Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten Zuid-Holland 2013

Geldend van 02-10-2021 t/m heden

Intitulé

Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten Zuid-Holland 2013

Besluit van Gedeputeerde Staten van 26 november 2013 tot vaststelling van de Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten Zuid-Holland 2013 (Prov. Blad 2013, nr. 202), gewijzigd bij besluit van 25 november 2014 (Prov. Blad 2014, nr. 3330), gewijzigd bij besluit van 17 november 2015 (Prov. Blad 2015, nr. 7608), gewijzigd bij besluit van 28 juni 2016 (Prov. Blad 2016, 4217), gewijzigd bij besluit van 20 december 2016 (Prov. Blad 2016, 6947) en gewijzigd bij besluit van 7 november 2017 (Prov. Blad 2017, 5511)

 

Paragraaf 1 Algemeen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013;

  • b.

    bouwtechnische staat: technische of fysieke staat van het rijksmonument of het zelfstandige onderdeel;

  • c.

    duurzaamheidsmaatregelen: energiebesparende- en CO2 reducerende maatregelen;

  • d.

    eigenaar: natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een rijksmonument;

  • e.

    herbestemming: geven van een functie aan een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel daarvan;

  • f.

    herbouwwaarde: kosten om een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan in zijn geheel opnieuw te vervaardigen, met dezelfde constructie, materiaalsoorten en detaillering;

  • g.

    inspectierapport: rapport dat de technische of fysieke staat van een rijksmonument of zelfstandig onderdeel beschrijft, en dat is opgesteld door een ter zake deskundige persoon of instantie, zoals de Monumentenwacht Zuid-Holland. Daarnaast bevat een inspectierapport adviezen over de uit te voeren werkzaamheden in volgorde van urgentie en over de termijn van aanpak;

  • h.

    publieke toegankelijkheid: openstelling van een significant deel van een rijksmonument gedurende minimaal 30 dagen per jaar;

  • i.

    restauratie: werkzaamheden die het reguliere onderhoud te boven gaan en technisch noodzakelijk zijn voor het instandhouden van het rijksmonument;

  • j.

    rijksmonument: rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;

  • k.

    Rijksmonumentenregister: register als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;

  • l.

    Sim: Subsidieregeling instandhouding monumenten (Stcrt. 2012, 20420);

  • m.

    sociaal-maatschappelijke functie: bepaalde vorm van zorg die aan een kwetsbare groep wordt geboden door een organisatie zonder winstoogmerk;

  • n.

    toegankelijkheidsmaatregelen: maatregelen ter bevordering van de toegankelijkheid van een rijksmonument voor mensen met een fysieke of zintuigelijke beperking;

  • o.

    totale kosten van de aanvraag: kosten voor de restauratie van een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan, met uitzondering van de niet-subsidiabele kosten genoemd in artikel 8, tweede lid;

  • p.

    woonhuis:

    • 1°.

      rijksmonument of zelfstandig onderdeel dat volgens het Rijksmonumentenregister in oorsprong geheel of gedeeltelijk is vervaardigd voor bewoning of dat voor meer dan de helft van de oppervlakte voor bewoning in gebruik is, met uitzondering van:

      • i.

        een gebouw dat deel uitmaakt van een geregistreerd museum, een kerkgebouw, kasteel, paleis, hoofdhuis van een buitenplaats, landhuis, gebouw van liefdadigheid, molen, gemaal, agrarisch gebouw of watertoren;

      • ii.

        een kazerne, klooster, internaat of vergelijkbaar gebouw dat nog de oorspronkelijke functie heeft;

      • iii.

        een koets- of bouwhuis dat voor minder dan 50% van het oppervlak wordt bewoond;

    • 2°.

      een zelfstandige dienst- of beheerderswoning welke onderdeel is van het rijksmonument;

    • 3°.

      pastorie;

    • 4°.

      kosterswoning;

  • q.

    zelfstandig onderdeel:

    • 1°.

      deel van een rijksmonument dat is aan te merken als een zelfstandige bouwkundige eenheid;

    • 2°.

      deel van een rijksmonument dat is aan te merken als een toren van een kerkgebouw;

    • 3°.

      alle delen gezamenlijk van een rijksmonument, zijnde een aanleg zoals een park- of tuinaanleg, die aan één eigenaar behoren, en niet het gehele beschermde monument omvatten;

    • 4°.

      klinkend erfgoed voor zover dit benoemd is in het Rijksmonumentenregister. Dit zijn klinkende onderdelen van rijksmonumenten zoals orgels, carillons, klokken, beiaarden en uurwerken;

    • 5°.

      monumentale interieurs of interieuronderdelen, voor zover deze hecht verankerd zijn aan een rijksmonument en zonder welke het rijksmonument als incompleet wordt beschouwd.

Paragraaf 2 Restauratie rijksmonumenten

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten en prestatie

1. Subsidie kan worden verstrekt voor de restauratie van een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan.

2. Subsidie, als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.

3. De activiteit, als bedoeld in het eerste lid, leidt tot de restauratie van een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan.  

Artikel 3 Doelgroep 

Subsidie, als bedoeld in artikel 2, wordt uitsluitend verstrekt aan de eigenaar van een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan.

Artikel 4 Aanvraagperiode

In afwijking van artikel 26, eerste lid, van de Asv kan een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2, worden ingediend vanaf 1 december voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd tot 1 maart van het daaropvolgende jaar.

Artikel 5 Aanvraagvereisten 

1. Naast de gegevens bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Asv, gaat een aanvraag voor subsidie vergezeld van:

  • a. een inspectierapport dat niet ouder is dan 2 jaar;

  • b. een begroting conform het model van de provincie;

  • c. actuele, gedateerde overzichts- en detailfoto’s in kleur, die een duidelijke indruk geven van het rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan en zijn gebreken.

2. Indien voor de uitvoering van de restauratie een omgevingsvergunning vereist is, als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), gaat een aanvraag voor subsidie, naast de gegevens bedoeld in artikel 10 van de Asv, vergezeld van:

  • a. een onherroepelijke omgevingsvergunning; of

  • b. indien een omgevingsvergunning nog niet onherroepelijk is, wel is verleend, de verleende omgevingsvergunning; of

  • c. een ontvangstbewijs van het bevoegd gezag dat de aanvraag voor een omgevings-vergunning is ingediend.

3. Indien voor de uitvoering van de restauratie geen omgevingsvergunning vereist is, als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), gaat een aanvraag voor subsidie, naast de gegevens als bedoeld in artikel 10 van de Asv, vergezeld van een bewijsstuk waaruit blijkt dat een omgevingsvergunning niet vereist is.

