Leggerboek regionale keringen: regionale keringen langs regionale rivieren en boezemkades

Geldend van 07-06-2012 t/m heden

Intitulé

Leggerboek regionale keringen: regionale keringen langs regionale rivieren en boezemkades

1 Inleiding

Wettelijke basis van de legger

In artikel 5.1 van de Waterwet is bepaald dat het waterschap zorg draagt voor de vaststelling van een legger, waarin is omschreven waaraan waterstaatswerken naar ligging, vorm, afmeting en constructie moeten voldoen. De Waterwet vermeldt de basisgegevens die van de legger deel uitmaken. De ligging van de waterstaatswerken en daaraan grenzende beschermingszones en de profielen van vrije ruimte worden aangegeven op overzichtskaarten.

In de Waterwet is verder bepaald dat bij provinciale verordening voor leggers nadere voorschriften kunnen worden gegeven. Dat is gebeurd in de Verordening Water Noord-Brabant. Tevens bepaalt de Waterwet in artikel 5.1 dat bij provinciale verordening vrijstelling verleend kan worden ten aanzien van het in de legger vermelden van vorm, afmeting, constructie en de ligging van waterstaatswerken. Voor regionale keringen geldt dat, vanwege het anders indelen en normeren van de regionale keringen als gevolg van de Waterwet (zie hierna), er voor de regionale keringen bij wijze van overgangsregeling een tijdelijke vrijstelling van de leggerplicht geldt tot uiterlijk 22 december 2011.

De legger op grond van de Waterwet moet worden onderscheiden van de onderhoudslegger als bedoeld in artikel 78 van de Waterschapswet. In deze ‘Waterschapswetlegger’ worden de onderhoudsplichtigen of onderhoudsverplichtingen aangewezen. Waterschap Brabantse Delta combineert beide leggers in één document.

Relatie tussen de legger en de keur

De Keur waterschap Brabantse Delta (keur) stelt regels over waterstaatswerken, beschermingszones, profielen van vrije ruimte en grondwaterlichamen. Volgens de begripsbepalingen van zowel artikel 1.1 Waterwet als artikel 1.1 keur gaat het om oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, waterkeringen, ondersteunende kunstwerken en bijbehorende onderhoudsstroken en om beschermingzones, profielen van vrije ruimte die als zodanig in de legger zijn aangegeven. De legger is zodoende van belang voor de reikwijdte van de verbods- en beheerbepalingen van de Keur.

Afbakening van deze legger

Waterkeringen zijn als volgt onderverdeeld in categorieën:

  • Primaire keringen (zie Waterwet):

    • -

      Primaire kering categorie a;

    • -

      Primaire kering categorie c.

  • Regionale keringen (zie provinciale verordening):

    • -

      Regionale keringen langs regionale rivieren;

    • -

      Compartimenteringskeringen;

    • -

      Boezemkaden.

  • Overige keringen (zie legger waterschap):

    • -

      Voorliggende keringen;

    • -

      Overloopkaden;

    • -

      Zomerkaden;

    • -

      Kaden.

Deze legger heeft alleen betrekking op regionale keringen van het type ‘regionale kering langs regionale rivieren’ en ‘boezemkaden’ die gelegen zijn in beheergebied van het waterschap. Bij de keringen zijn inbegrepen de bijbehorende ondersteunende kunstwerken. Waterkeringen van een andere categorie (bijv. primaire keringen, regionale keringen van het type ‘compartimenteringskering’ of overige waterkeringen) vallen onder een andere legger. Daarnaast geldt dat voor bergingsgebieden en oppervlaktewaterlichamen eveneens aparte leggers van kracht zijn.

Om de relatie met andere leggers te duiden, kunnen keringen, oppervlaktewaterlichamen of bergingsgebieden ter informatie wel op de leggerkaarten zijn aangegeven. Daarbij is wel vermeld dat deze vermelding enkel ter informatie is. Regels met betrekking tot vorm, afmetingen en onderhoudsplichten ten aanzien van deze objecten zijn dan ook niet opgenomen in deze legger.

