Beleidsregels Nadeelcompensatie bij het verleggen van kabels en leidingen gemeente Bernheze

Geldend van 14-03-2014 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels Nadeelcompensatie bij het verleggen van kabels en leidingen gemeente Bernheze

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bernheze ,

gelet op Titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (‘Awb’), jo artikel 1 5 Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren 2013 (‘ AVOI ’) en gelet op de artikelen 3:4 en 4:81 van de Awb;

overwegende

:

  • ·

    dat de gemeente openbare ruimte beschikbaar stelt voor de aanleg van kabels en leidingen,

  • ·

    dat in sommige situaties ten behoeve van de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door de gemeente kabels en leidingen verlegd moeten worden,

  • ·

    dat de beheerder van de kabels en leidingen onder voorwaarden recht heeft op schadevergoeding,

  • ·

    dat Titel 4. 5 Awb (artikelen 4:126 tot en met 4:131 ) kaders ge eft voor schadevergoeding bij rechtmatig overheidshandelen;

  • ·

    dat het wettelijk kader via interpreterende beleidsregels geconcretiseerd kan worden met de lokale invulling van hetgeen verstaan wordt onder de schade die uitgaat boven het normale maatschappelijk risico en welke vergoedingsnormen gehanteerd worden;

  • ·

    dat de gemeente het aldus wenselijk acht langs publiekrechtelijke weg ter nadere uitwerking van de wetgeving dergelijke beleidsregels vast te stellen voor de wijze van uitvoering van het aanvragen en toekennen van nadeelcompensatie in deze situaties,

  • ·

    waarbij beoogd wordt een zo uniform mogelijke basis te verkrijgen voor de netbeheerders ;

besluit vast te stellen :

Beleidsregel s Nadeelcompensatie bij het verleggen van kabels en leidingen gemeente Bernheze .

de geconsolideerde tekst van de regeling

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

Artikel 1 van de AVOI is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2 Werkingssfeer
  • 1. Deze regeling is van toepassing op aanvragen van netbeheerders om een vergoeding als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, voor schade van de netbeheerder door het verleggen van kabels of leidingen die is veroorzaakt door het college in de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheden of taak, waaronder mede wordt verstaan de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door of vanwege de gemeente in het algemeen belang.

  • 2. Deze regeling is op kabels of leidingen in de ruimte op of in openbare gronden als bedoeld in artikel 1, onderdeel u, van de AVOI slechts van toepassing voor zover deze kabels of leidingen niet het eigendom zijn van de gemeente.

  • 3. Deze regeling is niet van toepassing op

    • a.

      kabels als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet,

    • b.

      kabels en leidingen voor zover deze onderdeel zijn van een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer of van drukapparatuur als bedoeld in het Warenwetbesluit drukapparatuur,

    • c.

      het verleggen van een kabel of leiding die niet in de openbare ruimte ligt en onder de werking van artikel 40 van de Onteigeningswet valt.

Hoofdstuk ll Nadeelcompensatie

Artikel 3 Normaal maatschappelijk risico en hoogte nadeelcompensatie
  • 1. Indien een netbeheerder binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van een vergunning als bedoeld in artikel 4 van de AVOI, de verplichting opgelegd krijgt tot het verleggen van de kabel of leiding in openbare grond waarop de vergunning betrekking heeft, vanwege de intrekking of de wijziging van de vergunning, bedraagt de nadeelcompensatie 100% van het schadebedrag.

  • 2. Indien een netbeheerder een aanwijzing krijgt tot het verleggen van een kabel of leiding, welke ligt in openbare grond met een gemeentelijke vergunning, in de periode gelegen vanaf het zesde jaar tot en met het vijftiende jaar, gerekend vanaf de inwerkingtreding van de vergunning, bedraagt de nadeelcompensatie 80% van het schadebedrag vanaf het zesde jaar tot 0 % vanaf het zestiende jaar (trapsgewijs), volgens het schema in Bijlage 3.

  • 3. De nadeelcompensatie bedraagt, in afwijking van het bepaalde in het tweede lid, 100% van het schadebedrag, indien en voor zover de kabel of leiding van de netbeheerder ligt met vergunning van een andere partij dan de gemeente en niet in de openbare ruimte en

  • a. de kabel of leiding van de belanghebbende is gelegen in, op of boven grond die hem in eigendom toebehoort, of

  • b. de kabel of leiding ligt op basis van een zakelijk recht of

  • c. op de kabel of leiding een gedoogplicht conform de Belemmeringenwet Privaatrecht rust.

  • 4. Rusten op de niet in de openbare ruimte gelegen kabel of leiding van de netbeheerder geen van de rechten als bedoeld in het derde lid, dan is het bedrag waarover de nadeelcompensatie wordt berekend gelijk aan de som van de in Bijlage 1 bedoelde kosten voor ontwerp en begeleiding en de uitvoeringskosten. De in Bijlage 1 bedoelde materiaalkosten en de kosten voor het uit en in bedrijf stellen worden niet vergoed.

  • 5. Indien een netbeheerder een aanwijzing krijgt tot het verleggen van een leiding na vijftien jaar, gerekend vanaf de inwerkingtreding van de vergunning, wordt geen nadeelcompensatie uitgekeerd.

  • 6. De nadeelcompensatie, bedoeld in de leden 1 tot en met 4, wordt slechts vergoed, voor zover het college tot vergoeding daarvan op grond van artikel 4:126 van de Algemene wet bestuursrecht gehouden is.

  • 7. Indien de netbeheerder gevolg heeft gegeven aan de aanwijzing en er binnen vijf jaar na verzending van de aanwijzing geen begin is gemaakt met de werkzaamheden waarvoor de aanwijzing is gegeven, heeft de netbeheerder recht op volledige vergoeding van alle door hem in redelijkheid gemaakte kosten.

Artikel 4 Schadevaststelling
  • 1. Voor de vaststelling van de schade wordt uitgegaan van de daadwerkelijk geleden schade. Deze wordt bepaald op basis van werkelijk gemaakte kosten.

