Financiële verordening van het Regionaal Orgaan Amsterdam per 1 januari 2006

Geldend van 01-01-2006 t/m 14-03-2012

Intitulé

De regioraad van het Regionaal Orgaan Amsterdam:

gelezen het voorstel nummer 2005/ 28 van het dagelijks bestuur

besluit:

- in te trekken de Verordening m.b.t. de organisatie van de financiële administratie en het beheer van de geldmiddelen in de regioraad van 30 juni 1992

- vast te stellen de Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van het Regionaal Orgaan Amsterdam

Artikel 1

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de ROA organisatie die als zodanig een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het Dagelijks Bestuur heeft.

b. administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van het Regionaal Orgaan Amsterdam en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.

c. financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de organisatie van het Regionaal Orgaan Amsterdam, teneinde te komen tot een goed inzicht in:

- de financieel-economische positie;

- het financiële beheer;

- de uitvoering van de begroting;

- het afwikkelen van vorderingen en schulden;

- alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover.

d. administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding.

e. financieel beheer : het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen rechten van het Regionaal Orgaan Amsterdam.

f. rechtmatigheid het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, Regioraadsbesluiten en Dagelijks Bestuurbesluiten.

g. doelmatigheid het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen.

h. doeltreffendheid de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.

Titel1. Begroting en verantwoording

Kaderstellen

Artikel 2

Programmabegroting

1. De Regioraad stelt de programma-indeling van de begroting vast.

2. De Regioraad steltper programma vast:

a. de beoogde maatschappelijke effecten;

b. de te leveren goederen en diensten;

c. de baten en lasten

d. indicatoren van de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren goederen en diensten.

3. Het Dagelijks Bestuur zorgt voor het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde goederen en diensten en de maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de Regioraad, kunnen worden getoetst.

Artikel 3

Procedure vaststellen begroting

1. Het Dagelijks Bestuur stuurt de ontwerp begroting naar de Regioraad en het college van de deelnemende gemeenten van het Regionaal Orgaan zes weken voordat de ontwerp begroting in de Regioraad wordt behandeld.

2. De Regioraad stelt de begroting voor het komende jaar vast voor 1 juli van het lopende jaar

Artikel 4

Activiteitenplan

1. Het Dagelijks Bestuur stelt een Activiteitenplan op waarin wordt opgenomen welke activiteiten en producten worden uitgevoerd om de doelstellingen van de programma´s te realiseren.

2. De Regioraad stelt het Activiteitenplan vast voor de ingang van het begrotingsjaar.

Uitvoeren

Artikel 5

Uitvoering begroting

1. Het Dagelijks Bestuur stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.

2. Het Dagelijks Bestuur zorgt ervoor dat de lasten van de programma’s zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting niet worden overschreden en dat de inkomsten tenminste gerealiseerd worden.

3. Het Dagelijks Bestuur zorgt ervoor dat er een begrotingswijziging die leidt tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage tenminste zes weken voor aanbieding aan de Regioraad naar de gemeenten wordt gestuurd. Het Dagelijks Bestuur ziet er op toe dat er geen financiële handelingen worden verricht die vooruitlopen op een verhoging van de gemeentelijke bijdrage.

4. Het Dagelijks Bestuur zorgt ervoor dat in het Activiteitenplan:

a. de lasten en baten eenduidig, waar nodig met een methode voor kostentoerekening, zijn toegewezen aan de programma´s of met producten van de productraming;

b. de budgetten in het Activiteitenplan en kredieten voor investeringen passen binnen de kaders zoals geautoriseerd bij de vaststelling van de uiteenzetting van de financiële positie.;

c. de lasten van de producten en activiteiten niet dusdanig worden overschreden dat de realisatie van andere onderdelen binnen hetzelfde programma onder druk komt.

