Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR32988
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR32988/2
Verordening Burgerinitiatief Maastricht
Geldend van 06-03-2014 t/m heden
Intitulé
Verordening Burgerinitiatief MaastrichtArtikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder:
algemeen burgerinitiatiefvoorstel: een voorstel van een initiatiefgerechtigde om een gemeentebreed onderwerp op de agenda van de vergadering van de raad te plaatsen;
buurtgericht burgerinitiatiefvoorstel: een voorstel van een initiatiefgerechtigde om een buurtgericht onderwerp op de agenda van de vergadering van de raad te plaatsen;
burgerinitiatiefvoorstel: zowel een algemeen burgerinitiatiefvoorstel als een buurtgericht burgerinitiatiefvoorstel.
Artikel 2
De raad plaatst een burgerinitiatief op de agenda van zijn vergadering, indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een geldig verzoek is ingediend.
Ongeldig is het verzoek dat:
- a.
bij een algemeen burgerinitiatief niet door ten minste 300 initiatiefgerechtigden wordt ondersteund en bij een buurtgericht burgerinitiatief niet door tenminste 100 initiatiefgerechtigden wordt ondersteund;
- b.
een onderwerp als bedoeld in artikel 4 bevat, of
- c.
niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 5.
Artikel 3
- 1.
Initiatiefgerechtigd zijn degenen die kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad, alsmede ingezetenen van de gemeente van zestien jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de leden van de gemeenteraad.
- 2.
Bij een buurtgericht burgerinitiatiefvoorstel dienen de initiatiefgerechtigden woonachtig te zijn in de buurt of wijk waar het voorstel betrekking op heeft.
- 3.
Voor de beoordeling of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigdheid is voldaan, is de toestand op de dag van indiening van het verzoek bepalend.
Artikel 4
Een burgerinitiatief houdt niet in:
- a.
een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad;
- b.
een vraag over het gemeentelijk beleid;
- c.
een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het gemeentebestuur;
- d.
een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur, of probeert te voorkomen dat het burgerinitiatief andere procedures zoals de bezwaar- of de klachtprocedure doorkruist.
- e.
onderwerpen die expliciet nadeel of schade opleveren voor specifieke bewonersgroepen.
Artikel 5
-
1. Het verzoek ter plaatsing van een burgerinitiatief op de agenda van de vergadering van de raad wordt schriftelijk ingediend bij de burgemeester.
-
2. Het verzoek bevat ten minste:
- a.
een nauwkeurige omschrijving van het burgerinitiatief;
- b.
een toelichting op het burgerinitiatief;
- c.
de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening van de verzoeker en zijn plaatsvervanger, en
- d.
een lijst met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata en handtekeningen van de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen en/of een digitale uitdraai met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata van de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen via het digitale loket van de gemeente Maastricht en ondertekend hebben door middel van DigiD.
- a.
-
3. Voor de indiening van het verzoek wordt gebruik gemaakt van het in bijlage 1 en 2 van deze verordening opgenomen model.
Artikel 6
-
1. De raad beslist in de eerstvolgende vergadering na de datum van indiening van het verzoek of het burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de vergadering van de raad wordt geplaatst, met dien verstande dat ten minste twee weken is gelegen tussen de dag van indiening van het verzoek en de dag van de vergadering, waarin de raad over het verzoek beslist.
-
2. Indien de raad het verzoek afwijst wegens strijd met artikel 4, onder a, kan de raad het voorstel eventueel met een advies van de commissie doorzenden aan burgemeester en wethouders.
-
Het college of de burgemeester zal een dergelijk onderwerp of voorstel behandelen als ware het een burgerinitiatief
-
3. Indien de raad het verzoek toewijst, dan agendeert hij het burgerinitiatiefvoorstel voor de eerstvolgende vergadering van de raad.
-
4. De burgemeester nodigt de verzoeker schriftelijk uit voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd. De verzoeker of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel mondeling nader toe te lichten.
-
5. Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel een besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in De Maaspost, dan wel op een andere geschikte wijze.
-
6. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan verzoeker.
Artikel 7
De burgemeester brengt over elk jaar een verslag uit over de werking van het recht van burgerinitiatief in de praktijk.
