Schadevergoedingsregeling bergingsgebieden

Geldend van 04-10-2022 t/m heden

Intitulé

Schadevergoedingsregeling bergingsgebieden

Schadevergoedingsregeling waterbergingsgebieden

Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

bestuur: het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân;

schade: schade die ontstaat door inundatie van een bergingsgebied als bedoeld in artikel 15.13 Omgevingswet;

bergingsgebied: gebied waaraan op grond van de Omgevingswet een functie voor waterstaatkundige doeleinden is toegedeeld, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam of onderdeel daarvan, dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van een of meer watersystemen en dat ook als bergingsgebied op de legger is opgenomen;

Het recht op schadevergoeding

Artikel 2

  • 1.

    Het bestuur kent aan de verzoeker die schade lijdt een schadevergoeding toe.

  • 2.

    Bij het vaststellen van een aanspraak op schadevergoeding krachtens deze regeling wordt alle schade die het gevolg is van inundatie in aanmerking genomen. Tot deze schade wordt in ieder geval gerekend:

  • a.

    de schade aan de woning, andere opstallen en bijbehorende onroerende zaken;

  • b.

    de schade aan de inboedel, bedoeld in artikel 5, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;

  • c.

    de schade aan bedrijfsinventarissen;

  • d.

    de schade aan openbare en andere infrastructurele voorzieningen;

  • e.

    de teeltplanschade waaronder wordt verstaan het financieel verlies dat is geleden door een mindere opbrengst dan redelijkerwijs mocht worden verwacht gedurende een in redelijkheid vast te stellen schadeperiode als gevolg van verlies of beschadiging van gewassen, waaronder een vermindering in kwantiteit of kwaliteitis ontstaan of als gevolg van het niet of niet tijdig kunnen uitvoeren van de voorgenomen teelt van gewassen;

  • f.

    de bedrijfsschade waaronder wordt verstaan het financieel verlies dat is geleden door een mindere opbrengst dan redelijkerwijs mocht worden verwacht gedurende een in redelijkheid vast te stellen schadeperiode als gevolg van verlies of fysieke beschadiging van dieren, waardoor een vermindering in kwantiteit of kwaliteit is ontstaan of als gevolg van het niet of niet tijdig kunnen uitvoeren van de voorgenomen productiecyclus;

  • g.

    de opstartkosten gemaakt in verband met het opnieuw opstarten van het productieproces in een installatie;

  • h.

    de evacuatiekosten per risicoadres, waaronder worden verstaan:

  • 1.

    de reis- en verblijfkosten die de verzoeker heeft gemaakt als gevolg van een advies of en gebod afkomstig van het bevoegd gezag om zijn woon- of vestigingsplaats te verlaten, voorzover verschuldigd aan derden of toe te rekenen zijn aan arbeid in eigen beheer, voorzover deze aantoonbaar en redelijk zijn;

  • 2.

    de kosten voor transport, opslag- en huisvesting van de roerende zaken van de verzoeker, voorzover verschuldigd aan derden of toe te rekenen zijn aan arbeid in eigen beheer, voorzover deze aantoonbaar en redelijk zijn;

  • 3.

    de met de in onderdeel 2 genoemde activiteiten samenhangende kosten voor verzekering;

  • 4.

    de vertrekkosten, de kosten van terugkeer, de kosten van het gebruik van het evacuatieadres en de kosten van verzorging;

  • i.

    de bereddingskosten per risicoadres waaronder wordt verstaan de kosten die de verzoeker heeft gemaakt in verband met het treffen van maatregelen ter voorkoming of beperking van schade of kosten, voorzover verschuldigd aan derden of toe te rekenen zijn aan arbeid in eigen beheer, voorzover deze aantoonbaar en redelijk zijn;

  • j.

    de kosten van opruiming per risicoadres, voorzover verschuldigd aan derden of toe te rekenen zijn aan arbeid in eigen beheer, voorzover deze aantoonbaar en redelijk zijn;

  • k.

    de schade aan natuurwaarden.

