Subsidieverordening gemeentelijke monumenten en molens Doetinchem 2014

Geldend van 02-10-2014 t/m heden

Intitulé

Subsidieverordening gemeentelijke monumenten en molens Doetinchem 2014

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    monument:

    • 1.

      een zaak of terrein dat op grond van de Erfgoedverordening gemeente Doetinchem 2013 is geplaatst op de gemeentelijke monumentenlijst;

    • 2.

      bijgebouwen, interieurelementen en andere aanhorigheden bij en in een monument worden als onderdeel van het monument aangemerkt indien deze als waardevol worden vermeld in de redengevende beschrijving van het monument;

  • b.

    historische molen: een molen die door het rijk is aangewezen als rijksmonument.

  • c.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht.

  • d.

    het college: het college van burgemeester en wethouders

  • e.

    provincie: provincie Gelderland

Artikel 2 Reikwijdte van de verordening

Deze verordening is van toepassing op subsidieaanvragen voor restauratie- en onderhoudswerkzaamheden aan gemeentelijke monumenten en molens.

Artikel 3 Bevoegdheid
  • 1. Het college is bevoegd tot het verlenen, vaststellen en uitbetalen van subsidie als bedoeld in deze verordening.

  • 2. Het college is eveneens bevoegd tot het intrekken of wijzigen van subsidieverlenings- of subsidievaststellingsbesluiten, alsmede tot het geheel of gedeeltelijk terugvorderen van subsidiegelden.

Artikel 4 Subsidieplafond

De gemeenteraad stelt ieder jaar, in de begroting, voor het daaropvolgende kalenderjaar een subsidieplafond vast als bedoeld in artikel 4:25 e.v. van de Awb voor de subsidie voor instandhouding van gemeentelijke monumenten.

HOOFDSTUK 2 DE AANVRAAGPROCEDURE

Artikel 5 De aanvraag

De aanvraag om subsidie als bedoeld in deze verordening dient schriftelijk bij het college te worden ingediend op een door hen vastgesteld formulier.

Artikel 6 In te dienen bescheiden
  • a.

    De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van de volgende gegevens:

    Een technische omschrijving van de te verrichten werkzaamheden of een bestek, met een daaraan gerelateerde gespecificeerde begroting, in welke begroting uitdrukkelijk staat aangegeven voor welke kosten zoals vermeld in artikel 7 van deze verordening aanvrager subsidie aanvraagt.

  • b.

    Tekeningen van zowel de bestaande als de nieuwe toestand (schaal 1 : 100) conform de eisen van de in Doetinchem geldende Bouwverordening voorzien van een duidelijke toelichting, dit voor zover van toepassing.

  • c.

    Een recent (dat wil zeggen niet ouder dan één jaar) inspectierapport van een naar de mening van het college ten aanzien van de monumentenzorg deskundige of deskundige instelling.

  • d.

    Indien de uit te voeren werkzaamheden vergunningsplichtig zijn, een kopie van de verleende omgevingsvergunning.

HOOFDSTUK 3 SUBSIDIEVERLENING

Artikel 7 Subsidiabele kosten
  • 1. Het college kan subsidie verlenen voor de volgende instandhoudingswerkzaamheden:

    • a.

      herstel van het casco. Onder casco wordt verstaan: de hoofdstructuur van het monument bestaande uit de dragende onderdelen en het omhulsel, te weten dak-, kap- en gebintconstructie, vloeren, balklagen, dragende muren, fundering, kelder en gewelven;

    • b.

      herstel van afzonderlijke monumentale onderdelen (in- en exterieur) al dan niet in combinatie met het herstel van het casco, bijvoorbeeld schouwen, vloeren, trappartijen, plafonds, schilderingen, pleister- en schilderwerk, bijzonder behang, raam- en deurpartijen met omlijsting en gevelonderdelen;

    • c.

      reconstructies van verdwenen of gewijzigde onderdelen indien en voor zover deze verdwijning en wijziging afbreuk doen aan de monumentale waarde van het object;

    • d.

      herstel van specifieke technische installaties ten behoeve van bedrijf en techniek, bijvoorbeeld dieselmotoren, raamzagen en persen;

    • e.

      het aanbrengen van technische installaties ten behoeve van bescherming van zeer waardevolle interieurelementen, bijvoorbeeld verwarmings- of luchtbevochtigings-installaties;

    • f.

      het opstellen van een restauratieplan;

    • g.