Artikel 8
De “Verordening Burgerinitiatief Maastricht” treedt in werking zes weken na die van de bekendmaking van het besluit.
TOELICHTING BEPALINGEN BURGERINITIATIEF
Artikel 1
Sinds de invoering van het dualisme bestaat binnen de wet de mogelijkheid om burgers de mogelijkheid te bieden tot het indienen van een burgerinitiatiefvoorstel. Daartoe bestaan twee mogelijkheden:
- a.
het indienen van een concreet voorstel van een initiatiefgerechtigde ter plaatsing op de agenda van de vergadering van de raad;
- b.
het indienen van een voorstel van een initiatiefgerechtigde om een onderwerp op de agenda van de vergadering van de raad te plaatsen.
In deze verordening is gekozen voor mogelijkheid b, omdat dit een ruimer alternatief is: burgers hebben aldus de mogelijkheid om een onderwerp aan de raad aan te dragen, met daarbij de vrijheid al dan niet een concreet voorstel bij te voegen.
Daarnaast moet de nieuwe verordening zowel de mogelijkheid bieden om gemeentebrede onderwerpen op de agenda te plaatsen als buurt- en wijkgerichte onderwerpen. Wanneer gemeentebrede onderwerpen ondersteund moeten worden door minimaal 300 burgers en buurt- en wijkgerichte onderwerpen door slechts 100 burgers, dient er een duidelijk onderscheid te zijn tussen “gemeentebreed” en “buurt- en wijkgericht”.
Van buurt- en wijkgerichte onderwerpen is dan sprake wanneer deze alleen betrekking hebben op, dan wel van belang zijn voor één, hooguit twee buurten of wijken. Voorbeelden hiervan zijn onderwerpen betreffende speelvoorziening, groenvoorziening of parkeervoorziening in een bepaalde buurt of wijk.
Alle onderwerpen die niet buurt- of wijkgericht zijn, vallen dan onder de categorie gemeentebrede onderwerpen. Voorbeelden hiervan zijn onderwerpen met betrekking tot nieuwe planontwikkelingen, winkelcentra, culturele voorzieningen e.d. Hierbij is het zeer wel mogelijk dat een bepaalde buurt- of wijk hiervan meer last of juist profijt heeft, echter dit wil niet zeggen dat het onderwerp alleen ten behoeve van die buurt of wijk is.
Artikel 2
Uit dit artikel volgt dat de gemeenteraad een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van een raadsvergadering moet plaatsen, indien er sprake is van een geldig verzoek, ingediend door een initiatiefgerechtigde. De gemeenteraad zal zich dus in ieder geval moeten uitspreken over het burgerinitiatiefvoorstel. Van een geldig verzoek is sprake als
- a.
het verzoek door ten minste een bepaald aantal initiatiefgerechtigden wordt ondersteund,
- b.
het onderwerp van het burgerinitiatiefvoorstel niet in artikel 4 is uitgezonderd en
- c.
aan de in artikel 5 gestelde procedurele voorwaarden wordt voldaan. In artikel 3 (zie hierna) wordt nader omschreven, wanneer een persoon initiatiefgerechtigd is.
Over het vereiste dat het verzoek door ten minste een bepaald aantal initiatiefgerechtigden wordt ondersteund, kan het volgende worden opgemerkt. Het burgerinitiatief biedt burgers de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op de agenda van de gemeenteraad. Het is daarom een inbreuk op het uitgangspunt dat de raad zijn eigen agenda vaststelt. Dit is alleen gerechtvaardigd als het burgerinitiatiefvoorstel ook daadwerkelijk door een bepaald gedeelte van de bevolking wordt gedragen. De hoogte van de benodigde steun kan bijvoorbeeld worden ontleend aan de drempels die in het voorstel voor de Tijdelijke referendumwet worden gehanteerd bij het inleidend verzoek voor een raadgevend correctief referendum (artikel 4, tweede lid).
Dit zou per categorie van gemeenten als drempel de volgende percentages van het totaal aantal kiesgerechtigden voor de gemeenteraad opleveren:
- 1.
< 20.001 kiesgerechtigden: 1% van de kiesgerechtigden, met een minimumdrempel van 50 en een maximumdrempel van 125 kiesgerechtigden;
- 2.