Inwerkingtreding

Artikel 3

De regeling treedt in werking op de dag na de bekendmaking.

Citeerartikel

Artikel 4

Deze regeling kan worden aangehaald als “Schadevergoedingsregeling bergingsgebieden”.

Aldus vastgesteld in de vergadering van Dagelijks bestuur op (15 december 2009) 11 mei 2010 en laatst gewijzigd in de vergadering van het dagelijks bestuur van 4 oktober 2022.

L.M.B.C. Kroon

Dijkgraaf

O. Bijlsma

Secretaris-directeur

Algemene toelichting

  • 1.

    Inleiding

Deze schadevergoedingsregeling heeft betrekking op schade die ontstaat door inundatie van bergingsgebieden. Deze schade komt op grond vanartikel 15.13 Omgevingswet voor vergoeding in aanmerking.

Rechthebbenden ten aanzien van gronden zijn gehouden om op grond van artikel 10.3 lid 4 van de Omgevingswet tijdelijke berging van water te gedogen. Bergingsgebieden hebben als functie om binnen een watersysteem voldoende ruimte voor de berging van water te creëeren om daarmee te kunnen voldoen aan de normen van het Nationaal Bestuursrakkoord Water (NBW)2. Bergingsgebieden worden in de Waterwet alsvolgt gedefinieerd: “een gebied waaraan op grond van de Omgevingswet een functie voor waterstaatkundige doeleinden is toegedeeld, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam of onderdeel daarvan, dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van een of meer watersystemen en dat ook als bergingsgebied op de legger is opgenomen”. Uit de definitie volgt dat bergingsgebieden in het omgevingsplan als (mede)functie de tijdelijke berging van water moeten krijgen (‘gebied waaraan op grond van deze wet een functie voor waterstaatkundige doeleinden is toegedeeld’).In plaats van ongecontroleerde overstroming van gebieden worden watersystemen zodanig ingericht dat de bergingsgebieden gecontroleerd kunnen inunderen. Daardoor wordt de schade geconcentreerd en beheersbaar gemaakt. De gebieden worden zo ingericht dat het water zo weinig mogelijk schade aanricht. Door een bergingsgebied met relatief lage waarden gecontroleerd te inunderen kan een ongecontroleerde overstroming in een gebied met relatief meer waarde elders voorkomen worden.

In de “Beleidsregels voor waterberging” (zie ook hierna, punt 3) is opgenomen dat ook schadevergoeding zal worden gegeven voor schade in gebieden die niet als waterbergingsgebied worden aangemerkt maar waar wel schade door inundatie wordt geleden. Het gaat om gebieden met een historie van inundatie. “Een aantal gebieden in het beheergebied hebben een historie van inundatie (o.a. boezemlanden, zomerpolders, beekdalgronden). De inundatie van deze gebieden kan als een eigen bedrijfsrisico worden aangemerkt, waarvoor geen schadevergoeding door het Wetterskip wordt gegeven. Als de inundatiekans intensiveert door maatregelen van het Wetterskip, dan kunnen de gebieden wel in aanmerking komen voor de regeling. Alleen de extra schade als gevolg van de toename wordt op grond van de schadevergoedingsregeling vergoed.” . In de Beleidsregels is dus bepaald dat ook in deze gebieden schadevergoeding zal worden gegeven. De schadevergoeding zal echter niet gebaseerd kunnen zijn op deze schadevergoedingsregeling omdat de regeling alleen geldt voor bergingsgebieden die alszodanig in het omgevingsplan en de legger zijn opgenomen. Om die reden zullen ook de gedoogplichten niet van toepassing kunnen zijn. Inundatie is alleen mogelijk indien daarvoor door de rechthebbenden toestemming is gegeven.

Waterbergingsgebieden en noodoverloopgebieden.