  • 2. Het schadebedrag wordt berekend overeenkomstig de volgende bepalingen en bijlagen. Bij de berekening van het schadebedrag als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, worden de kosten van uit- en in bedrijfstellen, ontwerp en begeleiding, uitvoering en materiaal betrokken. Deze kostensoorten worden gespecificeerd in Bijlage 1.

  • 3. Overige kosten dan die uit Bijlage 1 of artikel 4:129 Awb zullen slechts bij te motiveren uitzondering in ogenschouw worden genomen.

Artikel 5 Algemene bepalingen bij de vaststelling van de vergoeding
  • 1. Indien vanwege het gemeentelijk werk sprake is van meerdere (tijdelijke) verleggingen van dezelfde leiding, is op de eerste en de tweede verlegging deze regeling van toepassing en komen de kosten van de overige verleggingen ten laste van de gemeente.

  • 2. Geen nadeelcompensatie wordt toegekend als in de vergunning een bepaling is opgenomen, dat binnen een benoemde periode, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van de vergunning, een wijziging of intrekking van de vergunning is te voorzien in verband met binnen die periode uit te voeren werkzaamheden, en in deze periode daadwerkelijk een aanwijzing tot verlegging wordt gegeven.

  • 3. De hoogte van de nadeelcompensatie wordt vastgesteld op basis van een door het college nader te bepalen vaste prijs indien het voorlopig vastgestelde bedrag aan nadeelcompensatie lager is dan €10.000,00. In alle andere gevallen wordt de hoogte van de nadeelcompensatie bepaald op basis van voor- en nacalculatie.

  • 4. Als blijkt dat een te verplaatsen/verleggen/verwijderen kabel of leiding niet conform de vergunning is aangelegd, kan worden besloten geen tegemoetkoming toe te kennen.

Hoofdstuk lll Bepalingen over schadeveroorzakende voornemens

Artikel 6 Aanvraag voor vaststelling nadeelcompensatie
  • 1. Bij de aanvraag kan voor de kostenspecificatie gebruik worden gemaakt worden van het formulier, opgenomen in Bijlage 2.

  • 2. De netbeheerder dient bij de aanvraag aan te tonen op welke datum vergunning is verleend voor het aanleggen van de leiding op de locatie waaruit zij moet worden verlegd.

  • 3. De aanvraag bevat, naast de gegevens bedoeld in artikel 4:2 en artikel 4:127 van de Algemene wet bestuursrecht, tenminste:

    • a.

      een naar kostensoort gespecificeerde opgave van het schadebedrag conform het model als weergegeven in Bijlage 2;

    • b.

      de hoogte van de nadeelcompensatie die naar de mening van de netbeheerder voldaan dient te worden door de gemeente;

    • c.

      het rekeningnummer van de netbeheerder ten behoeve van de betaling.

  • 4. Bij indiening van een aanvraag kan de netbeheerder het college verzoeken om een voorschot te verstrekken op de vast te stellen nadeelcompensatie, met als richtlijn een maximaal voorschot van 80% van het geraamde bedrag aan nadeelcompensatie.

  • 5. Indien sprake is van het bundelen van werkzaamheden van verschillende netbeheerders geven de netbeheerders inzicht in de verdeling van de gezamenlijke kosten.

Artikel 7 Betaling nadeelcompensatie
  • 1. Indien de nadeelcompensatie is bepaald op basis van een vaste prijs, bedoeld in artikel 5, derde lid, dient de netbeheerder na het gereedkomen van de werkzaamheden een factuur in ter hoogte van het bedrag aan nadeelcompensatie. Uitbetaling vindt plaats binnen 30 dagen nadat de factuur is ontvangen door het college.

  • 2. Indien de nadeelcompensatie is bepaald op basis van voor- en nacalculatie dient de netbeheerder na vaststelling van de hoogte van de nadeelcompensatie en na gereedkomen van de werkzaamheden een factuur in ter hoogte van het bedrag aan nadeelcompensatie. Uitbetaling vindt plaats binnen 30 dagen nadat de factuur is ontvangen door het college.

  • 3. Indien de belanghebbende een verzoek om een voorschot heeft ingediend als bedoeld in artikel 6, vierde lid, en het college kent dit toe, wordt dit voorschot uitbetaald op de tussen partijen overeen te komen datum.

  • 4. Eventueel verstrekte voorschotten worden verrekend met de toegekende nadeelcompensatie.

  • 5. Indien de aanvraag voor nadeelcompensatie wordt afgewezen worden eventueel verstrekte voorschotten door het college teruggevorderd.

  • 6. Het aanpassen van de leiding wordt geacht gereed te zijn op het moment dat de werkzaamheden voor de verlegging van de leiding geheel zijn afgerond.

Hoofdstuk IV Slot- en overige bepalingen

Artikel 8 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking.

Artikel 9 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregels Nadeelcompensatie bij het verleggen van kabels en leidingen gemeente Bernheze 2013.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van

Bernheze in hun vergadering van 9 juli 2013.

de burgemeester, de secretaris,

W.I.I. van Beek A.J.G. Bex MLD

Bijlage 1: Kostensoorten, als bedoeld in artikel 4

Bij het vaststellen van de omvang van de schade als gevolg van het verleggen van een kabel of leiding worden de volgende uitgangspunten en berekeningsmethoden gehanteerd.

Verleggingen worden gerealiseerd op basis van een technisch adequaat alternatief dat tegen de maatschappelijk laagste kosten gerealiseerd kan worden.

Schade betreft de kosten die noodzakelijkerwijs worden gemaakt om de verlegging uit te voeren. De hoogte van de kosten van een verlegging wordt gecorrigeerd indien zich door de verlegging een kwantificeerbare voordeeltoerekening voordoet.