Beheren en Interne controle

Artikel 6

Interne controle

1. Het Dagelijks Bestuur zorgt ervoor dat met interne controle de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen getoetst wordt. Bij afwijkingen neemt het Dagelijks Bestuur maatregelen tot herstel.

2. Het Dagelijks Bestuur zorgt ervoor dat informatie over de uitvoering en doelmatigheid van de subsidieregelingen van het Regionaal Orgaan Amsterdam worden vastgelegd

Rapportage en Verantwoording

Artikel 7

Tussentijdse rapportage en informatie

1. Het Dagelijks Bestuur informeert de Regioraad tussentijds over de uitvoering van de begroting.

2. Het Dagelijks Bestuur stelt in elk geval een tussentijdse rapportage op die in het najaar aan de Regioraad wordt aangeboden.

3. De tussentijdse rapportage gaat in op afwijkingen in baten en lasten, op de geleverde goederen en diensten alsmede op de voortgang in de bijdrage aan derden. Indien daar aanleiding toe is wordt ook aandacht besteed aan de maatschappelijke effecten.

4. Het Dagelijks Bestuur neemt pas een besluit over niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen inzake:

a. investeringen groter dan € 250.000;

b. aankoop en verkoop van goederen en diensten groter dan € 250.000;

c. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 250.000;

nadat de Regioraad over dit voornemen geïnformeerd is en de Regioraad gelegenheid heeft gehad zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het Dagelijks Bestuur te brengen.

5. Het Dagelijks Bestuur neemt pas een besluit over meerjarige verplichtingen waarvan de jaarlijkse lasten groter zijn dan € 100.000 nadat de Regioraad over dit voornemen geïnformeerd is en de Regioraad gelegenheid heeft gehad zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het Dagelijks Bestuur te brengen.

6. Het bepaalde in lid 4 en 5 geldt niet verplichtingen die worden aangegaan in het kader van een door de Regioraad vastgestelde subsidieverordening.

Artikel 8

Jaarstukken

1. Het Dagelijks Bestuur legt verantwoording af over de uitvoering van de programma’s. In de verantwoording geeft het Dagelijks Bestuur aan:

a. wat is bereikt;

b. welke goederen en diensten zijn geleverd;

c. wat de kosten zijn

d. hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting gestelde doelen.

2. De Regioraad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar bijstelling behoeven.

Titel 2. Financiële positie

Artikel 9

Financiële positie

1. Het Dagelijks Bestuur zorgt ervoor dat al het beleid waartoe de Regioraad heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie en de meerjarenramingen is opgenomen.

2. Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden bij de uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld.

3. De Regioraad autoriseert met het vaststellen van de financiële positie de investeringskredieten.

Artikel 10

Waardering en afschrijving vaste activa

Het Dagelijks Bestuur zorgt ervoor dat in de uiteenzetting van de financiële positie algemeen aanvaarde richtlijnen voor waardering en afschrijving van vaste activa worden gehanteerd. Bij elk investeringskrediet wordt de afschrijvingstermijn van het krediet bepaald.

Artikel 11

Registratie bezittingen, activa en vermogen

1. Het Dagelijks Bestuur zorgt voor een actuele en volledige registratie van bezittingen.

2. Het Dagelijks Bestuur zorgt ervoor dat de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de stadsregio systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de (debiteuren-)vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen en de (crediteuren-)schulden jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 4 jaar.

3. Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het Dagelijks Bestuur maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. De resultaten van de controle en eventuele plannen van verbetering worden ter kennisgeving aan de Regioraad aangeboden.

Artikel 12

Financieringsfunctie

1. Het Dagelijks Bestuur zorgt bij de uitoefening van de financieringsfunctie voor:

a. het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de Regioraad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren;

b. het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s;

c. het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen en het bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen;

d. het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

2. Het verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële participaties anders dan uit hoofde van uitvoering van de financieringsfunctie wordt uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt het Dagelijks Bestuur indien mogelijk zekerheden. Het Dagelijks Bestuur motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties.