2 Toepassingsbereik

Deze legger is alleen van toepassing op de regionale keringen van het type ‘regionale kering langs regionale rivieren’ en ‘boezemkaden’ in het beheergebied van waterschap Brabantse Delta. Dit is op het onderstaande overzichtskaart globaal is aangegeven. De exacte ligging, begrenzingen, bijbehorende kunstwerken en dergelijke zijn weergegeven op de bij deze legger behorende leggerkaarten en de bijhorende leggertabellen. De regionale keringen van het type ‘compartimenteringskering’ zijn eveneens in een andere deellegger opgenomen.

foto

Slechts op één plek in het beheergebied zijn de regionale keringen niet in deze legger opgenomen en dat zijn de regionale keringen langs de Bovenmark binnen de bebouwde kom van Breda (Stadsmark). Deze keringen zijn in de periode 2002-2003 integraal verbeterd, waarbij ook ruimte voor water gecreëerd is. Dit levert lokaal een dusdanige variatie aan profielen op en een dusdanig complex samenspel tussen keringen en bergingsgebieden, dat specifiek voor dit gebied een aparte meer gedetailleerde legger gemaakt is, waarin bij uitzondering zowel de regionale keringen als de bergingsgebieden samen zijn opgenomen. In die situatie zou het hanteren van de standaardwerkwijze de legger dermate complex maken, dat deze niet helder en eenduidig raadpleegbaar zou worden.

Deze legger heeft betrekking op reeds bestaande waterkeringen waarvoor eerder leggers zijn vastgesteld. Met de invoering van de Waterwet zijn veranderingen in status en normering van deze keringen doorgevoerd. Daarnaast zijn er door verleende vergunningen aanpassingen opgetreden ten opzichte van de in het verleden vastgestelde leggers. Herziening van de legger was dan ook noodzakelijk. Met het vaststellen van deze legger komt te vervallen de ‘Legger van de waterkeringen onder het beheer van het dagelijks bestuur van het Hoogheemraadschap De Brabantse Bandijk, deel III Slaperdijken’, opgesteld te Steenbergen op 10 mei 1961, vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant op 7 juni 1961.

Bij het opnemen van voorschriften in deze legger is, met inachtneming van de Waterwet en de Verordening water Noord-Brabant, zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij de regels en voorschriften zoals deze waren voor inwerkingtreding van de Waterwet.

3 Toelichting bij de leggeronderdelen

De legger bestaat naast dit leggerboek nog uit de volgende onderdelen:

  • Een leggertabel: deze tabel bevat gegevens over vorm, afmetingen en constructie van de waterkeringen en eventuele bijbehorende ondersteunende kunstwerken, beschermingszones en profielen van vrije ruimte, alsmede de onderhoudsplichten. De leggertabel is opgenomen in Bijlage II.

  • Leggerkaarten: deze kaarten geven de exacte ligging van de kering, inclusief eventuele ondersteunende kunstwerken, de beschermingszones en profielen van vrije ruimte weer.

  • Voorschriften: de legger bevat regels met betrekking tot onderhoudsverplichtingen en afmetingen van de beschermingszones waaronder de profielen van vrije ruimte.

In dit hoofdstuk wordt slechts kort toegelicht welke informatie de legger bevat, hoe die tot stand gekomen is en hoe die informatie geraadpleegd kan worden.

3.1 Algemene uitgangspunten

Toelichting op categorisering van regionale keringen

Voor de regionale keringen geldt dat deze met de invoering van de Verordening water Noord-Brabant en de Waterwet een andere status en normering gekregen hebben. De huidige status en normering sluit aan bij de landelijke richtlijnen die in de afgelopen jaren geüniformeerd zijn. In deze systematiek is een regionale waterkering een waterkering die bescherming biedt tegen overstroming op regionale schaal en die daarom per provinciale verordening als is zodanig aangewezen en genormeerd. Afhankelijk van de specifieke functie van regionale kering worden zij verdeeld in drie soorten:

  • Regionale keringen langs regionale rivieren: die rivieren hebben een variabel peil;

  • Boezemkaden; keringen langs een boezem, dus langs een water met een constant peil;

  • Compartimenteringskeringen: kering die geen directe waterkerende functie heeft, tenzij in het geval van doorbraak of overstroming van een primaire waterkering.

Compartimenteringskeringen wijken af van de andere regionale keringen omdat deze geen specifieke norm hebben, maar alleen het huidige profiel in stand gehouden moet worden. Voor de andere regionale keringen geldt het normale uitgangspunt dat er een norm in de vorm een overschrijdingskans is vastgesteld, waaraan de kering moet voldoen. Voor de regionale keringen langs regionale rivieren en de boezemkaden in het beheergebied van het waterschap is deze norm T=100. Dat wil zeggen: de kering moet een waterstand kunnen keren die eens per 100 jaar voor kan komen. Vanwege de afwijkende leggereisen aan compartimenteringskering zijn deze niet in deze legger opgenomen, maar in een aparte deellegger.

Verschillen tussen de nieuwe zoneringen en de voormalige zoneringen

Er zijn 2 verschillen tussen de oude zoneringen en de nieuwe zoneringen in deze legger:

  • 1.

    naamgeving en opbouw van de zoneringen;

  • 2.

    afmetingen van de zoneringen.

Naamgeving en opbouw zoneringen

Wat betreft de benamingen en de wijze waarop met de zoneringen en profielen worden bepaald, verschilt de huidige keur als gevolg van de Waterwet ten opzichte van de voormalige keur. In de voormalige keur werd voor wat betreft de waterkeringszone een onderscheid gemaakt tussen de kernzone en de beschermingszone van keringen, maar wel beide met dezelfde regels en hetzelfde vergunningenregime. Voor extra bescherming gold bovendien nog een buitenbeschermingszone. In de huidige keur en de legger maken de kernzone en de voormalige beschermingszone integraal deel uit van het profiel van de waterkering. Daarmee is eenduidig het gehele profiel omschreven dat nodig is voor een veilige en stabiele waterkering. De voormalige buitenbeschermingszone is in de nieuwe benadering de beschermingszone geworden. Hoewel de namen dus veranderd zijn, komt het nieuwe systeem qua werking en daaraan gekoppelde regels en beperkingen overeen met het oude systeem.

Maten en afmetingen zoneringen

Voor de maten en afmetingen die aangehouden worden, geldt dat deze vanwege de nieuwe status en norm van de keringen opnieuw bepaald zijn. In het oude systeem werd immers uitgegaan van uitgangspunten die horen bij de rol, status en norm die op dat moment golden.

Uitgangspunt bij het bepalen van de nieuwe normeringen voor de waterkering, de beschermingszones en het profiel van vrije ruimte zijn berekeningen naar faalmechanismen. Anders gezegd: op welke manieren kan een waterkering onder normomstandigheden bezwijken, wat is nodig om de waterkering daartegen te beschermen en welk ruimtebeslag brengt dat met zich mee? Op basis van de berekeningsmethoden die zijn voorgeschreven in de landelijke leidraden voor het toetsen en het ontwerpen van regionale keringen zijn deze faalmechanismen doorgerekend en vertaald naar een minimaal benodigd profiel en dus ruimtebeslag. Hierbij zijn de volgende algemene uitgangspunten aangehouden:

  • Conform landelijke leidraden voor het ontwerpen van regionale keringen is de kruinbreedte minimaal 3 meter en zijn de taluds van een kering 1:3 of flauwer.

  • Daar waar het huidige aanwezige profiel groter is dan het minimale profiel, is voor het bepalen van de zoneringen het huidige profiel aangehouden, omdat de waterkering in zijn geheel stabiel dient te blijven. Met het oog op toekomstige ontwikkelingen is het verkleinen van het werkelijk aanwezige profiel niet aan de orde.

  • Er is geen rekening gehouden met specifieke lokale variaties in het werkelijk aanwezige profiel zoals opritten voor woningen en dergelijke, omdat die variaties niet maatgevend zijn. Hiervoor zijn dus geen aparte leggerprofielen gedefinieerd.

  • Voor het berekenen van de instabiliteit van een kering als gevolg van een ontgraving naast de kering is uitgegaan van een ontgravingdiepte van maximaal 3 meter, omdat dat die diepte gebruikelijk is voor een bouwput voor de fundering van een huis.

  • Om de betrouwbaarheid van de berekeningen te testen zijn bij een aantal doorgerekende profielen extra berekeningen uitgevoerd, waarbij gevarieerd is met de parameters voor de opbouw van de ondergrond en het dijklichaam om te zien in hoeverre variaties in deze parameters de uitkomsten van de berekeningen beïnvloeden en zo meer inzicht te krijgen in de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van de uitgevoerde berekeningen.

Het effect van de nieuwe berekeningen op basis van de nieuwe normen is dat de zones groter zijn geworden ten opzichte van de zones zoals deze voorheen golden. De oude zones waren op basis van de oude normen erg voorzichtig en dus klein gedefinieerd. Zij bieden daarom in de nieuwe situatie onvoldoende bescherming voor de waterkeringen.

Voor de regionale keringen langs regionale rivieren geldt in het algemeen dat de waterkeringszone aan beide zijden van de keringen 2,5 meter breder geworden is en de beschermingszone aan beide zijden 5 meter breder is geworden. Voor het profiel van vrije ruimte geldt dat deze aan beide zijden 7,5 meter breder geworden is, maar deze valt veelal binnen de waterkeringszone. Dat betekent dat dit geen verzwaring van geldende regels op grond van de keur met zich meebrengt.

Voor de boezemkades geldt dat er vanwege de functie van die keringen een onderscheid gemaakt wordt tussen de binnendijkse en de buitendijkse zijde. Voor de waterkeringszone geldt dat deze aan beide zijden 2,5 meter breder geworden is (in totaal dus 5 meter breder). De beschermingszone is in het algemeen buitendijks 2,5 meter breder geworden, maar binnendijks 22,5 meter breder. Dat is een fors verschil, wat wordt veroorzaakt doordat er in de oude situatie maar een beschermingszone was van maar 2,5 meter vanwege de oude normen, maar op grond van de nieuwe berekeningen en de nieuwe normen en gelet op de nieuwe functie deze aanzienlijk groter moeten zijn om adequaat te kunnen functioneren. Het profiel van vrije ruimte is buitendijks 2,5 meter groter geworden en binnendijks 12,5 meter breder. Ook dat wordt ook veroorzaakt door de nieuwe normen, maar ook door het gegeven dat gezien de lokale omstandigheden en het feit dat het een boezem betreft, een toekomstige dijkverbetering landinwaarts zal plaatsvinden, zodat ook het profiel van vrije ruimte landinwaarts gezocht moet worden.

Recente ontwikkelingen

Bij het opstellen van deze legger is uitgegaan van de kaart behorende bij de Verordening water Noord-Brabant, waarop de status en globale ligging van de regionale keringen zijn aangegeven. Hoewel deze kaart relatief recent is vastgesteld (december 2009), zijn er toch recente ontwikkelingen die extra toelichting behoeven:

  • 1.

    Vierde Bergboezem: ten noorden van Breda is het bergingsgebied ‘Vierde Bergboezem’ aangelegd (hiervoor geldt een aparte legger). Als onderdeel hiervan is de regionale kering om het bergingsgebied heen gelegd en is de oude regionale kering een zogenaamde overloopkade geworden. In de Verordening water Noord-Brabant was deze wijziging al verwerkt, in de overgangsregels bij de Keur waterschap Brabantse Delta nog niet. In deze legger is de regionale kering op de nieuwe plek opgenomen, conform de Verordening water Noord-Brabant.

  • 2.

    Zwaluwse Haven: tijdens de totstandkoming van de normering van de regionale keringen zoals deze nu zijn opgenomen in de Verordening water Noord-Brabant, was namelijk een project in uitvoering (‘Zwaluws Getij’) om de boezem van de Zwaluwse Haven aan te passen, waarbij de waterkeringen verbeterd zijn. In de Verordening water Noord-Brabant zijn die waterkeringen genormeerd op basis van de situatie vóór uitvoering van het project. Dit heeft als consequentie dat deze keringen aan de ene zijde van de Zwaluwse Haven als compartimenteringskering is genormeerd en aan de andere zijde niet genormeerd is als regionale kering. Op basis van de situatie zoals deze nu is geworden, zouden deze waterkeringen conform de landelijke normeringssystematiek als boezemkade genormeerd worden. Vooruitlopend op een toekomstige actualisatie van de Verordening water Noord-Brabant, worden deze keringen in de legger op voorhand als boezemkade aangemerkt en opgenomen. Dit betekent dat het beschermingsregime op grond van de keur, hoger is dan voor een compartimenteringskering of een kade, en er geen strijdigheid ontstaan is met de Verordening water Noord-Brabant. Immers, de norm uit de provinciale verordening is een minimale norm en het is een beheerder toegestaan om zelfstandig een hogere norm toe te passen dan het voorgeschreven minimum als de situatie daar aanleiding toe geeft.

3.2 Profiel waterkering

Het profiel van de waterkering wordt bepaald door het ontwerppeil van de waterkering, ook wel de minimaal benodigde kruinhoogte van de waterkering. De minimaal benodigde kruinhoogte is afgeleid van de maatgevende hoogwaterstanden zoals deze door de provincie op 7 december 2010 zijn vastgesteld in de “Regeling maatgevende hoogwaterstanden regionale keringen Noord-Brabant 2010”, vermeerderd met berekende lokale toeslagen voor windeffecten, golfoverslag en een extra 10 cm marge voor verwachte toekomstige waterstandstijgingen als gevolg van klimaat en bodemdaling in de komende 100 jaar. Samen met de algemene punten voor de minimale breedte en taludhellingen geeft dit de minimaal benodigde afmetingen van de kering.

Zoals in de algemene uitgangspunten is aangegeven is bij het bepalen van de omvang van de waterkeringszone ook rekening gehouden met het huidige aanwezige profiel. Is dat profiel groter dan het minimale leggerprofiel, dan wordt dat profiel aangehouden voor de bepaling van de waterkeringszone. Om het huidige profiel te bepalen is gebruik gemaakt van de meeste recente digitale gegevens uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN-2). Op basis daarvan zijn representatieve profielen gegenereerd die voor een gegeven strekking van een dijkvak een weergave is van het profiel dat aanwezig is. Op deze wijze is een nauwkeurige bepaling van de ligging en afmetingen van de waterkering verkregen, zonder dat zeer lokale detailvariaties of meetonnauwkeurigheden tot uitdrukking komen.

Zoals ook bij andere waterkeringen, omvat het profiel van een waterkering niet alleen het fysieke waarneembare ‘dijklichaam’ van teen tot teen, maar ook die gronden direct naast het ‘dijklichaam’ die nodig zijn om deze veilig en stabiel te houden gelet op de verschillende faalmechanismen. De omvang van dit deel van de waterkeringszone is per waterkering op meerdere plaatsen berekend en vervolgens zijn er zo uniform mogelijke zoneringen afgeleid (zie onderstaande figuur, aangegeven met ‘A’). Redenen om de zoneringen in zekere mate te uniformeren zijn: opvangen van meetonnauwkeurigheden en foutmarges in de berekeningen, het verstandig omgaan met lokale variaties in profielen, grotere duidelijkheid van de legger als de zones redelijk uniform zijn.

In de onderstaande figuur is dit principe grafisch weergegeven.

Principeprofiel waterkering

met een berm:

foto

In de dagelijkse praktijk van de waterkeringzorg wordt met de termen ‘dwarsprofiel’ en ‘lengteprofiel’ vaak een tekening bedoeld met daarop een doorsnede van de waterkering, omdat dit de van oudsher de gebruikelijke werkwijze is. Hoewel het waterschap verplicht is om profielen op te nemen in de legger, wil dit niet zeggen dat die profielen daadwerkelijk uitgetekende dwars- en lengteprofielen moeten zijn. Immers: het gaat om het vastleggende van de kenmerkende gegevens die de vorm, afmeting en constructie van een waterkering op de duidelijke manier vastleggen. Dat hoeft niet persé in een getekende vorm en dat is ook niet als zodanig bepaald. In deze legger zijn daarom geen expliciete uitgetekende profielen opgenomen, want alle relevante gegevens die uit een dergelijke tekening te herleiden zijn, zijn in tabelvorm opgenomen in de legger. Dit geldt voor zowel het dwarsprofiel per dijkvak, als het lengteprofiel, dat niet meer of minder is dan het verloop van de kruinhoogte langs het dijkvak van knooppunt naar knooppunt. Op deze wijze is voldaan aan de vereisten uit de Waterwet en de Verordening water Noord-Brabant.

3.3 Beschermingszones

De beschermingszone zoals bedoeld in de keur heeft tot doel het beschermen van de waterkering tegen ingrepen die de stabiliteit van de waterkering kunnen aantasten, zoals explosiegevaarlijke inrichtingen of ontgraven. Door de afslag van grond in de nabijheid van een waterkering, kan immers de ondergrond van de waterkering toch nog onstabiel worden. In de bovenstaande figuur in paragraaf 3.2 is de ligging van de beschermingszone grafisch weergegeven. Voor de omvang van de beschermingszones worden op grond van de uitgevoerde berekeningen beschermingszones aangehouden van 25 meter aan beide zijden van regionale keringen langs regionale rivieren en van 25 meter binnendijks resp. 5 meter buitendijks van boezemkades (zie ook 3.1). Voor de boezemkades langs het Zwaluws Getij gelden op grond van berekeningen afwijkende maten omdat er in die boezem sprake is van een relatief groot verval van de waterstand ten opzichte van andere boezems. Dit verschil leidt tot een afwijkende beschermingszone van 35 meter aan de binnendijkse zijde van de boezemkade.

3.4 Ondersteunende kunstwerken

De ondersteunende kunstwerken die in deze legger zijn opgenomen zijn van belang voor het waterstaatkundig functioneren van de waterkering. Het zijn objecten in, op of bij de waterkering die het waterkerende vermogen van de waterkering in stand houden. Voorbeelden zijn coupures, afsluitingen op duikers, of leidingen door de waterkering. De ondersteunende kunstwerken zijn op de waterstaatskundige tekening aangegeven.

Er zijn wat waterkeringen betreft twee soorten ondersteunende kunstwerken:

  • 1.

    Waterkerende ondersteunende kunstwerken; deze ondersteunende kunstwerken vervullen lokaal de rol van waterkering, bijvoorbeeld een coupure, een damwand of een keersluis.

  • 2.

    niet-waterkerende ondersteunende kunstwerken; dit zijn ondersteunende kunstwerken die geen waterkerende rol hebben, maar zich wel in of bij de waterkering bevinden en van invloed kunnen zijn op de waterkering, bijvoorbeeld een duiker die de kering kruist.

Specifiek voor duikers geldt dat de maten en afmetingen daarvan niet relevant zijn voor het functioneren van de waterkering, maar vooral voor de doorvoer van water. Deze gegevens alsook de onderhoudsplichten staan voor duikers in categorie a oppervlaktewaterlichamen daarom in de betreffende legger oppervlaktewaterlichamen en worden niet dubbel in deze legger vastgelegd. In deze legger zijn deze daarom alleen ter informatie weergegeven en heeft de legger alleen betrekking op de afsluitbaarheid en de onderhoudsplichten van het afsluitmiddel. Uitzondering op deze algemene regel zijn duikers in categorie b en c oppervlaktewaterlichamen. Aangezien de legger voor oppervlaktewaterlichamen geen specifieke gegevens bevat over duikers in die categorieën oppervlaktewaterlichamen, zijn daar wel de maten en afmetingen van opgenomen in deze legger.

De bijbehorende gegevens zijn terug te vinden in de leggertabel in Bijlage II.

In aanvulling op deze algemene lijn verdienen twee ondersteunende kunstwerken bijzondere aandacht:

  • Schutsluis Waalwijk (leggernummer: KSL00217, maakt geen onderdeel uit van deze legger). Deze schutsluis kruist zowel de regionale waterkering als een naburige primaire waterkering. Er kan echter alleen water worden geschut door de primaire waterkering. Deze situatie vormt een uitzondering, omdat er vanuit de regionale waterkering gezien geen waterverbinding mogelijk maakt tussen het binnen- en buitendijkse gebied. Het wordt toch als waterkerend kunstwerk gezien, omdat bij bezwijken van de schutsluis of bij een onvolledige aansluiting met de omliggende grond wel een waterverbinding mogelijk is met binnendijks gebied.

  • Duiker Steenbergen (leggernummer: KDU20031, maakt geen onderdeel uit van deze legger). Deze duiker verbindt de Steenbergse Haven met de Westlandse Watergang. Beide oppervlaktewaterlichamen zijn omgeven door waterkeringen. Deze duiker vormt een uitzondering, omdat deze niet afsluitbaar is en toch geen verbinding mogelijk maakt tussen binnen- en buitendijks gebied (wel van het ene buitendijkse gebied naar het andere buitendijkse gebied). Het wordt toch als waterkerend kunstwerk gezien, omdat bij bezwijken van de duiker of bij een onvolledige aansluiting met de omliggende grond wel een waterverbinding mogelijk is met binnendijks gebied. Omdat het een niet-afsluitbare duiker is, wordt niet volstaan met een verwijzing naar de legger oppervlaktewaterlichamen.

