Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking SaBeWa Zeeland

Geldend van 01-10-2012 t/m 01-01-2015

Intitulé

Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking SaBeWa Zeeland

Het dagelijks bestuur van waterschap Scheldestromen en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Reimerswaal, Sluis, Terneuzen en Tholen

overwegende:

dat het uit overwegingen van kwaliteit, continuïteit en efficiency gewenst is een gemeenschappelijke regeling te treffen om hun samenwerking bij de heffing en invordering van waterschapsbelastingen en gemeentelijke belastingen, alsmede bij de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken vorm te geven op basis van een gemeenschappelijke regeling;

dat het dagelijks bestuur van het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten van hun algemeen bestuur, respectievelijk raden van de gemeenten daartoe de ingevolge artikel 1, lid 2, van de Wet Gemeenschappelijke regelingen vereiste toestemmingen hebben verkregen;

dat het voornemen bestaat om per 1 oktober 2012 de gemeenschappelijke regeling bestuurlijk op te richten, de organisatie vanaf dat moment verder in te richten en operationeel te maken en de taken met ingang van 1 januari 2013 daadwerkelijk gezamenlijk uit te gaan voeren;

gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, hoofdstuk V;

besluiten:

de volgende gemeenschappelijke regeling te treffen:

Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking SaBeWa Zeeland.

 

Hoofdstuk 1 : Begripsbepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

ln deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

a. wet: Wet gemeenschappelijke regelingen (WGr);

b. regeling: de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking SaBeWa Zeeland;

c. SaBeWa Zeeland: het openbaar lichaam Samenwerking Belastingen en Waardebepaling Zeeland;

d. deelnemer: een aan de regeling deelnemende gemeente of waterschap;

e. algemeen bestuur: het algemeen bestuur van SaBeWa Zeeland;

f. dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van SaBeWa Zeeland;

g. voorzitter: de voorzitter van het algemeen en dagelijks bestuur van SaBeWa Zeeland;

h. directeur: de door het algemeen bestuur van SaBeWa Zeeland benoemde directeur;

i. heffingsambtenaar: de door het dagelijks bestuur aangewezen ambtenaar van SaBeWa Zeeland, als bedoeld in de Gemeentewet en de Waterschapswet, bevoegd tot het heffen van belastingen en tot de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken;

j. invorderingsambtenaar: de door het dagelijks bestuur aangewezen ambtenaar van SaBeWa Zeeland, als bedoeld in de Gemeentewet of de Waterschapswet, bevoegd tot invordering van belastingen;

k. ambtenaar van SaBeWa Zeeland: de door het dagelijks bestuur aangewezen ambtenaar van SaBeWa Zeeland, als bedoeld in de Gemeentewet of de Waterschapswet, bevoegd tot de heffìng of de invordering van belastingen en tot de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken;

l. belastingdeurwaarder: de door het dagelijks bestuur aangewezen ambtenaar van SaBeWa Zeeland als bedoeld in de Gemeentewet of de Waterschapswet, dan wel een als belastingdeurwaarder aangewezen gerechtsdeurwaarder, bedoeld in de Gerechtsdeurwaarderswet;

m. belastingen: de in dit artikel onder n en o genoemde belastingen;

n. gemeentelijke belastingen. de belastingen die de gemeente heft op grond van Titel IV Hoofdstuk XV van de Gemeentewet of krachtens specifieke wetten;

o. waterschapsbelastingen: de belastingen die het waterschap heft op grond van Titel IV Hoofdstukken XVI, XVII, XVIIa en XVIIb van de Waterschapswet alsmede op grond van Hoofdstuk 7 van de Waterwet of krachtens specifieke wetten;

p. belastingverordening: de verordeningen tot heffing en invordering van belastingen of rechten, vastgesteld door het algemeen bestuur van het waterschap of de raden van de gemeenten;

q. beleidsregels: beleidsregels in de zin van Titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht op het gebied van heffing en invordering van belastingen;

r. nadere regels: nadere regels ter uitvoering van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de lnvorderingswet 1990, de Gemeentewet, Waterschapswet, Waterwet, Wet waardering onroerende zaken en de belastingverordeningen;

s. kwijtscheldingsregels: de door het algemeen bestuur van het waterschap en de raden van de gemeenten vastgestelde regels als bedoeld in respectievelijk artikel 144 van de Waterschapswet en artikel 255 van de Gemeentewet;

Hoofdstuk 2: Het Openbaar Lichaam

Artikel 2 Openbaar lichaam SaBeWa Zeeland

 

1. Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam genaamd "Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking SaBeWa Zeeland" hierna te noemen SaBeWa Zeeland.

2. Aan deze regeling kunnen gemeenten en waterschappen deelnemen.

3. SaBeWa Zeeland is gevestigd te Terneuzen.

4. Het gebied waarvoor deze regeling geldt omvat het grondgebied van de deelnemers.

Artikel 3 Bestuur

Het bestuur van SaBeWa Zeeland bestaat uit:

1. het algemeen bestuur;

2. het dagelijks bestuur;

3. de voorzitter.

