Verordening op de naamgeving van delen van de openbare ruimte en de vaststelling, afbakening en de nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen

Geldend van 24-07-2009 t/m 08-10-2019

Intitulé

Verordening op de naamgeving van delen van de openbare ruimte en de vaststelling, afbakening en de nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen

Verordening op de naamgeving van delen van de openbare ruimte en de vaststelling, afbakening en de nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen (Verordening basisregistraties adressen en gebouwen Boxtel)

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Adres: door het college aan een verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats toegekende benaming, bestaande uit een combinatie van de naam van een openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam van een woonplaats.

  • b.

    Adresseerbaar object: een verblijfsobject, een ligplaats of standplaats, gelegen op het gemeentelijk grondgebied.

  • c.

    Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond en bedoeld is om ter plaatse te functioneren.

  • d.

    College: het college van burgemeester en wethouders.

  • e.

    Gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

  • f.

    Ligplaats: door het college als zodanig aangewezen plaats in het water al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die bestemd is voor het permanent afmeren van een voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt vaartuig.

  • g.

    Nummeraanduiding: door het college als zodanig toegekende aanduiding van een verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats, bestaande uit het huisnummer en eventueel een huisletter en/of huisnummertoevoeging.

  • h.

    Openbaar gebied: alle voor het openbaar rijverkeer of ander verkeer openstaande wegen of paden, pleinen, plaatsen, plantsoenen, bruggen, viaducten, knooppunten of daarmee vergelijkbare plaatsen of constructies en alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn, alsmede daarin begrepen alle bouwwerken die daar deel van uitmaken.

  • i.

    Openbare ruimte: door het college als zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats is gelegen.

  • j.

    Pand: kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

  • k.

    Rechthebbende: eenieder die krachtens eigendom of een beperkt zakelijk recht de beschikking heeft over een onroerende zaak, alsmede de beheerder.

  • l.

    Standplaats: door het college als zodanig aangewezen terrein of gedeelte daarvan dat bestemd is voor het permanent plaatsen van een niet direct en niet duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte ruimte.

  • m.

    Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen van technische en administratieve aard.

  • n.

    Verblijfsobject: kleinste binnen één of meer panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is.

  • o.

    Woonplaats: door de gemeenteraad als zodanig aangewezen en van een naam voorziene gedeelte van het grondgebied van de gemeente.

Hoofdstuk 2 Bepalingen adressenregistratie

Artikel 2 Naamgeving van woonplaatsen en van delen van de openbare ruimte

  • 1. De raad stelt voor het totale grondgebied van de gemeente ten minste één woonplaats vast.

  • 2. Het college kan een woonplaats in wijken of buurten verdelen en zonodig daaraan namen, letters of nummers toekennen. Het besluit wordt voorzien van een kaart met begrenzing van het benoemde gedeelte.

  • 3. Het college kent voor het totale grondgebied van de gemeente namen toe aan te onderscheiden delen van de openbare ruimte en zonodig aan bouwwerken.

  • 4. Onder vaststellen, verdelen en toekennen, zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken van de vaststelling, verdeling en toekenning.

Artikel 3 Toekennen van adressen aan adresseerbare objecten

  • 1. Het college kent aan elk adresseerbaar object een adres toe.

  • 2. Indien aan een adresseerbaar object meer dan een adres wordt toegekend, worden de adressen onderscheiden in hoofdadres en nevenadressen.

  • 3. Onder toekennen, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken van de toekenning.

Artikel 4 Namen en nummeraanduidingen aanbrengen

  • 1. Het college draagt er zorg voor dat de aan openbare ruimten toegekende namen door middel van naamdragers (naamborden) zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse worden aangebracht.

  • 2. Aan een adresseerbaar object dat een adres heeft gekregen moet de nummeraanduiding op een doeltreffende wijze door middel van een nummerdrager (nummerbord) zijn aangebracht.

