Integraal jeugdbeleid 2009-2013 gemeente Midden-Delfland

Geldend van 12-06-2009 t/m 30-12-2013

Intitulé

Integraal jeugdbeleid 2009-2013 gemeente Midden-Delfland

Samenvatting

Een laagdrempelig activiteitenaanbod dat toegankelijk is voor àlle kinderen en jongeren. Een zorgstructuur creëren waardoor iedereen met gelijke kansen kan deelnemen aan de samenleving en niemand tussen wal en schip valt. Jongerenparticipatie stimuleren om de betrokkenheid van jongeren zelf te vergroten. Dat is in een notendop waar het jeugdbeleid van Midden-Delfland voor staat.

Doelstelling van het jeugdbeleid is voorwaarden te scheppen voor persoonlijke groei en welbevinden voor alle jeugdigen van 0-23 jaar. Jeugdigen ontwikkelen zich tot participerende burgers. Ongeveer een derde van alle inwoners van Midden-Delfland is jonger dan 23 jaar.

Jeugd & Educatie

Persoonlijke groei en welbevinden kunnen we onder meer bereiken door voldoende basisvoorzieningen. De gemeente wil het opstarten of uitbreiden van kinderopvangvoorzieningen bevorderen om de nog altijd toenemende vraag hiernaar op te kunnen vangen. Ook willen we voorzien in vroeg- en voorschoolse educatie op peuterspeelzalen. Zodoende kunnen mogelijke achterstanden vroeg gesignaleerd en aangepakt worden. Om de doorlopende leerlijnen zo vloeiend mogelijk te laten zijn voor de kinderen is een goede aansluiting tussen peuterspeelzaal en basisschool noodzakelijk. Hiertoe ontwikkelen scholen en peuterspeelzalen een volgsysteem zodat ze informatie goed en eenduidig kunnen overdragen.

De vloeiende doorlopende leerlijn geldt ook voor het voortgezet onderwijs. Het schoolverzuim moet worden teruggedrongen. Midden-Delfland sluit aan bij het landelijke streven om het aantal voortijdige schoolverlaters jaarlijks terug te dringen met 10%. We willen de jongeren tijdens hun schoolloopbaan goed voorbereiden op hun rol in de samenleving. Maatschappelijke stages zijn hiervoor een goed middel en kweken daarnaast de “vrijwilliger van de toekomst”.

Natuur- & milieueducatie en cultuureducatie zijn sterk verbonden met het onderwijs dat jong Midden-Delfland volgt. We willen minimaal 80% van de basisschoolleerlingen bereiken met ons cultuureducatieaanbod.

Jeugd & Zorg

Met de meeste kinderen in Midden-Delfland gaat het goed. Om dit zo te houden en om de kinderen en jongeren met wie het niet goed gaat te kunnen helpen moet er een sterke zorgstructuur komen met als doel dat kinderen niet tussen wal en schip vallen. In feite mag geen kind meer thuiszitten omdat een bepaalde onderwijs- of zorgvraag niet is beantwoord. De netwerken zetten zich in voor àlle kinderen, jongeren en hun ouders. In deze zorgstructuur staat het Centrum voor Jeugd & gezin (CJG) centraal. In 2009 en 2010 bepalen we de visie, de vorm en de inhoud van het CJG. Wat al wel vaststaat, is dat het CJG een inlooppunt voor informatie en advies is. Het CJG voorziet in opvoed- en opgroeiondersteuning en er is een sluitende aanpak zorg opgezet. In 2011 is het centrum volop in werking. De huidige integrale jeugdgezondheidszorg is de spreekwoordelijke voordeur. Zij zijn het gezicht van het CJG.

De professionals in het CJG gaan werken met de VerwijsIndex Risicojongeren (VIR), zodat iedereen kan zien wie zich met welke probleemjongere bezig houdt. Daarbij houdt de JGZ het elektronisch kinddossier bij. Dit EKD geeft inzicht in de gezondheidssituatie en de gezondheidsrisico’s van groepen kinderen. Het EKD wordt regionaal aanbesteed in 2009. Afronding van de aanbesteding is voorzien in de 2e helft van 2009. Voor de VIR zal in 2009 een regionaal convenant worden gesloten om te komen tot een Regionale Verwijsindex Haaglanden (RVH).

Alcohol- en in mindere mate drugsgebruik onder Midden-Delflandse jongeren is zorgwekkend. We willen alcoholgebruik matigen en jongeren, maar ook hun ouders, bewust maken van de risico’s van alcohol. Dit willen we doen met veel voorlichting. Daarnaast moet het moeilijker worden voor jongeren om aan drank te komen. In de welzijns- en jongerenvoorzieningen wordt geen alcohol aan jongeren verstrekt. Ook willen we zoeken naar een creatieve oplossing voor het alcoholgebruik op de hangplekken en in de keten.

Een gezonde leefstijl houdt ook in dat mensen op jonge leeftijd veel bewegen. Daarom geven we voorlichting aan kinderen over het voorkomen of tegengaan van overgewicht en willen we sportbeoefening stimuleren. De sportverenigingen krijgen reguliere jeugdsubsidie en kunnen daarnaast subsidie aanvragen voor specifieke projecten voor jeugdigen.

Jeugd & Vrije Tijd

Een aantrekkelijk en breed spectrum aan activiteiten voor vrijetijdsbesteding vergroot de ontwikkelingskansen van jeugdigen. Veel kinderen en jongeren zijn aangesloten bij één of meer van de verenigingen die de gemeente rijk is. Sommigen haken weer af zodra ze een bepaalde leeftijd bereiken. We willen sport en cultuur zo lang mogelijk aantrekkelijk houden via subsidies voor sport- en cultuurverenigingen voor jeugdleden. Aanvullend verzorgt Dario Fo een cultureel aanbod voor de jeugd. Ook de scoutingverenigingen krijgen subsidie per jeugdlid. Daarnaast ondersteunt de gemeente scoutingactiviteiten die de leefbaarheid bevorderen zoals de schoonmaakactie van de Vlaardingervaart.

Jongerenwerk heeft tot taak jongeren te stimuleren en te ondersteunen in hun ontplooiing, talentontwikkeling en in het maken van keuzes voor de toekomst. Maar jongerenwerk heeft ook een signalerende functie vanuit het oogpunt van preventieve jeugdzorg. In het CJG krijgt het jongerenwerk dan ook een belangrijke schakelfunctie. De subsidierelatie tussen de gemeente en het jongeren-werk heeft de afgelopen jaren een andere invulling gekregen, die we graag voort willen zetten.

Een aantrekkelijk en breed spectrum aan activiteiten kan echt goed gestalte krijgen als we aan een aantal randvoorwaarden voldoen. Jongeren moeten zich kunnen ontplooien en ontwikkelen in een aantrekkelijke leer-, leef- en werkomgeving. Naast de reguliere speelplaatsen dient de overige open-bare ruimte geschikt te zijn voor bijvoorbeeld hangplekken voor jongeren. In iedere kern willen we minstens één hangplek en/of accommodatie zo inrichten dat jongeren er gebruik van kunnen maken. De komende tijd zoeken we naar creatieve oplossingen om de bestaande lacunes op dit gebied op te vullen.

Jeugd & Veiligheid

Midden-Delfland is een veilige gemeente om in te wonen, te werken en te recreëren. Kinderen en jongeren moeten veilig op kunnen groeien. Speelplaatsen voldoen aan de veiligheidsvoorschriften en we willen de belangrijkste schoolroutes zo veilig mogelijk houden. Hierover spreken we regelmatig met de schoolbesturen en verkeersoudergroepen.

Een kwart van de bewoners van Midden-Delfland ervaart echter ook overlast van jongeren; dit blijkt uit cijfers van de politie. Deze overlast wordt door een relatief kleine groep jongeren veroorzaakt. Hierbij is dikwijls (overmatig) alcoholgebruik in het spel. Door middel van de groepsaanpak en een sluitende aanpak rond problematische jongeren willen we de overlast bestrijden en de individuele jongeren en hun ouders aanspreken op hun gedrag. Als dit niet helpt, kiezen we voor een repressieve aanpak.

Afstemming tussen professionals is hierbij het sleutelwoord. Het netwerk rond jeugd en overlast wordt dan ook betrokken binnen het toekomstige CJG.

Jeugd & Participatie

Om jeugdigen voor te bereiden op en zich bewust te maken van hun rol in de samenleving is het belangrijk dat ze nu al mee kunnen doen en mee kunnen praten over het beleid en de uitvoering daarvan. We hebben totnogtoe hiervoor geen structurele mogelijkheden ontwikkeld. Wel heeft een aantal jongeren bewezen dat zij graag meepraten over hoe zij Midden-Delfland zien en wat zij er aan bij willen dragen.

We gaan onderzoeken wat de beste manier is om jeugdigen te betrekken bij het beleid zodat dit meer interactief tot stand komt dan tot nu toe het geval is geweest. We willen daarnaast ruimte bieden voor jongeren om zelf activiteiten te ontplooien en te organiseren.

Daarnaast zullen we in ons algemene vrijwilligersbeleid meer aandacht besteden aan de rol van jongeren. Maatschappelijke stages kunnen hierbij een goede rol vervullen.

We willen dat alle kinderen gelijke kansen hebben om te kunnen participeren in de samenleving. Zo ook kinderen uit arme gezinnen. Hiertoe heeft Midden-Delfland, net als vele andere gemeenten in Nederland het Convenant “Kinderen Doen Mee” getekend. Hierop nemen we in de uitvoering van bijvoorbeeld het minimabeleid concrete maatregelen. Gezinnen in de bijstand worden hiervan actief in kennis gesteld.

Om de participerende jongeren te behouden voor de Midden-Delflandse samenleving willen we de nu nog moeilijk toegankelijke woningmarkt voor starters in de gemeente aantrekkelijker maken. Dit is een van de punten in de woonvisie die we in 2009 formuleren.

Hoofdstuk 1. Inleiding

Voor u ligt de beleidsnota Integraal Jeugdbeleid 2009-2013 Gemeente Midden-Delfland. In deze notitie presenteert de gemeente haar jeugd- en onderwijsbeleid voor de periode 2009 tot 2013, formuleert een visie over de toekomst en geeft de richting en prioriteiten voor de komende jaren aan.

Een laagdrempelig activiteitenaanbod dat toegankelijk is voor àlle kinderen en jongeren. Een zorgstructuur creëren waardoor iedereen met gelijke kansen kan deelnemen aan de samenleving en niemand tussen wal en schip valt. Jongerenparticipatie stimuleren om de betrokkenheid van jongeren zelf te vergroten. Dat is in een notendop waar het jeugdbeleid van Midden-Delfland voor staat.

Dit kan worden samengevat in de missie:

‘Het scheppen van voorwaarden voor persoonlijke groei en welbevinden voor alle jeugdigen van 0-23 jaar, waarbij zij zich ontwikkelen tot participerende burgers’.

Om dit te bereiken wil de gemeente in de rol van regisseur samen met instellingen, ouders en jeugd komen tot een samenhangend aanbod van voorzieningen waarbij:

  • ·

    jeugdigen kunnen genieten van hun jeugd (vrije tijd, recreatie, ontmoeting);

  • ·

    jeugdigen zich positief kunnen ontwikkelen ter voorbereiding aan deelname aan de maatschappij en het arbeidsproces (educatief en informatief);

  • ·

    voorkomen wordt dat kinderen dreigen uit te vallen of een achterstand op lopen;

  • ·

    er een vangnet is voor jeugdigen die dreigen uit te vallen of die een achterstand hebben.

We kiezen expliciet voor de leeftijdsgrens van 23 jaar. Dit doen we omdat juist degenen die extra ondersteuning nodig hebben, dit langer nodig hebben dan tot 19 jaar. Daarnaast bestaat er de zogenaamde kwalificatieplicht (minimaal schoolniveau dat leerlingen moeten hebben om een goede kans te hebben op werk na hun schoolloopbaan) voor jongeren tot 23 jaar.

Integrale aanpak

Jeugd- en onderwijsbeleid is voortdurend in beweging. De samenleving verandert continu. Dit resulteert in een voortdurende aandacht op afstemming, informatieoverdracht en vernieuwing in de benadering van het kind en de jongere.

Het beleid staat ook niet op zich. Voor verschillende partijen, zoals scholen, peuterspeelzalen, sportverenigingen, zorginstanties, kinderopvangaanbieders en politie vormen kinderen en jongeren een belangrijke - zo niet belangrijkste - aandachtsgroep. Ook binnen de gemeentelijke organisatie hebben verschillende afdelingen met de jeugd te maken. Daarom is een integrale benadering van het jeugdbeleid belangrijk.

Kortom, het beleidskader overstijgt de verschillende deelgebieden van het jeugdbeleid. Daarom stemmen betrokken partijen hun aanbod op de vraag goed met elkaar af om zodoende tot een goed samenhangend aanbod te komen.

Leeswijzer

De opzet van deze kadernotitie is voornamelijk thematisch. In hoofdstuk 2 geven we een beeld over wie het eigenlijk gaat. Hoofdstuk 3 bevat een overzicht van de kaders waarbinnen het jeugdbeleid vorm krijgt. In de hoofdstukken 4 tot en met 8 werken we per thema uit wat onze ambities zijn, hoe we deze willen bewerkstellingen en wat daarvoor nodig is. Ofwel: wat willen we bereiken, wat gaan we doen, wanneer voeren we het uit en wat gaat dat kosten? Bij de laatste vraag geven we alleen aan of we extra kosten verwachten en of hiervoor middelen vanuit het Rijk beschikbaar worden gesteld. De feitelijke bedragen nemen we op in het financiële hoofdstuk, hoofdstuk 9. De thema’s zijn: Jeugd & Educatie (en opvang); Jeugd & Zorg; Jeugd & Vrije tijd; Jeugd & veiligheid en Jeugd & participatie. Na het financiële hoofdstuk 9 gaan we in hoofdstuk 10 kort in op hoe we de voortgang van het integraal jeugdbeleid bewaken en hoe we deze voortgang aan de gemeenteraad rapporteren.

Nieuw in het beleid is een meer gezinsgerichte benadering. Ouders zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor de opvoeding. De basis voor een kind wordt thuis gelegd. Om die reden moet een goede zorgstructuur de noodzakelijke hulp- en ondersteuning kunnen bieden, waar ouders problemen ondervinden. Dan kan het kind normaal opgroeien; zo min mogelijk gestoord door allerlei problematiek.

Maar niet alles wat we in deze notitie behandelen is nieuw. We kijken ook naar wat er al gebeurt. Sommige afspraken lopen al goed of voeren we al uit. In dat geval is onze ambitie dit in stand te houden of te intensiveren. En waar het kan te verbeteren.

Hoofdstuk 2. Jong Midden-Delfland

Om het beleid voor de komende jaren goed richting te kunnen geven, is het belangrijk om een beeld te hebben van de doelgroep. Over wie hebben we het eigenlijk? In deze paragraaf komen achtereenvolgens gegevens over de leeftijdsopbouw, gedrag en aard van de problematiek aan de orde zoals jongeren uit Midden-Delfland en hun ouders / verzorgers die ervaren. Hierbij maken we gebruik van cijfers uit het epidemiologisch onderzoek van de GGD-ZHW.

