VOORSCHRIFTEN VOOR HET AANBRENGEN VAN GRAFBEDEKKING EN GRAFKELDERS EN VOOR HET PLAATSEN VAN LOSSE VOORWERPEN

Geldend van 15-07-2026 t/m heden

Intitulé

VOORSCHRIFTEN VOOR HET AANBRENGEN VAN GRAFBEDEKKING EN GRAFKELDERS EN VOOR HET PLAATSEN VAN LOSSE VOORWERPEN

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland;

gelet op artikel 6 lid 5, artikel 10 lid 5 en artikel 14 lid 7 en 16 lid 6 van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Schouwen-Duiveland 2016;

besluit vast te stellen:

Voorschriften voor het aanbrengen van grafbedekking, grafkelders en voor het plaatsen van losse voorwerpen

(Nadere regels in de zin van artikel 6 lid 5, artikel 10 lid 5 en artikel 14 lid 7 van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Schouwen-Duiveland 2016)

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    De in artikel 1 van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2016 genoemde begripsomschrijvingen zijn ook voor deze voorschiften van toepassing.

  • 2.

    Waar in deze voorschriften sprake is van de Beheersverordening, wordt daarmee bedoeld de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2016.

Artikel 2 Indeling en uitgifte graven op de begraafplaatsen

  • 1.

    De algemene enkele graven zijn graven, uitgegeven voor vijftien jaren danwel tien jaren, bestemd voor het begraven van één lijk.

  • 2.

    De particuliere enkele graven, uitgegeven voor dertig jaren, bestemd voor het begraven van één lijk. In een particulier enkel graf kunnen maximaal vier asbussen met of zonder urn worden bijgezet.

  • 3.

    De algemene dubbele graven zijn graven, uitgegeven vijftien jaren danwel tien jaren, bestemd voor het boven elkaar begraven van ten hoogste twee lijken.

  • 4.

    De particuliere dubbele graven zijn graven, uitgegeven voor dertig jaren, bestemd voor het boven of naast elkaar begraven van ten hoogste twee lijken. In een particulier dubbel graf waarin twee lijken naast elkaar zijn begraven, kunnen maximaal acht asbussen met of zonder urn worden bijgezet, met een maximum van vier asbussen per grafruimte. In een particulier dubbel graf waarin twee lijken boven elkaar zijn begraven (dubbeldiep graf) kunnen maximaal vier asbussen met of zonder urn worden bijgezet.

Artikel 3 Particuliere graven met verlopen rechten

De particuliere graven kunnen, na het verlopen van de verlengingstermijn, opnieuw uitgegeven worden aan een rechthebbende voor tien jaren.

Artikel 4 De bezorging van as

  • 1.

    De particuliere urnenruimten zijn urnenplaatsen boven of onder de grond, uitgegeven voor dertig jaren,bestemd voor het bijzetten van ten hoogste twee asbussen met of zonder urnen.

  • 2.

    De particuliere urnennissen zijn urnennissen, uitgegeven voor dertig jaren, bestemd voor het bijzetten van ten hoogste zes asbussen met of zonder urnen.

  • 3.

    Een waterurn wordt geplaatst op een particuliere urnenplaatsen bestemd voor as van ten hoogste twee personen.

Artikel 5 Verbod bijzetting

Het bijzetten van asbussen in of op een particulier graf of graven, het bijzetten van asbussen in of op een algemeen graf of algemene graven, alsmede het bijzetten van waterurnen op particuliere of algemene graven is niet toegestaan.

Artikel 7 Grafoppervlak

  • 1.

    De afmeting van de graven bedraagt 2.20 m. x 1.20 m.

  • 2.

    De afmeting van de urnenplaatsen bedraagt 1.00 m. x 1.00 m.

  • 3.

    De afmeting van de kindergraven bedraagt maximaal 2.20 m. x 1.20 m.

Artikel 8 Aanvraag vergunning

  • 1.

    Bij de schriftelijke aanvraag voor vergunning tot het hebben van een grafbedekking voor graven, urnenruimten en urnennissen behoort een werktekening te worden ingediend.

  • 2.

    Op deze werktekening dienen tenminste voor te komen:

  • een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte-, breedte-, dikte- en lengtematen;

  • de soort, kleur en bewerking van het te gebruiken materiaal;

  • de vermelding of de letters en dergelijke ingehakt, opgehakt of van metaal zijn;

  • de woordindeling van het opschrift en de plaats van de figuratie(s);

  • de soort van het materiaal van de fundering en de wijze van bevestiging van het gedenkteken daarop.

Artikel 9 Gedenktekens

  • 1.

    Voor de gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, corrosiebestendig metaal, glas, keramiek, duurzame kunststoffen of een verduurzaamde houtsoort.

  • 2.

    De fundatie van gedenktekens moet zodanig zijn, dat verzakken, scheeftrekken of omvallen ervan voorkomen wordt. Onder de fundatie dient op iedere hoek een ondersteuning te worden aangebracht in de vorm van een perkoenpaal van 160 x 12 cm.

