Verordening op de heffing en invordering van rechten voor het innemen van standplaatsen 2014

Geldend van 01-01-2014 t/m 31-12-2014

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van rechten voor het innemen van standplaatsen 2014

DE RAAD VAN DE GEMEENTE CRANENDONCK

Gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Cranendonck d.d. 8 oktober 2013

Gelet op artikel 229 eerste lid, aanhef en onderdeel a van de Gemeentewet

B E S L U I T

vast te stellen de:

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RECHTEN VOOR HET INNEMEN VAN STANDPLAATSEN2014

Artikel 1 Belastbaar feit

Ter zake van het houden van een standplaats voor verkoop van eet- of koopwaren of tot het aanbieden of verrichten van diensten op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, anders dan voor een eigen winkel of anders dan als bedoeld in de Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden, wordt onder de naam van standplaatsgeld een recht geheven overeenkomstig de navolgende bepalingen.

Artikel 2 Belastingplicht

Het recht wordt geheven van de standplaatshouder. Als standplaatshouder wordt beschouwd een ieder aan wie door het bevoegde gezag vergunning is verleend een standplaats in te nemen.

Artikel 3 Heffingsgrondslag

Voor de heffingsgrondslag voor de berekening van het recht wordt onderscheid gemaakt in vaste standplaatsen en dagplaatsen.

Artikel 4 Tarief

Het standplaatsgeld bedraagt:

  • 1.

    Voor vaste standplaatsen per kalenderkwartaal

    • a.

      Voor een dag per week € 111,85

    • b.

      Voor meer dan een dag per week € 236,20

  • 2.

    Voor dagplaatsen

    • a.

      Voor een dag per week € 8,85

    • b.

      Voor meer dan een dag per week € 17,75

  • 3.

    Een gedeelte van een dag wordt voor een volle dag gerekend.

Artikel 5 Aanvang en einde van de belastingplicht

  • 1. Indien de belastingplicht voor een vaste standplaats in de loop van een kalenderkwartaal aanvangt, is voor het lopende kalenderkwartaal het tarief gelijk aan het tarief voor dagplaatsen, berekend over zoveel dagen als er in het kalenderkwartaal nog standplaats kan worden ingenomen, met dien verstande dat niet meer wordt berekend dan het voor een kalenderkwartaal geldende bedrag.

  • 2. Indien de belastingplicht voor een vaste standplaats in de loop van een kalenderkwartaal eindigt, wordt voor dat kwartaal ontheffing verleend over zoveel derde gedeelten van de op grond van artikel 4, lid 1, berekende bedragen, als na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht in het kalenderkwartaal nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3. Indien een dagplaats niet wordt ingenomen, wordt geen ontheffing verleend.

Artikel 6 Wijze van heffing

Het recht wordt geheven door middel van een gedagtekende nota.

Artikel 7 Tijdstip van betaling

De rechten voor vaste standplaatsen en dagplaatsen moeten worden betaald binnen een maand na de dagtekening van de nota.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de rechten voor het innemen van standplaatsen wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten.

Artikel 10 Overgangsrecht

De "Verordening op de heffing en de invordering van rechten voor het innemen van standplaatsen 2013" van 6 november 2012, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 11 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als:”Verordening standplaatsrecht 2014”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Cranendonck
in de openbare vergadering d.d. 5 november 2013.
DE RAAD VOORNOEMD,
De griffier,
mr. P.J.F. Bemelmans
De voorzitter,
mr. M.M.D. Vermue-Vermue