Het algemeen bestuur van waterschap Brabantse Delta;

Geldend van 13-07-2020 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 10-07-2020

Intitulé

Het algemeen bestuur van waterschap Brabantse Delta;

gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 8 april 2014, nummer 13IT023289;

gelet op artikel 110 en 115 van de Waterschapswet ;

B E S L U I T :

vast te stellen de:

LEGESVERORDENING WATERSCHAP BRABANTSE DELTA

Artikel 1 Aard van de belasting en belastbaar feit

Onder de naam 'leges' worden rechten geheven voor het genot door of vanwege het waterschap verstrekte diensten, een en ander zoals genoemd in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 2 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend.

Artikel 3 Maatstaf van heffing en tarieven

  • 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als volle eenheid aangemerkt.

Artikel 4. Wijze van heffing

De leges worden geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke nota. Het gevorderde bedrag wordt door toezending van de schriftelijke nota aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 5 Tijdstip ontstaan van de belastingschuld en betalingstermijn

  • 1. De leges zijn verschuldigd bij het aanvragen van een in deze verordening omschreven dienst.

  • 2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald binnen 30 dagen na dagtekening van de nota als bedoeld in artikel 4.

Artikel 6 Kwijtschelding

Bij de invordering van leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 7 Teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van leges terzake van een in de tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in de bij deze verordening behorende tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 8 Nadere regels door het dagelijks bestuur

Het dagelijks bestuur van het waterschap kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de leges.

Artikel 9 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

  • 2. De datum van ingang van heffing is 1 juli 2014.

Artikel 10 Overgangsbepaling

De 'Legesverordening waterschap Brabantse Delta 2010' vastgesteld bij besluit van het algemeen bestuur van 9 december 2009, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 9, tweede lid, genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 11 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: ’Legesverordening waterschap Brabantse Delta’.

TARIEVENTABEL

Tarieventabel behorende bij de Legesverordening waterschap Brabantse Delta

Hoofdstuk I

Watervergunning ingevolge hoofdstuk 3 van de Keur

1.1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een watervergunning voor handelingen in het watersysteem ingevolge hoofdstuk 3 van de Keur waterschap Brabantse Delta 2015, indien het totaal van de aanlegkosten, bouwkosten en sloopkosten meer dan € 25.000,- bedraagt: 4% van het totaal van de aanlegkosten, bouwkosten en sloopkosten.

1.2.

Onder aanlegkosten wordt in dit hoofdstuk verstaan [de aannemingssom, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk OF

het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet begrepen], of voor zover deze ontbreekt, een raming van de kosten die voortvloeien uit de aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het aanleggen) van de werken of de werkzaamheden, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheden geschieden de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van de werken of de werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen.

1.3.

Onder bouwkosten wordt in dit hoofdstuk verstaan [de aannemingssom, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk OF

het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet begrepen], of voor zover deze ontbreekt, een raming van de kosten die voortvloeien uit de aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheden geschieden de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen.

1.4.

Onder sloopkosten wordt in dit hoofdstuk verstaan het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het (bouw)werk te slopen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet begrepen, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de kosten die voortvloeien uit de aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het slopen) van de (bouw)werken, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien het slopen van de (bouw)werken geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheden geschieden de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het slopen van de (bouw)werken waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen.

1.5.

Tot de aanleg-,bouw- of sloopkosten wordt alleen het vergunningplichtige gedeelte van de werkzaamheden en/of handelingen waarop de aanvraag betrekking heeft gerekend.

Hoofdstuk II

Advieskosten

2.1.

De in hoofdstuk I genoemde bedragen worden verhoogd met het bedrag van de, voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag, aan de aanvrager medegedeelde externe advieskosten, blijkend uit oftewel een begroting die terzake door of vanwege het dagelijks bestuur is opgesteld, dan wel blijkend uit de opgaaf die de externe adviseur aan het dagelijks bestuur heeft gedaan.

Hoofdstuk III

Teruggaaf

3.1.

Indien een aanvraag tot het verkrijgen van een watervergunning vóór het verlenen van de watervergunning wordt ingetrokken of de aangevraagde watervergunning wordt niet verleend, bestaat aanspraak op teruggaaf van 50% van de geheven leges.

Algemene toelichting op de legesverordening waterschap Brabantse Delta

Deze toelichting bestaat uit twee delen, namelijk:

  • I.

    Artikelsgewijze toelichting

  • II.

    Toelichting op de tarieventabel

I. Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Belastbaar feit

Op grond van artikel 115 van de Waterschapswet kan het waterschap leges heffen voor verleende diensten. Voorbeelden van verleende diensten zijn het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een watervergunning of het verstrekken van een exemplaar van de begroting. In de bijbehorende tarieventabel zijn de diensten opgenomen waarvoor leges worden geheven.

Artikel 2 Belastingplicht

Uitgangspunt is dat de aanvrager van de dienst belastingplichtig is. De aanvrager zal in de meeste gevallen immers ook belanghebbende bij de dienst zijn. Er zijn echter situaties denkbaar waarin de aanvrager niet tevens als belanghebbende kan worden aangemerkt. Dit is bijvoorbeeld het geval indien een derde in opdracht en ten behoeve van een ander een dienst aanvraagt (bijvoorbeeld een commercieel adviesbureau of ingenieursbureau vraagt ten behoeve van een klant een watervergunning aan om werken in waterschapsgrond te mogen aanleggen). In deze gevallen is niet de aanvrager, maar degene ten behoeve van wie de dienst wordt aangevraagd, belastingplichtig. Door het opnemen van het woord ‘danwel' in de bepaling, wordt voorkomen dat met betrekking tot dezelfde dienst zowel de aanvrager als de belanghebbende bij de aanvraag belastingplichtig zijn.

