Beleidsregels WWB 2014

Geldend van 01-08-2025 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels WWB 2014

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht;

gelet op artikel 35 Wet werk en bijstand (WWB) en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

overwegende dat het college gehouden is aanvullende regels op te stellen inzake de uitvoering van de WWB;

b e s l u i t

vast te stellen de volgende:

Beleidsregels WWB 2014

Richtlijnen Handboek GripOp WWB (voorheen Handboek Schulinck)

W003 - Afspraken met cliënt over de gevolgen van het niet nakomen/ voortijdig afbreken van een re-integratie

Hiervoor wordt verwezen naar de maatregelen- of afstemmingsverordening, toegevoegd aan de gemeentelijke bijlagen bij dit Handboek.

W008 - Hulpverleningsinstellingen

Zorg

Instelling

Activiteiten

Schuldhulpverlening en budgetbegeleiding

• Kredietbank Nederland • Algemeen Maatschappelijk Werk • Schuldhulpverlening (Daniels & Dekkers)

• Minnelijk schuldsaneringtraject • Aanvraag WSNP • Budgetteringsadviezen • Periodieke betalingen • Financieel beheer • Voorlichting • Cursussen

Verslavingszorg

• RIAGG • Algemeen Maatschappelijk Werk • Leger des Heils

• Psychotherapie • Methadonproject • Dagopvang • Nachtopvang

B142 – Verkorte aanvraagprocedure na korte onderbreking bijstand

Er geldt een vereenvoudigde aanvraagprocedure in het geval dat een belanghebbende binnen zes maanden na beëindiging een hernieuwd beroep op bijstand doet. Een belanghebbende dient zich opnieuw bij het college te melden, maar het college hanteert een verkort intakeformulier en er worden minder gegevens opgevraagd.

Indien een belanghebbende minder dan 30 dagen voor de datum van melding nog recht op bijstand had, wordt dit recht niet geacht te zijn geëindigd en hoeft geen nieuwe aanvraag te worden gedaan. Dit vloeit voort uit artikel 45 WWB.

B006 – Locatie(s) indienen aanvragen

Alle aanvragen van mensen tot de pensioengerechtigde leeftijd worden ingediend bij de gemeente. Voordat iemand een aanvraag kan doen, dient deze zich eerst telefonisch bij Sociale Zaken te melden. Daarna wordt een aanvraagformulier toegezonden.

B169 – Het kunnen volgen van onderwijs

Hiervoor wordt verwezen naar de afzonderlijke beleidsregel, toegevoegd aan de gemeentelijke bijlagen bij dit Handboek.

B023 – Beleid inzake korten voorlopige teruggave

Ontvangen bedragen aan teruggave en voorlopige teruggave worden gekort, voor zover zij als middel in aanmerking genomen moeten worden en betrekking hebben op een periode waarin bijstand wordt verleend. Zie artikel 31 lid 1 WWB.

Voor zover een voorlopige teruggave in aanmerking moet worden genomen, wordt deze meteen (vanaf aanvang uitkering of de maand januari) op de uitkering gekort omdat de belanghebbende hierover redelijkerwijs kan beschikken. De klant wordt hierover geïnformeerd.

B034 – Procedure maandelijks inleveren ROF/inkomstenverklaring

Cliënten ontvangen maandelijks of periodiek een inkomstenformulier met hierop de periode vermeld waarop het inkomstenformulier betrekking heeft en tevens een inleverdatum. Het formulier zal volledig ingevuld, ondertekend en samen met de benodigde bewijsstukken voor de inleverdatum ingeleverd moeten zijn. De ingevulde formulieren en stukken kunnen ook gescand worden gemaild naar het e-mailadres van Sociale Zaken.

Als het formulier niet tijdig, dus na de uiterste inleverdatum is ingediend, ontvangt de cliënt een termijn van orde. Worden het formulier en de stukken dan nog niet tijdig ingeleverd, dan wordt een hersteltermijn gestuurd. Het rechtop uitkering wordt dan opgeschort. Wordt binnen de gestelde termijn aan de verplichting voldaan en worden het ingevulde en ondertekend formulier met de juiste gegevens tijdig ingeleverd, dan wordt de uitkering betaalbaar gesteld. Worden de stukken niet ontvangen, dan wordt de uitkering beëindigd en mogelijk wordt het recht op bijstand herzien. Tevens wordt dan een boete- onderzoek verricht.