3.5 Profiel van vrije ruimte

Het profiel van vrije ruimte is een reservering voor toekomstige verbetering van waterkeringen. Normaal gesproken dienen waterkeringen periodiek verhoogd en verbreed te worden om stijgingen van waterstanden en/of het inklinken van de kering en de ondergrond op te vangen. Het profiel van vrije ruimte dient ertoe ruimte naast en boven de kering vrij te houden van permanente obstakels die een toekomstige verbetering van de waterkering onmogelijk maken of anderszins belemmeren. Conform de landelijke leidraden is gerekend met toekomstige waterstanden zoals deze als gevolg van autonome klimaatontwikkelingen over 100 jaar verwacht worden. In het algemeen levert dit profielen van vrije ruimte op van 15 meter aan beide zijden van regionale keringen langs regionale rivieren en van 15 meter binnendijks resp. 2,5 meter buitendijks van boezemkades.

3.6 Onderhoudsplicht

Voorheen was de onderhoudsplicht geregeld via de keur in samenhang met de legger. De legger bevatte onderhoudsplichtigen in de vorm van een algemene regel. Daarbij werd onderscheid gemaakt tussen gewoon of dagelijks onderhoud van de waterkering (zoals afval opruimen, mollen bestrijden, de grasmat in goede staat houden etc.) en buitengewoon onderhoud. Het dagelijks onderhoud van de waterkering berustte bij eigenaren en gebruikers van de gronden waar de waterkering op lag, het buitengewoon onderhoud berustte bij het waterschap.

Conform de leggervereisten op grond van de Waterschapswet (zie ook hoofdstuk 1) geldt dat de onderhoudsplichtige in de legger is opgenomen. Hierbij geldt, net als voorheen, dat de onderhoudsplicht voor het dagelijks onderhoud aan de waterkering in het algemeen berust bij de eigenaar of gebruiker van de gronden en dat het buitengewoon onderhoud berust bij het waterschap. Alleen daar waar een afwijkende onderhoudsplicht geldt, is dit in de leggertabel apart aangegeven. Wat de onderhoudsplichten feitelijk inhouden, staat in de Keur en de Waterwet omschreven.

Voor de ondersteunende kunstwerken in en bij waterkeringen geldt dat er twee mogelijkheden zijn:

  • 1.

    Het betreft een ondersteunend kunstwerk zoals een duiker die bedoeld is om een oppervlaktewaterlichaam de kering te doen kruisen. De onderhoudsplichten die daarvoor gelden, zijn reeds bepaald in de legger voor oppervlaktewaterlichamen en worden hier dus niet dubbel opgenomen. Wel wordt hier in aanvulling op de legger oppervlaktewaterlichamen de onderhoudsplicht opgenomen voor eventuele afsluitmiddelen ten behoeve van de kerende functie.

  • 2.

    Het betreft een andersoortig ondersteunend kunstwerk (al dan niet waterkerend zoals in paragraaf 3.4 omschreven). Hiervan is de onderhoudsplicht wel in deze legger geregeld.

4 Voorschriften

Artikel 1 Hoofdelijke aansprakelijkheid
  • 1.

    Wanneer percelen met een beperkt recht zijn bezwaard, dan wel krachtens persoonlijk recht in gebruik zijn gegeven, rusten de in deze legger aan de eigenaar opgelegde verplichtingen van de keur ook op de beperkt gerechtigden en in geval er sprake is van een persoonlijk recht ook op de gebruikers.

  • 2.

    Voor de nakoming van de in de keur aan de eigenaar opgelegde verplichtingen is ieder van de genoemde gerechtigden alsmede de eigenaar hoofdelijk aansprakelijk.

Artikel 2 Onderhoudsplicht waterkeringen
  • 1.

    Het gewoon onderhoud zoals bedoeld in de keur berust bij de eigenaren van de waterkeringen, tenzij in de leggertabel van deze legger anders is bepaald.

  • 2.

    Het buitengewoon onderhoud zoals bedoeld in de keur berust bij het waterschap, tenzij in de leggertabel van deze legger anders is bepaald.

