Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Delft houdende regels omtrent de orde van de gemeenteraad (Reglement van Orde van de gemeenteraad)

Geldend van 01-08-2019 t/m heden

Intitulé

Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Delft houdende regels omtrent de orde van de gemeenteraad (Reglement van Orde van de gemeenteraad)

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

De raad van de gemeente Delft;

gelezen het voorstel van het presidium van 8 oktober 2008 met betrekking tot de nieuwe werkwijze van de raad en de commissies;

overwegende dat het, gelet op het besluit van de raad van 10 juli 2008 inzake de nieuwe werkwijze van de raad en de commissies, noodzakelijk is een nieuw reglement van orde vast te stellen ter vervanging van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Delft;

gelet op artikel 16 van de Gemeentewet;

BESLUIT:

  • I.

    in te trekken het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Delft, zoals laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 1 november 2007;

  • II.

    vast te stellen het Reglement van Orde van de gemeenteraad voor de vergaderingen en andere werkzaamheden, hetwelk komt te luiden:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • -

    agenda: bespreekagenda + hamerstukkenagenda;

  • -

    amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing;

  • -

    burgerinitiatiefvoorstel: een voorstel, door een (groep) burger(s) gedaan, conform de verordening op het burgerinitiatief;

  • -

    college: het college van burgemeester en wethouders;

  • -

    griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;

  • -

    initiatiefvoorstel: een voorstel, door een raadslid gedaan, voor een verordening of ander voorstel;

  • -

    interpellatie: vraag tijdens een vergadering door een raadslid aan burgemeester en wethouders of een lid van dit college gesteld over een onderwerp dat niet op de agenda voorkomt;

  • -

    motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp, waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken zonder dat daaraan rechtsgevolgen zijn verbonden;

  • -

    raad: gemeenteraad van Delft;

  • -

    subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement;

  • -

    voorzitter: de voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger;

  • -

    voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering.

Artikel 2 De voorzitter

  • 1.

    De voorzitter is belast met:

    • a.

      het leiden van de vergadering;

    • b.

      het handhaven van de orde;

    • c.

      het formuleren van de door de vergadering te beslissen vraagpunten en conclusies;

    • d.

      het doen naleven van het reglement van orde;

    • e.

      wat de wet of dit reglement hem verder opdraagt.

  • 2.

    Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter van de raad wordt het voorzitterschap van de raad waargenomen door de voorzitter van het presidium.

Artikel 3 De griffier

  • 1. De voorzitter leest, alvorens de griffier zijn ambt aanvaardt, ten overstaan van de raad de integriteitsverklaring van de gemeente Delft voor, die vervolgens door de voorzitter en de griffier worden ondertekend. Dezelfde procedure wordt gevolgd bij de benoeming van de plaatsvervangend griffier.

  • 2. De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.

  • 3. Bij verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door de plaatsvervangend griffier.

  • 4. Hij kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.

  • 5. De instructie met nadere regels over de taak en bevoegdheden van de griffier worden gehoord het advies van de burgemeester en de werkgeverscommissie, door de raad vastgesteld.

  • 6. De raad is werkgever van de griffier. De werkgeverscommisie geeft, met uitzondering van aanstelling, schorsing en ontslag, namens de raad uitvoering aan dit werkgeverschap en ziet toe op juiste uitvoering van de in het vorig lid bedoelde instructie. De voorzitter van de werkgeverscommissie is belast met de feitelijke uitvoering van het werkgeverschap en is voor de griffier hierin eerste aanspreekpunt. Verschillen in inzicht tussen voorzitter en griffier worden voorgelegd aan de werkgeverscommissie.

Artikel 3a De werkgeverscommissie

  • 1. Aan de in artikel 3, leden 5 en 6, genoemde werkgeverscommissie worden de bevoegdheden gedelegeerd die rechtstreeks voortvloeien uit de Ambtenarenwet, de op deze wet gebaseerde en door de raad vastgestelde rechtspositionele voorschriften en de artikelen 107 tot en met 107e Gemeentewet, met uitzondering van de bevoegdheden als bedoeld in artikel 107, 107a, tweede lid, 107d, eerste lid en 107e, eerste lid van de gemeentewet.