B039 – Beleidsregels huisbezoek

Bij een aanvraag bijstand om levensonderhoud of om bepaalde vormen van bijzondere bijstand kan er een huisbezoek plaatsvinden. Het doel van het huisbezoek is respectievelijk vast te stellen of de woonsituatie en de gezinssituatie gelijk zijn aan hetgeen de aanvrager heeft vermeld op het inlichtingen- of aanvraagformulier, of om de noodzaak van de bijzondere bijstand vast te stellen.

Wanneer daartoe aanleiding is, bijvoorbeeld bij een vermoeden van fraude, kan de inkomensconsulent of de controleambtenaar ook tussentijds besluiten een huisbezoek af te leggen.

Huisbezoeken worden afgelegd door de inkomens- of re-integratieconsulent samen met de controleambtenaar. Na het huisbezoek maakt de controleambtenaar een rapportage op, die, wanneer van toepassing, vervolgens in de rapportage van de consulent wordt meegenomen.

Zie voor concrete voorschriften voor het afleggen van huisbezoeken het gemeentelijk "Protocol huisbezoeken" van mei 2013, toegevoegd aan de gemeentelijke bijlagen in dit handboek.

B166 – Waarschuwing i.p.v. bestuurlijke boete

Hiervoor wordt verwezen naar de afzonderlijke “Beleidsregel schending inlichtingenplicht”, zoals opgenomen in de gemeentelijke bijlagen in dit handboek.

B167 – Aanvullende criteria van omstandigheden die leiden tot verminderde verwijtbaarheid

Hiervoor wordt verwezen naar de afzonderlijke “Beleidsregel schending inlichtingenplicht”, zoals opgenomen in de gemeentelijke bijlagen in dit handboek.

B170 – Nadere regels bewijsopdracht

Geen richtlijn

B060 – Berekening hoogte algemene bijstand bij co-ouderschap

Co-ouderschap wordt slechts dan aanwezig geacht wanneer dit door de rechter is vastgesteld of als beide ouders over het co-ouderschap duidelijke (en langdurige) schriftelijke afspraken hebben gemaakt en deze afspraken daadwerkelijk nakomen. De feitelijke situatie is van belang. Bovendien dient de betreffende ouder minimaal gemiddeld twee volle etmalen per week daadwerkelijk de volledige zorg te hebben over het kind, hetgeen blijkt uit het verblijf van het kind in het gezinsverband van deze ouder. De co-ouderschapregeling is dus niet bedoeld voor de gevallen waarin het kind vrijwel altijd bij de ene ouder verblijft en slechts incidenteel bij de andere ouder. Over elk volledig etmaal wordt de co-ouder dan als alleenstaande ouder aangemerkt.

In geval er sprake is van co-ouderschap, is de zorg per definitie overwegend in gelijke mate verdeeld over beide ouders. Dat impliceert dat de kosten die voor het kind/de kinderen worden gemaakt, ook gelijkelijk over de ouders zijn of zouden moeten zijn verdeeld.

In geval van co-ouderschap moet in principe maatwerk worden toegepast. Echter omdat er van diverse vormen van verdeling sprake kan zijn, waarin ouders bijvoorbeeld afwijken in schoolvakanties, weekenden met feestdagen en dergelijke, kan het consequent toepassen van maatwerk in individuele gevallen voor praktische problemen zorgen. Ten behoeve van de uitvoerbaarheid en transparantie wordt daarom de stelregel aangehouden dat er in geval van co-ouderschap sprake is van een gelijke verdeling tussen de ouders. Dat betekent dat een co-ouder voor 50% recht heeft op de alleenstaande norm en voor 50% recht heeft op de alleenstaande-oudernorm, ook als dat afwijkt van de afspraken tussen de ouders.

In geval van bijzondere kosten ten behoeve van een kind met co-ouders, bijvoorbeeld de aanschaf van goederen op grond van een minimaregeling, kan er voor dezelfde kosten per kalenderjaar slechts door één van beide ouders een beroep op de regeling worden gedaan.