  • 3.

    Wanneer een gedenkteken uit meerdere onderdelen bestaat, worden deze vast aan het gedenkteken verbonden en/of afzonderlijk bevestigd of gefundeerd.

  • 4.

    Het grafnummer moet duidelijk en deugdelijk worden aangebracht rechts onderaan de achterzijde van het gedenkteken.

  • 5.

    De lengte en de breedte van het gedenkteken zijn maximaal 2.00 m x 0.90 m en de hoogte mag maximaal 1.00 m bedragen.

  • 6.

    Het is verboden door middel van grafbedekking en andere voorwerpen en de bereikbaarheid van

  • 7.

    naastgelegen graven te belemmeren.

Artikel 10 Gedenktekens op algemene graven

  • 1.

    De lengte en de breedte van het gedenkteken op een dubbel algemeen graf boven elkaar mogen maximaal 0.80 m. x 1.00 m. bedragen. Gedenkstenen op deze graven mogen alleen liggend geplaatst worden.

Artikel 11 Gedenktekens op strooivelden

Op of bij een strooiveld zijn geen gedenktekens of het plaatsen van losse voorwerpen toegestaan.

Artikel 12 Grafkelders

  • 1.

    De grafkelder is voorzien van betonnen binnenring en afdekplaat.

  • 2.

    Bij plaatsing wordt rekening gehouden met een afstand van minimaal tien centimeter tussen de bovenzijde van de afdekplaat en het maaiveld.

Artikel 13 Aanvraag plaatsing gedenktekens/grafkelders

Bij de aanvraag van de vergunning op grond van artikel 14 van de Beheersverordening worden (voor zover van toepassing) de volgende gegevens verstrekt op een werktekening:

  • a.

    De maten (lengte, breedte, hoogte en/of doorsnee) van het gedenkteken;

  • b.

    Een boven-, voor- en zijaanzicht;

  • c.

    Het te gebruiken materiaal, inclusief soort, kleur en bewerking

  • d.

    De belettering en/of afbeelding(-en) en de wijze waarop deze wordt aangebracht;

  • e.

    De woordindeling van het opschrift en de plaats van de afbeelding(-en);

  • f.

    Het te gebruiken materiaal van de fundering en de wijze waarop het gedenkteken daarop wordt bevestigd;

  • g.

    De locatie (grafnummer) waarvoor het gedenkteken is bedoeld.

Artikel 14 Losse voorwerpen

  • 1.

    Het is op of bij alle graven en urnengraven verboden losse voorwerpen te plaatsen die weg kunnen waaien.

  • 2.

    Op, in, of bij de urnenmuur en op en naast het strooiveld zijn alle losse voorwerpen verboden.

Artikel 15 Beplanting

  • 1.

    Alleen kruidachtige beplanting mag worden aangebracht, na overleg met de beheerder.

  • 2.

    De kruidachtige gewassen die op de graven worden geplant mogen bij volle wasdom de voor het graf beschikbare oppervlakte niet overschrijden of moeten door besnoeiing binnen de oppervlakte worden gehouden.

  • 3.

    Op een graf kunnen potplanten en bloemen in vazen worden geplaatst. Het is toegestaan op een graf, bij een urnengraf losse bloemen te leggen.

  • 4.

    Wat betreft de urnenmuur op de begraafplaats te Zierikzee en het oude gedeelte van de begraafplaats te Burgh-Haamstede is het toegestaan bloemen te plaatsen in de door de gemeente beschikbaar gestelde vaasjes.

  • 5.

    Voor de urnenmuur op het nieuwe gedeelte van de begraafplaats te Burgh-Haamstede kan door de rechthebbende een vaas (no 5885) besteld worden bij Timmerman Natuursteen te Nieuwerkerk. Het is toegestaan deze aan de linkerzijde van de nis te laten bevestigen. Bij een tweetal nissen naast elkaar worden de beide vazen aan de buitenzijde bevestigd. De kosten komen ten laste van de aanvrager.

Artikel 16 Lijkomhulsels

  • 1.

    Een lijk mag uitsluitend worden begraven wanneer het lijkomhulsel voldoet aan het gestelde in het Besluit op de lijkbezorging, paragraaf 3, artikel 3 en 4.

  • 2.

    Bij de vervaardiging van lijkkisten zijn voor de onderdelen of bewerkingen kunststoffen of toepassingen van kunststof toegelaten wanneer zij voldoen aan de gestelde eisen in de bijlage van de voorschriften.

  • 3.

    Andere omhulsels dan lijkkisten en lijkhoezen die op het doel van begraven of verbranden zijn afgestemd, zijn toegestaan bij begraven of verbranden mits zij voldoen aan de gestelde eisen van doorlatendheid voor lucht en biologische afbreekbaarheid voor zover deze omhulsels dan wel onderdelen daarvan niet verwijderd worden voorafgaand aan het begraven of verbranden.