  • 3. Het is eenieder verboden op eigen initiatief naam- of nummerborden, zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, aan te brengen.

  • 4. Bij het wijzigen van een naam of nummeraanduiding, als bedoeld in het eerste en tweede lid, zullen zowel de oude en de nieuwe naam als de oude en de nieuwe nummeraanduiding gedurende een jaar mogen worden gebruikt op de wijze die bepaald is in de uitvoeringsvoorschriften bedoeld in artikel 8.

Artikel 5 Gedoogplicht naamdragers

  • 1. Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk- of buurtaanduiding, borden met namen van openbare ruimten en/of verwijsborden aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of een andere soort terreinafscheiding worden aangebracht, is de rechthebbende verplicht toe te laten dat de hier bedoelde borden vanwege of op verzoek en overeenkomstig de aanwijzingen van het college worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

  • 2. De rechthebbende dient er zorg voor te dragen dat de in het eerste lid genoemde borden vanaf het openbaar gebied duidelijk leesbaar blijven.

Artikel 6 Nummerdragers aanbrengen

  • 1. De rechthebbende is verplicht het nummerbord, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, binnen vier weken na kennisgeving van het besluit van het college aan te brengen.

  • 2. Tenzij door het college anders is besloten, is de rechthebbende van een adresseerbaar object verplicht het in het eerste lid genoemde nummerbord, alsmede daarmee verband houdende verwijs- en verzamelborden aan te brengen op een nader per besluit te bepalen wijze.

  • 3. Indien een adresseerbaar object nog niet is voltooid, wordt, in afwijking van het eerste lid, het nummerbord binnen vier weken na voltooiing aangebracht.

  • 4. Het college kan de in het eerste en derde lid genoemde termijn verlengen.

Hoofdstuk 3 Bepalingen gebouwenregistratie

Artikel 7 Vaststelling en afbakening adresseerbare objecten

  • 1. Het college stelt de standplaatsen en ligplaatsen vast.

  • 2. Het college stelt de afbakening van panden, verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen vast.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 8 Uitvoeringsvoorschriften

Het college is bevoegd uitvoeringsvoorschriften vast te stellen betreffende het bepaalde in dezeverordening.

Artikel 9 Strafbepaling

  • 1. Overtreding van artikel 4, tweede lid en derde lid, of het niet voldoen aan de bepalingen in artikel 5 en 6, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

  • 2. Het college bepaalt wie er belast is met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.

Artikel 10 Inwerkingtreding

De verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

Artikel 11 Vervallen oude regels

Met de inwerkingtreding van deze verordening vervallen de artikelen 5.6.1 en 5.6.2 van de Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2008.

Artikel 12 Overgangsbepalingen

  • 1. Namen en nummers die op het moment van in werking treden van deze verordening reeds aan delen van de openbare ruimte en adresseerbare objecten zijn toegekend, blijven na het in werking treden van deze verordening bestaan.

  • 2. Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat naam- en nummerborden die op het moment van in werking treden van deze verordening reeds bestaan, binnen een door hem te bepalen termijn moeten worden vervangen door naam- en nummerborden die voldoen aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als de Verordening basisregistraties adressen en gebouwen Boxtel.

Toelichting Verordening op de naamgeving van delen van de openbare ruimte en de vaststelling, afbakening en de nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen

Algemene toelichting

Artikel 6, eerste lid van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen legt de bevoegdheid tot het indelen van het grondgebied van de gemeente in woonplaatsen, het vaststellen van de openbare ruimten (straten, pleinen, rotondes) en het toekennen van nummeraanduidingen bij de gemeenteraad. Uit praktisch oogpunt is het gewenst de bevoegdheid tot het vaststellen van de openbare ruimten en het toekennen van nummeraanduidingen bij het college te leggen. Deze verordening voorziet daarin.

Door mandaat kan deze bevoegdheid verder neergelegd worden bij ambtenaren. Aangezien met name het toekennen van nummeraanduidingen frequent zal voorkomen, ligt het voor de hand om de bevoegdheid tot het toekennen hiervan te mandateren.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Ligplaats

Alhoewel vooralsnog geen ligplaatsen worden of zijn aangewezen in de gemeente Boxtel, is vanwege de consistentie met de Wet basisregistraties adressen en gebouwen (hierna: de wet) een en ander wel opgenomen in de verordening.

Standplaats

De in de wet opgenomen definitie is ruimer dan de definitie die de Woningwet kent. In de Woningwet heeft een standplaats betrekking op "een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of gemeenten kunnen worden aangesloten". Voorbeeld hiervan zijn de standplaatsen aan de Bunderhoef 1 t/m 16. Een standplaats als bedoeld in de wet en deze verordening kan ook betrekking hebben op voor bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte ruimten, zoals de stacaravans op Camping Dennenoord.

Artikel 2. Naamgeving van woonplaatsen en van delen van de openbare ruimte

Woonplaats

De bevoegdheid om het grondgebied van de gemeente in te delen in een of meer woonplaats wordt door deze verordening niet gedelegeerd aan het college. Naar verwachting zal dit zelden of nooit voorkomen en heeft het vermeerderen (of verminderen) van het aantal woonplaatsen zeer veel (ook financiële) consequenties dat het gewenst is deze bevoegdheid bij de gemeenteraad te laten.

Openbare ruimte

In het tweede lid is het benoemen van delen van de openbare ruimte geregeld. De openbare ruimte omvat meer dan alleen straten, plantsoenen en wegen. Zo kunnen bijvoorbeeld ook waterlopen, bruggen, viaducten, meren en plassen van een naam worden voorzien. Het benoemen van de openbare ruimte wordt een bevoegdheid van het college. Dit benoemt delen van de openbare ruimte indien dat naar zijn oordeel nodig is. De in het tweede lid gehanteerde formulering sluit niet uit dat burgers een aanvraag tot het benoemen van een openbare ruimte bij het college indienen.

Het derde lid bepaalt dat onder vaststellen, toekennen en verdelen, zoals vervat in het eerste en tweede lid, tevens het wijzigen en intrekken wordt bedoeld. Naar de huidige opvattingen impliceert vaststellen, toekennen en verdelen dat men ook kan wijzigen en intrekken.

Artikel 3. Toekennen van adressen aan adresseerbare objecten

Het eerste lid bepaalt dat het toekennen van adressen aan verblijfsobjecten (gebouwen), ligplaatsen en standplaatsen plaats vindt door het college. Wanneer sprake is van een verblijfsobject, ligplaats of standplaats wordt in eerste instantie bepaald door de in de wet (en verordening) opgenomen definities. In aanvulling daarop zijn door het ministerie van VROM stroomschema's en een objectenhandboek met veel voorkomende situaties beschikbaar gesteld om te bepalen wanneer sprake is van een verblijfsobject en pand.

Het tweede lid biedt de mogelijkheid om naast een hoofdadres een of meer nevenadres toe te kennen. Soms is dit noodzakelijk in verband met een goede bereikbaarheid en kenbaarheid voor hulpdiensten. Ook is soms een leverancierstoegang aan een andere straat gelegen dan de hoofdtoegang. Zo is de Hema te Boxtel met zijn hoofdtoegang gesitueerd aan de Rechterstraat, maar is de toegang voor leveranciers bereikbaar via de Burgakker.

Artikel 4. Namen en nummeraanduidingen aanbrengen

Dit artikel regelt dat naamborden overeenkomstig de wens van het college zullen worden aangebracht. De kosten daarvan komen voor rekening van de gemeente. De nummeraanduiding van een verblijfsobject dient op een doeltreffende wijze te zijn aangebracht door de rechthebbende. Het derde lid verbiedt eenieder op eigen initiatief namen en adressen toe te kennen door deze namen en adressen aan te brengen.