B062 –Moment aanvragen bijzondere bijstand (terugwerkende kracht)

[vervallen]

B063 Draagkrachtpercentages (nieuw toegevoegd 23-6-2015)  

Draagkracht

Tot 110% van de bijstandsnorm, die voor de belanghebbende(n) geldt, is er geen draagkracht. Is het inkomen van de belanghebbende(n) hoger dan 110% van de bijstandsnorm, dan is de draagkracht 40% van het meerdere.

Onder de bijstandsnorm wordt verstaan: de op grond van paragraaf 3.2 Participatiewet, op de belanghebbende van toepassing zijnde norm, verminderd met de op grond van paragraaf 3.3 Participatiewet, door het college vastgestelde verlaging.

Bij het bepalen van de op betrokkene(n) van toepassing zijnde norm wordt rekening gehouden met de kostendelersnorm.

 

Onder het inkomen wordt verstaan: het inkomen bedoeld in artikel 32 en artikel 33 van de Participatiewet. Dat betekent inclusief vakantietoeslag.

 

Vermogen

De draagkracht uit vermogen bedraagt 100% van het in aanmerking te nemen vermogen.

 

Uitzondering voor bijzondere bijstand voor algemene bestaanskosten

Als de bijzondere bijstand kosten betreft die gerekend moeten worden tot de algemene bestaanskosten (bijvoorbeeld woonkostentoeslag, inrichtingskosten, uitvaartkosten, verhuiskosten) bedraagt de draagkracht 100% van het inkomen boven de toepasselijke bijstandsnorm en geldt geen vermogensvrijlating. Dat wil zeggen dat bij dergelijke kosten het volledige vermogen dient te worden aangewend. Er moet wel rekening gehouden worden met 1 keer de maandnorm voor levensonderhoud (de toepasselijke bijstandsnorm plus toeslag inclusief vakantietoeslag). Dat wordt niet meegenomen.

B068 – Adresgegevens zorgverzekeraars

Menzis

Postbus 75000

7500 KC ENSCHEDE

T: 088 – 222 40 40

F: 053 – 485 32 99

www.menzis.nl/gemeente

gemeenten@menzis.nl

B070 – Standaard aanvullende of collectieve ziektekostenverzekering

[vervallen]

B073 – Brillen en contactlenzen

[vervallen]

B074 – Overig beleid inzake specifieke medische kosten

[vervallen]

B078 – Kosten rechtsbijstand

[vervallen]

B085 Maaltijdvoorziening (nieuw toegevoegd 1-7-2014)

[vervallen]

B086 – Verzorging en hulp

[vervallen]

B097 – Bijzondere bijstand voormalig alleenstaande ouders

Zie hiervoor de beleidsregels zoals toegevoegd aan de gemeentelijke bijlagen bij dit Handboek.

Let op: bij het berekenen van de hoogte van de bijzondere bijstand moet gebruik worden gemaakt van percentages van het netto Wettelijk Minimum Loon (WML).

B100 – Kosten kinderopvang (verwervingskosten)(ingetrokken 23-6-2015)

B146 – Berekening woonkostentoeslag eigenaren

[vervallen]

B154 – Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

[vervallen]

B159 Overbruggingsuitkeringen (nieuw toegevoegd 1-7-2014)

[vervallen]

Overbruggingsuitkering nieuwkomers

Aan nieuwkomers/vluchtelingen die een verblijfsstatus hebben gekregen en als direct gevolg daarvan recht hebben op algemene bijstand, wordt een overbruggingsuitkering om niet verleend. De overbruggingsuitkering heeft het karakter van algemene bijstand. De hoogte van de overbruggingsuitkering is gelijk aan de van toepassing zijnde norm en toeslag minus vakantietoeslag.

Zodra er een besluit wordt genomen om algemene bijstand toe te kennen, wordt ook de overbruggingsuitkering ambtshalve toegekend en uitbetaald.

V004 Marginale zelfstandigen (nieuw toegevoegd 1-7-2014)

Inleiding

Volgens constante jurisprudentie is het bijstandsgerechtigden met volledige arbeidsverplichtingen

toegestaan om zelfstandige werkzaamheden van bescheiden omvang te verrichten. Door het Ministerie van SZW zijn destijds voorwaarden geformuleerd waaraan men moet voldoen om de uitkeringsrechten niet in gevaar te laten komen. Om onbedoelde effecten te voorkomen is het zinvol om voor zelfstandige werkzaamheden op bescheiden schaal richtlijnen op te stellen.

