Verordening kabels en leidingen Utrecht 2013

Geldend van 04-07-2013 t/m heden

Intitulé

Verordening kabels en leidingen Utrecht 2013

Verordening kabels en leidingen Utrecht 2013(raadsbesluit van20 juni 2013)

De raad van de gemeente Utrecht;

gelet op:

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 5.4, vierde lid, van de Telecommunicatiewet;

BESLUIT

vast te stellen de volgende

VERORDENING kabels en leidingen Utrecht 2013

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • -

    huisaansluiting: de niet met andere kabels of leidingen samengebonden delen van kabels of leidingen die een verbinding vormen tussen een net dat naar zijn aard voor aansluiting van huishoudens wordt opengesteld, en één onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdeel a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken;

  • -

    kabels en leidingen: één of meer kabels of leidingen, daaronder mede begrepen lege buizen, ondergrondse en bovengrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie;

  • -

    openbare gronden: a. openbare wegen met inbegrip van de daartoe behorende stoepen, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere werken;

    • b.

      wateren met de daartoe behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen, die voor eenieder toegankelijk zijn;

  • -

    spoedeisende werkzaamheden: dringende reparatiewerkzaamheden die géén uitstel dulden.

  • -

    werkzaamheden van niet ingrijpende aard: werkzaamheden aan het netwerk met een tracélengte van minder dan 25 m., uitgezonderd:

    • §

      de plaatsing van handholes,

    • §

      het verrichten van boringen en/of persingen,

    • §

      spoedeisende werkzaamheden, en

    • §

      het aanbrengen of verwijderen van kabels in en vanuit reeds aangebrachte voorzieningen.

  • -

    een BLVC-plan: een plan om de bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie tijdens de uitvoering van een project te waarborgen.

Artikel 2 Coördinatie van werkzaamheden
  • 1. Burgemeester en wethouders zijn belast met de coördinatie van werkzaamheden in of op openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen.

  • 2. Bij deze coördinatie worden mede betrokken andere werkzaamheden in of op openbare gronden.

Artikel 3

Hoofdstuk 2 is van toepassing op werkzaamheden in of op openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen, met uitzondering van werkzaamheden die onder de reikwijdte van hoofdstuk 3 vallen.

Artikel 4

Hoofdstuk 3 is van toepassing op werkzaamheden in of op openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van:

  • a.

    kabels als bedoeld in artikel 1.1, onder z, van de Telecommunicatiewet, die ten dienste staan van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1, onder h, van de Telecommunicatiewet; en

  • b.

    ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken als bedoeld in artikel 5.15 van de Telecommunicatiewet.

Artikel 5 Nadere regels
  • 1.Burgemeester en wethouders stellen nadere regels vast met betrekking tot onder andere:

  • a. de wijze waarop zij werkzaamheden in of op openbare gronden coördineren;

  • b. de eisen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen;

  • c. de redelijke eisen van welstand als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Woningwet;

    2.De nadere regels worden opgenomen in een gemeentelijk Handboek kabels en leidingen.

Hoofdstuk 2 Werkzaamheden inzake kabels en leidingen, uitgezonderd kabels ten dienste van een openbaar elektronische telecommunicatienetwerk

Artikel 6 Verbodsbepaling
  • 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning werkzaamheden uit te voeren in of op openbare gronden inzake de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels en leidingen.

  • 2. Het verbod geldt niet voor zover in het onderwerp daarvan wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement of de Waterschapskeur.

  • 3. Het verbod geldt voorts niet voor spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing indien de werkzaamheden schriftelijk zijn gemeld aan de burgemeester of aan een daartoe door hem gemachtigd ambtenaar binnen één dag na de start van de werkzaamheden.

  • 4. Ingeval de openbare orde of gevaar dan wel de vrees voor het ontstaan van gevaar zich verzet tegen de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden kan de burgemeester besluiten dat de werkzaamheden, bedoeld in het derde lid op een ander dan het voorgenomen tijdstip plaatsvinden.

  • 5. Het besluit wordt onverwijld na het tijdstip van ontvangst van de melding genomen.

  • 6. (Gereserveerd).