Artikel 5. Gedoogplicht naamborden

In verband met een goede vindbaarheid dienen naamborden door of namens de gemeente ter plaatse goed zichtbaar te worden aangebracht. Dit is mogelijk door de naamborden te bevestigen aan gebouwgevels, terreinafscheidingen van derden of paaltjes die op andermans terrein ten behoeve van de naamgeving mogen worden geplaatst. Het artikel houdt echter ook rekening met de omstandigheid dat de borden niet door de gemeente zelf, maar door derden worden aangebracht. Om te voorkomen dat de leesbaarheid van de aangebrachte naamborden door hoog opschietend groen, zonneschermen of reclameborden wordt belemmerd, is in het tweede lid bepaald dat de eigenaar ervoor dient te zorgen dat de bedoelde naamborden vanaf de openbare weg leesbaar blijven.

Artikel 6. Nummerborden aanbrengen

In het eerste lid is bepaalde dat de door het college toegekende nummeraanduiding binnen een bepaalde termijn moet zijn aangebracht. Voor gevallen waarin het adresseerbare object nog niet is voltooid is in het derde lid een andere termijn gesteld. Het vierde lid geeft het college de mogelijkheid de in het eerste en derde lid genoemde termijnen ter verlengen.

Artikel 7. Vaststelling en afbakening adresseerbare objecten

Artikel 6, tweede en derde lid van de wet legt ook de bevoegdheid tot het vaststellen van standplaatsen en ligplaatsen en het vaststellen van de (geometrische) afbakening van panden, verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen bij de gemeenteraad. Ook hiervoor geldt dat het uit praktisch oogpunt gewenst is deze bevoegdheid te delegeren aan het college.

De wet en ook deze verordening voorziet niet in bepalingen ten aanzien van het vaststellen van panden en verblijfsobjecten daar deze voortvloeien uit de in artikel 1 opgenomen definities. Panden en verblijfsobjecten "ontstaan" door het verlenen van een bouwvergunningen en "verdwijnen" door het verlenen van sloopvergunningen. De afbakening wordt bepaald door de bij de bouwvergunning behorende bouwtekeningen, met inachtneming van de definities.

Artikel 8. Uitvoeringsvoorschriften

Dit artikel geeft het college de mogelijkheid uitvoeringsvoorschriften vast te stellen. In dit verband kan gedacht worden aan algemene eisen aan het te gebruiken materiaal alsmede aan andere technische of administratieve zaken, zoals de methode van nummeren en de maatvoering van de naamborden of nummerbordjes.

Artikel 9. Strafbepaling

Het opleggen van verplichtingen, zoals bijvoorbeeld de in artikel 5 opgenomen gedoogplicht, heeft alleen zin wanneer deze verplichtingen – in het uiterste geval – ook kunnen worden afgedwongen zodra de regels worden overtreden. Het is gebruikelijk aan lichte overtredingen een geldboete van de eerste categorie te verbinden. Veelal zullen overtredingen van deze verordening in eerste instantie via het bestuursrechtelijke traject – op grond van hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht – kunnen worden gehandhaafd. In verband hiermee is in het tweede lid de mogelijkheid opgenomen dat het college toezichthouders aanwijst.

Artikel 10. Inwerkingtreding

De inwerkingtreding is zo spoedig mogelijk na bekendmaking door publicatie in het Brabants Centrum.

Artikel 11. Vervallen oude regels

De momenteel in de Apv opgenomen gedoogplicht kan vervallen omdat artikel 5 van deze verordening daarin voorziet.

Artikel 12. Overgangsbepalingen

Het is niet zinvol bij de invoering van de verordening te eisen dat alle bestaande namen en adressen in de gemeente dienen te worden aangepast aan de nieuwe uitvoeringsvoorschriften, zoals geregeld krachtens artikel 8. Adressen die onder het oude regime tot stand zijn gekomen blijven gehandhaafd. Het college heeft – indien daar aanleiding toe is – wel de mogelijkheid om aanpassing van de naam- en nummerborden te eisen.