Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR304784
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR304784/1
Regeling vervallen per 01-01-2017
Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive WIL
Geldend van 04-07-2013 t/m 31-12-2016 met terugwerkende kracht vanaf 01-05-2013
Intitulé
Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive WILHet algemeen bestuur van Werk en Inkomen Lekstroom;
gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 28 februari 2013;
gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel i van de Wet werk en bijstand en de bepaling van de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet;
overwegende dat het noodzakelijk is de uitoefening van de bevoegdheid tot verrekening als bedoeld in artikel 60b van de Wet werk en bijstand bij verordening te regelen;
besluit vast te stellen de
Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive WIL
Artikel 1 Begripsomschrijving
-
1. In deze verordening wordt onder een recidiveboete, een bestuurlijke boete verstaan als bedoeld in artikel 18a, vijfde lid, van de Wet werk en bijstand.
-
2. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2 De uitoefening van de bevoegdheid tot verrekening
Het dagelijks bestuur verrekent het openstaande boetebedrag gedurende de eerste drie maanden na het moment van dagtekening van het besluit tot oplegging van een recidiveboete door inhouding van een bedrag ter hoogte van respectievelijk100% in de eerste maand, 50% in de tweede maand en 20% in de derde maand op de algemene bijstand, telkens van de in de betreffende maand van toepassing zijnde bijstandsnorm.
Artikel 3 Verrekenen met inachtneming van beslagvrije voet
In afwijking van artikel 2 verrekent het dagelijks bestuur het openstaande boetebedrag met inachtneming van de beslagvrije voet zoals genoemd in artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht voor zover:
- a.
toepassing van artikel 2 onaanvaardbare consequenties heeft voor de eventuele minderjarige belanghebbende(n); dan wel
- b.
de gezondheidstoestand van (een van de) belanghebbende(n) naar het oordeel van het dagelijks bestuur ernstig wordt bedreigd doordat mogelijkheden ontbreken om de noodzakelijke medicatie of behandeling te financieren.
Artikel 4 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag nadat publicatie op de voorgeschreven wijze heeft plaatsgevonden.
Artikel 5 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive WIL
Ondertekening
Artikelgewijze toelichting separate verordening
Artikel 1
Behoeft geen nadere toelichting
Artikel 2
Artikel 4:93, vierde lid, van Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat verrekening niet mogelijk is voor zover beslag op de vordering nietig zou zijn. Concreet houdt dit in dat bij verrekening in beginsel rekening moet worden gehouden met de beslagvrije voet zoals deze zijn regeling vindt in artikel 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Zoals reeds aangegeven geeft de Wet werk en bijstand het college de bevoegdheid om deze bepaling in de eerste drie maanden na oplegging van de boete geheel buiten toepassing te laten. Het dagelijks bestuur mag dus de openstaande boetevordering (zowel de recidiveboete als een wellicht nog openstaand bedrag in verband met de eerdere boete) in deze eerste drie maanden volledig met een eventueel bijstandsrecht verrekenen.
In eerste instantie was deze verrekening – gelijk nog steeds in de IOAW en IOAZ – als een verplichting opgenomen in de wet. De Kamer achtte echter - juist bij bijstandsverlening – het risico reëel dat zich situaties zouden kunnen voordoen waarbij de uiteindelijke totale maatschappelijke kosten beduidend hoger lagen dan het met deze invorderingsmethodiek bereikte resultaat. Reden voor de Kamer om de gemeente in dit kader meer handelingsvrijheid te geven, om juist in deze individuele situaties af te kunnen wijken van het principe. Vandaar dat bij de verrekening met de bijstand niet gesproken wordt over een plicht, maar over een bij verordening nader in te kaderen bevoegdheid.
In deze verordening is er voor gekozen om in lijn met deze bedoeling voor de eerste maand uit te gaan van het principe van volledige verrekening van de aanspraak op bijstand. In de tweede maand wordt de ruimte voor verrekening beperkt tot de helft van de aanspraak op bijstand en vanaf de derde maand wordt vervolgens de ruimte voor verrekening beperkt tot 20% van de aanspraak op bijstand. In artikel 3 worden de mogelijkheden benoemd om van dit principe af te wijken.
Artikel 3
In artikel 3 zijn een tweetal situaties benoemd waarin het dagelijks bestuur ondanks de in de wet opgenomen bevoegdheid toch de beslagvrije voet bij verrekening in acht neemt. De genoemde omstandigheden betreffen situaties die ook tijdens de parlementaire behandeling expliciet zijn benoemd.
Artikel 4 en 5
Behoeven geen nadere bespreking.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl