Regeling vervallen per 20-11-1998

Regeling Stadsgewest ’s-Hertogenbosch

Geldend van 20-11-1998 t/m 19-11-1998 met terugwerkende kracht vanaf 22-07-1998

Intitulé

Regeling Stadsgewest ’s-Hertogenbosch

HOOFDSTUK I BEGRIPSBEPALINGEN

De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Boxtel, Haaren, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Maasdriel, Schijndel, Sint Michielsgestel en Vught, ieder voor zoveel hun bevoegdheden betreft;

overwegende dat deze gemeenten besloten hebben hun intergemeentelijke samenwerking zo min mogelijk vorm te geven in een gemeenschappelijke regeling, maar uit te gaan van de directe verantwoordelijkheid van de gemeenten en een probleemgestuurde samenwerking

overwegende dat de gemeenschappelijke regeling dient te worden aangepast aan regelgeving inzake de behandeling van klachten en andere wettelijke regelingen

gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen;

gelet op de Regeling Stadsgewest ’s-Hertogenbosch;

besluiten:

de regeling Stadsgewest ’s-Hertogenbosch aldus te wijzigen, dat zij luidt als volgt:

Artikel 1 Begrippen

  • 1. In de gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      De regeling: deze gemeenschappelijke regeling;

    • b.

      Het openbaar lichaam: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, lid 1;

    • c.

      Deelnemende gemeente: een aan deze regeling deelnemende gemeente;

    • d.

      Gebied: het gezamenlijke grondgebied van de deelnemende gemeenten;

    • e.

      Gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant.

  • 2. Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, treden in die artikelen in plaats van de gemeente, de raad, burgemeester en wethouders en de burgemeester, onderscheidenlijk het openbaar lichaam, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

  • 3. Waar in de regeling over personen, een mannelijk voornaamwoord dan wel een mannelijk functionarisbegrip gebruikt wordt, worden zowel mannelijke als vrouwelijke personen bedoeld.

HOOFDSTUK II ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 2 Het openbaar lichaam

  • 1. Het openbaar lichaam

    Er is een openbaar lichaam, genaamd “Stadsgewest ’s-Hertogenbosch”. Het is gevestigd te ’s-Hertogenbosch. Het omvat de aan de regeling deelnemende gemeenten.

  • 2. Bestuursorganen

    Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

HOOFDSTUK III BELANGEN EN BEVOEGDHEDEN (TAKENPAKKET)

Artikel 3 Doelstelling

Het openbaar lichaam heeft tot doel vanuit de gedachte van gemeenschappelijk gedragen verantwoordelijkheid en overigens tegen de achtergrond van de in de considerans aangegeven overwegingen, de samenwerking vorm te geven.

Artikel 4 Taken

  • 1. De deelnemende gemeenten werken via de onderhavige rechtspersoon samen ten aanzien van al die aan het Stadsgewest ’s-Hertogenbosch opgedragen taken en aangegane verplichtingen zoals die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling alsmede die welke in het kader van de in de considerans genoemde ontwikkeling nog niet zijn beëindigd.

  • 2. Met inachtneming van het voorgaande lid neemt de gemeente Maasdriel alleen aan de taken deel die betrekking hebben op de Afvalverwerking.

Artikel 5 Bevoegdheden

Aan het openbaar lichaam worden alle bevoegdheden van regeling en bestuur van de deelnemende gemeenten toegekend, die nodig zijn voor de uitvoering van taken die zijn genoemd in artikel 4.

HOOFDSTUK IV ALGEMEEN BESTUUR, SAMENSTELLING EN WERKWIJZE

Artikel 6 Samenstelling algemeen bestuur

  • 1. De raad uit elke deelnemende gemeente wijst uit zijn college van burgemeester en wethouders een persoon aan als lid van het algemeen bestuur.

  • 2. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar in dienst van het openbaar lichaam dan wel een der aan de regeling deelnemende gemeenten, met uitzondering van de ambtenaren van de burgerlijke stand, onderwijzend personeel in dienst van de gemeente en zij die als vrijwilliger, niet bij wijze van beroep, hulpdiensten verrichten voor een der aan de regeling deelnemende gemeenten of het openbaar lichaam. Met ambtenaar wordt voor de toepassing van deze bepaling gelijkgesteld hij, die in dienst van het openbaar lichaam dan wel van een der regeling deelnemende gemeenten op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is.

Artikel 7 Zittingsduur

  • 1. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden afloopt.

  • 2. De raden van de deelnemende gemeenten beslissen in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van nieuwe leden van het algemeen bestuur.

  • 3. Hij die tussentijds ophoudt lid te zijn van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, die hem als lid van het algemeen bestuur heeft aangewezen, houdt daarmee tevens op lid van het algemeen bestuur te zijn.

  • 4. Indien tussentijds een plaats van een door een gemeenteraad aangewezen lid van het algemeen bestuur vacant komt, wijst de raad van de gemeente, die het aangaat, zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.

  • 5. Van elke wijziging tot lid van het algemeen bestuur geven burgemeester en wethouders van de gemeente, die het aangaat, binnen acht dagen kennis aan de voorzitter van het openbaar lichaam.

Artikel 8 Vergaderingen

  • 1. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal, en voorts zo dikwijls de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, of tenminste een vijfde van het aantal leden dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk aan de voorzitter verzoekt.

  • 2. Voor het bepalen van het tijdstip van de vergaderingen en het oproepen van de leden zijn de artikelen 19 en 20 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de voorzitter de openbare kennisgeving doet plaats hebben in een of meer dag- of nieuwsbladen welke in de deelnemende gemeenten verspreiding vinden.

Artikel 9 Beraadslagingen

  • 1. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. Voor besloten vergaderingen wordt de procedure van artikel 25 van de Gemeentewet gevolgd, met dien verstande, dat een verzoek tot sluiting der deuren door tenminste een vijfde der aanwezige leden wordt gedaan.

  • 2. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd, noch een besluit worden genomen over:

    • a.

      De wijziging van de gemeenschappelijke regeling;

    • b.

      De toelating van nieuw benoemde leden;

    • c.

      De begroting, de wijzigingen daarvan en de rekening;

    • d.

      Het invoeren, wijzigen of aanschaffen van verordeningen.

  • 3. In een besloten vergadering kan geen besluit worden genomen over:

    • a.

      Het doen van een uitgave voordat de begroting of de begrotingswijziging waarbij deze uitgave is geraamd, is goedgekeurd;

    • b.

      Het aangaan van geldleningen, het uitlenen van geld en het aangaan van rekening-courantovereenkomsten;

    • c.

      Het geheel of gedeeltelijk vervreemden of bezwaren van de eigendommen van het Stadsgewest;

    • d.

      Het onderhands verhuren, verpachten of in gebruik geven van eigendommen van het Stadsgewest;

    • e.

      Het onderhands aanbesteden van werken of leveranties.

Artikel 10 Besluitvorming

  • 1. Elk lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem.

  • 2. De leden, afkomstig uit een gemeente welke de rechten en verplichtingen, voortvloeiend uit één of meer taken of werkzaamheden, niet op zich heeft genomen, onthouden zich bij besluitvorming over deze taken van stemming.

  • 3. Met betrekking tot het quorum, de wijze van stemmen en de handhaving van de orde in de vergadering zijn de artikelen 20, 22, 26 tot en met 33 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing, tenzij het reglement van orde, bedoeld in artikel 11 anders bepaald.

Artikel 11 Reglement van orde

Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.

Artikel 12 Samenstelling

Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en tenminste 2 andere leden, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen.

Artikel 13 Zittingsduur

  • 1. De leden van het dagelijks bestuur treden als lid van dat bestuur af op de dag, waarop de zittingsperiode van het algemeen bestuur afloopt.

  • 3. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur vacant komt, kiest het algemeen bestuur een nieuw lid, met inachtneming van het bepaalde in artikel 12.

  • 3. Hij die als lid van het dagelijks bestuur ontslag neemt, of overeenkomstig het bepaalde in lid 1 moet aftreden, blijft zijn functie waarnemen totdat zijn opvolger zijn functie heeft aanvaard.

  • 4. Het lid van het dagelijks bestuur, dat tussentijds ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.

