Regeling vervallen per 01-01-2013

Notitie aanbouwen en carports

Geldend van 01-01-2007 t/m 31-12-2012

Intitulé

Notitie aanbouwen en carports

Aanleiding

In deze notitie wordt ingegaan op het beleid voor aanbouwen en carports. De reden dat deze onderwerpen hier samen behandeld worden, is omdat voor beiden het huidige beleid is opgenomen in de nota Erfbebouwing (naast de regels hiervoor in de bestemmingsplannen). Voordat op deze onderwerpen wordt ingegaan, zal ter informatie eerst een korte toelichting op de nota Erfbebouwing gegeven worden.

Korte toelichting op de nota Erfbebouwing

Op 29 mei 2000 heeft de gemeenteraad de nota Erfbebouwing Ravensberg vastgesteld. In deze nota waren voor de wijk Ravensberg regels omgenomen omtrent de erfbebouwing bij woningen. In de maanden daarna werden bij de uitvoering enkele onvolkomenheden in de nota ontdekt. Uw college stelde daarom de gemeenteraad voor om de nota te wijzigen. Dit voorstel werd behandeld in de vergadering van de gemeenteraad van 30 oktober 2000. Tijdens deze vergadering verzocht de gemeenteraad de nota Erfbebouwing op alle kernen van toepassing te verklaren.

Vervolgens heeft van 11 september 2002 t/m 9 oktober 2002 het ontwerp van de aangepaste nota Erfbebouwing ter inzage gelegen. Gedurende deze periode kon een ieder mondeling of schriftelijk zijn mening kenbaar maken over het ontwerp van de nota. Hier is geen gebruik van gemaakt. De gemeenteraad heeft daaropvolgend de aangepaste nota Erfbebouwing vastgesteld op 16 december 2002. De nota is daarmee van toepassing geworden op de vier kernen van de gemeente Reeuwijk (Reeuwijk-Brug, Reeuwijk-Dorp, Waarder en Driebruggen).

De nota Erfbebouwing wordt nu gebruikt als toetsingskader bij bouwaanvragen. Indien een aanvraag niet binnen de voorschriften van het bestemmingsplan past, maar wel binnen de regels van de nota Erfbebouwing, dan wordt voor die aanvraag vrijstelling van het bestemmingsplan verleend.

Bij nieuwe bestemmingsplannen voor de kernen worden de regels van de nota Erfbebouwing in de voorschriften opgenomen. Hierdoor zal de nota Erfbebouwing op den duur overbodig worden en kan deze op gegeven moment ingetrokken worden. Eventuele wijzigingen in de nota Erfbebouwing naar aanleiding van deze notitie, zullen eveneens opgenomen worden in de nieuwe bestemmingsplannen.

Aanbouwen

In de Woningwet is opgenomen dat aanbouwen aan de achterkant van woningen tot een diepte van 2,5 meter vergunningsvrij gerealiseerd mogen worden. Daarnaast is in de nota Erfbebouwing opgenomen dat aanbouwen aan de achterkant van woningen tot een diepte van 3 meter gerealiseerd mogen worden. Voor de realisatie van aanbouwen met een diepte tussen de 2,5 en 3 meter is dan wel een bouwvergunning (en afhankelijk van de voorschriften in het bestemmingsplan eventueel ook een vrijstelling) vereist. Ook als een aanbouw wordt verdiept van 2,5 naar 3 meter, is voor deze 0,5 meter een bouwvergunning vereist. In beide situaties betekent dit veel moeite en kosten voor de inwoner. Zo zal er sprake zijn van een proceduretijd, extra kosten en de kans op bezwaar en beroep tegen de bouwaanvraag (en eventueel vrijstelling). Met name bij een verdieping van een aanbouw staat dit niet in verhouding met de relatief kleine toename van de woninggrootte en het woongenot. Veel inwoners zullen daarom geneigd zijn zich te beperken tot een aanbouw van 2,5 meter. Tegelijkertijd zijn er de laatste tijd meerdere verzoeken van inwoners geweest voor aanbouwen van 3,5 meter diep, welke nu geweigerd moesten worden.

Om de inwoners tegemoet te komen, stellen wij voor dat de maximale diepte van aanbouwen aan de achterkant van woningen gewijzigd wordt in 3,5 meter. Hierdoor ontstaat er een beter evenwicht tussen de inspanningen van de inwoner (ook als het een verdieping van 2,5 naar 3,5 meter betreft) en de toename van het woongenot.