Artikel 6 Weigeringsgronden

In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van de Asv wordt subsidie, als bedoeld in artikel 2, in ieder geval geweigerd:

  • a.

    voor zover de aanvraag betrekking heeft op een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan dat niet is gelegen binnen de provincie Zuid-Holland;

  • b.

    voor zover de aanvraag betrekking heeft op een woonhuis;

  • c.

    voor zover de subsidie naar het oordeel van Gedeputeerde Staten niet noodzakelijk is voor de restauratie van het rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan;

  • d.

    voor zover de werkzaamheden waarvoor subsidie wordt gevraagd naar het oordeel van Gedeputeerde Staten niet sober en doelmatig zijn;

  • e.

    voor zover er voor de kosten waarvoor subsidie wordt gevraagd al subsidie door Gedeputeerde Staten of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) wordt verstrekt;

  • f.

    voor zover bij schade de subsidiabele kosten op grond van een verzekering worden gedekt;

  • g.

    indien de aanvraag wordt ingediend buiten de termijn, bedoeld in artikel 4;

  • h.

    indien de totale kosten van de aanvraag minder dan € 100.000,00 bedragen;

  • i.

    indien het totaal aantal punten voor de rangschikking, bedoeld in artikel 10, lager is dan 40;

  • j.

    indien er sprake is van een ongenoegzame aanvraag als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 7 Subsidievereisten

Om voor subsidie, als bedoeld in artikel 2, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    de aanvraag heeft betrekking op een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan dat is ingeschreven in het Rijksmonumentenregister;

  • b.

    de aanvraag heeft betrekking op de restauratie van een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan die technisch noodzakelijk is voor het instandhouden en het daardoor beschermen van de monumentale waarde van dat rijksmonument of het zelfstandig onderdeel hiervan;

  • c.

    de aanvrager beschikt over cofinanciering van minimaal 50% van de totale kosten van de aanvraag.

Artikel 8 Subsidiabele kosten

1. Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidie in aanmerking de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die zijn opgenomen in de bijlage bij artikel 4 van de Sim.

2. De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die via een subsidiebeschikking van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed op grond van de Sim en de bijbehorende eigen bijdrage gefinancierd worden;

  • b.

    de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen waarvoor al subsidie is aangevraagd bij of verstrekt door Gedeputeerde Staten;

  • c.

    de kosten van schade als gevolg van brand, storm en bliksem tot de herbouwwaarde.

Artikel 9 Subsidiehoogte

1. De hoogte van de subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten en wel tot een maximum van € 1.000.000,00.

2. Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de te verstrekken subsidie minder bedraagt dan € 25.000,00 wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 10 Rangschikking

1. Indien de binnen de aanvraagperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond te boven gaan, maken Gedeputeerde Staten voor het bepalen van de volgorde van behandeling een afweging tussen de verschillende aanvragen op basis van de volgende criteria:

  • a. de bouwtechnische staat waarin het rijksmonument zich vóór aanvang van de werkzaamheden zich bevindt;

  • b. de cofinanciering betreft een zo hoog mogelijke percentage van de subsidiabele kosten;

  • c. bij de activiteit is tevens sprake van herbestemming of herstel van de oorspronkelijke bestemming na leegstand;

  • d. de activiteit levert een duidelijke bijdrage aan de creatie van leerling-werkplaatsen;

  • e. de activiteit bevordert de werkgelegenheid.

2. Gedeputeerde Staten kennen voor de rangschikking bedoeld in het eerste lid de volgende punten toe:

  • a. criterium a: ten hoogste drieënveertig punten en wel als volgt:

    • voor goede bouwtechnische staat: 0 punten;

    • voor redelijke staat: 14 punten;

    • voor matige staat: 28 punten;

    • voor slechte staat: 43 punten.

    • b.

      voor cofinanciering van 50%: 0 punten;

      voor cofinanciering van meer dan 50% maar minder dan of gelijk aan 55%: 5 punten;

      voor cofinanciering van meer dan 55% maar minder dan of gelijk aan 60%: 10 punten;

      voor cofinanciering van meer dan 60% maar minder dan of gelijk aan 65%: 14 punten;

      voor cofinanciering van meer dan 65% maar minder dan of gelijk aan 70%: 18 punten

      voor cofinanciering van meer dan 70% maar minder dan of gelijk aan 75%: 22 punten;

      voor cofinanciering van meer dan 75% maar minder dan of gelijk aan 80%: 24 punten;

      voor cofinanciering van meer dan 80% maar minder dan of gelijk aan 85%: 26 punten;

      voor cofinanciering van meer dan 85% maar minder dan 90%: 28 punten;

      voor cofinanciering van 90% of meer: 30 punten.

    • c.

      criterium c: ten hoogste eenentwintig punten en wel als volgt:

      voor geen herbestemming of herstel van bestemming na leegstand: 0 punten;

      voor mogelijke herbestemming maar op dit moment bestemming nog niet bekend: 0 punten;

      voor gedeeltelijke herbestemming of gedeeltelijk herstel van de bestemming na de restauratie:5 punten;

      voor gedeeltelijke herbestemming met publieke toegankelijkheid: 11 punten;

      voor volledige herbestemming of herstel van de bestemming na de restauratie zonder publieketoegankelijkheid: 10 punten;

      voor volledige herbestemming of herstel van de bestemming na de restauratie met publieke toegankelijkheid: 21 punten

    • d.

      criterium d: drie punten voor de inzet van 1 of meer leerling-werkplaatsen.

  • e. criterium e: drie punten en wel als volgt:

    • voor alleen eigen inzet: 1 punt;

    • voor de combinatie van inzet van deskundig bedrijf en eigen inzet: 2 punten;

    • voor de uitvoering volledig door een deskundig bedrijf: 3 punten.

  • 3. In afwijking van het tweede lid, onderdeel c, kennen Gedeputeerde Staten voor de rangschikking, bedoeld in het eerste lid, de volgende punten toe:

    • a.

      als er sprake is van een gedeeltelijke herbestemming naar of gedeeltelijk herstel van de bestemming met een sociaal-maatschappelijke functie zonder publieke toegankelijkheid: 11 punten;

    • b.

      als er sprake is van een volledige herbestemming naar of herstel van de bestemming met een sociaal-maatschappelijke functie zonder publieke toegankelijkheid: 21 punten.

4. Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben verkregen en hun plaats in de rangschikking zodanig is dat de som van de toe te kennen maximale subsidiebedragen het subsidieplafond overstijgt, wordt met inachtneming van het subsidieplafond subsidie verleend voor de activiteit met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.

