Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Hollands Kroon 2014

Geldend van 12-12-2013 t/m heden

Intitulé

Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Hollands Kroon 2014

De gemeenteraad van Hollands Kroon

Gelezen het voorstel van het College van Burgemeester en Wethouders van 15 oktober 2013

Besluit:

Vast te stellen de

Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Hollands Kroon 2014

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaatsen die liggen aan de

    • 1.

      Middenweg in Anna Paulowna

    • 2.

      Heerenweg in Barsingerhorn (Westerbegraafplaats)

    • 3.

      Noordburenweg in Hippolytushoef (Zandburen)

    • 4.

      Stroeërweg in Hippolytushoef (Stroe)

    • 5.

      Kerkplein in Hippolytushoef

    • 6.

      Waardpolderhoofdweg in Kolhorn (Oosterbegraafplaats)

    • 7.

      Kerkhoflaan in Middenmeer

    • 8.

      Dorpsstraat in Nieuwe Niedorp

    • 9.

      Dorpsstraat in Oude Niedorp

    • 10.

      Iepenlaan in Wieringerwaard

    • 11.

      Dorpsstraat in Winkel;

  • b.

    asbus: een bus waarin de as van een overledene bewaard wordt;

  • c.

    algemeen graf: een graf door de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van stoffelijke overschotten;

  • d.

    begraven: het begraven van stoffelijke overschotten in grafruimten;

  • e.

    beheerder: natuurlijk persoon of rechtspersoon die door het college van burgemeester en wethouders is belast met werkzaamheden ten behoeve van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt;

  • f.

    bijzetting: 

    • i.

      het begraven van een asbus of urn in een graf waarin al een overledene of asbus of urn is begraven;

    • ii.

      het plaatsen van een urn op een graf, waarin al een overledene, asbus of urn is begraven;

    • iii.

      het plaatsen van een asbus of urn in een urnennis, urnengraf of urnentuin;

  • g.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon;

  • h.

    gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend, of degene waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen in diens plaats te zijn getreden;

  • i.

    gedenkteken: voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren, daaronder begrepen kettingen en hekwerken;

  • j.

    graf: een grondgraf of keldergraf;

  • k.

    grafbedekking: gedenkteken, monument, grafbeplanting of andere bedekking op een graf, aan een urnennis of in de urnentuin;

  • l.

    grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere stoffelijke overschotten worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;

  • m.

    grafrecht: het recht op het verstrooien, begraven en begraven houden in een algemeen graf of particulier (kinder)graf, of het recht tot het doen bijzetten en bijgezet houden in een particulier urnengraf, particuliere urnennis of in de urnentuin;

  • n.

    particulier graf: een graf(kelder) waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • i.

      het doen begraven en begraven houden van stoffelijke overschotten;

    • ii.

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • iii.

      het doen verstrooien van as;

  • o.

    particulier kindergraf: een graf, bestemd voor overleden kinderen beneden de leeftijd van 12 jaar, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon voor bepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot:

    • i.

      het doen begraven en begraven houden van stoffelijke overschotten;

    • ii.

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • iii.

      het doen verstrooien van as;

  • p.

    particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • i.

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • ii.

      het doen verstrooien van as;

  • q.

    particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • r.

    rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon die het uitsluitend recht heeft verkregen op een particulier (kinder)graf, een particulier urnengraf, een particuliere urnennis of plaats in de urnentuin, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;

  • s.

    stoffelijk overschot: lijk zoals gedefinieerd in artikel 2, eerste lid sub a van de Wet op de lijkbezorging;

  • t.

    urnenmonument: een voorwerp of zuil waarin asbussen bijgezet kunnen worden;

  • u.

    urnenmuur: bouwwerk, waarin nissen aanwezig zijn voor het bijzetten van asbussen;

  • v.

    urnentuin: een gedeelte van de begraafplaats bestemd tot het doen bijzetten en bijgezet houden van urnen boven of in de grond;

  • w.

    verstrooiingsplaats: een permanent daartoe bestemde plaats op de begraafplaats waarop as wordt verstrooid.

Artikel 2. Toezicht en beheer

  • 1. De begraafplaatsen staan onder toezicht van het college. Het college wijst één of meerdere beheerders aan die belast zijn met:

    a. de dagelijkse leiding van de begraafplaats;

    b. het beheer en algemene onderhoud van de begraafplaats;

    c. het (doen) delven of openen en sluiten van graven;

    d. het (doen) openen en sluiten van urnennissen en urnenmonumenten;

    e. het (doen) verstrooien vans.