Uitgangspunt bij de bepaling van de omvang van de schade bij een verlegging zijn de werkelijke verleggingkosten. Deze omvatten alle directe kosten die de belanghebbende moet maken om de kabel of leiding te verleggen. Concreet gaat het om de volgende kostencomponenten:

  • a.

    kosten van ontwerp en begeleiding;

  • b.

    kosten van het uit en in bedrijf stellen;

  • c.

    uitvoeringskosten;

  • d.

    materiaalkosten.

Bij de berekening tot vaststelling van de hoogte van de kosten voor het verleggen van een leiding worden de componenten vermogensschade en inkomensschade niet als uitgangspunt genomen.

Ad a. kosten van ontwerp en begeleiding

Onder de kosten van ontwerp en begeleiding worden verstaan de kosten van werkzaamheden voorafgaand aan en tijdens de uitvoering. Het gaat om kosten van:

  • a)

    overleg en correspondentie;

  • b)

    directievoering en toezicht houden;

  • c)

    detailengineering en daaruit voortvloeiende uitvoerende werkzaamheden;

  • d)

    verplichtingen vanuit wet- en regelgeving;

  • e)

    juridisch vrij maken van tracé;

  • f)

    kosten ten behoeve van het aanbesteden van het werk.

Voor de kosten van ontwerp en begeleiding hanteert het college redelijkerwijs een vast percentage van de totale kosten voor uitvoering, materiaal en in- en buiten bedrijf stellen. Het college hanteert de volgende vaste percentages:

  • ·

    Tot en met € 20.000,- 20%

  • ·

    Boven € 20.000,- 15%

Ad b. kosten van uit en in bedrijfstellen

Onder de kosten van het uit en in bedrijfstellen worden verstaan:

  • a)

    kosten van het spannings— of productloos maken van de leiding;

  • b)

    kosten van het weer in bedrijf stellen van de leiding;

  • c)

    kosten samenhangend met tijdelijke maatregelen of voorzieningen van operationele aard.

Ad c. uitvoeringskosten

Onder uitvoeringskosten worden verstaan:

  • a)

    kosten van civieltechnische, bouwkundige en installatietechnische werkzaamheden;

  • b)

    kosten samenhangend met het verwijderen van verlaten leidingen;

  • c)

    kosten van constructieve en bijzondere voorzieningen;

  • d)

    kosten van tijdelijke voorzieningen van fysieke aard;

  • e)

    kosten van benodigde vergunningen en leges.

Ad d. materiaalkosten

Onder materiaalkosten worden verstaan de kosten van bedrijfseigen materialen die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de functie van de te verleggen leiding en daarvoor noodzakelijke beschermingsconstructies.

Bijlage 2: Kostenspecificatie (als bedoeld in artikel 6)

foto

Opmerkingen bij deze tabel:

  • ·

    Indien werkzaamheden voor meerdere leidingen van netbeheerders worden verricht, moet worden aangegeven welke verdeelsleutel voor de verdeling van kosten naar kostensoorten per leiding wordt gehanteerd.

  • ·

    Ingeval sprake is van gecombineerde werkzaamheden dient de belanghebbende (netbeheerder) zijn deel van de geraamde kosten weer te geven in de kostenraming. De onderbouwing (verdeelsleutel tussen leidingbeheerders en het totaal geraamde bedrag dient te worden bijgevoegd bij de kostenraming).

  • ·

    Indien de gemeente op verzoek van belanghebbende werkzaamheden verricht in het kader van de aanpassing, waarvan de kosten voor rekening van belanghebbende zijn (bijv. mechanisch grondonderzoek), dan dienen deze kosten zichtbaar te zijn verwerkt in deze raming / begroting.

Bijlage 3: Schadevergoedingsregime (als bedoeld in artikel 3)

foto

Toelichting op de Beleidsregels Nadeelcompensatie Verleggingen kabels en leidingen

Inleiding

Met enige regelmaat komt het voor dat de gemeente bij de uitvoering van haar taken ter behartiging van het algemeen belang besluiten neemt, dan wel werken uitvoert of doet uitvoeren, waardoor één of meer burgers of bedrijven onevenredig zwaar worden benadeeld. Deze besluiten of feitelijke handelingen zijn rechtmatig. Toch kan er onder omstandigheden een verplichting tot vergoeden van schade ontstaan. Deze verplichting is gebaseerd op het rechtsbeginsel van “égalité evant les charges publiques” (gelijkheid van openbare lasten).

Met Titel 4.5 Awb wordt beoogd een uniforme, wettelijke basis te scheppen voor nadeelcompensatie als gevolg van rechtmatig overheidshandelen. Relevant zijn andere regelingen op Rijksniveau (V&W) en naar afgeleide regelingen op provinciaal niveau (IPO), regionaal niveau (nutsbedrijven) en lokaal niveau (gemeentelijke verlegregelingen). Volgens het égalité-principe zou schade moeten worden vergoed aan iemand die in vergelijking met anderen onevenredig zwaar wordt getroffen: ‘Indien een bestuursorgaan in de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak schade veroorzaakt die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico en die een benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft, kent het bestuursorgaan de benadeelde desgevraagd een vergoeding toe.’

Indien blijkt dat een netbeheerder als gevolg van een besluit van het college tot intrekking of wijziging van een vergunning, dan wel van een andere rechtmatige uitoefening door of namens het college van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid of taak, dan wel als gevolg van de oprichting van gebouwen of uitvoering van werken door de gemeente, en de hieraan verbonden aanwijzing tot verleggen van een kabel of leiding, schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale (bedrijfs)risico kan worden gerekend, wordt hij belanghebbende en kent het college hem, op zijn verzoek, een vergoeding toe met inachtneming van deze regeling. Dit vloeit voort uit het bepaalde in artikel 4:126 lid 1 Awb en de toepasselijkheid van de AVOI.

