Verordening rekenkamercommissie gemeente Oisterwijk 2014

Geldend van 14-04-2014 t/m heden

Intitulé

Verordening rekenkamercommissie gemeente Oisterwijk 2014

Raadsbesluit

De raad van de gemeente Oisterwijk,

gelezen het voorstel van het griffie d.d. 13 maart 2014,

raadsvoorstel nr. 14/23;

gelet op artikel 81oa Gemeentewet,

besluit :

de Verordening rekenkamercommissie gemeente Oisterwijk 2014 vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de Verordening rekenkamercommissie gemeente Oisterwijk 2009:

Verordening rekenkamercommissie gemeente Oisterwijk 2014

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • A.

    rekenkamercommissie: de commissie die is ingesteld bij besluit van de gemeenteraad en die ten doel heeft om door middel van beleidsevaluaties en doelmatigheidsonderzoeken een bijdrage te leveren aan de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van het beoogde beleid, alsmede de doelmatige voorbereiding en uitvoering daarvan;

  • B.

    Doelmatigheid of efficiency: het streven om met een zo beperkt mogelijke inzet van de beschikbare middelen het gewenste resultaat te bereiken;

  • C.

    Doeltreffendheid of effectiviteit: de mate waarin een organisatie erin slaagt met de geleverde prestaties de gestelde doelen of de gewenste maatschappelijke effecten te bereiken.

  • D.

    lid: een lid van de rekenkamercommissie dat op basis van artikel 2.2, eerste lid door de raad van buiten de kring van zijn leden is aangewezen.

Paragraaf 2

Taak, samenstelling en lidmaatschap van de rekenkamercommissie

Artikel 2.1 Taak van de rekenkamercommissie
  • 1.

    Er is een gemeentelijke rekenkamercommissie.

  • 2.

    De rekenkamercommissie voert onderzoek uit naar de (maatschappelijke) effecten van het gemeentelijk beleid en naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijke beleid, van het gemeentelijke beheer en van de gemeentelijke organisatie, naar de rechtmatigheid van het gemeentelijk beheer.

Artikel 2.2 Samenstelling rekenkamercommissie
  • 1.

    De rekenkamercommissie bestaat uit drie leden die de raad van buiten de kring van zijn leden aanwijst op voordracht van het presidium voor een periode van vier jaar; deze leden kunnen door de raad op voordracht van de rekenkamercommissie een keer worden herbenoemd voor een gelijke periode. Hier dient een evaluatie over de afgelopen periode aan vooraf te gaan.

  • 2.

    Voor de leden zoals bedoeld in het vorige lid is art 81g van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het woord rekenkamer wordt vervangen door rekenkamercommissie.

  • 3.

    De rekenkamercommissie wijst uit haar leden een voorzitter aan. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de vergaderingen van de rekenkamercommissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitvoering van de onderzoeksopzet en de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming, het contact onderhouden met de gemeenteraad, ambtelijke organisatie en naburige rekenkamers. Hij voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met het secretariaat.

Artikel 2.3 Besluitvorming in de rekenkamercommissie
  • 1.

    In vergaderingen van de rekenkamercommissie wordt besloten bij unanimiteit.

  • 2.

    Besluiten kunnen niet worden genomen tenzij een meerderheid van de leden van de rekenkamercommissie ter vergadering aanwezig is.

Artikel 2.4 Einde van het lidmaatschap
  • 1.

    Het lidmaatschap van een lid eindigt:

    • A.

      op eigen verzoek;

    • B.

      bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamercommissie volgens art 81f;

    • C.

      wanneer het bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

    • D.

      indien het bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld.

  • 3.

    De leden van de rekenkamercommissie kunnen door de raad worden ontslagen wanneer zij door ziekte, gebreken of ongeschiktheid niet in staat zijn hun functie naar behoren te vervullen.

Artikel 2.5 Verboden betrekkingen en verboden handelingen
  • 1.

    Het is de leden van de rekenkamercommissie verboden de handelingen te verrichten als bedoeld in artikel 15 van de Gemeentewet. De raad kan, gehoord de rekenkamercommissie, een lid van de rekenkamercommissie dat heeft gehandeld in strijd met dit verbod, van zijn functie ontslaan.

  • 2.

    Leden overleggen aan de raad jaarlijks een lijst met daarin opgenomen de nevenfuncties die zij op dat moment vervullen.

Artikel 2.6 Vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de rekenkamercommissie
  • 1.

    De leden van de rekenkamercommissie ontvangen een door de raad vast te stellen vergoeding voor hun werkzaamheden.

  • 2.

    De vergoedingen als bedoeld in het eerste lid komen ten laste van het budget van de rekenkamercommissie als bedoeld in artikel 5.

Paragraaf 3

De werkwijze van de rekenkamercommissie

Artikel 3.1 Reglement van orde

De rekenkamercommissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na de vaststelling onverwijld ter kennisneming naar de gemeenteraad.

Artikel 3.2 Onderwerpselectie en opdrachtverlening
  • 1.

    De rekenkamercommissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast.

  • 2.

    De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de rekenkamercommissie ter kennisneming aan de raad verstuurd.

  • 3.

    De raad kan de rekenkamercommissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De rekenkamercommissie bericht de raad binnen een maand in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan.

Artikel 3.3 Criteria voor onderzoeken
  • 1.