  • 2. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot alle onderwerpen die nodig zijn voor het beheer en onderhoud van de begraafplaatsen, waaronder de indeling van de begraafplaatsen, ordemaatregelen op de begraafplaats, eisen aan grafbedekkingen etc.

Artikel 3. Bestemming

De gemeentelijke begraafplaatsen zijn bestemd voor:

a. het begraven en begraven houden van stoffelijke overschotten;

b. het begraven houden, bijzetten en bijgezet houden van asbussen;

c. het verstrooien van as van persone

Hoofdstuk 2. Openstelling, orde en rust op de begraafplaats

Artikel 4. Openstelling begraafplaats(en)

  • 1. De begraafplaatsen zijn dagelijks toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang, tenzij ter plaatse anders aangegeven.

  • 2. Om de orde en rust op de begraafplaats(en) te handhaven kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.

  • 3. In de tijd dat de begraafplaats(en) niet voor het publiek geopend is (zijn), is het verboden daarop aanwezig te zijn, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.

Artikel 5. Ordemaatregelen

  • 1. Personeel van (uitvaart)ondernemingen en andere personen die werk op de begraafplaats(en) hebben te doen, zijn verplicht zich te melden bij de beheerder en zich te houden aan diens aanwijzingen. Dit in het belang van orde, rust en netheid.

  • 2. Het is verboden op de begraafplaats:

    • a.

      zich op hinderlijke wijze te gedragen;

    • b.

      te colporteren of goederen voor verkoop aan te bieden;

    • c.

      op wat voor manier dan ook reclame te maken voor handel of bedrijf;

    • d.

      op de graven te lopen of de begraafplaats te verontreinigen;

    • e.

      dieren mee te nemen, met uitzondering van een hulphond;

    • f.

      dieren te begraven;

    • g.

      zelf meegebrachte stoelen of banken op de begraafplaats achter te laten;

    • h.

      iets te doen of na te laten dat in strijd is met de eerbied van de nagedachtenis voor de overledene

    • i.

      zonder toestemming van de beheerder met motorrijtuigen of bespannen voertuigen te rijden, anders dan voor een begrafenis.

  • 3. De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden of handelen in strijd met de verboden genoemd in het tweede lid, van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.

  • 4. Bij overtreding van een of meer voorschriften opgenomen in dit artikel of in artikel 4, derde lid, kan aan de overtreder door het college voor bepaalde tijd de toegang tot de begraafplaats(en) worden ontzegd.

Artikel 6. Plechtigheden

  • 1. Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten zes werkdagen van tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.

  • 2. De in lid 1 genoemde plechtigheden mogen op werkdagen alleen plaatsvinden van 09.00 tot 15.00 uur en op zaterdagen van 09.00 tot 12.00 uur, met uitzondering van de nationale dodenherdenking op 4 mei.

  • 3. Het college kan in bijzondere gevallen van het bepaalde in het tweede lid afwijken.

Artikel 7. Opgravingen en ruimen

Bij het opgraven van stoffelijke overschotten en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast of die daarvoor door de beheerder toestemming hebben gekregen.

Artikel 8. Algemeen onderhoud begraafplaats

  • 1. Het college draagt zorg voor het algemene onderhoud van de begraafplaats.

  • 2. Onder dit onderhoud wordt verstaan: het onderhouden van de afrasteringen en/of ommuringen, de gebouwen, de paden en de groenvoorziening op de begraafplaats. Hieronder valt niet de groenvoorziening die door rechthebbenden is aangebracht.

  • 3. Aan rechthebbenden wordt een bedrag in rekening gebracht ter bestrijding van de kosten van het door het college uit te voeren algemeen onderhoud van de begraafplaats, voor de duur van het grafrecht. Hiervoor is een tarief opgenomen in de tarieventabel die hoort bij de Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2014 en de daarop volgende verordeningen.

