenergie bevorderen. Er is gekozen voor zoveel mogelijk direct werkende algemene regels, waarmee is voorzien in een algemeen beschermingsniveau voor alle systemen.
c. open bodemenergiesystemen
Bij open bodemenergiesystemen wordt grondwater verpompt. Via een warmtewisselaar wordt energie aan het grondwater onttrokken in de vorm van warmte. De warmte wordt afgegeven aan een gebouw. Het afgekoelde grondwater wordt terug in de bodem gepompt.
In de zomer kan een gebouw met koude worden gekoeld. Het afgekoelde of opgewarmde grondwater wordt teruggepompt.
Er zijn verschillende systemen in gebruik, waarvan de warmte-koude opslag (WKO) het meest bekend is. Hierbij wordt de opwarming in de zomer gebruikt om grondwater op te warmen, dat in de winter wordt gebruikt voor verwarming. Er is sprake van opslag bij twee bronnen, een warmte en koude bron. Dit kan naast elkaar, maar ook boven elkaar. De brondiepte kan tot 200 meter bedragen.
Open bodemenergiesystemen zijn niet geschikt voor kleine vermogens, vereisen meer vooronderzoek en zijn duurder. Daarom worden ze veelal toepast bij bedrijven/kantoren en collectieve woonvormen, zoals appartementencomplexen/woonwijken.
Voor open bodemenergiesystemen in Amstelveen is het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland het bevoegd gezag, die deze bevoegdheid heeft gedelegeerd aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Voor de werking en instandhouding van het open bodemenergiesysteem gelden de algemene regels uit paragraaf 4.112 van het Besluit activiteiten leefomgeving, omdat in een dergelijk systeem grondwater wordt onttrokken aan de bodem.
d. interferentie
Bodemenergiesystemen hebben thermische invloedsgebieden. Dit zijn relatief koude en/of warme zones in de bodem (inclusief grondwater). Bij gesloten systemen ontstaat het invloedsgebied door warmtegeleiding in de bodem, doordat water in een buizenstelsel wordt gebracht dat een andere temperatuur heeft dan de natuurlijke bodemtemperatuur. Bij open bodemenergiesystemen ontstaat het invloedsgebied doordat daadwerkelijk warm of koud water in de bodem wordt gebracht. Bij bodemenergiesystemen in elkaars nabijheid bestaat het risico dat thermische invloedsgebieden elkaar overlappen (interferentie). Interferentie tussen thermische invloedsgebieden kan soms negatieve gevolgen hebben, en soms positief. Dit is afhankelijk van de situatie. Bijvoorbeeld:
- •
Interferentie tussen een koud thermisch invloedsgebied en een warm thermisch invloedsgebied van twee open bodemenergiesystemen is ongewenst, omdat één zone dan zowel gekoeld als opgewarmd wordt en daarmee de gebufferde energie verloren gaat. Dit wordt ook wel negatieve interferentie genoemd. Hierdoor vermindert het energierendement van de betrokken bodemenergiesystemen.
- •
Interferentie van een koud thermisch invloedsgebied van een gesloten systeem, dat hoofdzakelijk wordt ingezet voor verwarming van een gebouw, met een warm thermisch invloedsgebied van een open systeem, dat hoofdzakelijk wordt ingezet voor koeling van een gebouw, heeft een positief effect op het energierendement van de betrokken bodemenergiesystemen. We spreken dan van positieve interferentie.
e. interferentiegebied
Het risico op negatieve interferentie neemt toe als bodemenergiesystemen dichter bij elkaar gerealiseerd worden. Realisatie van een groot aantal bodemenergiesystemen in een beperkt gebied kan alleen wanneer de systemen “slim” ten opzichte van elkaar gepositioneerd worden. In gebieden waar dergelijke druk op de (energieopslag)capaciteit van de bodem voorzien wordt, is het wenselijk dat regie wordt gevoerd om vraag naar en beschikbaarheid van ruimte voor bodemenergie op elkaar af te stemmen. Het voeren van de regie kan door het gebied aan te wijzen als interferentiegebied.
f. Bodemenergieplan
Het college kan een bodemenergieplan vaststellen. Dit plan heeft alleen juridische status voor zover in dat plan beleidsregels of nadere regels op grond van deze verordening zijn opgenomen. Het plan dient als richtsnoer van de gemeente bij het beoordelen van vergunningaanvragen voor het installeren van een gesloten bodemenergiesysteem. Met beleidsregels kan het college bepalen of “anderszins sprake is van een ondoelmatig gebruik van bodemenergie” zoals is omschreven in het Besluit activiteiten leefomgeving. Over het vaststellen en wijzigen van bodemenergieplannen vindt afstemming plaats met Gedeputeerde Staten.
