Winkeltijdenverordening Gouda 2014

Geldend van 24-01-2014 t/m heden

Intitulé

Winkeltijdenverordening Gouda 2014

De raad van de gemeente Gouda;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d 5 november 2013;

gelet op artikel 3 van de Winkeltijdenwet;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Winkeltijdenverordening Gouda 2014.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

feestdagen: Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, eerste Kerstdag en tweede Kerstdag;

werkdagen: maandag tot en met zaterdag;

wet: Winkeltijdenwet;

winkel: winkel als bedoeld in artikel 1 van de wet.

Hoofdstuk 2 Vrijstellingen

Artikel 2. Vrijstelling voor zon- en feestdagen
  • 1. Voor de in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a en b van de wet, vervatte verboden geldt een vrijstelling op de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen, zondagen of feestdagen.

  • 2. Het college kan bij het verlenen van de vrijstelling onderscheid maken tussen verschillende delen van de gemeenten en tussen winkels behorende tot verschillende branches of categorieën.

Artikel 3. Vrijstelling voor bepaalde winkels

De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van:

a. musea;

b. winkels, waar uitsluitend maaltijden, voor directe consumptie geschikte eetwaren, alcoholvrije dranken en, door middel van een automaat, tabak en tabaksprodukten, middelen ter voorkoming van zwangerschap en damesverband plegen te worden verkocht;

c. winkels waar de bedrijfsactiviteit hoofdzakelijk bestaat uit het verhuren van voorbespeelde videobanden en andere voorbespeelde beelddragers, mits in die winkel geen andere goederen worden te koop aangeboden of verkocht dan videobanden en andere beelddragers, alsmede tijdschriften en catalogi, die betrekking hebben op het te huur aangeboden assortiment.

Artikel 4. Openstelling anders dan voor verkoop
  • 1. De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van:

    a. winkels, waarin zich een restaurant of lunchroom bevindt, voor zover het laten betreden van de winkel noodzakelijk is voor het bezoeken van het restaurant of de lunchroom;

    b. winkels waar uitsluitend of hoofdzakelijk fietsen en bromfietsen plegen te worden verkocht, voor zover het laten betreden van de winkel noodzakelijk is voor het huren van fietsen en bromfietsen.

  • 2. De in het eerste lid vervatte vrijstellingen gelden niet ten aanzien van het verkopen van goederen.

Artikel 5. Straatverkoop van bepaalde goederen

De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van voor directe consumptie geschikte eetwaren en alcoholvrije dranken.

Artikel 6. Begraafplaatsen
  • 1. De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk bloemen en planten plegen te worden verkocht en die zijn gelegen op een afstand van ten hoogste 100 meter van de publieksingang van een begraafplaats, gedurende de openingstijden van die begraafplaats.

  • 2. De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van bloemen en planten op een begraafplaats dan wel op een afstand van ten hoogste 100 meter van de publieksingang daarvan, gedurende de openingstijden van die begraafplaats.

Artikel 7. Culturele evenementen
  • 1. De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van gebouwen, waar voorstellingen, uitvoeringen of evenementen van culturele aard plaatsvinden, en waar uitsluitend of hoofdzakelijk goederen die rechtstreeks verband houden met aldaar te houden voorstellingen, uitvoeringen en evenementen plegen te worden verkocht, vanaf een uur voor de aanvang van de voorstelling, de uitvoering of het evenement tot een uur na afloop daarvan.

  • 2. De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van het ter gelegenheid van voorstellingen, uitvoeringen of evenementen van culturele aard te koop aanbieden en verkopen van goederen, die rechtstreeks verband houden met die voorstellingen, uitvoeringen of evenementen, vanaf een uur voor de aanvang van de voorstelling, de uitvoering of het evenement tot een uur na afloop daarvan.

Artikel 8. Sportcomplexen
  • 1. De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van winkels in of op het terrein van sportcomplexen, waar uitsluitend of hoofdzakelijk goederen worden verkocht, die rechtstreeks verband houden met de aldaar beoefende sporten, gedurende de openstellingsuren van die sportcomplexen.

  • 2. De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van het in of op het terrein van sportcomplexen te koop aanbieden en verkopen van goederen, die rechtstreeks verband houden met de aldaar beoefende sporten, gedurende de openstellingsuren van die sportcomplexen.

Artikel 9. Bejaardenoorden
  • 1. De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van winkels in of op het terrein van bejaardenoorden, waar uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren, prentbriefkaarten, nieuwsbladen en tijdschriften alsmede bloemen en planten plegen te worden verkocht.

  • 2. De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden in of op het terrein van bejaardenoorden niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van eet- en drinkwaren, prentbriefkaarten, nieuwsbladen en tijdschriften alsmede bloemen en planten.

