Algemene subsidieverordening Oost Gelre

Geldend van 15-06-2018 t/m heden

Intitulé

Algemene subsidieverordening Oost Gelre

raad van de gemeente Oost Gelre;

gezien het voorstel van het college van de gemeente Oost Gelre van 4 november 2013; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

overwegende dat het wenselijk is om een duidelijke algemene subsidieverordening te hanteren waarbij de regeldruk en de administratieve lasten zo laag mogelijk worden gehouden. Besluit:

vast te stellen de ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING OOST GELRE

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. college: college van burgemeester en wethouders van Oost Gelre;

b. raad: raad van Oost Gelre;

c. eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van bijzondere activiteiten die niet behoren tot de reguliere activiteiten van de aanvrager;

d. jaarlijkse subsidie: subsidie die per jaar of voor een bepaald aantal jaren voor een periode van maximaal vier jaar wordt verstrekt;

e.   aanvrager: een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie;

f. jaarrekening: omvat de exploitatierekening en de balans, beide voorzien van een toelichting;

g.   jaarverslag: het overzicht van uitgevoerde activiteiten.  

Artikel 2 Reikwijdte verordening

De raad stelt hierbij vast dat voor de volgende beleidsterreinen subsidie kan worden verstrekt:

a. algemeen bestuur;

b. openbare orde en veiligheid;

c. verkeer, vervoer en waterstaat;

d. economische zaken;

e. onderwijs;

f. cultuur en recreatie;

g. sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening;

h. volksgezondheid en milieu;

i. ruimtelijke ordening en volkshuisvesting;

j. jeugdhulp.

Artikel 3 Bevoegdheid college

1. Het college is bevoegd subsidies te verstrekken met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.

2. Het college kan nadere regels stellen, waarin onder andere de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie kunnen worden vastgelegd.  

Hoofdstuk 2 Subsidieplafond

Artikel 4 Subsidieplafond

Het college is bevoegd tot het vaststellen van een subsidieplafond. Het college kan er voor kiezen om een subsidieplafond vast te leggen in nadere regels.

Hoofdstuk 3 Aanvraag van de subsidie

Artikel 5 Bij aanvraag in te dienen gegevens

1. De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college middels een aanvraagformulier.

2.    Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende gegevens:

a.  een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

b.  het doel en de resultaten, die daarmee worden nagestreefd;

c.  een begroting van baten en lasten van de activiteiten.

3.    Indien een aanvrager voor de eerste maal een subsidie aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, het jaarverslag en de jaarrekening van het voorgaande jaar als bijlagen toe aan het aanvraagformulier.

4.    Het college is bevoegd ook andere gegevens te verlangen.

Artikel 6 Aanvraagtermijn

Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt gedaan uiterlijk 1 september in het jaar voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.

Artikel 7 Beslistermijn

1. Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

2. Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.  

Hoofdstuk 4 Weigering van de subsidie

Artikel 8 Weigeringsgrond

Het college kan een aanvraag voor subsidie in ieder geval weigeren indien de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar inwoners of niet of nauwelijks ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen.

Hoofdstuk 5 Verlening van de subsidie

Artikel 9

Vervallen.

Artikel 10 Betaling en bevoorschotting

1. Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 13 lid 1, onderdeel a, wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaats.

2. Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 13 lid 1, onderdeel b, wordt gegeven, wordt 100% bevoorschot.

3. Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt in de beschikking tot subsidieverlening de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald.

Hoofdstuk 6 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 11 Tussentijdse rapportage

Bij subsidies, hoger dan 50.000 euro, die verleend worden voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Een dergelijke tussentijdse verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar gevraagd.

Artikel 12 Overige verplichtingen van de subsidieontvanger

1. De subsidieontvanger doet onmiddellijk melding aan het college, zodra aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend of vastgesteld, niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de beschikking tot subsidieverlening of beschikking tot subsidievaststelling verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

2. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over:

a. procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend of vastgesteld, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;

b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhoudingen met derden;

c. ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de aan de beschikking tot subsidieverlening en/of vaststelling verbonden voorwaarden en verplichtingen niet of niet geheel kan worden nagekomen;

d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm en/of het doel van de rechtspersoon

Hoofdstuk 7 Verantwoording en vaststelling van de subsidie

Artikel 13 Verantwoording subsidies tot 5.000 euro

1. Subsidies tot 5.000 euro worden door het college:

a. direct vastgesteld of

b. ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.

2. In afwijking van het bepaalde in artikel 14 en 15 van deze verordening kan het college besluiten om subsidies direct vast te stellen.

Artikel 14 Verantwoording subsidies vanaf 5.000 tot 50.000 euro

1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 5.000 euro, maar minder dan 50.000 euro, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling in bij het college.

2. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag en een financieel verslag.

3. Het college is bevoegd ook andere gegevens te verlangen.

Artikel 15 Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro

1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 50.000 euro, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:

a. bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten;

b. bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 4 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend.

2. De aanvraag tot vaststelling bevat:

a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;

b. de jaarrekening, voorzien van een accountantsverklaring.

3. Het college is bevoegd ook andere gegevens te verlangen.  

Artikel 16 Vaststelling subsidie

1. Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast.

2. Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag.

3. Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het eerste lid genoemd tijdstip is ontvangen, gaat het college 6 weken na een eenmalig rappel over tot ambtshalve vaststelling.

Hoofdstuk 8 Overige bepalingen

Artikel 17 Hardheidsclausule

Het college kan bij nadere regels of bij beschikking afwijken van het bepaalde in deze verordening.

Artikel 18 Intrekking

De Algemene Subsidieverordening 2011 wordt ingetrokken.

Artikel 19 Overgangsbepaling

Aanvragen om subsidie die zijn ingediend vóór 1 januari 2014 worden afgedaan volgens de bepalingen van deze verordening.

Artikel 20 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.

Artikel 21 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Algemene subsidieverordening Oost Gelre’.  

Ondertekening

Vastgesteld in de openbare vergadering van 17 december 2013,
de raadsgriffier,
J. Vinke
de voorzitter,
M.N. Kallen-Morren