LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, ter uitvoering van de artikelen 12, 13a, tweede lid, en 13c, eerste, tweede en derde lid, van de Visserijlandsverordening

Geldend van 10-10-2010 t/m heden

Intitulé

Landsbesluit visserij op volle zee

§ 1

Algemene bepalingen

§ 1.1 Definities en uitgangspunten
Artikel 1

In dit landsbesluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    landsverordening: Visserijlandsverordening;

  • b.

    Commissie: Commissie Internationale Visserij, bedoeld in artikel 13a, tweede lid, van de Landsverordening;

  • c.

    doelsoort: de soort van maritiem leven voor het vangen waarvan een vergunning is vereist;

  • d.

    beheersorganisatie: internationale organisatie opgericht voor het behoud en het beheer van visbestanden in het zeegebied waarin wordt of zal worden gevist.

Artikel 2

De bepalingen gegeven bij of krachtens dit landsbesluit gelden onverminderd de bepalingen gegeven bij of krachtens de Warenlandsverordening en het Vissersvaartuigenbesluit 2002.

Artikel 3
  • 1. Op eenieder die direct of indirect betrokken is bij de internationale visserij vanaf Sint Maartense vissersvaartuigen, rust de zorgplicht voor een duurzaam gebruik van beschikbare visbestanden.

  • 2. Deze zorgplicht houdt in elk geval in dat:

    • a.

      de beheersmaatregelen zoals vastgesteld door een beheersorganisatie worden nageleefd;

    • b.

      besluiten worden genomen op basis van het meest degelijke wetenschappelijke onderzoek dat beschikbaar is;

    • c.

      geen besluiten worden genomen die een negatief effect kunnen hebben op het ecosysteem waarin de doelsoort of aanverwante soorten leeft;

    • d.

      statistische informatie wordt verzameld over de vangsten en bijvangsten;

    • e.

      de ontwikkeling en het gebruik van vistuig dat bijvangsten beperkt en milieuvriendelijk is, wordt ondersteund en voor zover mogelijk gestimuleerd;

    • f.

      het vissen, de opslag en de verwerking van de vangst op zodanige wijze geschiedt dat de voedingswaarde en kwaliteit van het visproduct worden behouden, afval zoveel mogelijk wordt beperkt en geen schade aan het milieu wordt toegebracht.

Artikel 4

De afdeling Economie, Vervoer en Telecommunicatie of een andere door de minister aan te wijzen afdeling in de zin van de Landsverordening inrichting en organisatie landsoverheid is het meldpunt voor het melden van mogelijke overtredingen door Sint Maartense vissersvaartuigen van de voorschriften die gelden in een zeegebied zoals vastgesteld door de beheersorganisatie. De aanwijzing geschiedt in overeenstemming met de minister onder wie de desbetreffende dienst ressorteert.

§ 1.2

Commissie Internationale Visserij

§ 1.2.1

Samenstelling en taken

Artikel 5
  • 1. De Commissie Internationale Visserij bestaat uit de volgende leden:

    • -

      het hoofd van de afdeling Economie, Vervoer en Telecommunicatie of een door deze aan te wijzen medewerker, tevens voorzitter;

    • -

      het hoofd van de Dienst Lucht-, en Scheepvaart of een door deze aan te wijzen medewerker;

    • -

      het hoofd van de afdeling Volksgezondheid of een door deze aan te wijzen medewerker;

    • -

      de Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen of een door deze aan te wijzen medewerker;

    • -

      het hoofd van de afdeling Juridische Zaken en Wetgeving of een door deze aan te wijzen medewerker.

  • 2. Aan de Commissie wordt een secretaris, visserijdeskundige, toegevoegd die bij landsbesluit wordt benoemd en ontslagen.