Artikel 10. Eerste Heilige Communie
  • 1. De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk foto-artikelen plegen te worden verkocht, voor zover het betreden van die winkel noodzakelijk is voor het vervaardigen van portretfoto's ter gelegenheid van de Eerste Heilige Communie.

  • 2. De in het eerste lid vervatte vrijstelling geldt niet ten aanzien van het verkopen van goederen.

Artikel 11. Allerheiligen en Allerzielen
  • 1. De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag, gelden niet ten aanzien van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk bloemen en planten plegen te worden verkocht, op de dagen waarop Allerheiligen en Allerzielen worden gevierd.

  • 2. De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag, gelden niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van bloemen en planten op de dagen waarop Allerheiligen en Allerzielen worden gevierd.

Artikel 12. Ramadan
  • 1. De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden gedurende de Ramadan vanaf twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang niet ten aanzien van winkels, waar brood en gebak wordt verkocht dat in het bijzonder is bestemd voor hen die zich aan de Ramadan houden, mits in die winkel dat brood en gebak ook pleegt te worden verkocht buiten de periode van de Ramadan.

  • 2. De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden gedurende de Ramadan vanaf twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van brood en gebak dat in het bijzonder is bestemd voor hen die zich aan de Ramadan houden.

Artikel 13. Carnaval
  • 1. De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag, gelden op de zondag vanaf 12 uur waarop carnaval wordt gevierd, niet ten aanzien van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk feestartikelen plegen te worden verkocht.

  • 2. De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag, gelden op de zondag vanaf 12 uur waarop carnaval wordt gevierd, niet voor het te koop aanbieden en verkopen van feestartikelen.

  Artikel 14. Kermis
  • 1. De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk feestartikelen plegen te worden verkocht, indien in de gemeente, waarin de winkel is gelegen, een kermis wordt gehouden, gedurende de openingstijden van die kermis.

  • 2. De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet voor het te koop aanbieden en verkopen van feestartikelen en speelgoed op een terrein, waar een kermis wordt gehouden.

Hoofdstuk 3. Individuele ontheffingen

Artikel 15. Ontheffing voor zon- en feestdagen bij bijzondere situaties
  • 1. Het college kan voor wat betreft zondagen of feestdagen op aanvraag ontheffing verlenen van de in artikel 2 van de wet genoemde verboden, ten behoeve van:

    a. bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard;

    b. het uitstallen van goederen;

    c. tentoonstellingen in kunstateliers en galeries.

  • 2. De ontheffing kan worden verleend in geval van feestelijkheden, bijeenkomsten, veilingen of beurzen.

Artikel 16. Avondopenstelling
  • 1. Het college kan op aanvraag ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder c, van de wet.

  • 2. Het college verleent de ontheffing, als bedoeld in het eerste lid, tot maximaal 24.00 uur, tenzij een ontheffing wordt gevraagd voor een eenmalige activiteit van korte duur.

  • 3. Het college kan op aanvraag ontheffing verlenen van de in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a en b van de wet genoemde verboden. Het college kan de ontheffing verlenen onder beperkingen en er voorschriften aan verbinden Aan deze ontheffing worden in elk geval de volgende voorschriften verbonden, tenzij een ontheffing wordt gevraagd voor een eenmalige activiteit van korte duur:

    a. het college verleent de ontheffing tot maximaal 24.00 uur;

    b. de winkel is op zondagen en feestdagen vóór 16.00 uur gesloten;

    c. de winkel is tenminste vier werkdagen van 16.00 uur tot 24.00 uur geopend, tenzij door het college anders wordt bepaald;

    d. in de winkel worden hoofdzakelijk eet- en drinkwaren verkocht met uitzondering van sterke drank als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet.

  • 4. Het college verleent voor ten hoogste vier winkels een ontheffing als bedoeld in het eerste lid of het derde lid. Het maximum van vier ontheffingen kan slechts worden overschreden voorzover het ontheffingen betreft voor eenmalige activiteiten van korte duur.

Artikel 17. Intrekken, wijzigen of weigeren van de ontheffing
  • 1. Het college kan een ontheffingintrekken of wijzigen indien:

    a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    b. veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten dit noodzakelijk maken in verband met het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist;

    c. het gebruik van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde, de (verkeers)veiligheid of het woon- en leefklimaat ter plaatse;

    d. de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

    e. van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn of, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een half jaar;

    f. de houder dit aanvraagt.

  • 2. De ontheffing wordt geweigerd als de woon- of leefsituatie, de (verkeers)veiligheid of de openbare orde in de omgeving van de winkel op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de openstelling van de winkel conform de verzochte ontheffing.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 18. Intrekking oude verordening

De Winkeltijdenverordening Gouda 2011 wordt ingetrokken.