20.001 – 40.000 kiesgerechtigden: 0,7% van de kiesgerechtigden, met een maximumdrempel van 200 kiesgerechtigden;
- 3.
40.001 – 100.000 kiesgerechtigden: 0,5% van de kiesgerechtigden, met een maximumdrempel van 300 kiesgerechtigden.
- 4.
> 100.000 kiesgerechtigden: 0,33 % van de kiesgerechtigden.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2002 telde de gemeente Maastricht ruim 98.000 kiesgerechtigden, hetgeen betekent dat in deze categorie 3 van toepassing is. Het absoluut minimum aantal initiatiefgerechtigden die een algemeen burgerinitiatiefvoorstel aangaande de stad Maastricht dienen te steunen, is daarmee vastgesteld op 300.
Het is niet redelijk dat onderwerpen die alleen betrekking hebben op één of hooguit twee buurten/wijken ondersteund moeten worden door 300 burgers. In deze verordening wordt bij een buurtgericht burgerinitiatiefvoorstel het minimaal aantal initiatiefgerechtigden gesteld op 100.
Hiermee is voldoende gewaarborgd dat het onderwerp voldoende draagkracht in de buurt heeft.
Artikel 3
Het ligt voor de hand het initiatiefrecht toe te kennen aan kiesgerechtigden voor de gemeenteraadsverkiezingen, vanuit de gedachte dat het burgerinitiatief een instrument is om burgers bij de besluitvorming van de raad te betrekken en die te beïnvloeden. Wie kiesgerechtigd is, is vastgelegd in artikel B 3 van de Kieswet. Tevens dienen jongeren, als gevolg van het Besluit om een Jongerenraad in Maastricht aan te stellen, via het recht op burgerinitiatief, betrokken te worden bij de gemeentelijke politiek.
Voor het buurtgerichte burgerinitiatiefvoorstel wordt nog de eis gesteld dat de initiatiefgerechtigden ook in de buurt of wijk moeten wonen waar het voorstel betrekking op heeft. Dit is om ook echt draagkracht vanuit de buurt te creëren en te voorkomen dat alleen maar vrienden, familie of bekenden worden ingeschakeld die geen belang in de betreffende buurt of wijk hebben.
Voor de toetsing of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigdheid is voldaan, lijkt het moment van indiening van het verzoek aangewezen. Het verzoek vindt immers formeel op dit moment plaats. Om te kunnen onderzoeken of op dat moment wordt voldaan aan de vereisten, zijn verschillende gegevens nodig. Welke dat zijn wordt geregeld in artikel 5.
Artikel 4
De beperkingen die dit artikel stelt aan de inhoud van een burgerinitiatiefvoorstel vloeien vooral voort uit doelmatigheidsoverwegingen. Het is bijvoorbeeld weinig efficiënt om de raad te belasten met de beraadslaging over een onderwerp waarover de raad uiteindelijk geen beslissende bevoegdheid heeft. Een ander argument voor deze uitzondering is, dat de afstand tussen burger en bestuur alleen maar zou worden vergroot als de burger na het doorlopen van de burgerinitiatiefprocedure te horen krijgt,dat de raad niets met het burgerinitiatiefvoorstel kan doen, omdat hij er niet over gaat.
Een vraag over gemeentelijk beleid kan ook geen onderwerp van een burgerinitiatief zijn. Voor dit soort vragen staan de burger andere wegen open, zoals het spreekrecht in een commissievergadering.
Artikel 4 lid d probeert te voorkomen dat het burgerinitiatief andere procedures zoals de bezwaar- of de klachtprocedure doorkruist. Met het oog hierop heeft de raad bepaald dat het burgerinitiatief voorstel geen bezwaar tegen een genomen besluit of een klacht over een gedraging van het gemeentebestuur kan inhouden. Hiervoor heeft de burger andere wegen.
Tenslotte mag het evident zijn dat een burgerinitiatiefvoorstel geen nadeel of schade mag opleveren voor (andere) specifieke bewonersgroepen.
Artikel 5
Het ligt voor de hand om het burgerinitiatiefvoorstel bij de voorzitter van de raad te laten indienen.