  • 7. Degene die werkzaamheden overeenkomstig het derde lid heeft uitgevoerd, verstrekt binnen acht weken na beëindiging van de werkzaamheden een uitvoeringsverslag aan burgemeester en wethouders.

  • 8. Het uitvoeringsverslag omvat in ieder geval:

    • a.

      een omschrijving van de kabels en leidingen die zijn aangelegd, in stand gehouden of opgeruimd;

    • b.

      een omschrijving van de werkzaamheden die zijn uitgevoerd; en

    • c.

      een aanduiding van de spoedeisende aard van de werkzaamheden.

Artikel 7 Beslistermijnen
  • 1. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag voor een vergunning binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  • 2. Indien het werkzaamheden van niet ingrijpende aard betreft beslissen burgemeester en wethouders, in afwijking van het eerste lid, binnen twee werkdagen na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  • 3. Paragraaf 4.1.3.3, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

Artikel 8 Weigeringgronden

De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden geweigerd in het belang van:

  • a.

    de openbare orde;

  • b.

    de openbare veiligheid;

  • c.

    het voorkómen of beperken van overlast;

  • d.

    de bereikbaarheid van gronden en gebouwen;

  • e.

    de ondergrondse ordening.

Artikel 9 Voorschriften
    • 1.

      Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden.

    • 2.

      De voorschriften kunnen slechts betrekking hebben op:

  • a. de plaats van de werkzaamheden;

  • b. het tijdstip van de werkzaamheden, met dien verstande dat het toegestane tijdstip van aanvang, behoudens zwaarwichtige redenen van publiek belang, niet later mag liggen dan twaalf maanden na de datum van verlening van de vergunning;

  • c. de wijze van uitvoering van de werkzaamheden;

  • d. het bevorderen van medegebruik van voorzieningen;

  • e. het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken.

Artikel 10 Gegevensverstrekking
    • 1.

      Bij de aanvraag voor een vergunning wordt een uitvoeringsplan gevoegd.

    • 2.

      Het uitvoeringsplan omvat in ieder geval:

  • a. een omschrijving van de kabels en leidingen die worden aangelegd, in stand gehouden of opgeruimd, alsmede een omschrijving van de voorzieningen die worden medegebruikt of voor medegebruik worden aangelegd;

  • b. een omschrijving van de werkzaamheden die worden uitgevoerd;

  • c. de contactgegevens van degene onder wiens verantwoordelijkheid de werkzaamheden worden verricht, inclusief een contactgegeven dat gedurende de uitvoering van de werkzaamheden de gehele dag bereikbaar zal zijn;

  • d. een opgave van het voorgenomen tijdvak waarbinnen de werkzaamheden zullen plaatsvinden en, indien van toepassing, een opgave van de fasering binnen dit tijdvak;

  • e. een aanduiding van de wijze waarop omwonenden en andere belanghebbenden vooraf in kennis worden gesteld van de werkzaamheden;

  • f. een omschrijving van de maatregelen die om reden van openbare orde, veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, dan wel ondergrondse ordening zijn voorgenomen.

  • g. voor werkzaamheden in het gebied dat begrensd wordt door het Singelplantsoen en de directe omgeving van het stationsgebied Utrecht CS (zie bijgevoegde kaart) ligt moet in aanvulling op f. een BLVC-plan worden geleverd. In het Handboek zoals vermeld in artikel 5, tweede lid worden de specificaties van dit BLVC-plan aangegeven.

    3.Het uitvoeringsplan wordt voorzien van één of meerdere tekeningen waarop in ieder geval de aan te leggen, in stand te houden of te verwijderen kabels en leidingen en de daartoe te verrichten werkzaamheden staan aangeduid.

Artikel 11

(Gereserveerd).

Artikel 12 Medegebruik

Burgemeester en wethouders bevorderen het medegebruik van voorzieningen (zoals verhelderd in artikel 16). Hierbij worden in ieder geval de technische mogelijkheden in acht genomen.