Titel 4.5 van de wet impliceert dat er altijd een aanvraag moet worden gedaan, geeft enige regels over termijnen, maar doet geen uitspraken over welke schade onevenredig is en in welke mate die dan vergoed zou moeten worden. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel is aangegeven dat concretisering van het wettelijke kader plaats kan vinden via 'interpreterende beleidsregels', waarin de gemeente aangeeft volgens welk beleid men zal handelen bij een aanvraag. De Beleidsregels geven invulling aan deze wettelijke ruimte.

In het kader van de As50-samenwerking en de nagestreefde actualisering van beleid en afspraken op het gebied van kabels en leidingen in de openbare ondergrond, hebben de gemeenten Bernheze, Oss, Uden en Veghel gezamenlijk deze Beleidsregels ontwikkeld, die binnen elke gemeente lokaal, maar uniform, worden vastgesteld.

De Beleidsregels geven invulling aan wat lokaal verstaan wordt onder de schade die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico en vertaalt dat in concrete vergoedingsnormen. Bij die normering is aangesloten bij de standaardregelingen van Verkeer en Waterstaat (NKL 1999 en de Overeenkomst 1999) en bij daarvan afgeleide regionale regelingen. Voorts heeft analyse van lokale regelingen plaatsgevonden en heeft matching met de Wet Nadeelcompensatie plaatsgevonden. Het college is krachtens artikel 4:81 Awb bevoegd tot het vaststellen van beleidsregels met betrekking tot een haar toekomende of onder haar verantwoordelijkheid uitgeoefende bevoegdheid. Met deze Beleidsregels wordt beoogd een regeling in het leven te roepen op grond waarvan netbeheerders voldoende zekerheid wordt verschaft op welke wijze een verzoek om nadeelcompensatie kan worden ingediend en volgens welke normen het eventuele nadeel dat niet ten laste van de benadeelde behoort te blijven, zal worden vergoed. De regeling roept geen nieuwe aansprakelijkheden in het leven, die naar de huidige stand van het recht niet reeds bestaan.

De regeling is gebaseerd op de binnen de gemeente te voorziene planningshorizon. De gemeente gaat er vanuit dat de gemeente zelf binnen 5 jaar na het verlenen van een vergunning voor het leggen van een leiding in openbare ruimte geen werkzaamheden uitvoert, die verlegging van een leiding noodzakelijk maakt. Na deze 5 jaar wordt een periode van 5 tot 15 jaar gehanteerd, waarbij het bedrag van nadeelcompensatie trapsgewijs wordt afgebouwd van 80% naar 0%. Deze termijnen zijn mede gebaseerd op adviezen van de commissie Burgering en op de in de verlegregelingen van het Rijk gehanteerde termijnen, die algemeen als redelijk worden beschouwd.

Bovendien is het niet wenselijk een langere termijn vast te stellen. Voor de gemeente is het al lastig genoeg te voorspellen hoe de openbare ruimte over 15 jaar eruit zal zien. De ontwikkelingen volgen elkaar in een steeds sneller tempo op. Bovendien hebben alle overheden te maken met mondigere burgers, bedrijven, instellingen en lobbygroepen die via inspraak hun eigen stempel op de openbare ruimte proberen achter te laten. Geen vergoeding wordt dus toegekend voor schade die moet worden beschouwd als het gevolg van een normale maatschappelijke ontwikkeling of die behoort tot het normaal maatschappelijk risico van de belanghebbende, dit conform artikel 4:126 lid 1 Awb. De voornoemde regeling inclusief voorzienbaarheidsperiode en afbouw van vergoedingspercentage in relatie tot de verstreken vergunde liggingsperiode zijn een invulling van het normaal maatschappelijk risico, zoals de gemeente dat hiermee eenduidig naar partijen toe redelijkerwijs invult. Dat risico is in de eerste periode van 5 jaren feitelijk 0%, maar in de periode daarna, tot en met het 15e jaar, wordt dat risico hoger en wordt gefaseerd een lager percentage van de totale schade vergoed.

Vergoeding wordt evenmin toegekend voor zover een schadeverzoek op grond van een andere specifieke bepaling van een wet in formele zin in aanmerking komt, of uit andere hoofde voldoende is of kon worden verzekerd, dit conform art. 4:126 lid 2, onderdeel d, Awb.

De inrichting van de openbare ruimte vindt steeds vaker plaats op basis van "incidenten" die een grote weerslag op de inrichting van de ondergrondse infrastructuur hebben. Naast de dynamiek van de individualisering en privatisering van de openbare ruimte, hebben de gemeenten steeds meer te kampen met een schaarste aan geschikte ondergrondse ruimte voor de aanleg of uitbreiding van netwerken. Verder moet worden opgemerkt dat de leidingen veelal om niet liggen, zodat een verschuiving van het risico van de kosten van verlegging na de genoemde termijnen in beginsel niet meer dan redelijk is.

Kanttekening: ingevolge artikel 3:4, tweede lid Awb mogen de voor één of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen. Aan dat artikel komt, naast de beleidsregel, een zelfstandige betekenis toe. Bij grootschalige projecten is de gemeente gehouden te onderzoeken hoeveel de door de verlegging te lijden schade bedraagt en daarna te beoordelen voor wiens risico die schade moet komen en of sprake is van onevenredige schade, die al dan niet voor vergoeding in aanmerking komt (Rb. Rotterdam 7 juli 2011, LJN BR3406). Om het aantal verleggingen te beperken is de verplichting opgenomen dat de gemeente bij gebiedsontwikkeling in een zo vroeg mogelijk stadium in contact treedt met de belanghebbenden. Zeker indien duidelijk is dat de uitvoering van een ontwerp of plan voor het te ontwikkelen gebied belemmerd zou kunnen worden door de aanwezigheid van leidingen is het geen overbodige luxe om gezamenlijk met de belanghebbenden naar goede en betaalbare alternatieven te zoeken.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

In de Beleidsregels worden begrippen gebruikt die in de AVOI en daarop gebaseerde nadere regels (zoals het Handboek Kabels en Leidingen) zijn gedefinieerd. Om discussies te voorkomen is expliciet naar die verordening verwezen.

