Beleidsregel steekproefsgewijze verantwoording van subsidies arrangement 1

Geldend van 10-05-2014 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel steekproefsgewijze verantwoording van subsidies arrangement 1

Besluit van Gedeputeerde Staten van Zeeland van 9 april 2014, houdende het vaststellen van de Beleidsregel steekproefsgewijze verantwoording van subsidies arrangement 1.

Gedeputeerde Staten van Zeeland

  • -

    Gelezen het voorstel met nr. 14005920;

  • -

    Overwegende dat voor het bepalen van de steekproef voor de aanvraag tot vaststelling en de prestatie verantwoording van subsidies binnen arrangement 1 nadere regels nodig zijn;

  • -

    Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.7.4, eerste lid, van het Algemeen subsidie besluit Zeeland 2013;

Besluiten:

vast te stellen de navolgende Beleidsregel steekproefsgewijze verantwoording van subsidies arrangement 1:

Artikelen

Artikel 1 Steekproef
  • 1.

    Gedeputeerde Staten organiseren drie maal per jaar een steekproef om te bepalen voor welke subsidies binnen arrangement 1 een aanvraag tot vaststelling moet worden ingediend, voorzien van een prestatieverantwoording, zoals bedoeld in artikel 1.7.4, eerste lid, van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2013.

  • 2.

    De steekproef vindt plaats:

    • a.

      Begin maart voor subsidies voor activiteiten die zijn gerealiseerd in de periode november toten met februari daaraan voorafgaand;

    • b.

      Begin juli voor subsidies voor activiteiten die zijn gerealiseerd in de periode maart tot en met juni daaraan voorafgaand;

    • c.

      Begin november voor subsidies voor activiteiten die zijn gerealiseerd in de periode juli tot enmet oktober daaraan voorafgaand.

Artikel 2 Risico
  • 1.

    De steekproef is risico georiënteerd ingericht.

  • 2.

    Het risico-omvang per verleende subsidie wordt bepaald aan de hand van de volgende risicofactoren:

    • a.

      Hoogte van het subsidiebedrag;

    • b.

      Soort instelling die subsidie ontvangt;

    • c.

      Voorgaande ervaringen met de subsidieontvanger;

    • d.

      Politieke gevoeligheid van de subsidie;

    • e.

      Aard van de prestatieafspraak;

    • f.

      Opbouw van de begroting van de gesubsidieerde activiteit.

  • 3.

    De risico-omvang wordt bepaald op basis van de volgende risicoschaal per risicofactor:

Risicofactoren \ Risicoscore

Laag (+1)

Midden (+2)

Hoog (+3)

Hoogte subsidiebedrag

t/m € 5.000

€ 5.001 t/m € 7.500

€ 7.501 en hoger

Soort instelling die subsidie ontvangt

Overheid/ integrale kosten subsidie-instelling

Overige bekende instellingen

Onbekende instelling (nooit eerder subsidie ontvangen)

Voorgaande ervaringen met de subsidieontvanger

Positieve ervaringen

Geen eerdere ervaringen

Minder goede ervaring

Politieke gevoeligheid van de subsidie

Geen

Nauwelijks

Hoog

Aard van de prestatieafspraak

Eén concrete prestatieafspraak.

Betreft een eerder gesubsidieerde activiteit

Aard van de prestatieafspraak Eén concrete prestatieafspraak.

Betreft een eerder gesubsidieerde activiteit Eén concrete afspraak van een niet eerder gesubsidieerde activiteit

Eén prijs x aantal prestatieafspraak

Opbouw van de begroting van de gesubsidieerde activiteit

Out-of-pocket kosten

Mix van out-of-pocket kosten en personeelskosten

Alleen personeelskosten

Artikel 3 Selecte steekproef
  • 1.

    De selecte steekproef is van toepassing op iedere subsidie die op basis van artikel 2, derde lid, een risicoscore behaalt van 15 of meer.

  • 2.

    De omvang van de steekproef op basis van de in het eerste lid bedoelde subsidies betreft 100 procent.

Artikel 4 Aselecte steekproef
  • 1.

    De aselecte steekproef is van toepassing op subsidies die op basis van artikel 2, derde lid, een score behalen van 14 of lager.

  • 2.

    De omvang van de steekproef op basis van de in het eerste lid bedoelde subsidies betreft 25 procent.

Artikel 5 Evaluatie

Aan de hand van een jaarlijkse evaluatie wordt bezien of de Beleidsregel steekproefsgewijze verantwoording van subsidies arrangement 1 aanpassing behoeft.

Artikel 6 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.

Toelichting op de Beleidsregel steekproefsgewijze verantwoording van subsidies arrangement 1

Algemene toelichting

In artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Zeeland 2013 (Asv 2013) is bepaald dat voor subsidies onder arrangement 1 niet altijd een aanvraag tot vaststelling is vereist. Om te bepalen wanneer deze aanvraag is vereist, wordt een steekproef gehouden. Doel van deze Beleidsregel is om de wijze waaro pde steekproef plaatsvindt vast te leggen.