Hoofdstuk 3: Belangen en bevoegdheden

 

Artikel 4 Te behartigen belangen

 

In het kader van deze gemeenschappelijke regeling worden de belangen van de deelnemers, elk voor zover het hun gebied betreft en niet uitdrukkelijk is uitgesloten van de taakoverdracht aan SaBeWa Zeeland, behartigd op het terrein van:

 

a. de heffing en invordering van belastingen zoals genoemd in de bijlage behorende bij de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking SaBeWa Zeeland;

b. de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken.

 

 

Artikel 5 Overdracht Bevoegdheden

 

Aan het bestuur van SaBeWa Zeeland worden alle bestuursbevoegdheden overgedragen die samenhangen met de in artikel 4 genoemde taakgebieden, dit met uitzondering van de bevoegdheid om belastingverordeningen vast te stellen.

 

 

Hoofdstuk 4: Algemeen bestuur

 

Artikel 6 Omvang en samenstelling algemeen bestuur

 

1. Aan het hoofd van SaBeWa Zeeland staat een algemeen bestuur, bestaande uit zoveel leden als er deelnemers zijn, waaronder de voorzitter.

2. Het dagelijks bestuur van het waterschap en elk van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten wijst uit zijn midden één lid aan.

3. Voor elk aangewezen lid wijzen het dagelijks bestuur van het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten uit hun midden een plaatsvervanger aan die dat lid bij verhindering vervangt.

4. Van elke aanwijzing tot lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur geven het dagelijks bestuur van het waterschap of de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die het aangaan terstond kennis aan de voorzitter van SaBeWa Zeeland.

 

 

Artikel 7 Onverenigbare betrekking

 

1. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, aangesteld bij SaBeWa Zeeland.

2. Met ambtenaar als bedoeld in het eerste lid worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij die in dienst van SaBeWa Zeeland werkzaam zijn op arbeidsovereenkomst naar burgerlijkrecht.

 

 

Artikel 8 Beëindiging lidmaatschap algemeen bestuur

 

1. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van het dagelijks bestuur van het waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente dat het lid van het algemeen bestuur heeft aangewezen eindigt.

2. ln de situatie van het eerste lid blijft het lid van het algemeen bestuur zijn functie bekleden tot conform artikel 6 een nieuw lid is aangewezen.

3. Zodra een lid geen deel meer uitmaakt van het dagelijks bestuur van het waterschap of het college van burgemeester en wethouders dat het lid heeft aangewezen, eindigt ook het lidmaatschap van het algemeen bestuur, en wordt door het dagelijks bestuur van het waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente zo spoedig mogelijk een nieuw lid aangewezen.

4. Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Het lid deelt zijn ontslag mede aan de deelnemer die hem/haar heeft aangewezen en aan de voorzitter van het algemeen bestuur. Het lid houdt, onverminderd het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel, zitting in het algemeen bestuur totdat in de opvolging is voorzien.

5. lndien tussentijds de plaats van een lid van het algemeen bestuur beschikbaar komt, wijst het dagelijks bestuur van het waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente dat het aangaat zo spoedig mogelijk een nieuw lid van het algemeen bestuur aan.

Artikel 9 Vergaderingen van algemeen bestuur

 

1. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal en voorts zo vaak als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt of tenminste twee leden dit onder opgaaf van redenen schriftelijk aan de voorzitter verzoeken.

2. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.

3. De deuren kunnen worden gesloten wanneer tenminste een vijfde gedeelte van de aanwezigen leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd.

4. Met betrekking tot het opleggen van geheimhouding is artikel 23 van de wet van overeenkomstige toepassing.

5. Besluiten worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen in een vergadering  waarin tenminste de helft van het aantal leden van het algemeen bestuur aanwezig is, tenzij in deze regeling uitdrukkelijk anders is bepaald. Elk lid van het algemeen bestuur heeft één stem.

6. lndien de stemmen staken wordt het besluitpunt in een volgende vergadering opnieuw in stemming gebracht. Staken ook dan de stemmen, dan heeft de voorzitter van het algemeen bestuur de beslissende stem.

Artikel 10 Reglement van orde

Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Dit reglement wordt ter kennis gebracht van de deelnemers.

Artikel 11 lnformatie- en verantwoordingsplicht

1. Het algemeen bestuur geeft aan het algemeen- dan wel dagelijks bestuur van het waterschap en de gemeenteraden dan wel colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten gevraagd dan wel ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het algemeen bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn.

2. Een lid van het algemeen bestuur geeft aan het dagelijks bestuur van het waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente dat hem heeft aangewezen, dan wel het algemeen bestuur van het waterschap of de gemeenteraad van die gemeente, alle inlichtingen die door dat algemeen- of dagelijks bestuur dan wel gemeenteraad of college, of één of meer leden daarvan, worden verlangd.

3. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan het dagelijks bestuur van het waterschap dan wel college van burgemeester en wethouders van de gemeente dat hem heeft aangewezen, dan wel het algemeen bestuur van het waterschap of de gemeenteraad van die gemeente, voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid en wel binnen 3 maanden nadat dit gevraagd wordt door het dagelijks- of algemeen bestuur van het waterschap dan wel het betrokken college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad, of één of meer leden daarvan, op de wijze zoals dit verlangd wordt.

4. Een lid van het algemeen bestuur dat niet langer het vertrouwen geniet van het dagelijks bestuur van het waterschap dan wel het college van burgemeester en wethouders dat hem heeft aangewezen, kan door dat dagelijks bestuur dan wel college worden ontslagen. In dat geval draagt het dagelijks bestuur van het waterschap dan wel dat college van burgemeester en wethouders er zorg voor dat zo spoedig mogelijk een nieuw lid wordt aangewezen.

5. het bepaalde in de voorgaande leden is op plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing.

Artikel 12 Bestuur, kaderstelling en controle

Het algemeen bestuur is belast met het algemeen bestuur van SaBeWa Zeeland, waaronder kaderstelling en controle van het dagelijks bestuur.

Artikel 13 Bevoegdheden algemeen bestuur

Tot de bevoegdheden van het algemeen bestuur behoren, onverminderd het bepaalde in artikel 66 lid 1 van de wet, onder meer:

a. het vaststellen en wijzigen van de begroting;

b. het vaststellen van de jaarrekening;

c. het vaststellen van de bijdragen van de deelnemers in SaBeWa Zeeland;

d. de benoeming, schorsing en ontslag van de leden van het dagelijks bestuur en de voorzitter;

e. het benoemen, schorsen van en ontslag verlenen aan de directeur als bedoeld in artikel 23 van deze regeling;

f. het vaststellen van een instructie voor de in het vorige lid bedoelde directeur.

Hoofdstuk 5: Dagelijks bestuur

Artikel 14 Samenstelling en verkiezing

 

1. Het dagelijks bestuur bestaat uit drie leden, waaronder een voorzitter.

2. De samenstelling van het dagelijks bestuur is als volgt:

a. één lid namens het waterschap;

b. twee leden namens de gemeenten.

3. De voorzitter en de overige leden van het dagelijks bestuur worden door en uit het midden van het algemeen bestuur gekozen.

4. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt, zodra men ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur.

5. Een lid van het dagelijks bestuur, waaronder de voorzitter, kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer geniet. Een dergelijk besluit kan alleen worden genomen met een meerderheid van tenminste tweederde van het aantal geldig uitgebrachte stemmen.

6. Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet hiervan mededeling aan het algemeen bestuur. Een lid dat ontslag heeft genomen blijft zijn functie waarnemen totdat in zijn opvolging is voorzien.

7. lndien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, kiest het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid van het dagelijks bestuur.

8. Gaat het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur, dan wordt het kiezen van een nieuw lid van het dagelijks bestuur uitgesteld totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur is bezet.

Artikel 15 Vergaderingen van het dagelijks bestuur

1 . Het dagelijks bestuur vergadert tenminste vier keer per jaar en zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of een lid daarom verzoekt.

2. ln de vergaderingen van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten indien tenminste twee leden aanwezig zijn.

3. lndien het vereiste aantal leden niet aanwezig is, belegt de voorzitter een nieuwe vergadering.

4. De leden van het dagelijks bestuur hebben ieder één stem. Besluiten worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen.

5. lndien de stemmen staken wordt het besluitpunt in een volgende vergadering opnieuw in stemming gebracht. Staken ook dan de stemmen, dan heeft de voorzitter van het dagelijks bestuur de beslissende stem.

6. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar, voor zover het dagelijks bestuur niet anders heeft bepaald.

7. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast. Dit reglement wordt ter kennis gebracht van het algemeen bestuur.

Artikel 16 Algemene taken van het dagelijks bestuur

 

1. Het dagelijks bestuur is belast met de dagelijkse aangelegenheden van SaBeWa Zeeland, tenzij de voorzitter bij of krachtens de wet of krachtens deze regeling daarmee is belast.

2. Het dagelijks bestuur is belast met de voorbereiding van al hetgeen in de vergadering van het algemeen bestuur ter overweging en besluitvorming moet worden gebracht.

3. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur, tenzij de voorzitter daarmee krachtens deze regeling is belast.

Artikel 17 Specifieke taken van het dagelijks bestuur

Het dagelijks bestuur is in ieder geval belast met:

a. het beheer van de inkomsten, uitgaven en het vermogen van SaBeWa Zeeland;

b. de zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;

c. het houden van toezicht op de uitoefening van de bevoegdheden door de directeur, de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar van SaBeWa Zeeland en de belastingdeurwaarder;

d. de behartiging van de belangen van SaBeWa Zeeland bij andere overheden, instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor SaBeWa Zeeland van belang is;

e. het beheer van een register met de belastingverordeningen, beleidsregels en de kwijtscheldingsregels die SaBeWa Zeeland voor de deelnemers uitvoert.