Artikel 6

De Commissie heeft naast hetgeen bij of krachtens de landsverordening is bepaald, tot taak:

  • a.

    het volgen van de ontwikkelingen in de internationale visserij en voorstellen aan de regering te doen voor het zo nodig wijzigen van beleid of wetgeving;

  • b.

    het op verzoek of uit eigen beweging adviseren van de regering over alle zaken die de internationale visserij betreffen;

  • c.

    het adviseren over maatregelen ter voorkoming van illegale, niet gemelde en ongereguleerde visserij in het algemeen, maar ook in individuele gevallen aan betrokkenen;

  • d.

    het geven van aanwijzingen aan de vergunninghouders omtrent het voldoen aan de voorschriften gesteld door de beheersorganisaties;

  • e.

    het voeren van een eenduidige en overzichtelijke administratie van de gegevens en informatie, bedoeld in artikel 8.

§ 1.2.2

Werkwijze en financiën

Artikel 7

De volgende voorschriften gelden voor de werkwijze van de Commissie:

  • a.

    er wordt een reglement voor de werkwijze vastgesteld, met daarin in elk geval:

1º een vergaderschema;

2º een model voor de verslaglegging;

3º een werkproces voor de totstandkoming van besluitvorming, waaronder de goedkeuring van vangstcertificaten.

  • b.

    besluiten worden bij meerderheid van stemmen genomen en worden eenduidig gemotiveerd en vastgelegd;

  • c.

    geen besluiten kunnen worden genomen indien er geen quorum van ten minste de helft plus één van het aantal leden aanwezig is;

  • d.

    bij het staken van stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag;

  • e.

    er wordt een administratie bijgehouden die voldoet aan de voorschriften gegeven bij of krachtens dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen.

Artikel 8
  • 1. De administratie van de Commissie wordt zodanig ingericht dat te allen tijde blijkt:

    • a.

      aan welke personen een vergunning is verleend;

    • b.

      op welk vissersvaartuig een verleende vergunning betrekking heeft;

    • c.

      van welke vergunningen feitelijk gebruik worden gemaakt;

    • d.

      welke vangstcertificaten zijn goedgekeurd.

  • 2. Het dossier omtrent een vergunning bevat:

    • a.

      een afschrift van de zeebrief;

    • b.

      bewijsstukken omtrent eerdere teboekstellingen en registraties onder een andere vlaggestaat;

    • c.

      vermelding of het vissersvaartuig vóór de invlagging is ingezet voor illegale, niet-gerapporteerde of niet-gereguleerde visserij;

    • d.

      afschriften van de certificaten en andere documenten betreffende het vissersvaartuig, afgegeven of goedgekeurd door de Scheepvaartinspectie Sint Maarten, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Landsbesluit formalisering Scheepvaartinspectie Sint Maarten;

    • e.

      afschriften van de certificaten betreffende erkenning van het vissersvaartuig, afgegeven of goedgekeurd door de Inspectie voor de Volksgezondheid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Landsverordening Inspectie voor de Volksgezondheid;

    • f.

      afschriften van de bewijzen van vaarbevoegdheid van de schipper en de andere bemanningsleden;

    • g.

      bewijsstukken omtrent het vistuig dat zich aan boord van het vissersvaartuig bevindt;

    • h.

      vergunning of toestemming waaruit blijkt dat het vissersvaartuig voldoet aan de eisen van de Staat in wiens wateren zal worden gevist, of van de beheersorganisatie;

    • i.

      bewijsstukken omtrent het aan boord hebben van een functionerend automatisch positiebepalingssysteem, en

    • j.

      rapportages vereist door de beheersorganisatie en de FAO.

  • 3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid omvat het dossier omtrent een vergunning tevens alle informatie en gegevens die naar het oordeel van de Commissie zijn vereist voor in elk geval:

    • a.

      het kunnen uitoefenen van daadwerkelijk toezicht op de voorschriften en beperkingen verbonden aan de vergunning;

    • b.

      het beoordelen van aanvragen voor verlenging, en

    • c.

      het rapporteren aan de beheersorganisatie.

  • 4. De aanvragers van de vergunning, de vergunninghouders en de betrokken ambtenaren en deskundigen zijn gehouden, behoudens beperkingen volgens de wet, de informatie en bescheiden aan de Commissie te verstrekken die zij nodig heeft voor het vervullen van haar wettelijke taken.

Artikel 9
  • 1. De Commissie dient jaarlijks bij de minister een raming in van de benodigde middelen voor het komende begrotingsjaar.