Een argument hiertegen kan zijn dat door de verdieping van aanbouwen tot 3,5 meter (met een maximale hoogte van 3,25 meter) de directe buren mogelijk een geringe afname van de licht- en zontoetreding in de tuin en woning en het uitzicht ervaren. Beseft moet echter worden, dat vergunningsvrij op de erfgrens een schutting is toegestaan met een maximale hoogte van 2 meter en dat bijgebouwen (tot maximaal 10 m2) met een maximale hoogte van 3 meter tegen de erfgrens gerealiseerd mogen worden. Hierdoor kan de licht- en zontoetreding en het uitzicht van de buren sowieso afnemen. Door de diepte van aanbouwen op 3 meter te houden, kan een vermindering van de licht- en zontoetreding en het uitzicht dus niet voorkomen worden, al zal deze door diepere aanbouwen (we praten daarbij slechts over een 0,5 meter) ook maar gering afnemen. Daartegenover staat dat het woongenot van de verzoeker bij een aanbouw met een diepte van 3,5 meter wel toeneemt.

Daarnaast wordt het geheel volbouwen van achtertuinen reeds voorkomen doordat in de nota Erfbebouwing is opgenomen dat ten minste 25 m2 van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt moet blijven. Ook het vergunningsvrij bouwen is aan soortelijke regels gebonden.

Carports

Carports mogen 1 meter achter de voorgevel van woningen vergunningsvrij gerealiseerd worden tot een hoogte van 3 meter. De nota Erfbebouwing staat echter een maximale hoogte voor carports toe van 2,7 meter. Dit is destijds afgestemd op de toen geldende maximale hoogte voor vergunningsvrije carports. In de nota Erfbebouwing wordt echter niet op de locatie ingegaan. De bestemmingsplannen gaan hier wel op in, maar het beleid hierover is niet eenduidig. Gelet hierop is het goed om eenduidige regels op te stellen voor de hoogte en locatie van carports.

Voor de toegestane maximale hoogte van carports stellen wij voor om aan te sluiten bij de vergunningsvrij toegestane hoogte van 3 meter.

Over de locatie van carports het volgende. Het is niet gewenst dat carports voor de voorgevel van woningen worden gerealiseerd. Deze doorbreken namelijk het zicht op de voorgevels van de woningen en verslechteren veelal het straatbeeld. Verzoeken om carports voor de voorgevel worden op dit moment dan ook geweigerd. Er zijn echter enkele straten in de kernen van Reeuwijk waar reeds carports aanwezig zijn voor de voorgevel van woningen. Deze carports zijn gerealiseerd in de tijd dat dit nog vergunningsvrij mogelijk was. Het gaat daarbij om een tiental straten met in elke straat 1 tot circa 5 carports. Het is voor de inwoners van deze straten moeilijk te begrijpen waarom zij geen carport voor de voorgevel mogen realiseren, terwijl anderen in hun straat dat wel mochten. Zij beroepen zich daarbij op de precedentwerking die uitgaat van de reeds aanwezige carport(s).

Wij stellen u daarom voor om in straten waar nu geen carports voor de voorgevel van woningen (of hoofdgebouwen met een andere functie) aanwezig zijn, deze ook niet toe te staan. Carports mogen dan wel direct achter de voorgevel gerealiseerd worden. Daarnaast stellen wij voor om, in het kader van interactieve beleidsvorming, aan de inwoners van de straten waar reeds carports voor de voorgevel aanwezig zijn, de vraag aan hen voor te leggen of dit wel of niet toegestaan moet worden in hun straat. Mocht een grote meerderheid van een straat willen dat carports voor de voorgevel worden toegestaan in hun straat, dan zullen de aanwezige carport(s) in die straat het precedent en toetsingskader zijn voor nieuwe verzoeken.

Op deze wijze wordt voorkomen dat er carports voor de voorgevel worden gerealiseerd in straten waar dat tot nu toe nog niet is gebeurd, maar wordt tevens ruimte geboden aan de bewoners in die straten waar reeds al carports aanwezig zijn. Daarnaast biedt dit een goede mogelijkheid om te experimenteren met interactieve beleidsvorming.

Voorstel

Aanbouwen aan de achterzijde van woningen toestaan tot een diepte van 3,5 meter in plaats van de huidige toegestane diepte van 3 meter.

Carports voor de voorgevel van woningen niet toestaan, met uitzondering van die straten waar reeds één of meerdere carports voor de voorgevel aanwezig zijn. Aan de inwoners van deze straten voorleggen of zij willen dat in hun straat carports voor de voorgevel worden toegestaan.

------------------------------------------

B&W-besluit d.d. 26.09.2006.

Cie. OR, 09.10.2006: akkoord.