Midden-Delfland heeft 17.599 inwoners (per 1 januari 2009). Ongeveer een derde van de bevolking is 23 jaar of jonger. Het aantal jongeren in Midden-Delfland is iets hoger dan het landelijk gemiddelde. De tabel hieronder geeft de leeftijdsgroepen weer:

Leeftijdsopbouw in Midden-Delfland per 1 januari 2009

 Den Hoorn

 Maasland

Schipluiden

 Midden-Delfland

Leeftijd

aantal

perc.

aantal

perc.

aantal

perc.

aantal

perc.

0 t/m 3

338

5,09%

240

3,74%

195

4,30%

773

4,39%

4 t/m 8

512

7,71%

431

6,71%

278

6,13%

1.221

6,94%

9 t/m 12

410

6,17%

381

5,94%

265

5,84%

1.056

6,00%

13 t/m 17

465

7,00%

517

8,05%

390

8,60%

1.372

7,80%

18 t/m 23

444

6,68%

446

6,95%

431

9,50%

1.321

7,51%

Totaal

2.169

32,65%

2.015

31,39%

1.559

34,37%

5.743

32,63%

Totaal aantal inwoners:

6.644

100%

6.419

100%

4.536

100%

17.599

100%

De staat van de jeugd in Midden-Delfland

Volgens het CPB gaat het met 85% van de Nederlandse kinderen goed. Hoewel we geen wetenschappelijke onderbouwing hebben, gaan we er van uit dat het percentage in Midden-Delfland vergelijkbaar of zelfs hoger is dan landelijk. Dit leiden we af uit indrukken die we krijgen uit de epidemiologische onderzoeken van de GGD onder jongeren van 12 t/m 18 jaar en ouders van kinderen van 0 t/m 11 jaar. Hierin geeft 92% van de jeugdigen aan dat ze gelukkig zijn.

Uit het onderzoek gehouden onder jongeren van 12 t/m 18 jaar:

Mate van gelukkig zijn.

Omschrijving gevoelens jongere in afgelopen 12 maanden:

M-D jongens

M-D

meisjes

totaal

ZHW

Gelukkig

93%

91%

92%

89%

niet gelukkig

7%

9%

8%

11%

Bron: epidemiologisch onderzoek jongeren 12 t/m 18 jaar GGD Zuid-Holland West

In de dagelijkse praktijk constateren wij dat de landelijke trend van toename van de ernst van de problematiek onder jongeren, ook in onze gemeente zichtbaar is.

Zo zijn er meer overlastmeldingen over jongeren. Maar ook een aantal jongeren geven zelf aan vaak te kampen met psychosomatische klachten:

Percentage jongeren die aangeven VAAK last te hebben van de betreffende klacht:

M-D

jongens

M-D

meisjes

totaal

ZHW

Moe

3%

5%

4%

9%

Hoofdpijn

2%

9%

5%

8%

moeite met inslapen

11%

12%

11%

13%

Eetproblemen

1%

7%

4%

8%

erg huilen

0%

5%

2%

4%

Bron: epidemiologisch onderzoek jongeren 12 t/m 18 jaar GGD Zuid-Holland West

Het alcoholgebruik onder de Midden-Delflandse jongeren is zorgwekkend te noemen. De helft van de jongeren heeft al op 12-jarige leeftijd alcohol gedronken. Meer dan de helft van de jongeren tot 16 jaar zegt regelmatig te drinken. En van de jeugd van 17 jaar of ouder geeft meer dan de helft aan de afgelopen periode één of meer keren aan piekdrinken te hebben gedaan. Dat wil zeggen, bij één gelegenheid 5 of meer alcoholische dranken te hebben genuttigd. Kortom, de jeugd van Midden-Delfland drinkt vaak en veel. Daarom is alcoholmatiging onder jongeren een speerpunt in het lokale gezondheids- en jeugdbeleid.

Hoofdstuk 3. Kaders

Het lokaal jeugdbeleid is een gemeentelijke verantwoordelijkheid, maar komt niet geheel autonoom tot stand. Sterker nog, de laatste jaren neemt de vrijheid voor gemeenten om de lokale situatie zelf in te vullen zelfs af. Gemeenten krijgen steeds meer kaders aangereikt waaraan ze zich dienen te houden. Taken die behoren tot het jeugdbeleid worden steeds scherper gesteld.

In dit hoofdstuk geven we de kaders aan die van belang zijn voor het jeugdbeleid. We maken hierbij een onderscheid in landelijke wetgeving, regionale afspraken en lokaal beleid:

Landelijk:

Wet op de Jeugdzorg

Sinds 2005 is de Wet op de Jeugdzorg van kracht. Deze wet heeft tot doel: betere zorg voor ouders en de jonge cliënten van de Jeugdzorg (tot 18 jaar) en het versterken van hun positie. Wanneer de reguliere voorzieningen als maatschappelijk werk en onderwijs geen soelaas bieden, wordt jeugdzorg ingeschakeld. Per gezin wordt beoordeeld of en hoe de jeugdzorg vorm krijgt. De verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg ligt bij de provincie. De gemeenten hebben hierin een preventieve en signalerende rol. Zij voeren de regie over het lokale jeugdbeleid. Met behulp van de bestaande voorzieningen moeten zij ernstige opvoed- en opgroeiproblemen voorkomen en anders de problemen tijdig signaleren en doorgeven.

Wet publieke gezondheid

De Jeugdgezondheidszorg is geregeld in de Wet Publieke Gezondheid. De gemeente is verantwoordelijk voor de jeugdgezondheidszorg. Deze verantwoordelijkheid houdt in dat de gemeente signaleringen en ontwikkelingen in de gezondheidstoestand van de kinderen en jongeren in Midden-Delfland volgt. De gemeente raamt verder de behoeften aan zorg en kan snel ingrijpen bij bedreigingen in de gezondheidszorg. Het geven van advies, voorlichting en instructie behoort ook tot de taken van de gemeente.

De wet kinderopvang

Kinderopvang is een gezamenlijke verantwoordelijkheid tussen ouders, overheid en werkgevers. In de wet kinderopvang is het recht op tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang geregeld. De kinderopvang zelf is een commerciële aangelegenheid geworden. De gemeente is wel verantwoordelijk de kwaliteit van de kinderopvang en voor de toezicht en handhaving. Daarnaast voorziet de gemeente in “doelgroepenbeleid” in de kinderopvang.

Met ingang van het schooljaar 2007-2008 zijn scholen verplicht om de aansluiting met buitenschoolse opvang te regelen als ouders daar om vragen.

Leerplichtwet 1969

Geschoolde mensen zijn nodig om de kwaliteit van de maatschappij en van de democratie in stand te houden. De samenleving vindt het volgen van onderwijs zo belangrijk dat zij de deelname eraan verplicht stelt van de 5 jarige leeftijd tot aan het begin van de volwassenheid.

Aanvankelijk liep de leerplichtige leeftijd van 5 tot 16 jaar. Met ingang van 2008 is de bovengrens gewijzigd. Het behalen van de startkwalificatie staat nu voorop. Leerlingen blijven leerplichtig tot 18 jaar indien zij de startkwalificatie nog niet hebben behaald. Van 18 tot 23 jaar bestaat in dat geval de combinatie werk / leerplicht (de minister heeft bepaald dat jongeren een goede kans in de maatschappij hebben als zij tenminste een havo diploma of MBO niveau 2 hebben behaald, de zogenaamde startkwalificatie).

Wet onderwijsachterstanden

De Wet op de onderwijsachterstanden (2006) bepaalt dat scholen, gemeente en welzijnsinstellingen gezamenlijk de Lokaal Educatieve Agenda bepalen om onderwijsachterstanden te bestrijden. Ook de kinderopvang moet in dit overleg een rol krijgen. Zodoende komt men tot een evenwichtige verdeling van leerlingen met een onderwijsachterstand over de scholen, waaronder de doorlopende leerlijn van voorschoolse educatie naar basisonderwijs.

Wet Maatschappelijke Ondersteuning

Met ingang van 2007 is de Wet op de maatschappelijke ondersteuning (WMO) ingevoerd. Eén van de prestatievelden in de WMO heeft betrekking op de ondersteuning van de jeugd en hun ouders. De volledige naamgeving van prestatieveld 2 is: 'Op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met opgroeien en van ouders met problemen met opvoeden'. Dit prestatieveld is gericht op jeugdigen en in voorkomende gevallen hun ouders bij wie sprake is van een verhoogd risico als het gaat om ontwikkelingsachterstand of uitval, zoals schooluitval of criminaliteit. Voorwaarde is dat voor deze jeugdigen of ouders zorg op grond van de Wet op de jeugdzorg niet nodig is dan wel voorkomen kan worden.

Naast genoemde wetgeving zijn ook de volgende overeenkomsten en afspraken van belang:

Het BANS-akkoord

Het BANS (BestuursAkkoord Nieuwe Stijl) is richtinggevend voor het lokaal jeugdbeleid. Rijk, provincies en gemeenten hebben in 1999 afgesproken zich gezamenlijk in te zetten voor een voorzieningenaanbod dat kwalitatief goed, toereikend en samenhangend is. Het is belangrijk dat beleid van onderaf en vraaggericht wordt geformuleerd: mét jongeren en hun opvoeders. Het is zaak dat we niet alleen van aanpak van problemen uitgaan, maar ook van het versterken van jeugdvoorzieningen. Geslaagde projecten dienen verankerd te worden in het beleid.

Programma voor Jeugd en Gezin

Dat jeugdbeleid een belangrijke plaats inneemt op de politieke agenda, blijkt uit het Programma voor Jeugd en Gezin. Het programma bevat de ambities die het Kabinet heeft op het terrein van Jeugd en Gezin voor de komende jaren. Vanuit het deze kabinetsperiode opgerichte Programmaministerie voor Jeugd & Gezin wordt uitvoering gegeven aan een gezamenlijk gevoelde verantwoordelijkheid. Schotten tussen ministeries, gemeenten, provincies, jeugdzorginstellingen, scholen en andere disciplines moeten weg, zodat de weg vrij is om te werken aan een omgeving waar kinderen en jongeren ongestoord kunnen opgroeien en niemand tussen wal en schip valt.

Regionaal:

Regionale visie jeugdgezondheidszorg “Sterk partnerschap en goede dienstverlening”

In de regio Zuid-Holland West ligt de regie van de integrale uitvoering van de jeugdgezondheidszorg bij de GGD Zuid-Holland West. De GGD en de 8 regiogemeenten, waaronder Midden-Delfland schetsen hun gezamenlijke visie en de bijbehorende uitvoeringsagenda 2008-2009. Doel is om voor alle inwoners van 0 tot 19 jaar en hun ouders of verzorgers een toegankelijk en toereikend informatie- en hulpaanbod te bieden dat zo vroeg, zo licht en zo dicht mogelijk bij huis wordt ingezet.

Lokaal:

Er is een aantal gemeentelijke visie- en beleidsstukken in uitvoering die direct van invloed zijn op het jeugd- en jongerenbeleid. Hieronder lichten we enkele toe:

Gebiedsvisie Midden-Delfland® 2025

In de gemeente Midden-Delfland staat de karakteristieke eigenheid van het gebied centraal. Het agrarische cultuurlandschap is een belangrijke, onderscheidende kwaliteit van het gebied. De recreatieve betekenis van Midden-Delfland voor de stedelijke omgeving moet toenemen. Het gebied moet beter toegankelijk en uitnodigend worden. Een uitgebreid netwerk van waterwegen, fiets- en wandelpaden legt de verbinding tussen de stedelijke omgeving en het hart van het gebied. Voor de bewoners moet het gebied daarentegen karakteristiek en open blijven en geen onderdeel worden van de stedelijke bebouwing.

Behoud door ontwikkeling (Vitale Dorpen)

Voortvloeiend uit de gebiedsvisie Midden-Delfland® 2025 komt de toekomstvisie Behoud door ontwikkeling® 2025. Bij de totstandkoming en uitvoering zijn veel bewoners van en belanghebbenden in Midden-Delfland actief. Ook jongeren dragen hier aan bij. Zij geven een eigen invulling van hoe Midden-Delfland er over 20 jaar uitziet. De nadruk vanuit de deelnemers ligt in het behoud van de karakteristieke dorpen, maar daarnaast open te staan voor nieuwe ontwikkelingen. Het is belangrijk om de “lokale identiteit te koesteren, te versterken en verder uit te dragen” (Citaatfragment burgemeester A.J. Rodenburg, brochure Cittaslow Midden-Delfland, p. 2). De bestaande sterke samenhang blijft sterk en de mensen zijn actief betrokken. Daarnaast worden de dorpen gekenmerkt door rust, warmte en kleinschaligheid. De cultuurhistorische waarden, het water en het behoud van de open agrarische cultuurlandschappen zijn waardevolle elementen voor de toekomstige (door)ontwikkeling.

Cittaslow

Midden-Delfland geeft aan de gebiedsvisie en vitale dorpen extra kracht door te participeren in het Cittaslow-netwerk. Cittaslow is een internationaal keurmerk voor gemeenten (met minder dan 50.000 inwoners) die op het gebied van leefomgeving, landschap, streekproducten, gastvrijheid, milieu, infrastructuur, cultuurhistorie en behoud van identiteit A-kwaliteit leveren. Cittaslow legt de nadruk op de eerder genoemde elementen die bepalend zijn voor de kwaliteit van het leven. Deze waarden zijn in het gebied en de dorpen aanwezig. Sterker nog: Midden-Delfland is de eerste Cittaslow in Nederland.

Specifieke beleidsnotities die direct verband houden met het integraal jeugdbeleid zijn:

  • -

    Midden-Delfland, vitaal en gezonder. Lokaal gezondheidsbeleid 2008-2012

  • -

    Midden-Delfland, vitaler en gezonder: Notitie alcohol (2008)

  • -

    Actieprogramma veiligheid (2009-2010)

  • -

    Kadernota kunst en cultuur (2008)

  • -

    Nota speelplaatsen (2005)

  • -

    Lokaal onderwijsbeleid (2007)

Hoofdstuk 4. Jeugd & Educatie

“Kinderen groeien steeds meer in verschillende sferen op. Naast gezin, school en leeftijdsgenoten spelen voorzieningen voor opvang, educatie en recreatie een steeds grotere rol. Voor kinderen zijn er de afgelopen decennia ook veel voorzieningen bij gekomen. Vooral opvangvoorzieningen hebben een enorme groei doorgemaakt en het einde van deze groei is nog niet in zicht.” Uit: Een rijk programma voor ieder kind. Onderwijsraad, 2008.

4.1. Kinderopvang

Ouders die gebruik maken van de kinderopvang vertrouwen hun kinderen toe aan een kinderdagverblijf/buitenschoolse opvang (bso). Het spreekt voor zich dat het belangrijk is dat kinderen in alle opzichten goed worden opgevangen. Of het nu gaat om veilige speelplaatsen, gezond eten of een pedagogische benadering, alle facetten van de opvang moeten van goede kwaliteit zijn. De gemeente is in de Wet Kinderopvang verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving van deze kwaliteit. De GGD voert het toezicht op de kinderdagverblijven uit voor de gemeente (een nadere uitwerking van het toezicht en de handhaving is te vinden in de notitie Toezicht en Handhaving Kwaliteit Kinderopvang uit 2006. In 2009 zal de huidige notitie worden bijgesteld).