5. Als na toepassing van het derde lid het subsidieplafond niet is bereikt, wordt de verdeling bedoeld in het derde lid op overeenkomstige wijze toegepast op het overblijvende budget voor de over-blijvende aanvragen, zo nodig bij herhaling totdat het overblijvende budget geheel is verdeeld.  

Artikel 11 Ontbindende voorwaarde 

1. Indien de omgevingsvergunning, als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), op het moment van de aanvraag voor subsidie nog niet onherroepelijk is, verstrekken Gedeputeerde Staten de subsidie onder de ontbindende voorwaarde dat de omgevingsvergunning zal worden verleend door de daartoe bevoegde instantie en onherroepelijk is binnen een jaar na de bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening.

2. De voorwaarde vervalt, indien Gedeputeerde Staten daarop niet binnen vier weken na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn een beroep hebben gedaan.

3. Het beroep op de voorwaarde geschiedt door een intrekking overeenkomstig artikel 4:48, eerste lid, Awb.  

Artikel 12 Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

1. In aanvulling op de artikelen 18 en 19 van de Asv worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a. de restauratie vangt uiterlijk binnen drie maanden na de bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening aan, indien de omgevingsvergunning op het moment van de bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening onherroepelijk is;

  • b. indien de omgevingsvergunning op het moment van de bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening nog niet onherroepelijk is, vangt de restauratie uiterlijk binnen 3 maanden na het onherroepelijk zijn van de omgevingsvergunning aan;

  • c. de restauratie is uiterlijk binnen 3 jaar na de bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening gerealiseerd;

  • d. het rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan is en blijft gedurende 10 jaar na de datum van subsidieververlening adequaat verzekerd tegen in ieder geval schade als gevolg van brand, storm en bliksem;

  • e. het rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan is gedurende de restauratie Casco-All-Risk verzekerd.

2. Gedeputeerde Staten kunnen bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen, die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

Artikel 13 Prestatieverantwoording 

1. In afwijking van artikel 23 van de Asv gaat de aanvraag tot subsidievaststelling naast het activiteitenverslag, ongeacht de hoogte van het verleende subsidiebedrag, vergezeld van een financieel verslag. Tevens toont de subsidie-ontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten zijn verricht door middel van actuele, gedateerde kleurenfoto’s en een inspectierapport.

2. Indien de subsidieverleningsbeschikking € 125.000,00 of meer bedraagt, gaat de aanvraag tot subsidievaststelling tevens vergezeld van:

  • a. een door een accountant afgegeven verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid van dat verslag, of

  • b. een jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek mits de gesubsidieerde activiteiten daarin zijn verantwoord en die jaarrekening vergezeld gaat van een door een accountant afgegeven verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid.

     

Artikel 14 Bevoorschotting en betaling 

1. Het voorschot bedraagt maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag.

2. Het voorschot wordt op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte in termijnen uitgekeerd waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald.  

Paragraaf 3 Herbestemming Rijksmonumenten

Artikel 15 Subsidiabele activiteiten en prestatie

1. Subsidie kan worden verstrekt voor toegankelijkheids- of duurzaamheidsmaatregelen ten behoeve van een herbestemming van een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan.

2. Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.

3. De activiteit, bedoeld in het eerste lid, leidt tot bevordering van de herbestemming van een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan.

Artikel 16 Doelgroep

Subsidie als bedoeld in artikel 15 wordt uitsluitend verstrekt aan de eigenaar van een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan.

Artikel 17 Aanvraagperiode

In afwijking van artikel 26, eerste lid, van de Asv kan een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 15 worden ingediend van 1 mei tot en met 30 juni.

Artikel 18 Aanvraagvereisten

Naast de gegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Asv, gaat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, vergezeld van:

  • a. positief advies van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed;

  • b. een verleende omgevingsvergunning;

  • c. gespecificeerde begroting conform het model van de provincie;

  • d. werkomschrijving of bestek;

  • e. actuele bouwtechnische opname die niet ouder is dan 2 jaar;

  • f. tekeningen van bestaande en nieuwe toestand, waarop de wijzigingen en aanpassingen worden weergegeven;

  • g. actuele overzichts- en detailfoto’s in kleur, die niet ouder zijn dan 2 jaar en een duidelijke indruk geven van het rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan in relatie tot de toegankelijkheids- en duurzaamheidsmaatregelen.

Artikel 19 Weigeringsgronden

In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van de Asv wordt subsidie als bedoeld in artikel 15 in ieder geval geweigerd:

  • a.

    indien het totaal aantal punten voor de rangschikking, bedoeld in artikel 23, lager is dan 40;

  • b.

    indien de totale kosten van de aanvraag minder dan € 10.000,00 bedragen;

  • c.

    indien het monument of een zelfstandig onderdeel hiervan minder dan 30 dagen per kalenderjaar wordt opengesteld voor publiek, met uitzondering van een monument of een zelfstandig onderdeel hiervan met een sociaal-maatschappelijke functie;

  • d.

    indien er sprake is van een ongenoegzame aanvraag als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 20 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 15 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

a. de aanvraag heeft betrekking op een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan dat is ingeschreven in het Rijksmonumentenregister of op een niet of minder monumentaal bouwdeel dat bouwkundig met het rijksmonument is verbonden.

b. de aanvrager beschikt over cofinanciering van minimaal 50% van de totale kosten van de aanvraag;

c. de aanvraag heeft betrekking op toegankelijkheids- en duurzaamheids-maatregelen ten behoeve van de bevordering van herbestemming van een rijksmonument;

d. de maatregelen dienen in alle gevallen rekening te houden met het behoud van de culturele en monumentale waarden van het monument.

Artikel 21 Subsidiabele kosten

1. Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen in ieder geval de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

a. toegankelijkheidsmaatregelen voor het verbeteren van het monument voor mensen met een beperking.

b. duurzaamheidsmaatregelen door:

1° isolerende voorzieningen, mits bouwfysisch verantwoord;

2° klimaatverbetering met behulp van klimaatinstallaties.

2. De volgende kosten komen in elk geval niet voor subsidie in aanmerking:

a inrichting en afwerking van het exterieur;

b inrichting en afwerking van het interieur ter verhoging van het reguliere comfort;

c installaties, zoals elektra, bliksem-, brandbeveiliging, riolering, gas-, water en telecomvoorzieningen;

d zonnepanelen en windmolens;

e asbestinventarisatie en asbestverwijdering.

Artikel 22 Subsidiehoogte

1. De hoogte van de subsidie bedraagt ten hoogste 50 % van de subsidiabele kosten en wel tot het maximum van € 100.000,00.

2. indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de te verstrekken subsidie minder bedraagt dan € 5.000,00 wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 23 Rangschikking

1. Indien de binnen de aanvraagperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond te boven gaan, maken Gedeputeerde Staten voor het bepalen van de volgorde van behandeling een afweging tussen de verschillende aanvragen op basis van de volgende criteria:

a. kwaliteit van de toegankelijkheidsmaatregelen;

b. kwaliteit van de duurzaamheidsmaatregelen;

c. publieke toegankelijkheid;

d. cofinanciering betreft een zo hoog mogelijke percentage van de kosten;

e. inzet van leerling-werkplaatsen.

2. Gedeputeerde Staten kennen voor de rangschikking bedoeld in het eerste lid de volgende punten toe:

a. criterium a: ten hoogste 35 punten

Maatregel heeft geen visuele schade tot gevolg: 10 punten;

Maatregel is doelmatig voor beoogd gebruik: 10 punten;

Maatregel is omkeerbaar: 10 punten;

Monument wordt met de maatregel geheel gebruikt: 5 punten.

b. criterium b: ten hoogste 35 punten

Maatregel heeft geen visuele schade tot gevolg: 10 punten;

Maatregel is doelmatig voor beoogd gebruik: 10 punten;

Maatregel is omkeerbaar: 10 punten;

Aan de maatregel ligt een duurzaamheidsadvies ten grondslag: 5 punten.

c. criterium c; ten hoogste 10 punten

openstelling van een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan gedurende minimaal 30 - 100 dagen per jaar: 4 punten;

openstelling van een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan gedurende minimaal 100 - 300 dagen per jaar: 7 punten;

openstelling van een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan gedurende meerdan 300 dagen per jaar: 10 punten.

d. criterium d; ten hoogste 17 punten

voor cofinanciering van 50%: 0 punten;

voor cofinanciering van meer dan 50% maar minder dan of gelijk aan 55%: 2 punten;

voor cofinanciering van meer dan 55% maar minder dan of gelijk aan 60%: 4 punten;

voor cofinanciering van meer dan 60% maar minder dan of gelijk aan 65%: 6 punten;

voor cofinanciering van meer dan 65% maar minder dan of gelijk aan 70%: 8 punten;

voor cofinanciering van meer dan 70% maar minder dan of gelijk aan 75%: 10 punten;

voor cofinanciering van meer dan 75% maar minder dan of gelijk aan 80%: 12 punten;

voor cofinanciering van meer dan 80% maar minder dan of gelijk aan 85%: 14 punten;

voor cofinanciering van meer dan 85% maar minder dan 90%: 16 punten;

voor cofinanciering van 90% of meer: 17 punten.

e. inzet van leerlingwerkplaatsen: 3 punten.

3. In afwijking van het tweede lid, onderdeel c, kennen Gedeputeerde Staten voor de rangschikking, bedoeld in het eerste lid, 10 punten toe, als er sprake is van herbestemming met een sociaal-maatschappelijke functie zonder publieke toegankelijkheid.

4. Na toepassing van het eerste en tweede lid wordt met inachtneming van het subsidieplafond subsidie verleend voor aanvragen met het hoogste aantal punten behaald totdat het budget is verdeeld.

5. Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten hebben verkregen en hun plaats in de rangschikking zodanig is dat de som van de toe te kennen maximale subsidiebedragen het subsidieplafond overstijgt, wordt met inachtneming van het subsidieplafond subsidie verleend voor de activiteit met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.

6. Als na toepassing van het vierde lid het subsidieplafond niet is bereikt, is het vierde lid van overeenkomstige toepassing voor de overblijvende aanvragen, zo nodig bij herhaling totdat het overblijvende budget geheel is verdeeld.

7. Als twee of meer aanvragen met het hoogste aantal punten behaald op het criterium bedoeld in het eerste lid, onderdeel a een gelijk aantal punten hebben verkregen op dit criterium, dan vindt rangschikking van deze aanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 24 Ontbindende voorwaarde

1. Indien de omgevingsvergunning, bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het moment van de aanvraag voor subsidie nog niet onherroepelijk is, verstrekken Gedeputeerde Staten de subsidie onder de ontbindende voorwaarde dat de omgevingsvergunning zal worden verleend door de daartoe bevoegde instantie en onherroepelijk is binnen een jaar na de bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening.

2. De voorwaarde vervalt, indien Gedeputeerde Staten daarop niet binnen vier weken na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn een beroep hebben gedaan.

3. Het beroep op de voorwaarde geschiedt door een intrekking overeenkomstig artikel 4:48, eerste lid, Awb.

Artikel 25 Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

1. In aanvulling op de artikelen 18 en 19 van de Asv worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd:

a. de toegankelijkheids- en duurzaamheidsmaatregelen vangen uiterlijk binnen 6 maanden na de bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening aan;

b. de toegankelijkheids- en duurzaamheidsmaatregelen zijn uiterlijk binnen 3 jaar na de bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening gerealiseerd.

2. Gedeputeerde Staten kunnen bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen, die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

Artikel 26 Prestatieverantwoording

In afwijking van artikel 23 van de Asv gaat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld van:

a een prestatieverslag dat aantoont dat desbetreffende werkzaamheden na behoren zijn uitgevoerd;

b gespecificeerd financieel overzicht conform begrotingsmodel provincie;

c kleurenfoto’s die zijn gemaakt na afronding van de werkzaamheden;

d bouwtechnisch inspectierapport na afronding van de werkzaamheden.

Artikel 27 Bevoorschotting en betaling

1. Het voorschot bedraagt maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag.

2. Het voorschot wordt op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte in termijnen uitgekeerd waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald.

Paragraaf 4 Bestuursdwang voor instandhouding rijksmonumenten

Artikel 28 Subsidiabele activiteiten en prestatie

  • 1. Subsidie kan worden verstrekt voor maatregelen in het kader van een last onder bestuursdwang voor het instandhouden van een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan.

  • 2. Subsidie, als bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.

  • 3. De activiteit, bedoeld in het eerste lid, leidt ertoe dat de monumentale waarden van het rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan niet verloren gaat.

Artikel 29 Doelgroep

Subsidie als bedoeld in artikel 28 wordt uitsluitend verstrekt aan gemeenten.

Artikel 30 Aanvraagperiode

Een aanvraag tot subsidieverlening kan het hele jaar worden ingediend.

Artikel 31 Aanvraagvereisten

Naast de gegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Asv, gaat een aanvraag voor subsidie vergezeld van:

  • a.

    een inspectierapport of een gelijkwaardige onderbouwing van de bouwkundige staat;

  • b.

    de vooraankondiging tot bestuursdwang met de lijst van maatregelen die in dat kader door de eigenaar van het rijksmonument uitgevoerd moeten worden;

  • c.

    een begroting.