Artikel 2 Werkingssfeer

Dit artikel is bedoeld om de reikwijdte van de regeling vast te stellen. Het gaat hierbij om defunctionele reikwijdte.

De regeling is niet van toepassing op kabels die vallen onder de werking van de Tw, omdat het verleggen van die kabels en het eventueel vergoeden van de daarmee gepaard gaande kosten expliciet in de Tw is geregeld. De Tw gaat in artikel 5.8 uit van het adagium “liggen om niet, verleggen om niet”. Consequentie hiervan is dat als er verlegd moet worden, dit ook om niet moet. Het verleggen van kabels die vallen onder de werking van de Tw behoort in principe tot het maatschappelijk risico van de telecommunicatie-aanbieder, al zijn jurisprudentieel daarop inmiddels nuances aangebracht.

De regeling is evenmin van toepassing op kabels en leidingen in eigendom bij de gemeente. Voorbeelden van deze laatste categorie zijn rioleringleidingen, drainageleidingen en verkeersregelinstallaties.

Voor zover een onteigeningsprocedure wordt gevolgd, bepaalt de Onteigeningswet dat een schadeloosstelling wordt betaald. Artikel 40 van die wet bepaalt dat de schadeloosstelling een volledige vergoeding betreft van de schade die de eigenaar rechtstreeks en noodzakelijk door het verlies van zijn zaak lijdt. Dat geldt ook voor kabels en leidingen die als gevolg van een onteigeningsprocedure moeten worden verlegd. In het vergoeden van nadeel als gevolg van het verleggen van kabels en leidingen die buiten de weg liggen is derhalve reeds voorzien. Ligt een leiding op basis van eigendom of een ander zakelijk recht, dan wel op grond van een gedoogplicht waarop de Belemmeringenwet Privaatrecht van toepassing is, dan wordt de vergoeding van de verlegging ook op basis van de principes van de Onteigeningswet bepaald.

Hoofdstuk II Nadeelcompensatie

Artikel 3 Normaal maatschappelijk risico en hoogte nadeelcompensatie

Als het college van de gemeente het besluit neemt om een aanwijzing te geven tot het verleggen van een kabel of leiding, en dit leidt voor de netbeheerder tot schade die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale bedrijfsrisico mag worden gerekend, dan kan de netbeheerder om nadeelcompensatie verzoeken. Op basis van deze regeling wordt bepaald of nadeelcompensatie toegekend wordt of niet en hoe hoog het bedrag is dat wordt uitgekeerd. Bij het benoemen van deze kostenposten is aangesloten op de NKL´99 en de gerelateerde Overeenkomst op Rijksniveau. De bedoelde aanwijzing is het verzoek, als bedoeld in de AVOI, van de gemeente aan de netbeheerder tot verlegging/verplaatsing of verwijdering van kabels en of leidingen, verbonden aan een besluit tot wijziging of intrekking door de gemeente van de vergunning voor de huidige ligging.

Voor de vaststelling van de periode waarover nog nadeelcompensatie plaatsvindt is voor de overheid in beginsel de voorzienbaarheid het uitgangspunt. Degene die om niet kabels en leidingen legt in openbare gronden van de gemeente, moet ermee rekening houden dat er op enig moment wijzigingen optreden in de bestemming of het gebruik van die gronden. Om die reden is het redelijk dat naarmate de kabels of leidingen er langer liggen, de toe te kennen tegemoetkoming in hoogte afneemt, tot deze, na verloop van 15 jaar op 0 wordt gesteld. Dit is het normale maatschappelijke risico dat op de belanghebbende rust. De gemeente heeft ervoor gekozen om op dit punt aan te sluiten op de NKL´99 en volgt met deze systematiek de adviezen van de Commissie Burgering. In bijlage 3 is aan de hand van tabellen het schadevergoedingsregime opgenomen voor leidingen die onder de werkingssfeer van dit artikel vallen.

De periode van vijf jaren is de periode waarin redelijkerwijs voor de gemeente voorzienbaar is dat werken in de openbare ruimte plaats zullen plaats vinden. De termijn begint vanaf het moment van verlening van de vergunning, omdat het moment van vergunnen vaststaat. De termijn vanaf vijf tot en met vijftien jaren is de periode waarin de voorzienbaarheid steeds minder wordt. Werkzaamheden binnen de openbare ruimte van de gemeente zijn niet te voorzien op een termijn van vijftien jaren of langer. Als een vergunning 16 jaar of langer geleden is afgegeven zal geen nadeelcompensatie worden uitgekeerd. De kosten voor verlegging worden in dat geval volledig tot het bedrijfsrisico van de netbeheerder gerekend.

Daarnaast is er de situatie indien de kabel of leiding van de netbeheerder verlegd, verwijderd of aangepast moet worden en niet in de openbare ruimte ligt. Anders dan bij het schadeveroorzakend handelen als hiervoor bedoeld, is in deze situatie geen sprake van het wijzigen of intrekken van een vergunning door de gemeente. De schade die hier bedoeld wordt zal in de meeste gevallen veroorzaakt worden door activiteiten van (in dit geval de gemeente) buiten (of met consequenties buiten) het door de gemeente beheerde openbare grondgebied. De gehanteerde systematiek voor deze buiten het door de gemeente beheerde openbare grondgebied gelegen kabels en leidingen, is ontleend aan zowel de landelijke regeling NKL 1999 (waar gesproken werd over de categorie ‘buitenleidingen’’ als bijv. aan de recente provinciale Regeling Nadeelcompensatie Wegen Noord-Brabant 2012 (welke weer afgeleid was van het IPO-model).