Hoofdstuk 3 Werkzaamheden inzake kabels ten dienste van een openbaar elektronische telecommunicatienetwerk

Artikel 13 Beslistermijnen
  • 1. Het voornemen, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder a, van de Telecommunicatiewet, wordt tenminste acht weken voor de voorgenomen aanvang van de werkzaamheden bij burgemeester en wethouders gemeld.

  • 2. Burgemeester en wethouders beslissen over de instemming, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder b, van de Telecommunicatiewet, binnen acht weken na de datum van ontvangst van de melding.

  • 3. Indien het werkzaamheden van niet ingrijpende aard betreft beslissen Burgemeester en wethouders, in afwijking van het tweede lid, binnen twee werkdagen na de datum van ontvangst van de aanvraag.

Artikel 14 Gegevensverstrekking
  • 1. Bij de melding van het voornemen, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder a, van de Telecommunicatiewet, wordt een uitvoeringsplan gevoegd.

  • 2. Het uitvoeringsplan omvat in ieder geval:

    • a.

      een omschrijving van de kabels die worden aangelegd, in stand gehouden of opgeruimd, alsmede een omschrijving van de voorzieningen die worden medegebruikt of voor medegebruik worden aangelegd;

    • b.

      een omschrijving van de werkzaamheden die worden uitgevoerd;

    • c.

      de contactgegevens van degene onder wiens verantwoordelijkheid de werkzaamheden worden verricht, inclusief een contactgegeven dat gedurende de uitvoering van de werkzaamheden de gehele dag bereikbaar zal zijn;

    • d.

      een opgave van het voorgenomen tijdvak waarbinnen de werkzaamheden zullen plaatsvinden en, indien van toepassing, een opgave van de fasering binnen dit tijdvak;

    • e.

      een aanduiding van de belanghebbenden die vooraf in kennis worden gesteld van de werkzaamheden;

    • f.

      een omschrijving van de maatregelen die om reden van openbare orde, veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, dan wel ondergrondse ordening zijn voorgenomen.

    • g.

      voor werkzaamheden in het gebied dat begrensd wordt door het Singelplantsoen en de directe omgeving van het stationsgebied Utrecht CS (zie bijgevoegde kaart) ligt moet in aanvulling op f. een BLVC-plan worden geleverd. In het Handboek zoals vermeld in artikel 5, tweede lid worden de specificaties van dit BLVC-plan aangegeven.

      3.Het uitvoeringsplan wordt voorzien van één of meerdere tekeningen waarop in ieder geval de aan te leggen, in stand te houden of te verwijderen kabels en de daartoe te verrichten werkzaamheden staan aangeduid.

Artikel 15

(Gereserveerd).

Artikel 16 Medegebruik

Burgemeester en wethouders bevorderen het medegebruik van voorzieningen (ondergrondse ondersteuningswerken als bedoeld in artikel 5.15 van de Telecommunicatiewet, en kabels). Hierbij worden in ieder geval de technische mogelijkheden in acht genomen.

Artikel 17 Ernstige belemmeringen en storingen
  • 1. Degene die spoedeisende werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.6, eerste lid, van de Telecommunicatiewet heeft uitgevoerd, doet binnen één dag na start van de werkzaamheden melding aan burgemeester en wethouders, en verstrekt binnen acht weken na beëindiging van de werkzaamheden een uitvoeringsverslag aan burgemeester en wethouders.

  • 2. Het uitvoeringsverslag omvat in ieder geval:

    • a.

      een omschrijving van de kabels die zijn aangelegd, in stand gehouden of opgeruimd;

    • b.

      een omschrijving van de werkzaamheden die zijn uitgevoerd;

    • c.

      een aanduiding van de spoedeisende aard van de werkzaamheden.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 18

(Gereserveerd)

Artikel 19 Overgangsrecht

De Telecomverordening Utrecht 2008 blijft van toepassing ten aanzien van aanvragen die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening.

Artikel 20 Strafbepaling

Overtreding van artikel 6, eerste lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 21 Toezicht

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen personen.

Artikel 22 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die waarop zij is bekend gemaakt.

Artikel 23 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Kabels- en Leidingen Verordening Utrecht 2013.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 20 juni 2013.

De griffier, De burgemeester,

Drs. A.A.H. Smits Mr. A. Wolfsen