Hoofdstuk 3. Voorschriften voor de bezorging van stoffelijke overschotten

Artikel 9. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf

  • 1. Degene die wil laten begraven, as wil laten bijzetten of as wil laten verstrooien stelt de ambtenaar belast met de begraafplaatsadministratie daarvan schriftelijk op de hoogte. Voor deze schriftelijke kennisgeving wordt het daartoe bestemde formulier gebruikt. De kennisgeving moet uiterlijk om 12.00 uur van de tweede werkdag voorafgaand aan de plechtigheid in het bezit zijn van de ambtenaar. De ambtenaar stelt dit kennisgevingsformulier zo snel mogelijk ter beschikking aan de beheerder van de begraafplaats. De zaterdag, zondag en algemeen erkende feestdagen gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.

    Als de burgemeester toestemming heeft gegeven om het stoffelijk overschot binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet deze procedure zo snel mogelijk worden afgehandeld.

  • 2. Alleen de beheerder of degene die door de beheerder is aangewezen mag graven openen en sluiten en hulpmiddelen bedienen. De werkzaamheden worden uitgevoerd op aanwijzing en onder toezicht van de beheerder. Als nabestaanden bepaalde werkzaamheden willen uitvoeren kunnen zij dat schriftelijk aanvragen bij de ambtenaar die belast is met de begraafplaatsadministratie.

    Deze schriftelijke aanvraag moet uiterlijk om 12.00 uur van de tweede werkdag voorafgaand aan de plechtigheid zijn ingediend. De zaterdag, zondag en algemeen erkende feestdagen gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.

  • 3. Alleen de beheerder of degene die door de beheerder is aangewezen mag as bezorgen. De werkzaamheden worden uitgevoerd op aanwijzing en onder toezicht van de beheerder. Als nabestaanden bepaalde werkzaamheden willen uitvoeren kunnen zij dat schriftelijk aanvragen bij de ambtenaar die belast is met de begraafplaatsadministratie. Deze schriftelijke aanvraag moet uiterlijk om 12.00 uur van de tweede werkdag voorafgaand aan de plechtigheid zijn ingediend. De zaterdag, zondag en algemeen erkende feestdagen gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.

Artikel 10. Geluidsinstallaties en kerkklokken

  • 1. Het gebruik van geluidsinstallaties of kerkklokken (voor zover aanwezig) moet uiterlijk om 12.00 uur van de tweede werkdag voorafgaand aan de plechtigheid schriftelijk worden aangevraagd bij de ambtenaar belast met de begraafplaatsadministratie.

    De zaterdag, zondag en algemeen erkende feestdagen gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.

  • 2. De kerkklokken worden door of namens de beheerder geluid.

Artikel 11. Over te leggen stukken bij begraving of asbezorging

  • 1. Een stoffelijk overschot mag alleen begraven worden of as mag alleen bezorgd worden als van tevoren het verlof tot begraven of de crematieverklaring aan de beheerder is afgegeven.

  • 2. Als in een particulier (kinder)graf, urnengraf, urnennis of plaats in de urnentuin begraven wordt of as bezorgd wordt, moet een door de rechthebbende ondertekende machtiging daarvoor aan de beheerder worden overgelegd. Als de rechthebbende is overleden moet degene die in de uitvaart voorziet daarvoor zorgdragen.

  • 3. De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken juist en volledig zijn.

  • 4. De beheerder zorgt ervoor dat de overlegde stukken zo snel mogelijk worden overgedragen aan de ambtenaar die belast is met de administratie van de begraafplaats zodat de stukken gearchiveerd kunnen worden.

Artikel 12. Tijden van begraven en asbezorging

  • 1. Op werkdagen kan begraven en as bezorgd worden van 09.00 tot 15.00 uur.

  • 2. Op zaterdagen kan begraven en as bezorgd worden van 09.00 tot 12.00 uur.

  • 3. Op zondagen en algemeen erkende feestdagen wordt niet begraven of as bezorgd.

  • 4. Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid.

  • 5. Als tijdstip van begraven en/of het bezorgen van as wordt bedoelt het tijdstip waarop het stoffelijk overschot of de as van de overledene voor de begraving of asbezorging op de begraafplaats arriveert.

Hoofdstuk 4. Indeling en uitgifte van de graven

Artikel 13. Indeling begraafplaatsen

  • 1. Van iedere begraafplaats is een plattegrond beschikbaar waarop staat aangegeven waarvoor de verschillende delen van de begraafplaatsen bestemd zijn. De graven, urnennissen en plaatsen in de urnentuin worden overeenkomstig deze bestemming uitgegeven.