We onderscheiden de situaties dat sprake is van ligging van een leiding in grond die in eigendom is van belanghebbende zelf, ligging met een zakelijk recht of met een recht krachtens de Belemmeringenwet Privaatrecht (BP) enerzijds en overige rechtsposities anderzijds. Het onderscheid wordt gemaakt in aansluiting op de Overeenkomst inzake verleggingen van kabels en leidingen buiten beheersgebied (OKL) op rijksniveau. Ingevolge het onteigeningsrecht kan aanspraak worden gemaakt op volledige schadeloosstelling in geval een leiding ligt in grond die in eigendom is van de netbeheerder, ingeval er een zakelijk recht rust op de leiding of een BP-gedoogplicht bestaat. Voor de bepaling van de hoogte van de nadeelcompensatie is dan ook aangesloten bij het bepaalde in de Onteigeningswet: dat honderd procent (100%) van het schadebedrag vergoed zal worden. Indien de te verleggen, te verwijderen of aan te passen kabel of leiding niet in de openbare ruimte ligt, maar op basis van een andere rechtspositie, dan bestaat de nadeelcompensatie uit de kosten van ontwerp en begeleiding en de uitvoeringskosten. De materiaalkosten en de kosten van uit en in bedrijfstellen worden niet vergoed.

Artikel 4 Schadevaststelling

De omvang van de nadeelcompensatie is afhankelijk van het schadebedrag. Het schadebedrag dient inzichtelijk te worden gemaakt aan de hand van de verschillende kostenposten. Geen vergoeding wordt toegekend voor zover de schade moet worden toegerekend aan het eigen handelen of nalaten van de netbeheerder.

Bij de bepaling van de nadeelcompensatie is sprake van een berekening op basis van werkelijke kosten: de kosten die direct toegerekend kunnen worden aan de verlegging van de leiding. Kabels en leidingen worden beschouwd als niet verhandelbare objecten en hebben geen economische waarde in die zin. Ook is van belang dat de verlegging gerealiseerd moet worden op basis van een technisch adequaat alternatief tegen de maatschappelijk laagste kosten ten opzichte van de meest voor de hand liggende variant. De netbeheerder en de gemeente ondervinden geen nadeel van de gekozen oplossing. De meest voor de hand liggende variant is een verlegging van de leiding ter plaatse van de probleemlocatie. Denkbaar is echter, dat één van de partijen gebaat is bij een andere oplossing. Dit is bijvoorbeeld het geval indien de situatie ter plaatse van het uit te voeren werk zo ingewikkeld is, dat de belanghebbende er de voorkeur aan geeft - ook uit een oogpunt van efficiënt beheer - de leidingen gedeeltelijk te verplaatsen dan wel andere maatregelen te treffen buiten de grenzen van het uit te voeren werk. In principe dient te worden gekozen voor dit laatst genoemde, meest aantrekkelijke alternatief, tenzij de andere partij ten gevolge daarvan in een slechtere positie komt te verkeren dan het geval zou zijn geweest bij verlegging ter plaatse van de probleemlocatie. Partijen kunnen dan nadere afspraken maken over de schadeverdeling. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien een leiding over een grotere lengte wordt verlegd dan bij een oplossing op de probleemlocatie. Voor de netbeheerder kan dit nadeliger uitpakken.

Als bij een verlegging de netbeheerder de gelegenheid benut om bijvoorbeeld de capaciteit te laten toenemen of andere kwantificeerbare voordelen heeft komen de kosten ervan niet in aanmerking voor vergoeding. Ook de kosten van het rijzen van een leiding worden niet vergoed.

In Bijlage 1 worden de 4 onderscheiden kostensoorten nader benoemd en uitgewerkt (waarbij de Beleidsregels aangeven dat deze categorisering nagestreefd wordt, en slechts bij te onderbouwen uitzondering andere kostensoorten ook worden meegenomen).

Kosten van ontwerp en begeleiding

De gemeente hanteert voor de kostenpost van ontwerp en begeleiding een vast percentage van de kostenposten uitvoering, materiaal en in en uit bedrijf nemen. De percentages voor het bepalen van de kosten van ontwerp en begeleiding zijn vastgesteld op basis van ervaring. Er is een ander percentage voor projecten waarvan de som van de kostenposten materiaal, uitvoering en in en uit bedrijf nemen meer bedraagt dan € 20.000,00.

Kosten van uit- en in bedrijfstellen

Tijdelijke voorzieningen van operationele aard zijn voorzieningen die benodigd zijn om de levering tijdens de uitvoering van een verlegging te waarborgen. Voorbeelden zijn extra kosten van personele aard ten behoeve van bedrijfsvoering en hulpmiddelen zoals watertanks, gasflessen en noodaggregaten.

Uitvoeringskosten

Kosten van civieltechnische, bouwkundige en installatietechnische werkzaamheden zijn bijvoorbeeld werkputten en ondersteuningen. Alle tijdelijke voorzieningen van fysieke aard die nodig zijn tijdens de bouw vallen onder de uitvoeringskosten. Onder tijdelijke voorzieningen van fysieke aard worden alle tijdelijke fysieke leidingverbindingen verstaan die de belanghebbende moet aanleggen en later buiten bedrijf moet stellen. Deze kosten houden nauw verband met de noodzakelijke continuïteit van het bedrijfsproces van de belanghebbende. Het betreffen voorzieningen die worden opgeheven zodra de definitieve verlegging is gerealiseerd.

De kosten die de aannemer moet maken om de leiding uit de grond te halen vallen onder uitvoeringskosten. Ook het opslaan in hanteerbare stukken en het transport op de bouwlocatie zijn uitvoeringskosten. De kosten samenhangend met de uitvoering van het verwijderen van verlaten leidingen vallen eveneens onder uitvoeringskosten. De kosten voor de afvoer van vrijgekomen materialen naar een tijdelijk werkterrein behoren tot de uitvoeringskosten.