Artikel 19.Overgangsbepaling
  • 1. Ontheffingen die zijn verleend onder de werking van de Winkeltijdenverordening Gouda 2011 en die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze verordening, worden aangemerkt als ontheffingen krachtens deze verordening.

  • 2. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing op grond van de Winkeltijdenverordening Gouda 2011 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

  • 3. Op bezwaarschriften gericht tegen een beschikking op een aanvraag om een ontheffing krachtens de Winkeltijdenverordening Gouda 2011 wordt beslist met toepassing van deze verordening.

Artikel 20 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag volgend op die van haar bekendmaking.

Artikel 21. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Winkeltijdenverordening Gouda 2014

Algemene toelichting

Per 1 juli 2013 is de Winkeltijdenwet gewijzigd.Op grond van de gewijzigde Winkeltijdenwet blijven de wettelijke verboden om winkels op zon-, feestdagen en op werkdagen voor 6 uur en na 22 uur open te stellen, op zichzelf bestaan. Gemeenten zijn echter na de wetswijziging volledig vrij om te bepalen of – en in hoeverre en onder welke voorwaarden – zij vrijstelling of ontheffing verlenen van deze verboden

De Winkeltijdenwet kent de volgende uitgangspunten:

a.Op maandag t/m zaterdag, de werkdagen, is openstelling van winkels toegestaan tussen 06.00 en 22.00 uur. Gemeenten mogen tijdens deze uren geen beperkingen opleggen aan de openstelling van winkels.

b.Aan het aantal openingsuren per winkel per week is geen maximum verbonden.

c.Tijdens de nachturen van 22.00 tot 06.00 uur is winkelopening op werkdagen niet toegestaan. Gemeenten kunnen echter vrijstellingen of ontheffingen van deze verplichte winkelsluiting verlenen. Op Goede Vrijdag, Kerstavond (24 december) en Dodenherdenking (4 mei) moeten de winkels vanaf 19.00 uur dicht zijn.

d.Op zon- en feestdagen is winkelopening niet toegestaan. De Winkeltijdenwet merkt in dit verband als feestdagen aan: Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag.

e.De gemeenteraden kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van genoemde verboden. Het college kan op aanvraag ontheffingen verlenen van deze verboden.

De Winkeltijdenwet is niet alleen van toepassing op winkels: het is op de in artikel 2, eerste lid, van de wet bedoelde dagen en tijden ook verboden om in de uitoefening van een bedrijf (anders dan in een winkel) goederen te koop aan te bieden of te verkopen aan particulieren. Dit volgt uit artikel 2, tweede lid.

Artikelgewijze toelichting

Artikel 1. Begripsbepalingen

Voor de omschrijving van het begrip feestdagen is aansluiting gezocht bij artikel 2, eerste lid onder b van de Winkeltijdenwet. In de wet is geen definitie opgenomen van feestdag, maar worden de volgende dagen genoemd als dagen waarop de winkels gesloten moeten zijn (naast de zondag): Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag. Deze dagen zijn in artikel 1 van de verordening gedefinieerd als feestdag. Daarnaast noemt artikel 2, eerste lid onder b van de Winkeltijdenwet nog drie dagen waarop de winkels gesloten moeten zijn vanaf 19.00 uur: Goede Vrijdag, 4 mei en 24 december. Koninginnedag en Bevrijdingsdag zijn, voor zover deze dagen niet op zondag vallen, in de wet niet aangemerkt als dagen waarop de winkels gesloten moeten zijn. Deze dagen vallen dus niet onder het begrip feestdag in de verordening.

Artikel 2. Vrijstelling voor zon- en feestdagen

Dit artikel is een uitwerking van artikel 3, eerste lid, Winkeltijdenwet, dat bepaalt dat de raad bij verordening vrijstelling kan verlenen van de in artikel 2 vervatte verboden. Op grond van artikel 156 van de Gemeentewet kan de raad deze bevoegdheid delegeren aan het college.

Artikel 3 tot en met 14

Met de inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de Winkeltijdenwet (wetsvoorstel 32 412) zijn de artikelen 10 tot en met 22 van het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet van rechtswege vervallen. Deze voorheen landelijk geregelde vrijstellingen zijn thans opgenomen in deze verordening. Het gaat met name om vrijstellingen voor detailhandel die traditioneel veel (ook) op zon- en feestdagen plaatsvindt, zoals snackbars, ijscomannen, videotheken, bloemenwinkels bij begraafplaatsen, winkels in musea en in bejaardenoorden en winkels in feestartikelen, alsmede openstellingen ter gelegenheid van sport- en culturele evenementen. De voorheen landelijke geregelde vrijstelling voor winkels in de omgeving van een bedevaartplaats is niet overgenomen, omdat in Gouda geen bedevaartsplaatsen zijn en niet aannemelijk die er op korte termijn zullen komen.