Artikel 14 Ontslag

Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur ontslag verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Artikel 49 en 50 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15

  • 1. Het dagelijkse bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of tenminste twee leden van het dagelijks bestuur zulks, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, dit aan de voorzitter verzoeken.

  • 2. Artikel 56 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

  • 3. In de eerste vergadering van elke zittingsperiode regelen de leden van het dagelijks bestuur onderling de werkzaamheden alsmede de onderlinge plaatsvervanging. De taakverdeling wordt medegedeeld aan het algemeen bestuur en aan de deelnemende gemeenten.

HOOFDSTUK V DAGELIJKS BESTUUR SAMENSTELLING EN WERKWIJZE

HOOFDSTUK VI DE VOORZITTER

Artikel 16 Benoeming, vervanging, ontslag

  • 1. De voorzitter van het openbaar lichaam wordt in de eerste vergadering van elke zittingsperiode door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen.

  • 2. Bij verhindering of ontstentenis wordt hij vervangen door een lid, uit en door het dagelijks bestuur aan te wijzen.

HOOFDSTUK VII BEVOEGDHEDEN VAN DE BESTUURSORGANEN

Artikel 17 Verdeling van bevoegdheden

Ten aanzien van de bevoegdheden van het bestuur van het openbaar lichaam zijn van overeenkomstige toepassing de regels, in de ruimste zin , welke bij of krachtens de wet zijn gesteld voor de verdeling van de bevoegdheden van de gemeentebesturen over de gemeentelijke bestuursorganen voor de uitoefening van die bevoegdheden, alsmede voor het toezicht daarop, tenzij daarvan bij of krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen is afgeweken.

Artikel 18 Algemeen bestuur, afbakening van bevoegdheden

Alle taken en bevoegdheden in het kader van deze regeling, die niet aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of een bestuurcommissie zijn opgedragen, behoren aan het algemeen bestuur.

Artikel 19 Verordeningen

Het algemeen bestuur is bevoegd de verordeningen vast te stellen, die noodzakelijk zijn binnen het kader van de in artikel 4 genoemde taken.

Artikel 20 Dienstverlening

  • 1. Het algemeen bestuur is bevoegd om onder nadere door hem te stellen voorwaarden, aan niet aan de regeling deelnemende gemeenten toe te staan, gebruik te maken van diensten, dan wel bepaalde onderdelen daarvan, van het openbaar lichaam.

  • 2. Het gebruik en de daartoe strekkende voorwaarden, zoals bedoeld in het eerste lid, worden vastgelegd in een overeenkomst.

HOOFDSTUK VIII

COMMISSIES

Artikel 21 Adviescommissies

  • 1. Het algemeen bestuur kan op voorstel van het dagelijks bestuur vaste commissies van advies en bijstand aan het dagelijks bestuur instellen.

  • 2. Het regelt op voorstel van het dagelijks bestuur de bevoegdheden en de samenstelling.

Artikel 22 Bestuurscommissies

  • 1. Het algemeen bestuur kan een bestuurscommissie instellen. De artikelen 82 tot en met 86 zijn van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Het in het eerste lid bedoelde instellingsbesluit wordt in ontwerp aan de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden.

  • 3. Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van deze commissies dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de raden van elk der deelnemende gemeenten, zoals bedoeld in artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 22a Extern klachtrecht

De behandeling van verzoekschriften zoals bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, vindt plaats door de ombudscommissie van de gemeente ’s-Hertogenbosch.

HOOFDSTUK IX

INFORMATIE EN VERANTWOORDING

Artikel 23 Informatieverschaffing door algemeen en dagelijks bestuur

  • 1. Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de raden van de deelnemende gemeenten, gevraagd of ongevraagd, alle inlichtingen die voor een beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid, waaronder ook begrepen is het beleid van debestuurscommissies, nodig is, indien het verstrekken daarvan niet in strijd is met het openbaar belang.

  • 2. Een verzoek om inlichtingen door één of meer leden van de raad van één van de deelnemende gemeenten dient schriftelijk te worden ingediend bij het dagelijks bestuur.