Materiaalkosten

Onder materiaalkosten worden in elk geval verstaan kosten van leidingcomponenten, kosten van elektrotechnische, werktuigbouwkundige en civieltechnische materialen, alsmede kosten van bouwmaterialen, alsmede kosten van bouwmaterialen bestemd voor gebouwen waarin delen van leidingsystemen worden ondergebracht. Transportkosten en stortkosten van vrijgekomen leidingen vanaf de bouwlocatie naar de stort of verwerkingslocatie behoren tot de materiaalkosten (behalve de stortkosten ingeval de leiding asbesthoudende stoffen bevat, daarbij in aanmerking genomen dat deze kosten bij vervanging van de leiding op eigen initiatief ook ten laste komen van de belanghebbende). De materiaalkosten van constructieve en/of bijzondere voorzieningen die worden veroorzaakt door eisen van derden (en niet door gemeente) vallen onder de materiaalkosten. De materiaalkosten van constructieve en/of bijzondere voorzieningen die worden veroorzaakt door eisen van gemeente vallen onder de uitvoeringskosten.

Artikel 5 algemene bepalingen bij de vaststelling van de vergoeding

Conform het bepaalde in de AVOI moeten partijen rekening houden met de wederzijdse belangen bijvoorbeeld bij de technische oplossing of de keuze van het tracé. De verlegging moet gerealiseerd worden op basis van een technisch adequaat alternatief dat tegen de maatschappelijk laagste kosten gerealiseerd kan worden. Indien vanwege het werk sprake is van meerdere verleggingen, is op de eerste en tweede verlegging deze Beleidsregel van toepassing en komen de kosten van de overige verleggingen ten laste van de gemeente. Bedoeld worden meerdere verleggingen op dezelfde locatie in een bepaalde periode van dezelfde leiding.

Als een vergunning verleend wordt voor het leggen van een leiding op een locatie waarvan de gemeente vermoedt dat de leiding binnen een te benoemen periode (bijvoorbeeld 5 jaren) verlegd zal moeten worden als gevolg van de uitvoering van werkzaamheden en in de vergunning daartoe een bepaling is opgenomen, dan zal geen nadeelcompensatie worden gegeven. De netbeheerder heeft immers bij vergunningverlening kennis genomen van de werkzaamheden, en toch de leiding in dat gebied aangelegd. Daarmee heeft de netbeheerder een risico genomen dat niet door de gemeente gedragen dient te worden; en hiermee is sprake van risico-aanvaarding door de netbeheerder, en daarmee invulling van artikel 6:126 lid 1 sub a BW.

Indien als gevolg van een verzakking van de grond een leiding moet worden gerezen dient de netbeheerder dit op eigen kosten uit te voeren. Deze kostenbepaling is conform het bepaalde in artikel 4:126 lid 2 onder b en c, Awb. Rijzen is het verticaal omhoog verplaatsen zonder onderbreking van een kabel of leiding. De netbeheerder kan van de gelegenheid gebruik maken een kabel of leiding op zijn kosten te rijzen ook als dit niet voor het werk noodzakelijk is.

De nadeelcompensatie kan bepaald worden op basis van een vaste prijs of op basis van voor- en nacalculatie. Verrekening van nadeelcompensatie op basis van een vaste prijs vindt plaats als blijkt dat het geraamde bedrag aan nadeelcompensatie lager is dan €10.000,00. Wanneer de begroting van de geraamde kosten lager is dan €10.000,00 wordt deze raming dus als vaststaand beschouwd en als nadeelcompensatie uitgekeerd. Het voordeel van een vaste prijs ligt in de lagere kosten als gevolg van minder administratieve handelingen, geen onderhandelingen over definitieve nadeelcompensatie en minder controle. In andere situaties geldt in principe verrekening op basis van voor- en nacalculatie.

Als blijkt dat een te verplaatsen/verleggen/verwijderen kabel of leiding niet conform de vergunning is aangelegd, kan worden besloten geen tegemoetkoming toe te kennen. Dit vloeit voort uit het bepaalde in art. 4:126 lid 2 Awb.

Hoofdstuk III Bepalingen over schadeveroorzakende voornemens

Artikel 6 Aanvraag voor vaststelling nadeelcompensatie

Een netbeheerder dient zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een termijn van vijf jaren na het moment van verleggen van een leiding, een aanvraag voor vaststelling van nadeelcompensatie conform deze regeling in bij het college. Het college wijst een aanvraag voor vaststelling van nadeelcompensatie conform deze regeling af indien deze aanvraag na de genoemde termijn ingediend wordt. Dit is conform de wettelijke regeling zoals vastgelegd in artikel 4:131 Awb.

Het formulier zoals opgenomen in Bijlage 2 bevat de kostenspecificatie; de aanvraag zelf zal in ieder geval moeten voldoen aan de eisen van artikel 4:127 Awb. De gemeente heeft de mogelijkheid een standaardaanvraagformulier op te stellen en dat voor te schrijven, dit conform artikel 4:4 Awb. Dit is conform het bepaalde in art. 4:4 Awb. Doelstelling is dat dit formulier ook gebruikt wordt, maar het niet gebruiken ervan leidt formeel niet tot niet-ontvankelijkheid. De door de gemeente gewenste informatie zoals aangeduid op het standaardformulier moet wel beschikbaar worden gesteld.

De datum van het verleggen is het moment waarop een belanghebbende de schade kan bepalen, en dat moment (en niet zozeer de aanwijzing van de gemeente) is bepalend voor het ingaan van de termijn waarbinnen belanghebbende een verzoek om nadeelcompensatie kan indienen. Hoewel de termijn voor het indienen van een verzoek om nadeelcompensatie 5 jaar bedraagt, althans zo is bepaald ter invulling van de ruimte die art. 4:131 Awb biedt, verwacht de gemeente dat dit in de praktijk, onder andere in verband met de afsluiting van projectbudgetten, zo spoedig mogelijk zal gebeuren. Indien de aanvraag niet wordt ingediend binnen de gestelde termijn is deze niet-ontvankelijk. Ter invulling van de discretionaire bevoegdheid van het college is bepaald dat na de termijn van 5 jaren een aanvraag wordt afgewezen.

Om tot een beslissing te kunnen komen op de aanvraag, zijn meer gegevens noodzakelijk dan in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht als minimum opgesomd is. De aanduiding van de aard en de omvang van de schade en de specificatie van het schadebedrag dienen bepaald te worden op basis van te onderscheiden kostenposten gebruikmakend van de bijlage.

