Subsidieverordening restauratie gemeentelijke monumenten 2008

Geldend van 03-07-2008 t/m heden

Intitulé

Subsidieverordening restauratie gemeentelijke monumenten 2008

de raad van de gemeente Beesel;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van

gelet op het bepaalde in de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;

B E S L U I T

vast te stellen de volgende verordening: subsidieverordening restauratie gemeentelijke monumenten 2008

Artikel 1: Begripsbepaling

Deze verordening verstaat onder:

  • 1.

    Monument:

  • een object dat is opgenomen op de monumentenlijst als bedoeld in artikel 6 van de Monumentenverordening gemeente Beesel.

  • 2.

    Restaureren:

  • het treffen van voorzieningen tot opheffing van (bouwtechnische) gebreken, het normale onderhoud te boven gaand, noodzakelijk voor het herstel en de instandhouding van de cultuurhistorische waarde van het monument.

  • 3.

    Onder eigenaar wordt verstaan:

  • De natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een monument dan wel krachtens persoonlijk recht het genot heeft van een monument. Onder eigenaar wordt mede verstaan een toekomstige eigenaar.

  • 4.

    Kosten van voorzieningen:

  • de geraamde en door burgemeester en wethouders goedgekeurde bedragen van:

    • a.

      de aanneemsom, waarbij het maximum uurloon wordt toegepast zoals dit wordt gehanteerd door de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten;

    • b.

      de risicoverrekening van loon-en materiaalprijsstijgingen;

    • c.

      de kosten van de architect overeenkomstig de SR 1988, laatste uitgave en van de constructeur, voor zover inschakeling hiervan noodzakelijk is;

    • d.

      de leges voor de bouwvergunning en enige andere vergunning die nodig is voor het treffen van de voorzieningen;

    • e.

      de verschuldigde BTW, voor zover deze niet kan worden verrekend;

    • f.

      eventueel noodzakelijk meerwerk, tot maximaal 5% van de aanneemsom.

  • 5.

    Verlenen van subsidie:

  • het besluit van burgemeester en wethouders dat aan de eigenaar van een monument een opschortend voorwaardelijke aanspraak verschaft op een subsidie in de kosten van voorzieningen.

  • 6.

    Vaststellen van subsidie:

  • het besluit van burgemeester en wethouders, nadat de voorzieningen zijn getroffen, waarbij de hoogte van de subsidie wordt vastgesteld.

Artikel 2: Grondslag en werkingssfeer

  • 1. De gemeenteraad neemt jaarlijks bij de vaststelling van de begroting een besluit waarin wordt aangegeven welk bedrag voor een bepaald jaar beschikbaar wordt gesteld voor de restauratie van monumenten als bedoeld onder 3a. Dit wordt bekend gemaakt in een of meer in de gemeente verschijnende huis-aan-huisbladen en voorts op de gemeentelijke website: www.beesel.nl;

  • 2. Op grond van deze verordening kunnen burgemeester en wethouders subsidie verlenen ter tegemoetkoming in de kosten van het restaureren van monumenten.

  • 3. Burgemeester en wethouders verlenen slechts subsidie wanneer de in het eerste lid begrote financiële middelen toereikend zijn.

  • 4. De subsidie wordt berekend over de kosten van voorzieningen, met uitzondering van de kosten waarvoor op grond van enige andere, door burgemeester en wethouders aan te wijzen regeling subsidie in de kosten van de voorzieningen kan worden verkregen.

  • 5. Ingeval van brandschade worden de kosten berekend aan de hand van de kosten van de te treffen voorzieningen minus de bij voldoende dekking uit te keren verzekeringspenningen.

  • 6. De subsidie wordt verleend en vastgesteld aan de eigenaar van het monument waaraan de voorzieningen worden getroffen.

  • 7. De subsidie wordt verleend en vastgesteld als een subsidie ineens.

  • 8. Om voor subsidie in aanmerking te komen dienen de kosten van voorzieningen tenminste € 2.500,= te bedragen.