Artikel 18 Bevoegdheden van het dagelijks bestuur

Tot de bevoegdheden van het dagelijks bestuur behoren, onverminderd het bepaalde in artikel 66 lid 1 van de wet, onder meer:

a. het nemen van conservatoire maatregelen, ook alvorens is besloten tot het voeren

van een rechtsgeding, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is

ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit;

b. het procederen in kort geding en het voegen in strafzaken als bedoeld in artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering, tenzij het algemeen bestuur daaromtrent in voorkomende gevallen een beslissing heeft genomen;

c. het voeren van rechtsgedingen en het instellen van beroep, behoudens de in de Gemeentewet en Waterschapswet  in combinatie met de Algemene wet inzake rijksbelastingen en/of de lnvorderingswet 1990 rechtstreeks aan de heffingsambtenaar of invorderingsambtenaar geattribueerde bevoegdheden;

d. het regelen van de rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van de directeur en het personeel met inachtneming van het bepaalde in artikel 29 lid 2 van deze regeling;

e. uitoefening van de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de lnvorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Waterwet, de Wet milieubeheer en de Wet waardering onroerende zaken zijn toegekend aan de Minister van Financiën, het bestuur van 's Rijksbelastingdienst en de directeur, respectievelijk het college van burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van de deelnemers;

f. de aanwijzing van een of meer ambtenaren van SaBeWa Zeeland als heffingsambtenaar en als invorderingsambtenaar;

g. de aanwijzing van een of meer ambtenaren van SaBeWa Zeeland of een gerechtsdeurwaarder als belastingdeurwaarder;

h. het aanwijzen van een of meer ambtenaren van SaBeWa Zeeland als ambtenaar van SaBeWa Zeeland als bedoeld in artikel 1 onder k;

i. het vaststellen van instructies en beleidsregels voor de heffingsambtenaar, invorderingsambtenaar, de ambtenaar van SaBeWa Zeeland en de belastingdeurwaarder voor de uitoefening van hun bevoegdheden;

j. het stellen van beleidsregels en nadere regels met betrekking tot de heffing en invordering van de belastingen;

k. het geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren van belasting, met inachtneming van

artikel 144 van de Waterschapswet en artikel 255 van de Gemeentewet;

l. het besluiten tot het aanbesteden van leveringen en diensten;

m. het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van SaBeWa Zeeland, voor zover passend binnen de vastgestelde begroting;

n. het doen van aangifte van strafbare feiten, waarvan het kennis heeft genomen.

o. het benoemen, schorsen en ontslaan van de overige ambtenaren, alsmede het personeel werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht;

p. het vaststellen van de bezoldiging van de directeur en het overige personeel.

Artikel 19 lnformatie aan algemeen bestuur

1. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden verstrekken aan het algemeen bestuur gevraagd en ongevraagd inlichtingen.

2. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden leggen op verzoek van het algemeen bestuur verantwoording af over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur.

Artikel 20 Verslag van werkzaamheden

 

1. Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur jaarlijks vóór 1 juni ter vaststelling aan een verslag van de werkzaamheden van SaBeWa Zeeland over het afgelopen jaar.

2. Het dagelijks bestuur zendt het verslag binnen 14 dagen na vaststelling aan het dagelijks bestuur van het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten.

 

 

Hoofdstuk 6: De voorzitter

 

Artikel 21 Aanwijzing voorzitter

 

1 . De aanwijzing van de voorzitter als bedoeld in artikel 14 lid 3 dient plaats te vinden met een meerderheid van tenminste tweederde van het aantal geldig uitgebrachte stemmen.

2. De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur.

3. Het algemeen bestuur wijst uit de in artikel 14 lid 1 bedoelde leden van het dagelijks bestuur een plaatsvervangend voorzitter aan, die de voorzitter bij afwezigheid vervangt.

 

 

Artikel 22 Taken en bevoegdheden van de voorzitter

 

1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen en het dagelijks bestuur

2. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan.

3. De voorzitter vertegenwoordigt SaBeWa Zeeland in en buiten rechte, behoudens de in de Gemeentewet en Waterschapswet aan de heffingsambtenaar en invorderingsambtenaar toegekende bevoegdheden. Hij kan deze vertegenwoordiging met instemming van het dagelijks bestuur aan een door hem aan te wijzen gemachtigde opdragen.

4. lndien de voorzitter behoort tot het bestuur van een deelnemer die partij is bij een geding waarbij SaBeWa Zeeland is betrokken oefent de plaatsvervangend voorzitter met betrekking tot dat geding de in lid 3 genoemde bevoegdheid uit.