    De volgende criteria dienen door de rekenkamercommissie te worden gehanteerd bij de selectie van de te onderzoeken onderwerpen:

    • a.

      Het moet betrekking hebben op de doelmatigheid, doeltreffendheid of rechtmatigheid van het beleid

    • b.

      Er moet sprake zijn van een substantieel belang

    • c.

      Het moet door de gemeente te beïnvloeden beleid betreffen

    • d.

      Er moet sprake zijn van enige evenwichtige spreiding over de gemeentelijke beleidsterreinen in de opvolgende onderzoeken

    • e.

      De resultaten moeten communiceerbaar zijn naar de bevolking

  • 2.

    De rekenkamercommissie beargumenteert de te onderzoeken onderwerpen op basis van deze criteria.

Artikel 3.4 Uitvoering van het onderzoek en rapportage
  • 1.

    De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet.

  • 2.

    De rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren.

  • 3.

    De rekenkamercommissie is bevoegd van alle leden van het gemeentebestuur en van alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de uitvoering van het onderzoek. De rekenkamercommissie kan de bevoegdheid tot het inwinnen van inlichtingen mandateren aan de secretaris en de overige medewerkers die haar bij de uitvoering van haar taak terzijde staan. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de rekenkamercommissie gestelde termijn te verstrekken.

  • 4.

    De rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. De leden van de rekenkamercommissie en degenen die ten behoeve van de rekenkamercommissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid van lid, respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen. Artikel 185 van de Gemeentewet is volgens artikel 81oa van overeenkomstige toepassing.

  • 5.

    De rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.

  • 6.

    De rekenkamercommissie stelt betrokkenen ambtenaren in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het feitenonderzoek aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) onderwerp van onderzoek is of is geweest. De rekenkamercommissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt.

  • 7.

    De rekenkamercommissie stelt het bestuur in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken bedraagt, zijn zienswijze op het onderzoek en de nota aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken.

  • 8.

    Na de ambtelijke hoor en wederhoor ten aanzien van de feiten (zie lid 6) en na het bestuurlijk hoor en wederhoor (zie lid 7) formuleert de rekenkamercommissie haar conclusies en aanbevelingen.

  • 9.

    Na vaststelling door de rekenkamercommissie wordt het onderzoeksrapport met conclusies en aanbevelingen zo spoedig mogelijk aan de raad aangeboden. Hierbij worden de ambtelijke en bestuurlijke reacties gevoegd. De raad bespreekt de onderzoeksresultaten op basis van het rapport en de conclusies en aanbevelingen.

Paragraaf 4

De ondersteuning van de rekenkamercommissie

Artikel 4.1 Ambtelijk secretaris
  • 1.

    De griffier benoemt een ambtelijk secretaris in overleg met de rekenkamercommissie.

  • 2.

    De secretaris staat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar taak terzijde.

  • 3.

    De secretaris legt met betrekking tot de wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht rechtstreeks verantwoording af aan de rekenkamercommissie.

  • 4.

    De secretaris is rechtspositioneel ondergebracht bij de griffie.

  • 5.

    De ambtelijk secretaris kan gebruik maken van de secretariële ondersteuning van de griffie.

  • 6.

    De griffier kan op advies van de rekenkamercommissie overgaan tot schorsing dan wel ontslag van de ambtelijk secretaris voor wat betreft zijn werkzaamheden voor de rekenkamercommissie.

Artikel 4.2 Onderzoeksmedewerkers
  • 1.

    De rekenkamercommissie kan de raad ten laste van het budget als bedoeld in artikel 5 adviseren (tijdelijk) onderzoeksmedewerkers aan te stellen.

  • 2.

    Onderzoeksmedewerkers kunnen, indien de rekenkamercommissie hen daartoe de bevoegdheid toekent, alle informatie verzamelen die de rekenkamercommissie in het belang van het onderzoek nodig acht; zij hebben een geheimhoudingsplicht met betrekking tot die informatie en zijn alleen verantwoording verschuldigd aan de rekenkamercommissie.

  • 3.

    De rekenkamercommissie is tevens bevoegd ten laste van het budget als bedoeld in artikel 5 externe deskundigen in te schakelen. Het hiervoor in lid 2 gestelde is op de externe deskundigen dienovereenkomstig van toepassing.

Paragraaf 5

De kosten van de rekenkamercommissie

Artikel 5 Budget
  • 1.

    De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.

  • 2.

    Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van:

    • A.

      de vergoedingen die krachtens artikel 2.6 zijn toegekend aan de leden van de rekenkamercommissie;

    • B.

      de vergoedingen aan onderzoeksmedewerkers;

    • C.

      de vergoedingen aan externe deskundigen die mogelijk door de rekenkamercommissie zijn ingeschakeld en

    • D.

      de mogelijke overige uitgaven die de rekenkamercommissie nodig oordeelt voor de uitvoering van haar taak.

  • 3.

    De rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad.

Paragraaf 6

Slotbepalingen

Artikel 6.1 Citeertitel; inwerkingtreding
  • 1.

    Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening rekenkamercommissie gemeente Oisterwijk 2014’.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de dag van bekendmaking onder gelijktijdige intrekking van de Verordening rekenkamercommissie gemeente Oisterwijk 2009.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Oisterwijk op
27 maart 2014
de griffier, de voorzitter,
Nelleke van Wijk Henk Willems