Eisen aan de steekproef

Voor het uitvoeren van de steekproef gelden de bepalingen van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland2013 (Asb 2013), de rechtmatigheidseisen van de accountant en de uitgangspunten van het subsidiebeleid.

Asb 2013

In het Asb 2013 is het navolgende bepaald:

Artikel 1.7.4

  • 1.

    Op basis van een steekproef besluiten Gedeputeerde Staten of de instelling wel of niet een aanvraag tot vaststelling moet indienen en stellen de instelling binnen tweeëntwintig weken na afloop van de gesubsidieerde activiteit op de hoogte van dit besluit.

  • 2.

    Indien de instelling geen aanvraag tot vaststelling hoeft in te dienen, stellen Gedeputeerde Staten de subsidie binnen tweeëntwintig weken na afloop van de gesubsidieerde activiteit ambtshalve vast.

Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat minimaal drie maal per jaar een steekproef moet worden georganiseerd.

Het Asb stelt verder geen eisen aan de omvang van de steekproef.

Accountant

De accountant geeft aan dat er gezien de bedragen geen voorwaarden zijn verbonden aan de steekproef.De accountant geeft wel het advies om de steekproef in te richten op basis van een risicoanalyse. Deze risicoanalyse bepaalt de omvang van de steekproef en de methode van de selectie.

Uitgangspunten provinciaal subsidiebeleid

De beleidsnota "resultaat met subsidie" geeft het kader voor subsidies. Het subsidiebeleid heeft de uitgangspunten sturing op prestaties en op hoofdlijnen, verantwoord vertrouwen en risicoacceptatie,alsmede vermindering van administratieve lasten en uitvoeringslasten.

Deze uitgangspunten worden meegenomen in de bepaling van de inrichting van de provinciale steek-proef.

Soorten steekproef

Er zijn twee verschillende steekproefmethodes mogelijk, de aselecte- en de selecte steekproef.

Bij de aselecte steekproef worden uit het totaal van de verleende arrangement 1 subsidies een aantal subsidies geselecteerd waarvoor een verantwoording moet worden ingediend.

Bij de selecte steekproef wordt de mogelijkheid gecreëerd om specifieke subsidies, projecten of aanvragers te selecteren.

De selecte steekproef kan worden gebruikt voor subsidies met een hoog risico. Met de selecte steekproef kan ervoor worden gezorgd dat deze subsidie sowieso moet worden verantwoord.

De aselecte steekproef is nuttig, omdat daardoor altijd de kans aanwezig is dat de subsidie moet worden verantwoord. Hierdoor wordt het risico op misbruik of oneigenlijk gebruik verminderd.

Opzet steekproef subsidies arrangement 1

Bij de inrichting van de steekproef bij de provincie zijn aan de orde: het tijdstip van de selectie van de steekproef en het soort steekproef.

Tijdstip van de selectie

In het Asb 2013 is opgenomen dat de subsidieontvanger binnen 22 weken na afloop van de activiteit een brief ontvangt met de uitslag van de steekproef. Indien de subsidie binnen de steekproef valt, ontvangt de subsidieontvanger een brief dat een aanvraag tot vaststelling, voorzien van een prestatieverantwoording, moet worden ingediend. Valt de subsidie buiten de steekproef, dan ontvangt de subsidieontvanger een ambtshalve vaststelling van de subsidie.

Het moment waarop de steekproef plaatsvind, moet naast tijdig ook publieksvriendelijk zijn en weinig administratieve lasten met zich meebrengen. In het kader van het criterium publieksvriendelijkheid speelt met name de bewaartermijn van de subsidieverantwoording een rol. De subsidieontvanger wordt altijd gevraagd een prestatieverantwoording beschikbaar te houden voor het geval de instelling binnen de steekproef valt. Als deze bewaartermijn te lang wordt, komt dit weinig publieksvriendelijk over.

In het kader van het criterium vermindering van administratieve lasten is bundeling belangrijk. Dit houdt in dat niet bij iedere subsidieverlening een steekproef wordt georganiseerd, maar dat op vaste tijdstippen een steekproef wordt georganiseerd.

Op basis van bovenstaande is er voor gekozen dat de steekproef driemaal per jaar plaatsvindt.

Het tijdstip van de selectie is op basis van bovenstaande als volgt:

Begin maart

Voor activiteiten die zijn gerealiseerd in de periode november tot en met februari daaraan voorafgaand;

Begin juli

Voor activiteiten die zijn gerealiseerd in de periode maart tot en met juni daaraan voorafgaand;

Begin november

Voor activiteiten die zijn gerealiseerd in de periode juli tot en met oktober daaraan voorafgaand.

In het meest ongunstige geval dient een instelling de verantwoording gedurende 19 weken te bewaren.In het grootste deel van de gevallen zal dit korter zijn. Veel van de projecten eindigen namelijk eind december of eind juli.