Wat willen we bereiken?

Als gemeente willen we aantrekkelijk zijn en blijven voor jonge gezinnen. De vraag naar kinderopvang groeit nog steeds. Nu is kinderopvang vooral een commerciële aangelegenheid. Het gemeentelijk beleid rond kinderopvang en buitenschoolse opvang (bso) richt zich de komende jaren op bevordering en verruiming van de mogelijkheden voor het starten of het uitbreiden van een kinderdagverblijf. In het kader van de doorlopende leerlijnen is een goede aansluiting tussen kinderopvang en basisonderwijs belangrijk. Vooral een goede informatieoverdracht is hierbij essentieel.

Wat doen we al?

In de gemeente Midden-Delfland zijn momenteel drie ondernemers in de kinderopvang werkzaam die samengenomen 5 kinderdagverblijven en 8 vestigingen voor bso exploiteren. In 2009 heeft zich een vierde ondernemer aangemeld. De gemeente heeft hierbij een regie- en een faciliterende rol. In totaal zijn er 192 kindplaatsen dagopvang en 340 kindplaatsen buitenschoolse opvang.

Met ingang van het schooljaar 2007-2008 zijn scholen verplicht om, als ouders dit wensen, buitenschoolse opvang aan te bieden. Scholen besteden deze opvang uit aan kinderopvangorganisaties. In basisschool De Groene Oase in Maasland en in Het Lint in Den Hoorn is BSO geïntegreerd. De overige scholen werken samen met de bestaande vestigingen, die op hun beurt weer samenwerking met bijvoorbeeld sportverenigingen aangaan. Er zijn in Midden-Delfland al twee “sport-bso’s”.

Wat gaan we er voor doen?

De gemeente neemt bij het ontwikkelen van nieuwe locaties en bij het opstellen van nieuwe bestemmingsplannen ook de behoefte aan kinderopvang op, net zo goed als dat met de behoefte aan scholen en winkels gebeurt. We zullen initiatieven vanuit kinderopvang stimuleren en met een positieve grondslag beoordelen. In 2009 wordt een nieuwe bso-vestiging geopend. Dit is tevens een “sport-bso”.

De aansluiting tussen kinderopvang en basisonderwijs moet zo soepel mogelijk verlopen. Hiertoe ontwikkelen kinderopvangorganisaties en scholen een volgsysteem waarin belangrijke informatie en signalen rond kinderen adequaat worden uitgewisseld.

Wat gaat het kosten?

Hier zijn geen extra kosten mee gemoeid.

4.2. Peuterspeelzalen en voor- & vroegschoolse educatie

Peuterspeelzalen zijn laagdrempelige voorzieningen die een belangrijke rol kunnen vervullen in de ontwikkeling van het jonge kind. Peuterspeelzalen worden steeds belangrijker ter voorkoming en bestrijding van dreigende achterstanden. Het zijn vindplaatsen waar achterstanden en/of ontwikkelingsproblemen op een vroegtijdig moment gesignaleerd en gevolgd kunnen worden. Deze signalerende en achterstandsbestrijdende functie van peuterspeelzalen geven we vorm via voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Dit betekent dat programma’s worden ingevoegd die kinderen beter voorbereiden op hun schoolloopbaan. Ze kunnen dan beter meekomen.

Wat willen we bereiken?

We willen de VVE-functie van de peuterspeelzalen ontwikkelen. Door het kabinet wordt meer en meer de nadruk op deze functie voor peuterspeelzalen gelegd. Met name taalachterstand is een punt van aandacht. Hoe vroeger ontwikkelingsachterstanden worden ontdekt en spelenderwijs worden aangepakt, hoe beter.

Door de VVE-functie van peuterspeelzalen in te vullen worden ontwikkelingsachterstanden eerder gesignaleerd en aangepakt. Als kinderen met zo min mogelijk achterstand het basisonderwijs instromen, is de kans op onderwijsachterstanden in een later stadium kleiner. Kinderen kunnen zich dan beter ontplooien.

De aansluiting tussen peuterspeelzaal en basisschool moet worden verbeterd. Als het met kinderen “niet zo goed gaat” moeten professionals tijdig kunnen ingrijpen. Peuterspeelzaal en school moeten dit van elkaar weten, zodat ouders niet meermalen hetzelfde verhaal moeten doen.

Wat doen we al?

In Midden-Delfland zijn drie stichtingen werkzaam die peuterspeelzaalwerk doen: Harlekijn (Maasland), De Woelige Hoek (Schipluiden) en ’t Harlekijntje (Den Hoorn). Zij voeren regulier peuterspeelzaalwerk uit.

Wat gaan we er voor doen?

Eind 2008 is onderzoek gedaan naar de toekomst van de peuterspeelzalen. Hierin is ook de plaats van VVE in het peuterspeelzaalwerk meegenomen. We nemen de uitkomsten uit dit onderzoek mee in de ontwikkeling van de VVE. Daar waar nodig zullen leidsters zich verder toeleggen op vroegsignalering. In afstemming met het onderwijs voeren we VVE-programma’s in, die al eerder hun effectiviteit hebben bewezen.

De scholen en peuterspeelzalen ontwikkelen een volgsysteem dat alle medewerkers kunnen hanteren. Eenduidigheid in de informatieverzameling en –overdracht is belangrijk.

In 2010 wordt een voorstel voorgelegd waarin we de ontwikkeling en toekomst van het peuterspeelzaalbeleid onder de loep nemen. We besteden in deze notitie aandacht aan de positie en mogelijkheden tot fusie van de huidige peuterspeelzaalinstellingen.

Vooruitlopend op deze notitie wordt de verordening op peuterspeelzaalwerk ter vaststelling aan uw raad voorgelegd. Hierbij komen onder meer de kwaliteitseisen aan de orde waaraan peuterspeelzalen tenminste moeten voldoen.

Het kabinet streeft naar harmonisering van de regelgeving voor voorzieningen voor kinderen van 0-4 jaar (kinderopvang en peuterspeelzalen). Hiervoor wordt een wetswijziging voorzien in 2010. Deze harmonisering biedt kansen voor Midden-Delfland om de samenwerking tussen kinderopvang en VVE-voorzieningen vorm te geven en de kwaliteitseisen voor de peuterspeelzalen meer in lijn te brengen met de eisen voor kinderopvang. Voortvloeiend uit het onderzoeksrapport naar de toekomst van de peuterspeelzalen, geven we een externe instelling opdracht om het samenwerkingstraject tussen de kinderopvangorganisaties en de peuterspeelzalen in gang te zetten en te begeleiden.

Wat gaat het kosten?

De basisscholen ontvangen via de zogenaamde gewichtenregeling (de gewichtenregeling in het basisonderwijs is een regeling die bepaalt hoeveel geld een basisschool krijgt voor het wegwerken van onderwijsachterstanden. Het bedrag is onderdeel van het totaalbedrag dat de school ontvangt voor het verzorgen van onderwijs (de lumpsum). De hoogte van het bedrag voor onderwijsachterstanden is afhankelijk van het percentage leerlingen op een school met ouders met een laag of zeer laag opleidingsniveau en van het postcodegebied waar een school is gevestigd) specifieke middelen voor het bestrijden van achterstanden. Omdat het VVE beleid nog ontwikkeld moet worden, is nu nog niet aan te geven hoeveel dit gaat kosten. Omdat het voor iedere school om een relatief kleine kinderen zal gaan, zullen de middelen die de scholen hiervoor ontvangen, gebundeld moeten worden om tot één gezamenlijk beleid te kunnen komen. Hiervoor zal in het OOGO nog nadrukkelijk met de scholen overlegd worden.

Een volgsysteem betreft vooral afspraken op welke punten er gerapporteerd wordt. We verwachten dat de hiermee gemoeide kosten beperkt blijven.

Met het tot stand brengen van de samenwerking van de peuterspeelzalen en kinderopvang zijn extra (incidentele) kosten gemoeid. We verwachten dat het totale traject circa € 16.000,- zal bedragen.

4.3. Onderwijs

Kinderen en jongeren moeten een passende schoolloopbaan kunnen volgen en opbouwen. Als er leerachterstanden of problemen optreden, dan is het belangrijk om hiervoor passend onderwijs aan te bieden. De scholen zijn hier in eerste instantie voor verantwoordelijk.

De gemeente maakt bovenstaande mogelijk door de leerplichtwet en kwalificatieplicht uit te voeren. Daarnaast voorziet de gemeente in onderwijshuisvesting en is verantwoordelijk voor het lokaal onderwijsbeleid.

Wat willen we bereiken?

Alle jongeren van Midden-Delfland verlaten het onderwijs met tenminste een startkwalificatie of een zekere kans op werk.

Het onderwijs dat de leerlingen volgen is sterk verbonden met cultuur. Jongeren worden zich beter bewust van kunst en cultuur, waaronder het landschap om hen heen en de eigenheid van hun leefgebied. Door met kunst en cultuur bezig te zijn doen jongeren niet alleen aan cultuurontwikkeling maar ook aan zelfontwikkeling. Ook natuur- en milieu educatie krijgt een plek in Midden-Delfland. In totaal wil de gemeente minimaal 80% van de basisschoolleerlingen bereiken met een aanbod aan cultuureducatie.

Wat doen we al?

In Midden-Delfland zijn er 8 basisscholen, verdeeld over de drie woonkernen. Het gaat hierbij om zowel openbare als bijzondere scholen.

Daarnaast is in de gemeente één school (met twee afdelingen) voor voortgezet onderwijs (VO). Daar wordt onderwijs gegeven in zogenoemde ‘groene vakken’ op VMBO en MBO niveau (MBO Animal/MBO Outdoor). De meeste leerlingen voor het voortgezet onderwijs gaan naar VO-scholen in de omliggende gemeenten.

De leerplichtambtenaar voert de leerplichtwet uit en spreekt leerlingen en hun ouders aan wanneer schoolverzuim wordt gemeld. Deze inzet wordt geïntensiveerd met de extra middelen die in 2008 beschikbaar zijn gekomen vanuit het RMC. Primair is hierbij de inzet dat de jongere een schooltraject vervolgd, c.q. afmaakt om te voldoen aan de kwalificatieplicht. Het opmaken van een proces-verbaal blijft één van de middelen om de jongere en/of zijn ouders te bewegen een scholingstraject af te maken.

De gemeente zet eigen middelen in om het lokaal onderwijsbeleid op de basisscholen in de woonkernen mogelijk te maken. De gebieden waar dit beleid zich nu op richt zijn:

- Zorg en bewegingsonderwijs

Individuele aandacht voor leerlingen wordt steeds belangrijker. De gemeente stelt aan de scholen extra middelen beschikbaar, om de leerlingen die het nodig hebben meer zorg te kunnen bieden. Scholen kunnen deze middelen inzetten om leerkrachten te coachen bij het helpen van de zorgleerlingen, maar ook om gericht met de leerlingen aan de slag te gaan. Scholen kunnen de middelen ook in te zetten voor extra gymtijd. Hierdoor ontstaat ruimte voor de groepsleerkrachten om collega’s te helpen bij zorgleerlingen.

- ICT

Een bovenschoolse coördinator helpt de scholen het computeronderwijs op een hoger plan te brengen.

- Cultuur- en milieueducatie, Midden-Delflandgevoel

Om het bestaansrecht van de gemeente, een groene buffer in een stedelijk gebied, van jongs af aan de kinderen mee te geven zijn middelen beschikbaar voor natuur en milieueducatie. Middels leskisten, praktijklessen en boerderijbezoek worden de kinderen hierover geïnformeerd. Midden-Delfland stimuleert daarnaast cultuureducatie door een financiële bijdrage per leerling beschikbaar te stellen en de samenwerking tussen onderwijs en culturele (historische) verenigingen te stimuleren.

Wat gaan we er voor doen?

- Natuur- en cultuureducatie

De vorming van een Natuur- en milieueducatiecentrum zal interactief gestalte krijgen. Binnen Vitale Dorpen geven bewoners en belanghebbenden hun wensen aan en praten mee over de uitvoering.

- Terugdringen schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten

De gemeente schaft een nieuwe applicatie aan voor het volgen van de leerlingen bij hun keuze voor vervolgonderwijs. Zo kunnen leerlingen zonder startkwalificatie en met actieve inschrijving (een actieve inschrijving in het onderwijs is wanneer een leerling ingeschreven staat en het onderwijs daadwerkelijk volgt) in het onderwijs worden geholpen bij hun keuze voor een vervolgopleiding. De leerplichtambtenaar (tot 18 jaar) en de RMC-casemanager (om meer grip te krijgen op het terugdringen en voorkomen van voortijdig schoolverlaten is het Regionale Meld- en Coördinatiepunt opgericht, dat melding en registratie van voortijdige schoolverlaters coördineert en dat zorg draagt voor mogelijkheden van doorverwijzing en herplaatsing in het onderwijs) (18 – 23 jaar) dragen hiervoor zorg. Hierbij is ook een vloeiende overgang van basis- naar voortgezet onderwijs belangrijk. Zoals ook bij de peuterspeelzalen geldt, zijn de doorlopende leerlijnen bepalend voor het deelnemen aan en het slagen in de samenleving. Scholen geven aan dat deze overgang bij steeds meer leerlingen problematisch verloopt. Daarom is dit een belangrijk aandachtspunt.

Midden-Delfland sluit aan op het landelijke streven om het aantal voortijdig schoolverlaters jaarlijks met 10% te verminderen.

Wat gaat het kosten?

Leerplicht is een wettelijke taak waarvoor de gemeente geld vanuit het Rijk ontvangt. Ook voor de inzet op RMC ontvangt de gemeente een specifieke rijksuitkering. Vanuit het RMC worden extra financiële middelen voor leerplicht ontvangen; deze worden ingezet voor een intensivering van de handhaving van de leerplicht.

Eventuele extra kosten zijn nog niet inzichtelijk te maken. Binnen bestaande netwerkconstructies en het uitdragen van het belang van zaken richting andere partijen, zullen de meeste ambities bereikt moeten worden.

4.4. Aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt

De maatschappij stelt steeds hogere eisen aan jongeren. Daarom moeten we ervoor zorgen dat jongeren tijdens hun opleiding goed worden voorbereid op een beroep en hun rol in de samenleving.

Wat willen we bereiken?

Schoolverlaters uit de gemeente moeten soepel kunnen doorstromen naar een baan en kunnen meekomen in de samenleving. Voor de meeste jongeren zal dat geen groot probleem zijn. Aan degenen die niet zo gemakkelijk doorstromen moet passende ondersteuning geboden worden. Hierbij vormen de verschillende samenwerkende partners een “sluitende ketenaanpak”. We willen bedrijven uit de regio betrekken bij deze aanpak, zodat jongeren in de nabije omgeving kans op werk hebben.