Artikel 3 Maatstaf van heffing en tarieven

Ingevolge hetgeen bepaald is in artikel 111 Waterschapswet dient de belastingverordening onder andere de heffingsmaatstaf te vermelden. Aan dit vereiste is invulling gegeven in de bij de verordening behorende tarieventabel. In gevallen waarin het waterschap in het kader van een aanvraag externe advisering inwint, bestaat de behoefte deze advieskosten direct bij de aanvrager in rekening te brengen. Dit kan bereikt worden door middel van de zogenaamde ‘begrotingsconstructie', waarbij het waterschap de kosten van de externe dienstverlening begroot en aan belanghebbende mededeelt. Deze werkwijze is bevestigd in de jurisprudentie. De externe advieskosten worden bovenop de normaal verschuldigde leges aan de aanvrager in rekening gebracht.

Artikel 4 Wijze van heffing

In de belastingverordening moet worden aangegeven welke wijze van heffing wordt gehanteerd. De leges worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke nota.

Artikel 5 Betalingstermijn

De leges moeten worden betaald binnen 30 dagen na dagtekening van de legesnota.

Artikel 6 Kwijtschelding

Bij de invordering van leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 7 Teruggaaf

Deze bepaling ziet op het terugbetalen van een deel van de leges, indien een aanvraag wordt ingetrokken of een watervergunning niet wordt verleend. In de tarieventabel is opgenomen welk percentage van de leges in die situatie wordt terugbetaald. Als recht op teruggave van een deel van de leges bestaat, gebeurt dit automatisch door het waterschap. Hiervoor is geen afzonderlijk verzoek van de belastingplichtige nodig.

Artikel 8 Nadere regels door het dagelijks bestuur

De bevoegdheid tot het stellen van nadere regels vloeit rechtstreeks voort uit artikel 125a van de Waterschapswet.

Artikel 9 Inwerkingtreding

In dit artikel wordt geregeld wanneer de verordening in werking treedt, namelijk met ingang van de achtste dag na de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 juli 2014.

Artikel 10 Overgangsbepaling

In dit artikel wordt geregeld dat met ingang van de datum van de heffing (1 juli 2014) de ‘oude' legesverordening wordt ingetrokken. Als belastbare feiten zich voor die datum hebben voorgedaan (bijvoorbeeld 15 december 2013 is een vergunningsaanvraag ingediend), dan blijft de ‘oude' legesverordening van toepassing.

Artikel 11 Citeertitel

De citeertitel van deze legesverordening is: ‘Legesverordening waterschap Brabantse Delta'.

II Toelichting op de tarieventabel

Hoofdstuk I Watervergunning ingevolge de Keur

In hoofdstuk 4 van de Keur worden handelingen in het watersysteem aangegeven waarvoor een watervergunning nodig is. Hoofdstuk 4 van de Keur is gebaseerd op hoofdstuk 6 van de Waterwet ‘Handelingen in watersystemen’. Onder watersysteem wordt verstaan een samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen, ondersteunende kunstwerken en grondwaterlichamen. De term handelingen is een koepelbegrip voor handelingen en werkzaamheden in het watersysteem.

In hoofdstuk I van de tarieventabel staat dat voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een watervergunning voor handelingen in het watersysteem leges verschuldigd zijn.

Met de term ‘het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van’ wordt bereikt dat de materiële belastingschuld niet pas ontstaat op het moment dat de aangevraagde watervergunning daadwerkelijk wordt verleend, maar reeds ontstaat bij het in behandeling nemen van de betreffende aanvraag.

Geen leges watervergunning directe lozingen

Voor een aanvraag tot het verkrijgen van een watervergunning voor een directe lozing van stoffen op oppervlaktewater (voormalige Wvo-vergunning) ingevolge artikel 6.2 van de Waterwet worden geen leges in rekening gebracht. Er worden immers alleen leges geheven voor het in behandeling nemen van een watervergunning voor handelingen in het watersysteem ingevolge de Keur.

Overige artikelen hoofdstuk I

In artikel 1.2. is een definitie opgenomen van wat wordt verstaan onder bouwkosten. In deze bepaling is

ook opgenomen dat tot de bouwkosten alleen gerekend worden de kosten van bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft en niet de bouwkosten van overige bouwwerken die deel uitmaken van hetzelfde bouwproject, maar waarop de aanvraag geen betrekking heeft.

Hoofdstuk II Overige kosten watervergunning

In gevallen waarin het waterschap in het kader van een aanvraag externe advisering inwint, bestaat de behoefte deze advieskosten bij de aanvrager in rekening te brengen. Dit kan op grond van artikel 2.1. van de tarieventabel. Hierbij wordt gewerkt met een zogenaamde ‘begrotingsconstructie’, waarbij het waterschap de kosten van de externe dienstverlening begroot en aan belanghebbende mededeelt. Deze werkwijze is bevestigd in de jurisprudentie. De externe advieskosten worden bovenop de verschuldigde leges ingevolge hoofdstuk I van de tarieventabel aan de aanvrager in rekening gebracht.

Hoofdstuk III Teruggaaf

Indien een aanvraag tot het verkrijgen van een watervergunning vóór het verlenen van de watervergunning wordt ingetrokken of de gevraagde watervergunning wordt niet verleend, bestaat recht op teruggaaf van 50% van de geheven leges.

Voor geheven leges inzake advieskosten (hoofdstuk II van de tarieventabel) wordt geen teruggaaf verleend.