Aan het verzoek dient een aantal minimumvereisten gesteld te worden. Het is uit praktische overwegingen zoals uniformiteit, overzichtelijkheid en duidelijkheid raadzaam indiening van een burgerinitiatiefvoorstel plaats te laten vinden door middel van een standaardformulier voor burgerinitiatieven. Op dit formulier zal de verzoeker naast het voorstel plus toelichting, in ieder geval zijn personalia en die van zijn plaatsvervanger moeten aangeven. Ook de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen zullen uiteraard vermeld moeten worden. Om fraude met namen te voorkomen kan naar personalia gevraagd worden als adressen en geboortedata. Met name dat laatste gegeven kan niet aan openbare bronnen als telefoonboeken worden ontleend. Op grond van deze gegevens kan de gemeente onderzoeken of het verz oek de steun van voldoende daartoe gerechtigde personen heeft. Voorbeeld van dergelijke formulieren zijn opgenomen in bijlage 1 en 2.
Artikel 6
De burger moet erop kunnen vertrouwen dat de raad zijn voorstel spoedig toetst aan de vereisten en een besluit neemt over de behandeling. Hierin voorziet het eerste lid. Het gaat erom een termijn te kiezen die niet te lang is, maar ook niet zo kort dat ze onvoldoende is om het voorstel te kunnen controleren. Verzoeken waarover de raad niet bevoegd is, kan de raad doorzenden naar het college.
Dat zal met name gebeuren als het college wel bevoegd is Een burgerinitiatief dat wordt doorgestuurd naar college of burgemeester als portefeuillehouder, is geen burgerinitiatief meer volgens de definitie van artikel 1 van de verordening. De toevoeging “Het college of de burgemeester zal een dergelijk onderwerp of voorstel behandelen als ware het een burgerinitiatief” is bedoeld om te voorkomen dat college of burgemeester een initiatief om die reden terzijde kan schuiven.
Met het vierde tot en met zesde lid worden vooral waarborgen gecreëerd voor transparantie bij de afhandeling van een burgerinitiatiefvoorstel door de raad.
Er dienen vrij strakke procedurele regels opgesteld te worden voor de indiening en behandeling van burgerinitiatieven. Deze regels dienen er vooral op gericht te zijn duidelijkheid te verschaffen over de interne werkwijze en waarborgen te creëren voor de initiatiefnemers dat de behandeling van een ingediend initiatiefvoorstel correct plaatsvindt. In de externe communicatie dient de nadruk te liggen op het onder de aandacht brengen van de spelregels op hoofdlijnen.
Op grond van het zesde lid wordt de verzoeker altijd schriftelijk meegedeeld wat er met het ingediende voorstel gebeurt. Dat kan dus een mededeling dat het verzoek wordt afgewezen of een inhoudelijk besluit zijn. Wordt het verzoek tot plaatsing van het burgerinitiatiefvoorstel door de raad afgewezen, dan is er sprake van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar en beroep bij de rechter openstaan. Besluit de raad het burgerinitiatiefvoorstel te agenderen, dan is er sprake van een voorbereidingsbeslissing die niet vatbaar is voor bezwaar of beroep (artikel 6:3 Awb). Afhankelijk van de inhoud van de beslissing op het initiatiefvoorstel zelf, zal er sprake zijn van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht die vatbaar is voor bezwaar en beroep. Zo zal bijvoorbeeld bezwaar en beroep openstaan indien de raad naar aanleiding van het burgerinitiatiefvoorstel besluit een subsidie toe te kennen voor een bepaald project. Een ander voorbeeld is het besluit om een verordening op bepaalde punten aan te passen.
Tegen een dergelijk besluit staan geen bezwaar en beroep bij de rechter open (artikel 8:2 Awb).
Artikel 7
In het kader van het dualisme is de burgemeester verplicht een burgerjaarverslag op te stellen. De burgemeester kan er voor kiezen het verslag over het burgerinitiatief hierin op te nemen.
Daarbij valt te denken aan getalsmatige gegevens (aantal ingediende, aantal toegewezen en aantal afgewezen burgerinitiatiefvoorstellen), alsmede aan een beknopt overzicht van de inhoud van die voorstellen, de besluiten van de raad daarop en de motivatie op grond waarvan de raad tot deze besluiten is gekomen.