De waterbergingsgebieden dienen te onderscheiden worden van de zgn noodoverloopgebieden. Deze gebieden zijn – anders dan waterbergingsgebieden - geen onderdeel van het watersysteem. Zij komen slechts voor inundatie in aanmerking indien het watersysteem niet langer toereikend is om het teveel aan water te bergen. Er is dan sprake van een noodsituatie waarin maatschappelijke schade zo veel mogelijk kan worden voorkomen door die gebieden te inunderen waar de minste schade optreedt. Noodoverloopgebieden vervullen daarmee een functie ten behoeve van de openbare orde en veiligheid. Als een waterbeheerder een noodoverloopgebied heeft aangewezen, is de Wet Veiligheidsregio's van toepassing. Dit betekent dat het in gebruik nemen van een noodoverloopgebied een bevoegdheid is van de burgemeesters en veiligheidsregio(‘s), die gebaseerd is op de Gemeentewet. Wetterskip Fryslân heeft in haar beheergebied geen noodoverloopgebieden aangewezen.

  • 2.

    De wettelijke grondslag voor schadevergoeding bij inunderen

Voor de schade door gedoogplichten uit de afdelingen 10.2 en 10.3 van de Omgevingswet, bevat afdeling 15.2 een specifieke regeling. Deze regeling gaat voor op de algemene regeling voor schadevergoeding door rechtmatig overheidshandelen uit afdeling 15.1.

Een van de gedoogplichten voor het waterbeheer is de gedoogplicht voor wateroverlast en overstromingen (artikel 10.3 lid 4 Omgevingswet). Artikel 15.13 van de Omgevingswet bepaalt dat de waterbeheerder schade vergoedt die is ontstaan door wateroverlast of overstroming alleen, als de schade is ontstaan door:

  • het verleggen van een waterkering of

  • maatregelen gericht op het vergroten van de afvoer- of bergingscapaciteit van het watersysteem. Zoals de aanwijzing van een bergingsgebied.

Schade door overstroming van gronden die van oudsher deel zijn van een oppervlaktewaterlichaam, komt dus niet voor vergoeding in aanmerking. Bovendien wordt schade enkel vergoed als:

  • die schade uitgaat boven het normale maatschappelijke risico, en

  • voor zover de rechthebbende in vergelijking met anderen onevenredig zwaar wordt getroffen.

  • 3.

    Beleidsregels voor waterberging

Bij besluit van 3 juli 2007 heeft het algemeen bestuur vastgesteld “Beleidsregels voor waterberging”. In deze notitie zijn uitgangspunten opgenomen voor het aanwijzen van waterbergingsgebieden. Zo komt aan de orde welke gebieden in aanmerking komen voor de aanwijzing als bergingsgebied. Tevens wordt beschreven op welke wijze waterberging kan worden gerealiseerd. Waterberging kan worden gerealiseerd niet alleen door de aanwijzing van bergingsgebieden maar ook door het verbreden van watergangen. Het waterschap kan gronden aankopen en eventueel afgraven om meer berging te creëeren.

  • 4.

    Doel van de schadevergoedingsregeling

De onderhavige regeling is een beleidsregel voor schade die ontstaat door gecontroleerde inundatie. In de regeling wordt nauwkeurig aangegeven welke schade voor vergoeding in aanmerking komt. De schadevergoedingsregeling heeft geen betrekking op andere schade door waterberging dan schade door inundatie. Of bij waterberging andere schade dan schade door inundatie moet worden vergoed zal – zoals uit het hierna onder 5 gestelde – van de omstandigheden afhangen. Daarom kunnen hierover geen concrete regels worden gegeven. Voordat op de schaderegeling nader wordt ingegaan, zal een overzicht gegeven worden van de verschillende schade die de wetgever binnen schade door waterberging onderscheidt en welke uitgangspunten voor vergoeding op basis van de wet hiervoor gelden.

  • 5.

    Schade bij waterberging

Schade kan voor belanghebbende ontstaan door aanwijzing, inrichting en feitelijke inundatie van bergingsgebieden.

De onderhavige schadevergoedingsregeling heeft alleen betrekking op inundatieschade .