  • 2. De middelen dienen ter dekking van de kosten verbonden aan in elk geval:

    • a.

      het lidmaatschap van één of meer beheersorganisaties;

    • b.

      de vergaderingen van de Commissie;

    • c.

      het voeren van de administratie met betrekking tot de vergunningen en vangstcertificaten, en

    • d.

      het doen verrichten van onderzoek en het inwinnen van advies.

  • 3. De Commissieleden en de secretaris ontvangen een vergoeding van NAf 600,- per vergadering.

§ 2

Vergunningen

§ 2.1

Inhoud vergunning

Artikel 10

Een vergunning vermeldt omtrent:

  • a.

    het vissersvaartuig:

1º de naam of nummer;

2º het IMO nummer;

3º de INMARSAT roepnaam, indien van toepassing;

4º de thuishaven;

5º de lengte, bedoeld in de Internationale Zee-aanvaringsbepalingen;

6º de lengte, bedoeld in het Vissersvaartuigenbesluit 2002;

7º het bruto tonnage;

8º het bouwjaar en bouwmateriaal;

9º het aandrijvingsvermogen in kWh;

10º de opslagcapaciteit.

  • b.

    de eigenaar of exploitant:

1º de naam, het adres- en de telefoongegevens van de eigenaar;

2º de naam, het adres- en de telefoongegevens van de exploitant, indien deze niet de eigenaar is;

  • c.

    de activiteiten:

1º het zeegebied waarvoor de vergunning geldt;

2º de periode gedurende welke de vergunning kan worden uitgeoefend;

3º de doelsoorten;

4º de overige soorten marien leven waarvan het verboden is die te vangen;

5º of het vaartuig bevoegd is visvangsten op volle zee te ontvangen van andere vissersvaartuigen;

  • d.

    het te gebruiken vistuig:

1º de specificaties zoals vastgesteld door de beheersorganisatie;

2º indien onderdeel c, ten 5º, van toepassing is, de voorschriften daartoe gesteld door de beheersorganisatie of de Commissie.

§ 2.2

Vangstdocumenten en rapportages

Artikel 11

Onverminderd artikel 10 vermeldt de vergunning aan welke rapportageverplichtingen naar de beheersorganisatie en de Commissie toe de vergunninghouder moet voldoen bij het gebruik maken van de vergunning.

Artikel 12
  • 1. De vergunninghouder draagt er in elk geval zorg voor dat in overeenstemming met de voorschriften daarvoor gesteld door de beheersorganisatie:

    • a.

      de vangst van een vissersvaartuig per reis wordt vastgelegd;

    • b.

      de bijvangst per reis wordt vastgelegd;

    • c.

      de te ontvangen of over te slagen vis wordt vastgelegd;

    • d.

      geen vis wordt overgeslagen of afgegeven zonder te beschikken over een document als bedoeld in artikel 13.

  • 2. Een afschrift van een verslag als bedoeld in het eerste lid wordt binnen 45 dagen na de beëindiging van de reis waar het verslag betrekking op heeft aan de Commissie gezonden. Het verslag kan zo nodig door de Commissie opgevraagd worden.

  • 3. Het model voor een verslag als bedoeld in het eerste lid wordt door de Commissie vastgesteld en kosteloos aan de vergunninghouder ter beschikking gesteld.

Artikel 13
  • 1. Aan een vergunning wordt in elk geval het voorschrift verbonden dat de vergunninghouder niet is toegestaan de vangst vanuit een vissersvaartuig te lossen zonder te beschikken over een door de Commissie goedgekeurd vangstcertificaat.

  • 2. De vergunninghouder maakt van elke vangst een vangstcertificaat op.

  • 3. Het model van een vangstcertificaat is als bijlage bij dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, gevoegd.

  • 4. Enkel op aanvraag wordt beslist omtrent de goedkeuring van een vangstcertificaat.

  • 5. De goedkeuring van een vangstcertificaat wordt geweigerd, indien de vergunninghouder niet of onvoldoende kan aantonen dat de vangst is verkregen in overeenstemming met de voorschriften van de vergunning, de beheersmaatregelen van de beheersorganisatie of de aanwijzingen gegeven door de Commissie op grond van artikel 6, onderdeel d.