5. lndien ook de deelnemer van welks bestuur de plaatsvervangend voorzitter deel uitmaakt bij het in lid 4 bedoelde geding betrokken is, wordt een ander lid van het dagelijks bestuur gemachtigd om SaBeWa Zeeland met betrekking tot dat geding te vertegenwoordigen.

 

 

Hoofdstuk 7: De directeur

 

Artikel 23

 

1. De directeur handelt in overeenstemming met de door het algemeen bestuur vastgestelde instructie.

2. De directeur is belast met de organisatorische inrichting en de bedrijfsvoering van SaBeWa Zeeland en de personele aangelegenheden.

3. De directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak terzijde. Hij is bij de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aanwezig en heeft geen stemrecht.

4. Alle stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan worden door de directeur mede ondertekend.

5. Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur.

 

 

Hoofdstuk 8: De heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar van SaBeWa Zeeland en de belastingdeurwaarder

 

Artikel 24

 

SaBeWa Zeeland heeft een of meer heffingsambtenaren, invorderingsambtenaren, ambtenaren van SaBeWa Zeeland en belastingdeurwaarders.

 

 

Artikel 25 Bevoegdheden heffingsambtenaar

 

1. De heffingsambtenaar is bevoegd tot heffing van de belastingen waarvoor door het algemeen bestuur van het waterschap of de raden van de gemeenten een belastingverordening is vastgesteld en waarvan de heffing door het dagelijkse bestuur van het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten is opgedragen aan SaBeWa Zeeland.

2. De heffingsambtenaar heeft de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de lnvorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Algemene wet bestuursrecht, de Wet waardering onroerende zaken en de toepasselijke toekomstige wetgeving zijn toegekend aan de inspecteur, respectievelijk ambtenaar belast met de heffing van de deelnemers.

3. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in de leden 1 en 2 neemt de heffingsambtenaar de nadere regels van het dagelijks bestuur in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels die het dagelijks bestuur heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.

 

 

Artikel 26 Bevoegdheden invorderingsambtenaar

 

1. De invorderingsambtenaar is bevoegd tot invordering van alle belastingen die door de heffingsambtenaar op grond van artikel 25 lid 1 van deze regeling worden geheven.

2. De invorderingsambtenaar heeft de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de lnvorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Algemene wet bestuursrecht en de toepasselijke toekomstige wetgeving zijn toegekend aan de ontvanger, respectievelijk ambtenaar belast met de invordering van de deelnemers.

3. De invorderingsambtenaar beslist niet tot het voeren van een executieprocedure in eerste aanleg en tot hoger beroep dan nadat hij het dagelijks bestuur van zijn voornemen op de hoogte heeft gesteld.

4. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in de leden 1 en 2 neemt de invorderingsambtenaar de kwijtscheldingsregels van de desbetreffende deelnemer en de nadere regels van het dagelijks bestuur in acht, alsmede houdt hij rekening met de beleidsregels van het dagelijks bestuur ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.

5. De invorderingsambtenaar is bevoegd het dagelijks bestuur gemotiveerd te verzoeken tot het nemen van een besluit als bedoeld in artikel 18 onder 1 van de regeling.

Artikel 27 Bevoegdheden ambtenaar van SaBeWa Zeeland

 

1. De ambtenaar van SaBeWa Zeeland oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de lnvorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Algemene wet bestuursrecht, de Wet waardering onroerende zaken en de toepasselijke toekomstige wetgeving zijn toegekend aan de ambtenaren van de Rijksbelastingdienst, respectievelijk ambtenaar belast met de heffing of invordering van de deelnemers als bedoeld in artikel 231, lid 2, sub d van de Gemeentewet en artikel 123, lid 3, sub d van de Waterschapswet.

2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in lid 1 neemt de ambtenaar van SaBeWa Zeeland de nadere regels van het dagelijks bestuur in acht, alsmede houdt hij rekening met de beleidsregels van het dagelijks bestuur ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.

Artikel 28 Bevoegdheden belastingdeurwaarder

 

1. De belastingdeurwaarder oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de lnvorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Algemene wet bestuursrecht en de toepasselijke toekomstige wetgeving zijn toegekend aan de belastingdeurwaarder.

2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in lid 1 neemt de belastingdeurwaarder de nadere regels van het dagelijks bestuur in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels die het dagelijks bestuur heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.

Hoofdstuk 9 : Ambtelijke organisatie

Artikel 29

 

1. SaBeWa Zeeland heeft een ambtelijke organisatie met aan het hoofd een directeur.

2. Het algemeen bestuur bepaalt welke sectorale arbeidsvoorwaardenregeling van toepassing is op het personeel van SaBeWa Zeeland.

3. SaBeWa Zeeland heeft ten behoeve van de medezeggenschap van de werknemers een ondernemingsraad op basis van de Wet op de ondernemingsraden.

Hoofdstuk 10: Begroting, rekening, administratie en controle

Artikel 30 Vaststellen begroting

 

1. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 1 juli voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt de begroting vast.

2. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp begroting vóór 1 april van ieder jaar toe aan het algemeen bestuur van het waterschap en de raden van de gemeenten. De ontwerp begroting wordt gelijktijdig toegezonden aan de leden van het algemeen bestuur.

3. Het algemeen bestuur van het waterschap en de raden van de gemeenten kunnen omtrent de ontwerp begroting hun zienswijze inbrengen bij het algemeen bestuur.

4. De ontwerp begroting wordt door de zorg van ieder der deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid van de Gemeentewet en artikel 100, tweede en derde lid van de Waterschapswet zijn van overeenkomstige toepassing.

5. Het dagelijks bestuur legt de ingekomen zienswijzen met zijn advies hieromtrent te samen met de ontwerp begroting ter besluitvorming voor aan het algemeen bestuur.

6. Nadat de begroting is vastgesteld zendt het dagelijks bestuur de begroting aan het algemeen bestuur van het waterschap en de raden van de gemeenten.

7. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient aan gedeputeerde staten.

8. Het bepaalde in het tweede, vierde en vijfde lid is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.

9. Het bepaalde in lid zeven is niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting waarbij in de bijdrage van de deelnemers geen wijziging wordt gebracht.

Artikel 31 Bijdrage deelnemers

 

1. De berekeningswijze van de bijdrage van de deelnemers, als ook het eventueel wijzigen van die berekeningswijze, wordt door het algemeen bestuur bij unanimiteit vastgesteld.

2. De door elke deelnemer voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft verschuldigde bijdrage wordt in de begroting aangegeven.

3. De deelnemers betalen bij wijze van voorschot jaarlijks op de eerste werkdag van ieder kwartaal telkens een kwart van de in het tweede lid bedoelde bijdrage.

4. De deelnemers dragen er zorg voor dat SaBeWa Zeeland te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

5. De deelnemers zijn gezamenlijk garant voor de juiste betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de door SaBeWa Zeeland af te sluiten langlopende leningen, kasgeldleningen en in rekening courant op te nemen gelden, naar verhouding van de in lid 2 bedoelde bijdrage op 1 januari van het jaar waarin de rente en aflossing is verschuldigd.

Artikel 32 Jaarrekening en Jaarverslag

 

1. Van de inkomsten en uitgaven van SaBeWa Zeeland over het afgelopen jaar wordt door het dagelijks bestuur verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur onder overlegging van de jaarrekening en jaarverslag met de daarbij behorende bescheiden.

2. Het dagelijks bestuur voegt bij de jaarrekening en jaarverslag een controleverklaring en een verslag van bevindingen van de accountant.

3. Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening over het afgelopen jaar en stelt haar vast.

4. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening en het jaarverslag  binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening en jaarverslag betrekking hebben aan gedeputeerde staten.

5. Van de vaststelling van de jaarrekening en het jaarverslag doet het dagelijks bestuur mededeling aan het algemeen bestuur van het waterschap en de raden van de gemeenten.

6. De vaststelling van de jaarrekening en het jaarverslag strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ten aanzien van het daarin verwoorde financieel beheer.

Artikel 33 Regels m.b.t. administratie

 

1. Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de administratie en het beheer van vermogenswaarden. Deze regels dienen te waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid, doelmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.

2. SaBeWa Zeeland houdt de administratie van de opgelegde aanslagen en de ingevorderde belastingen gescheiden van de administratie voor de bedrijfsvoering van SaBeWa Zeeland.

3. De ingevorderde belastingen worden beheerd op een uitsluitend daartoe bestemde rekening.

4. Het is SaBeWa Zeeland niet toegestaan te ontvangen of ontvangen belastingen te verrekenen met de bijdragen van de deelnemers.

5. lngevorderde belastingen worden periodiek overgemaakt naar de rekening van de betreffende deelnemer. Het algemeen bestuur bepaalt de duur van de periode.

6. Het dagelijks bestuur zendt periodiek aan het dagelijks bestuur van het wat de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten een overzicht van de te heffen, geheven, in te vorderen en ingevorderde belastingen. Het algemeen bestuur bepaalt de duur van de periode

7. SaBeWa Zeeland verstrekt aan de deelnemers de informatie die deze opvragen om hun beleid te kunnen vormen ten aanzien van de in artikel 4 bedoelde onderwerpen.

Artikel 34 Controleregels

 

1. Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de controle op de administratie en op het beheer van de vermogenswaarden. De regels dienen onder meer te waarborgen dat de rechtmatigheid en doelmatigheid van de administratie en het beheer worden getoetst.

2. De regels, bedoeld in het eerste lid, voorzien onder meer in de aanwijzing van een registeraccountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek belast met het onderzoek van de jaarrekening alsmede het ter zake uitbrengen van een verslag, dat behalve de verklaring bij de rekening bevindingen bevat over de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan de eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid.