Artikel 3: Subsidie ineens

  • 1. De subsidie ineens bedraagt 50% van de bij de verlening en vaststelling van de subsidie goedgekeurde kosten van voorzieningen, tot een maximum van € 5.000,00 per monument per kalenderjaar.

    Ten behoeve van de restauratie van één monument kan binnen een termijn van 5 jaren aanspraak worden gemaakt op een bedrag van maximaal € 10.000,00.

  • 2. Bij grote ingrijpende restauraties (goedgekeurde restauratiekosten van een monument van meer dan € 50.000,00) bedraagt de subsidie een bedrag van € 10.000,00 per kalenderjaar.

    Ten behoeve van een ingrijpende restauratie van één monumentenpand kan binnen een termijn van 5 jaren maximaal aanspraak worden gemaakt op een bedrag van maximaal € 20.000,00.

Artikel 4: Aanvraag- en beschikkingsprocedure

  • 1. Een aanvraag om een subsidie dient schriftelijk worden ingediend bij burgemeester en wethouders op een daartoe beschikbaar te stellen formulier en dient in ieder geval vergezeld te gaan van de daarbij vermelde gegevens.

  • 2. Indien niet wordt voldaan aan het gestelde in het eerste lid stellen burgemeester en wethouders de aanvrager in de gelegenheid om binnen twee weken de door hen aan te geven ontbrekende gegevens over te leggen.

  • 3. Burgemeester en wethouders geven een beschikking, gehoord de gemeentelijke monumentencommissie, binnen twaalf weken nadat de aanvraag is ontvangen, dan wel de ontbrekende gegevens, als bedoeld in het tweede lid, genoegzaam zijn aangevuld. Zij kunnen, indien daartoe naar hun oordeel gegronde redenen bestaan, deze termijn met ten hoogste acht weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennisgeven binnen de termijn van twaalf weken.

  • 4. Bij hun beschikking op aanvragen om subsidie houden burgemeester en wethouders in ieder geval rekening met:

    • a.

      de monumentale waarde van het monument;

    • b.

      de bouwtechnische toestand van het monument voor het treffen van de voorzieningen;

    • c.

      het gebruik van het monument voor en na het treffen van de voorzieningen;

    • d.

      de prioriteit die het treffen van de voorzieningen heeft in het kader van de monumentenzorg;

    • e.

      de volgorde waarin aanvragen zijn ingediend.

  • 5. De aanvragen als bedoeld onder 3a die, gelet op het beschikbare budget, niet kunnen worden gehonoreerd, kunnen met ingang van 1 januari van het daaropvolgende jaar opnieuw worden ingediend, als de weigering uitsluitend is gebaseerd op onvoldoende budget.

Artikel 5: Weigeringsgronden

  • 1. Burgemeester en wethouders verlenen geen subsidie indien:

    • a.

      met het treffen van voorzieningen het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend;

    • b.

      de kosten van de voorzieningen niet in een redelijke verhouding staat tot het te bereiken resultaat;

    • c.

      met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de aanvrager een subsidiebeschikking heeft ontvangen;

    • d.

      voor de te treffen voorzieningen een monumentenvergunning is vereist en deze (nog) niet is verleend.

  • 2. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde in het eerste lid onder c.

Artikel 6: Subsidievoorwaarden

  • 1. De subsidie wordt verleend onder de voorwaarden dat:

    • a.

      de aanvang van het werk tenminste twee weken van tevoren wordt gemeld bij burgemeester en wethouders;

    • b.

      met de uitvoering van de werkzaamheden is begonnen binnen 26 weken na de datum van het besluit tot verlening van subsidie;

    • c.

      de werkzaamheden worden uitgevoerd overeenkomstig de verleende monumentenvergunning en de daaraan verbonden voorwaarden;

    • d.

      binnen 130 weken na de verlening van subsidie de werkzaamheden zijn voltooid en de gereedmelding als bedoeld in artikel 7 is ingediend;

    • e.

      aan de door burgemeester en wethouders met controle belaste personen:

      • 1.

        toegang wordt verleend tot het monument;

      • 2.

        inzage wordt verleend in de op het treffen van voorzieningen betrekking hebbende gegevens.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde in het eerste lid en in het belang van het monument aanvullende voorwaarden verbinden aan het verlenen van subsidie.