Artikel 14
  • 1. Het vangstcertificaat, bedoeld in artikel 13, eerste lid, wordt door afdeling Economie, Vervoer en Telecommunicatie na overleg met de afdeling Lucht-, en Scheepvaart uitgegeven.

  • 2. Voor de uitvoering van het eerste lid kan de minister een extern bureau inschakelen.

  • 3. De afdeling Economie, Vervoer en Telecommunicatie geeft het vangstcertificaat niet uit dan nadat is nagegaan of aan de voorwaarden is voldaan die zijn vastgelegd in Verordening (EG) 1005/2008 van de Europese Unie.

  • 4. Van elk uitgegeven certificaat wordt een afschrift naar de Commissie verzonden.

§ 2.3

Vergunningsrecht

Artikel 15
  • 1. Het recht, bedoeld in artikel 12, van de landsverordening bestaat uit de volgende bestanddelen:

    • a.

      een eenmalig licentiebedrag, verschuldigd bij eerste afgifte van een vergunning: NAf36.000,-;

    • b.

      een jaarlijks licentiebedrag, verschuldigd met ingang van het kalenderjaar waarin een vergunning wordt verleend als bedoeld in artikel 8 van de landsverordening: NAf36.400,-;

    • c.

      een recht, verschuldigd voor de behandeling en afgifte van een goedgekeurd vangstcertificaat, ten bedrage van NAf 500,- per vangstcertificaat; en

    • d.

      vergoeding van kosten als bedoeld in het derde, vierde en zesde lid.

  • 2. De eenmalige bijdrage is niet verschuldigd, indien een vergunning wordt afgegeven aan een natuurlijke of een rechtspersoon te wiens naam reeds een vergunning is verleend voor een ander vissersvaartuig.

  • 3. De kosten van monitoring van de vissersvaartuigen, bestaande uit reis- en verblijfkosten voor de toezichthouders, alsmede het bijwonen door vertegenwoordigers van Sint Maarten van vergaderingen van de beheersorganisaties worden door de rederijen vergoed. Het toezicht is gericht op de kwaliteit van de vangst, de naleving van de beheersmaatregelen van de beheersorganisatie, alsmede de naleving van de regelgeving betreffende op volle zee opererende Sint Maartense vissersvaartuigen. Deze kosten worden toegerekend aan de vergunninghouders naar rato van het aantal schepen per vergunninghouder. Aan het begin van elk jaar wordt een voorschot in rekening gebracht, waarna de werkelijke kosten achteraf in rekening worden gebracht onder aftrek van het betaalde voorschot.

  • 4. De kosten voor het inschakelen van internationale observers voor zover verplicht gesteld door de beheersorganisatie of door een andere internationale organisatie, alsmede van een of meerdere externe bureaus met het oog op het afgeven van, onderscheidenlijk de controle op het voldoen aan de voorschriften betreffende de vangstcertificaten worden door de rederijen gedragen en zijn afhankelijk van het visgebied, met een minimum voorschot van NAf25.000,- per controle. Door de Commissie wordt een jaarlijkse kostenraming gemaakt. De werkelijke kosten worden achteraf in rekening gebracht onder aftrek van het betaalde voorschot.

  • 5. Een carrierschip is ook vergunning plichtig. Het recht, bedoeld in artikel 12 van de landsverordening, voor een carrierschip bedraagt NAf20.000,- per jaar. Onder een carrierschip wordt in dit artikel verstaan een schip dat zelf geen vis vangt, maar dat de vangst van andere vaartuigen aan boord neemt voor verwerking of enkel opslag.

  • 6. Additionele kosten per carrierschip zijn afhankelijk van de plaats waar de transshipment plaatsvindt, beginnende met een minimum van NAf20.000,- per schip per controle voor de inschakeling van observers in verband met controle bij transshipment. De werkelijke kosten komen ten laste van de carrierschepen en worden achteraf in rekening gebracht onder aftrek van het betaalde voorschot. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.