Artikel 24 Informatie- en verantwoordingsplicht leden algemeen bestuur

  • 1. Een lid van het algemeen bestuur geeft de gemeenteraad die hem als lid heeft aangewezen, mondeling of schriftelijk de door één of meer leden overeenkomstig het reglement van orde van de raad verlangde inlichtingen, waarvan het verstrekken niet in strijd is het met openbaar belang.

  • 2. Alvorens de gevraagde inlichtingen de verstrekken kan hij zich daarover laten adviseren door het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam.

Artikel 25 Verantwoording dagelijks bestuur

  • 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur, waaronder ook begrepen is het bestuur van de bestuurscommissies.

  • 2. Zij geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door één of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang, op de wijze zoals die geregeld is in het algemeen reglement van orde van het openbaar lichaam.

Artikel 26 Informatie- en verantwoordingsplicht voorzitter

Het bepaalde met betrekking tot het dagelijks bestuur in de artikelen 23 en 25 is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.

HOOFDSTUK X VERGOEDINGEN

Artikel 27 Vergoedingen

Leden van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur kunnen, indien het algemeen bestuur daartoe besluit, een tegemoetkoming in de kosten voortvloeiende uit hun werkzaamheden als lid van het bestuur ontvangen.

HOOFDSTUK XI SECRETARIS

Artikel 28 Secretaris

  • 1.

    Het algemeen bestuur kiest uit de leden van het dagelijks bestuur een secretaris en regelt zijn vervanging.

  • 2.

    De stukken die van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur uitgaan, worden door hem medeondertekend.

Artikel 29 Rechtspositie personeel

  • 1. De ambtenaren van het openbaar lichaam alsmede het personeel werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, worden benoemd door het dagelijks bestuur.

  • 3. Op ambtenaren van het Stadsgewest en op personeel van het Stadsgewest, werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, zijn van dienstovereenkomstige toepassing de voor het personeel in dienst van de gemeente ’s-Hertogenbosch vastgestelde of vast te stellen regelingen van de rechtstoestand en van de arbeidsvoorwaarden met de daaruit voortvloeiende uitvoeringsvoorschriften.

  • 5. Bij de uitvoering van de in lid 2 bedoelde regelingen en voorschriften treden in de plaats van de organen en functionarissen van de gemeente ’s-Hertogenbosch, de overeenkomstige organen en functionarissen van het openbaar lichaam.

HOOFDSTUK XII FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 30 Financiële administratie, geldelijk beheer en controle

  • 1.

    Het algemeen bestuur stelt, onder goedkeuring van gedeputeerde staten, regelen vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het kasbeheer van het openbaar lichaam.

  • 2.

    Ten aanzien van de controle op het geldelijke beheer en de financiële administratie zijn de artikelen 214 en 215 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    Het algemeen bestuur stelt regels vast omtrent de verzekering van de gelden van het openbaar lichaam tegen benadeling door derden.

Artikel 31 Begroting

  • 1. Het dagelijks bestuur maakt jaarlijks een ontwerpbegroting van baten en lasten op. De ramingen in dit ontwerp moeten worden toegelicht. De begroting gaat vergezeld van een meerjarenraming voor het lopende en de drie op het begrotingsjaar volgende jaren.

  • 2. In de begroting wordt aangegeven de, naar raming, door elke aan de regeling deelnemende gemeente voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft verschuldigde bijdrage.

  • 3. Voorzover de in lid 2 bedoelde bijdrage berekend wordt naar verhouding van de inwonertallen, wordt uitgegaan van het inwonertal op 1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd is. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.

  • 4. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting toe aan de raden van de deelnemende gemeente, uiterlijk 6 weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

  • 5. Indien de raden van de deelnemende gemeenten omtrent de ontwerpbegroting aan het dagelijks bestuur vóór de aanbieding aan het algemeen bestuur van hun gevoelen hebben doen blijken, voegt het dagelijks bestuur de ontvangen commentaren waarin dit gevoelen is vervat bij de ontwerpbegroting.

  • 6. Na vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur zendt het dagelijks bestuur daarover bericht aan:

    • a.

      De raden van de deelnemende gemeenten.

    • b.

      Gedeputeerde staten met het verzoek om de begroting goed te keuren.