Artikel 15. Ontheffing zon- en feestdagenregeling voor bijzondere situaties

Dit artikel steunt op artikel 3, eerste lid, Winkeltijdenwet.

Artikel 15, eerste lid onder c van de verordening bevat een aparte regeling voor tentoonstellingen in kunstateliers en galeries. De achtergrond van deze bijzondere status voor kunstateliers en galeries is dat de mogelijkheden voor kunstenaars aan hun werk bekendheid te geven door middel van (verkoop)tentoonstellingen niet te zeer aan banden gelegd mag worden. Bovendien spelen concurrentieoverwegingen hier nauwelijks een rol, gezien het individuele karakter van de betrokken voorwerpen.

Onder bijzondere omstandigheden van tijdelijke aard kunnen feestelijkheden worden verstaan. In een uitspraak van 28 oktober 2008, LJN: BG2147 (Amsterdam Noord), heeft het CBB het begrip “feestelijkheden” ingevuld. Het ging in deze zaak onder meer om de vraag of allerlei buitenlandse en nogal buitenissige feestdagen zoals de Chinese dag van het kind, de Amerikaanse "doe vriendelijk dag" en dergelijke konden worden aangemerkt als "feestelijkheden" zoals bedoeld in de Winkeltijdenverordening van het desbetreffende stadsdeel. Uit de uitspraak blijkt "….dat het moet gaan om feestelijkheden die bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard zijn. Bij het hanteren van het begrip "bijzondere gelegenheid van tijdelijke aard" moet er een verband kunnen worden aangewezen met een gebeurtenis dan wel met het beleven of uiten van opvattingen of gevoelens, waaraan blijkens een breed gedragen mening van de bevolking of een bevolkingsgroep op landelijk dan wel op lokaal niveau, een feestelijke, gedenkwaardige betekenis moet worden gehecht."

In een uitspraak van 18 december 2009 bepaalde de voorzieningenrechter dat het verlenen van ontheffing om op zondag 20 december open te zijn in verband met het plaatsvinden van een feestelijkheid (de laatste zondag voor Kerstmis), niet mogelijk was. In deze mondelinge uitspraak overwoog de rechter: “Er is echter niet gebleken welke feestelijkheid op die dag plaats zal vinden en tevens niet of de genoemde feestelijke activiteiten ten tijde van het verlenen van de ontheffing reeds gepland waren.” (LJN BK 7097, Lisse).

Artikel 16. Avondopenstelling

In dit artikel wordt de ontheffing voor avondopenstelling op werkdagen (vanaf 22.00 uur) en zondagen en feestdagen (vanaf 16.00) geregeld.

Het eerste en tweede lid regelen de avondopenstelling op werkdagen, het derde lid de avondopenstelling op zondagen.

Ingevolge het tweede lid worden ontheffingen voor avondwinkels op grond van dit artikel in principe tot 24.00 uur afgegeven. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien ontheffing wordt gevraagd voor eenmalige activiteiten van korte duur. Hierbij valt te denken aan winkels die eenmalig om 24.00 uur de deuren willen openen ter promotie van bijvoorbeeld het nieuwe Harry Potter-boek of elektronica gadgets. Ook een ontheffing voor opening van een winkel voor het suikerfeest kan hieronder vallen.

Het derde lid koppelt aan de avondopenstelling op zondag de voorwaarde dat de winkel ook op tenminste vier werkdagen ‘s avonds open is. Dit artikel beoogt te voorkomen dat supermarkten standaard een ontheffing voor zondagavondopenstelling aanvragen. Doordat supermarkten doorgaans veel groter zijn dan de “gewone” avondwinkels, is de impact voor de omgeving door permanente openstelling van een supermarkt op zondag groter en in beginsel ongewenst. Het college behoudt de mogelijkheid hiervan af te wijken, door de toevoegingen in artikel 17, derde lid onder c: “tenzij door het college anders wordt bepaald”.

De voorwaarden die zijn verbonden aan de zondagavondopenstelling (o.a. de winkel moet minstens 4 werkdagen ‘s avonds open zijn, en er dienen hoofdzakelijk eet- en drinkwaren te worden verkocht) gelden niet voor eenmalige openstellingen op zondagavond.

Ingevolge het vierde lid geeft het college maximaal vier ontheffingen af. Omdat avondwinkels in verhouding tot andere winkels meer overlast geven voor de omgeving, is een beperking van het toegestane aantal avondwinkels wenselijk.

Artikel 17. Intrekken, wijzigen of weigeren van de ontheffing

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 18. Intrekking oude verordening

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 19. Overgangsbepaling

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 20. Inwerkingtreding

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 21. Citeertitel

Dit artikel spreekt voor zich.