Wat doen we al?

Er zijn vrijwel geen jongeren uit de gemeente Midden-Delfland die een uitkering ontvangen. Wanneer een jongere niet snel een baan kan vinden, dan worden de reguliere reïntegratie-instrumenten ingezet, waarmee ze vrijwel altijd snel (= binnen 3 maanden) aan het werk zijn.

Voor jongeren tot 27 jaar geldt een “sluitende aanpak”. Dat wil zeggen dat de jongere in ieder geval werk vindt, via een stageplaats dan wel door acquisitie van het reïntegratiebedrijf.

Blijkt er binnen afzienbare termijn (6 tot 12 maanden) geen kans op reguliere arbeid, dan worden de gemeentelijke reïntegratiebanen ingezet. Blijken ook hiervoor geen mogelijkheden, dan is werken via een sociale werkvoorziening ook nog mogelijk. Dit laatste kan alleen als de jongere hier vrijwillig aan meewerkt.

Wat gaan we ervoor doen?

We zetten actief in op het bevorderen van stages. Hierover treden we in overleg met bedrijven en instellingen in de regio.

Maatschappelijke stages

Maar niet alleen reguliere stages zijn belangrijk. Jongeren worden ook voorbereid op hun rol in de samenleving. Om jongeren verantwoordelijkheid en respect voor elkaar te leren, zijn maatschappelijke stages belangrijk. Jongeren verrichten vrijwilligerswerk en ontdekken zo wat de samenleving is en wat je samen van maakt. Tijdens de stage ontdekt de jongere overeenkomsten en verschillen in eigen en andermans leefwijze, in cultuur en levensbeschouwing. Hij ziet welke gevolgen keuzes – op het gebied van werk en zorg, wonen en recreëren, consumeren en budgetteren, verkeer en milieu – hebben op de samenleving. Voorbeelden van maatschappelijke stages zijn: ouderen leren computeren, kinderen kunnen lekker sporten of wijkbewoners zien dat hun straat wordt schoongemaakt.

Met ingang van het schooljaar 2011-2012 zullen alle leerlingen in het voortgezet onderwijs 72 uur maatschappelijke stagegaan lopen. Om dit financieel mogelijk te maken bestaat er sinds het begin van het schooljaar 2008-2009 een stimuleringsregeling waarvan scholen gebruik kunnen maken. Omdat de meeste jongeren buiten de gemeente naar het voortgezet onderwijs gaan en omdat de maatschappelijke stages onder verantwoordelijkheid van de scholen vallen, sluiten wij als gemeente aan bij de afspraken op regionaal niveau.

Midden-Delfland zal ook actief lokale bedrijven stimuleren om een leerwerkbedrijf voor jongeren te worden. Dit zowel in het licht van de agrarische opleidingen en de Cittaslow gedachte, als in het licht van andere bedrijven die voor ons gebied uniek zijn.

Indien een jongere niet in staat is zelfstandig een baan te vinden en is geïndiceerd voor een beschermde werkomgeving via sociale werkvoorziening, dan krijgt hij/zij voorrang bij plaatsing. De gemeente heeft deze afspraken met Combiwerk vastgelegd in het beleid en de verordening.

Wat gaat het kosten?

Vanuit het Rijk is een stimuleringsbudget beschikbaar voor de scholen. Daarnaast kan de gemeente middelen voor een maatschappelijke stagemakelaar aanvragen bij het Rijk. Midden-Delfland maakt hier geen gebruik van, omdat de VO-scholen buiten de gemeente liggen. We reserveren in de begroting rond jeugdbeleid hiervoor geen extra bedrag. Wel is het gedeelte van de uitkering dat aan de algemene uitkering van het gemeentefonds is toegevoegd in de kadernota opgenomen als budget voor de komende uitvoeringskosten van de maatschappelijke stages.

Kosten die niet onder de regiosamenwerking kunnen vallen en de rijksbijdrage overschrijden, komen ten laste van het reguliere budget vrijwilligersbeleid. Naast deze bedragen is een extra ambtelijke inzet noodzakelijk om in onze gemeente, binnen de regionale verschillen, invulling te geven aan het slagen van maatschappelijke stages.

Jeugd & Educatie (en opvang)

Doelstellingen / resultaat

Activiteit

budget

doelgroep

planning

Aantrekkelijk blijven voor jonge gezinnen

* Behoefte aan kinderopvang standaard meenemen in bestemmingsplannen

* Opstellen nieuwe notitie Toezicht en Handhaving Kwaliteit Kinderopvang

--

0 – 12 jaar

Gehele periode

2009

Optimaliseren buitenschoolse opvang

* Samenwerkingafspraken tussen sportverenigingen, culturele instellingen en scholen

--

0 – 12 jaar

2009 en 2010

Bestrijden (onderwijs)achterstanden

* Implementeren volgsysteem scholen, peuterspeelzalen en kinderopvangorganisaties

* Notitie peuterspeelzaalbeleid / VVE

* Verordening peuterspeelzaalwerk / VVE

* Ondersteuning begeleidingstraject over samenwerking peuterspelzaalwerk / kinderopvang

Kinderopvang / bso

0 – 12 jaar

0 – 4 jaar

2009/2010

2010

begin 2010

2010 / 2011

Jongeren zijn zich bewust van cultuur en natuur om zich heen

* Scholen die samen willen werken met cultuur(historische) verenigingen ondersteunen. Particulier initiatief tot een NME-centrum ondersteunen

Cultuureducatie (Actieprogramma cultuurbereik)

Behoud door ontwikkeling

0 –12 jaar

gehele periode

Alle jongeren van Midden-Delfland verlaten het onderwijs met tenminste een startkwalificatie of zekere kans op werk

* Ondersteunen leerlingen bij schoolkeuze door leerplichtambtenaar en RMC-casemanager

Leerplicht en / RMC

12 – 23 jaar

Gehele periode

Schoolverlaters hebben zeker kans op werk

* Overleg met bedrijven en instellingen in de regio om stageplaatsen aan te bieden.

* Overleg met bedrijven en instellingen in de regio om leerwerkbedrijf voor jongeren te worden.

--

12 – 23 jaar

12 – 23 jaar

Gehele periode

Schoolverlaters hebben zekere kans op werk

* Afspraken met Combiwerk om jongeren voorrang te geven in sociale werkvoorziening

WsW

16 – 23 jaar

2009

Jongeren kunnen meekomen in de samenleving

* Invoeren maatschappelijke stages

Stimuleringsregeling

12 – 18 jaar

2011

Hoofdstuk 5. Jeugd & Zorg

“Kinderen moeten gezond opgroeien; in een gezonde, veilige omgeving, gezond eten, voldoende bewegen, niet roken, geen drugs gebruiken en geen alcohol drinken. Voor hun eigen welzijn maar ook om actief deel te kunnen nemen aan de samenleving. Een samenleving waarvoor zij later verantwoordelijk zijn. Ouders zijn mede bepalend in het ontwikkelen van een gezonde leefstijl. Jonge kinderen zijn voor gezondheid, hygiëne, en goede voeding afhankelijk van hun ouders. Gezond opvoeden is dan ook de basis voor een gezonde leefstijl” (uit: Alle kansen voor alle kinderen. Programma voor Jeugd en Gezin. 2007)

Met de meeste jongeren gaat het goed als het om gezondheid gaat. In hoofdstuk 2 (Jong Midden-Delfland) zien we dat het goed gaat met 85% van de jongeren. Gemiddeld 9 op de 10 jongeren geven aan gelukkig te zijn. Met een sluitende aanpak op zorggebied kunnen we dit positieve gegeven behouden en de kinderen met wie het niet goed gaat de juiste hulp en ondersteuning bieden.

5.1. Een sterke zorgstructuur

Wat willen we bereiken?

Er moet een sterke zorgstructuur komen met als doel dat kinderen niet tussen wal en schip vallen. In feite mag geen kind meer thuiszitten omdat een bepaalde onderwijs- of zorgvraag niet is beantwoord. De netwerken bieden een vangnet voor àlle kinderen, jongeren en hun ouders.

Afstemming is hierbij het sleutelwoord, zowel verticaal (bijvoorbeeld van peuterspeelzaal naar voortgezet onderwijs) als horizontaal (bijvoorbeeld samenwerking tussen zorg en onderwijs op een bepaald gebied). Alle betrokken instellingen dienen van elkaar te weten wie wat doet en wie welke taken heeft. Zo kunnen ze in geval van meervoudige problematiek snel overdragen naar de juiste instelling en raakt de jeugdige cliënt niet verstrikt tussen organisaties.

In het hele land werken organisaties in de jeugd(gezondheids)zorg, en opvoed- & opgroeiondersteuning nog te veel langs elkaar heen. De samenwerking tussen deze organisaties kan beter. Daarom wil het kabinet dat er in 2011 in iedere gemeente een Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) is. Daar kunnen ouders, jongeren en kinderen terecht met alle vragen over gezondheid, opvoeden en opgroeien. Het CJG geeft adviezen, probeert problemen tijdig te signaleren en daar actie op te ondernemen. Het ondersteunt professionals, ouders en jongeren bij het vinden van de juiste voorzieningen binnen het uitgebreide netwerk van de jeugdzorg.

Wat doen we al?

Jeugdgezondheidszorg (JGZ)

De gemeente is verantwoordelijk voor de integrale jeugdgezondheidszorg (JGZ). JGZ is de preventieve gezondheidszorg voor alle inwoners van 0-19 jaar. Samen met de overige 7 gemeenten in “Zuid-Holland West” heeft Midden-Delfland in 2008 de regionale visienota “Sterk partnerschap en goede dienstverlening” vastgesteld. De regie van de uitvoering van de JGZ is in handen van de GGD-ZHW.

Doel is een laagdrempelig informatie- en hulpaanbod zo vroeg, zo licht en zo dicht mogelijk bij huis te bieden. De JGZ ziet alle kinderen en jongeren regelmatig. De medewerkers verzorgen de vaccinaties, en geven voorlichting over bijvoorbeeld zindelijkheid, mondgezondheid, roken en alcoholgebruik. Ze kunnen ook tijdig ingrijpen wanneer (dreigende) stoornissen gesignaleerd worden.

Hierbij gaan we uit van een normale en gezonde ontwikkeling van jongeren. De meeste jongeren en hun gezinnen zijn in staat om moeilijkheden zelf het hoofd te bieden. Op die risicojongeren die hier niet toe in staat zijn zetten we snel en adequaat in.

Met ingang van 2007 zijn vanuit de Ouder-Kind Zorg (OKZ) en de GGD-JGZ integrale JGZ teams gevormd. Naast de reguliere activiteiten brengt de gemeente accenten aan in het aanbod. In Midden-Delfland vallen oudercursussen als “Opvoeden Zo” en het inloopspreekuur bij de peuterspeelzalen hieronder. Omdat bij 45 kinderen in Midden-Delfland een risico op taalachterstand is gesignaleerd, verzorgt JGZ sinds 2007 een logopedische screening bij kinderen onder de 4 jaar.

Zorgnetwerk 0-19 jaar

Leer- en/of gedragsproblemen en sociaal-emotionele problematiek bij jeugdigen hangen vaak nauw met elkaar samen. Het vroegtijdig signaleren van problemen en tijdig ingrijpen, kan ernstiger problematiek in een later stadium voorkomen. De problemen van jeugdigen worden vaak zichtbaar op scholen, maar ook in kinderdagverblijven en peuterspeelzalen.

Om een goede samenwerking tussen de diverse zorgverlenende instellingen en een goede afstemming met de jeugdzorg te realiseren is in Midden-Delfland een casuïstiek zorgnetwerk 0-19 jaar actief. Alle partijen die in het zorgnetwerk participeren hebben hiertoe in 2006 een samenwerkingsovereenkomst getekend.

Het zorgnetwerk behandelt in principe casuïstiek van kinderen en jongeren tot 19 jaar. Maar het houdt niet rigoureus op zodra de 19-jarige leeftijd is bereikt. Officieus wordt de leeftijdsgrens bij 23 jaar getrokken (vooruitlopend op het op te zetten Centrum voor Jeugd & Gezin wordt de leeftijd alvast opgetrokken naar 23 jaar ). Daarbij werkt het netwerk gezinsgericht. Ook ouders worden aangesproken.

Wat gaan we er voor doen?

Centrum voor Jeugd en Gezin

Om de sterke zorgstructuur te garanderen maken de Integrale Jeugdgezondheidszorg (JGZ), preventieve jeugdzorg, het zorgnetwerk en Opvoed- en opgroeiondersteuning alle met ingang van 2010 onderdeel uit van het Centrum voor Jeugd en Gezin.

De integrale JGZ vormt de spreekwoordelijke voordeur van het CJG. De overige hulpverlening bevindt zich “daarachter” en werkt intensief met de JGZ en met elkaar samen.

Samen met de JGZ vormt het schoolmaatschappelijk werk het kernteam van het CJG. Het schoolmaatschappelijk werk krijgt daarmee een breder werkterrein dan alleen de scholen. Het kernteam werkt outreachend. Dat wil zeggen, veel op de vindplaatsen zoals scholen.

Eén van de accenten ligt op opvoed- en opgroeiondersteuning. Dit kan variëren van informeel advies tot cursussen en hulp. Diverse organisaties, zoals bijvoorbeeld huisartsen, consultatiebureaus, GGD en bureaus jeugdzorg, hebben hierin een aanbod ontwikkeld. De JGZ stemt dit aanbod op elkaar en op de behoeften van de ouders, kinderen en intermediairs af en vormt een front-office waar eenieder met alle soorten vragen terecht kan.

Bureau Jeugdzorg zal voor een deel van de tijd in de locatie(s) van het CJG werken om daarmee de samenwerking met de geïndiceerde jeugdzorg te verankeren. Kortom, het CJG wordt de spin in het web in de zorg rondom multi-probleemgezinnen.

Voor de jeugd in de leeftijd 12-23 jaar moet het CJG een stevig netwerk gaan vormen die sterk verbonden is met de V.O. scholen, Bureau Jeugdzorg, jongerenwerk en wijkagenten. Hierdoor krijgt de gemeente beter zicht en grip op de vroegtijdige signalering en aanpak van problemen, ook waar de vindplaatsen buiten de gemeentegrenzen liggen.

Het CJG bevat minimaal de volgende onderdelen, die samen het Basismodel vormen zoals het Programmaministerie voor Jeugd & Gezin dat voorschrijft:

  • a.

    Integrale jeugdgezondheidszorg 0-19 jaar vormt de spil van het CJG. De consultatiebureaus en de GGD, die collectieve preventieve taken uitvoeren gericht op de gezondheid en het welzijn van kinderen, maken hier onderdeel van uit.

  • b.

    Uitvoering geven aan vijf WMO taken uit prestatieveld 2 gericht op preventieve ondersteuning van jeugdigen met opgroeiproblemen en van ouders die problemen met de opvoeding hebben:

    • -

      Informatie en advies;

    • -

      Signalering;

    • -

      Toeleiding naar hulp (lokale of regionale voorzieningen);

    • -

      Licht pedagogische hulp bieden;

    • -

      Coördinatie van zorg: maatschappelijk werk, gezinscoaching en opvoedingsondersteuning.