  • 7. Op wijzigingen van de begroting zijn de voorafgaande bepalingen van dit artikel van overeenkomstige toepassing voor zover de begrotingswijziging een verhoging geeft voor de bijdrage van de gemeenten. De overige begrotingswijzigingen kunnen vastgesteld worden door het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur.

Artikel 32 De rekening

  • 1. Van de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam wordt door het dagelijks bestuur over elk dienstjaar verantwoording gedaan aan het algemeen bestuur, onder overlegging van de rekening met de daarbij behorende bescheiden. Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag van een onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de overeenkomstig artikel 213 der Gemeentewet, aangewezen deskundige, alsmede hetgeen het te zijner verantwoording dienstig acht.

  • 2. Het algemeen bestuur stelt de rekening voorlopig vast vóór 1 juli, volgend op het jaar, waarop zij betrekking heeft, en zendt deze binnen een maand aan gedeputeerde staten ter vaststelling. Van de vaststelling wordt mededeling gedaan aan de deelnemende gemeenten.

  • 3. De vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden.

  • 4. In de rekening wordt het door elk van de deelnemende gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen.

  • 5. De kosten worden, rekening houdende met andere inkomsten, over de deelnemende gemeenten verdeeld, naar verhouding van de inwonertal, tenzij in de begroting een andere verdeelsleutel is vastgesteld.

HOOFDSTUK XIII TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, OPHEFFING

Artikel 33 Toetreding

  • 1. Over het door andere gemeenten deelnemen aan de regeling beslist het algemeen bestuur.

  • 2. Het algemeen bestuur stelt de regelen vast, waaronder het deelnemen aan de regeling wordt toegestaan.

  • 3. De toetreding gaat in op een in overleg met de desbetreffende gemeente te bepalen datum.

Artikel 34 Uittreding

  • 1. Een deelnemende gemeente kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van een daartoe strekkend besluit van zijn bevoegde bestuursorganen. Het algemeen bestuur kan aan de uittreding voorwaarden verbinden.

  • 2. Onder de geschillen omtrent de uitvoering of toepassing van de regeling als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, is steeds begrepen een geschil over de (uitvoering van de) voorwaarden.

  • 3. Het algemeen bestuur regelt de financiële gevolgen alsmede de overige gevolgen van uittreding.

  • 4. De uittreding vindt plaats op 1 januari van het jaar, volgende op dat waarin de in het derde lid bedoelde goedkeuring van het besluit is ontvangen, voorzover niet anders is bepaald bij het aangaan van het besluit.

Artikel 35 Wijziging van de regeling

  • 1. De regeling kan worden gewijzigd bij een daartoe strekkend besluit van de organen der deelnemende gemeente.

  • 2. Een voorstel tot wijziging kan worden gedaan door het algemeen bestuur en door de raden van één of meer der deelnemende gemeenten.

  • 3. De wijziging van de regeling treedt in werking op het moment dat deze is opgenomen in het door Gedeputeerde Staten overeenkomstig artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen te houden register.

Artikel 36 Opheffing

  • 1. De regeling wordt opgeheven indien de organen van twee-derde van het aantal deelnemende gemeenten, die tezamen minstens twee-derde van het inwonerstal van het gebied vertegenwoordigen, daartoe besluiten.

  • 2. Ingeval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken.

  • 3. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld. Het behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten.

  • 4. De organen van het openbaar lichaam blijven, zonodig, na het tijdstip van beëindiging van de regeling in functie, totdat de liquidatie is voltooid.

  • 5. De opheffing gaat in op de dag volgende op die waarop de gemeenschappelijke regeling is geschrapt uit het provinciaal register als bedoeld in artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

HOOFDSTUK XIV OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 37 Overgangsbepaling

De eerste aanwijzing van leden van het algemeen bestuur moet uiterlijk acht weken na de dag van in werking treden van de regeling hebben plaatsgevonden.

Artikel 38 Toezending aan GS en aan de gemeenten; inwerkingtreding; gelding Overgangsbepaling

  • 1. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch draagt zorg voor de toezending van de regeling aan gedeputeerde staten als bedoeld in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en aan de besturen der deelnemende gemeenten.

  • 2. De regeling geldt voor onbepaalde tijd.