  • 7. In overleg met de reder van een Sint Maartens vissersvaartuig dat op volle zee opereert, kan een aanvullende jaarlijkse bijdrage worden vastgesteld met het oog op de bevordering van duurzame visserij in het belang van Sint Maarten.

  • 8. De in dit artikel genoemde bedragen worden jaarlijks aangepast bij ministeriële regeling van de minister, handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling, Milieu en Infrastructuur, met inachtneming van de ontwikkeling van het prijsindexcijfer en de ontwikkeling van de kosten voor het verrichten van diensten buiten Sint Maarten.

  • 9. Indien er bij landsverordening een begrotingsfonds ten behoeve van de visserij wordt ingesteld, worden alle bedragen die ingevolge dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, door het Land worden ontvangen, in dit fonds gestort. De uitgaven, die uit dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, voortvloeien, worden alsdan ten laste van dit begrotingsfonds gebracht.

  • 10. Inning van verschuldigde rechten vindt plaats na heffing en geschiedt middels storting op een daartoe bestemde rekening.

§ 3

Eisen te stellen aan het vissen op volle zee

Artikel 16

Bij het uitoefenen van de visserij op volle zee maakt de vergunninghouder gebruik van vistuig dat voldoet aan de voorschriften gesteld door de beheersorganisatie voor de vangst van de doelsoort.

Artikel 17
  • 1. Elk vissersvaartuig beschikt over een goedgekeurd automatisch locatiebepalingssysteem.

  • 2. De goedkeuring wordt schriftelijk verzocht bij de Dienst Lucht-, en Scheepvaart en maakt deel uit van de aanvraag voor een vergunning.

  • 3. De goedkeuring wordt geweigerd indien het voorgestelde locatiebepalingssyteem niet is erkend in de Europese Unie of de Verenigde Staten van Amerika, of anderszins niet aansluit op het systeem gevoerd door het meldpunt, bedoeld in artikel 4.

Artikel 18
  • 1. De vergunninghouder draagt er zorg voor dat de bemanning voldoet aan de algemeen aanvaarde internationale normen voor de opleiding en ervaring, alsmede aan die voor het werkzaam zijn aan boord van een vissersvaartuig van het type waarvan bij de uitoefening van de vergunning gebruik wordt gemaakt.

  • 2. De vergunninghouder draagt er tevens zorg voor dat de arbeidsvoorwaarden en de arbeidsomstandigheden voor de bemanning voldoen aan de algemeen aanvaarde internationale standaarden voor de visserij op volle zee.

  • 3. De vergunninghouder draagt er voorts zorg voor dat de wettelijke voorschriften met betrekking tot de monsterrol en het monsterboekje worden nagekomen.

  • 4. De Scheepvaartinspectie beoordeelt of de vergunninghouder heeft voldaan aan het eerste tot en met derde lid van dit artikel en stelt deze schriftelijk in kennis van zijn oordeel. Hij kan, met het oog op de naleving van dit artikel, aanwijzingen geven aan de vergunninghouder omtrent de bemanning. De vergunninghouder is verplicht deze stipt op te volgen. Een mondeling gegeven aanwijzing wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd.

§ 4

Ontheffing

Artikel 19
  • 1. Een ontheffing als bedoeld in artikel 13c, derde lid, van de landsverordening, kan enkel worden verleend, indien het vissersvaartuig een reis onderneemt in het belang van de wetenschap, of anderszins klemmende redenen het ondernemen van de reis vereisen.

  • 2. Of een wetenschappelijk belang dan wel klemmende redenen voor het ondernemen van de reis aanwezig zijn, wordt door de minister vastgesteld op voorstel van de Commissie.

  • 3. De Commissie vergewist zich bij het adviseren van de minister dat het verlenen van de ontheffing niet ten koste zal gaan van geldende beheersmaatregelen.

§ 5

Slotbepalingen

Artikel 20

[regelt de inwerkingtreding]

Artikel 21

Dit landsbesluit kan worden aangehaald als: Landsbesluit visserij op volle zee.

Bijlage bij artikel 13, derde lid, Landsbesluit visserij op volle zee