  • c.

    Schakel met Bureau Jeugdzorg.

  • d.

    Schakel met het onderwijs door ZorgAdviesTeams.

Vanuit dit basismodel is er ruimte om lokale accenten aan te brengen in het CJG.

Samengevat kan het CJG worden gezien als een drieluik met als onderdelen:

  • -

    een inlooppunt voor informatie en advies (front-office);

  • -

    een opvoed- en opgroeipraktijk (back-office);

  • -

    sluitende aanpak (coördinatie van zorg).

De planning is als volgt. In 2009 willen we het CJG goed op de rails zetten. De eerste helft van 2009 gebruiken we om een plan van aanpak te maken en onze visie te vormen. Dit krijgt gestalte in het visiedocument dat nog in het eerste halfjaar van 2009 zal verschijnen. In het najaar van 2009 zal ook een uitvoeringsplan gereed zijn, waarna we kunnen beginnen met de daadwerkelijke uitvoering van de vorming van het CJG.

Verwijsindex risico’s Jongeren

De Verwijsindex risico’s Jongeren (VIR) is een digitaal meldingssysteem waarmee hulpverleners en professionals informatie uitwisselen. Via de VIR kunnen professionals risico’s melden die de ontwikkeling van een jongere in gevaar kunnen brengen. Op die manier komen signalen van hulpverleners uit verschillende sectoren bij elkaar: jeugdzorg, jeugdgezondheidszorg, onderwijs, politie en werk en inkomen. Hierbij vermelden we dat de VIR geen inhoudelijke informatie over de jongere bevat. Alleen dát er een risico is en wie zich er mee bezig houdt. Dit moet leiden tot betere en snellere afspraken.

De VIR wordt ook wettelijk verplicht. Het wetsvoorstel ligt bij de Tweede Kamer en de verwachting is dat de wet eind 2009 een feit is. In de regio werken enkele gemeenten al met de VIR (de gemeenten Den Haag, Westland en Zoetermeer werken al met een verwijsindex. Multisignaal levert het systeem en de aanvullende diensten). Wij sluiten hier met de overige vijf gemeenten in de loop van 2009 op aan. De ontwikkeling en vormgeving van deze Regionale Verwijsindex Haaglanden (RVH) loopt parallel met de visieontwikkeling van het CJG.

Elektronisch Kinddossier

Vanaf eind 2009 krijgt ieder kind dat in Nederland wordt geboren een elektronisch kinddossier jeugdgezondheidszorg (EKD JGZ). Het dossier bevat informatie over het kind, de gezinssituatie en de omgeving volgens het motto: geen kind buiten beeld.

De jeugdgezondheidszorg houdt het EKD bij. Zij gebruiken het EKD bij elk contactmoment voor registratie en informatie. Het EKD geeft inzicht in de gezondheidssituatie en de gezondheidsrisico's van groepen kinderen. Deze kennis draagt bij aan een kwalitatief betere jeugdgezondheidszorg.

Het EKD vervangt op geleidelijke basis de papieren dossiers en de bestaande lokale EKD-systemen. Alle instellingen in de jeugdgezondheidszorg moeten in 2009 bezig zijn met het invoeren van de digitale dossiers. Vanaf eind 2009 krijgen alle kinderen van 0 tot 19 jaar een EKD op het moment dat zij in contact komen met de jeugdgezondheidszorg.Net als de VIR krijgt het EKD gestalte binnen de visievorming van het CJG. In 2009 gaan we het EKD regionaal aanbesteden.

Wat mag het kosten?

Aangezien in de komende jaren nog diverse keuzes gemaakt zullen moeten worden, kunnen we nog niet overzien wat de werkelijke kosten zullen zijn. Vanuit het Rijk ontvangt de gemeente een doeluitkering die bestemd is voor het oprichten en in stand houden van een CJG en voor opvoed- en opgroeiondersteuning. Tevens ontvangt de gemeente middelen voor het oprichten van het CJG en voor het EKD en de VIR middelen in het gemeentefonds. Het uitgangspunt is dat de doeluitkering, de middelen uit het gemeentefonds en de bestaande middelen voldoende zijn voor het oprichten en in stand houden van het CJG.

Naast deze bijdragen vraagt de gemeentelijke netwerkbenadering een aanzienlijke tijdsinspanning van de verschillende organisaties en van de gemeente. Probleemgezinnen en individuele jongeren worden gemonitord en hier worden afspraken over gemaakt. Ook van de leerplichtambtenaar wordt, met het grote aantal scholen, naast de “primaire taken” een aanzienlijke inspanning verwacht in het onderhouden van het brede netwerk.

5.2. Speerpunt gezondheidsbeleid: Alcoholpreventie

Wat willen we bereiken?

We willen alcoholgebruik en vooral de verleiding daartoe onder jongeren terugdringen. Jongeren en ook hun ouders moeten zich bewust worden van de gevaren van alcoholgebruik op jonge leeftijd. Met name onder de 16 jaar.

Bij een deel van de Midden-Delflandse jongeren is sprake van een zorgwekkend alcoholgebruik. Het is bekend dat overmatig alcoholgebruik op lange termijn tot blijvende gezondheidsschade leidt. Piekdrinken (het drinken van vijf of meer alcoholische consumpties bij één gelegenheid) komt veel voor in Midden-Delfland, het meest bij 17-19 jarigen (namelijk 75%). Maar ook meer dan de helft van de 15 en 16 jarigen geeft aan regelmatig (veel) te drinken. Het drinken in de zogenaamde hokken en keten is populair in Midden-Delfland. Bij een inventarisatie blijken er in de gemeente 7 hokken en keten aanwezig, veelal op particulier terrein. Deze plaatsen zijn bedoeld als ontmoetingsplaatsen. In een aantal gevallen drinken de jongeren daar zeer veel alcohol. Ook jongeren onder de 16 jaar. Ouders zijn tolerant ten opzichte van het drinkgedrag van hun kinderen. Zij zien in het algemeen weinig gevaren als het om drinken gaat.

Er is in de gemeente een kleine groep jongeren, ouder dan 18 jaar, die veelvuldig alcohol of drugs gebruikt en overlast verzorgt. Omdat ze meerderjarig zijn kunnen we ze niet in hulptrajecten dwingen. Een repressieve aanpak levert onvoldoende effect. Hoewel het niet eenvoudig is om hiervoor een oplossing te bedenken, willen we ook voor deze groep jongeren tot een sluitende aanpak komen.

Alcoholgebruik is één van de speerpunten van het lokaal gezondheidsbeleid van Midden-Delfland waar we tegen willen optreden. Ook drugsgebruik en dan met name voorkomen dat jongeren dit tot zich nemen is een aspect. In de aanpak van alcoholmatiging is het drugsgebruik een vast onderdeel. In deze kadernota wordt drugsgebruik daarom niet als apart item benoemd. Andere speerpunten zijn: overgewicht, roken en depressie. In de nota lokaal gezondheidsbeleid "Midden-Delfland, vitaal én gezonder" zijn we hier nader op in gegaan.

Wat doen we al?

De JGZ en basisscholen werken intensief samen als het gaat om activiteiten of lesprogramma’s over alcoholmatiging en overgewicht. Zo doen alle scholen activiteiten met betrekking tot alcohol, voeding en beweging, relationele en seksuele vorming en psychosociale zaken (bijvoorbeeld weerbaarheid). De JGZ geeft voorlichting en ontwikkelt lesmateriaal. Om de zorgwekkende ontwikkelingen rond alcoholgebruik aan te pakken hebben we in samenwerking met de GGD een “Actieprogramma Alcohol” gemaakt. Hierin staan de uitgangspunten en de daarbij behorende acties en interventies voor het terugdringen van het alcoholgebruik bij zowel jeugd als volwassenen. De nadruk ligt op het alcoholgebruik onder jongeren. Voorlichting aan en indien mogelijk participatie van ouders is een belangrijk aspect in het actieprogramma. Zo biedt de GGD-ZHW op scholen de lesprogramma’s: “Gezonde school en genotsmiddelen” en “Alcohol, een ander verhaal” aan. Ook organiseert Brijder Verslavingszorg op verzoek ouderavonden over genotmiddelen.

Wat gaan we ervoor doen?

We willen de bestaande (les)programma’s en voorlichting continueren en intensiveren in ons streven naar een gezonde leefstijl. Dat betekent dat kinderen blijvend weerbaarheidstrainingen over genotsmiddelen krijgen. We geven voorlichting aan kinderen én aan hun ouders. De indruk bestaat dat in onze gemeente ouders toleranter zijn ten aanzien van het alcoholgebruik op jonge leeftijd. In de voorlichting wordt hier extra aandacht aan besteed.

Het actieplan alcohol staat ook de komende jaren hoog op de agenda. Speerpunt hierbij zijn de jongeren onder de 16 jaar. We continueren de huidige succesvolle interventies, betrekken de ouders bij het gedrag van hun kinderen en maken afspraken met ondernemers om de toegang tot alcohol moeilijker te maken en alcoholgebruik zo lang mogelijk uit te stellen. Voor de groep 18+ proberen we samen met de GGD, GGZ, jongerenwerk en politie een pilot op te zetten om zodoende een effectieve aanpak te vinden die leidt tot vermindering van de overlast en het terugdringen van middelengebruik bij deze jongeren.

Bij evenementen is alcoholmatiging ook een actiepunt. Hierbij kan gedacht worden aan het schenken van evenementenbier en light bier. Hierbij is ook een belangrijke rol weggelegd voor de organisatoren van de evenementen. In het overleg met de organisatoren komt alcoholmatiging, met name ook gericht op jongeren, aan de orde.

Wat mag het kosten?

De kosten met betrekking tot het actieplan alcohol zijn opgenomen in de begroting. Omdat we het 18+ traject nog gaan ontwikkelen kunnen we nu nog niet aangeven hoeveel kosten dit met zich meebrengt. De pilot zal zoveel mogelijk uit bestaande middelen gefinancierd moeten worden.

5.3. Algemeen Maatschappelijk werk (AMW)

Wat willen we bereiken?

Het AMW is een eerstelijnsfunctie op het gebied van psychosociale hulpverlening die voor iedereen bereikbaar is, dus ook voor de jeugd. We streven er naar om het amw zo laagdrempelig mogelijk te maken voor jongeren.

Wat doen we al?

In onze gemeente voert Stichting Kwadraad het AMW uit. Om het voor de jeugd makkelijker te maken om de weg naar het AMW te vinden is het mogelijk om via het internet in contact te komen met het AMW. Naast vragen over problemen waar jongeren mee te maken hebben (bijv. onzekerheid, ouders gaan scheiden, pesten) is er ook een forum. Het forum maakt het mogelijk om met andere jongeren te discussiëren over allerlei onderwerpen, zoals school, verliefdheid etc. Horen hoe anderen hiermee omgaan, kan jongeren helpen om een oplossing te vinden voor de eigen vragen of problemen.

Wat gaan we ervoor doen?

We zetten het maatschappelijk werk in principe op de huidige voet voort en betrekken het amw voor de jeugd bij het CJG.

Wat mag het kosten?

We verwachten naast de structureel begrote middelen geen toename in de kosten in het kader van jeugdbeleid.

5.4. Schoolmaatschappelijk werk

Wat willen we bereiken?

De problematiek van leerlingen en gezinnen neemt toe. Zowel in aantal als in complexiteit. Binnen de basisscholen willen we in Midden-Delfland een laagdrempelige vorm van hulp realiseren voor kinderen die zonder deze hulp niet optimaal het leerproces doorlopen.

Wat doen we al?

Om deze reden is er in Midden-Delfland sinds 2003 schoolmaatschappelijk werk aanwezig op de scholen. Met ingang van 2009 is de inzet op de scholen uitgebreid van 19 uur per week tot een volledige formatieplaats.

De schoolmaatschappelijk werker biedt in een vroeg stadium hulp bij problemen van buiten de schoolse situatie, die van invloed zijn op het functioneren van de leerling op school. Dit werkt sterk preventief en voorkomt in veel gevallen escalatie van problemen. Het gaat dan om problemen die niet alleen door de scholen kunnen worden opgepakt. De schoolmaatschappelijk werker speelt een belangrijke rol in het zorgnetwerk voor 0-19 jarigen.

Wat gaan we daarvoor doen?

De huidige formatieplaats voor schoolmaatschappelijk werk behouden we. Het schoolmaatschappelijk werk wordt onderdeel van het kernteam van het CJG. In het visiedocument gaan we hier nader op in.

Wat mag het kosten?

We verwachten geen verdere uitbreiding van het budget, anders dan we via het budget van het CJG inzetten.

Jeugd & Zorg

Doelstellingen / resultaat

Activiteit

budget

doelgroep

planning

Er is een sterke zorgstructuur met goede afstemming tussen partners

Ontwikkelingsproblemen bij kinderen en jongeren worden vroeg gesignaleerd

* JGZ één uitvoeringsorganisatie

* Visiedocument CJG

* Uitvoeringsplan CJG

* Start uitvoering CJG

* CJG gereed

* Zorgnetwerk 0-19 jaar laten aansluiten op CJG 0-23 jaar

* Ontwikkelen en implementeren Verwijsindex Jongeren

* Ontwikkelen en aanbesteden Elektronisch Kinddossier

JGZ

BDU CJG

BDU CJG

BDU CJG

BDU CJG

MiddelenVIR

Middelen EKD

0 –19 jaar

-9 maanden – 23 jaar

0-23 jaar

2010

2009

2009

2010

2011

2009

2009

2009

Er is een laagdrempelige vorm van hulp in basisonderwijs en BSO

* Voortzetten schoolmaatschappelijk werk op scholen

* Schoolmaatschappelijk werk onderdeel van kernteam CJG

Structureel smw

0 – 12 jaar

0 - 12 jaar

Gehele periode

Jongeren hebben een gezonde leefstijl: bestrijden overgewicht en riskant ongezond gedrag

* Intensiveren voorlichting overgewicht op scholen door GGD

* Intensiveren voorlichting aan ouders

* Opvoedingsondersteuning bieden aan ouders

* Continueren weerbaarheidstrainingen aan kinderen

* Continueren en uitbreiding preventieprogramma’s

* Continueren jeugdsubsidie en subsidiemogelijkheden sportverenigingen

GGD

4 – 18 jaar

4 – 12 jaar

6 - 18 jaar

Gehele periode

Jongeren hebben een gezonde leefstijl: ontmoedigen gebruik genotsmiddelen

* Activiteiten door organisaties gericht op het stoppen met roken

* Continueren voorlichting en interventies GGD: “Gezonde school en genotsmiddelen”

* Continueren voorlichting aan jongeren en ouders door JGZ over effecten van meeroken

JGZ

12 – 18 jaar

12 – 18 jaar

12 +

2009 - 2012

Psychosociale hulp is laagdrempelig voor jongeren

* Continueren en optimaliseren toegang maatschappelijk werk via internet

amw

12 – 23 jaar

2009

Het alcoholgebruik onder jongeren vermindert

* Uitvoering actieprogramma alcohol; speerpunt jongeren onder 16 jaar:

* Continueren succesvolle interventies

* Ouders betrekken

* Sluitende aanpak ontwikkelen voor jongeren ouder dan 18 jaar

8 - 16 jaar

18 – 23 jaar

2009 - 2012

Hoofdstuk 6. Jeugd & Vrije tijd

“Het is grappig; jongeren zijn koploper ‘niets doen’ in hun vrije tijd”. Er is geen enkele andere leeftijdsgroep in Nederland die zo veel tijd besteedt aan ‘niets doen’ en daar heel tevreden over is. Misschien is het een vorm van compensatie voor de grote hoeveelheid dingen die je als jongere sowieso al moet doen en voor de enorme hoeveelheid dingen die op je af komen en die je kunt doen. Want één ding is duidelijk als we het over de vrije tijd van jonge doelgroepen hebben: er zijn steeds meer dingen die je kunt doen en die wedijveren om aandacht. De druk op jonge doelgroepen is enorm toegenomen. Ze lijden daar overigens niet onder; de meeste jongeren vinden dat ze heel goed kunnen omgaan met de kansen en mogelijkheden die ze hebben”. (uit: Website onderzoeksbureau Qrius, 2009)

Een aantrekkelijk en breed spectrum aan activiteiten voor vrijetijdsbesteding vergroot de ontwikkelingskansen van jeugdigen. Kinderen en jongeren in Midden-Delfland kunnen kiezen uit een gevarieerd en toegankelijk aanbod voor hun vrijetijdsbesteding. We stemmen de activiteiten zoveel mogelijk af op de vraag en behoeften van de jeugdigen zelf.