  • 2. De werkgeverscommissie wordt gevormd door drie leden van de raad. De voorzitter van de raad is adviseur en eventueel informant van de werkgeverscommissie.

  • 3. De taak en de werkwijze van de werkgeverscommissie wordt geregeld in de Verordening werkgeverscommissie.

Artikel 4 Het presidium

  • 1. De raad heeft een presidium.

  • 2. Het presidium bestaat uit de voorzitters en plaatsvervangend voorzitters van de raadscommissies en de burgemeester.

    De fractievoorzitters ontvangen een uitnodiging en stukken voor de vergadering. Zij kunnen desgewenst hun mening tijdens de vergadering kenbaar maken. Fractievoorzitters kunnen onderwerpen van de presidiumagenda overhevelen naar het fractievoorzittersoverleg.

  • 3. De raad kiest de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van het presidium uit de leden van het presidium.

  • 4. De griffier of diens plaatsvervanger is in elke vergadering van het presidium aanwezig en kan het presidium adviseren.

  • 5. De vergaderingen en stukken van het presidium zijn besloten, tenzij het presidium anders bepaald. De agenda en besluitenlijst van het presidium zijn openbaar, tenzij het presidium anders bepaalt.

  • 6. Het presidium stelt de voorlopige agenda van de raad op, alsmede eventuele aanvullingen en wijzigingen hierop.

  • 7. Het presidium stelt jaarlijks de planning vast van vergaderdata voor raad, raadscommissies en hoorzittingen van de raad.

  • 8. Het presidium kan voorstellen doen voor de reglementering en handhaving van de orde van de raad en van de raadscommissies en adviseert hierover bij voorstellen van anderen. Het presidium is tevens bevoegd om uitspraken te doen over de uitleg van procedures en de raad hierover richtinggevend te adviseren.

  • 9. Voorstellen die uitgaan van het presidium en die kunnen leiden tot besluitvorming in de raad, worden door het presidium ter kennis gebracht van het college.

Artikel 5 Het fractievoorzittersoverleg

  • 1. De raad heeft een fractievoorzittersoverleg, bestaande uit alle fractievoorzitters van de in de raad vertegenwoordigde partijen.

  • 2. Fractievoorzitters kunnen zich laten vervangen door een ander raadslid uit de fractie.

  • 3. Het fractievoorzittersoverleg wordt voorgezeten door de burgemeester of diens plaatsvervanger als voorzitter van de raad.

  • 4. De vergaderingen en stukken van het fractievoorzittersoverleg zijn besloten tenzij het fractievoorzittersoverleg anders bepaalt. De agenda en besluitenlijsten van het fractievoorzittersoverleg zijn openbaar tenzij het overleg anders bepaalt.

  • 5. Het fractievoorzittersoverleg behandelt alle onderwerpen aangaande raad, niet zijnde onderwerpen die in het presidium aan de orde zijn.

  • 6. Het fractievoorzittersoverleg kan voorstellen doen aan de raad.

Hoofdstuk II. Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders, fracties

Artikel 6 Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden

  • 1. Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de voorzitter van de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad.

  • 2. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken, schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.

  • 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen.

  • 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

  • 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Artikel 7 Benoeming wethouders

  • 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden.

  • 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet

  • 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.

  • 4. De burgemeester kan voor aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar.

Artikel 8 Fracties

  • 1. De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd.

  • 2. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren.

  • 3. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.

  • 4. a. Indien:

    • 1.

      één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden;

    • 2.

      twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;

    • 3.

      één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie;

      wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter, met vermelding van de naam of namen van de nieuwe gevormde fracties.

    b. Met de onder a beschreven situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de mededeling.

    c. een fractie bedoeld in het vierde lid, onder a, sub 1, wordt aangeduid met de naam (namen) van degenen die de fractie vormt (vormen).

  • 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na naamswijziging.

Hoofdstuk III. Vergaderingen

Artikel 9 Tijd en plaats van vergaderen

  • 1. In de regel vinden de vergaderingen van de raad plaats op de laatste donderdag van de maand. De vergaderingen beginnen doorgaans om 20.00 uur en worden gehouden in het stadhuis.

  • 2. De vergaderingen eindigen om 24.00 uur, waarbij het agendapunt dat in behandeling is afgemaakt kan worden. Na 24.00 uur kan er geen nieuw agendapunt meer in behandeling worden genomen, tenzij de raad anders bepaalt.

  • 3. De vergadering wordt geschorst en voortgezet op een ander tijdstip, als na het bereiken van het tijdstip genoemd in het tweede lid de behandeling van de onderwerpen in de oproepingsbrief niet is voltooid. Dit tijdstip, in de regel de volgende maandagavond, wordt ter vergadering bepaald door het presidium, in overleg met de voorzitter.

Artikel 10 Oproep

  • 1. Tenminste zes dagen vóór de raadsvergadering ontvangt de raad een oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. In de gevallen van artikel 17 lid 2 van de Gemeentewet kan de voorzitter, na overleg met het presidium, de in de vorige volzin genoemde termijn bekorten.

  • 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden van de raad op de website van de gemeenteraad gepubliceerd.

  • 3. Indien een aanvullende bespreekagenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 11, tweede lid, worden deze bespreekagenda en de daarbij behorende stukken met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid van de Gemeentewet bedoelde stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering op de website van de gemeenteraad gepubliceerd.

Artikel 11 Agenda

  • 1. Voordat de oproep wordt verzonden, stelt het presidium de voorlopige agenda van de vergadering op.

  • 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende bespreekagenda opstellen.

  • 3. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de bespreekagenda onderwerpen toevoegen of afvoeren. Voorstellen van de hamerstukkenagenda kunnen tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering worden overgeheveld naar de bespreekagenda.

  • 4. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen.

  • 5. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

Artikel 12 Publicatie van stukken

  • 1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep op de website van de gemeenteraad geplaatst. Indien na het verzenden van de oproep stukken worden gepubliceerd op de website van de raad, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad.

  • 2. Indien omtrent stukken, als bedoeld in het eerste lid, op grond van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad inzage.

Artikel 13 Openbare kennisgeving

  • 1. De vergadering wordt door plaatsing op de internetsite van de gemeenteraad, ter openbare kennis gebracht.

  • 2. De openbare kennisgeving vermeldt:

    • a.

      de datum, begintijdstip en plaats van de vergadering;

    • b.

      de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien.

Artikel 14 Presentielijst

  • 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen.

  • 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad onmiddellijk de presentielijst achter een volgnummer. Aan het einde van elke vergadering wordt de lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.

Artikel 15 Zitplaatsen

  • 1. De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg met de fractievoorzitters bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.

  • 2. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het fractievoorzittersoverleg.

  • 3. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.

Artikel 16 Opening vergadering; quorum

  • 1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden blijkens de presentielijst aanwezig is.

  • 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. Vervolgens deelt de voorzitter mee dat de vergadering niet kan worden gehouden.

Artikel 17 Primus bij hoofdelijke stemming

Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen, deelt de voorzitter mede bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. Degene die de voorzitter vervangt brengt het laatst zijn stem uit.

Artikel 18 Notulen

  • 1. De ontwerpnotulen van de voorgaande vergadering worden zo spoedig mogelijk aan de leden van de raad toegezonden.

  • 2. De notulen van de vergadering worden zo spoedig mogelijk vastgesteld.

  • 3. De leden, de voorzitter, de griffier en, voor zover aanwezig, de collegeleden hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de notulen onjuistheden bevatten of niet duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor het vaststellen van de notulen bij de griffier te zijn ingediend.

  • 4. De notulen moeten inhouden:

    • a.

      de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren;

    • b.

      een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

    • c.

      een weergave van het gesprokene met vermelding van de namen der leden die het woord voeren;

    • d.

      een overzicht van het verloop van elke stemming met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, en bij stemming door handopsteken de namen van de fracties, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden.

    • e.

      de tekst van de ter vergadering ingediende voorstellen van orde, moties en amendementen;

    • f.

      bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 26 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.

  • 5. De notulen worden opgesteld onder de zorg van de griffier.

  • 6. De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 19 Ingekomen stukken; mededelingen

  • 1. Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad toegezonden en ter inzage gelegd.

  • 2. Na de vaststelling van de notulen stelt de raad op voorstel van de voorzitter, of in geval van onverwijlde spoed de griffier, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.

Artikel 20 Spreekregels

De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of vanaf het katheder en richten zich tot de voorzitter.

Artikel 21 Volgorde sprekers

  • 1. Aan het begin van de beraadslaging over een agendapunt stelt de voorzitter de volgorde van de sprekers vast. Geen lid van de raad voert het woord dan nadat het hem door de voorzitter is verleend.

  • 2. In geval van een initiatiefvoorstel of burgerinitiatief verleent de voorzitter de indiener als eerste het woord.

Artikel 22 Aantal spreektermijnen

  • 1. De beraadslagingen over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.

  • 2. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.

  • 3. Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.

  • 4. Het bepaalde in lid 3 is niet van toepassing op de voorzitter en op de wethouders, noch op een lid dat een door hem ingediend voorstel of verslag verdedigt, noch op een lid dat door zijn medeondertekenaars met de verdediging van een gezamenlijk ingediend voorstel of verslag is belast.

  • 5. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een persoonlijk feit of over een voorstel van orde.

Artikel 23 Spreektijd

  • 1. Een lid van de raad kan een voorstel doen aan de voorzitter regelen te stellen omtrent de spreektijd der leden en de overige leden.

  • 2. Bij vergaderingen als bedoeld in artikel 42 maakt de maximale spreektijd deel uit van de door de raad vast te stellen procedure.

Artikel 24 Handhaving orde; schorsing

  • 1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren, interrupties zijn toegestaan, tenzij en voor zover de voorzitter anders beslist.

  • 2. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het onderwerp in behandeling, een spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de desbetreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. Indien de betreffende spreker zijn woorden terugneemt, dan worden de gewraakte woorden in het verslag van het gesprokene niet opgenomen.

  • 3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd opschorten en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten.

Artikel 25 Beraadslaging en schorsing vergadering

  • 1. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp op voorstel afzonderlijk te beraadslagen.

  • 2. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.

  • 3. Hervatting van de beraadslagingen als bedoeld in het tweede lid vindt plaats bij degene die schorsing gevraagd heeft.

Artikel 26 Deelname aan de beraadslagingen door anderen in buitengewone raadsvergadering

  • 1. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder, de griffie of de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.

  • 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.

Artikel 27 Stemverklaring

Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren. De stemverklaring dient bondig te zijn en mag niet leiden tot nader debat. Over ongewijzigde moties of amendementen die fracties zelf (mede-) indienen, wordt geen stemverklaring afgelegd.

Artikel 28 Beslissing

  • 1. Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.

  • 2. Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele amendementen en moties, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, tenzij geen stemming wordt gevraagd.

  • 3. Voordat de stemming over het voorstel, of indien het voorstel is aangepast het geamendeerde voorstel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing.

Artikel 29 Algemene bepalingen over stemming

  • 1. De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.

  • 2. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen vragen, dat zij, in de situatie als bedoeld in lid 1 geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben moeten onthouden.

  • 3. Indien door één of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling.

  • 4. De stemming geschiedt digitaal of bij handopsteken, op verzoek van de voorzitter. Indien daartoe door één of meer leden de wens te kennen gegeven wordt voor een (mondelinge) hoofdelijke stemming, roept de griffier de leden bij naam op hun stem uit te brengen, beginnende bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 17 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst.

  • 5. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen.

  • 6. De leden brengen hun stem uit door het woord “voor” of “tegen” uit te spreken, zonder enige toevoeging.

  • 7. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.

  • 8. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van de voor en tegen uitgebrachte stemmen en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.

Artikel 30 Stemming over amendementen en moties

  • 1. Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd.

  • 2. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.

  • 3. Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. Het (sub-)amendement dat de verste strekking heeft, heeft voorrang: als dit wordt aangenomen, vervallen daarmee alle minder vérstrekkende (sub-) amendementen.

  • 4. Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over de motie gestemd (na eventuele amendementen) en vervolgens over het voorstel. De raad kan anders besluiten.

  • 5. De voorzitter bepaalt zo nodig, de volgorde waarin over moties wordt gestemd.

Artikel 31 Stemming over personen

  • 1. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemd de voorzitter 4 leden tot stembureau, van wie één lid tot voorzitter.

  • 2. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De uitvoering van de uit te reiken stembriefjes is identiek.

  • 3.

    • a.

      Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen.

    • b.

      De voorzitter kan voorstellen dat stemmingen worden samengevat op één briefje.

  • 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.

  • 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk ingevuld stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt in ieder geval verstaan:

    • -

      een blanco stembriefje

    • -

      een ondertekend stembriefje

    • -

      een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft

    • -

      een stembriefje waarbij, indien het een benoeming of voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen

    • -

      een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt

    • -

      een stembriefje waarop een of meerdere toevoegingen zijn aangebracht.

  • 6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter.

  • 7. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes na vaststelling van de uitslag vernietigd.

Artikel 32 Herstemming over personen

  • 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft gekregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.

  • 2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen de tweede personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.

  • 3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.

Artikel 33 Beslissing door het lot

  • 1. Wanneer het lot moet beslissen worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, wat uitvoering betreft identieke, briefjes geschreven.

  • 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stemzak gedeponeerd en omgeschud.

  • 3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stemzak. Diegene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

Hoofdstuk IV. Bevoegdheden, instrumenten van raadsleden

Artikel 34 Amendementen

  • 1. Ieder lid van de raad kan tot aanvang van de besluitvorming amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaats vinden.

  • 2. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement).

  • 3. Elk (sub-)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te worden schriftelijk en ondertekend bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter – met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde – oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan.

  • 4. De indiener van een amendement is bevoegd dit toe te lichten en bij de beraadslaging daarover als eerste zijn gevoelen uit te spreken.

  • 5. Intrekking door de indiener(s) van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad daarover is afgerond.

  • 6. Een amendement is ontoelaatbaar indien het een strekking heeft die tegengesteld is aan die van het voorstel waarop het is ingediend. Een amendement wordt geacht toelaatbaar te zijn, zolang de raad het niet ontoelaatbaar heeft geacht. Een daartoe strekkend voorstel kan, zo nodig met onderbreking van de orde, worden gedaan hetzij door de voorzitter hetzij door één van de leden.

Artikel 35 Moties

  • 1. Ieder lid kan ter vergadering een motie indienen.

  • 2. Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk en ondertekend bij de voorzitter worden ingediend.

  • 3. Het indienen van een amendement op een motie is niet toegestaan.

  • 4. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp vindt plaats tegelijk met de beraadslaging daarover.

  • 5. De indiener van een motie is bevoegd dit toe te lichten en bij de beraadslaging daarover als eerste zijn gevoelen uit te spreken.

  • 6. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

  • 7. Het college rapporteert schriftelijk aan de raad hoe zij aangenomen moties heeft uitgevoerd.

Artikel 35a Actuele motie

  • 1. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp (actuele motie) vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. Een actuele motie wordt door een lid tenminste 48 uur voor de raadsvergadering schriftelijk en ondertekend bij de voorzitter ingediend, tenzij het spoedeisende karakter zich tegen deze termijn verzet, dit ter beoordeling van de raad.

  • 2. De indiener van een actuele motie is bevoegd dit toe te lichten en bij de beraadslaging daarover als eerste het woord te voeren.

Artikel 36 Voorstellen van orde

  • 1. De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.

  • 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen,

  • 3. Over een voorstel va orde beslist de raad terstond.