Onder een zelfstandige wordt verstaan: iemand die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep.

 

Bescheiden schaal

Bedrijfs- of beroepsmatige activiteiten zonder dat sprake is van zelfstandigheid zijn toegestaan als het gaat om werkzaamheden van bescheiden omvang. Hieronder wordt verstaan dat de feitelijke werkzaamheden van de bijstandsgerechtigde, en mogelijke partner, in zijn totaliteit maximaal 1225 uur per jaar bedragen. Hierbij wordt aangesloten op de Belastingwetgeving en de Bbz-2004.

Indien de zelfstandige activiteiten zich ontwikkelen tot een meer dan bescheiden omvang, dienen ze tot deze proporties te worden teruggebracht of kan, bij gebleken levensvatbaarheid, de belanghebbende een beroep doen op de starterfaciliteiten ingevolge het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz-2004).

De belanghebbende moet volledig reëel beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt. Deze verplichting wordt onvoorwaardelijk opgelegd. De artikelen 9 en 10 van de WWB zijn dus onverkort van toepassing.

 

Toestemming vragen

Belanghebbenden die in bescheiden omvang werkzaamheden voor eigen rekening en risico gaan uitvoeren, moeten hiervan Sociale Zaken in kennis stellen. Dit is nodig omdat:

  • 1.

     aan de hand van de criteria beoordeeld moet worden of er inderdaad sprake is van een bescheiden omvang;

  • 2.

    aan de zelfstandige activiteiten voorwaarden gesteld moeten worden;

  • 3.

     nauwkeurige afspraken gemaakt moeten worden over de verantwoording en verrekening van verdiensten.

Voorwaarden:

De belanghebbende die losse werkzaamheden wil doen moet voldoen aan de volgende regels:

  • 1.

    de belanghebbende moet als werkzoekende ingeschreven staan en blijven bij het UWV werkbedrijf;

  • 2.

    de belanghebbende moet volledig beschikbaar zijn voor arbeid in loondienst, de zelfstandige activiteiten mogen geen belemmering zijn om werk in loondienst te aanvaarden;

  • 3.

    de belanghebbende moet actief solliciteren, werken aan een structurele oplossing, klussen zijn vaak incidenteel;

4. de belanghebbende moet gebruik maken van een aangeboden voorziening gericht op

arbeidsinschakeling;

  • 5.

    de belanghebbende moet algemeen geaccepteerde arbeid aanvaarden;

6 de belanghebbende krijgt toestemming om tijdelijk zelfstandige activiteiten te verrichten. Voor de duur van in beginsel een half jaar wordt vastgelegd om welke activiteiten het gaat, hoe ze plaatsvinden en waar deze plaatsvinden;

  • 7.

    de belanghebbende mag niet meer dan gemiddeld maximaal 102 uur per maand aan zelfstandige activiteiten besteden, omdat er anders sprake is van een hoofdtaak en men steeds moeilijker een baan zal aanvaarden. Indien beide partners deelnemen aan de activiteiten als zelfstandige mag het totaal van de in de onderneming gewerkte arbeidstijd ook niet meer bedragen dan maximaal 102 uur gemiddeld op maandbasis;

  • 8.

    er moet worden voldaan aan de wettelijk gestelde vestigingsvereisten. Dit betekent dat de zelfstandige activiteit ingeschreven moet staan in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel (verplicht op grond van de Handelsregisterwet) en dat men niet op enige wijze in strijd zal handelen met wet- en regelgeving zoals bijvoorbeeld het bestemmingsplan, vergunningsvereisten, etc.;

  • 9.

    kosten die direct in relatie staan met de verkregen opbrengsten kunnen hierop in mindering worden gebracht. Bij twijfel is het oordeel van het Bureau Zelfstandige of een andere organisatie die het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) namens het college uitvoert, doorslaggevend;

  • 10.

    de bedrijfskosten moeten in een reële verhouding tot de omzet staan;

  • 11.

    de belanghebbende moet zelfstandige werkzaamheden snel kunnen beëindigen en geen langdurige verplichtingen of contracten aangaan;

  • 12.

    de belanghebbende dient een goede boekhouding/administratie te voeren voor fiscus en gemeente;

  • 13.

    de belanghebbende dient de in de branche gebruikelijke prijzen of tarieven te hanteren in verband met concurrentievervalsing.