      het verrichten van bouwhistorisch onderzoek of een haalbaarheidsonderzoek;

    • h.

      buiten- en daarmee samenhangend binnenschilderwerk, voorzover het betreft de buitenramen, buitenkozijnen en buitendeuren;

    • i.

      herstel en vernieuwen van rieten daken (met daklatten en herstel van sporen);

    • j.

      herstel van dakvlakken gedekt met pannen (met tengels en panlatten), leien, lood, zink of koper en, uitsluitend in samenhang hiermee, het herstel van gedeelten van het dakbeschot en sporen;

    • k.

      herstel van goten, in zink, koper of lood, inclusief bijbehorende hemelwaterafvoeren en het aanbrengen van voor de waterafvoer noodzakelijke goten waar deze niet eerder aanwezig waren, inclusief aansluitingen op riolering en open water;

    • l.

      herstel van buitenkozijnen, buitendeuren, raampartijen, luiken en herstel of terugplaatsen van stoepen, roedenverdeling, lijstwerk en luiken;

    • m.

      herstel van windveren, schoorstenen, kapellen en loodaansluitingen;

    • n.

      herstel van dak- of torenluiken en loopbruggen, inclusief het afgazen van torenluiken en het nemen van beperkte maatregelen tegen duivenoverlast;

    • o.

      inboeten, herstel van gedeelten van muurwerk en opvoegen of pleisteren van gevels;

    • p.

      op kleine schaal vervangen of inboeten van natuursteen;

    • q.

      behandelen van muur- of houtwerk ter regulering van de vochthuishouding, danwel ter bestrijding van zwamaantasting of houtaantasters;

    • r.

      herstel van gedeelten van dragende constructies (ankerbalkgebinten, schoren en platen, balkkoppen, en spantbenen);

    • s.

      herstel van glas-in-loodbeglazing en het aanbrengen van beschermende beglazing voor gebrandschilderd glas of historisch waardevol glas;

    • t.

      vervangen en herstellen van overige bouwelementen van grote zeldzaamheid of met grote historische waarde;

    • u.

      het plaatsen van achterzetbeglazing in samenhang met herstel van historisch waardevolle ramen;

    • v.

      het gangbaar houden van historische krachtwerktuigen en machines;

    • w.

      het niet-jaarlijks onderhoud aan bomen die op de monumentenlijst staan;

    • x.

      het opstellen van een onderhoudsplan.

  • 2. Als subsidiabele kosten worden aangemerkt de kosten verbonden aan de uitvoering van de subsidiabel geachte restauratie- of onderhoudswerkzaamheden als bedoeld in het eerste lid van dit artikel voorzover het betreft:

    • a.

      de directiekosten, bestaande uit kosten voor honorarium, uitvoeringstekeningen,

    • b.

      toezicht en kosten van verschotten;

    • c.

      de directe kosten, dat wil zeggen: de loonkosten en de materiaalkosten;

    • d.

      de indirecte kosten; dat wil zeggen: de algemene bouwplaatskosten, de algemene bedrijfskosten en de winst;

    • e.

      de BTW;

    • f.

      de over de directe kosten te berekenen onvoorziene kosten;

    • g.

      de constructeurskosten;

    • h.

      de kosten van de CAR-verzekering.

  • 3. Ten behoeve van de berekening van de subsidiabele kosten stellen burgemeester en wethouders criteria, maxima en normbedragen vast.

  • 4. Burgemeester en wethouders kunnen eveneens subsidie verlenen voor het lidmaatschap van de Monumentenwacht.

  • 5. Indien de aanvrager de voorzieningen in zelfwerkzaamheid verricht, kunnen alleen de materiaalkosten als subsidiabel worden opgevoerd.

  • 6. Subsidiabele kosten worden niet vergoed indien de kosten op grond van verzekerings-overeenkomsten gedekt zijn.

  • 7. Subsidiabele kosten worden niet vergoed indien de kosten op grond van de Wet op de omzetbelasting op verschuldigde belasting in mindering kunnen worden gebracht.

Artikel 8 Eigenaar

Subsidie kan uitsluitend worden verleend aan de natuurlijke of rechtspersoon die krachtens zakelijk recht gerechtigd is over het monument of de molen te beschikken of dit recht aantoonbaar in de naaste toekomst verkrijgt.

Artikel 9 Subsidiepercentage en –maximum gemeentelijke monumenten
  • 1. De subsidie in de kosten van instandhouding van gemeentelijke monumenten bedraagt 20% van het totaal van de door het college subsidiabel geachte kosten, als genoemd in artikel 7, tot een bedrag van maximaal € 12.000,-- per aanvraag.

  • 2. Voor aanvragen ingediend tussen 1 maart 2014 en 31 december 2016 wordt het subsidiebedrag in lid 1op grond van de bijdrage die de gemeente ontvangt op basis van de Subsidieverordening Vitaal Gelderland 2011vermeerderd met een bedrag van 20% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 5000,-

  • 3. Het in lid 2 bepaalde geldt niet indien het door de provincie vastgestelde subsidieplafond wordt overschreden of indien gemeente, Staat of provincie de aanvrager is.

  • 4. Subsidie op grond van deze verordening wordt slechts eenmaal per vier kalenderjaren voor hetzelfde monument verstrekt.

  • 5. Subsidie op grond van deze verordening voor subsidiabele kosten die uitgevoerd worden in één jaar, wordt alleen toegekend indien de kosten een bedrag van € 500,-- te boven gaan.

  • 6. In uitzonderlijke situaties, op grond van een door aanvrager aangetoonde urgentie en onvermijdelijkheid van de te verrichten werkzaamheden en noodzaak van subsidiëring door de gemeente, in geval van een gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de zorg van een monument of in het kader van een belang dat de aandacht verdient van de gemeente, kan, na het inwinnen van het advies van de beleidsmedewerker cultuurhistorie hierover, afgeweken worden van de maximaal ter beschikking te stellen bedragen op grond van lid 1.

Artikel 10 Subsidiepercentage en maximum molens
  • 1. De subsidie in de kosten van instandhouding van historische molens bedraagt jaarlijks voor aanvragen ingediend tussen 1 maart 2014 en 31 december 2016 € 700,- per historische molen die een provinciale draaipremie heeft ontvangen.

  • 2. Instandhoudingsubsidie voor historische molens op grond van deze verordening wordt in de periode 1 maart 2014 - 31 december 2016 jaarlijks slechts eenmaal voor dezelfde molen verstrekt.

Artikel 11 Toestaan inspectie (ambtelijk) deskundige

De aanvrager van subsidie dient een door het college aangewezen deskundige of ambtenaar in gemeentelijke dienst desgewenst de gelegenheid te bieden het monument en de wijze waarop de werkzaamheden zullen worden of zijn uitgevoerd, te inspecteren.

Artikel 12 Uitvoeringsvoorschriften
  • 1. Het college stelt voor de uitvoering van de werkzaamheden voorschriften. Deze uitvoeringsvoorschriften zijn in bijlage 1van deze verordening opgenomen.

  • 2. Het college kan aan de beschikking tot subsidieverlening nadere voorschriften verbinden met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden waarvoor subsidie wordt verleend, moeten worden uitgevoerd.

Artikel 13 Schriftelijke toestemming bij afwijking

De werkzaamheden ten behoeve waarvan de subsidie is verleend, mogen niet in afwijking van de ter zake verstrekte gegevens worden uitgevoerd, tenzij met schriftelijke toestemming van het college.

Artikel 14 Afwijzingscriteria

De subsidie wordt geweigerd indien een of meer van de navolgende situaties zich voordoen:

  • a.

    de aanvrager is of wordt niet aantoonbaar in de naaste toekomst eigenaar of zakelijk gerechtigde van het monument;

  • b.

    een eventueel voor de werkzaamheden vereiste vergunning op grond van de Erfgoedverordening gemeente Doetinchem 2013, danwel een anderszins vereiste vergunning is niet verleend;

  • c.

    de kosten van de voorzieningen kunnen worden gedekt uit de opbrengsten van een brand- en/of stormverzekering of enige andere vorm van verzekering;

  • d.

    de aanvrager is met het treffen van de voorzieningen begonnen voordat de subsidie is verleend.

  • e.

    door het verlenen van subsidie wordt het in artikel 4 bedoelde subsidieplafond overschreden;

  • f.

    de aanvrager staat een daarvoor door het college aangewezen deskundige of ambtenaar niet toe om het monument te inspecteren;

  • g.

    het restauratie- of onderhoudsplan geeft geen zicht op duurzaam herstel van het monument;

  • h.

    door de uitvoering van de werkzaamheden wordt de (historische) karakteristiek van het monument aangetast;

  • i.

    de kosten van de gevraagde voorzieningen staan niet in een redelijke verhouding tot het te verkrijgen resultaat;

  • j.

    voor zover van toepassing: het bedrijf dat de voorzieningen zal treffen is niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

Artikel 15 Uitvoering
  • 1. De subsidie vervalt als niet binnen 12 maanden na datum van verzending van het besluit tot subsidieverlening met de uitvoering van de werkzaamheden is begonnen.

  • 2. De uitvoering van de werkzaamheden moet voltooid zijn binnen 24 maanden na datum van verzending van het besluit tot subsidieverlening.

  • 3. Bij onvoorziene omstandigheden die buiten de directe invloedsfeer van de aanvrager liggen, kan het college de in het eerste en tweede lid genoemde termijnen schriftelijk verlengen op verzoek van de aanvrager.

HOOFDSTUK 4 SUBSIDIEVASTSTELLINGEN -UITBETALING

Artikel 16 De gereedmelding
  • 1. Binnen 12 weken na het gereedkomen van de voorzieningen dient de aanvrager met gebruikmaking van een daartoe door het college beschikbaar gesteld formulier te verklaren dat de werkzaamheden zijn voltooid. Dit gereedmeldingsformulier dient volledig ingevuld te zijn en vergezeld te gaan van alle gevraagde gegevens en facturen als bedoeld in artikel 18, lid 1, sub c.

  • 2. Indien de gereedmelding naar het oordeel van het college niet voldoet aan het bepaalde in het eerste lid, doen zij daarvan binnen vier weken na ontvangst schriftelijk mededeling aan de aanvrager, onder vermelding van de nog te verstrekken gegevens.

  • 3. De aanvrager dient binnen de in de mededeling aangegeven termijn zijn gereedmelding aan te vullen met de nog ontbrekende gegevens of deze gegevens desgevraagd te verduidelijken.

  • 4. De gereedmelding is tevens een aanvraag om vaststelling van de definitieve hoogte en een verzoek tot uitbetaling van de subsidie.

Artikel 17 Subsidievaststelling
  • 1. De vaststelling van de hoogte van een op grond van dit hoofdstuk toegekende subsidie vindt plaats nadat:

    • a.

      de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden conform artikel 15 schriftelijk zijn gereedgemeld onder indiening van de daarop betrekking hebbende gegevens;

    • b.

      de onder a bedoelde werkzaamheden door of vanwege het college zijn gecontroleerd en akkoord bevonden;

    • c.

      de rekeningen en betaalbewijzen inzake de uitgevoerde werkzaamheden alsmede de totale kostenopstelling, waarin de verrichte werkzaamheden op dezelfde wijze zijn gerangschikt als in de in artikel 6 bedoelde begroting, door het college zijn gecontroleerd en akkoord bevonden.

  • 2. De vastgestelde subsidie is gelijk aan de verleende subsidie, tenzij de werkelijke subsidiabele kosten lager zijn dan geraamd, respectievelijk minder voorzieningen zijn getroffen dan bij de aanvraag aangegeven.

  • 3. Het besluit tot subsidievaststelling wordt binnen acht weken na indiening van de gereedmelding als bedoeld in artikel 15 aan de aanvrager bekendgemaakt.

  • 4. Het college stelt de subsidie niet vast als niet is voldaan aan het bepaalde in het eerste of derde lid.

Artikel 18 Uitbetaling

Uitbetaling gebeurt binnen acht weken na bekendmaking van het besluit tot subsidie-vaststelling op de bankrekening, die de aanvrager bij de gereedmelding heeft aangegeven.

HOOFDSTUK 5 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 19 Hardheidsclausule

Het college kan van de bepalingen van deze verordening afwijken, indien de toepassing ervan zou leiden tot kennelijke onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 20 Overgangsbepaling

Aanvragen, ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening die betrekking hebben op het kalenderjaar 2014 worden met inachtneming van deze Subsidieverordening afgehandeld.

Artikel 21 Citeertitel en inwerkingtreding
  • 1.

    Deze verordening wordt aangehaald als Subsidieverordening gemeentelijke monumenten en molens Doetinchem 2014.

  • 2.

    Ze treedt in werking één dag na haar bekendmaking.

  • 3.

    Op de in het tweede lid genoemde datum vervalt: de Subsidieverordening monumenten gemeente Doetinchem 2006.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering
van de raad der gemeente Doetinchem
op 25 september 2014,
griffier voorzitter