3. Het Dagelijks Bestuur neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de richtlijnen in acht zoals neergelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden en het Treasurystatuut van het Regionaal Orgaan Amsterdam.

Titel 3. Paragrafen

Artikel 13

Gemeentelijke bijdrage

1. Het Dagelijks Bestuur biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een notitie aan met een prognose van de gemeentelijke bijdrage.

2. In de notitie met de prognose gemeentelijke bijdrage noemt het Dagelijks Bestuur de programma’s die met de gemeentelijke bijdrage worden gefinancierd en de programma’s die met middelen van derden worden gefinancierd. Indien voor een programma meerdere dekkingsbronnen in aanmerking komen, geeft het Dagelijks Bestuur aan welke verhouding tussen deze financieringsbronnen beoogd wordt.

3. In de notitie met de prognose van de gemeentelijke bijdrage geeft het Dagelijks Bestuur aan hoe de ambtelijke ondersteuning geregeld wordt..

Artikel 14

Weerstandsvermogen en risicomanagement

1. Het Dagelijks Bestuur biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een (bijgestelde) nota weerstandsvermogen en risicomanagement aan. In deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement, het opvangen van risico’s door verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen of anderszins. In de nota wordt tevens het gewenste weerstandscapaciteit bepaald.

2. In de nota weerstandsvermogen en risicomanagement doet het Dagelijks Bestuur voorstellen voor:

a. de vorming en besteding van reserves;

b. de vorming en besteding voorzieningen;

c. de toerekening en verwerking van rente over de reserves en de voorzieningen,

3. De Regioraad stelt de nota weerstandsvermogen en risicomanagement vast binnen zes maanden nadat de nota is aangeboden.

4. Het Dagelijks Bestuur geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en van de jaarstukken de risico’s van materieel belang en een inschatting van de kans dat deze risico’s zich voordoen. Het Dagelijks Bestuur brengt hierbij in elk geval de risico’s in beeld en actualiseert de risico’s genoemd in de nota bedoeld in het eerste lid. Het Dagelijks Bestuur geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en van de jaarstukken de weerstandscapaciteit en in hoeverre schade en verliezen als gevolg van de risico’s van materieel belang met de weerstandscapaciteit kunnen worden opgevangen.

Artikel 15

Financiering

Bij de begroting en de jaarstukken doet het Dagelijks Bestuur in de paragraaf financiering in ieder geval verslag van:

a. de kasgeldlimiet;

b. de renterisico norm;

c. de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende drie jaar;

d. de rentevisie en

e. de rentekosten en rente-opbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie.

Artikel 16

Bedrijfsvoering

1. De paragraaf bedrijfsvoering in de begroting noemt de beleidsuitgangspunten die gelden voor de ondersteunende functies van de programma’s. Tot de ondersteunende functies worden in elk geval gerekend financiën, personeel en organisatie, informatiebeleid, automatisering en facilitaire dienstverlening.

2. De paragraaf bedrijfsvoering in de begroting gaat in op de tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven.

3. In het jaarverslag wordt gerapporteerd over de bij de begroting bepaalde onderwerpen aangaande de bedrijfsvoering alsmede over nieuwe ontwikkelingen.

Artikel 17

Verbonden partijen

1. In de paragraaf verbonden partijen wordt het beleidskader voor het aangaan van nieuwe participaties opgenomen. In het beleidskader wordt ingegaan op de voorwaarden waaronder het publiek belang gediend wordt met behartiging door verbonden partijen, de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de verbonden partijen en de financiële voorwaarden.

2. Alle verbonden partijen worden opgenomen in de paragraaf verbonden partijen van begroting en jaarrekening.

3. Van elk van de verbonden partijen wordt weergegeven het openbaar belang, het eigen vermogen, de solvabiliteit en het financieel resultaat. Mogelijke wijzigingen van of bij bestaande verbonden partijen en eventuele problemen bij bestaande verbonden partijen worden beschreven. Ook wordt het financieel belang en de zeggenschap van het ROA toegelicht.