 

Overige voorwaarden

  • 14.

    de belanghebbende kan als marginaal zelfstandige geen beroep doen op een voorbereidingskrediet en op begeleiding (dit kan alleen in een voorbereidingstraject of de prestartfase);

15 de belanghebbende kan geen bedrijfskrediet verkrijgen; alleen als echte starter/ zelfstandige.

 

Gebruikelijke prijzen

De marginale zelfstandige moet normale, branchegebruikelijke marktprijzen hanteren en geen extreem hoge bedrijfskosten zoals met name promotie- en reclamekosten opvoeren. Daarnaast moet het ondernemen een inkomen opleveren. Bij het hanteren van de inkomstenkorting wordt uitgegaan van de gebruikelijke prijzen en kosten.

 

Boekhouding

Om de inkomsten uit zelfstandige arbeid van bescheiden omvang te kunnen vaststellen, moet de

belanghebbende een deugdelijke boekhouding voeren.

De fiscus accepteert de boekhouding van deze categorie “zelfstandigen” wanneer uit deze boekhouding de inkomsten en uitgaven kunnen worden afgeleid. Een boekhouding opgesteld door een deskundige boekhouder is niet beslist noodzakelijk. Uitgangspunt is dat vermelde bedragen controleerbaar zijn. Daarnaast moeten de opgevoerde onkosten in verhouding staan tot de te verwerven inkomsten. Bij een negatief bedrijfsresultaat kan nimmer aanvullende bijstand worden verstrekt.

 

Wat hoort bij een administratie

In principe kan gesteld worden dat alle gegevens over de onderneming die vastgelegd zijn op papier of elektronische vorm behoren tot een administratie.

Enkele, niet limitatieve, voorbeelden zijn:

- kasboek, dus ook aantekeningen en kassabonnen

- in- en verkoopboek

- ontvangen facturen en kopieën van verzonden facturen (tevens BTW verplichting)

- bank- en giro afschriften

- contracten, overeenkomsten en alle andere afspraken

- agenda’s en afsprakenboeken

- software en databestanden

Voor de BTW dient uit de administratie duidelijk te blijken hoeveel BTW er afgedragen moet worden. Dit betekent in de praktijk dat alle uitgaven, inkomsten, ontvangen en verzonden facturen en het privé gebruik van goederen en diensten, per tijdvak overzichtelijk bijgehouden dienen te worden. Deze overzichten dienen ter beschikking gesteld te worden aan de Belastingsdienst. Het team Sociale Zaken kan deze overzichten uiteraard ook gebruiken om de daadwerkelijke inkomsten te controleren en indien nodig in mindering te brengen op de uitkering.

Dus als een marginale ondernemer een BTW nummer heeft kan hem dan al de verplichting opgelegd worden de door de Belastingsdienst verlangde stukken in kopie te zenden naar het team Sociale Zaken.

Tevens dient er een urenadministratie bijgehouden te worden van die uren die de ondernemer en zijn (fiscale) partner aan de onderneming besteden. Namelijk de zelfstandigenaftrek en de meewerkaftrek zijn afhankelijk van het aantal uren dat aan een onderneming wordt besteed.

Op de fiscale aangifte(n) mag geen zelfstandigenaftrek voorkomen (fiscale regeling welke geldt voor een zelfstandige welke 1225 uren of meer per jaar als zelfstandige arbeid verricht). In dat geval merkt de belanghebbende fiscaal gezien zichzelf aan als ondernemer en heeft daarmee geen recht op WWB, en is de beoordeling Bbz-2004 van toepassing.

Bij de aanvraag en het heronderzoek, dienen de jaarstukken (balans en een winst- en verliesrekening) en een kopie van de aangifte inkomstenbelasting en premies volksverzekering van het voorafgaande jaar te worden overgelegd.

Inkomstenkorting

Aan de marginale zelfstandige wordt uitkering om niet toegekend. Bij beschikking dient altijd vermeld te worden dat de uitkering (ingevolge artikel 58 tweede lid onderdeel e WWB) teruggevorderd zal worden als op basis van de uiteindelijke bedrijfsresultaten volgens het boekhoudverslag, het inkomen hoger is geweest dan waarmee rekening is gehouden.

Maandelijks wordt een (voorlopige) inkomstenkorting toegepast gebaseerd op basis van een schriftelijke verklaring van de marginale ondernemer zelf.

Voor de vaststelling van het netto inkomen uit bedrijf/ zelfstandig beroep bij de marginale zelfstandige wordt het forfaitaire percentage waarop de verschuldigde inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen moet worden gesteld bij de bijstandsverlening aan een zelfstandige ex artikel 6 van het Bbz-2004 ook hier gehanteerd.

 

Bedrijfskosten

Bij het vaststellen van het inkomen zal, hoewel dit niet altijd eenvoudig zal zijn, met name gekeken worden naar de bedrijfskosten. Voor een eenduidige benadering wordt hieronder ingegaan op een aantal kostenposten. De kosten moeten aannemelijk gemaakt kunnen worden aan de hand van rekeningen, kwitanties en giro/ bankafschriften.

- Afschrijvingen: Hoewel deze post vaak op de balans is terug te vinden wordt hij voor de marginale

zelfstandige niet geaccepteerd. Het betreft immers geen echte kostenpost (anders indirect bijstand in

bedrijfsmiddelen). Als het goed is zou daar een post reservering tegenover moeten staan maar daar is veelal geen sprake van. Er ontstaat pas een echte kostenpost als er daadwerkelijk nieuwe spullen

worden aangeschaft.

- Kosten van bedrijfsleningen, waaronder rentekosten: hier wordt geen rekening mee gehouden omdat daarmee indirect bijstand voor schulden of bedrijfskapitaal zou worden verleend.

- Personeelskosten: Het aannemen van personeel past niet in de activiteiten van bescheiden omvang. Wanneer deze kostenpost in een financiële verantwoording voorkomt kan dit niet worden geaccepteerd.

- Vervoerskosten: alleen zakelijke vervoerskosten worden geaccepteerd en worden vastgesteld op de noodzakelijke daadwerkelijke kosten. Bij een noodzaak van een eigen auto wordt voor de aftrek (alleen voor de aftrek van zakelijke kilometers) aansluiting gezocht bij de fiscale regelgeving van artikel 3.15 zesde lid van de Wet Inkomstenbelasting (0,19 eurocent per km, norm 2010).

 

Vermogen

Daar een marginale zelfstandige niet kan worden beschouwd als een zelfstandige in de zin van het Bbz-2004, zijn de vermogensbepalingen ingevolge de WWB van toepassing.

Sociale Zaken beziet eventueel vermogen niet als bedrijfsvermogen en wordt dus niet, zoals bij zelfstandigen, vrijgelaten.

 

Fiscale verplichtingen

De in aanmerking genomen netto winst is in werkelijkheid bruto inkomen.

 

Rapportage en beschikking

De consulent maakt aan de hand van het verrichte onderzoek een rapport en advies. Bij een positief advies op de aanvraag ontvangt de belanghebbende een beschikking waarin de voorwaarden en de wijze van verantwoording staan vermeld, zoals niet concurrentievervalsend werken, voldoen aan de wettelijke verplichtingen, het bijhouden van een boekhouding.

Als een aanvraag om werkzaamheden van bescheiden omvang te mogen verrichten wordt afgewezen, moet achteraf worden gecontroleerd of de belanghebbende zich aan die afwijzing houdt. De afwijzing moet per beschikking aan de belanghebbende worden medegedeeld.