Artikel 32 Weigeringsgronden

In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van de Asv wordt subsidie als bedoeld in artikel 28 in ieder geval geweigerd:

  • a.

    voor zover de aanvraag betrekking heeft op een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan dat niet is gelegen binnen de provincie Zuid-Holland;

  • b.

    voor zover de aanvraag betrekking heeft op een woonhuis;

  • c.

    voor zover de subsidie naar het oordeel van Gedeputeerde Staten niet noodzakelijk is voor de instandhouding van het rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan;

  • d.

    voor zover de werkzaamheden waarvoor subsidie wordt gevraagd naar het oordeel van Gedeputeerde Staten niet sober en doelmatig zijn;

  • e.

    voor zover er voor de kosten waarvoor subsidie wordt gevraagd al subsidie door Gedeputeerde Staten of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed wordt verstrekt;

  • f.

    voor zover bij schade de subsidiabele kosten op grond van een verzekering worden gedekt.

Artikel 33 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 28 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    de aanvraag heeft betrekking op een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan dat is ingeschreven in het Rijksmonumentenregister;

  • b.

    de aanvraag heeft betrekking op maatregelen voor de instandhouding van de monumentale waarden die sober, doelmatig en noodzakelijk zijn;

  • c.

    de aanvrager heeft een vooraankondiging tot bestuursdwang gedaan;

  • d.

    de aanvrager beschikt over cofinanciering van minimaal 50% van de totale kosten van de aanvraag.

Artikel 34 Subsidiabele kosten

  • 1. Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidie in aanmerking de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die zijn opgenomen in de bijlage bij artikel 4 van de Sim.

  • 2. Niet subsidiabel zijn:

    • a.

      de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen waarvoor al subsidie is aangevraagd bij of verstrekt door Gedeputeerde Staten;

    • b.

      de kosten van schade als gevolg van brand, storm en bliksem tot de herbouwwaarde.

Artikel 35 Subsidiehoogte

  • 1. De hoogte van de subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten en wel tot een maximum van € 500.000,00.

  • 2. Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de te verstrekken subsidie minder bedraagt dan € 25.000,00 wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 36 Rangschikking

  • 1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 37 Opschortende voorwaarde

De subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat de subsidieontvanger overgaat tot het opleggen van een last onder bestuursdwang binnen acht weken na het verstrijken van de termijn die is opgenomen in de vooraankondiging tot bestuursdwang om de eigenaar van het betreffende rijksmonument in de gelegenheid te stellen om een zienswijze in te dienen.

Artikel 38 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1. In aanvulling op de artikelen 18 en 19 van de Asv worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd:

    • a.

      na het verstrijken van de in de last onder bestuursdwang opgenomen termijn zonder dat de eigenaar van het rijksmonument de maatregelen heeft uitgevoerd, vangt de uitvoering van de maatregelen aan binnen de gestelde termijn die aan de eigenaar was opgelegd;

    • b.

      het rijksmonument of een zelfstandig onderdeel hiervan is gedurende de restauratie Casco-All-Risk verzekerd;

    • c.

      de kosten worden door de gemeente verhaald op de eigenaar van het rijksmonument;

    • d.

      nadat de kosten of een deel daarvan door de eigenaar van het rijksmonument aan de subsidieontvanger zijn betaald, wordt de subsidie of een evenredig deel daarvan zo spoedig mogelijk terugbetaald.

  • 2. Indien de herstelmaatregelen niet binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kunnen aanvangen kan door de subsidieontvanger, uiterlijk voor de datum van het verstrijken van de termijn, een gemotiveerd verzoek worden ingediend tot verlenging van die termijn.

  • 3. Gedeputeerde Staten kunnen bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen, die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

Artikel 39 Bevoorschotting en betaling

  • 1. Het voorschot bedraagt maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2. Het voorschot wordt op basis van liquiditeitsbehoefte uitgekeerd, nadat de subsidiabele kosten hoger worden dan de cofinanciering.

Paragraaf 5 Slotbepalingen

Artikel 40 Evaluatie 

De evaluatie van de risicoanalyse als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Asv vindt na 1 jaar na de inwerkingtreding van deze regeling plaats.  

Artikel 41 Intrekking

De Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten Zuid-Holland 2013 (Provinciaal blad 2012, nr.154) wordt ingetrokken.

Artikel 42 Overgangsrecht 

De Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten Zuid-Holland 2013 (Provinciaal blad 2012, nr.154), zoals die luidde op de dag voorafgaande aan de dag van inwerkingtreding van deze regeling, blijft van kracht voor subsidies die voor die datum zijn verleend.  

Artikel 43 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 december 2013.  

Artikel 32 Citeertitel 

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten Zuid-Holland 2013.  

Ondertekening

Den Haag, 26 november 2013.
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,
J. FRANSSEN, voorzitter
J.A.M. HILGERSOM, secretaris
 

Toelichting

ALGEMEEN

De wijzigingen betreffen aanscherping van de rangschikkingscriteria van de Subsidieregeling restauratierijksmonumenten Zuid-Holland 2013

ARTIKELSGEWIJS

A. Artikel 1

Met de toevoeging van de definitie publieke toegankelijkheid wordt de openbare functie van het monument gewaardeerd.

B. Artikel 6, onderdeel i

Met toevoeging van een weigeringsgrond wordt beoogd subsidieaanvragen van technisch onvoldoende urgentie te kunnen weigeren gelet op het 1e rangschikkingscriterium bouwtechnische staat.

C. Artikel 10, tweede lid, onder b

Met het voorstel voor aanpassing van het rangschikkingscriterium cofinanciering wordt beoogd subsidieaanvragers te stimuleren tot een hoger cofinancieringspercentage. De ervaring leert, dat veel aanvragers net voldoen aan de vereiste cofinanciering van minimaal 50%.

D. Artikel 10, tweede lid, onder c,

Met het voorstel voor aanpassing van herbestemming of herstel van de oorspronkelijke bestemming na leegstand wordt bevordering van publiekelijke toegankelijkheid van het rijksmonument bij herbestemming beoogd.

TOELICHTING OP HET WIJZIGINGSBESLUIT VAN 28 JUNI 2016, PROVINCIAAL BLAD 2016, 4217

De Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten Zuid-Holland 2013 wordt aangepast aan de nieuwe Erfgoedwet (inwerkingtreding 1-7-2016) in verband met de vervanging van een deel van de Monumentenwet 1988 door de Erfgoedwet. Hiermee houdt de Brim (als grondslag voor de Sim) op te bestaan en is de Sim rechtstreeks op de Erfgoedwet gebaseerd.