Hoofdstuk 11: Toetreding en uittreding

Artikel 35 Toetreding

 

1. Het dagelijks bestuur van een waterschap dan wel het college van burgemeester en wethouders van een gemeente dat wenst toe te treden, dient het verzoek tot toetreding, met inbegrip van de verkregen toestemming van het algemeen bestuur van het waterschap dan wel de gemeenteraad, in bij het dagelijks bestuur.

2. Het dagelijks bestuur legt het verzoek tot toetreding ter advisering voor aan het algemeen bestuur.

3. Vervolgens zendt het dagelijks bestuur het verzoek tot toetreding met het advies van het algemeen bestuur toe aan de dagelijkse besturen van de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling en verzoekt de deelnemers tot het nemen besluit omtrent de

verzochte toetreding. Van hun besluit stellen de deelnemers het algemeen bestuur schriftelijk in kennis.

4. Het dagelijks bestuur van het waterschap dan wel het college van burgemeester en wethouders van een gemeente treedt toe tot de regeling, indien tenminste tweederde van de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling, na verkregen toestemming van hun gemeenteraden dan wel het algemeen bestuur van het waterschap, hebben ingestemd met de verzochte toetreding.

5. Aan de toetreding kunnen door het algemeen bestuur voorwaarden worden verbonden.

6. De toetreding gaat in op de eerste dag van het jaar volgende op het jaar waarin de in lid 3 vermelde instemming tot de toetreding is verleend, met dien verstande, dat tussen de toetredingen de in lid 3 bedoelde instemming een periode van tenminste 6  maanden is gelegen.

7. Het toegetreden dagelijks bestuur van een waterschap dan wel college van burgemeester en wethouders van een gemeente doet zo spoedig mogelijk de nodige aanwijzingen overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 van deze regeling.

8. In geval van toetreding door een waterschap of gemeente(n) kan door het algemeen bestuur worden besloten om de samenstelling van het dagelijks bestuur, zoals omschreven in artikel 14, uit te breiden tot maximaal vijf leden.

Artikel 36 Uittreding

 

1. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling.

2. Gedurende drie jaren na de datum van toetreding tot de regeling is het niet mogelijk om uit de regeling uit te treden.

3. Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van tenminste één jaar in acht genomen.

4. Uittreding uit de regeling vindt plaats aan het einde van het kalenderjaar.

5. Een deelnemer die uit de regeling wenst te treden maakt, na verkregen toestemming van het algemeen bestuur van het waterschap respectievelijk de gemeenteraad, zijn voornemen tot uittreding bij aangetekend schrijven kenbaar aan het dagelijks bestuur.

6. Het dagelijks bestuur maakt dit voornemen tot uittreding onmiddellijk bekend bij het algemeen bestuur en de dagelijkse besturen van de deelnemers.

7. Na ontvangst van het in lid 5 vermelde schrijven wordt een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke deskundige opdracht verleend een uittredingsplan op te stellen. Het uittredingsplan wordt vóór de datum van uittreding vastgesteld door het algemeen bestuur en de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend.

8. Het uittredingsplan voorziet in de financiële en personele gevolgen van de uittreding

9. Het dagelijks bestuur zendt het vastgestelde uittredingsplan toe aan de dagelijkse besturen van de deelnemers.

10. De uittredende deelnemer is gehouden om binnen 6 maanden na de uittredingsdatum de in het uittredingsplan voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan SaBeWa Zeeland te voldoen.

11. De kosten van het opstellen van het uittredingsplan komen voor rekening van de deelnemer die het voornemen heeft om uit te treden

Hoofdstuk 12: Wijziging en opheffing

Artikel 37 Wijziging van de regeling

 

1. a. De regeling kan door de deelnemers worden gewijzigd op voorstel van het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur van SaBeWa Zeeland alsmede het dagelijks bestuur van het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten kunnen het algemeen bestuur oproepen om een wijzigingsvoorstel vast te stellen;

b. De regeling kan de eerste tien jaar na inwerkingtreding niet worden gewijzigd ten aanzien van de plaats van vestiging zoals omschreven in artikel 2 lid 3, tenzij de colleges van burgemeester en wethouders van de Zeeuws Vlaamse gemeenten unaniem verklaren hiertegen geen bezwaar te hebben.

2. Het dagelijks bestuur zendt de deelnemers het voorstel tot wijziging, alsmede het advies van het algemeen bestuur daaromtrent toe en verzoekt de deelnemers tot het nemen van een besluit omtrent de voorgestelde wijziging. Van hun besluit stellen de deelnemers het algemeen bestuur schriftelijk in kennis.

3. Het dagelijks bestuur van het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten besluiten omtrent de voorgestelde wijziging nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van het algemeen bestuur van het waterschap dan wel de raden van de gemeenten.

4. Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen wanneer tweederde van de deelnemers op de wijze als vermeld in lid 2 zich daarvoor heeft verklaard.

5. Een ingevolge lid 4 van deze regeling tot stand gekomen wijziging van de regeling treedt niet eerder in werking dan nadat deze door de gemeenten en het waterschap is bekend gemaakt op de in iedere gemeente respectievelijk het waterschap gebruikelijke wijze.