  • 6.

    Verzoeken om schadevergoeding bij feitelijke inundatie

Het uitgangspunt van artikel 15.13 van de wet is dat alleen de onevenredige schade wordt vergoed. Of daar in een concreet geval aanleiding voor is, is overgelaten aan de beoordeling van het concrete geval. De wetgever geeft hierover in de Memorie van Toelichting op de Omgevingswet (MvT, TK, vergaderjaar 2017–2018, 34 986, nr. 3, pagina 20) aan:

"Dat is onder meer afhankelijk van de ontwikkeling die met het besluit mogelijk wordt gemaakt, de inbreuk die op het genot van de eigendom wordt gemaakt en de omvang van de schade, in verhouding tot anderen die behoren tot dezelfde referentiegroep”.

Net als onder de Waterwet leidt niet iedere schade die het gevolg is van een schadeveroorzakend overheidshandelen tot (volledige) vergoeding. Anderzijds wordt ook niet uitgesloten dat niet uit dat vanwege de rechtstreekse inbreuk die op het genot van de eigendom wordt gemaakt, schade volledig wordt vergoed.

Uitgangspunt van de onderhavige regeling is dat gecontroleerde inundatie dermate ingrijpend is dat deze niet valt aan te merken als zijnde een uitvloeisel van een normaal maatschappelijk risico. Alle schade komt daarom in beginsel volledig voor vergoeding in aanmerking. In bepaalde gevallen zijn echter beperkingen of uitsluitingen van toepassing. Nadeel wordt niet vergoed voorzover de schade is ontstaan door eigen schuld, het welbewust nemen van risico’s of het niet nemen van schadebeperkende maatregelen. Denkbaar is ook dat de vergoeding van schade ‘anderszins is verzekerd’ in de zin van artikel15.13 lid 3 Omgevingswet jo. Artikel 4:126 lid 2 sub d Algemene wet bestuursrecht bijvoorbeeld omdat een vergoeding kan worden gegeven op grond van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen (WTS). Een eventueel eigen risico, voortvloeiend uit bv de WTS, zou wel in aanmerking kunnen komen voor vergoeding op basis van artikel 15.13 Omgevingswet.

Indien een gebeurtenis voor de belanghebbende tevens voordeel oplevert wordt dit voordeel voorzover redelijk bij de vaststelling van de schade verrekend artikel 15.13 lid 3 Omgevingswet jo. Artikel 4:126 lid 3 Algemene wet bestuursrecht.

Omgekeerde bewijslast

Bij de toepassing van de regeling staat de omgekeerde bewijslast voorop. Dit betekent dat de verzoeker het voordeel van de twijfel wordt vergund. De gehele schade wordt geacht te zijn veroorzaakt door de inundatie, tenzij het tegendeel wordt bewezen. In de artikelsgewijze toelichting wordt hierop verder ingegaan.

Procedure behandeling verzoeken

Op de behandeling van verzoeken is van toepassing de “Nadeelcompensatieverordening Wetterskip Fryslân”. In de Omgevingswet staat geen regeling voor een procedureverordening over nadeelcompensatie. Dit is een autonome verordenende bevoegdheid van het waterschap. Deze verordening beschrijft de procedure voor verzoeken om nadeelcompensatievergoeding die zijn ingediend bij het waterschap.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

In dit artikel worden de begrippen die in de regeling worden gehanteerd gedefinieerd.

Schade

Schade ontstaan door ingebruikstelling of ingebruikraking van een door het waterschap aangewezen bergingsgebied. Het is van belang vast te stellen dat de regeling ook van toepassing is wanneer het waterschap overgaat tot inundatie na een opdracht daartoe van een bevoegd hoger of coördinerend (rampen)gezag.

Bergingsgebied

Van een waterbergingsgebied is sprake wanneer het is aangewezen in een omgevingsplan dat onherroepelijk is geworden. De bergingsgebieden dienen ook in de legger te worden opgenomen.

Artikel 2

In dit artikel wordt concreet aangegeven welke schade in ieder geval voor vergoeding in aanmerking komt. Er zal causaal verband tussen de inundatie en de gestelde schade moeten worden vastgesteld. Het is niet juist om uitsluitend de toestand zoals die door de inundatie geworden is te vergelijken met de toestand zoals die was voordat de inundatie plaatsvond. Het is immers mogelijk dat de situatie ook zonder inundatie een soortgelijke ontwikkeling vertoond zou hebben. Denk hierbij aan vernattingschade ontstaan door overvloedige neerslag voorafgaande aan de inundatie. De schade als gevolg van vernatting wordt uitgezonderd omdat er geen causaal verband is tussen schade en inundatie. Wel wordt de verzoeker het voordeel van de twijfel gegund. Indien het causaal verband lastig is te bepalen ligt de bewijslast bij het waterschap. Het uitgangspunt is dat de gehele schade is veroorzaakt door de inundatie. Het is aan of het waterschap om het tegendeel aannemelijk te maken. Deze benadering zal vooral aan de orde zijn waar het gaat om het bepalen van de teeltplanschade. De bewijslast is omgekeerd teneinde te voorkomen dat de verzoeker in eerste instantie de minder eenvoudig te bewijzen schades ook moet aantonen. Zo wordt voorkomen dat de verzoeker in eerste instantie zelf kostbare adviseurs zou moeten aanstellen.

Bij de bepaling van het causaal verband tussen schade en rechtmatig overheidshandelen wordt de leer van de redelijke toerekening toegepast. Daarmee wordt aangesloten bij artikel 6:89 van het Burgerlijk wetboek. Daarbij moet de vraag worden beantwoord of de schade zonder gecontroleerde inundatie achterwege zou zijn gebleven.

In dit artikel worden de categorieën schade genoemd die ingeval van inundatie in ieder geval worden vergoed. De opsomming is niet limitatief bedoeld, maar beoogt verzoekers inzicht te geven in mogelijke soorten schade die voor vergoeding in aanmerking komt. Door deze niet limitatieve opsomming worden soorten schade die nu niet voorstelbaar zijn, niet uitgesloten van vergoeding. De opsomming van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen (WTS) is zoveel mogelijk aangehouden. De opsomming is vooral toegesneden op schade in de landbouwsector. Landbouwactiviteiten in de hobbymatige sfeer vallen uiteraard ook onder de regeling. Hetzelfde geldt voor schade aan natuurwaarden.

Landbouw en natuur

Voor de toepassing van de beleidsregels wordt onderscheid gemaakt naar de aard van het gebied dat wordt gebruikt voor inundatie te weten voor landbouw en voor natuur. Voor de toepassing van deze beleidsregels wordt onder natuurterreinen verstaan:

a.ongebouwde onroerende zaken waarvan de inrichting en het beheer geheel of nagenoeg geheel en duurzaam zijn afgestemd op het behoud of de ontwikkeling van natuur (bijvoorbeeld beweiding en maaibeheer louter uit oogpunt van natuurbeheer).

b.bossen waar al dan niet bosbouw wordt uitgeoefend.

Beweiding of maaibeheer alleen uit oogpunt van natuurbeheer wordt voor de toepassing van deze beleidsregels beschouwd als natuurgebruik. Anderzijds zijn er gronden waar de agrarische functie voorop staat, maar waar aan dat gebruik enige beperkingen zijn gesteld in verband met de natuur- en landschappelijke waarde van het gebied; dergelijke gronden worden voor de toepassing van deze beleidsregels als landbouwkundig gebruikte gronden beschouwd.

Bij de voor de landbouw gebruikte percelen wordt uitgegaan van het bestaande landbouwkundig gebruik. Ten aanzien van teeltwisseling gaat het waterschap er van uit dat teeltwisseling mogelijk blijft mits die wisseling volgens de gangbare normen voor een goede landbouwkundige praktijk past bij de ter plaatse regulier aanwezige drooglegging.

Voor percelen die als natuur worden gebruikt wordt bij de aanwijzing tot bergingsgebied een overeenkomst gesloten waarin enerzijds afspraken worden gemaakt over op natuur afgestemde inrichtingsmaatregelen en anderszijds vergoedingsafspraken over extra beheerskosten en mogelijke kortingen op beheersvergoedingen vanuit het programma beheer.

Onder schade aan natuur vallen de kosten van het, waar mogelijk, wegnemen van de nadelige effecten van inundatie op de aanwezige natuurwaarden. De nadelige effecten zijn weg te nemen door het nemen van compenserende maatregelen ter plaatse of door het nemen van compenserende maatregelen elders. Waar deze mogelijkheden niet voorhanden zijn is vergoeding van de geleden schade de volgende optie. Bij het waterschap ligt de inspanningsverplichting goed in kaart te brengen welke natuurwaarden in het geding zijn.

Teeltplanschade en bedrijfschade (leden e en f)

Teeltplanschade en bedrijfschade zijn bijzondere vormen van activaschade. Zij ontstaan door de onomkeerbare onderbreking van natuurlijke groeiprocessen. Vergoed wordt het herstel van de verloren gegane productiemiddelen tot in het stadium waarin zij verkeerden op het moment van de schadeveroorzakende gebeurtenis.

Teeltplanschade

Teeltplanschade is de verstoring van het productieproces in land- en tuinbouw door onder meer schade aan gewassen. Ook kan worden gedacht aan de verplichtingen voortvloeiend uit mestwetgeving, het vervallen van toeslagrechten en het verlies van productcertificeringen etc. Voor de gewasschadevergoeding wordt uitgegaan van de tarieven, die door de Gasunie in overleg met de LTO zijn vastgesteld (Gasunie-LTO tabel). Bij het bepalen van de schade die ontstaat door feitelijke inundatie is de tabel bepalend. In de tabel wordt voor de meest verbouwde gewassen de opbrengstderving gegeven. De effecten, die zullen plaatsvinden, hangen sterk af van het tijdstip en duur van de inundatie, het grondgebruik en de oogstssituatie. Voor het vaststellen van de schadevergoeding bij schade aan grasland etc zal verder de staffel worden gehanteerd zoals opgenomen in artikel 2 van de schadevergoedingsregeling waterstaatswerken. Het komt er op neer dat de schade wordt vastgesteld per maand tegen een vast percentage.

Inundatie in januari

Berging in de maand januari heeft beperkte gevolgen. Naast gras zijn er weinig gewassen die op het land staan. Wintertarwe kan bijvoorbeeld al gezaaid zijn. De vraag is in hoeverre inundatie in januari landbouwkundige effecten tot gevolg heeft gezien de benodigde herstelperiode van de verschillende processen en sleutelfactoren. Op basis van literatuuronderzoek blijkt dat het effect beperkt is. Praktijkervaringen op zavel- en kleigronden geven aan dat, na een inundatie in januari, er wel degelijk bodemstructuurschade is in het groeiseizoen. Het is nodig om een goed bewortelende groenbemester in te zaaien, die een positieve werking heeft op de ontstane structuurschade.

Inundatie in maart

Inundatie in maart heeft voor de landbouw grote negatieve gevolgen. Enkele gewassen zijn al ingezaaid, een groot deel van het areaal is al bemest. Bovendien kan pas later worden gezaaid of gepoot en zal een groot deel van het gewas later in het seizoen gaan groeien. Niet onwaarschijnlijk zijn voorbereidingen voor het inzaaien van andere gewassen al genomen. Ook beweiding kan pas later plaatsvinden dan normaal door onvoldoende draagkracht van de bodem. Praktijkervaringen op zavel- en kleigronden geven aan dat, na inundatie in maart, er wel degelijk bodemstructuurschade is in het groeiseizoen. Een goed wortelende groenbemester ligt voor hand.

Inundatie in juni

Inundatie in juni zal grote gevolgen hebben. Bij inundatie van circa 10 dagen zullen akkerbouwgewassen ten dode zijn opgeschreven. Voor grasland moet worden uitgegaan van een verlies van 60 dagen van het groeiseizoen.

Inundatie in oktober

In deze maand kunnen er nog aardappelen, bieten en maïs op het land staan. Gewassen kunnen dus verloren gaan door inundatie gedurende deze periode. Voor grasland kan worden uitgegaan van een verkorting van het groeiseizoen van 30 dagen (eindigt per november).

Opbrengstschade van akkerbouw op zavelgronden is na 1 seizoen zeker nog merkbaar, schade is dus niet beperkt tot één groeiseizoen.

Extra bewerkingskosten – Naast gewasschade is er een aantal maatregelen dat na inundatie moet worden gevoerd, zoals structuurherstellende bewerkingen, bemesten van grond, doorzaaien en opruimen van het gewas indien deze bij inundatie nog op het veld stond.

Verder gaat het om herstelmaatregelen aan sloten, taluds en kunstwerken waarvan de verantwoordelijkheid soms bij de landeigenaar en soms bij het waterschap ligt. Welke bewerkingen moeten worden uitgevoerd, is sterk afhankelijk van het tijdstip van inundatie, het bodemtype, wijze van inundatie en bouwplan. Bijvoorbeeld bij inundatie in oktober is de kans aanwezig dat er nog een vol gewas op het perceel staat welke na inundatie alsnog moet worden geoogst. Een inundatie in maart kan een deel of alle voorbereidende grondwerkzaamheden teniet doen.

Er is niet alleen verschil in moment van inundatie, ook is er verschil in bodemgebruik en dus bodemtype. Zo zullen de kleigronden in het najaar worden geploegd en mogelijk ingezaaid met wintertarwe. Terwijl zandgronden pas in maart worden bewerkt voor het zaaien en poten. Voor een inundatie in oktober behoeft voor zandgronden dus geen extra bewerking te worden uitgevoerd indien er geen gewassen op het land staan. Op zavel en klei is structuurschade te verwachten. Deze is echter niet als een percentage van het geheel uit te drukken. Op kleigronden is een extra structuurherstellende ingreep nodig. Ditzelfde geldt voor inundaties waarbij de structuur is verslechterd. Bij een inundatie in maart zal bij veel soorten grondgebruik ook opnieuw bemest moeten worden, aangezien de meeste mest vanaf 1 februari wordt aangewend (afhankelijk van weersomstandigheden en bouwplan).

Ook zal onderhoud van grasland moeten plaatsvinden en eventueel opnieuw worden ingezaaid, afhankelijk van de schade die tijdens de inundatie aan het gras optreedt. Hiervoor moeten extra bewerkingen worden gedaan. Onderscheid is gemaakt in grondsoorten zand, veen en klei.

Ten gevolge van de combinatie natuur en extra waterberging kan het zijn dat er extra beheerskosten kunnen ontstaan. Gedacht kan worden aan compenserende maatregelen die een verschralend effect hebben. Het waterschap zal met eigenaren van als natuur in gebruik zijnde percelen daarover nadere afspraken maken. Het kan gaan om maatregelen in natura die door het waterschap worden uitgevoerd dan wel om een vergoeding van de aantoonbare extra beheerskosten als gevolg van waterberging.

Bedrijfsschade

De verstoring van het productieproces in land- en tuinbouw door onder meer schade aan dieren en met financiele gevolgen. Ook kan worden gedacht aan inkomstenderving door het niet bereikbaar zijn van het bedrijf. Voorbeelden van bedrijfschade zijn:

Daling van de melkproductie.

De melkproductie per koe is bij alle grondsoorten gelijk. Er treedt echter indirecte schade op doordat productievermindering plaatsvindt, omdat het vee langer moet worden opgestald en niet kan worden geweid.

Extra mestopslag.

Het gevolg van een natter perceel is dat het vee pas later in het seizoen kan worden geweid. Voor de langere opstalperiode is meer mestopslag nodig. Door de natte omstandigheden kan de mest ook niet worden uitgereden op het land. Op sommige bedrijven is voldoende mestcapaciteit om dit probleem te ondervangen maar anderen zullen opslag moeten kopen of bouwen. Niet alle bedrijven krijgen zonder meer vergunning voor uitbreiding van mestcapaciteit (bv bedrijven in de bebouwde kom).

Missen van marges op de verwerking.

Door het ontbreken van de oogst van akkerbouwgewassen worden de marges op de verwerking van producten misgelopen.

Bouwplanschade.

Akkerbouwbedrijven hanteren een jaarlijks bouwplan. Indien inundatie plaatsvindt op het moment dat het gewas al is gezaaid of gepoot, kan dit gevolgen hebben voor het totale bouwplan indien er in dat jaar bijv geen aardappels meer kunnen worden geteeld. De schade kan echter nog groter zijn indien blijkt dat gedurende enkele jaren bepaalde gewassen niet meer kunnen worden geteeld.

Ketencertificering.

Zowel voor akkerbouw als voor veehouderij is ketencertificering belangrijk. Op een veehouderij werken de gevolgen van ketencertificering direct door op de afvoer van melk; op een akkerbouwbedrijf in de productie van geteelde gewassen.

Minder kwaliteit gras.

Als gevolg van inundatie blijft er vaak een laagje slib achter op het land. Op maïsland kan de bodem worden opengetrokken (indien voor 10 mei) en kan de schade hierdoor beperkt blijven. Op grasland kan echter sprake zijn van een mindere kwaliteit gras waar het vee niet happig op is. Indien het vee niet op ander grasland kan worden geweid, dient er ruwvoer bij te worden gevoerd.

Opstartkosten (lid g)

Opstartkosten zijn de kosten die zijn gemaakt in verband met het opnieuw opstarten van een productieproces. Door een zorgvuldige keuze en aanwijzing van gebieden als bergingsgebied en door het nemen van de juiste inrichtingsmaatregelen is de kans overigens klein dat dit soort kosten moeten worden gemaakt. Het betreft kosten die worden gemaakt in verband met onbruikbaar geraakte grondstoffen of reparatie van machines.

Evacuatiekosten (lid h)

Evacuatiekosten worden bepaald aan de hand van de omstandigheden en de waardering die het bevoegd gezag er aan geeft. Onder evacuatiekosten worden verstaan de vertrekkosten, de kosten van terugkeer, de kosten van het gebruik van het evacuatieadres en de kosten van verzorging.

Bereddingskosten (lid i)

Bereddingskosten zijn de kosten gemaakt ter beperking of voorkoming van schade of kosten op het moment dat er overlast is ontstaan door extreem hoge boezemwaterstanden. Het gaat dan om kosten verschuldigd aan derden of toe te rekenen zijn aan arbeid uit eigen beheer. De kosten moeten in een redelijke verhouding staan tot de getroffen maatregelen die gezien de omstandigheden noodzakelijk waren.

Opruimingkosten (lid j)

Dit zijn de kosten voor het schoonmaken of wegruimen van de getroffen inboedel. Kosten gemaakt bij het in eigen beheer uitvoeren van maatregelen tot evacuatie, opruiming, beredding etc. komen in aanmerking voor vergoeding, voorzover deze aantoonbaar en redelijk zijn. Daadwerkelijk gemaakte kosten, die bij in eigen beheer genomen maatregelen zijn gemaakt, kunnen bv worden aangetoond door te verwijzen naar de fysiek genomen maatregelen ter plaatse. Kosten gemaakt door derden zijn aan te tonen met bijvoorbeeld schriftelijke bewijsstukken, maar ook op bovengenoemde wijze. Uiteraard komen alleen de aangetoonde kosten voor vergoeding in aanmerking, voorzover deze redelijk waren.