In de volgende paragrafen geven we per onderwerp aan wat we al doen, wat de actiepunten voor de komende jaren zijn en hoe we deze gaan uitvoeren

6.1. Jongerenwerk

Wat willen we bereiken?

Jongeren moeten zich ervan bewust zijn dat zij als onderdeel van de samenleving verantwoordelijkheid moeten leren dragen. Het jongerenwerk in Midden-Delfland heeft tot taak Midden-Delflandse jongeren te stimuleren om zich te ontplooien, hun talenten te ontwikkelen en hen te begeleiden in dit proces van keuzes maken voor nu en in hun toekomst. Daarnaast heeft het jongerenwerk een signalerende functie vanuit het oogpunt van preventieve jeugdzorg. Wij willen dat het jongerenwerk een sterke preventieve schakel is in het jeugdbeleid en in de lokale netwerken. Als gemeente moeten we een sterke regie voeren om deze taken te kunnen waarborgen.

Wat doen we al?

Het jongerenwerk bestaat uit drie gedeelten: accommodatiegebonden, ambulant en sportbuurtwerk. Het aanbod in de locaties bestaan uit inloop, laagdrempelige activiteiten, voorlichting en kinder- en tienerdisco’s of frisfeesten. De activiteiten zijn op leeftijdsgroepen toegespitst. Het jongerenwerk brengt hierbij groepsprocessen in kaart en signaleert behoeften en ook mogelijke problematiek bij jongeren. In het laatste geval heeft jongerenwerk een doorverwijzingsfunctie. In het eerste geval kunnen de jongerenwerkers inspringen op vragen en behoeften van jongeren en op trends en ontwikkelingen.

Het ambulante jongerenwerk hanteert een outreachende werkwijze. Jongerenwerkers zoeken jongeren op bij hangplekken en op straat. Ze bouwen een vertrouwensrelatie met de jongeren op en ontwikkelen activiteiten met deze jongeren. Zodoende willen we verveling van jongeren tegengaan en dat jongeren zich meer verantwoordelijk voelen voor hun gedrag en omgeving. Daarbij draagt deze methodiek bij aan het bestrijden van overlast door jongeren.

Het sportbuurtwerk organiseert sport en spelactiviteiten en toernooien om jongeren die onvoldoende bewegen te stimuleren en om sociale doelen als saamhorigheid in de buurt te bereiken en te vergroten. Sporttoernooien worden gedeeltelijk in samenwerking met sportverenigingen georganiseerd.

Jongerenwerkers hebben veel contacten op veel plaatsen met jongeren en hebben een belangrijke signaleringsfunctie. Daarnaast nemen ze deel aan netwerken en de ketenaanpak om gesignaleerde (dreigende) problematiek te bespreken.

In Midden-Delfland voert Stichting Welzijn E25 het jongerenwerk uit. In 2008 is de ureninzet van jongerenwerk vergroot om beter aan de doelstellingen te kunnen voldoen. In 2009 verandert de werkwijze om een betere regie te kunnen voeren en de resultaten van het jongerenwerk beter inzichtelijk te kunnen maken. De gemeente koopt nu producten en diensten in bij Stichting Welzijn E25. Over deze producten maken de gemeente en het jongerenwerk jaarlijks afspraken.

Het christelijk jeugdwerk organiseert ook jongerenactiviteiten, afgestemd op de vraag en leeftijd van de jongeren. De kerkgenootschappen hebben hiertoe in de drie dorpen ruimte tot hun beschikking: De Tent in Maasland, sociëteit ‘t Vooronder in Schipluiden en ’t Zoldertje in Den Hoorn. De ruimte in Maasland is ook beschikbaar voor het jongerenwerk van Stichting Welzijn E25.

Wat gaan we ervoor doen?

Samenwerking tussen verenigingen en het jongerenwerk heeft meerwaarde voor het integrale jeugdbeleid. Daarom willen we nog meer inzetten op deze samenwerking dan nu al gebeurt. Het mes snijdt aan twee kanten. Als jongerenwerk en verenigingen gezamenlijk activiteiten organiseren, dan krijgt het jongerenwerk meer jongeren beter in beeld. Aan de andere kant kunnen verenigingen meer jeugdleden werven.

We noemden het jongerenwerk al een belangrijke schakel in het preventieve jeugdzorgnetwerk en in het zorgadviesteam. In het Centrum voor Jeugd en Gezin zal het jongerenwerk deze makel- en schakelfunctie behouden. Omdat jongeren niet zo snel uit zichzelf naar een CJG komen, kan het jongerenwerk ze ook opzoeken om informatie en advies te geven. Daarbij draagt de signalerende functie bij aan het tijdig bieden van de juiste zorg op maat door organisaties.

De werkwijze volgens prestatieafspraken zullen we continueren. Daarbij behoudt het jongerenwerk de ruimte om nieuwe initiatieven te ontwikkelen. Een voorbeeld is het onderzoek of een busje kan worden ingezet bij het ambulante werk. Hiervoor zoekt het jongerenwerk sponsors.

Wat gaat het kosten?

Voor het betrekken van jongerenwerk in het toekomstige CJG zijn de visie en daarmee de consequenties nog niet gereed. Daarom kunnen we nog geen raming maken van de financiële gevolgen, naast de reguliere middelen.

6.2. Jeugdverenigingen

Wat willen we bereiken?

Midden-Delfland heeft een bloeiend verenigingsleven.Zo hebben de sportverenigingen een grote aantrekkingskracht op de Midden-Delflandse jeugd. Daarnaast zijn veel jongeren aangesloten bij organisaties als scouting en muziekverenigingen. Deze organisaties hebben een groot aandeel in de fysieke en sociaal-maatschappelijke ontwikkeling van kinderen. Zodoende leveren zij een bijdrage aan het jeugdbeleid. Het blijkt dat de aantrekkingskracht van deze verenigingen voor jongeren boven de 16 jaar weer afneemt. Wij willen lidmaatschap van verenigingen blijvend stimuleren, zodat ook jongeren ouder dan 16 jaar aan sport blijven doen in georganiseerd verband.

Muziekbeoefening en cultuurparticipatie onder kinderen en jongeren willen we stimuleren. Muziekverenigingen leveren een waardevolle bijdrage aan het culturele aanbod in de gemeente. Ook scoutingorganisaties vervullen al jarenlang een belangrijke rol in de Midden-Delflandse samenleving en hebben een relatief stabiel ledenbestand. Dit willen we graag in stand houden.

De gemeente waarborgt zoveel mogelijk de fysieke en de materiële toegankelijkheid van het vrijetijdsaanbod voor álle jeugdigen: zowel voor jongeren van ouders uit lage inkomensgroepen als voor jongeren met een fysieke of geestelijke beperking.

Wat doen we al?

We ondersteunen de verschillende sport- en muziekverenigingen om jeugdigen aan te trekken en te behouden. Sportverenigingen ontvangen een bedrag per jeugdlid. Daarbij kunnen sportverenigingen subsidie aanvragen voor projecten die sportdeelname onder jongeren vergroten, vernieuwend zijn voor het sportaanbod of betrokkenheid van jeugdigen bij bestuurlijke activiteiten bevorderen. Ook de scoutingorganisaties ontvangen een subsidiebedrag per jeugdlid. Verder kunnen ook scoutingorganisaties projectsubsidie aanvragen voor activiteiten waarmee ze nieuwe leden kunnen werven. De gemeente ondersteunt daarnaast scoutingactiviteiten in het kader van leefbaarheid zoals bijvoorbeeld schoonmaakacties in de openbare ruimte. Zowel de sportverenigingen als de scoutingorganisaties komen in aanmerking voor subsidie bij nieuwbouw van hun accomodaties. Hiermee ontstaat een ontmoetingspunt, dat met name voor jongeren van belang is. Jongeren zoeken een 'eigen plek' waar zij elkaar kunnen ontmoeten; in de visie van jongeren is deze plek niet thuis bij hun ouders. Tenslotte kunnen muziekverenigingen subsidie aanvragen om het cursusaanbod betaalbaar te houden voor alle kinderen en jongeren.

Zoals we in het hoofdstuk Jeugd & Educatie al aangeven, onderkent de gemeente het belang van kennismaking met culturele instellingen. De basisscholen realiseren jaarlijks een aanbod in kunstzinnige ontwikkeling en ontvangen daarvoor jaarlijks subsidie (culturele vorming schooljeugd). Organisatie Dario Fo, ondernemers in kunst vervult de rol van cultuuraanjager in het kader van het Actieprogramma cultuurbereik en krijgt hiervoor een provinciaal subsidie.

Aanvullend verzorgt Dario Fo een specifiek cultureel aanbod voor de jeugd. Zij organiseren activiteiten in jeugdtheaterschool Koperen Kees en verzorgen ook cursussen en workshops. Doel hiervan is om kinderen de kans te geven zich op cultureel vlak te ontwikkelen en om hun zelfvertrouwen te vergroten.

In alle dorpen in de gemeente is een bibliotheekvestiging aanwezig. De openingstijden zijn op elkaar afgestemd. De bibliotheek beperkt zich al lang niet meer tot de primaire functie van het uitlenen van boeken, zeker waar het de jeugdige bevolking van Midden-Delfland aangaat. Inmiddels is er een uitgebreid aanbod voor kinderen en jongeren om de leesbevordering en de taalontwikkeling te bevorderen. Voorbeelden zijn “Het makkelijk lezen plein” voor kinderen tot 12 jaar en “4You!” voor tieners van 12+. Er is ook het JongerenInformatiepunt (JIP) waar jongeren met allerlei vragen terecht kunnen. Met de basisscholen wordt samengewerkt om een verdere leesafname een halt toe te roepen. Extra prioriteit wordt gelegd bij de kinderen in de voorschoolse leeftijd. Jaarlijks worden er in een uitvoeringsovereenkomst afspraken gemaakt over de inzet van het bibliotheekwerk in Midden-Delfland.

Wat gaan we er voor doen?

We willen ervoor zorgen dat sport- en muziekverenigingen zo lang mogelijk betaalbaar en aantrekkelijk blijven voor jongeren. Daarom houden we de bestaande subsidiemogelijkheden in stand. De subsidierelatie met de bibliotheek zetten we voort op de huidige wijze. De bibliotheek zal blijvend haar aanbod en activiteiten doorontwikkelen en vernieuwen.

Wat mag het kosten?

Naast het beschikbare bedrag voor jeugdsubsidies verwachten we geen extra kosten voor jeugdverenigingen.

6.3. Een uitdagende leer-, leef-, en werkomgeving

Wat willen we bereiken?

Om een goed jeugdbeleid te kunnen uitvoeren moeten we aan een aantal randvoorwaarden voldoen. Zo dienen we de fysieke omgeving, de openbare ruimte, goed in te richten en te beheren. Bij nieuwe wijken geldt bijvoorbeeld als norm dat minimaal 3% van de bebouwde ruimte als speelplaats wordt bestemd.

Ook de binnenruimte moeten we geschikt maken of houden voor kinderen en jongeren. Er dienen voldoende en goede locaties en accommodaties te zijn waar activiteiten kunnen plaatsvinden. Maar deze moeten ook met de tijd meegaan en van goede kwaliteit zijn

Alle kinderen en jongeren, ongeacht hun leeftijd, leefstijl of achtergrond moeten terecht kunnen in de voorzieningen voor de activiteiten die zij daar willen doen. Zij moeten zich op die plekken op hun gemak kunnen voelen. De gemeente heeft hier de voorwaardenscheppende en initiërende rol.

Wat doen we al?

De meeste betrokken partijen hechten groot belang aan kwalitatief goede accommodaties. Tijdens het proces Vitale dorpen is dit al prominent aan de orde geweest. Eén van de resultaten is het upgraden van de Hoornbloem. De raad heeft een budget beschikbaar gesteld om dit centrum op te knappen.

Midden-Delfland heeft geen aparte Jongeren Activiteiten Centra in de dorpen. In Schipluiden is er wel een container op het vrachtwagenparkeerterrein die als hangplek fungeert. Daarnaast wordt De Dorpshoeve gebruikt voor jongerenactiviteiten. In Maasland en Den Hoorn zijn er geen geformaliseerde hangplekken. Het jongerenwerk maakt voor de accommodatiegebonden activiteiten in Maasland gebruik van “De Tent” en van de nieuwe sporthal van het Lentiz College. In Den Hoorn worden vooral activiteiten georganiseerd in de Hoornbloem.

De gemeenteraad heeft in 2005 de Nota speelplaatsen vastgesteld waarin we verwoorden wat we met de speelplaatsen willen bereiken. We geven de normen aan die we hanteren voor het aantal speelplaatsen en de actieradius per leeftijdsgroep. We besteden verder aandacht aan de eisen van vormgeving, beheer, onderhoud en renovatie van de speelplaatsen.

Wat gaan we daarvoor doen?

In de voorbereiding op deze jeugdnota en tijdens het proces Vitale Dorpen hebben organisaties en ook jongeren zelf aangegeven dat het ontbreken van specifieke jongerenruimten een gemis is in de gemeente. De middelen ontbreken echter om in iedere kern een afzonderlijke jongerenruimte neer te zetten of in te richten. Daarom gaan we op zoek naar creatieve oplossingen om jongeren in iedere kern een plek te geven, zowel een accommodatie als een hangplek.

Met de gemeente Delft zijn we in gesprek om het jongerenwerk in Den Hoorn gebruik te laten maken van het jongerencentrum in de nieuwe wijk Look-West dat momenteel door Delft wordt gerealiseerd. Look-West grenst direct aan Den Hoorn.