Artikel 18

Verstrekking subsidies

1. Bij elk programma in de begroting en jaarrekening wordt aandacht besteed aan het kader waarbinnen subsidieverlening door het ROA plaatsvindt.

2. Subsidieverordeningen voor een programma of een onderdeel hiervan worden vastgesteld door de Regioraad.

Titel 4. Financiële organisatie en administratie

Artikel 19

Administratie

1. De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:

a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de ROA organisatie als geheel en in de afdelingen van het ROA;

b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen en schulden, enzovoorts.;

c. het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het maken van kostencalculaties;

d. het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet- en regelgeving;

e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet- en regelgeving;

f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen.

Artikel 20

Financiële administratie

Het Dagelijks Bestuur zorgt ervoor dat:

a. de inrichting en de werking van de financiële administratie voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving;

b. de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan stadsregio’s.

Artikel 21

Financiële organisatie

Het Dagelijks Bestuur legt in een besluit vast:

a. een eenduidige indeling van de ROA organisatie en een eenduidig toewijzing van de taken aan de afdelingen

b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleid- en beheersorganen is gewaarborgd;

c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;

Artikel 22

Aanbesteding en inkoop

Het Dagelijks Bestuur legt in een besluit vast de interne regels voor de inkoop en aanbesteding van werken en diensten. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels terzake van de Europese Unie.

Artikel 23

Subsidieverstrekking en steunverlening

Het Dagelijks Bestuur zorgt ervoor en legt (in een besluit) vast de interne regels (protocol) voor de toekenning van steunverlening en subsidies aan gemeenten en andere organisaties. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels terzake van de Europese Unie en de subsidieverordeningen van het Regionaal Orgaan Amsterdam.

Titel 5. Slotbepalingen

Artikel 25

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2006

Artikel 26

Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële Verordening Regionaal Orgaan Amsterdam”.

TOELICHTING

Inleiding

Het bestuur van gemeenten en provincies is sinds enkele jaren gedualiseerd, het bestuur van Kaderwetgebieden (nog) niet, zodat de betreffende artikelen voor het ROA niet gelden. Bij wet van 2 juli 2003 zijn de artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet (over financieel beleid en beheer, resp. over de controle daarop, herzien. Bij de invoering van deze wet is nadrukkelijk aangegeven dat deze artikelen wel van toepassing zijn op de Kaderwetgebieden. Genoemde artikelen dragen het bestuur op verordeningen vast te stellen volgens de in die artikelen gegeven voorschriften.

In de voorliggende financiële verordening wordt de verdeling van taken en bevoegdheden tussen Regioraad en Dagelijks Bestuur uitgewerkt. Het eerste deel van de verordening geeft regels over de begroting en verantwoording voer de uitvoering van de begroting. In het tweede deel staan de regels over de financiële positie en in het derde deel zijn de regels over de verplicht voorgeschreven paragrafen opgenomen. Deel twee en drie bepalen het beleidskader waarbinnen het Dagelijks Bestuur de begroting moet uitvoeren. Het vierde deel geeft het Dagelijks Bestuur opdracht de ambtelijke organisatie zo in te richten dat een goede uitvoering van de begroting gewaarborgd wordt.

Bij het opstellen van de financiële verordening voor het ROA is gebruik gemaakt van de modelverordening van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten. Het verschil in taken en tijdstip waarop de begroting opgesteld moet worden maakt dat de modelverordening niet op alle punten gevolgd is. De toelichting op de verordening voor het ROA is daarom toegespitst op wat anders is ten opzichte van de modelverordening. Een jaar nadat deze verordening is vastgesteld door de Regioraad zal een evaluatie plaatsvinden.