Artikel 17 Afwijken

Burgemeester en wethouders kunnen, indien daar gewichtige redenen voor zijn, afwijken van deze voorschriften.

Artikel 18 Inwerkingtreding

Deze voorschriften treden in werking op het moment dat de Verordening tot 1e wijziging van de Beheersverordening begraafplaatsen Schouwen-Duiveland 2016 in werking treedt.

Ondertekening

Burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland hebben op 17 november 2020 besloten,

M.K. van den Heuvel, Secretaris

J.Chr. van der Hoek MBA, Burgemeester

Bijlage artikel 16 Lijkomhulsels

a. Spaanplaat:

Verlijmde houtspaanders/houtvezels. Het spaanplaat bevat niet meer dan 10 mg vrij of gemakkelijk vrij te maken formaldehyde per 100 gram plaatmateriaal. Gemeten met de fotometrische methode is dit 8 mg formaldehyde per 100 gram droog plaatmateriaal (normuitgave NEN-EN 120 uit 1991).

b. Lijm:

Verwerkt in houtspaanplaat: ureumformaldehyde-lijm of isocyanaat-lijm; verwerkt in schottenlijm: ureumformaldehyde-lijm en/of PVAC-lijm; verwerkt in perslijm: PVAC lijm - polyvinylacetaat; verwerkt in constructielijm: PVAC lijm - polyvinylacetaat.

c. Lak:

Nitrocelluloselak dan wel een combinatielak van nitrocellulose, alkydharsen, en -eventueel -polyesterharsen.

d. Handgrepen, sierschroeven en andere ornamenten:

Handgrepen, ornamenten en accessoires van graf- en crematiekisten dienen uitgevoerd te worden in vergankelijk materiaal, dan wel van buitenaf verwijderd te kunnen worden.

e. Hoofdkussen of hoofdsteun:

Zak van vergankelijk materiaal gevuld met houtkrullen of kartonnen hoofdsteun.

f. Binnenbekleding:

Niet geïmpregneerd papier aan de binnenkant van de deksel en de wanden; katoen, zijde, rayon, of cellulose-acetaat dan wel een mengsel van genoemde stoffen, en wel zo dat de stof van de binnenbekleding niet in één stuk over de bodem en wanden van de kist wordt gespreid, maar dat voor de bodem een los stuk stof wordt gebruikt.

g. Bodembedekking:

Niet-geïmpregneerd papier op de bodem, al dan niet voorzien van een extra celstof onderlegger.

h. Print en kantenband:

Basispapier op edelcellulosebasis met anorganische pigmenten.

Materiaal voor lijkhoezen dient aan de volgende eisen te voldoen:

a. Doorlaatbaarheid

  • Van water:

Gedurende zeven dagen voortdurend contact met water van 5°C en 20°C bij pH = 7,0 mag het materiaal niet meer dan 1 mg vloeibaar water per vierkante meter per uur doorlaten, gemeten volgens norm DIN 53122 of een vergelijkbare norm.

  • Van gas:

Na veertien dagen mag de doorlaatbaarheid voor gasvormig kooldioxide, gemeten volgens norm DIN 53122 of een vergelijkbare norm, niet minder zijn dan 150 ml per vierkante meter per uur en voor zuurstof niet minder dan 200 ml per vierkante meter per uur.

b. Mechanische eigenschappen

Treksterkte:

  • De treksterkte van het materiaal en van de lasverbindingen mag niet minder bedragen dan 1 N per

millimeter, gemeten volgens norm DIN 53455 of een vergelijkbare norm.

  • Vouwbestendigheid:

Als het materiaal wordt dubbelgevouwen en de vouw gedurende dertig minuten wordt belast bij een druk van 5 N per vierkante centimeter, mag het materiaal in de vouw geen scheur vertonen.

c. Vorm

Gedurende twee jaar opslag bij 20°C mag de krimp in de lengte- en breedterichting niet meer dan 10% bedragen, gemeten volgens norm ASTM: D 2732-83 of een vergelijkbare norm.

d. Biologische afbreekbaarheid

Het materiaal van de lijkhoezen dient binnen 90 dagen voor meer dan 98% te worden afgebroken, gemeten volgens norm ASTM: D 5338-92 of een daarmee vergelijkbare norm.

Daarnaast dienen uit de lijkhoezen, zowel bij de biologische afbraak als bij crematie, geen schadelijke stoffen vrij te komen. Voor zware metalen (Pb, Cr, Ni, Cu, Cd, Zn) en gechloreerde koolwaterstoffen dient voldaan te worden aan de Duitse Bundesgütegemein-schaft-norm RAL GZ 251 of een daaraan gelijk te stellen norm. Voor de bepaling hiervan dient gebruik te worden gemaakt van de norm ASTM: D 5152-91 of een vergelijkbare norm.