6. ln afwijking van de vorige leden van dit artikel kan een wijziging of intrekking van artikel 31 lid 1 en van dit lid slechts plaats vinden bij een unaniem besluit van alle deelnemers aan de regeling.

Artikel 38 Opheffing en liquidatie

 

1. De regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluit van ten minste tweederde van de deelnemers

2. Artikel 37 is van zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

3. lngeval een besluit tot opheffing volgens het eerste lid is genomen, besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt het, gehoord de deelnemers, het door een aangewezen onafhankelijk deskundige opgesteld liquidatieplan vast.

4. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing, in de vereffening van de aanwezige middelen, en in de regeling van de personele gevolgen.

5. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan.

6. Zo nodig blijven het dagelijks bestuur en de overige organen ook na het tijdstip van opheffing in functie totdat het liquidatieplan is uitgevoerd.

Hoofdstuk 13: Overige bepalingen

Artikel 39 Archief

1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van SaBeWa Zeeland overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de wettelijke voorschriften.

2. De directeur is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden.

3. Voor de bewaring van de grond van artikel 5 van de Archiefwet 1998 over te brengen bescheiden wijst het dagelijks bestuur een Bewaarplaats aan

Artikel 40 Geschillen

 

1. lndien er een geschil is ontstaan tussen de deelnemers onderling of tussen een of meer deelnemers en het bestuur van SaBeWa Zeeland omtrent de toepassing, in de ruimste zin, van deze regeling, wordt het geschil, voorafgaande aan het nemen van een besluit daarover door het algemeen bestuur, ter advisering voorgelegd aan een door het algemeen bestuur samengestelde geschillencommissie of aangewezen mediator. Nadat advies is uitgebracht neemt het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een besluit.

2. lndien het geschil overeenkomstig het eerste lid niet is opgelost, wordt hierover door het college van gedeputeerde staten van Zeeland beslist.

3. Het eerste lid is niet van toepassing indien het gevallen betreft behorende tot die vermeld in artikel 112 lid 1 van de Grondwet of tot die waarvan beslissing krachtens artikel 112 lid 2 van de Grondwet is opgedragen aan hetzij de rechterlijke macht, hetzij aan gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren.

 

 

Artikel 41 Klachtenbehandeling

 

  • 1.

    Het algemeen bestuur is bevoegd tot het vaststellen van een regeling voor de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • 2.

    Voor de externe klachtenbehandeling wordt aangesloten bij Stichting De Zeeuwse Ombudsman.

 

 

Hoofdstuk 14: Slotbepalingen

 

Artikel 42 Inwerkingtreding

 

1. De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag volgende op die waarop het dagelijks bestuur van waterschap Scheldestromen en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Reimerswaal, Sluis, Terneuzen en Tholen hun besluit tot het aangaan van de regeling gezamenlijk hebben bekend gemaakt.

2. De bevoegdheden van het dagelijks bestuur, de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar van SaBeWa Zeeland en de belastingdeurwaarder hebben betrekking op de bevoegdheden met betrekking tot belastbare feiten die zich voordoen vanaf het belastingjaar 2013.

3. Ten aanzien van belastbare feiten, die betrekking hebben op de belastingjaren vóór 2013, kunnen het dagelijks bestuur en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers bij afzonderlijke besluiten de bevoegdheden tot heffing en invordering aan het dagelijks bestuur, de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar van SaBeWa Zeeland en de belastingdeurwaarder van SaBeWa Zeeland opdragen.

 

 

Artikel 43 Eerste aanwijzing bestuursleden

 

Binnen één maand na het tijdstip van inwerkingtreding van de regeling wijzen het dagelijks bestuur van het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers op grond van artikel 6 de leden en plaatsvervangend leden van het algemeen bestuur aan.

 

Artikel 44 Duur van de regeling

 

De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde duur.

Artikel 45 lnzending regeling

 

Het dagelijks bestuur van waterschap Scheldestromen wordt belast met de inzending van deze regeling aan gedeputeerde staten van Zeeland.

Artikel 46 Naam van de regeling

 

De regeling kan worden aangehaald als "Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking SaBeWa Zeeland".

Aldus vastgesteld door:

Het dagelijks bestuur van waterschap Scheldestromen

in de vergadering van …

de secretaris -algemeen directeur, de dijkgraaf,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borsele

in de vergadering van …

de secretaris, de burgemeester,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes

in de vergadering van …

de secretaris, de burgemeester,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst

in de vergadering van …

de secretaris, de burgemeester,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kapelle

in de vergadering van …

de secretaris, de burgemeester,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Reimerswaal

in de vergadering van …

de secretaris,   de burgemeester,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis

in de vergadering van …

de secretaris, de burgemeester,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen

in de vergadering van …

de secretaris, de burgemeester,

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tholen

in de vergadering van …

de secretaris, de burgemeester,