Artikel 7: Gereedmelding en vaststelling subsidie

  • 1. Gereedmelding:

    • a.

      dient zo spoedig mogelijk te geschieden doch uiterlijk 2 maanden na het gereedkomen van de restauratie;

    • b.

      dient te geschieden door middel van het door de burgemeester en wethouders vastgestelde formulier met de daarbij voorgeschreven bescheiden;

    • c.

      wordt, zodra compleet ingediend overeenkomstig lid 4 van dit artikel, beschouwd als verzoek om subsidievaststelling

  • 2. Vaststelling van de subsidie vindt plaats nadat:

    • a.

      de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden bij burgemeester en wethouders zijn gereedgemeld, gecontroleerd en akkoord bevonden;

    • b.

      een overzicht is overgelegd van de getroffen voorzieningen en de daarop betrekking hebbende kosten;

    • c.

      een overzicht is overgelegd van het uitgevoerde meer- en minderwerk alsmede over de invulling van de reservering als bedoeld in artikel 1, lid 4 onder 6.

  • 3. De hoogte van de vast te stellen subsidie wordt berekend op basis van de bij de verlening aanvaarde kosten van voorzieningen of de werkelijke kosten van de voorzieningen als deze hoger dan wel lager zijn.

  • 4. De gereedmelding als bedoeld in het eerste lid bevat:

    • a.

      een volledig ingevuld gereedmeldingsformulier;

    • b.

      een volledig kostenoverzicht;

    • c.

      alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden.

  • 5. Subsidievaststelling vindt plaats binnen 8 weken na datum van ontvangst van een complete gereedmelding. Deze termijn kan door burgemeester en wethouders met een termijn van 4 weken worden verlengd.

Artikel 8: Uitbetaling van de subsidie

De subsidie wordt ineens uitbetaald binnen vier weken na vaststelling.

Artikel 9: Intrekking van de subsidie

  • 1. Ingeval van niet naleving van één of meer van de voorwaarden als bedoeld in deze verordening zullen burgemeester en wethouders, al naar gelang de ernst van de overtreding, een besluit tot verlenen en/of vaststelling van subsidie geheel of gedeeltelijk intrekken en niet of niet geheel tot betaling van de subsidie overgaan. Teveel of onterecht uitbetaalde bedragen kunnen worden teruggevorderd.

  • 2. In het geval de overtreding van de voorwaarden als bedoeld in deze verordening de eigenaar niet verwijtbaar is, kunnen burgemeester en wethouders besluiten de in het eerste lid genoemde sancties geheel of gedeeltelijk niet te treffen.

Artikel 10: Bijzondere bepaling

Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de monumentencommissie, in bijzondere gevallen, in het belang van de monumentenzorg afwijken van de bepalingen van deze verordening.

Artikel 11: Uitzonderingsbepaling

Het in deze verordening bepaalde dat restauratiewerkzaamheden, die in zelfwerkzaamheid worden uitgevoerd, niet subsidiabel zijn en het in artikel 2, lid 8, opgenomen drempelbedrag, geldt niet voor de op de gemeentelijke monumentenlijst opgenomen Kruisen en Kapellen, voor zover de werkzaamheden worden uitgevoerd door de Werkgroep Kruisen en Kapellen van de Heemkundevereniging Maas- en Swalmdal.

Artikel 12:

  • 1. Als voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om subsidie voor de restauratie van een gemeentelijk monument wordt ingediend wordt deze aanvraag afgehandeld op grond van de op het tijdstip van indiening geldende verordening.

  • 2. Op aanvragen, waarop voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening subsidie is verleend, blijven de bepalingen van de verordening van toepassing op grond waarvan de bijdrage is toegekend.

Artikel 13. Slotbepaling

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na de dag van de bekendmaking.

  • 2. Deze verordening kan worden aangehaald als Subsidieverordening restauratie gemeentelijke monumenten 2008.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad van Beesel in zijn openbare vergadering van 18 februari 2008.