  • 2. Op de begraafplaats in Middenmeer is afdeling A bestemd voor het begraven van stoffelijke overschotten van leden van de Rooms Katholieke kerk.

  • 3. De begraafplaats op het Kerkplein in Hippolytushoef is gesloten voor begraven.

Artikel 14. Indeling graven en asbezorging

  • 1. Op de begraafplaats(en) kunnen worden uitgegeven:

    a. particuliere graven;

    b. particuliere kindergraven;

    c. particuliere urnengraven;

    d. particuliere urnennissen;

    f. plaatsen in een urnentuin;

    g. algemene grave

  • 2. Op de begraafplaats(en) kan as verstrooid worden op een strooiveld of in een particulier (kinder)graf.

  • 3. Het college legt in het Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaatsen Hollands Kroon vast:

    • -

      op welke begraafplaats(en) algemene graven worden uitgegeven;

    • -

      hoeveel stoffelijke overschotten in algemene graven kunnen worden begraven;

    • -

      hoeveel stoffelijke overschotten kunnen worden begraven in particuliere (kinder)graven;

    • -

      hoeveel asbussen met of zonder urnen kunnen worden bijgezet in particuliere graven, particuliere urnengraven, particuliere urnennissen en in de urnentuin;

    • -

      hoeveel verstrooiingen van as per jaar op een strooiveld kunnen plaats hebben.

  • 4. Het college legt in het Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaatsen Hollands Kroon vast: de afmetingen van de algemene graven, particuliere graven, particuliere kindergraven, particuliere urnengraven, particuliere urnennissen, en plaatsen in de urnentuin.

Artikel 15. Volgorde van uitgifte

  • 1. De algemene- en particuliere (kinder) graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven.

  • 2. Het college kan een particulier (kinder) graf voor directe en niet-directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte toewijzen, als dit wegens de situatie op de begraafplaats(en) niet bezwaarlijk is.

Artikel 16. Reserveren

  • 1. Als in een particulier (kinder)graf niet direct begraven wordt of in een particuliere urnennis, particuliere urnengraf of urnentuin niet direct een asbus bijgezet wordt, is er sprake van een reservering.

  • 2. Een reservering is voor vijf, tien, vijftien of twintig jaar.

  • 3. De termijn begint te lopen op de datum waarop het recht wordt verleend.

  • 4. Aan een reservering zijn kosten verbonden zoals door het college is vastgesteld en is opgenomen in de “Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2014 en daarop volgende verordeningen.

  • 5. Een rechthebbende kan binnen twee jaar voordat de termijn afloopt schriftelijk de verlenging van zijn rechten aanvragen voor een aansluitende termijn van vijf, tien, vijftien of twintig jaar.

Artikel 17. Termijn grafrecht particuliere graven

  • 1. Als er direct begraven wordt, verleent het college voor de tijd van twintig jaar het recht op een particulier (kinder)graf, mits de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(en) dat toelaat. Hiervoor moet een schriftelijk verzoek ingediend worden. Een en ander tegen betaling van het daarvoor verschuldigde tarief. De termijn begint te lopen vanaf de datum van begraven.

  • 2. Een rechthebbende kan binnen twee jaar voordat de termijn afloopt schriftelijk de verlenging van zijn rechten aanvragen voor een aansluitende termijn van vijf of tien jaar. De verlenging gaat in op het tijdstip dat het bestaande recht zou aflopen. Een en ander tegen betaling van het op dat tijdstip verschuldigde recht.

  • 3. Als een particulier (kinder)graf reeds in gebruik is of gereserveerd is en een stoffelijk overschot in het graf begraven wordt, kan dit alleen onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn van het graf met een periode van twintig jaar vanaf de datum van begraven. Een en ander tegen betaling van het daarvoor verschuldigde tarief.

Artikel 18. Termijn grafrecht algemene graven

  • 1. Het college verleent voor de tijd van tien jaar het recht op een algemeen graf, mits de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(en) dat toelaat. Hiervoor moet een schriftelijk verzoek ingediend worden. Een en ander tegen betaling van het daarvoor verschuldigde tarief. De termijn begint te lopen vanaf de datum van begraven.

  • 2. Het in het vorige lid bedoelde recht kan niet worden verlengd.

Artikel 19. Termijn recht particuliere urnengraven, -nissen, plaatsen urnentuin

  • 1. Het college verleent voor de tijd van vijf, tien, vijftien of twintig jaar het recht op een urnengraf, urnennis of plaats in de urnentuin, mits de bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat. Hiervoor moet een schriftelijk verzoek ingediend worden. Een en ander tegen betaling van het daarvoor verschuldigde tarief. De termijn begint te lopen op de datum van bijzetting.

  • 2. Een rechthebbende kan binnen twee jaar voor de afloop van de termijn schriftelijk verlenging van zijn rechten aanvragen voor een aansluitende termijn van vijf of tien jaar. De verlenging gaat in op het moment dat het bestaande recht zou aflopen. Een en ander tegen betaling van het op dat tijdstip verschuldigde recht.

Artikel 20. Adres rechthebbende en gebruiker

De rechthebbende en de gebruiker van een graf zijn verplicht eventuele adreswijzigingen te melden aan het college.

Artikel 21. Overschrijving van verleende rechten

  • 1. Het recht op een particulier (kinder)graf, particulier urnengraf, particuliere urnennis of plaats in de urnentuin kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon.

  • 2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf, particuliere urnengraf, particuliere urnennis of plaats in de urnentuin worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon. Hiervoor moet de aanvraag binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende worden gedaan.

  • 3. Als de overleden rechthebbende in het graf wordt begraven, of als de asbus met zijn resten in het graf wordt bijgezet, moet het verzoek tot overschrijving voorafgaand aan het begraven of de bijzetting worden gedaan.

  • 4. Als na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf, particuliere urnengraf, particuliere urnennis, plaats in de urnentuin of het algemene graf te doen vervallen.

  • 5. Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn, kan het college het particuliere graf, particuliere urnengraf, particuliere urnennis of plaats in de urnentuin alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier (kinder)graf, particuliere urnengraf, particuliere urnennis of plaats in de urnentuin dat inmiddels is geruimd.

Artikel 22. Afstand doen van grafrecht

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen van het recht op een particulier graf, particulier urnengraf, particuliere urnennis of plaats in de urnentuin. Het recht vervalt dan aan de gemeente. Het college bevestigt de ontvangst van de afstandsverklaring schriftelijk.

Artikel 23. Einde van grafrechten

  • 1. De grafrechten vervallen:

    Onverminderd het bepaalde in artikel 21 vervallen de grafrechten

    a. Door het verlopen van de termijn;

    b. Als een begraafplaats wordt opgeheve

  • 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 21 lid 4 kan het college de grafrechten vervallen verklaren:

    • a.

      Als de betaling van het daarvoor verschuldigde recht en/of de onderhoudskosten ten behoeve van de vestiging of een verlenging van het grafrecht, ondanks een aanmaning, niet binnen acht weken na dagtekening van de aanmaning is geschied.

    • b.

      Als de rechthebbende ondanks een schriftelijke aanmaning of, als het adres van de rechthebbende niet bekend is, door mededeling op het mededelingenbord bij de ingang van de begraafplaats en mededeling bij het graf, in verzuim blijft een op grond van deze verordening rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt.

  • 3. Wanneer grafrechten zijn vervallen vindt geen terugbetaling plaats van een deel van de kosten van het grafrecht, betaalde onderhoudsbijdragen of eventuele andere kosten.

Hoofdstuk 5. GRAFKELDERs en Grafbedekkingen

Artikel 24. Vergunning grafkelder

  • 1. Het college kan aan de rechthebbende op een particulier (kinder)graf of een particulier urnengraf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder.

  • 2. Het college stelt in het Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaatsen Hollands Kroon nadere regels vast omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafkelder en de wijze van aanbrengen.

  • 3. Het college kan geen vergunning verlenen als:

    a. niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het tweede lid;

    b. de grafkelder afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

    c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

    d. de constructie van de grafkelder ondeugdelijk is;

    e. er naar het oordeel van het college onvoldoende ruimte is om een grafkelder te realiseren;

    f. een grafkelder door de hydrologische gesteldheid op de begraafplaats de vertering van het stoffelijk overschot in de weg sta

Artikel 25. Vergunning grafbedekking

  • 1. Voor het hebben van grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college.

  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing op grafbedekking die uitsluitend bestaat uit klein blijvende, niet de grenzen van het graf overschrijdende planten en niet winterharde beplanting.

  • 3. Het eerste lid is niet van toepassing op het plaatsen van kleine voorwerpen zoals beeldjes, lantaarns, vazen, bloempotten en dergelijke.

  • 4. Het eerste lid is ook niet van toepassing voor een afsluitplaat ter afsluiting van een urnennis.

  • 5. De rechthebbende van een particulier (kinder)graf, particulier urnengraf, particuliere urnennis, plaats in de urnentuin of de gebruiker van een algemeen graf vraagt de vergunning voor het hebben van grafbedekking schriftelijk aan.

  • 6. Het college stelt in het Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaatsen Hollands Kroon nadere regels vast omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen.

  • 7. Het college kan geen vergunning verlenen als:

    a. niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het zesde lid;

    b. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

    c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

    d. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is;

    e. er naar het oordeel van het college onvoldoende ruimte is om de grafbedekking te real

Artikel 26. Intrekken en vervallen vergunning grafkelder en grafbedekking

  • 1. Het college kan de vergunning voor het hebben van een grafkelder of grafbedekking intrekken:

    • a.

      als ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    • b.

      als de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

    • c.

      als de vergunninghouder de verplichtingen zoals neergelegd in artikel 29 niet nakomt;

    • d.

      als de houder daarom verzoekt.

  • 2. De vergunning vervalt van rechtswege op het moment dat de graftermijn is verstreken.

Artikel 27. Grafkelder of grafbedekking zonder of in afwijking van vergunning

  • 1. Na intrekken of vervallen van de vergunning kan de grafkelder of grafbedekking door of vanwege het college worden verwijderd.

  • 2. Als voor een grafkelder of grafbedekking geen vergunning is aangevraagd, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de hele grafkelder of grafbedekking verwijderen of doen verwijderen op kosten van de overtreder. Het verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. Beplanting vervalt direct aan de gemeente.

  • 3. De verwijdering vindt niet eerder plaats dan nadat het college de rechthebbende of de gebruiker schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de strijdige situatie en de mogelijkheid heeft geboden de strijdige situatie op te heffen gedurende een termijn van zes weken.

Artikel 28. Grafkelder na vervallen grafrechten

  • 1. Een grafkelder vervalt na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het particuliere (kinder)graf of particuliere urnengraf aan de gemeente. De gemeente kan de grafkelder nadat deze aan haar vervallen is opnieuw uitgeven of verwijderen.

  • 2. Het vervallen van de grafkelder aan de gemeente maakt het college binnen een jaar na de aanvang van de termijn waarin om verlenging van het grafrecht kan worden verzocht per brief aan de rechthebbende bekend.

  • 3. Als niet binnen drie maanden na verzending van de mededeling, bedoeld in het tweede lid, een schriftelijke reactie van de rechthebbende is ontvangen, maakt het college de mededeling bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, tot het einde van de periode waarvoor het recht was gevestigd.

Artikel 29. Verwijdering grafbedekking na vervallen grafrechten

  • 1. De grafbedekking wordt na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het particuliere (kinder)graf, particuliere urnengraf, particuliere urnennis, plaats in de urnentuin of het algemene graf door het college verwijderd.

  • 2. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een jaar na de aanvang van de termijn waarin om verlenging van het grafrecht kan worden verzocht per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de gebruiker bekend.

  • 3. Als niet binnen drie maanden na verzending van de mededeling, bedoeld in het tweede lid, een schriftelijke reactie van de rechthebbende is ontvangen, maakt het college de mededeling bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, tot het einde van de periode waarvoor het recht was gevestigd. Na deze periode wordt de grafbedekking verwijderd.

  • 4. Als de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is. Beplanting vervalt direct aan de gemeente.

Artikel 30. Onderhoud grafbedekking/ grafkelder door rechthebbende of gebruiker

  • 1. Het (laten) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van grafbedekking en grafkelder wordt gedaan door en voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker. De aanwijzingen van de beheerder van de begraafplaats moeten in acht worden genomen.

  • 2. De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking of de grafkelder goed te onderhouden of te herstellen. Onder dit onderhoud wordt in ieder geval begrepen: het rechtzetten, herstellen, vernieuwen, verven of bijkleuren van de grafbedekking of grafkelder, het verven van opschriften, het regelmatig snoeien van beplanting en het verwijderen van dode beplanting.