Artikel 37 Initiatiefvoorstellen

  • 1. Ieder raadslid kan een initiatiefvoorstel, met bijbehorend ontwerpbesluit indienen, waarover besluitvorming in de raad zal plaatsvinden.

  • 2. Initiatiefvoorstellen worden schriftelijk, via de griffier ingediend, bij de voorzitter. De griffier plaatst het initiatiefvoorstel als bedoeld in het eerste lid op de lijst van ingekomen stukken en zendt een afschrift aan het college met het verzoek binnen zes weken hierover een schriftelijke reactie aan de raad aan te bieden.

  • 3. De raad besluit over het voorstel en het ontwerpbesluit, als bedoeld in het eerste lid, nadat de raadscommissie haar advies heeft uitgebracht over het initiatiefvoorstel.

  • 4. Bij de behandeling van een initiatiefvoorstel richt de raad zich tot de indiener.

Artikel 38 Intrekken voorstel van college

  • 1. Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.

  • 2. Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Artikel 39 Schriftelijke vragen

  • 1. Ieder lid kan vragen stellen aan het college of de burgemeester. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en kunnen va een toelichting worden voorzien.

  • 2. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad, het college en commissieleden/niet-raadsleden worden gebracht door publicatie op de website van de raad.

  • 3. De antwoorden worden schriftelijk binnen een termijn van 30 dagen aan het betrokken lid medegedeeld, in afschrift aan de andere raadsleden en commissieleden/niet-raadsleden.

  • 4. Indien niet binnen de in het derde lid genoemde termijn een beantwoording heeft plaatsgevonden, zal aan het betrokken lid, bij het overschrijden van de termijn, hiervan schriftelijk en gemotiveerd mededeling worden gedaan door het college of de burgemeester onder vermelding van de waarschijnlijk aansluitende termijn van beantwoording.

  • 5. De bevoegdheid als genoemd in het eerste lid komt ook commissieleden/niet-raadsleden, als bedoeld in de Verordening op de raadscommissies 2008, toe.

Artikel 40 Interpellatie

  • 1. Een interpellatie kan worden aangevraagd over een onderwerp inzake het bestuurlijk doen of laten handelen van het college of van één of meer collegeleden, als bedoeld in de artikelen 169 en 180 van de Gemeentewet, voor zover dit onderwerp niet op de agenda vermeldt staat.

  • 2. Een interpellatie wordt uiterlijk 48 uur voorafgaand aan het tijdstip van aanvang van de raadsvergadering schriftelijke aangevraagd bij de voorzitter, tenzij het spoedeisende karakter zich tegen deze termijn verzet.

  • 3. De aanvraag gaat vergezeld van de te stellen vragen alsmede een korte toelichting dan wel motivering.

  • 4. Het collegelid tot wie de interpellatie zich in eerste instantie richt wordt terstond in kennis gesteld, alsmede alle raadsleden en overige collegeleden zo spoedig mogelijk daaropvolgend.

  • 5. Indien de raad instemt met het verzoek, stelt hij tevens het moment vast waarop de interpellatie zal worden gehouden.

  • 6. De interpellant krijgt van de voorzitter de gelegenheid tot het stellen van de reeds schriftelijk ingediende vragen en kan deze vragen zo nodig verduidelijken of motiveren. De interpellant wordt niet geïnterrumpeerd.

  • 7. Na het stellen van de vragen krijgt het collegelid tot wie de vragen zich richt gelegenheid tot antwoord. Indien de vragen zich tot meerdere collegeleden richten, krijgen deze daaropvolgend gelegenheid tot antwoord. Na de beantwoording door het collegelid / de collegeleden vindt behandeling van het onderwerp op de gebruikelijke wijze als bedoeld in artikel 22 van dit Reglement van Orde plaats.

  • 8. Interpellant krijgt de gelegenheid tot het afleggen van een slotverklaring. Indien deze daarvan gebruik maakt, krijgt het collegelid eveneens gelegenheid voor een slotverklaring.