Soort steekproef

Doel van de steekproefsgewijze verantwoording is administratieve lastenverlichting. Van belang is wel dat dit binnen de grenzen blijft van risico-acceptatie. De factoren aan de hand waarvan de risico-omvang wordt bepaald zijn:

  • 1.

    De hoogte van het subsidiebedrag;

  • 2.

    De soort instelling die subsidie ontvangt;

  • 3.

    Voorgaande ervaringen met de subsidieontvanger;

  • 4.

    Politieke gevoeligheid van de subsidie;

  • 5.

    De aard van de prestatieafspraak;

  • 6.

    De opbouw van de begroting van de gesubsidieerde activiteit.

Om de risico's in kaart te brengen kunnen diverse systemen worden gebruikt. Om de risicoanalyse niet onnodig ingewikkeld te maken zijn bovenstaande risico's opgedeeld in een risicoschaal laag-midden-hoog. Per risicofactor wordt gescoord aan de hand van de risicoschaal. Voor de score laag geldt +1,voor de score middel +2 en voor de score hoog +3. Zo ontstaat er voor een subsidie een totaal scorevan minimaal 6 en maximaal 18.

Deze zijn in onderstaande tabel weergegeven:

Risicofactoren \ Risicoscore

Laag (+1)

Midden (+2)

Hoog (+3)

Hoogte subsidiebedrag

t/m € 5.000

€ 5.001 t/m € 7.500

€ 7.501 en hoger

Soort instelling die subsidie ontvangt

Overheid/ integrale kosten subsidie-instelling

Overige bekende instellingen

Onbekende instelling (nooit eerder subsidie ontvangen)

Voorgaande ervaringen met de subsidieontvanger

Positieve ervaringen

Geen eerdere ervaringen

Minder goede ervaring

Politieke gevoeligheid van de subsidie

Geen

Nauwelijks

Hoog

Aard van de prestatieafspraak

Eén concrete prestatieafspraak.

Betreft een eerder gesubsidieerde activiteit

Aard van de prestatieafspraak Eén concrete prestatieafspraak.

Betreft een eerder gesubsidieerde activiteit Eén concrete afspraak van een niet eerder gesubsidieerde activiteit

Eén prijs x aantal prestatieafspraak

Opbouw van de begroting van de gesubsidieerde activiteit

Out-of-pocket kosten

Mix van out-of-pocket kosten en personeelskosten

Alleen personeelskosten

Selecte steekproef

De selecte steekproef is bedoeld voor subsidies met een hoog risico. Dit risico wordt bepaald aan de hand van de tabel op de voorgaande bladzijde. Het minimaal aantal punten voor een subsidie bedraagt zes. Maximaal kan een subsidie achttien punten behalen. Op basis van voorgaande is het risicoprofiel als volgt:

Risicoprofiel

Score

Laag

6 tot en met 10 punten

Midden

11 tot en met 14 punten

Hoog

15 tot en met 18 punten

Dit houdt in dat alle subsidies met een score 15 of hoger binnen de selecte steekproef vallen. Hiervan zal er dus een verantwoording worden opgevraagd voor vaststelling van de subsidie.

Aselecte steekproef

De aselecte steekproef is bedoeld om risico's op misbruik en oneigenlijk gebruik te beperken bij subsidies die geen risicoprofiel hoog hebben. Het meest logisch is om een bepaald percentage van het totaalaantal verstrekte arrangement 1 subsidies te hanteren. Het percentage kan worden bepaald aan de hand van het totale risicoprofiel van het aantal subsidies die in de steekproef worden meegenomen.Dit is op dit moment een brug te ver. Eerst dient de provincie ervaring op te doen met de steekproef.Daarom wordt, op basis van een advies van de accountant, voorlopig een percentage van 25 procent gehanteerd. Naar aanleiding van een evaluatie kan worden besloten de aselecte steekproef meer risico georiënteerd in te richten.

Evaluatie

Om te monitoren of de steekproefsgewijze verantwoording een geschikt instrument is bij de vaststelling van de subsidies, worden de resultaten geëvalueerd. De evaluatie wordt gehouden aan de hand van de subsidies die binnen de steekproef vallen. Dit zijn dus de bevindingen die voortvloeien uit de vaststelling van de subsidies, zoals het tijdig indienen van de verantwoording, de realisatie van de prestatieafspraken, de aanwezigheid van de prestatiebewijzen, et cetera.

Jaarlijks worden de resultaten geëvalueerd. Aan de hand van de resultaten wordt beoordeeld of de steekproefomvang voldoet, of de risicofactoren de te voorkomen risico's voldoende afdekken en of de selecte steekproef voldoet. De evaluatie kan leiden tot aanpassing van deze beleidsregel.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van 9 april 2014.
Drs. J.M.M. Polman, voorzitter
A.W. Smit, secretaris
Uitgegeven 9 mei 2014
De secretaris, A.W. Smit