Gemeenten hebben een rijk scala aan uitvoerende taken terwijl de taken van het ROA hoofdzakelijk bestaan uit regie (ruimtelijke ordening, wonen, economische zaken) of regie en toekennen van bijdragen (infrastructuur, openbaar vervoer, verkeersveiligheid en jeugdzorg). Dit verschil in karakter van de taken maakt dat Titel 3 van deze verordening over de verplichte paragrafen voor het ROA beperkter kan zijn dan voor gemeenten.

Titel 1 Begroting en verantwoording

Gemeenten stellen de begroting voor het komende jaar vast in het najaar van het lopende jaar. Het ROA is wettelijk verplicht de begroting voor 1 juli op te stellen zodat gemeenten tijdig weten wat de hoogte van de gemeentelijke bijdrage aan het ROA zal zijn. Bovendien schrijft de Wet gemeenschappelijke regelingen voor dat de ontwerp begroting van het ROA zes weken voor toezending aan de Regioraad naar de gemeenten gestuurd moet worden. De ontwerpbegroting van het ROA moet daardoor begin april door het Dagelijks Bestuur vastgesteld zijn. Eind maart moet de ontwerpbegroting daarom ambtelijk afgerond zijn. Dit relatief vroege tijdstip van begrotingsopstelling maakt het ondoenlijk in de begroting een uitgewerkt antwoord te geven op de ‘Wat gaan we ervoor doen’ vraag. Deze vraag wordt in de begroting vervangen door de vraag “Wat verwachten we voor het komende jaar”. Bij de beantwoording van deze vraag wordt in elk geval ingegaan op het reguliere takenpakket, op ontwikkelingen in de regelgeving en mogelijke knelpunten in de uitvoering van de taken. Bij mogelijke knelpunten gaat het in de eerste plaats om de voortgang in de uitvoering van activiteiten die het ROA subsidieert maar ook knelpunten in de ambtelijke capaciteit horen bij de beantwoording van deze vraag.

De vraag ‘Wat gaan we ervoor doen’ wordt dus na vaststelling van de begroting door de regioraad beantwoord. In deze verordening is bepaald dat het Dagelijks Bestuur voor aanvang van het begrotingsjaar een Activiteitenplan opstelt dat een antwoord geeft op de ‘Wat gaan we ervoor doen’ vraag in de begroting. Het Activiteitenplan wordt onderbouwd met een productenraming die het Dagelijks Bestuur opstelt.

Een aantal belangrijke elementen voor de productenraming bestaan al. Voor het programma Infrastructuur wordt het Regionaal Infrastructuur Programma opgesteld en voor het programma Openbaar Vervoer stelt het Dagelijks Bestuur beschikkingen vast waarin per concessie is opgenomen welk vervoer de concessiehouder moet aanbieden en welke vergoeding het ROA daarvoor geeft. In het Activiteitenplan zal ook worden opgenomen welke producten en activiteiten met de inzet van het ambtelijk apparaat en in te huren externe expertise gepland worden.

Voor een goede uitvoering van de begroting kan het noodzakelijk zijn dat het Dagelijks Bestuur vooruitloopt op een begrotingswijziging. Dat zal bijvoorbeeld het geval zijn wanneer hogere uitgaven voor een bepaald programma direct het gevolg zijn van hogere inkomsten en de hogere uitgaven geen beleidswijziging tot gevolg hebben. Vooruitlopen op een begrotingswijziging die een hogere gemeentelijke bijdrage tot gevolg heeft wordt echter met artikel 5 lid 3 uitdrukkelijk niet toegestaan.

In artikel 7 is bepaald dat het Dagelijks Bestuur pas een besluit neemt over de in lid 4 en 5 genoemde onderwerpen nadat de Regioraad de gelegenheid heeft gehad haar wensen en bedenkingen ter kennis te brengen van het Dagelijks Bestuur. Voor het bieden van die gelegenheid zijn er meerdere mogelijkheden. Het bijeenroepen van een vergadering, het verzoek om een schriftelijke reactie of een reactie per email. Welke mogelijkheid het Dagelijks Bestuur kiest zal afhangen van het onderwerp.