  • 9. De stemming over eventueel ingediende moties vindt plaats.

Artikel 41 Enquête

  • 1. Indien één of meer leden de raad willen voorstellen nader onderzoek in te stellen naar het door het college of de burgemeester gevoerde bestuur, wordt daarvoor een schriftelijk voorstel ingediend bij de voorzitter onder opgave van een omschrijving van het onderwerp van onderzoek met een toelichting.

  • 2. De voorbereiding en uitvoering van een enquêteonderzoek geschiedt met inachtneming van de artikelen 155a t/m 155f van de Gemeentewet.

Hoofdstuk V. Begroting en rekening

Artikel 42 Procedure begroting en verantwoording

  • 1. Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststellen van de begroting volgens een procedure die de raad vaststelt.

  • 2. Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening volgens een procedure die de raad vaststelt. Het voorgaande geldt eveneens voor het nemen van een indemniteitsbesluit.

Hoofdstuk VI. Besloten vergadering

Artikel 43 Algemeen

  • 1. Op een besloten vergadering zijn zoveel mogelijk de bepalingen van dit reglement die gelden voor een openbare vergadering van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Indien een voorstel tot besloten vergadering is gedaan, verzoekt de voorzitter ambtenaren, pers en publiek de zaal te verlaten met uitzondering van de notulist, een medewerker ten behoeve van de geluidsvoorziening, een medewerker van de bodedienst, de griffier en eventueel andere door hem of de gemeentesecretaris aan te wijzen ambtenaren.

  • 3. Een commissielid/niet-raadslid kan aanwezig zijn in een besloten raadsvergadering bij die onderwerpen waarover de commissie waar hij of zij lid van is, geadviseerd heeft.

Artikel 44 Geheimhouding

Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.

Artikel 45 Notulen

  • 1. De notulen van een besloten vergadering worden, onder het opleggen van geheimhouding als bedoeld in artikel 25 Gemeentewet, eerste lid, ter inzage gelegd bij de griffier.

  • 2. De geheime notulen worden zo spoedig mogelijk ter vaststelling geagendeerd in een openbare vergadering. Tijdens deze vergadering neemt de raad eerst een besluit over het al dan niet openbaar maken van deze notulen. Indien een van de leden het woord vraagt, wordt de vergadering besloten verklaard.

  • 3. De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 46 Overdracht geheime stukken / opheffen geheimhouding

  • 1. Geheime stukken worden door het college of de burgemeester niet later dan twee dagen voorafgaande aan de eerstvolgende raadsvergadering overgedragen aan de raad;

  • 2. Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen of niet te bekrachtigen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

Artikel 46a Schending geheimhouding

Bij schending van geheimhouding besluit de burgemeester of hij namens de gemeente aangifte doet.

Hoofdstuk VII. Toehoorders en pers

Artikel 47 Toehoorders en pers

  • 1. De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.

  • 2. Tekenen van goed- of afkeuring van hun zijde die de orde van de vergadering hoorbaar of zichtbaar verstoren, zijn verboden.

Artikel 48 Geluid- en beeldregistraties

Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiertoe voor aanvang van de vergadering een verzoek aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

Artikel 49 Gebruik mobiele communicatiemiddelen

In de vergaderzaal met inbegrip van de publieke en ambtenarentribune, is tijdens de vergadering het gebruik van mobiele communicatiemiddelen, die inbreuk maken op de orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan.

De aanwezigen gedragen zich naar de aanwijzingen van de voorzitter op dit punt.

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Artikel 50 Uitleg reglement

In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.

Artikel 51 Inwerkingtreding

Dit artikel tweede in werking op 1 november 2008.

Artikel 52 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als Reglement van Orde van de gemeenteraad.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 oktober 2008.

mr. drs. G.A.A. Verkerk ,burgemeester.

R.H. van Luyk ,griffier.

Bekendgemaakt: 19 oktober 2008.

Gewijzigd bij raadsbesluit van 28 juni 2012. Bekendgemaakt 25 juli 2012.

Laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 13 juni 2013. Bekendgemaakt 24 juli 2013.