Niet voldoen aan voorwaarden, verlaging

Wanneer de belanghebbende niet langer voldoet aan de voorwaarden om tijdelijk als marginaal zelfstandige in aanmerking te komen, dan dient hij aan de hand van een administratie te verantwoorden hoe hoog zijn inkomsten waren. Kan hij de inkomsten niet verantwoorden, dan kan het recht op uitkering niet worden vastgesteld en zal het recht op uitkering worden ingetrokken. Zonder toestemming kunnen de kosten van de bedrijfsvoering niet meer op de omzet in mindering worden gebracht en dienen de volledige opbrengsten op de uitkering in mindering te worden gebracht. Voorts dient te worden beoordeeld in hoeverre hij zijn arbeidsverplichtingen nakomt. Wanneer de belanghebbende zich niet volledig beschikbaar houdt voor werk in dienstbetrekking en/ of overige arbeidsverplichtingen niet nakomt, dan dient een maatregel te worden overwogen. Eventueel kan worden beoordeeld in hoeverre de belanghebbende voldoet aan de voorwaarden om voor een Bbz-uitkering in aanmerking te komen.

Herbeoordeling

De toestemming voor het verrichten van werkzaamheden als marginaal zelfstandige wordt in principe per beschikking verleend voor twee jaar. Een half jaar na deze beschikking zal op basis van een (incidenteel) heronderzoek beoordeeld worden of men voldoet aan de criteria en voorwaarden.

Elk jaar wordt een heronderzoek uitgevoerd. Naast een juiste beoordeling van de criteria, voorwaarden en de boekhoudgegevens komen de toekomstperspectieven ter sprake. Er wordt beoordeeld of er mogelijkheden zijn om uit te stromen naar het zelfstandig ondernemerschap of dat belanghebbende zich breder op de arbeidsmarkt beschikbaar moet stellen of dat om- of bijscholing aan de orde is. Na twee jaar dient herbeoordeling van toestemming plaats te vinden.

Eén van de opgelegde voorwaarden die opgenomen is in de beschikking m.b.t. de toestemming om als marginaal zelfstandige te worden aangemerkt, is dat er jaarlijks een boekhouding aan Sociale Zaken moet worden overhandigd. In de praktijk blijkt dit nogal eens vergeten te worden, daarom wordt in de maand maart van ieder jaar een brief ter herinnering verzonden. De consulent is

verantwoordelijk voor de planning.

Als uiterlijke inleverdatum wordt 1 juli van ieder kalenderjaar gehanteerd.

Tijdens de controle wordt beoordeeld of nog steeds wordt voldaan aan de criteria van bescheiden omvang. Wanneer niet langer sprake is van werkzaamheden van bescheiden omvang wordt een keuze gemaakt:

- de belanghebbende gaat een commercieel bedrijf opzetten (doorstarten) eventueel op basis van dezelfde activiteiten. Wanneer iemand na overleg hiertoe besluit, kan hij ondersteund worden in het kader van het Bbz-2004 (bijvoorbeeld middels de voorbereidingsperiode);

- de belanghebbende brengt zijn activiteiten terug tot bescheiden omvang.

Wanneer de toestemming voor zelfstandige werkzaamheden op bescheiden schaal wordt ingetrokken en de belanghebbende niet langer aangemerkt wordt als marginale zelfstandige maar als "echte zelfstandige" zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel b Bbz-2004, dan wordt de bijstand beëindigd. Alleen bijstandsverlening met toepassing van het Bbz-2004 is dan een mogelijke optie.

Boete bij schending inlichtingenverplichting Wanneer niet wordt voldaan aan de inlichtingenplicht om volledige informatie te verstrekken (artikel 17 WWB), bijvoorbeeld met betrekking tot de boekhoudgegevens, dan wordt een boeteprocedure opgestart.

Beëindiging

Wordt niet voldaan aan de bij de beschikking opgelegde verplichting volledige informatie te verstrekken (artikel 17 WWB), bijvoorbeeld met betrekking tot de boekhoudgegevens, dan wordt de uitkering op de gebruikelijke wijze beëindigd, omdat het recht op bijstand niet langer kan worden vastgesteld.

V023 – Kinderopvang voor sociaal-medisch geïndiceerden

Betreft een vervallen richtlijn: zie hiervoor richtlijn B100 en de afzonderlijke beleidsregel, toegevoegd aan de gemeentelijke bijlagen bij dit Handboek.

Citeertitel; inwerkingtreding

  • 1.

    Deze regeling kan worden aangehaald als: Beleidsregels WWB 2014.

  • 2.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 3 september 2013,

De secretaris, De burgemeester,