In Schipluiden richten we een extra hangplek in voor de jongere jeugd. Met de “Stichting De Dorpshoeve Schipluiden” hebben we afgesproken dat zij samen met het jongerenwerk gaan kijken welke activiteiten voor kinderen en jongeren hier plaats kunnen vinden.

In Maasland voeren we onderzoek uit naar alle welzijnslocaties. Mogelijk medegebruik door jongeren maakt onderdeel uit van dit onderzoek. Daarnaast willen we in Maasland twee hangplekken realiseren voor jongeren waar zij deels zelf verantwoordelijk voor zijn.

Zodra het onderzoek naar de verschillende mogelijkheden is afgerond en er voldoende draagvlak is voor het realiseren van jongerenaccommodaties in iedere kern, ontwikkelen we een uitwerkingsplan dat we ter besluitvorming aan de raad voorleggen. Hiermee wordt ook uitvoering gegeven aan het actieprogramma veiligheidsbeleid.

Wat mag het kosten?

De kosten voor de huur van accommodaties door jongerenwerk zijn opgenomen in de reguliere subsidie voor het jongerenwerk. Aanvullende kosten voor de huur van nieuwe ruimten zoals het jongerencentrum in Look-West en naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek naar welzijnsaccommodaties zullen we opnemen in het uitwerkingsplan.

Jeugd & Vrije tijd

Doelstellingen / resultaat

Activiteit

budget

doelgroep

planning

Er is een aantrekkelijk en breed spectrum aan activiteiten voor kinderen en jongeren

* Voortzetten en doorontwikkelen prestatieafspraken jongerenwerk

* Aanbod jongerenwerk verbreden en vernieuwen, onder meer met frisfeesten.

* Intensiveren samenwerking tussen verenigingen en jongerenwerk

Regulier jongerenwerk

12 - 18 jaar

2009 - 2013

Sport- en muziekverenigingen blijven aantrekkelijk en laagdrempelig voor kinderen en jongeren

* Subsidiemogelijkheden voor verenigingen continueren

* Verenigingen aantrekkelijk houden voor jongeren 16+

Regulier budget projectsubsidies sport en kunst en cultuur

6 – 23 jaar

Gehele periode

Kinderen en jongeren zijn bekend met culturele instellingen

* Subsidierelatie Dario Fo continueren

* Uitvoering Actieprogramma cultuurbereik

* Subsidierelatie bibliotheek continueren

Regulier budget cultuur

Middelen Provincie

Regulier bibliotheek

4 – 18 jaar

4 – 23 jaar

0 – 23 jaar

2009 – 2013

2009 – 2013

2009 - 2013

Er zijn voldoende kwalitatief goede locaties en accommodaties voor jeugdigen waar zij terecht kunnen

* Nota speelplaatsen uitvoeren

* Formaliseren en inrichten hangplekken

* Onderzoek realisatie jongerenruimten

* Afspraken gebruik jongerencentrum Look-West

* Uitwerkingsplan jongerenruimten en welzijnsaccommodaties

Regulier onderhoud

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

0 – 12 jaar

12 – 18 jaar

12 – 18 jaar

12 – 18 jaar

4 – 18 jaar

Gehele periode

2009 - 2013

2009

2009 - 2010

2009 - 2013

Hoofdstuk 7. Jeugd & Veiligheid

“Rondhangende jongeren zijn van alle tijden. Na de Tweede Wereldoorlog, toen jongeren meer geld en vrije tijd tot hun beschikking kregen, verschenen deze groepen steeds vaker in het straatbeeld. (…). Dergelijk gedrag van jongeren veroorzaakt overlast het geeft buurtbewoners een onveilig gevoel of zij ervaren het als een inbreuk op het woon- en leefgenot. Hoe overlast van jeugd wordt ervaren, kan sterk per straat, buurt of wijk verschillen. Dat heeft te maken met de vorm en frequentie van het gedrag en de tolerantiegrenzen van de omgeving”. Uit: Aanpak hangjongeren in gemeenten. Centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid (2008)

"Midden-Delfland is een veilige gemeente om in te wonen, te werken en te recreëren." Dat is het centrale uitgangspunt van ons integraal veiligheidsbeleid, dat de gemeenteraad in 2004 vaststelde. Vanuit deze veiligheidsnota stellen we iedere twee jaar een Actieplan veiligheid op. In het onlangs vastgestelde actieplan veiligheid 2009 – 2010, is jeugd één van de speerpunten.

Met veruit het grootste deel van de jeugd in Midden-Delfland gaat het goed. Zij nemen deel aan een bloeiend verenigingsleven met een ruim aanbod aan activiteiten. Toch is er een aantal jeugdigen dat uit de band springt. Zij richten vernielingen aan, vallen mensen lastig, gaan niet naar school en/of gebruiken veel drank en soms ook drugs. Sommige van de Midden-Delflandse jongeren dreigen af te glijden naar de (jeugd)criminaliteit.

Jeugd & Veiligheid betekent ook een veilige omgeving waar kinderen en jongeren zich kunnen ontplooien, kunnen spelen en veilig naar school kunnen. In dit hoofdstuk schetsen we kort de speerpunten in het kader van jeugd en veiligheid en leggen we de verbinding naar de overige thema’s van het jeugdbeleid

7.1. Bestrijding jeugdoverlast en -criminaliteit

Wat willen we bereiken?

Het misdragen van een kleine groep jongeren heeft een grote invloed op de subjectieve veiligheid. De bewoners van Midden-Delfland geven jeugdoverlast als tweede in rang aan wanneer het om ergernissen en onveiligheid gaat. Bijna een kwart van de bewoners ervaart wel eens overlast door (groepen) jongeren. De gemeente wil gevoelens van onveiligheid bij alle bewoners verminderen en jeugdoverlast bestrijden. Midden-Delfland moet een prettige gemeente blijven waar bewoners en bezoekers ongestoord kunnen verblijven. Via een groepsaanpak worden jongeren, die zich misdragen, uit de anonimiteit gehaald. Daarnaast worden hun ouders meer betrokken bij het gedrag van hun kind. Zij zijn immers primair verantwoordelijk voor de opvoeding. Maar gevoelens van onveiligheid worden ook mede veroorzaakt door negatieve beeldvorming over jongeren. Dit is niet altijd terecht. De gemeente zal, samen met jongeren, proberen om de beeldvorming over jongeren positief te beïnvloeden.

Wat doen we al?

Onlangs is het actieplan veiligheid 2009-2010 vastgesteld. Hierin staan de speerpunten en acties voor de komende jaren. Een belangrijk aspect van deze acties is de samenwerking en netwerkvorming van de verschillende organisaties en professionals. Zij voeren onder meer de groepsaanpak uit. Jongeren die regelmatig in groepsverband actief zijn worden uitgebreid in beeld gebracht. Per groep wordt gekeken of er sprake is van overlast, hinderlijk gedrag of crimineel gedrag. De laatste groep is nog niet in Midden-Delfland voorgekomen. Aan de hand hiervan wordt door de samenwerkende professionals en gezagsdragers een aanpak opgezet. De jongeren worden hierbij uit de anonimiteit van de groep gehaald. De nadruk van de aanpak ligt op preventie. De paar jongeren die hier niet meer gevoelig voor zijn, worden repressief aangepakt.

Overlastgevend gedrag wordt in een aantal gevallen veroorzaakt door (overmatig) gebruik van alcoholhoudende dranken. Via het “Actieplan alcohol”, dat een belangrijke plaats in het Midden-Delflandse gezondheidsbeleid inneemt en in het kader van Jeugd & Zorg al aan de orde is gekomen, voeren we samen met betrokken organisaties zoals de JGZ, GGD en Brijder Verslavingspreventie maatregelen uit om alcoholgebruik door jongeren te verminderen.

Wat gaan we daarvoor doen?

Om ongewenst gedrag te voorkomen geven professionals voorlichting over ongewenst gedrag en over de gevolgen hiervan. Dit varieert van voorlichting over vuurwerk tot vernielingen. De afstemming tussen de professionals is net als bij Jeugd & Zorg het sleutelwoord. Jongerenwerk, politie, en bureau Halt werken goed samen om te voorkomen dat de jongere verder afglijdt. De netwerken sluiten zich om de jongeren heen, zodat geen jongere tussen wal en schip valt, maar ook om te voorkomen dat een jongere in meerdere hulpverleningscircuits tegelijk terecht komt. De huidige samenwerking verloopt in het algemeen naar tevredenheid van de partners. Dit willen we graag zo houden. Maar natuurlijk kan samenwerking altijd beter. Taakomschrijving en -afspraken zijn hierbij belangrijk. Mensen moeten weten wie waarvoor verantwoordelijk is. Zo wordt van jongerenwerkers vaak meer verwacht dan ze kunnen bieden in overlastsituaties. Ambulante jongerenwerkers kunnen zeker een taak hebben bij overlastsituaties. Maar ze hebben niet de bevoegdheden van wijkagenten. De netwerken rond jeugd- en overlast worden betrokken in het toekomstige CJG. De rol en taken zijn onderwerp in het visiedocument dat in het najaar van 2009 verschijnt. Via voorlichting en de website vanuit de gemeente willen we de beeldvorming rondom jongeren verbeteren.

Wat mag het kosten?

De inspanningen van de jeugdketen leveren vooralsnog geen extra kosten op in de gemeentebegroting. De financiële gevolgen van de optimalisering van de samenwerking via het CJG zijn nog niet bekend.

7.2. Een veilige leer- en leef- en werkomgeving

Wat willen we bereiken?

Als gemeente streven we naar een schone, hele en veilige openbare ruimte waar kinderen en jongeren zich kunnen bewegen. Dit betekent goed onderhouden speelplaatsen die aan alle veiligheidsvoorschriften voldoen. Daarnaast moeten er veilige schoolroutes zijn. Maar het betekent ook dat we verloedering van de openbare ruimte willen tegengaan.

Wat doen we al?

Zoals blijkt uit het hoofdstuk Jeugd & Vrije Tijd, voeren we de Nota speelplaatsen uit, waarin we het beheer en onderhoud van alle speelplaatsen hebben vastgelegd. Een schone omgeving draagt bij aan een beter gevoel van veiligheid. We willen dan ook de overige openbare ruimte graag schoon houden. Zo spreken we jongeren aan op het zelf opruimen van hun rommel op de hangplekken. De scoutingorganisaties krijgen een bedrag van de gemeenten voor hun jaarlijkse schoonmaakactie van de Vlaardingervaart.

Het tegengaan en zo snel mogelijk verwijderen van graffiti in de openbare ruimte is een actiepunt in het actieplan veiligheid. Van alle aangebrachte graffiti doen we aangifte bij de politie zodat we de schade op de daders kunnen verhalen zodra deze bekend zijn. Indien er sprake is van discriminerende uitingen wordt de graffiti direct verwijderd.

Met de schoolbesturen en verkeersoudergroepen spreken we regelmatig over de veiligheid en kwaliteit van de belangrijkste schoolroutes zodat we blijvend verbeteringen aan kunnen brengen. Daarnaast wordt op de basisscholen verkeersonderwijs verzorgd.

Wat gaan we daarvoor doen?

We continueren het bestaande speelplaatsenbeleid. Het schoon, heel en veilig houden van de omgeving willen we meer in samenspraak met de bewoners en vooral de jongeren organiseren. Jongeren worden steeds meer aangesproken op hun gedrag als we zien dat ze de openbare ruimte, waaronder de hangplekken vallen, vervuilen. Rondom de graffitibestrijding stellen we particuliere partijen op de hoogte die ook last ondervinden van deze overlast om dit zo mogelijk gezamenlijk tegen te gaan. Om de veilige schoolroutes in stand te houden kijken we met de politie, schoolbesturen en verkeersoudergroepen of we verkeersbrigadiers in gaan zetten.

Wat mag het kosten?

We verwachten geen extra uitgaven.

Jeugd & veiligheid

Doelstellingen / resultaat

Activiteit

budget

doelgroep

planning

Er is minder jeugdoverlast

* Netwerken betrekken in en afstemmen op (visie) vorming CJG

* Uitvoeren actieplan veiligheid:

o Voorlichting organiseren op scholen over ongewenst gedrag en de gevolgen daarvan

o Groepsaanpak voortzetten

o Ouders aanspreken op gedrag van hun overlastgevende kinderen

BDU CJG

0 - 23 jaar

2009 – 2013

2009 - 2010

Er zijn veilige locaties en accommodaties voor jeugdigen waar zij terecht kunnen

* Nota speelplaatsen uitvoeren

* Uitvoeren actieplan veiligheid:

o Schoon houden van de hangplekken en overige openbare ruimte

o Graffiti bestrijden, schade verhalen op de daders

o Continueren en verbeteren veilige schoolroutes

o Continueren verkeersonderwijs op basisscholen

o Onderzoek naar wenselijkheid inzet verkeersbrigadiers

Speelvoorzieningen

0 – 12 jaar

8 – 18 jaar

12 – 23 jaar

4 – 12 jaar

4 – 12 jaar

4 – 12 jaar

Gehele periode

2009 - 2010

2009 - 2010

2009 – 2010

2009 – 2010

2009 - 2010

De beeldvorming over jongeren is verbeterd

* Veelzijdige berichtgeving draagt bij tot een betere beeldvorming

--

0 – 23 jaar

2009

Hoofdstuk 8. Jeugd & Participatie

“De jeugd is bezig te ontdekken hoe zij zich kan ontwikkelen in onze maatschappij. De jeugd leert deze maatschappij kennen door middel van ervaringen opdoen en uitproberen. Op basis van de opgedane ervaringen beoordeelt de jeugd de maatschappij om hem/haar heen en neemt hij/zij beslissingen voor de eigen toekomst. De jeugd is hierbij in staat om individuele keuzes te maken en voor die keuzes ook verantwoordelijkheid te dragen. De leeftijd speelt hierin geen rol. Iedereen kan op eigen niveau en eigen wijze (diversiteit) zijn of haar mening kenbaar maken “. Uit: Visie op jeugdparticipatie St. Jeugd- en Jongerenwerk Midden-Holland, PJ PARTNERS en Expertisecentrum JSO (2005).

Jeugdparticipatie kan men omschrijven als de mogelijkheden tot actieve betrokkenheid van jeugdigen, bij (besluitvorming ten aanzien van) hun eigen leefomgeving. Deze betrokkenheid stimuleren we door te luisteren naar de jeugd, de jeugd te informeren, mee te laten denken en mee te laten beslissen. Beleid komt zo interactief tot stand.

8.1. Meepraten en meedoen

Wat willen we bereiken?

Om jongeren voor te bereiden op de maatschappij is het belangrijk dat ze ook leren mee te doen in deze maatschappij. Door jongeren mee te laten praten en mogelijkheden te bieden om zelf initiatieven te ontplooien, is niet alleen de gemeente beter op de hoogte van wat jongeren beweegt maar krijgen jongeren ook de kans te “oefenen” in maatschappelijke participatie. Dit vergroot op termijn de betrokkenheid van jongeren bij de gemeenschap.

Wat doen we al?

Op jongerenparticipatie hebben we totnogtoe geen structureel beleid ontwikkeld. Wel betrekken we jongeren steeds vaker op incidentele basis bij beleidsontwikkeling of visievorming. Een goed voorbeeld is de betrokkenheid van een groep jongeren bij het Vitale Dorpen-proces. Deze jongeren hebben hun wensen en ideeën over Midden-Delfland in 2025 vertaald in de film: Jump into the Future.

Wat gaan we er voor doen?

In het algemeen willen jongeren zich niet vastleggen op vaste structuren. Het opzetten van een jeugdraad of iets dergelijks blijkt in de praktijk veelal op langere termijn te verwateren. Wij zullen ons dan ook blijven inzetten om jongeren incidenteel bij zaken te betrekken.

In de Visie behoud door ontwikkeling is de organisatie van een jaarlijkse jongerendag opgenomen. Dit is een goede gelegenheid om jongeren bij te betrekken. Onder professionele begeleiding kunnen jongeren dan een op hun voorkeuren afgestemd programma organiseren.

Wat gaat het kosten?

Bij de daarvoor in aanmerking komende projecten zal op incidentele basis een extra budget voor jongerenparticipatie worden opgenomen.

8.2. Vrijwilligerswerk

Wat willen we bereiken?

Zoals we al onder Jeugd & Vrije Tijd aangeven kent Midden-Delfland een bloeiend verenigingsleven. Veel bewoners zijn betrokken bij het sociale leven en er is vrijwilligerswerk op grote schaal. Ook bij jongeren. We willen ons ervoor inzetten dat we de grote vrijwillige inzet bij bewoners behouden. Het kan niet vroeg genoeg beginnen. Daarom willen we vrijwilligerswerk bij jongeren stimuleren.

Wat doen we al?

De gemeente heeft enkele jaren geleden beleid op vrijwilligers geformuleerd. Hierbij hebben we nog geen differentiatie aangebracht in leeftijdsgroepen. Daarom ontbreekt het in dit verband aan specifieke aandacht voor jongeren. Een belangrijke vorm van vrijwilligerswerk en vooral van voorbereiding van jongeren op de samenleving is de maatschappelijke stage. De maatschappelijk stagiair van nu is de vrijwilliger van morgen. In hoofdstuk 4 over Jeugd & Educatie gaan we nader in op de huidige en aankomende activiteiten met betrekking tot maatschappelijke stages.

Wat gaan we daarvoor doen?

Parallel aan de verwerking van de uitkomsten van het onder 8.1 genoemde onderzoek om goede manieren van betrokkenheid door jongeren te vinden, zullen we ook het vrijwilligersbeleid nader toespitsen op jongeren.

Wat mag het kosten?

Vooralsnog verwachten we geen extra kosten voor het vrijwilligersbeleid. Het is wel mogelijk dat een nadere focus op vrijwilligerswerk door jongeren in de toekomst financiële gevolgen zal hebben.

8.3. Participatie van arme kinderen

Wat willen we bereiken?

Kinderen moeten gelijke kansen krijgen om hun talenten te ontplooien, ongeacht het inkomen van de ouders. Het is de ambitie van de Staatssecretaris van Sociale Zaken het aantal kinderen dat maatschappelijk niet meedoet om redenen van armoede, in deze kabinetsperiode met de helft terug te brengen.

Wat doen we al?

We bieden via de Bijzondere Bijstand voorzieningen aan die mogelijk maken dat arme gezinnen gelijke kansen krijgen. Een voorbeeld hiervan is een tegemoetkoming in de lidmaatschapskosten voor een jeugdvereniging. Bijstandsgezinnen worden actief geïnformeerd over de mogelijkheid bijzondere bijstand aan te vragen voor kosten die specifiek op kinderen zijn gericht. Daarnaast bestaat ook de mogelijkheid om de Rotterdampas aan te vragen, waarmee korting bij activiteiten wordt verleend. Kinderen kunnen deze pas tegen gereduceerd tarief aanvragen indien hun ouders ook zo'n pas hebben.

Wat gaan we daarvoor doen?

Om dit te bereiken heeft de Staatssecretaris met gemeenten afspraken gemaakt in het convenant “Kinderen doen mee!”. Ook de gemeente Midden-Delfland heeft dit convenant getekend. We willen bevorderen dat kinderen uit gezinnen met een laag inkomen lid worden van een sportvereniging of een culturele vereniging. Ook het financieel toegankelijk maken van andere activiteiten waarvan het gemeentebestuur het zinvol acht dat kinderen daaraan deelnemen, behoort tot de mogelijkheden. Uitgangspunt is om via de bijzondere bijstand extra faciliteiten voor kinderen aan ouders beschikbaar te stellen. Bijvoorbeeld een bijdrage voor sportkleding voor kinderen. In 2009 vertalen we in een uitvoeringsplan het convenant naar concrete acties als onderdeel van het gemeentelijk armoedebeleid.

Wat gaat het kosten?

De gemeente Midden-Delfland ontvangt, via het Gemeentefonds, in 2008 en 2009 jaarlijks een bedrag van € 9.000,-. In het uitwerkingsplan met betrekking tot dit convenant wordt aangegeven op welke manier dit budget wordt besteed.

8.4. Jongeren en wonen

Wat willen we bereiken?

Veel jonge “starters” krijgen moeilijk toegang tot de woningmarkt. In Midden-Delfland is dit ook zichtbaar. Er zijn relatief weinig huurwoningen en veel koopwoningen bevinden zich in de hogere prijsklasse. Om de dorpen vitaal te houden is het van belang dat er een gezonde mix is ten aanzien van de bevolkingssamenstelling. We willen de woningmarkt aantrekkelijker maken voor jongeren.

Wat gaan we daarvoor doen?

In de visie voor de vitale dorpen (“Behoud door ontwikkeling”) staan vijf uitdagingen centraal. Eén van deze uitdagingen is: hoe kunnen we de dorpen eigentijds inrichten voor jong en oud. Het zorgen voor voldoende mogelijkheden voor starters op de woningmarkt is een lastige opgave waarbij samenwerking met andere partijen als de woningbouwverenigingen en het stadsgewest Haaglanden noodzakelijk is. Ook spelen ruimtelijke en budgettaire mogelijkheden een rol. In 2009 ontwikkelen we een woonvisie voor Midden-Delfland. Hierin zullen we aandacht besteden aan het toegankelijker maken van de woningmarkt voor starters.

Wat gaat het kosten?

De uitwerking van een evenwichtige woningmarkt en voorzieningen voor starters nemen we op in de woonvisie. Hierbij brengen we ook de kosten hiervan in beeld.

Jeugd & Participatie

Doelstellingen / resultaat

Activiteit

budget

doelgroep

planning

Jongeren zijn betrokken bij de samenleving en dragen actief bij aan ontwikkeling en uitvoering van beleid

* Onderzoek naar methoden om jongeren te betrekken

* Instellen Doe mee-budget

p.m.

p.m.

12 – 23 jaar

12 – 23 jaar

2009 – 2013

Veel jongeren zetten zich op vrijwillige basis in voor de Midden-Delflandse samenleving

* Continueren en verder ontwikkelen maatschappelijke stages

* Aanstellen stagemakelaar

* Vrijwilligersbeleid specificeren op jongeren

Stimuleringsbudget

12 – 18 jaar

2011

Kinderen en jongeren uit arme gezinnen hebben gelijke kansen om mee te doen in de samenleving

* Vertalen convenant Kinderen doen mee in uitwerkingsplan

Rijksmiddelen armoedebestrijding

Middelen Bijzondere bijstand

4 – 23 jaar

2009

Jonge starters hebben beter toegang tot de woningmarkt

* Ontwikkelen woonvisie

18 – 23 jaar

2009

Hoofdstuk 9. Financiën

In dit hoofdstuk geven we een indicatief overzicht van de financiën van het integrale jeugdbeleid. Niet alle bedragen in onderstaande tabel zijn al in de begroting opgenomen. Het onderzoek naar de mogelijkheden om jeugd te betrekken bij beleid is een wens. Het bedrag dat hiervoor nodig is, is niet meegenomen in de kadernota of de begroting en is daarom cursief weergegeven.

In onderstaand overzicht zijn bedragen opgenomen die zijn vermeld in de kadernota of al vaststaand zijn opgenomen in de begroting. Bedragen zonder toevoeging (i) of ** zijn opgenomen in de begroting. Hierbij moet bedacht worden dat dit inclusief de manuren is.

Bedragen waar een (i) achter staan, betreffen de bedragen waarvoor door het Rijk een apart budget beschikbaar is gesteld. Vervolgens zijn er bedragen met een toevoeging **; dit zijn bedragen die zijn opgenomen in de kadernota. Het gaat hier dan om bedragen waarvoor door het Rijk middelen aan de algemene uitkering uit het gemeentefonds zijn toegevoegd. Het bedrag van de toevoeging hebben wij in de kadernota opgenomen als zijnde de uitgave op dit onderdeel.

2009

2010

2011

2012

Jeugd & Educatie

Peuterspeelzalen (incl. huursubsidie)

67.286,-

68.306,-

69.342,-

70.393,-

Lokaal onderwijs

304.858,-

312.051,-

322.047,-

326.942,-

Culturele vorming schooljeugd

5.765,-

5.853,-

5.942,-

6.032,-

Inspectie en toezicht kinderopvang

15.049,-

20.016,-

Nog onbekend

Maatschappelijke stages (i)**

7.933,-

10.613,-

16.027,-

Jeugd & Zorg

Jeugdgezondheidszorg (uniform + Maatwerk)

247.090,-

247.557,-

248.031,-

251.794,-

GGD ZHW (totaal)

304.860,-

311.592,-

Nog onbekend

Lokaal gezondheidsbeleid

13.959,-

10.306,-

10.463,-

10.622,-

Amw

136.840,-

138.893,-

140.976,-

143.091

Schoolmaatschappelijk werk

79.785,-

80.998,-

82.229,-

83.479,-

VIR

4.735,-

2.981,-*

2.981,-

2.981,-

EKD

60.984,-

Nog onbekend

BDU CJG deel 1 + 2 (i)

283.118,-

303.571,-

326.887,-

Ontwikkeling CJG (i)**

53.294,-

79.942,-

106.589,-

Extra middelen EKD en VIR (i)**

12.822,-

19.233,-

25.644,-

Jeugd & Vrije Tijd

Jongerenwerk

107.337,-

108.948,-

110.584,-

112.244,-

Scouting

6.329,-

6.425,-

6.523,-

6.622,-

Sport (subsidies)

22.420,-

22.760,-

23.106,-

23.457,-

Speelvoorzieningen

39.572,-

53.045,-

57.434,-

67.669,-

Muzikale en culturele vorming

36.777,-

37.173,-

37.574,-

37.982,-

Bibliotheek

500.493,-

508.000,-

515.620,-

523.354,-

Jeugd & Veiligheid

Hangplekken

Nog onbekend

Groepsaanpak

Maakt deel uit van jongerenwerk

Graffitibestrijding

Geen apart budget

Jeugd & Participatie

Doe mee budget

2.000,-

2.000,-

2.000,-

2.000,-

Kinderen doen mee: participatie arme gezinnen (i)

11.000,-

13.500,-

18.000,-

Incidentele subsidies

4.392,-

4.392,-

4.392,-

4.392,-

* Bedrag is € 0,17 per inwoner.

** Deze bedragen zijn opgenomen in de kadernota; uitgaven zijn gelijk aan toevoeging rijk algemene uitkering.

Hoofdstuk 10. Uitvoering & Monitoring

Deze notitie Integraal Jeugdbeleid geldt van 2009 tot 2013. In dit hoofdstuk geven we aan hoe de uitvoering en vooral de monitoring van het totale beleid er uit gaat zien.

Uitvoering:

In deze notitie beschrijven we met name ambitie, beleidsintenties en actiepunten. We zetten in feite de koers uit voor de komende jaren. De actiepunten zijn echter niet geheel op uitvoerend niveau beschreven. We kunnen nu nog niet zeggen hoe de situatie over enkele jaren zal zijn en hoe we sommige maatregelen gaan financieren. Jeugdbeleid is niet statisch, maar voortdurend in beweging. Bovendien willen we de beleidsuitvoering graag interactief gaan vormgeven. Dit betekent dat we graag met professionals en jongeren zelf de plannen verder uitwerken.

Monitoring:

We blijven de voortgang van de uitvoering van het jeugdbeleid gedurende de gehele periode kritisch en nauwgezet volgen. Dat doen we deels via de beleidsnotities die raakvlakken hebben met het jeugdbeleid. In het kader van het veiligheidsbeleid voert de burgemeester bijvoorbeeld twee keer per jaar overleg met de commissie bestuur en Midden-Delfland over de uitvoering, de effecten hiervan en de te stellen prioriteiten. De evaluatie van het actieplan alcohol gebeurt jaarlijks op procesniveau. Zodoende stellen de gemeente, de GGD en Brijder Preventie de doelen vast voor het volgende jaar.

De voortgang en afstemming van de netwerkfuncties is een belangrijk actiepunt in de notitie. De zorgregisseur CJG en de netwerkcoördinator van het zorgnetwerk 0-19 jaar hebben een belangrijke rol om de voortgang van hun netwerk te bewaken. In het visiedocument rond het CJG besteden we ook aandacht aan de voortgangsbewaking en de evaluatie. De beleidsmedewerkers met onderdelen van jeugdbeleid in hun takenpakket vervullen hierbij een spilfunctie.

De verschillende evaluaties op deelgebieden gebruiken we voor de totale voortgangsbewaking van het integrale jeugdbeleid. Halverwege, eind 2010, verschijnt een tussenrapportage. Deze heeft twee doelen. Ten eerste moeten we kijken of we nog op koers liggen: gaan we onze doelstellingen halen? Ten tweede is het de bedoeling om te kijken of de actiepunten wel actueel en reëel blijven. Want we kunnen nu bijvoorbeeld wel aannemen dat jongeren een plek krijgen in een gebouw (bijvoorbeeld het jongerencentrum in Look-West); maar het is de vraag of dit wel uitvoerbaar is.

Het is lastig te meten op effecten (outcome). Effecten worden doorgaans pas op langere termijn zichtbaar en resultaten worden door veel meer beïnvloed dan alleen de maatregelen die de gemeente voorstaat. Het monitoren kan vereenvoudigd worden door het opzetten van een systeem waarin achterliggende (beleids-)stukken van de verschillende acties zichtbaar zijn en de doelstellingen en actiepunten op stand van zaken worden gecontroleerd en beoordeeld. Zo kunnen we tijdig ingrijpen en een alternatief voorstellen. Tympaan Instituut zal, op verzoek van de provincie Zuid-Holland, de jeugdmonitor die zij reeds maken voor de gemeenten buiten het Stadsgewest Haaglanden en de Stadsregio Rotterdam, uitbreiden naar de beide stadsregio’s. Dit instrument heeft een ondersteunende functie bij het monitoren van het jeugdbeleid.

Aan het einde van de totale periode die deze notitie beslaat zullen we met een eindevaluatie komen. Op basis de resultaten bepalen we de doelen en ambities voor de volgende beleidsnotitie.