De netbeheerder zal zelf de periode moeten aantonen van de ligging van de leiding op die locatie. In beginsel zal dit plaatsvinden met een vergunning of schriftelijke toestemming. Indien een vergunning ontbreekt wordt gerekend vanaf de datum waarop de kabel of leiding volgens de registratie van de netbeheerder in bedrijf is genomen. Indien niet kan worden aangetoond op welke datum vergunning de kabel of leiding in bedrijf is genomen, wordt er van uit gegaan dat de betreffende leiding langer dan 15 jaar aanwezig is.

Nadat de netbeheerder de informatie aan de gemeente heeft verstrekt, zal de gemeente doorgaans overgaan tot het intrekken van de vergunning op basis waarvan de leiding ligt. Deze stap wordt niet hier geregeld, omdat hiervoor de AVOI geldt. Het intrekken van de vergunning leidt tot de noodzaak om een leiding te verleggen. De netbeheerder doet dit in eigen beheer.Het college neemt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een besluit. Dit is de vereiste redelijke termijn zoals aangegeven in art. 4:13 en art. 4:130 Awb. Deze termijn, evenals de mogelijkheid tot verdaging of aanhouding, is in de wet opgenomen en wordt daarom niet in de Beleidsregels zelf opgenomen. Artikel 4:5 Awb is onverkort van toepassing op de aanvraag.

Verschillende soorten besluiten zijn mogelijk:

  • a.

    om de aanvraag niet ontvankelijk te verklaren, indien deze is ingediend na de genoemde termijn genoemd;

  • b.

    om de aanvraag buiten behandeling te laten indien deze naar het oordeel van het college niet of onvoldoende is onderbouwd, en nadat de netbeheerder in de gelegenheid is gesteld dit verzuim te herstellen binnen een termijn van vier weken nadat het verzuim kenbaar is gemaakt aan de netbeheerder;

  • c.

    om de aanvraag in handen te stellen van een adviseur of adviescommissie;

  • d.

    om de aanvraag geheel of gedeeltelijk toe te kennen;

  • e.

    om de aanvraag gemotiveerd af te wijzen.

Het college kan, conform artikel 4:5 Awb het verstrekken van nadere informatie door de netbeheerder verlangen als het dit noodzakelijk acht voor de beoordeling van de aanvraag.

Het verzoek om nadeelcompensatie wordt niet in behandeling genomen als dit meer dan 5 jaar nadat door het college een aanwijzing is gegeven aan de netbeheerder voor het verleggen van een leiding wordt ingediend. Het verzoek kan kennelijk ongegrond verklaard worden als de verlegging, verwijdering of aanpassing aan de leiding van belanghebbende niet door de gemeente wordt veroorzaakt. Het verzoek kan geheel of gedeeltelijk toegekend worden of geheel afgewezen worden. Indien de aanvraag onvoldoende gegevens bevat voor een beoordeling van het verzoek om nadeelcompensatie of voor de vaststelling van het schadebedrag zal de netbeheerder 4 weken de gelegenheid krijgen om aanvullende informatie te verstrekken. De termijn van 8 weken na indiening van het verzoek om nadeelcompensatie waarbinnen het college een besluit neemt wordt opgeschort met ingang van de dag waarop aanvullende informatie wordt gevraagd. De gemeente kan de termijn eenmalig met een redelijke termijn verlengen, met een maximum van acht weken. Dit zal schriftelijk aan de netbeheerder worden medegedeeld.

Het besluit tot vaststelling van de nadeelcompensatie is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waarvoor mogelijkheden van bezwaar en beroep bestaan.

Conform de Awb kan het college besluiten om zich in bepaalde gevallen te laten bijstaan door een adviseur (zie afdeling 3.3 Awb) dan wel adviescommissie (zie art. 4:130 Awb). Deskundigheid en onafhankelijkheid dienen aanwezig te zijn. Zo bepaalt art. 4:130 Awb dat de voorzitter, dan wel het enig lid, van de adviescommissie geen deel mag uitmaken van en niet werkzaam mag zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. Als een adviseur of adviescommissie is ingeschakeld bepaalt de Awb (artikel 4:130) dat binnen 6 maanden na ontvangst van de aanvraag een beslissing moet worden genomen; de beslissing kan dan eenmaal voor ten hoogste 6 maanden worden verdaagd. Artikel 8, lid 4 verwijst naar deze uiterste wettelijke grens. Het uitgebrachte advies vormt in beginsel de basis voor het te nemen besluit, maar opgemerkt moet worden dat het college de bevoegdheid heeft om bij haar besluit gemotiveerd af te wijken van dat advies.

In geval van bundeling van werkzaamheden van verschillende belanghebbenden moeten de kosten worden verdeeld, direct aan belanghebbenden toe te delen kosten en gezamenlijke kosten. De direct toe te delen kosten zijn kosten van in- en uit bedrijf stellen en materiaalkosten exclusief de extra materialen die nodig zijn voor de gezamenlijke kruising. De gezamenlijke kosten zijn de uitvoeringskosten, ontwerp en begeleiding en de extra materialen die nodig zijn om gezamenlijk te kruisen. De verdeelsleutel voor de gezamenlijke kosten wordt bepaald op basis van de afzonderlijke fictieve kosten van uitvoering en ontwerp en begeleiding die zouden moeten worden gemaakt als elke belanghebbende afzonderlijk zou kruisen.

Artikel 7 Betaling nadeelcompensatie

Is de nadeelcompensatie definitief vastgesteld dan dient de netbeheerder voor de betaling daarvan een factuur in te dienen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een bepaalde vaste prijs en vaststelling van de nadeelcompensatie via voor- en nacalculatie.

Hoofdstuk IV Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 8 Inwerkingtreding

Geen specifieke toelichting.

Artikel 9 Citeertitel

Geen specifieke toelichting.