Artikel 8
De Verordening Burgerinitiatief gemeente Maastricht is referendabel. Dit betekent dat de verordening pas in werking kan treden zes weken na bekendmaking van het besluit.
Bijlage 1 Verzoek burgerinitiatief
Ondergetekende verzoekt hierbij het volgende voorstel/onderwerp op de agenda van de gemeenteraad te
plaatsen:
..........................................................................................................................................................................
.............................................................................................................................
...................................................................................................................................................
Toelichting op voorstel/onderwerp:
..........................................................................
...................................................................................................................................................
...................................................................................................................................................
...................................................................................................................................................
Naam:. ...................................................................
Eerste voornaam en verdere voorletters: .................................
Geboortedatum:............................................................
Adres:.............................................................................................................................................
Postcode: ..............Woonplaats:......................................
Handtekening:
Plaatsvervanger:
Naam:. ...................................................................
Eerste voornaam en verdere voorletters: .................................
Geboortedatum:............................................................
Adres:.............................................................................................................................................
Postcode: ..............Woonplaats:......................................
Handtekening:
Het verzoek gaat vergezeld van een lijst met de namen, adressen, geboortedata en handtekeningen van
.............. initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen.
Toelichting voor de verzoeker
Iedereen die kiesgerechtigd is voor de verkiezing van de gemeenteraad [en inwoners van de gemeente van zestien en zeventien jaar die vanaf hun achttiende jaar aan de gemeenteraadsverkiezingen zullen mogen deelnemen als ze dan nog in de gemeente wonen], kan [kunnen] een verzoek doen om een voorstel/onderwerp op de agenda van de raadsvergadering te plaatsen. Zij zijn initiatiefgerechtigd. Bij een buurtgericht burgerinitiatiefvoorstel moeten de initiatiefgerechtigden bovendien woonachtig zijn in de buurt of wijk waar het voorstel betrekking op heeft! Het algemeen burgerinitiatief moet worden ondersteund door ten minste 300 initiatiefgerechtigden. Het buurtgericht burgerinitiatiefvoorstel moet worden ondersteund door tenminste 100 initiatiefgerechtigden. Hiervoor is een formulier vastgesteld. Het op het formulier voor het verzoek opgenomen voorstel wordt in dezelfde bewoordingen opgenomen boven aan het formulier met ondersteuningsverklaringen. Het burgerinitiatiefvoorstel mag niet inhouden:
- a.
een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad;
- b.
een vraag over het gemeentelijk beleid;
- c.
een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het gemeentebestuur;
- d.
een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur, of
- e.
een onderwerp waarover tijdens de raadsperiode waarin indiening van het burgerinitiatief plaatsvindt, door de raad een besluit is genomen;
- f.
onderwerpen die expliciet nadeel of schade opleveren voor specifieke bewonersgroepen.
Bijlage 2 Ondersteuningsverklaringen burgerinitiatiefvoorstel
Ondergetekenden verklaren hierbij het verzoek tot het plaatsen van het volgende onderwerp/voorstel op de
agenda van de gemeenteraad te ondersteunen:
..........................................................................................................................................................................
..........................................................................................................................................................................
..........................................................................................................................................................................
..........................................................................................................................................................................
..........................................................................................................................................................................
.................................
Naam, eerste
voornaam en
voorletters
Adres Geboortedatum Handtekening
enz.
Toelichting
Boven aan de lijst dient het voorstel/onderwerp van het burgerinitiatief dat wordt ondersteund te worden opgenomen in dezelfde bewoordingen als op het verzoek tot indiening van een initiatiefvoorstel. Indien meer dan één vel nodig is voor gegevens van ondersteuners van het burgerinitiatief dient boven aan elk vel het voorstel/onderwerp te worden herhaald in dezelfde bewoordingen. Bevoegd tot ondersteuning van een burgerinitiatief zijn degenen die kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de gemeenteraad (en inwoners van de gemeente van zestien en zeventien jaar die vanaf hun achttiende jaar aan de gemeenteraadsverkiezingen zullen mogen deelnemen als ze dan nog in de gemeente wonen). Bij een buurtgericht burgerinitiatiefvoorstel moeten de initiatiefgerechtigden bovendien woonachtig zijn in de buurt of wijk waar het voorstel betrekking op heeft!
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl