Verordening behandeling klachten Rijn en IJssel 2014

Geldend van 11-11-2014 t/m 19-06-2020

Intitulé

Verordening behandeling klachten Rijn en IJssel 2014

Het algemeen bestuur van Waterschap Rijn en IJssel

op voordracht van het dagelijks bestuur

gelet op artikel 9:2 van de Algemene wet bestuursrecht

besluit:

vast te stellen de 'Verordening behandeling klachten Rijn en IJssel 2014'

Artikel 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

In deze verordening wordt verstaan onder:

het waterschap: 

het Waterschap Rijn en IJssel; 

algemeen bestuur

het algemeen bestuur van het waterschap;

dagelijks bestuur: 

het dagelijks bestuur van het waterschap; 

voorzitter: 

de voorzitter van het waterschap;

klachtencoördinator: 

de persoon als bedoeld in artikel 3; 

bestuursorgaan: 

1. het algemeen bestuur;

2. het dagelijks bestuur; 

3. de voorzitter; 

voor zover het aan hen opgedragen taken betreft; 

gedraging: 

het in een bepaalde aangelegenheid jegens een natuurlijke persoon of rechtspersoon handelen of nalaten te handelen door een bestuursorgaan, een bestuurder dan wel een ambtenaar of een daarmee op grond van diens werkzaamheid gelijk te stellen persoon (inclusief arbeidscontractanten) in de uitoefening van zijn functie;

commissie: 

de commissie als bedoeld in de Verordening behandeling bezwaren Waterschap Rijn en IJssel 2010.

Artikel 2. DELEGATIE

Voor zover een klacht is gericht tegen een gedraging van (een lid van) het algemeen bestuur, draagt het dagelijks bestuur zorg voor de behoorlijke behandeling als bedoeld in artikel 9:2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 3. KLACHTENCOÖRDINATOR

  • 1. Het dagelijks bestuur benoemt een klachtencoördinator en diens plaatsvervanger.

  • 2. De klachtencoördinator behandelt schriftelijke klachten.

  • 3. De klachtencoördinator behandelt mondelinge klachten voor zover deze niet naar tevredenheid van de klager door de direct betrokkene zijn afgedaan.

  • 4. De klachtencoördinator verleent administratieve ondersteuning aan de commissie bij de behandeling van een klacht als bedoeld in artikel 7.

  • 5. De klachtencoördinator vervult een intermediaire rol tussen het waterschap en de Nationale Ombudsman.

Artikel 4. INDIENING

  • 1. Een klacht kan zowel mondeling als schriftelijk worden ingediend.

  • 2. De klager is niet verplicht een mondelinge klacht eerst aan de direct betrokkene voor te leggen.

  • 3. Een klacht die langs de elektronische weg wordt ingediend, wordt behandeld als een mondelinge klacht.

  • 4. De klachtencoördinator maakt een schriftelijke samenvatting van een mondelinge klacht.

  • 5. Op verzoek van de klager wordt de schriftelijk samenvatting van de klacht aangepast.

  • 6. De klager kan de door de klachtencoördinator op schrift gestelde samenvatting van de klacht als klaagschrift indienen door deze te voorzien van dagtekening en ondertekening.

Artikel 5. GEEN VERPLICHTING TOT BEHANDELING VAN EEN KLACHT

  • 1. Geen verplichting tot behandeling van een klacht bestaat, als de klacht betrekking heeft op een gedraging:

    a.

    waarover reeds eerder een klacht is ingediend die is behandeld met inachtneming van deze verordening dan wel de Verordening behandeling klachten Rijn en IJssel 1999,

    b.

    die langer dan een jaar voor indiening van de klacht heeft plaatsgevonden,

    c.

    waartegen door de klager bezwaar gemaakt had kunnen worden,

    d.

    waartegen door de klager beroep kan worden ingesteld, tenzij die gedraging bestaat uit het niet tijdig nemen van een besluit, of beroep kon worden ingesteld,

    e.

    die door het instellen van een procedure aan het oordeel van een andere rechterlijke instantie dan een bestuursrechter onderworpen is, dan wel onderworpen is geweest of,

    f.

    zolang terzake daarvan een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is, dan wel indien de gedraging deel uitmaakt van de opsporing of vervolging van een strafbaar feit en terzake van dat feit een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is.

  • 2. Een klacht kan buiten behandeling worden gelaten, indien het belang van de klager dan wel het gewicht van de gedraging kennelijk onvoldoende is.

  • 3. Van het niet in behandeling nemen van de klacht wordt de klager zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het klaagschrift in kennis gesteld. Voor zover van toepassing wordt de klager op de hoogte gesteld van de nog openstaande proceduremogelijkheden.

Artikel 6. TUSSENTIJDSE BEËINDIGING

Indien naar tevredenheid van de klager aan diens klacht is tegemoet gekomen, vervalt de verplichting tot het verder toepassen van deze klachtenregeling, uitgezonderd de verslaglegging als bedoeld in artikel 8. De klager ontvangt hiervan een schriftelijke bevestiging door de klachtencoördinator.

Artikel 7. DE COMMISSIE 

  • 1. In afwijking van artikel 3, tweede lid, is de commissie belast met de behandeling van en de advisering over klachten over gedragingen van de voorzitter of van een lid van het dagelijks of het algemeen bestuur. Afdeling 9.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

  • 2. Het bestuurslid wiens gedraging wordt onderzocht en het bestuursorgaan waartoe hij behoort verlenen alle door de commissie gevraagde medewerking aan het onderzoek.

  • 3. Binnen vier weken laat de commissie weten aan de voorzitter dan wel het dagelijks bestuur of de commissie de klacht geheel, gedeeltelijk of niet terecht vindt.

  • 4. Indien het onderzoek naar het oordeel van de commissie onvoldoende zekerheid verschaft over de gedraging waarop de klacht betrekking heeft, brengt de commissie daarvan verslag uit aan de voorzitter dan wel het dagelijks bestuur.

Artikel 8.VERSLAGLEGGING

De klachtencoördinator brengt ten minste een keer per jaar aan het dagelijks bestuur schriftelijk verslag uit van de verrichte werkzaamheden. Dit verslag biedt inzicht in aard en aantal van de klachten alsmede de wijze van afdoening.

Artikel 9. INWERKINGTREDING EN OVERGANGSRECHT

  • 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.

  • 2. De Verordening behandeling klachten Rijn en IJssel 1999, bekend gemaakt op 23 december 1999, wordt ingetrokken.

  • 3. Op klachten die voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend, blijft de Verordening behandeling Rijn en IJssel 1999 van toepassing.

Artikel 10. CITEERTITEL

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening behandeling klachten Rijn en IJssel 2014.