Titel 2. Financiële positie

Het deel van de verordening over de financiële positie kan beperkt zijn omdat het ROA in financieel opzicht als belangrijkste taak het verdelen van door het Rijk toegekende middelen heeft. Bovendien zijn de kapitaalgoederen van het ROA beperkt tot kantoormeubilair en automatiseringsapparatuur. De huisvesting is gehuurd. Op afzienbare termijn zijn geen grote veranderingen te verwachten in het ROA bezit. De financiële positie is daarmee vooral gericht op een goed beheer van de uitkeringen van het rijk. Dat is dan ook de reden dat het ROA een eigen treasury statuut heeft voor het uitzetten van middelen die niet direct na ontvangst worden uitgekeerd.

Titel 3. Paragrafen

In dit deel van de verordening is toegelicht welke informatie opgenomen wordt bij de in het besluit Begroting en Verantwoording voorgeschreven paragrafen. Is een paragraaf in dit onderdeel niet genoemd dan is het onderdeel niet van toepassing voor het ROA.

Het ROA kent geen lokale heffingen. Naast rijksgelden en de daaruit vooruitkomende rentebaten is de gemeentelijke bijdrage een belangrijke inkomstenbron. Daarom is in deze verordening een apart artikel over de gemeentelijke bijdrage opgenomen. In artikel 13 is bepaald dat het Dagelijks Bestuur een meerjarenraming voor de gemeentelijke bijdrage opstelt. Deze meerjarenraming wordt hoofdzakelijk bepaald door de ontwikkeling in het takenpakket en door de wijze waarop de taken worden uitgevoerd.

De ontwikkeling van het takenpakket wordt bepaald door het wettelijk kader en de veranderingen daarin en door de Regionale Agenda die de Regioraad voor elke bestuursperiode vaststelt. Hoe het takenpakket wordt uitgevoerd is ook van belang voor de meerjarenraming. Het beleidskader voor de uitvoering van het takenpakket gaat uit van een relatief kleine omvang van de ROA organisatie die mogelijk is doordat in voorkomende gevallen gebruik wordt gemaakt van gemeentelijke expertise en inhuur van externe expertise. Dit beleidskader gaat er dus vanuit dat de gemeenten ambtelijke capaciteit beschikbaar hebben voor de taken in ROA verband.

In de modelverordening van de Vereniging Nederlandse Gemeenten is een artikel opgenomen over het verstrekken van subsidies hoewel het BBV hiervoor geen aparte paragraaf voorschrijft. Het ROA verstrekt uitsluitend subsidies aan andere overheden of specifieke groepen van bedrijven en instellingen voor bepaalde prestaties. Subsidies aan burgers worden niet verstrekt. Daarom is er in de verordening van het ROA voor gekozen dat waar nodig per programma wordt toegelicht binnen welk kader subsidieverlening plaatsvindt.

Zijn de regels van het rijk voor subsidieverlening op een bepaald beleidsterrein beperkt dan kan het zinvol zijn dat het ROA met een eigen subsidieverordening het kader van het rijk uitwerkt. Een voorbeeld hiervan is de subsidieverordening infrastructuur. Deze financiële verordening bepaalt dat een subsidieverordening door de Regioraad wordt vastgesteld.

Titel 4. Financiële organisatie en administratie

Administraties zijn niet in zichzelf gekeerde systemen maar moeten dienstbaar zijn aan het bestuur en beheer van de organisatie. Dat wordt geregeld in het eerste artikel van dit onderdeel. Met het artikel over de financiële organisatie krijgt het Dagelijks Bestuur de opdracht een ambtelijke organisatie in te richten die bijdraagt aan een doelmatig en rechtmatig begrotingsbeheer. De belangrijkste regels die bij het begrotingsbeheer moeten gelden worden in de twee laatste artikelen genoemd.