Artikel 3 Ondersteunende kunstwerken
  • 1.

    De verplichting tot het onderhouden van ondersteunende kunstwerken in een waterkering zoals bedoeld in de keur, rust op de onderhoudsplichtige van de waterkering, tenzij in de leggertabel in deze legger anders is bepaald.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt dat de verplichting tot het schoonhouden van het doorstromingsprofiel alsmede de instandhouding van een ondersteunend kunstwerk voor een oppervlaktewaterlichaam die gelegen is in of bij een waterkering, zoals bedoeld in de keur is bepaald in de legger voor oppervlaktewaterlichamen.

  • 3.

    De verplichting tot het in standhouden van afsluitmiddelen op ondersteunende kunstwerken zoals bedoeld in het tweede lid, rust op dezelfde onderhoudsplichtige als bedoeld in het tweede lid , tenzij in de leggertabel van deze legger anders is bepaald.

Artikel 4 Beschermingszones

1.De beschermingszone langs een regionale kering lang een regionale rivier bedraagt aan beide zijden 25 meter vanuit de waterkeringszone, tenzij in deze legger anders is bepaald.

of

2.De beschermingszone langs een boezemkade bedraagt aan de buitendijkse zijde 5 meter en aan de binnendijkse zijde 25 meter vanuit de waterkeringszone, tenzij in deze legger anders is bepaald.

Artikel 5 Profiel van vrije ruimte
  • 1.

    Het profiel van vrije ruimte bedraagt bij een regionale kering langs een regionale rivier, indien in deze leggertabel bij deze legger geen andere maten zijn aangegeven, 15 meter vanuit de teenlijnen van het dijklichaam en ten minste 0,50 meter boven het leggerprofiel.

  • 2.

    Het profiel van vrije ruimte bedraagt bij een boezemkade, indien in deze legger geen andere maten zijn aangegeven, 15 meter vanuit de teenlijn van het dijklichaam aan de binnendijkse zijde en 2,50 meter aan de buitendijkse zijde vanuit de teenlijn van het dijklichaam, en ten minste 0,50 meter boven het leggerprofiel.

  • 3.

    Daar waar het werkelijk aanwezige dijklichaam meer dan 0,50 meter hoger is dan het leggerprofiel, geldt in afwijking van de leden 1 en 2 dat het profiel van vrije ruimte het gehele werkelijk aanwezige dijklichaam omvat welke boven het leggerprofiel gelegen is.

Bijlage I: Begrippenlijst

In deze legger worden de onderstaande begrippen gehanteerd (voor zover deze niet reeds in de Waterwet, provinciale verordening of de keur zijn gedefinieerd).

buitendijks: aan de kant van het te keren water. Het tegenovergestelde is ‘binnendijks’: aan de kant van het land dat door de kering beschermd wordt.

Coupure: een afsluitbare doorgang in een waterkering.

Inlaatwerk: kunstwerk dat dient om gecontroleerd water in een gebied in te laten.

Kade: een als zodanig in een legger aangewezen overige waterkering of waterkerende hoogte.

Keur: verordening met ge- en verbodsbepalingen van een waterschap

kruinbreedte: breedte van de waterkering op het hoogste punt in het dwarsprofiel van het dijklichaam.

kruinhoogte: hoogte van de waterkering.

legger bergingsgebieden: legger specifiek voor bergingsgebieden.

legger waterkeringen: legger specifiek voor waterkeringen.

legger oppervlaktewaterlichamen: legger specifiek voor oppervlaktewaterlichamen.

maatgevende hoogwaterstand (MHW): waterstand tijdens maatgevende omstandigheden, exclusief het effect van stroming en/of opwaaiing en eventueel andere waterstandsverhogende oorzaken.

Teenlijn: lijn van de onderrand van het dijklichaam. De binnenteenlijn ligt aan de binnendijkse zijde, de buitenteenlijn aan de buitendijkse zijde.

Waterkeringszone: zone welke wordt ingenomen door de waterkering.

het waterschap: het waterschap Brabantse Delta.

Bijlage II: Leggertabellen

[Red: De leggertabellen zijn in te zien op het hoofdkantoor van waterschap Brabantse Delta en zijn tevens raadpleegbaar op www.brabantsedelta.nl via leggerkaarten.]