  • 3. Als de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking of grafkelder goed te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de hele grafbedekking verwijderen of laten verwijderen op kosten van de nalatige, tenzij er al betaald is voor het verwijderen van de grafbedekking. Het verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. Beplanting vervalt direct aan de gemeente.

  • 4. De verwijdering vindt niet eerder plaats dan nadat het college de rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking of grafkelder. Wanneer het adres van de rechthebbende of de gebruiker niet bekend is, maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord en bij het graf, de urnennis, de urnentuin of de gedenkplaats bekend.

  • 5. Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking of grafkelder te herstellen binnen de door het college gestelde termijn, als de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of als de beschadiging van de grafbedekking gevaar oplevert voor derden.

  • 6. De grafbedekking of grafkelder wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of de gebruiker te zijn aangebracht. Schade als gevolg van brand, vorst, wateroverlast, bliksem, ontploffing, molest, vandalisme en andere van buiten komende oorzaken of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van grafbedekking ten behoeve van een bijzetting en eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening van de rechthebbende of gebruiker.

Artikel 31. (Tijdelijke) voorwerpen, bloemstukken etc.

  • 1. Het is verboden voorwerpen of beplanting buiten het eigen graf te plaatsen.

  • 2. Wanneer toch voorwerpen of beplanting buiten het graf geplaatst worden kan de beheerder deze voorwerpen of beplanting zonder voorafgaand bericht verwijderen of laten verwijderen.

  • 3. Niet-blijvende beplanting, losse bloemen en kransen op een graf die verwelkt zijn of in een verwaarloosde staat verkeren kunnen door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Linten, siervazen, lantaarns en dergelijke voorwerpen worden gedurende dertien weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, van de gebruiker.

Hoofdstuk 6. Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen

Artikel 32. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

  • 1. Het voornemen van het college om een algemeen graf, particulier (kinder)graf, particulier urnengraf, particulier urnennis of een plaats in de urnentuin te ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de gebruiker bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of gebruiker niet bekend is, maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.

  • 2. De beheerder draagt er zorg voor dat bij de ruiming van het graf met de nog aanwezige menselijke resten respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd.

  • 3. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden begraven en as uit een asbus wordt verstrooid op één van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats(en).

  • 4. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten, als het mogelijk is, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving.

  • 5. De rechthebbende op een particulier (kinder)graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw te begraven dan wel om deze te cremeren.

  • 6. De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.

Hoofdstuk 7. Gedeelte voor kerkgenootschap

Artikel 33. Afwijkende regels

Het bestuur van de Rooms Katholieke kerk heeft het recht, voor zover nodig, met afwijking van het hiervoor bepaalde op afdeling A van de begraafplaats in Middenmeer te allen tijde elke liturgische handeling of plechtigheid uit te voeren.

Hoofdstuk 8. In stand houden historische graven en opvallende grafbedekking

Artikel 34.  Lijst

  • 1. Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.

  • 2. Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.

  • 3. De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

Hoofdstuk 9. Inrichting register

Artikel 35. Voorschriften

  • 1. Het college stelt voorschriften vast voor het register van de begraven stoffelijke overschotten.

  • 2. Het register wordt bijgehouden door het college.

Hoofdstuk 10. Overgangsrecht en slotbepalingen

Artikel 36. Intrekking oude regeling

De volgende verordeningen worden ingetrokken:

  • -

    “Verordening begraafplaatsen Anna Paulowna”;

  • -

    “Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Niedorp 2010”;

  • -

    “Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Wieringen”;

  • -

    “Verordening op de algemene begraafplaats van de gemeente Wieringermeer”.

Artikel 37. Overgangsbepaling

  • 1. Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de “Verordening begraafplaatsen Anna Paulowna”, “Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Niedorp 2010”, “Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Wieringen” of “Verordening op de algemene begraafplaats van de gemeente Wieringermeer” gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  • 2. Als voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van één van de in het eerste lid genoemde verordeningen is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

Artikel 38. Strafbepaling

Hij die handelt in strijd met artikel 4 lid 3 en artikel 5 lid 2, 4 en 5 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

Artikel 39. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking.

Artikel 40. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Hollands Kroon 2014.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 28 november 2013.
De raad voornoemd,
Griffier Voorzitter