Toelichting bij het besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 20 december 2016, PZH-2016-571650492, tot wijziging van de Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten Zuid-Holland 2013

Algemeen deel

De provincie Zuid-Holland wil het erfgoed doorgeven aan toekomstige generaties. Het erfgoed draagt bij aan de kwaliteit van onze leefomgeving. Om dreiging van leegstand, verval en eventueel sloop te stoppen, stimuleren we herbestemming van leegstaande rijksmonumenten. Om een impuls te geven aan herbestemming bij de restauratie wordt de subsidieregeling Restauratie rijksmonumenten Zuid-Holland 2013 uitgebreid.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 15

Herbestemmen van monumenten is vaak een uitdagende puzzel. Er dient onderzocht te worden voor welke functies het pand zich leent. Het vraagt om creativiteit en doorzettingsvermogen. Ook kennis van het monument, de (commerciële) markt en (vergunnings-) procedures is onontbeerlijk. De kosten voor restauratie of renovatie van een monument kunnen hoog uitpakken en niet altijd gedekt worden door de (nieuwe) exploitatie van het monument. Met de uitbreiding van de subsidieregeling kunnen eigenaren van rijksmonumenten bij restauratie subsidie aanvragen voor toegankelijkheids- en duurzaamheidsmaatregelen bij herbestemming van een monumentaal pand.

Artikel 18, aanhef en onder a

Monumenten zijn bij wet beschermd. Eigenaren van een monument dienen altijd een omgevingsvergunning aan te vragen bij een functiewijziging van het monument. De aanvraag daarvoor wordt door de gemeente getoetst aan, onder meer, het ter plaatse geldende bestemmingsplan, het Bouwbesluiten de Bouwverordening.

Gemeenten zijn bij herbestemming verplicht om advies in te winnen bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). De Rijksdienst heeft een adviesplicht waar het gaat om (gedeeltelijke) sloop, ingrijpende wijziging, functiewijziging van het pand of een deel daarvan als dit gepaard gaat met een ingrijpende wijziging en reconstructie. Een positief advies afgegeven door de RCE is vereist. Het advies is gerichtop het onderling versterken van de nieuwe functie en het monument.

Artikel 19

De ondergrens van een subsidie aanvraag is € 12.500,00 om kleinere aanvragen mogelijk te maken en ook een zekere doelmatigheid te behouden.

Artikel 20

Vereist is om over minimaal 50% cofinanciering te beschikken omdat het budget zodoende meer toereikend wordt voor de doelstelling en om een gedeelde verantwoordelijkheid en betrokkenheid te bereiken.

Artikel 21

1. Subsidiabele kosten zijn de kosten voor maatregelen voor verbetering van toegankelijkheid voor mensen met een beperking en voor energiebesparing en milieuvriendelijkheid ten behoeve vaneen passend en duurzaam hergebruik van het rijksmonument. Met deze maatregelen willen we voorzien in behoeften van eigenaren van monumenten bij restauratieprojecten, die niet subsidiabel zijn volgens de Subsidieregeling instandhouding monumenten (Sim). In ieder geval komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

a. toegankelijkheidsmaatregelen zoals de verbetering van een in- en uitgang en realisatie van een invalidentoilet, trappen, (trap)leuningen, rolstoelliften en hellingbanen.

b. duurzaamheidsmaatregelen voor het realiseren van energiebesparing door:

1° isolerende voorzieningen, mits bouwfysisch verantwoord, zoals het isoleren van daken, gevels envloeren, dak- en gevelopeningen;

2° klimaatverbetering met behulp van klimaatinstallaties, zoals ventilatie-, luchtvochtigheids-, verwarmings- installaties en warmte-terug-winsystemen.

2. Verwacht wordt dat de eigenaren van monumenten minder behoeften hebben aan subsidie voormaatregelen voor het exterieur, comfortverbetering, installaties, wind- of zonne-energie en as-bestbehandeling. Niet subsidiabel is de inrichting en afwerking aan het exterieur. Dit houdt terreininrichting, bestrating, verharding, berging en stalling in. Daarnaast zijn de inrichting en afwerking van het interieur ter verhoging van het reguliere comfort, zoals liften, regulier sanitair, keuken, pantry, meubels, stoffering ook niet subsidiabel. Tot slot geen installaties, zoals elektra, bliksem-, brandbeveiliging, riolering, gas-, water en telecomvoorzieningen, zonnepanelen en windmolens, asbestinventarisatie en asbestverwijdering.

Artikel 23

Door middel van een rangschikking op basis van criteria kan de nadruk worden gelegd op kwaliteit en doelbereik. In totaal is een maximum van 100 punten te behalen. Met het te behalen aantal punten is de ondergrens vastgesteld op een minimaal te behalen punten van 40 om zo een zekere kwaliteitsborgingte behouden. Naarmate er meerdere maatregelen worden uitgevoerd en er aan meer criteria wordt voldaan, kunnen meer punten worden verdiend. Alle maatregelen binnen een aanvraag worden in hun gezamenlijkheid beoordeeld.

Met het rangschikkingscriterium kwaliteit van de toegankelijkheids-maatregelen wordt beoogd ervoor te zorgen dat mensen, divers als ze zijn, het monument kunnen betreden en erin verblijven en genieten van het culturele erfgoed. De criteria zijn effectief voor de vergroting van de toegankelijkheid en acceptabel in het kader van het behoud van de monumentale waarden van het monument. Er zijn ten hoogste 35 punten te behalen.

De maatregel ‘heeft geen visuele schade’ betekent dat de maatregel geen zichtbare ontsiering en schending van de monumentale waarden oplevert.

De maatregel ‘doelmatig voor beoogd gebruik’ houdt passend en duurzaam voor de herbestemming van het monument in. De maatregel dient niet te ingrijpend te zijn voor de monumentale waarden.

De maatregel ‘is omkeerbaar’ betekent het ervoor zorgen dat bij ingrepen aan het monument er oplossingen zijn om deze terug te draaien.

Met het ‘monument wordt met de maatregel geheel gebruikt’ wordt de oppervlakte in het monument bedoeld dat door de maatregel(en) wordt benut voor de herbestemming.

Met het rangschikkingscriterium kwaliteit van de duurzaamheidsmaatregelen wordt beoogd om het energieverbruik te verminderen, de klimatologische omstandigheden te verbeteren en duurzaam materiaalgebruik te stimuleren. De criteria zijn effectief voor de verduurzaming en acceptabel in het kader van het behoud van de monumentale waarden van het monument. Er zijn ten hoogste 35 punten te behalen.

Maatregel ‘leidt niet tot bouwfysische of bouwkundig constructieve veranderingen’ betekent dat de maatregel geen klimatologische schade zoals warmte en vocht of bouwkundig constructieve schade aan het monument aanbrengt.

Met het rangschikkingscriterium publieke toegankelijkheid wordt de openbare functie van het monument gewaardeerd. Er zijn ten hoogste 10 punten te behalen.

Met het rangschikkingscriterium cofinanciering wordt beoogd subsidieaanvragers te stimuleren tot een hoger cofinancieringspercentage. Er zijn ten hoogste 17 punten te behalen.

Met het rangschikkingscriterium inzet van leerlingwerkplaatsen is 3 punten voor de inzet van 1 of meer leerlingwerkplaatsen te behalen.

Artikel 25

Met de aanvang binnen 6 maanden na de bekendmaking van de beschikking is rekening gehouden met de procedure van het advies van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed van maximaal 26 weken.

Artikel 26

Er wordt afgeweken van de Asv ten aanzien van de verantwoordings-arrangementen zoals verwoord in artikel 17 van de Asv. Dit is om de volgende redenen vertaald in de eisen voor de prestatieverantwoording, zoals aangegeven in artikel 23 Asv:

-Het valt niet geheel uit te sluiten dat de te verstrekken subsidies in een enkel geval beoordeeld worden als staatssteun. Waar mogelijk zal dan subsidie verstrekt worden met behulp van de de-minimisverordening (verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, PbEU 2013, L 352) danwel met toepassing van de Algemene Groeps-vrijstellingsverordening (Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L187). Subsidieverstrekking onder deze laatste verordening moet geschieden middels vaststelling op basis van werkelijke kosten.

-De subsidie wordt verleend in de vorm van een percentage van de subsidiabele kosten om inzicht te krijgen in de werkelijke kosten die met deze maatregelen samenhangen.

TOELICHTING OP HET BESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN 7 NOVEMBER 2017, PZH-2017-615338098 TOT WIJZIGING VAN DE SUBSIDIEREGELING RIJKSMONUMENTEN ZUID-HOLLAND 2013(PROV. BLAD 2017, 5511)

Met deze aanvulling wordt de publieke toegankelijkheid van de openbare functie van het monument gewaardeerd. Om het monument meer te beleven is de publieke toegankelijkheid essentieel. Het monument dient minimaal 30 dagen per jaar geopend te zijn voor publiek.

Toelichting op de wijzigingen

Deze subsidie draagt bij aan het behoud en benutting van cultureel erfgoed in Zuid-Holland. Met deze aanvulling wordt in 2018 eenmalig een extra tranche geopend voor subsidieaanvragen ter bevordering van herbestemming. Bovendien wordt permanent de tijdsduur van subsidieaanvragen verbreed en de ondergrens voor subsidietoekenning verlaagd.

TOELICHTING OP HET BESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN 20 SEPTEMBER 2021, PZH-2021-785377079 (DOS-2019-0005793)

Met de Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten Zuid-Holland 2013 verleent de provincie Zuid-Holland subsidies voor de restauratie en herbestemming van rijksmonumenten. Deze regeling is onlangs geëvalueerd en op basis daarvan wordt een aantal verbeterpunten doorgevoerd. Daarnaast wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om de regeling op een aantal punten technisch te wijzigen. Hieronder worden de belangrijkste wijzigingen toegelicht.

Interieur als losstaand zelfstandig onderdeel beoordelen

Als de aanvraag voor een restauratiesubsidie enkel betrekking heeft op het interieur werd bij de beoordeling van de technische staat de onderhoudstoestand van zowel het exterieur als het interieur als uitgangspunt genomen. Daardoor eindigen deze aanvragen lager in de rangschikking. Dit speelde eerder eveneens bij specifieke subsidieaanvragen voor de restauratie van orgels – welke als een interieuronderdeel beschouwd kunnen worden. Met onderhavige wijziging worden aanvragen voor enkel de restauratie van interieurs als losstaand zelfstandig onderdeel beoordeeld op de technische staat, net als de orgels. Dit wil zeggen dat in die gevallen de bouwkundige staat van het rijksmonument in totaliteit niet meer van invloed is op de puntentoedeling ten behoeve van de rangschikking op het onderdeel bouwkundige staat. Voorwaarde is wel dat de buitenschil van het gebouw waar het interieur zich in bevindt, wind en waterdicht moet zijn, waardoor het interieur beschermd is tegen de nadelige gevolgen van weersinvloeden. Dit moet blijken uit het verplichte bij te voegen inspectierapport van het volledige monument. Artikel 1, onder q, onderdeel 5°, wordt hierop aangepast. In de aanvraag dient wel voldoende gemotiveerd en onderbouwd te worden dat er daadwerkelijke sprake is van één of meerdere monumentale interieuronderdelen zonder welke het Rijksmonument als incompleet wordt beschouwd, voordat de instandhoudingskosten hieraan subsidiabel worden gesteld. Hierbij valt te denken aan monumentale deuren, tegels, lambriseringen, wandbespanningen, kunstuitingen als schoorsteen- en bovendeurstukken, behangsels of toegepaste beeldhouwkunst, koorbanken of preekstoelen en ingebouwde meubelstukken als buffetkasten. Maar ook technische installaties en voorzieningen als liften of in de afwerking verwerkte en hecht verankerde verlichtingselementen kunnen als monumentaal worden aangemerkt indien dit voldoende aannemelijk is gemaakt met behulp van fotomateriaal en/of dit blijkt uit een (cultuur)historisch onderzoek.

Herbestemmingen met een sociaal-maatschappelijke functie

Gebleken is dat de openstellingseis voor ten minste 30 dagen per jaar beperkend werkt voor herbestemmingen met een sociaal-maatschappelijke functie zoals die van boerderij tot zorgboerderij. Een dergelijke organisatie kan niet aan die openstellingseis voldoen, omdat die gericht is op het bieden van zorg aan een kwetsbare groep dat zich niet verhoudt tot publieke toegankelijkheid van ten minste 30 dagen per jaar. Omdat er meer voorbeelden zijn van herbestemmingen die sociaal-maatschappelijk gewenst zijn, die een onrendabele top kennen en een beperkte winstverwachting, maar waarbij de publieke toegankelijkheid niet gerealiseerd kan worden vanwege de doelstelling of specifieke invulling van de herbestemming zelf, wordt ervoor gekozen om de eis van publieke toegankelijkheid voor deze herbestemmingen te laten vallen. Op die manier wordt de regeling breder toegankelijk voor de gevallen die aan de genoemde criteria voldoen en kan de totstandkoming van de herbestemming toch gestimuleerd worden door het verlenen van een subsidie. De artikelen 10, 19 en 23 worden om die reden aangepast. Artikel 19 wordt aangepast in die zin dat de subsidie voor een monument of een zelfstandig onderdeel hiervan met een sociaal-maatschappelijke functie niet meer wordt geweigerd als deze niet voor het publiek toegankelijk is. In de artikelen 10 en 23 wordt een onderdeel ingevoegd waarin wordt bepaald dat herbestemmingen met een sociaal-maatschappelijke functie hetzelfde aantal punten scoren als herbestemmingen die voor het publiek toegankelijk zijn.

Publieke toegankelijkheid

De begripsbepaling van publieke toegankelijkheid is gewijzigd. Er is “een significant deel” ingevoegd om te verduidelijken dat niet het gehele monument opengesteld hoeft te worden. Significant kan betrekking hebben op de omvang van de ruimte of het aantal ruimtes of op de aanwezigheid van waardevolle monumentale waarden in het opengestelde deel.

Stimuleren van verduurzaming

In deze tijd is het van belang dat ook monumenten toekomstbestendig worden gemaakt door energiebesparende- en CO2 reducerende maatregelen met als voorwaarde dat monumentale waarden niet worden aangetast. Een duurzaamheidsadvies van een hierin gespecialiseerde organisatie kan bij de keuze voor specifieke maatregelen van grote toegevoegde waarde zijn. Derhalve wordt in artikel 23, tweede lid, onderdeel b, nieuw rangschikkingscriterium opgenomen en worden 5 punten toegekend aan de aanwezigheid van een duurzaamheidsadvies ter stimulering van de kwaliteit.

Steun aan gemeenten bij handhaving van verwaarloosde rijksmonumenten

Gemeenten worstelen met de aanpak van eigenaren die zich niet houden aan de instandhoudingsplicht van rijksmonumenten. Gemeenten durven het vaak niet aan om te gaan handhaven door de onzekere financiële lasten die achter de werkzaamheden wegkomen en de hoge juridische kosten.

Bij een last onder bestuursdwang worden de kosten verhaald op de eigenaar van het rijksmonument, maar deze moeten wel eerst worden voorgeschoten. Gemeenten kunnen in deze situatie niet lenen, bijvoorbeeld bij het Nederlands Restauratie Fonds, omdat ze geen eigenaar zijn van het pand. De nieuwe paragraaf 4 biedt aan gemeenten de mogelijkheid om subsidie aan te vragen zodat zij naar aanleiding van de uitvoering van een last onder bestuursdwang kosten kunnen voorschieten, waarbij de subsidie van de provincie ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten bedraagt met een maximum van 5 ton.

De gemeente kan de subsidie aanvragen als de vooraankondiging tot bestuursdwang naar de eigenaar van het rijksmonument is verstuurd. In die vooraankondiging zijn de maatregelen opgenomen die de eigenaar moet treffen ter instandhouding van het rijksmonument of een zelfstandig onderdeel daarvan. In die vooraankondiging is tevens de termijn opgenomen waarbinnen de eigenaar een zienswijze kan indienen.

De subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat de gemeente overgaat tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. De situatie kan zich voordoen dat de eigenaar een zienswijze heeft ingediend en de gemeente besluit om toch niet over te gaan tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. Dan wordt niet aan de opschortende voorwaarde voldaan. Ook kan de situatie zich voordoen dat de gemeente na afloop van de termijn die in de vooraankondiging is opgenomen niet overgaat tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. Als de gemeente dat niet binnen acht weken na afloop van die termijn doet, wordt ook niet aan de opschortende voorwaarde voldaan. Wanneer er niet aan de opschortende voorwaarde wordt voldaan kan de provincie het subsidietraject afsluiten door de subsidie vast te stellen op nihil.

Gaat de gemeente over tot het opleggen van een last onder bestuursdwang dan wordt aan de eigenaar van het rijksmonument een termijn gegeven waarbinnen hij de maatregelen moet uitvoeren die in de last onder bestuursdwang aan hem zijn opgelegd. Doet de eigenaar dat niet dan moet de gemeente op grond van artikel 38, eerste lid, onderdeel a, binnen de gestelde termijn die aan de eigenaar was opgelegd met de herstelmaatregelen beginnen. De situatie kan zich voordoen dat de gemeente niet binnen die termijn kan beginnen met de herstelmaatregelen. Op grond van artikel 38, tweede lid, moet de gemeente dan, voor het verstrijken van die termijn, een gemotiveerd verzoek indienen tot verlenging van de termijn.

De last onder bestuursdwang hoeft niet onherroepelijk te zijn omdat het instellen van bezwaar of beroep de inwerkingtreding van de last niet schorst. Na afloop van de termijn waarbinnen de maatregelen door de eigenaar van het rijksmonument hadden moeten zijn uitgevoerd, kan dan onverkort worden overgegaan tot het toepassen van bestuursdwang ondanks ingesteld bezwaar of beroep. Wel kan de eigenaar van het rijksmonument aan de voorzieningenrechter vragen of het besluit kan worden geschorst in afwachting van bijvoorbeeld de beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter zal dan uitsluitend de werking van het besluit schorsen als de kans aannemelijk is dat het besluit in bezwaar zal worden herroepen of ongedaan zal worden gemaakt. Een mogelijkheid is ook dat aan de gemeente gevraagd wordt of de termijn waarbinnen de maatregelen moeten zijn uitgevoerd kan worden verruimd bijvoorbeeld vanwege onvoorziene omstandigheden of in afwachting van de beslissing op bezwaar. Veranderingen in de situatie moeten op grond van artikel 18, tweede lid, van de Asv, door de gemeente worden gemeld.

De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten. Er wordt met de bevoorschotting begonnen nadat de gemeente 50% van de subsidiabele kosten heeft besteed aan de herstelmaatregelen. Er wordt maximaal 80% bevoorschot. De resterende 20% wordt uitbetaald bij de subsidievaststelling na voltooiing van de herstelmaatregelen.

Vervolgens moet de gemeente de gemaakte kosten voor de herstelmaatregelen gaan verhalen op de eigenaar van het rijksmonument (artikel 38, eerste lid, onderdeel c). Nadat de kosten zijn verhaald wordt, op grond van artikel 38, eerste lid, onderdeel d, de subsidie of een evenredig deel daarvan zo spoedig mogelijk aan de provincie terugbetaald.