Artikel 2 Aanwijzing interferentiegebieden
Interferentiegebieden kunnen zowel bij gemeentelijke als provinciale verordening worden aangewezen. In het Besluit Activiteiten Leefomgeving is ervoor gekozen dat interferentiegebieden in beginsel worden aangewezen bij gemeentelijke verordening.
Een belangrijke reden waarom de gemeente in het Besluitbodemenergiesystemen het initiatief krijgt bij de aanwijzing van interferentiegebieden, is dat de aanwijzing van een interferentiegebied vooral gevolgen voor de gemeente heeft. Hierdoor wordt namelijk voor de installatie van kleine gesloten bodemenergiesystemen met een vermogen van minder dan 70 kW een omgevingsvergunning krachtens de Omgevingswet verplicht. Het college is hiervoor het bevoegd gezag. Daarnaast is de gemeente de lokale regisseur, zeker indien het gaat om de afstemming van lokaal gebruik van schaarse (onder)grond. De aanwijzing van een interferentiegebied leunt sterk aan tegen de taken van de gemeente in het kader van de ruimtelijke ordening, vooral het opstellen van een bestemmingsplan of een structuurvisie, en moet daarop worden afgestemd. Het rechtsgevolg van de aanwijzing van een interferentiegebied is dat voor het installeren van een klein gesloten bodemenergiesysteem toestemming is vereist. Dit is een omgevingsvergunning op grond van de Omgevingswet. Buiten interferentiegebieden geldt voor de plaatsing van een klein gesloten bodemenergiesysteem als gezegd een meldingsplicht.
Grote bodemenergiesystemen (70 kW) hebben ook buiten interferentiegebieden een vergunningplicht.
Schematisch ziet de vergunningsplicht er als volgt uit:
|
Open systeem |
Gesloten systeem |
|
|
Buiten interferentiegebied |
Vergunningplichtig (GS) |
Kleiner dan 70 kW meldingsplichtig. Groter dan of gelijk aan 70 kW wel vergunningplichtig (B&W) |
|
Binnen interferentiegebied |
Vergunningplichtig (GS) |
Vergunningplichtig (B&W) |
Artikel 3 Wijzigingsbevoegdheid burgemeester en wethouders
De vaststelling van de verordening garandeert nog geen doelmatige benutting van de ondergrond. De invulling van de ordeningsregels is maatwerk en vindt plaats in samenhang met de bovengrondse ontwikkeling. Dit artikel legt deze bevoegdheid neer bij het college. Het college kan hier aan invulling geven door aanvullende beleidsregels vast te stellen.
Artikel 4 Vergunning
In een interferentiegebied geldt voor bodemenergiesystemen een strengere toets in de vorm van een vergunningsplicht dan buiten een interferentiegebied. Per interferentiegebied worden gebiedsgerichte ordeningsregels vastgesteld in de vorm van beleidsregels. Deze beleidsregels sluiten aan bij paragraaf 3.2.6 Besluit Activiteiten Leefomgeving (over bodemenergiesystemen) en kunnen derhalve een nader toetsingskader vormen voor vergunningverlening op grond van onderhavige verordening en vormen bovendien een nadere uitwerking van het begrip doelmatig bodemgebruik.
De beleidsregels zijn zodanig ingericht dat zo goed mogelijk aan de bestaande en toekomstige ondergrondse belangen tegemoet wordt gekomen. Daarbij wordt de energetische capaciteit van de bodem optimaal benut. De interferentiegebieden zijn met name ingericht op open systemen en de Beleidsregels Bodemenergiesystemen Amstelveen bevat hiervoor beleidsregels. De beleidsregels voor gesloten systemen zijn uitgewerkt in de Beleidsregels bodemenergiesystemen Amstelveen. Deze beleidsregels sluiten aan bij het Wijzigingsbesluit Bodemenergie en kunnen derhalve een nader toetsingskader vormen voor vergunningverlening op grond van onderhavige verordening en vormen bovendien een nadere uitwerking van het begrip doelmatig bodemgebruik.
Artikel 5 Inwerkingtreding en Artikel 6 Citeertitel
Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting.
Bijlage 1 Interferentiegebied met zoekgebieden
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl