Regeling vervallen per 01-01-2022

Verordening winkeltijden Sittard-Geleen 2013

Geldend van 04-07-2013 t/m 31-12-2021

Intitulé

Verordening winkeltijden Sittard-Geleen 2013

De raad van de gemeente Sittard-Geleen,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 mei 2013;

gelet op de Winkeltijdenwet en het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet;

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening winkeltijden Sittard-Geleen 2013

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze Verordening Winkeltijden Sitard-Geleen 2013 wordt verstaan onder:

  • A.

    de wet: de Winkeltijdenwet (wet van 21 maart 1996 en zoals nadien gewijzigd);

  • B.

    winkel: een winkel als bedoeld in artikel 1 van de wet;

  • C.

    zondagen: iedere kalenderzondag alsook een feestdag die op zondag valt; Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, eerste Kerstdag en tweede Kerstdag;

  • D.

    college: het college van burgemeester en wethouders.

  • E.

    SBI 2008: Standaard Bedrijfsindeling 2008. De kamer van Koophandel geeft ieder bedrijf dat zich inschrijft in het handelsregister een code die de economische activiteit van het bedrijf aanduidt. Deze code wordt in deze als bindend beoordeeld bij bepaling van bedrijfsactiviteit en/of bepaling van hoofdproduct. Indien de SBI 2008 wordt gewijzigd, wordt de alsdan door de Kamer van Koophandel gebezigde indeling gehanteerd.

  • F.

    delen van de gemeenten:

    Sittard

    • 1

      Sittard-centrum

    • 2

      Overhoven

    • 3

      Baandert

    • 4

      Leyenbroek/park/Kollenberg

    • 5

      Stadbroek

    • 6

      Broeksittard

    • 7

      Vrangendael

    • 8

      Lahrhof/Haag Sittard/kemperhof/Europapark

    • 9

      Ophoven/Craaveld/Beekdal/Tien Bunder

    • 10

      Sanderbout

    • 11

      Limbrichterveld/Hoogveld

    • 12

      Limbricht

    • 13

      Einighausen

    • 14

      Guttecoven

    • 15

      Munstergeleen/Windraak

    • 16

      Handelscentrum Bergerweg

    • 17

      Industriepark Noord

    Geleen

    • 1

      Geleen-centrum/Geleen-Noord (postcode 6161-6162)

    • 2

      Lindenheuvel (postcode 6163)

    • 3

      Zuid (postcode 6164)

    • 4

      Kluis (postcode 6165)

    • 5

      Oud-Geleen (postcode 6166)

    Born

    • 1

      Born

    • 2

      Grevenbicht/Obbicht

    • 3

      Buchten/Holtum

  • G.

    Waar in deze verordening wordt gesproken van een ontheffing wordt daaronder tevens begrepen een vrijstelling zoals bedoeld in de wet.

Artikel 2. Beslistermijn

  • 1. Het college beslist op een aanvraag om een ontheffing binnen 8 weken en binnen 12 weken als de aanvraag betrekking heeft op een ontheffing inzake artikel 8.

  • 2. Het college kan de beslissing voor ten hoogste 8 weken verdagen.

Artikel 3. Overdracht van de ontheffing

  • 1. Een ontheffing op grond van deze verordening is overdraagbaar na verkregen toestemming van het college.

  • 2. In geval van een voorgenomen overdracht doet de houder van de ontheffing hiervan onmiddellijk schriftelijk mededeling aan het college onder vermelding van de naam en het adres van de voorgestelde rechtverkrijgende.

Artikel 4. Intrekken of wijzigen van de ontheffing

Het college kan een ontheffing intrekken of wijzigen indien:

  • a.

    ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  • b.

    veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten dit noodzakelijk maken in verband met het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist;

  • c.

    het gebruik van de winkel of de uitoefening van een bedrijf anders dan in een winkel gevaar oplevert voor de openbare orde, de veiligheid of het woon- en leefklimaat ter plaatse;

  • d.

    de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

  • e.

    van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn of, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;

  • f.

    de houder dit aanvraagt.

Artikel 5. Zon- en feestdagenregeling (koopzondagen)

  • 1. De verboden genoemd in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a en b van de wet, gelden niet op ten hoogste twaalf, door het college aan te wijzen, zondagen of feestdagen per kalenderjaar.

  • 2. Deze bevoegdheid geldt voor elk deel van de gemeente zoals genoemd in artikel 1 lid f, afzonderlijk.

Artikel 6. Ontheffing zon- en feestdagenregeling voor bijzondere situaties

  • 1. Het college kan voor wat betreft zondagen of feestdagen ontheffing verlenen van de in artikel 2 van de wet genoemde verboden, ten behoeve van:

    • a.

      bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard;

    • b.

      het uitstallen van goederen;

    • c.

      tentoonstellingen in kunstateliers en galeries

  • 2. De ontheffing kan worden verleend in geval van feestelijkheden, bijeenkomsten, veilingen of beurzen.

Artikel 7. Verbod straatverkoop bepaalde goederen op zon- en feestdagen

De vrijstelling, bedoeld in artikel 12, eerste lid van het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet, geldt voor de gehele gemeente.

Artikel 8. Openstelling van avondwinkels

  • 1. Het college kan voor ten hoogste zes avondwinkels ontheffing verlenen.

  • 2.

    • a

      De winkel dient gesloten te zijn tussen zaterdag 24.00 uur en zondag 12.00 uur om de zondagsrust te waarborgen;

    • b

      in de winkel dienen aantoonbaar uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren te worden verkocht, met uitzondering van sterke drank als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Drank- en Horecawet. In de avondwinkel mag geen gelegenheid tot nuttigen ter plaatse worden gegeven.

  • 3. Tevens kan het college op aanvraag en onder voorwaarden ontheffing verlenen van de verboden van artikel 2 van de wet, voor zover het betreft werkdagen tussen 22.00 en 06.00 uur (op zaterdagen tot 24.00 uur) en zondagen vanaf 16.00 uur.

  • 4. De ontheffing van een avondwinkel wordt uitsluitend verleend aan nachtwinkels die minimaal 4 avonden in de week tot 24.00 uur open te zijn of zoveel langer als door het college wordt besloten.

  • 5. Verzoeken om ontheffing van de wet in het kader van de vestiging van avondwinkels worden- nadat is vastgesteld dat er geen andere wettelijke beletselen zijn beoordeeld op de mate waarin de openstelling van een avondwinkel een negatieve invloed kan hebben op de woon- en leefsituatie en/of de openbare orde en veiligheid van de omgeving van de winkel.

  • 6. Artikel 5 lid 2 van deze Verordening zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 7. Aan een ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

  • 8. De ontheffing als bedoeld in het eerste en vierde lid, kan worden geweigerd indien een of meer van de navolgende omstandigheden zich in de omgeving van de winkel voordoen of naar verwachting zullen gaan voordoen:

    • a.

      Weigeringsgronden met betrekking tot openbare orde en veiligheid

      • a1.

        De omgeving van de winkel kan getypeerd worden als een probleemlocatie, door drugsgebruik, drugshandel, ordeverstoringen en criminaliteit;

      • a2.

        De winkel waarvoor ontheffing wordt gevraagd zal naar redelijke verwachting een aanzuigende werking hebben op overlast veroorzakende groepen, zoals drugsgebruikers en – handelaren, uitgaande jongeren en/of alcoholisten;

      • a3.

        De winkel wordt beoogd gevestigd te worden in een gebied waarin ten tijde van het sluitingsuur(uren) van de Horeca een verhoogd risico aanwezig is op vechtpartijen en andere vormen van ernstige overlast;

      • a4.

        De in de winkel toegestane verkoop van lichtalcoholische dranken vormt een gezondheidsrisico voor de in de omgeving uitgaande jeugd;

      • a5.

        De verkeersaantrekkende werking van de winkel zal naar verwachting de veiligheid op de weg in gevaar brengen en/of overlast veroorzaken voor nabijgelegen panden;

      • a6.

        Er bestaat een reëel veiligheidsrisico voor klanten en/of personeel, waartegen redelijkerwijs onvoldoende maatregelen kunnen worden genomen;

      • a7.

        De winkel ligt op een locatie welke in de nachtelijke uren een gemakkelijk doelwit is voor overvallen.

    • b.

      Weigeringsgronden met betrekking tot woon- en leefsituatie

      • b1.

        De winkel ligt in een gebied waarin de directe omgeving voornamelijk sprake is van een woonfunctie;

      • b2.

        De verkeersaantrekkende werking van de winkel zal naar verwachting de veiligheid op de weg in gevaar brengen en/of overlast veroorzaken voor de naburige panden;

      • b3.

        Het gebruik van parkeerplaatsen bij winkelbezoek veroorzaakt in de directe omgeving van de winkel overlast of parkeerproblematiek voor reguliere gebruikers/ bewoners in de omgeving;

      • b4.

        De mogelijkheid van het ontstaan van hinder door overlast veroorzakende groepen jongeren in de directe omgeving van de winkel wordt beoordeeld als een reëel risico.

  • 9. Alvorens te beslissen op de aanvraag zal de politie gehoord worden.

  • 10. Aan een ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden, die onder meer betrekking hebben op:

    • -

      de verlichting, reclameaanduidingen, muziek- en geluidsinstallaties en andere voorwerpen welke geluidshinder kunnen opleveren;

    • -

      de aan- en afvoer van goederen en emballage;

    • -

      het gebruik van winkelwagens;

    • -

      de parkeer- en stallinggelegenheid en de bereikbaarheid van de winkel;

    • -

      maatregelen ter voorkoming van overlast en/of aantasting van het woon- en leefklimaat dan wel de openbare orde en veiligheid.

  • 11. Ten aanzien van werkdagen geldt voor avondwinkels de hoofdregel van de wet (artikel 9) dat ze tussen 06.00 uur en 22.00 uur onbeperkt open mogen zijn.

Artikel 9. Toerisme

  • 1. Het college kan op aanvraag een ontheffing verlenen van de verboden, bedoeld in artikel 2, eerste lid van de wet, om reden van op de gemeente gericht toerisme, voor zover zij betrekking hebben op de zondagen en de feestdagen.

  • 2. Van de verboden vervat in artikel 2, eerste lid onder a en b, en tweede lid van de wet wordt met deze verordening een gemeentebrede ontheffing verleend op zon- en feestdagen voor de verkoop van artikelen in winkels van de levensmiddelenbranche met de volgende SBI2008 codes:

    - 47.11

    Supermarkten en dergelijke winkels met een algemeen assortiment voedings- en genotmiddelen

    - 47.21

    Winkels in aardappelen, groenten en fruit

    - 47.22.1

    Winkels in vlees en vleeswaren

    - 47.22.2

    Winkels in wild en gevogelte

    - 47.23

    Winkels in vis

    - 47.24.1

    Winkels in brood en banket

    - 47.24.2

    Winkels in chocolade en suikerwerk

    - 47.25

    Winkels in dranken

    - 47.26

    Winkels in tabaksproducten

    - 47.29

    Gespecialiseerde winkels in overige voedings- en genotmiddelen, waaronder:

    - 47.29.1

    Winkels in kaas

    - 47.29.2

    Winkels in natuurvoeding en reformartikelen

    - 47.29.3

    Winkels in buitenlandse voedingsmiddelen

  • 3. Het college kan op aanvraag ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a en b, en tweede lid van de wet, voor delen van de gemeente indien:

    • A

      Hiertoe een verzoek wordt gedaan door een Ondernemersvereniging (of winkeliersvereniging), zijnde een

      officieel geregistreerd en conform statuten opererend orgaan welke de belangen van de aangesloten ondernemers behartigt.

    • B

      het verzoek betrekking heeft op een deel van de gemeente zoals deze in artikel 1 lid F zijn benoemd.

    • C

      Het verzoek voor het onder B bedoelde deel, adequaat de navolgende belangen inventariseert en omschrijft:

      • -

        Economische impact koopzondagen, werkgelegenheid en van winkelpersoneel

      • -

        Leefbaarheid veiligheid en openbare orde

      • -

        Zondagsrust

    • D

      Onderdeel van het verzoek voor het onder B bedoelde deel is een draagvlakonderzoek onder de ondernemers van het gebied waaruit voldoende draagvlak voor het verzoek blijkt.

  • 4. Het college kan verdere beperkingen stellen en voorschriften verbinden aan de ontheffing.

Artikel 10. Vrijstellingen

  • 1.

    Bepaalde winkels

    De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van:

    • a.

      musea;

    • b.

      winkels, waar uitsluitend maaltijden, voor directe consumptie geschikte eetwaren, alcoholvrije dranken en, door middel van een automaat, tabak en tabaksprodukten, middelen ter voorkoming van zwangerschap en damesverband plegen te worden verkocht;

    • c.

      winkels waar de bedrijfsactiviteit hoofdzakelijk bestaat uit het verhuren van voorbespeelde videobanden en andere voorbespeelde beelddragers, mits in die winkel geen andere goederen worden te koop aangeboden of verkocht dan videobanden en andere beelddragers, alsmede tijdschriften en catalogi, die betrekking hebben op het te huur aangeboden assortiment.

  • 2.

    Openstelling anders dan voor verkoop

    • 1.

      De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van:

      • a.

        winkels, waarin zich een restaurant of lunchroom bevindt, voor zover het laten betreden van de winkel noodzakelijk is voor het bezoeken van het restaurant of de lunchroom;

      • b.

        winkels waar uitsluitend of hoofdzakelijk fietsen en bromfietsen plegen te worden verkocht, voor zover het laten betreden van de winkel noodzakelijk is voor het huren van fietsen en bromfietsen.

    • 2.

      De in het eerste lid vervatte vrijstellingen gelden niet ten aanzien van het verkopen van goederen.

  • 3.

    Straatverkoop van bepaalde goederen

    De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van voor directe consumptie geschikte eetwaren en alcoholvrije dranken.

  • 4.

    Begraafplaatsen

    • 1.

      De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk bloemen en planten plegen te worden verkocht en die zijn gelegen op een afstand van ten hoogste 100 meter van de publieksingang van een begraafplaats, gedurende de openingstijden van die begraafplaats.

    • 2.

      De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van bloemen en planten op een begraafplaats dan wel op een afstand van ten hoogste 100 meter van de publieksingang daarvan, gedurende de openingstijden van die begraafplaats.

  • 5.

    Culturele evenementen

    • 1.

      De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van gebouwen, waar voorstellingen, uitvoeringen of evenementen van culturele aard plaatsvinden, en waar uitsluitend of hoofdzakelijk goederen die rechtstreeks verband houden met aldaar te houden voorstellingen, uitvoeringen en evenementen plegen te worden verkocht, vanaf een uur voor de aanvang van de voorstelling, de uitvoering of het evenement tot een uur na afloop daarvan.

    • 2.

      De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van het ter gelegenheid van voorstellingen, uitvoeringen of evenementen van culturele aard te koop aanbieden en verkopen van goederen, die rechtstreeks verband houden met die voorstellingen, uitvoeringen of evenementen, vanaf een uur voor de aanvang van de voorstelling, de uitvoering of het evenement tot een uur na afloop daarvan.

  • 6.

    Sportcomplexen

    • 1.

      De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van winkels in of op het terrein van sportcomplexen, waar uitsluitend of hoofdzakelijk goederen worden verkocht, die rechtstreeks verband houden met de aldaar beoefende sporten, gedurende de openstellingsuren van die sportcomplexen.

    • 2.

      De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van het in of op het terrein van sportcomplexen te koop aanbieden en verkopen van goederen, die rechtstreeks verband houden met de aldaar beoefende sporten, gedurende de openstellingsuren van die sportcomplexen.

  • 7.

    Bejaardenoorden

    • 1.

      De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van winkels in of op het terrein van bejaardenoorden, waar uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren, prentbriefkaarten, nieuwsbladen en tijdschriften alsmede bloemen en planten plegen te worden verkocht.

    • 2.

      De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden in of op het terrein van bejaardenoorden niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van eet- en drinkwaren, prentbriefkaarten, nieuwsbladen en tijdschriften alsmede bloemen en planten.

  • 8.

    E.H. Communie

    • 1.

      De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk foto-artikelen plegen te worden verkocht, voor zover het betreden van die winkel noodzakelijk is voor het vervaardigen van portretfoto's ter gelegenheid van de Eerste Heilige Communie.

    • 2.

      De in het eerste lid vervatte vrijstelling geldt niet ten aanzien van het verkopen van goederen.

  • 9.

    Allerheiligen en Allerzielen

    • 1.

      De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag, gelden niet ten aanzien van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk bloemen en planten plegen te worden verkocht, op de dagen waarop Allerheiligen en Allerzielen worden gevierd.

    • 2.

      De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag, gelden niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van bloemen en planten op de dagen waarop Allerheiligen en Allerzielen worden gevierd.

  • 10.

    Ramadan

    • 1.

      De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden gedurende de Ramadan vanaf twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang niet ten aanzien van winkels, waar brood en gebak wordt verkocht dat in het bijzonder is bestemd voor hen die zich aan de Ramadan houden, mits in die winkel dat brood en gebak ook pleegt te worden verkocht buiten de periode van de Ramadan.

    • 2.

      De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden gedurende de Ramadan vanaf twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van brood en gebak dat in het bijzonder is bestemd voor hen die zich aan de Ramadan houden.

  • 11.

    Bedevaartplaats

    • 1.

      De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van winkels die zijn gelegen in de directe omgeving van een bedevaartplaats, gedurende de tijd dat deze plaats als zodanig wordt bezocht, indien in die winkel op die dagen en gedurende die tijd geen andere goederen worden verkocht dan:

      • a.

        voor directe consumptie geschikte eetwaren en alcoholvrije dranken;

      • b.

        religieuze artikelen en souvenirs;

      • c.

        bloemen en planten.

    • 2.

      De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden in de directe omgeving van een bedevaartplaats, gedurende de tijd dat deze plaats als zodanig wordt bezocht, niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van:

      • a.

        voor directe consumptie geschikte eetwaren en alcoholvrije dranken;

      • b.

        religieuze artikelen en souvenirs;

      • c.

        bloemen en planten.

  • 12.

    Carnaval

    • 1.

      De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag, gelden op de zondag vanaf 12 uur waarop carnaval wordt gevierd, niet ten aanzien van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk feestartikelen plegen te worden verkocht.

    • 2.

      De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag, gelden op de zondag vanaf 12 uur waarop carnaval wordt gevierd, niet voor het te koop aanbieden en verkopen van feestartikelen.

  • 13.

    Kermis

    • 1.

      De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk feestartikelen plegen te worden verkocht, indien in de gemeente, waarin de winkel is gelegen, een kermis wordt gehouden, gedurende de openingstijden van die kermis.

    • 2.

      De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet voor het te koop aanbieden en verkopen van feestartikelen en speelgoed op een terrein, waar een kermis wordt gehouden.

Artikel 11. Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 12. Intrekking voorgaande regeling

De Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen, in werking getreden op 22 februari 2001, wordt ingetrokken.

Artikel 13. Inwerkingtreding

  • 1. Deze Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013 treedt in werking op de dag na publicatie.

  • 2. Op het moment dat de op basis van het voorstel van wet van de leden Verhoeven en Van Tongeren tot wijziging van de Winkeltijdenwet in verband met het verruimen van de bevoegdheid van gemeenten om vrijstelling te verlenen van de verboden met betrekking tot de zondag en een aantal feestdagen (Kamerstukken I 2012/13, 32 412, A) gewijzigde Winkeltijdenwet in werking treedt, treedt Artikel 10 in werking en vervalt van rechtswege Artikel 7.

Artikel 14. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 26 juni 2013.

Bijlage bij de Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013

Toelichting bij artikel 9 van de Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013

Met deze toelichting bij het toerisme-artikel uit de Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013 geeft de gemeente Sittard-Geleen gevolg aan de motiveringsplicht als bedoeld in artikel 3 lid 7 Winkeltijdenwet (Wtw). Deze motivering dient in ieder geval twee onderdelen te bevatten. In de eerste plaats moet de gemeente Sittard-Geleen motiveren dat is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 3, derde lid, onder a. In de tweede plaats dient de motivering van het besluit een grondig inzicht te geven in de belangenafweging die aan het besluit ten grondslag ligt (artikel 3, lid 6).

De hierna gegeven motivering voldoet aan deze wettelijke eisen.

Toepassingsvoorwaarden

De gemeente Sittard-Geleen heeft op grond van artikel 3 lid 3 Wtw de bevoegdheid om bij Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013 als de onderhavige vrijstelling te verlenen van het verbod om winkels op zon- en feestdagen geopend te hebben. Deze bevoegdheid is aan voorwaarden gebonden. Deze voorwaarden zijn gesteld in artikel 3 lid 3 onder a van de Wtw.

Er dient binnen de gemeente sprake te zijn van 1) op de gemeente of een deel daarvan gericht toerisme met een substantiële omvang, 2) mits de aantrekkingskracht voor dat toerisme geheel of nagenoeg geheel is gelegen buiten de verkoopactiviteiten die door de vrijstelling mogelijk worden gemaakt (het toerisme dient autonoom te zijn).

  • 1

    De vaststelling of aan deze voorwaarden is voldaan, vergt een beoordeling van alle feiten en omstandigheden van het geval, die nauw verweven is met de specifieke situatie van deze gemeente. De gemeente Sittard-Geleen heeft daarom een zekere beoordelingsvrijheid, die de rechter bij zijn toetsing behoort te respecteren. De gemeente Sittard-Geleen heeft een onderzoek laten uitvoeren door een ter zake deskundig onderzoeks- en adviesbureau; BRO uit Boxtel. Hoofdonderzoeksvraag die met dit onderzoek beantwoord wordt luidt: Is in Sittard-Geleen sprake van een “autonoom toerisme met een substantiële omvang” ? Het antwoord is ja, in Sittard-Geleen is sprake van een “autonoom toerisme met een substantiële omvang”. Het betreffende Eindrapportage BRO ‘’Onderzoek zondagsopenstelling levensmiddelenbranche d.d. 3-9-2012 is te raadplegen via www.sittard-geleen.nl . De Raad onderschrijft de in het eindrapport vermelde conclusies en overwegingen.

De Gemeenteraad stelt vast dat, om de hiernavolgende redenen en gelet de uitkomsten van het onderzoek van BRO, aan deze toepassingsvoorwaarden is voldaan.

1. Autonoom toerisme met een substantiële omvang

In deze gemeente is sprake van autonoom toerisme met een substantiële omvang. In deze gemeente zijn namelijk een aantal unieke toeristische trekpleisters c.q. voorzieningen aanwezig, op grond waarvan deze gemeente zich onderscheidt van andere gemeenten:

Sittard-Geleen ligt in het ‘smalste stukje’ Nederland. De gemeente verbindt Noord- en Zuid-Limburg met elkaar en grenst zowel aan België als aan Duitsland. Doordat de gemeente van oudsher op een kruispunt ligt van belangrijke wegen en spoorlijnen en in het recente mijnbouwverleden veel immigranten trok, is de lokale samenleving en cultuur door vele nationaliteiten beïnvloed. Met ruim 95.000 inwoners is het de op twee na grootste gemeente van Limburg.

Sittard-Geleen heeft een belangrijke verzorgingsfunctie voor de Westelijke Mijnstreek. Zowel landschappelijk, cultuurhistorisch, cultureel, vermaaksgericht als sportief heeft de gemeente veel te bieden.

Jaarlijks vinden er vele evenementen plaats. De diverse hotels boekten in 2011 bijna 70.000 overnachtingen, met een duidelijk stijgende lijn. Als Poort naar Zuid-Limburg ontvangt de gemeente steeds meer wielertoeristen maar ook andere recreanten.

Met name de stad Sittard getuigt met haar vele monumenten, grachtengordel, religieus erfgoed en middeleeuwse verdedigingswal van een rijk verleden. Het centrum heeft een veelzijdig, bovenlokaal verzorgend aanbod van winkels en horeca. Geleen is vooral bekend vanwege de mijnbouw uit het verleden (Staatsmijn Maurits), waarvan nog vele relicten aanwezig zijn. Daarnaast hebben Born en de andere historische kerkdorpen hun geheel eigen voorzieningen en sfeer. Ze bieden de lokale inwoners en recreanten een ruim en veelzijdig horeca-aanbod. De gemeente is uitstekend bereikbaar, per auto en openbaar vervoer.

Door het grote aantal kerken en ander religieus erfgoed (met name in Sittard) en de bekendheid van Munstergeleen als bedevaartsoord is er in de gemeente veel bezinningstoerisme. De gemeente heeft bovendien diverse fraaie parken, landschappen en veel cultureel erfgoed (kastelen). Met name het karakteristieke gebied tussen de Maas en het Julianakanaal is fraai. Kasteelpark Born trekt jaarlijks 55.000 bezoekers. Wandelen en fietsen zijn in het buitengebied belangrijke recreatieve activiteiten. Er zijn diverse doorgaande, landelijke en regionale routenetwerken beschikbaar.

Deze trekpleisters worden onder meer genoemd in een eigen reisgids, op de website en mediaproducties van de VVV Zuid-Limburg en de gemeentelijke website. Sittard-Geleen heeft als één van de weinig Nederlandse steden een eigen reisgids van de internationale uitgever In Your Pocket.

Beleid gemeente Sittard-Geleen

De gemeente Sittard-Geleen heeft haar toeristisch-recreatief beleid in belangrijke mate afgestemd met de andere gemeenten in de Westelijke Mijnstreek. In de Visie Grensmaasvallei is gekozen voor de structurering en completering van het bestaande toeristisch-recreatieve aanbod in de regio en de vermarkting hiervan. De regio wil vooral complementair zijn aan de nabijgelegen toeristische hotspots Maastricht, Parkstad en Heuvelland. Kwaliteit, uitstraling en belevingswaarde worden versterkt. De gemeente kiest voor de toeristische Product-marktcombinaties (PMC’s) ‘Kruispunt van Wegen’ en ‘Smaak’.

Sittard-Geleen vervult in toenemende mate een overloopfunctie voor toeristen en recreanten uit het zeer toeristische en vaak nogal drukke Heuvelland. Dit o.a. middels de organisatie van aansprekende wieleractiviteiten en de functie als start/finishplek voor bijvoorbeeld de Eneco Tour en de WK Wielrennen 2012.

Onder de noemer Sportzone Limburg richt de regio Sittard-Geleen zich op topsport en breedtesport op het gebied van talentontwikkeling, onderwijs, leisure, innovatie en ondersteunende services. Doel is een nieuwe impuls te geven aan de combinatie van sport en leisure ten gunste van de werkgelegenheid. Belangrijke ambitie is een topsportklimaat op Olympisch niveau voor 2016 (Olympisch plan nationaal). Op economisch vlak wordt hiertoe extra aandacht gegeven aan evenementen, leisure, expertise- & innovatie en gezondheid. Met de bouw van Fitland Sport & Onderwijs krijgt de gemeente een gloednieuwe binnensportaccommodatie met o.a. een Topsporthal (2.500 toeschouwers), wedstrijd- en trainingsaccommodatie voor (professioneel) handbal, sport- en dansruimten, squashbanen, fitness, bowling en een professionele klimhal.

Het actieve toeristische beleid van de gemeente uit zich onder meer in de volgende investeringen:

  • -

    Uitvoering en lokale doorvertaling regionale actieplan Vrijetijdseconomie (investering € 100.000,-)

  • -

    Funding van de VVV Zuid-Limburg (subsidie jaarlijks € 160.000,-)

  • -

    Evenementen (investering ruim € 170.000,-)

  • -

    Sportzone (investering jaarlijks ruim € 350.000,-)

  • -

    Deelname Europese Culturele Hoofdstad 2018 (directe investering € 96.000,-, € 1,5 mln bij uiteindelijke deelname)

  • -

    Ontwikkeling van de stadscentra (investering/subsidie jaarlijks € 550.000,-)

  • -

    Ontwikkeling en uitvoering horecabeleid

a. Autonoom toerisme

Deze toeristische trekpleisters maken voor een belangrijk deel al sinds oudsher onderdeel uit van deze gemeente. Andere trekpleisters als het Mericihotel in het kloostercomplex zij van recentere datum en bijvoorbeeld de Sportzone is nog volop in ontwikkeling. Het toont de ambitie van Sittard-Geleen om het toeristisch potentieel verder uit te bouwen. Deze toeristische trekpleisters trekken sindsdien in toenemende mate toeristen. Derhalve is gebleken dat deze een autonome aantrekkingskracht hebben op toeristen.

b. Substantiële omvang

Het aantonen van substantieel toerisme vormt in de nieuwe Winkeltijdenwet de basis voor de onderbouwing van koopzondagen. In deze paragraaf beschrijven we de toeristische functie van Sittard-Geleen. Dit wordt in beeld gebracht op basis van het aanbod (cultuur, sport, horeca, evenementen en verblijfsrecreatie) en bezoekersaantallen. Dit uiteraard voor zover valide gegevens en cijfers beschikbaar zijn. Ook het economisch belang van de sector komt aan de orde. Voor de cijfermatige overzichten wordt verwezen naar de Eindrapportage BRO ‘’Onderzoek zondagsopenstelling levensmiddelenbranche d.d. 3-9-2012 en de daarin opgenomen tabellen. De eiindrapportage is te raadplegen via www.sittard-geleen.nl.

Het aanbod in Sittard-Geleen wordt waar mogelijke afgezet tegen het aanbod van vergelijkbare gemeenten. Alkmaar, Deventer, Heerlen, Helmond, Hilversum en Oss vormen hier het referentiekader. Deze gemeenten zijn redelijk vergelijkbaar qua inwonertal, verzorgingsfunctie en ligging in een verstedelijkt gebied. Wel heeft elke plaats uiteraard haar eigen bijzondere kenmerken.

Aanbod verblijfsrecreatie en horeca

Verblijfsrecreatie: veel hotels Het hotelaanbod geeft de beste indicatie van het verblijfstoerisme in Sittard-Geleen. In Sittard-Geleen zijn veertien hotels gevestigd, met in totaal ruim 600 kamers. Dit is ruim bovengemiddeld, zeker als ‘uitschieter’ Heerlen buiten beschouwing wordt gelaten.

Veel horeca

Sittard-Geleen is met 282 horecavestigingen een bourgondische gemeente. Per 10.000 inwoners beschikt de stad over opmerkelijk veel horecazaken: 15 procent meer dan gemiddeld. Geen enkele gemeente uit de benchmark heeft een groter aanbod. Dit wijst op een belangrijke bovenlokale functie voor horecabezoek.

Aanbod leisure met bovenlokale functie

Cultuur van regionale betekenis

Sittard-Geleen heeft regionaal een belangrijke culturele functie, qua aanbod geheel in overeenstemming met het inwonertal. Het heeft hier de 30e plek van de 50 grootste gemeenten in Nederland, tegenover de 29e plek qua inwonertal. Het culturele aanbod is in de Atlas voor gemeenten bepaald middels indicatoren op het gebied van podiumkunsten, beeldende kunst, erfgoed, letteren en kunst.

Belangrijke voorzieningen in de gemeente zijn Museum Het Domein, Stadsschouwburg Sittard-Geleen en de grote Foroxity Filmarena Sittard Geleen. De gemeente is samen met Maastricht en andere plaatsen in de regio kandidaat voor de Europese Culturele Hoofdstad 2018. Sittard-Geleen herbergt 261 rijksmonumenten, met name in de historische binnenstad van Sittard. Dit aantal is maar iets lager dan gemiddeld in de referentiegemeenten (276).

Sittard en Geleen vormen samen een populaire filmstad. In geen van de referentiegemeenten is het bioscoopbezoek zo groot als hier: ruim 400.000 bezoekers in 2011. En dat terwijl het aantal stoelen niet eens het hoogste is van de benchmark.

Het aantal theaterstoelen in de grootste theaterzaal (Stadsschouwburg Sittard-Geleen) bedraagt in de gemeente bijna 800. Dit ligt rond het gemiddelde van de referentiegemeenten uit de benchmark.

Sport en vermaak: gevarieerd en vernieuwend

Fortuna Sittard heeft met De Graafschap het grootste stadion in de Jupiler League. Het aantal toeschouwers van Fortuna Sittard lag in het seizoen 2011-2012 met bijna 4.500 per wedstrijd ruim boven het gemiddeld van de andere clubs in de Jupiler League uit steden uit de benchmark (gemiddeld circa 3.550).

Het sport- en recreatiecentrum Glanerbrook in Geleen is eveneens een belangrijke leisurevoorziening in de gemeente. Het trekt jaarlijks circa 300.000 bezoekers. Daarnaast zijn er nog diverse andere sport- en vermaaksaccommodaties, maar die hebben vooral een lokale functie. De nog in aanbouw zijnde Fitland Sport & Onderwijs wordt een binnensportaccommodatie van bovenregionale betekenis, zeker voor handbal.

Bedevaartsoort Munstergeleen

En verder is op grond van het vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet 1996, art. 20 de vrijstelling van toepassing op ‘’bedevaartsoort Munstergeleen’’ vanwege de pelgrimage naar het geboortehuis van de Heilige Pater Karel Houben in Munstergeleen. Pelgrimage wordt opgevat als bezinningstoerisme.

Culturele aspecten

Sittard-Geleen heeft voor de meeste culturele aspecten een bovengemiddelde verzorgingsfunctie. Qua inwonertal neemt de gemeente in Nederland de 29e plaats in, maar de landelijke rangorde van de meeste culturele aspecten ligt daarboven. Zo is het aanbod van bibliotheken opvallend ruim (landelijk de zesde (!) plaats), wat in mindere mate ook geldt voor het aantal galerieën en uitvoeringen van klassieke muziek. Alleen het aantal historische musea is relatief laag. De overige voorzieningen liggen rond de rangorde 30; in overeenstemming met het inwonertal van Sittard-Geleen.

Diverse evenementen

Er vinden jaarlijks vele evenementen plaats in Sittard-Geleen. Aansprekende voorbeelden zijn:

  • ·

    Oktoberfeesten Sittard

  • ·

    Gelaender Kirmes (Geleen, grootste najaarskermis van het Zuiden)

  • ·

    Historische Jaarmarkt Sint Joep (Sittard, 19 maart)

  • ·

    Vele andere evenementen

Net als de meeste ander gemeenten uit de benchmark heeft Sittard-Geleen een evenement in de jaarlijkse, landelijke Evenementen Top 1001. Dit zijn de Oktoberfeesten in Sittard, met in 2011 naar schatting 150.000 bezoekers.

Werkgelegenheid in toerisme

Sittard-Geleen is met bijna 4.000 bedrijven en ruim 1.400 ha bedrijventerrein een belangrijke economische gemeente, ook binnen Limburg. Het is de bakermat van veel innovatieve bedrijvigheid met een wereldwijd afzetgebied. In de Limburg Sport Zone worden internationale trainingsfaciliteiten, (top)sportonderwijs en sportinnovatie gebundeld (zie paragraaf 3.2).

In de gemeente Sittard-Geleen zijn totaal 2.040 mensen werkzaam in de toeristisch-recreatieve sector2. Dit is 4,1% van de totale werkzame beroepsbevolking in Sittard-Geleen. In de referentiegemeenten bedraagt de werkgelegenheid in genoemde sectoren gemiddeld circa 2.150 banen. Wel bestaan hierin grote variaties.

2. Winkelopenstelling ten behoeve van het toerisme

De toeristische trekpleisters zijn gelegen in de gehele gemeente Sittard-Geleen; de centra, dorpen en buitengebieden en uiteenlopend van aard, van leisure tot pelgrimage (bezinningstoerisme). De openstelling van winkels is ondersteunend aan de toeristische aantrekkingskracht van Sittard-Geleen voor de diverse toeristische bezoekersgroepen met hun behoeften.

Nu aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 3, derde lid, onder a, Wtw is voldaan is de raad bevoegd van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 3 lid 3 onder a gebruik te maken. In artikel

9 van deze Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013 maakt de raad van deze bevoegdheid gebruik.

3. Inventarisatie en omschrijving van de belangen

De raad mag deze bevoegdheid toepassen na afweging van de daarbij betrokken belangen (artikel 3 lid 6 WTW). De raad heeft in ieder geval de volgende belangen in de afweging betrokken:

1 Economische impact koopzondagen, werkgelegenheid en van winkelpersoneel

2 Leefbaarheid veiligheid en openbare orde

3 Zondagsrust

ad 1 Economische impact koopzondagen en werkgelegenheid

In deze gemeente is sprake van veel economische bedrijvigheid.

Naast de industrie op de diverse bedrijfsterreinen met aansprekende bedrijven als DSM, SABIC, Eurocarbon, Stamicarbon, VDL, Nitrogen, herbergt Sittard-Geleen een divers aanbod van detailhandel/winkels, horeca en dienstverlening:

Winkelstructuur gemeente Sittard-Geleen

De gemeente Sittard-Geleen bestaat uit 13 kernen waarvan Obbicht de enige is zonder winkelaanbod. Bijna 700 winkels zijn gevestigd in de gemeente Sittard-Geleen, in totaal meer dan 191.000 m² wvo. 18% van de winkels behoort tot het dagelijks3- en 82% tot het niet-dagelijks aanbod. De winkels zijn voornamelijk in de kernen Sittard en Geleen gevestigd. Doorgaans vormt branchegroep ‘mode en luxe’ het grootste aanbod, in de gemeente Sittard-Geleen is dat ‘In en om huis’. Een belangrijke vertegenwoordiger daarvan is Gardenz.

Levensmiddelenbranche

De dagelijkse sector3 in de gemeente Sittard-Geleen vertegenwoordigd 170 winkels met een metrage van 35.000 m² wvo. Bijna 70% van het dagelijks aanbod (ruim 24.000 m² wvo) behoort tot de supermarkten. Van de 26 supermarkten is het merendeel in de kern Sittard (12) en Geleen (10) gevestigd.

Veel horeca

Van het totale leisure aanbod behoort 86% tot de horeca. Bijna 80% van de horecaondernemingen is gevestigd in de centra van Geleen en Sittard. Het culturele aanbod is met name in Sittard en Geleen gevestigd.

Veel ambacht

In Sittard-Geleen zijn 219 dienstverlenende ondernemingen gevestigd. De grootste groep vormen de ambachten (53%). De meerderheid van deze ondernemingen is gevestigd in Sittard, al volgt Geleen op korte afstand.

Levensmiddelenbranche biedt veel werkgelegenheid

De detailhandel is een arbeidsintensieve economische sector. Bij de levensmiddelenzaken bedraagt de gemiddelde omzet per fte (volledige arbeidsplaats) in Nederland ca. € 262.000,- per jaar. Een betere indicator is echter de omzet per werkzame persoon; in de detailhandel werken veel parttimers. De gemiddelde omzet per werkzame persoon in de levensmiddelenbranche bedraagt € 105.000,-. In de Retailstructuurvisie Sittard-Geleen (2007) worden de totale bestedingen in de branche Voedings- en genotmiddelen (levensmiddelen) in de gemeente geraamd op totaal € 181 mln per jaar. Als we dit beschouwen als de totale omzet in de sector (hoewel dit exclusief zakelijke bestedingen is), is de werkgelegenheid in de levensmiddelenbranche in Sittard-Geleen als volgt:

  • 690 volledige arbeidsplaatsen (fte)

  • 1.725 werkzame personen (banen)

Zondagsopenstelling zal vooral leiden tot een verschuiving van bestedingen op andere weekdagen, maar zal ook altijd extra omzet genereren. Dit betekent naast extra uren voor bestaande werknemers ook extra banen in Sittard-Geleen, met een laagdrempelig karakter.

De levensmiddelenbranche kan worden beschouwd als de kern van de consumentenverzorging. Eten en drinken vormen een primaire levensbehoefte. De gemeentelijke overheid heeft als belangrijke taak het optimaliseren van de dagelijkse verzorging voor lokale inwoners: functioneel, ruimtelijk èn chronologisch.

Alleen middels structuurversterking kan de levensmiddelenbranche in Sittard-Geleen haar positie en de hiermee gemoeide inkomensvorming en werkgelegenheid behouden c.q. versterken. Zondagsopenstelling is hiertoe een effectief instrument, ook richting de Duitse en Belgische markt. Hiervan kunnen ook andere vrijetijdsvoorzieningen (cultuur, sport, vermaak, etc.) profiteren.

Extra bestedingen uit Duitsland en België op zondag kunnen de economische betekenis van de detailhandel in Sittard-Geleen vergroten. De levensmiddelenbranche in de gemeente ondervindt nu veel omzetderving door concurrentie van met name nabijgelegen Duitse supermarkten.

Dit belemmert een gezonde ontwikkeling van de verzorgingsstructuur. In de niet-dagelijkse sector is deze omzetderving en concurrentie naar onze inschatting beduidend lager. Bovendien gaat het hier niet om primaire levensbehoeften.

Voor supermarkten is in het algemeen naast het optimaal bedienen van klanten het efficiënt inzetten van de beschikbare ruimte en personeel een belangrijk argument om op zondag te openen. Koopzondagen verhogen het rendement van supermarkten.

Winkelpersoneel

Werknemers in de Nederlandse detailhandel mogen niet worden gedwongen om te werken op zondag (Arbeidstijdenwet). De werknemers zijn daarmee vrij in hun keuze om op zondag te werken. Waarbij het een gegeven is, dat scholieren en studenten, graag werken op zondag. Het is moeilijk om met deze pluriforme groep werknemers, tot een representatief gesprek (kwalitatief onderzoek i.c. enquête) te komen, vandaar dat het onderzoek kwantitatief van aard is. Vooral winkels met veel personeel (meer dan 20 werknemers) willen graag open op zondag. De winkeliers die voorstander zijn, zijn werkgever van 70% van het werknemersbestand in de levensmiddelenbranche. Het personeelsbestand is voor twee vijfde van de winkeliers sinds de invoering van de koopzondag gewijzigd. Een derde heeft haar personeelsbestand uitgebreid met parttimers, 7% van de winkeliers heeft meer fulltimers in dienst dan voorheen. Dat betekent dus een impuls voor de werkgelegenheid van winkelpersoneel. Dit is ook als positief te waarderen voor het winkelpersoneel.

Ad 2 Leefbaarheid veiligheid en openbare orde

Beoordeling gemeente en politie

In het algemeen versterkt de levensmiddelenbranche (supermarkten, speciaalzaken) de leefbaarheid van wijken aanzienlijk, zo blijkt uit vele onderzoeken. Bewoners vinden het prettig om dergelijke voorzieningen zo dicht mogelijk bij huis te hebben. Dit neemt niet weg dat er ook in Sittard-Geleen wel eens klachten van bewoners zijn, gerelateerd aan de winkelfunctie. De meeste klachten hebben betrekking op bevoorrading van supermarkten, met name op vroege tijdstippen. Daarnaast zijn er soms klachten vanwege een verhoogde parkeerdruk in woonwijken door onvoldoende parkeergelegenheid bij de supermarkten zelf.

De gemeente Sittard-Geleen en de politie verwachten weinig negatieve effecten van extra koopzondagen, ook niet qua veiligheid en openbare orde. Dit is mede gebaseerd op hun ervaringen uit het verleden. De gestelde prioriteiten in het Uitvoeringsplan Integrale Veiligheid 2012 van de gemeente Sittard-Geleen hebben geen van alle direct betrekking op de detailhandel. Dit geldt ook voor overvallen, die in 2011 nauwelijks in winkels plaatsvonden, met uitzondering van benzinestations. De politie vindt het dan ook vooralsnog niet nodig om extra politie in te zetten op koopzondagen voor de levensmiddelenbranche.

Ten aanzien van parkeren is contact geweest met het team Parkeren. Met team Parkeren is geconstateerd dat betaald parkeren bij supermarkten op zondagen niet rendeert: het betreft slechts enkele locaties waarbij bovendien de mogelijkheden om in de nabijheid gratis te parkeren groot zijn. Verder wegen de kosten voor toezicht niet op tegen de opbrengsten. Overlastsituaties door parkeren buiten de reguliere parkeerterreinen zijn dus niet te verwachten.

Beoordeling bewoners

In het Burgeronderzoek 2011 van de gemeente Sittard-Geleen is onder meer gevraagd naar de bezochte winkelcentra binnen en buiten de gemeente en de beoordeling daarvan. Eén van de vragen had betrekking op de openbare orde en veiligheid in het meest bezochte winkelcentrum. In het algemeen zijn de lokale inwoners behoorlijk positief over de winkelcentra in de gemeente. Relatief ontevreden is men over de openbare orde en veiligheid in winkelcentrum Zuidhof (Geleen).

Ad 3 Zondagsrust

De zondag is nog steeds voor veel mensen een bijzondere dag. Men doet het wat rustiger aan. Vroeger speelden vooral religieuze overwegingen een belangrijke rol, tegenwoordig staat de behoefte aan “gewoon een beetje rust” meer centraal. De samenleving wordt echter pluriformer en mensen bepalen individueel hun vrijetijds- en koopgedrag, ook op zondag. Winkelen en boodschappen doen groeien daarbij snel in populariteit.

Overigens is ook anno 2012 nog steeds de Zondagswet uit 1953 van kracht, die bepaalt dat het verboden is om “op zondag voor 13 uur openbare vermakelijkheden te houden, daartoe gelegenheid te geven of daaraan deel te nemen”. Tegenwoordig worden echter breed uitzonderingen toegestaan; de wet wordt in praktijk nogal flexibel toegepast. Dat heeft ertoe geleid dat er parlementaire voorstellen zijn gedaan om de Zondagswet af te schaffen. Deze procedure wordt naar verwachting in 2013 afgerond.

4. Afweging van de belangen

De inwoners van Sittard-Geleen en de ondernemers (groot en klein) zijn geconsulteerd over het voornemen vrijstelling te verlenen. Er heeft inspraak plaatsgevonden in de periode oktober-november 2012. Voor de uitkomst van de inspraak -uiterlijk 2 mei 2013 beschikbaar- wordt verwezen naar bijgevoegde inspraaknota zoals vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders op 14 mei 2013.

De Retailadviescommissie heeft een inspraakreactie uitgebracht -uiterlijk 2 mei 2013 beschikbaar-. Hiervoor wordt verwezen naar bijgevoegde inspraaknota zoals vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders op 14 mei 2013.

Er heeft verder een draagvlakonderzoek (zie bijgevoegde Eindrapportage BRO ‘’Onderzoek zondagsopenstelling levensmiddelenbranche d.d. 3-9-2012’’) onder ondernemers in de levensmiddelenbranche (de branche die voorwerp is van de ontheffing in het kader van de toeristische bepaling) plaatsgevonden:

Draagvlakonderzoek

Het onderzoek bevestigd het landelijk ‘’verdeelde’’ beeld; de kleinere winkeliers zijn tegen, de grotere winkeliers zijn overwegend voor verruiming van de zondagsopenstelling.

Enkele cijfers uit het draagvlakonderzoek: Er zijn 136 vragenlijsten verstuurd naar de ondernemers in de levensmiddelenbranche. Het onderzoeksbureau gaf op voorhand aan dat een respons van 25-35% te verwachten is. In Sittard-Geleen hebben echter 59 respondenten de vragenlijst geretourneerd, een respons van 43%. 66% is zelfstandig ondernemer, 17% is franchise en 17% filiaalbedrijf. Van de groep zelfstandige ondernemers is circa 8% voorstander en 90% tegenstander van de zondagsopenstelling. In het filiaal en grootwinkelbedrijf is de situatie omgekeerd; 70% is voorstander en 30% tegenstander. Doorgaans zijn winkeliers met minder dan 6 fulltime en parttime medewerkers geen voorstander van de zondagopenstelling. Andersom blijken winkels met meer dan 20 parttime of fulltime medewerkers juist voorstander. De groep respondenten die een mening heeft over de koopzondag vertegenwoordigt in totaal ruim 1.300 werknemers (zowel fulltime als parttime). Voorstanders van de koopzondag vertegenwoordigen 69% van het werknemersbestand. Ruim drie kwart van de filiaalbedrijven opent graag meer dan 40 koopzondagen haar deuren. Qua openingstijden op koopzondagen zijn de winkeliers opvallend eensgezind: 62% wil openen vanaf 12 uur. Een vijfde zou liever later openen, 17% eerder.

Dat de kleinere winkeliers in meerderheid tegen zijn, is gewogen tegen de andere belangen zoals de voorstanders van de koopzondag die 69% van het werknemersbestand vertegenwoordigen en de eindafweging is, dat de vrijstelling verleend kan worden aan de winkels in de levensmiddelenbranche.

Bij de afweging zijn ook de conclusies uit het onderzoek en overwegingen voor de toekomst meegewogen:

  • -

    Sittard-Geleen heeft onmiskenbaar een substantiële toeristisch-recreatieve functie en deze groeit bovendien sterk, mede door actief beleid van gemeente en regio.

  • -

    Binnen de economische structuur van de gemeente zijn toerisme en recreatie van wezenlijk, groeiend belang. Er werken in de gemeente in totaal circa 2.040 mensen in de toeristische sector; ruim 4% van de totale lokale werkgelegenheid.

  • -

    Zondagsopenstelling van de levensmiddelenbranche betekent vooral een omzetverschuiving van andere weekdagen, maar kan Sittard-Geleen daarnaast extra bestedingen opleveren uit Duitsland en België. De winkels zijn in deze landen op zondag doorgaans gesloten. Duitsers besteden op koopzondagen relatief veel in de dagelijkse sector (levensmiddelen) buiten de eigen regio (onderzoek Grenzeloos Winkelen, 2009).

  • -

    Consumenten waarderen in toenemende mate de koopzondag (deels ten koste van de koopavond), vooral jongeren zijn voorstander. Vele onderzoeken bevestigen dit beeld.

  • -

    Gemeenten als Deventer en Utrecht, met een verruimde zondagsopenstelling voor alleen de levensmiddelenbranche, hebben hiermee positieve ervaringen opgedaan.

  • -

    De ondernemers in de levensmiddelenbranche in Sittard-Geleen zijn sterk verdeeld over de wenselijkheid van koopzondagen. Ruim een derde doet er nu al aan mee; vooral supermarkten.

  • -

    De zelfstandige ondernemers zijn in een duidelijke meerderheid tegenstander van koopzondagen, filiaal- en franchisebedrijven juist voorstander. Vooral winkels met veel personeel (meer dan 20 werknemers) willen graag open op zondag. De voorstanders vertegenwoordigen 70% van het werknemersbestand in de levensmiddelenbranche.

  • -

    In de kernen Geleen en Sittard is het aantal voorstanders in verhouding wat groter dan daarbuiten.

Van de voorstanders zegt 81% dat zondagsopening de weekomzet verhoogt.

  • -

    Er worden in Sittard-Geleen geen (extra) negatieve effecten verwacht van zondagsopenstelling voor de levensmiddelenbranche voor de leefbaarheid, veiligheid en openbare orde in de gemeente. Wel zijn de bevoorradingstijden een belangrijk aandachtspunt.

  • -

    De zondagsrust wordt in onze optiek niet wezenlijk aangetast, mits op relevante locaties rekening wordt gehouden met de tijden van kerkdiensten op zondag.

  • -

    De samenleving verandert en het koopgedrag van mensen verandert mee, waaronder de favoriete koopmomenten. De zondag wordt steeds populairder bij consumenten.

  • -

    De levensmiddelenbranche kan worden beschouwd als de kern van de consumentenverzorging. Eten en drinken vormen een primaire levensbehoefte. De gemeentelijke overheid heeft als belangrijke taak het optimaliseren van de dagelijkse verzorging voor lokale inwoners: functioneel, ruimtelijk èn chronologisch.

  • -

    Alleen middels structuurversterking kan de levensmiddelenbranche in Sittard-Geleen haar positie en de hiermee gemoeide inkomensvorming en werkgelegenheid behouden c.q. versterken. Zondagsopenstelling is hiertoe een effectief instrument, ook richting de Duitse en Belgische markt. Hiervan kunnen ook andere vrijetijdsvoorzieningen (cultuur, sport, vermaak, etc.) profiteren.

  • -

    Extra bestedingen uit Duitsland en België op zondag kunnen de economische betekenis van de detailhandel in Sittard-Geleen vergroten. De levensmiddelenbranche in de gemeente ondervindt nu veel omzetderving door concurrentie van met name nabijgelegen Duitse supermarkten. Dit belemmert een gezonde ontwikkeling van de verzorgingsstructuur. In de niet-dagelijkse sector is deze omzetderving en concurrentie naar onze inschatting beduidend lager. Bovendien gaat het hier niet om primaire levensbehoeften.

  • -

    Sittard-Geleen ontvangt steeds meer toeristisch-recreatieve bezoekers, uit binnen- en buitenland. Voor hen is een sterk winkelapparaat een belangrijke attractiefactor.

  • -

    Voor supermarkten is in het algemeen naast het optimaal bedienen van klanten het efficiënt inzetten van de beschikbare ruimte en personeel een belangrijk argument om op zondag te openen. Koopzondagen verhogen het rendement van supermarkten.

  • -

    Landelijk is het voor diverse vormen van detailhandel nu al mogelijk om op zondag de winkel te openen. Voorbeelden zijn winkels in instellingen voor de volksgezondheid, verkeer en vervoer en de verkoop van nieuwsbladen en tijdschriften. Winkels op stations profiteren bijvoorbeeld hiervan, terwijl andere winkels in dezelfde stad vaak niet mogen openen op zondag.

  • -

    Onder de lokale supermarkten in Sittard-Geleen heeft zich reeds een meerderheid gemeld bij de gemeente als voorstander van koopzondagen: 16 van de 26. Dit middels een spontane brief met ondertekende petitie.

  • -

    Het huidige systeem van ‘avondopenstelling’ op zondag van 16 tot 20 uur voor een beperkt aantal supermarkten heeft een sterk kunstmatig karakter en wordt in feite oneigenlijk gebruikt. Het is onduidelijk voor consumenten, werkt concurrentievervalsend en is onpraktisch voor deelnemende supermarkten (communicatie wel/niet open, inroosteren personeel, bevoorrading, etc.).

  • -

    Een brede zondagsopenstelling biedt duidelijkheid voor de consument.

  • -

    De belangen van de werknemers in de levensmiddelenbranche moeten worden gewaarborgd. Veel mensen werken liever niet op zondag, maar anderen (met name jongere parttimers) hebben daar geen moeite mee. Essentieel is dat werknemers in de detailhandel wettelijk niet mogen worden verplicht om op zondag te werken.

  • -

    Eventuele gesignaleerde effecten op leefbaarheid, veiligheid, openbare orde en zondagsrust moeten goed worden geregistreerd en geëvalueerd. Waar nodig moet worden ingegrepen.

  • -

    Een brede, flankerende promotie van koopzondagen is gewenst, vanuit een geïntegreerde leisure-aanpak waaraan tenminste de gemeente Sittard-Geleen, Centrummanagement en MKB-Limburg deelnemen.

  • -

    De afgelopen jaren blijkt er steeds meer gewenning aan koopzondagen op te treden, zowel bij consumenten als ondernemers. Koopzondagen worden een ‘vast’ onderdeel van het recreatie- en winkelgedrag. Het draagvlak voor koopzondagen lijkt in de landelijke politiek groter te worden, blijkens de recente partijprogramma’s.

  • -

    Tegelijkertijd neemt ook de concurrentie van andere aankoopplaatsen toe. Daarom is het noodzakelijk om frequent de bestaande winkeltijden (waaronder koopzondagen, koopavonden) te evalueren en eventueel bij te sturen naar aantal, branche of winkelgebied. De gemeente moet hierin het voortouw nemen, in samenspraak met de lokale ondernemers.

5. Eindafweging

Het doel van de Winkeltijdenwet is onder meer het borgen van de zondagsrust door zondagopenstelling van winkels te verbieden. Dit is de hoofdregel. Dit belang heeft de raad betrokken en gewogen. Echter, dit belang is van onvoldoende gewicht gebleken, na afweging van de andere (zie hiervoor) betrokken belangen en door het stellen van de voorwaarden aan het verlenen van ontheffingen en aan de ontheffing zelf.

ALGEMENE TOELICHTING

De Winkeltijdenwet

Op 1 juni 1996 is de Winkeltijdenwet tezamen met het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet in werking getreden. De tekst van de Winkeltijdenwet en het bijbehorende Vrijstellingenbesluit zijn gepubliceerd in het Staatsblad van 21 maart 1996, onder nummer 182 en 183. De Winkeltijdenwet is laatstelijk gewijzigd op 14 december 2010. Deze wijziging geeft een inkadering van de bevoegdheid om toeristische gebieden aan te wijzen, waar de winkels op alle zon- en feestdagen open mogen zijn. Het gaat om een aantal extra eisen aan de besluitvorming en een aanscherping van de bevoegdheid op grond van artikel 3, derde lid, onder a, van de wet. Verder worden door deze wetswijziging de vrijstellingen die de raad op basis van dit artikel bij verordening kan geven, vatbaar voor bezwaar en beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Wettelijke grondslag inzake de vrijstelling voor zon- en feestdagen en voor werkdagen.

Een wijziging van de Winkeltijdenwet (initiatiefwetsvoorstel) is ten tijde van de besluitvormingsprocedure van deze verordening, in behandeling bij de Eerste Kamer (behandeling is geagendeerd voor 14 mei 2013) en voorziet in het schrappen van de toeristische bepaling (artikel 9). De grondslag van de huidige gemeentelijke verordeningen inzake de vrijstelling voor zon- en feestdagen en voor werkdagen berusten op artikel 3, eerste en/of derde lid, en/of artikel 7, eerste lid, van de Winkeltijdenwet. In het geval dat het initiatiefwetsvoorstel wordt aangenomen zullen deze bepalingen vervangen worden door een nieuwe, bredere grondslag om middels een verordening vrijstelling te verlenen voor zon- en feestdagen en voor werkdagen. Deze grondslag is opgenomen in artikel 3, eerste lid, van het initiatiefwetsvoorstel.

Uitgangspunten Winkeltijdenwet

In concreto komen deze uitgangspunten neer op het volgende.

  • a.

    Op maandag t/m zaterdag, de werkdagen, is openstelling van winkels toegestaan tussen 06.00 en 22.00 uur. Gemeenten mogen tijdens deze uren geen beperkingen opleggen aan de openstelling van winkels.

  • b.

    Aan het aantal openingsuren per winkel per week is geen maximum verbonden.

  • c.

    Tijdens de nachturen van 22.00 tot 06.00 uur is winkelopening op werkdagen niet toegestaan. Gemeenten kunnen echter vrijstellingen of ontheffingen van deze verplichte winkelsluiting verlenen. Op Goede Vrijdag, Kerstavond (24 december) en. Dodenherdenking (4 mei) moeten de winkels vanaf 19.00 uur dicht zijn.

  • d.

    Op zon- en feestdagen is winkelopening niet toegestaan. Voor maximaal 12 zon- en feestdagen per kalenderjaar kan de gemeente vrijstelling of ontheffing van deze verplichte sluiting verlenen. De Winkeltijdenwet merkt in dit verband als feestdagen aan: Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag.

  • e.

    Winkels waar uitsluitend of hoofdzakelijk levensmiddelen worden verkocht (in de praktijk gaat het vaak om supermarkten) kunnen ontheffing krijgen om op zon- en feestdagen vanaf 16.00 uur open te zijn. Ze moeten dan wel op alle zon- en feestdagen voor 16.00 uur dicht zijn, ook als die als koopzondag zijn aangewezen. Belangrijk is ook dat er in een gemeente maar één ontheffing per 15.000 inwoners mag worden verleend.

  • f.

    De raden kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van de verplichte winkelsluiting op zon- en feestdagen in verband met op de gemeente of een deel daarvan gericht autonoom toerisme.

De Winkeltijdenwet is niet alleen van toepassing op winkels: het is op de in artikel 2, eerste lid, van de wet bedoelde dagen en tijden ook verboden om in de uitoefening van een bedrijf (anders dan in een winkel) goederen te koop aan te bieden of te verkopen aan particulieren. Dit volgt uit artikel 2, tweede lid.

Gemeentelijke bevoegdheden

Als algemene regel geldt dat op zon- en feestdagen de winkels gesloten zijn. Hierop bestaat een aantal uitzonderingen in de vorm van vrijstellings- en ontheffingsmogelijkheden. Hiermee kan het gemeentebestuur van Sittard-Geleen ook buiten de wettelijk geregelde sluitingstijden winkelopening toestaan. Deze bevoegdheden kunnen worden ingedeeld in de volgende vier categorieën.

1 Bevoegdheden op werkdagen

De gemeentelijke bevoegdheden op werkdagen behelzen feitelijk de mogelijkheid om ook na 22.00 uur winkelopening toe te staan (art. 7 van de Winkeltijdenwet). De Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013 moet in een grondslag voorzien om de detailhandelsactiviteiten mogelijk te maken die na 22.00 uur op werkdagen plaatsvinden. Dat is gebeurd in artikel 9 van de Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2012.

2 Bevoegdheden op zon- en feestdagen en 19-uurdagen

De gemeenteraad van Sittard-Geleen heeft op grond van artikel 3, eerste lid, Winkeltijdenwet de bevoegdheid om per kalenderjaar maximaal twaalf zondagen of feestdagen als koopzondag aan te wijzen. Deze bevoegdheid geldt per deel van de gemeente afzonderlijk en kan worden overgedragen aan het college van burgemeester en wethouders. Ook kan de raad het college van burgemeester en wethouders een ontheffingsbevoegdheid toekennen.

Artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, Winkeltijdenwet bepaalt dat de winkels op zondag gesloten moeten zijn. In het eerste lid, onder b, wordt een aantal andere dagen genoemd waarop de winkels gesloten moeten zijn, namelijk Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag. Deze dagen zijn in artikel 1 van de Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013 gedefinieerd als feestdagen. Daarnaast noemt artikel 2, eerste lid onder b, van de Winkeltijdenwet nog drie dagen waarop de winkels gesloten moeten zijn vanaf 19.00 uur: Goede Vrijdag, 4 mei en 24 december. Deze dagen vallen dus niet onder het begrip feestdagen. In deze toelichting worden ze verder aangeduid als “19-uurdagen”.

Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag zijn ook in artikel 1 van het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet gedefinieerd als feestdagen.

Artikel 3, eerste lid, van de Winkeltijdenwet noemt als dagen die als koopzondag kunnen worden aangewezen naast de zondagen alleen de hiervoor vermelde feestdagen Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag. Daaruit volgt dat de 19-uurdagen niet als koopzondag kunnen worden aangewezen indien zij op een zondag vallen.

3 Bevoegdheden voor specifieke situaties

De gemeente heeft de bevoegdheid om bij verordening een vrijstelling te verlenen van het verbod om op zon- en feestdagen open te zijn vanwege op de gemeente of een deel daarvan gericht autonoom toerisme (artikel 3, derde lid, onder a). Deze vrijstelling kan worden verleend voor de gehele gemeente of een deel daarvan. Hierbij geldt de wettelijke voorwaarde dat de lokale aantrekkingskracht voor toeristen niet wordt bepaald door de (vrijgestelde) winkelopening. Deze bevoegdheid is uitgewerkt in artikel 9 van de Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013.

Momenteel is een wetsvoorstel bij de Eerste Kamer in behandeling waarmee deze bepaling komt te vervallen. Zie voor meer informatie en jurisprudentie de artikelsgewijze toelichting bij artikel 9 van deze verordening.

De wet voorziet in artikel 3, vierde lid, in een bevoegdheid van de gemeenteraad om in een verordening een bevoegdheid aan het college van burgemeester en wethouders toe te kennen om aan winkels die uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren verkopen een ontheffing te verlenen voor opening op zon- en feestdagen vanaf 16.00 uur. Per 15.000 inwoners van de gemeente mag slechts één winkel worden aangewezen. In gemeenten met minder dan 15.000 inwoners mag aan één winkel een dergelijke ontheffing worden verleend. Deze bepaling komt in plaats van de avondwinkelbepaling in de Winkelsluitingswet 1976. Net als onder de Winkelsluitingswet 1976 moeten deze winkels zich uitsluitend of hoofdzakelijk richten op de verkoop van eet- en drinkwaren, met uitzondering van sterke drank in de zin van artikel 1 van de Drank en Horecawet. Het gaat in de praktijk vaak om supermarkten. Doordat artikel 3, vierde lid van de Winkeltijdenwet verwijst naar artikel 2, tweede lid onder a en b, kan een dergelijke supermarkt dus op zondagen, feestdagen en op 19uur dagen geopend zijn. Zie verder de toelichting bij artikel 6 van deze verordening.

Winkels die een ontheffing op grond van artikel 3, vierde lid, hebben mogen op werkdagen ook op de reguliere winkeltijden, dus tussen 06.00 uur en 22.00 uur, onbeperkt geopend zijn. Daarnaast kan nog vrijstelling of ontheffing worden verleend voor de uren tussen 22.00 uur en 06.00 uur (artikel 7 Winkeltijdenwet).

De betrokken winkels moeten echter wel op alle zon- en feestdagen gesloten zijn tot 16.00 uur. Dit geldt dus ook voor die zon- en feestdagen die als koopzondag zijn aangewezen.

Daarnaast heeft de gemeente de mogelijkheid om voor grensoverschrijdend verkeer een vrijstelling te verlenen aan winkels in de nabijheid van grensovergangen langs daarop aansluitende doorgaande wegen.

Het college heeft op grond van artikel 4, eerste lid, van de wet de bevoegdheid om bij plotseling opkomende bijzondere omstandigheden een vrijstelling van de verplichte winkelsluiting te verlenen.

Daarnaast kan de raad het college in bij de Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013 aangewezen gevallen de bevoegdheid toe kennen op verzoek een ontheffing verlenen bij bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard en voor het uitstallen van goederen. Zie daarover ook de toelichting bij artikel 7.

Het college kan op grond van artikel 6 van de Winkeltijdenwet op verzoek een ontheffing verlenen voor de openstelling van de winkel op zondag aan winkeliers die tot een kerkgenootschap behoren dat de wekelijkse religieuze rustdag op een andere dag dan de zondag houdt. Deze winkeliers moeten dan wel op hun eigen religieuze rustdag hun winkel gesloten houden

4 Algemeen

Alle op grond van de wet en de Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013 te verlenen vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend; ook kunnen er voorschriften aan worden gebonden. Aan de ontheffingen op grond van artikel 3, vierde lid, en op grond van artikel 7 van de Winkeltijdenwet (avondopenstelling op zondag respectievelijk op werkdagen) kan bijvoorbeeld de beperking worden verbonden dat er na een bepaald tijdstip geen alcoholhoudende drank mag worden verkocht (CBB 18-03-2009, AWB 08/802 S2, Zaanstad)

Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet

In het Vrijstellingenbesluit worden aan enkele vormen van detailhandel landelijke vrijstellingen verleend van de openingsverboden uit de Winkeltijdenwet. Hierbij worden landelijke vrijstellingen voor de gehele week en landelijke vrijstellingen voor de zondagen en de feestdagen onderscheiden. Voor de detailhandelsactiviteiten van de laatste categorie kunnen voor de werkdagen op lokaal niveau vrijstellingen en ontheffingen worden verleend. De twee categorieën zijn hieronder nader uitgewerkt.

Aan dit onderscheid ligt de keuze ten grondslag om het zwaartepunt bij de mogelijkheid voor het verlenen van vrijstellingen bij de gemeenten te leggen. Voor een beperkt aantal detailhandelsactiviteiten wordt de vrijstelling gedurende de gehele week echter van zo groot landelijk belang geacht, dat hiervoor landelijke vrijstellingen zijn opgenomen. Het gaat om de detailhandel in instellingen voor de volksgezondheid, verkeer en vervoer en de verkoop van nieuwsbladen en tijdschriften. Zie verder de toelichting bij artikel 10.

Handhaving

De controle op de naleving van de regels is in eerste instantie een taak van de plaatselijk bevoegde politie in overleg met de gemeente en daaraan gelieerde diensten. De Belastingdienst/FIOD-ECD wordt daarbij ingeschakeld als er een landelijke coördinatie vereist is.

Uiteraard is ook bestuursrechtelijke handhaving mogelijk.

ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1. Begripsbepalingen

Voor de definitie van winkel wordt verwezen naar artikel 1 van de Winkeltijdenwet. Daarin is een winkel gedefinieerd als: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, waarin goederen aan particulieren plegen te worden verkocht.

Voor de omschrijving van het begrip feestdag is aansluiting gezocht bij artikel 2, eerste lid onder b van de Winkeltijdenwet. In de wet is geen definitie opgenomen van feestdag, maar worden de volgende dagen genoemd als dagen waarop de winkels gesloten moeten zijn (naast de zondag): Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag. Deze dagen zijn in artikel 1 van de Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013 gedefinieerd als feestdag. Daarnaast noemt artikel 2, eerste lid onder b van de Winkeltijdenwet nog drie dagen waarop de winkels gesloten moeten zijn vanaf 19.00 uur: Goede Vrijdag, 4 mei en 24 december. Deze dagen vallen dus niet onder het begrip feestdag in de Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013.

Door in de Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013 het begrip feestdag te definiëren, kan waar nodig worden volstaan met het woord “feestdag” of “feestdagen” en hoeven niet steeds alle dagen bij naam genoemd te worden. Koninginnedag en Bevrijdingsdag (5 mei) zijn, voor zover deze dagen niet op zondag vallen, in de wet niet aangemerkt als een dag waarop de winkels gesloten moeten zijn.

Door de SBI2008-codes (standaard bedrijfsindeling) op te nemen in de begripsbepalingen in combinatie met een explicitering (in artikel 9 lid 2), van de codes van winkels waarmee in deze verordening de levensmiddelenbranche wordt bedoeld is limitatief aangegeven, voor welke artikelen in winkels het collegemet deze verordening ontheffing verleent van de verboden, bedoeld in artikel 2, eerste lid van de wet, om reden van op de gemeente gericht toerisme, voor zover zij betrekking hebben op de zondagen en de feestdagen.

De delen van de gemeenten zijn opgenomen in de begripsbepalingen om invulling te kunnen geven aan artikel 5. Zon- en feestdagenregeling (koopzondagen) en artikel 9 Toerismebepaling lid 3 , per deel.

Artikel 2. Beslistermijn

De beslistermijn voor aanvragen die betrekking hebben op artikel 8 (nachtwinkels) is langer dan de beslistermijn voor overige ontheffingen omdat hiervoor overleg met derden voor nodig is.

Artikel 3. Overdracht van de ontheffing

De bepaling bindt de overdracht van de ontheffing aan de toestemming van het college. De ontheffing kan aan een (rechts)persoon worden verleend als het gaat om straatverkoop als bedoeld in artikel 2, tweede lid van de Winkeltijdenwet. Als het om een winkel gaat, heeft de ontheffing naar zijn aard betrekking op het pand waarin het winkelbedrijf wordt uitgeoefend. Als het om een ontheffing voor straatverkoop gaat biedt de tussenkomst het college de gelegenheid om inzicht te krijgen in de handel en wandel van de opvolger. Als het gaat om overdracht van het winkelpand aan een ander rechthebbende, moet het college kunnen toetsen of de ontheffing in stand kan blijven of dat er eventueel andere voorschriften aan moeten worden verbonden. Er kan immers sprake zijn van een heel ander soort winkel dan voorheen.

Artikel 5. Zon- en feestdagenregeling (koopzondagen)

Dit artikel is een uitwerking van artikel 3, tweede lid, Winkeltijdenwet, dat de raad de mogelijkheid geeft de bevoegdheid die in het eerste lid aan de raad wordt gegeven, te delegeren aan het college. Dit is wel een beperkte delegatie: de raad zelf verleent vrijstelling, B&W bepalen wanneer die precies geldt door het aanwijzen van maximaal 12 koopzondagen per jaar. De eerste twee leden van artikel 3 Winkeltijdenwet luiden:

  • 1.

    De gemeenteraad kan voor ten hoogste twaalf door hem aan te wijzen dagen per kalenderjaar vrijstelling verlenen van de in artikel 2 vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag, Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste of tweede Kerstdag. De beperking tot twaalf dagen per kalenderjaar geldt voor elk deel van de gemeente afzonderlijk.

  • 2.

    De gemeenteraad kan, al dan niet onder het stellen van regels, de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid delegeren aan burgemeester en wethouders.

De gemeenteraad van Sittard-Geleen heeft met vaststelling van de Winkeltijden Verordening Sittard-Geleen 2013 besloten, om de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid te delegeren aan burgemeester en wethouders.

Artikel 6. Ontheffing zon- en feestdagenregeling voor bijzondere situaties

Dit artikel steunt op artikel 4, tweede lid, Winkeltijdenwet. Artikel 4 luidt:

  • 1.

    Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling van de in artikel 2 vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag, Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste of tweede Kerstdag, verlenen op grond van plotseling opkomende bijzondere omstandigheden.

  • 2.

    Zij kunnen in door de gemeenteraad bij verordening aangewezen gevallen ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde verboden ten behoeve van bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard en ten behoeve van het uitstallen van goederen.

  • 3.

    De vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend. Aan de vrijstellingen en ontheffingen kunnen voorschriften worden verbonden.

Aangezien de Winkeltijdenwet in artikel 7, eerste lid een directe bevoegdheid verleent aan het college om vrijstelling te verlenen op grond van plotseling opkomende bijzondere omstandigheden hoeft deze mogelijkheid niet afzonderlijk te worden genoemd in de verordening. Wel worden hier op grond van het tweede lid van artikel 4 van de Winkeltijdenwet de gevallen aangewezen waarin ontheffing kan worden verleend ten behoeve van bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard.

Uit de bewoordingen van artikel 4, eerste lid, van de Winkeltijdenwet in relatie tot die van 3, vierde lid volgt dat deze ontheffing zowel op aanvraag als ambtshalve kan worden verleend.

In artikel 7, eerste lid onder c worden tentoonstellingen in kunstateliers en galeries genoemd. De reden daarvan is het volgende. Kunstateliers en galeries zijn winkels, maar hebben in de Winkeltijdenwet een speciale status, die voortkomt uit de oude Winkelsluitingswet en het daarop berustende Besluit gemeentelijke ontheffingen Winkelsluitingswet. In artikel 4 van dat landelijk geldende besluit was een afzonderlijke regeling opgenomen voor kunstateliers en galeries. Deze bepaling hield in dat burgemeester en wethouders ontheffing konden verlenen ten behoeve van het uitstallen van niet fabrieksmatig vervaardigde kunstvoorwerpen door of voor rekening van de vervaardiger daarvan, voor de zon- en feestdagen en de sluitingsuren op werkdagen. Bij het opstellen van de Winkeltijdenwet in 1996 is deze ontheffingsmogelijkheid niet meer expliciet overgenomen in het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet. Daar kwamen direct veel vragen over. In overleg met het ministerie van Economische Zaken zijn de kunstateliers en de galeries in artikel 7, tweede lid, van de toenmalige en nu het eerste lid van de huidige verordening Winkeltijdenwet opgenomen. Op grond van artikel 4, tweede lid, van de wet, zoals uitgewerkt in artikel 7, eerste lid van de verordening, kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen voor de zon- en feestdagen voor bijzondere situaties. De wet laat hierin de gemeenten beleidsvrijheid. Met gebruikmaking van deze beleidsvrijheid kan de ontheffing verleend worden voor tentoonstellingen in kunstateliers en galeries. De achtergrond van deze bijzondere status voor kunstateliers en galeries is dat de mogelijkheden voor kunstenaars aan hun werk bekendheid te geven door middel van (verkoop)tentoonstellingen niet te zeer aan banden gelegd mag worden. Bovendien spelen concurrentieoverwegingen hier nauwelijks een rol, gezien het individuele karakter van de betrokken voorwerpen.

Onder bijzondere omstandigheden van tijdelijke aard worden verstaan incidentele -niet repeterende- gebeurtenis in een uitzonderlijke situatie ten behoeve van een individuele ondernemer.

In een uitspraak van 28 oktober 2008, LJN: BG2147 (Amsterdam Noord), heeft het CBB het begrip “feestelijkheden” ingevuld. Uit de uitspraak blijkt "….dat het moet gaan om feestelijkheden die bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard zijn. Bij het hanteren van het begrip "bijzondere gelegenheid van tijdelijke aard" moet er een verband kunnen worden aangewezen met een gebeurtenis dan wel met het beleven of uiten van opvattingen of gevoelens, waaraan blijkens een breed gedragen mening van de bevolking of een bevolkingsgroep op landelijk dan wel op lokaal niveau, een feestelijke, gedenkwaardige betekenis moet worden gehecht."

Artikel 7. Verbod straatverkoop van bepaalde goederen op zon- en feestdagen

De vrijstelling die hier wordt bedoeld betreft het te koop aanbieden en verkopen van voor directe consumptie geschikte eetwaren en alcoholvrije dranken. In de vorige versie van de verordening was deze bevoegdheid gedelegeerd aan het college. De bevoegdheidgrondslag ontbreekt hiervoor echter in het Vrijstellingenbesluit en ook in de Winkeltijdenwet. Op grond van art 10.15 van de Algemene wet bestuursrecht is delegatie alleen mogelijk als daartoe bij wettelijk voorschrift is voorzien. De raad zal dus, indien gewenst, zelf gebieden moeten aanwijzen waar straatverkoop op zon- en feestdagen niet is toegestaan. Hiertoe is geen aanleiding. De vrijstelling, bedoeld in artikel 12, eerste lid van het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet, geldt voor de gehele gemeente. Zie verder onder artikel 10 lid 3 en artikel 13.

Artikel 8. Openstelling van avondwinkels

Dit artikel steunt op artikel 7, tweede lid, van de Winkeltijdenwet. Artikel 7 luidt:

  • 1.

    De gemeenteraad kan bij verordening vrijstelling verlenen van de in artikel 2 vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op werkdagen.

  • 2.

    De gemeenteraad kan bij verordening aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid verlenen om, met inachtneming van de in die verordening te stellen regels, vrijstelling en op een daartoe strekkende aanvraag ontheffing van de in het eerste lid bedoelde verboden te verlenen.

  • 3.

    De vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend. Aan de vrijstellingen en ontheffingen kunnen voorschriften worden verbonden.

Het verbod van artikel 2 van de wet voor de werkdagen staat in het eerste lid, onder c en houdt in dat de winkels niet tussen 22 en 6 uur open mogen zijn. Hetzelfde geldt voor straatverkoop (art 2, tweede lid van de Winkeltijdenwet). Er kunnen dus gebieden worden aangewezen waar de winkels door de week wel tussen 22 en 6 uur open mogen zijn en waar straatverkoop mag plaatsvinden. Artikel 7 van de wet geeft de mogelijkheid gebieden of vormen van detailhandel aan te wijzen waarvoor het verbod niet geldt waarbij de gemeenteraad dit rechtstreeks in de verordening doet, maar hier is niet gekozen voor een gebiedsgewijze aanpak. Ook kan in afzonderlijke gevallen ontheffing worden verleend.

In het Vrijstellingenbesluit is voor een aantal overige vormen van detailhandel alleen de openstelling op zon- en feestdagen geregeld. De openstelling van deze vormen van detailhandel op de uren tussen 22.00 en 06.00 uur op werkdagen wordt door de Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013 geregeld in artikel 9.

De Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013 gaat ervan uit dat voor de nachtelijke openstelling de ontheffing het belangrijkste instrument is. Per geval is dan een afweging te maken of de gewenste openstelling zich verhoudt met belangen van de veiligheid en de openbare orde en de woon- en leefsituatie. Deze belangen zijn als weigeringsgronden expliciet in de verordening opgenomen.

Het aantal avondwinkels is gemaximeerd op zes op grond van de wettelijke norm van één avondwinkel op 15.000 inwoners.

Met de vaststelling van de Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013 heeft de gemeenteraad van Sittard-Geleen aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid verleent om, met inachtneming van de in die verordening te stellen regels, vrijstelling en op een daartoe strekkende aanvraag ontheffing van de in het eerste lid bedoelde verboden te verlenen. De vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen en voorschriften worden verleend. Aan de ontheffing kan bijvoorbeeld de beperking worden verbonden dat er na een bepaald tijdstip geen alcoholhoudende drank mag worden verkocht (CBB 18-03-2009, AWB 08/802 S2, Zaanstad).

Artikel 9. Toerisme

De grondslag van het artikel in de Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013 is artikel 3, derde lid, onder a van de Winkeltijdenwet. De wet laat de keuze tussen het verlenen van vrijstelling door de raad of het op basis van de Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013 verlenen van ontheffing door burgemeester en wethouders. Artikel 3, derde lid, aanhef en onder a van de wet luidt:

  • 3.

    De gemeenteraad kan bij verordening vrijstelling verlenen van de in het eerste lid bedoelde verboden of aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid verlenen om in de gevallen, in die verordening aan te wijzen, en met inachtneming van de daarin gestelde regels op een daartoe strekkende aanvraag ontheffing van die verboden te verlenen ten behoeve van:

    • a.

      op de betrokken gemeente of een deel daarvan gericht toerisme, mits de aantrekkingskracht voor dat toerisme geheel of nagenoeg geheel is gelegen buiten de verkoopactiviteiten die door de vrijstelling of ontheffing mogelijk worden gemaakt; (…....)

      Er dient sprake te zijn van substantieel toerisme in de gemeente en de raad dan wel het college dient bij zijn besluit nadrukkelijk de volgende belangen mee te wegen:

      • a.

        werkgelegenheid en economische bedrijvigheid in de gemeente, waaronder mede wordt begrepen het belang van winkeliers met weinig of geen personeel en van winkelpersoneel,

      • b.

        de zondagsrust in de gemeente, en

      • c.

        de leefbaarheid, veiligheid en de openbare orde in de gemeente.

Verder bepaalt het wetsvoorstel dat bij de verordening een toelichting moet worden gevoegd waarin wordt gemotiveerd dat er sprake is van toeristische aantrekkingskracht van de gemeente of het gebied in kwestie. De toelichting moet verder expliciet de belangen beschrijven die bij de besluitvorming zijn betrokken, in elk geval die belangen die hiervoor onder a, b en c zijn genoemd.

In de Memorie van Toelichting wordt nog met nadruk op de volgende aspecten gewezen. Van belang is allereerst dat de bepaling alleen mag worden toegepast als er sprake is van toerisme van een substantiële omvang in de gemeente of een deel daarvan. Daarnaast moet het gemeentebestuur aangeven dat de aantrekkingskracht van de gemeente of het desbetreffende deel ervan geheel of nagenoeg geheel is gelegen buiten de verkoopactiviteiten die door de vrijstelling of de bevoegdheid om ontheffing te verlenen mogelijk worden gemaakt. De toeristische aantrekkingskracht van de gemeente moet met andere woorden autonoom zijn. Verder is van belang dat de winkelopening moet dienen ter ondersteuning van het toerisme. De raad heeft bij dat alles een zekere beoordelingsvrijheid. (TK 2009-2009, 31728, nr. 3, pag. 4-5 en pag.11). Op grond van de gewijzigde Winkeltijdenwet dient een toelichting bij de Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013 te worden gevoegd, waarin de belangen zijn beschreven die bij de besluitvorming zijn betrokken. Deze toelichting is hier bijgevoegd om tegelijk met de verordening als bijlage te publiceren. Via een wijziging van artikel 10 van de Winkeltijdenwet staat nu bezwaar en beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven open tegen het verlenen van de vrijstelling bij de verordening.

De bevoegdheid tot het verlenen van ontheffing is geattribueerd aan het college. Daarom is de beschrijving van de belangen die bij de besluitvorming zijn betrokken uiteraard ook bij het collegebesluit gevoegd.

Een verschil met de vorige verordening is dat het vierde lid van het alternatieve artikel 9 niet meer is opgenomen. Daarin stond dat de ontheffing wordt geweigerd als er, kort gezegd, geen sprake is van toeristische doeleinden. De gemeenteraad is thans van mening, ook met het oog op de jurisprudentie, dat deze bepaling overbodig is omdat de raad bij verordening moet aanwijzen in welke gebieden er sprake is van toeristische aantrekkingskracht. Dit is verwerkt in het eerste lid.

Over de uitleg van het begrip “toerisme” overwoog de voorzieningenrechter CBB op 11 maart 2009 (stadsdeel Amsterdam-Noord, LJN: BH5474): “…….dat de woorden "toerisme" en "aantrekkingskracht voor dat toerisme" strikt dienen te worden geïnterpreteerd, aangezien bij een andere benadering het verbod tot zondagsopenstelling zoals vervat in artikel 2, eerste lid, van de Wet, feitelijk illusoir zou worden gemaakt.

Dat betekent dat wanneer natuur- of stedeschoon, toeristische recreatiecentra en toeristische evenementen zich niet in betekenende mate onderscheiden van datgene wat ter zake bij vele andere gemeenten voorhanden is, deze omstandigheden op zichzelf noch tezamen de toeristische aantrekkingskracht kunnen vormen waarop artikel 3, derdelid, aanhef en onder a, van de Wet (….) het oog heeft, zulks omdat bij een andere interpretatie het uitzonderingskarakter van de desbetreffende bepaling teloor zou gaan. Het zal, zoals van regeringswege bij de behandeling van de Winkelsluitingswet 1976 en de Wet ook is aangegeven, moeten gaan om toeristische trekpleisters die, los van de gelegenheid tot winkelen, zelf in een in aanmerking te nemen mate ("publieksstroom"; memorie van toelichting bij de wijziging van de Winkelsluitingswet 1976, p.8) toeristen naar de desbetreffende gemeente of de(e)l(en) van de gemeente trekken. “ De onderbouwing van de toeristische status van Sittard-Geleen heeft plaatsgevonden door een ter zake gespecialiseerd onderzoeksbureau met een benchmark-onderzoek van vergelijkbare gemeenten (zie de toelichting op artikel 9 van de Winkeltijdenverordening).

In artikel 9 is voorts opgenomen (lid 3), dat het college op aanvraag ontheffing kan verlenen van het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a en b, en tweede lid van de wet, voor delen van de gemeente indien:

  • A

    Hiertoe een verzoek wordt gedaan door een Ondernemersvereniging (of winkeliersvereniging), zijnde een

    officieel geregistreerd en conform statuten opererend orgaan welke de belangen van de aangesloten ondernemers behartigt.

  • B

    het verzoek betrekking heeft op een deel van de gemeente zoals deze in artikel 1 lid F zijn benoemd.

  • C

    Het verzoek voor het onder B bedoelde deel, adequaat de navolgende belangen inventariseert en omschrijft:

    • -

      Economische impact koopzondagen, werkgelegenheid en van winkelpersoneel

    • -

      Leefbaarheid veiligheid en openbare orde

    • -

      Zondagsrust

  • D

    Onderdeel van het verzoek voor het onder B bedoelde deel is een draagvlakonderzoek onder de ondernemers van het gebied waaruit voldoende –ter beoordeling door het college- draagvlak voor het verzoek blijkt.

Artikel 10. Vrijstellingen

Wanneer het initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Verhoeven en Van Tongeren tot wijziging van de Winkeltijdenwet [Volledig: Voorstel van wet van de leden Verhoeven en Van Tongeren tot wijziging van de Winkeltijdenwet in verband met het verruimen van de bevoegdheid van gemeenten om vrijstelling te verlenen van de verboden met betrekking tot de zondag en een aantal feestdagen (Kamerstukken I 2012/13, 32 412, A)] in werking treedt, heeft dit onder andere gevolgen voor het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet. Deze algemene maatregel van bestuur heeft vooralsnog als grondslag de artikelen 5, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Winkeltijdenwet (oud). Na inwerkingtreding van de wetswijziging zal dit het breder getrokken artikel 8, eerste lid, van de Winkeltijdenwet (nieuw) zijn. Hoewel artikel 8 dus breder getrokken wordt heeft de wetswijziging tot gevolg dat de artikelen 3, derde en vierde lid, 4, derde en vierde lid, en 10 tot en met 22 van het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet van rechtswege komen te vervallen. Datzelfde geldt voor bepalingen in gemeentelijke verordeningen die gebaseerd zijn op artikel 12, tweede lid, van het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet (zoals bijvoorbeeld artikel 8 van de Modelverordening Winkeltijdenwet 2010).

Deze vervallen vrijstellingen kunnen gemeenten vervolgens wel op grond van artikel 3, eerste lid, van de Winkeltijdenwet (nieuw) bij verordening vaststellen. Dit geschiedt met artikel 10 Vrijstellingen.

Het gaat hier om vrijstellingen voor vormen van detailhandel die traditioneel reeds veel (ook) op zon- en feestdagen plaatsvinden. Hierbij zijn een duizendtal detailhandelsbedrijven betrokken in de sfeer van onder meer snackbars, ijscomannen, videotheken, bloemenwinkels bij begraafplaatsen, winkels in musea en in bejaardenoorden en winkels in feestartikelen, alsmede openstellingen ter gelegenheid van sport- en culturele evenementen en openstellingen bij bijzondere gelegenheden van religieuze aard, zoals de Ramadan, de Eerste Heilige Communie en bedevaarten.

Artikel 11. Hardheidsclausule

Bij het maken van de deze verordening kan uiteraard niet met iedereen of elke situatie rekening worden gehouden. Daardoor kunnen de bepalingen voor sommige belanghebbenden onbillijk zijn. Op verzoek van de belanghebbende mag het college voor hen een uitzondering maken.

Artikel 12. Intrekking voorgaande regeling

De Verordening winkeltijden Sittard-Geleen, in werking getreden op 22 februari 2001, wordt ingetrokken.

Artikel 13. Inwerkingtreding

De Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013 is gekozen voor een vaste datum van inwerkingtreding. Dat is duidelijker en later makkelijker terug te vinden dan een afzonderlijk besluit van het college zoals in de vorige versie van de verordening was opgenomen.

Op het moment dat de op basis van het voorstel van wet van de leden Verhoeven en Van Tongeren tot wijziging van de Winkeltijdenwet in verband met het verruimen van de bevoegdheid van gemeenten om vrijstelling te verlenen van de verboden met betrekking tot de zondag en een aantal feestdagen (Kamerstukken I 2012/13, 32 412, A) gewijzigde Winkeltijdenwet in werking treedt, treedt Artikel 10 in werking en vervalt van rechtswege Artikel 7.

Deze nieuwe Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013 is niet in strijd met de Winkeltijdenwet.

Artikel 14. Citeertitel

Om te voorkomen dat de nieuwe verordening dezelfde naam heeft als de voorganger wordt achter ‘’Verordening Winkeltijden’’ het jaartal van vaststelling in de citeertitel opgenomen: ‘’Verordening Winkeltijden Sittard-Geleen 2013’’.

Jurisprudentie

JG 10.0033 

JG 11.0041

JG 11.0064


Noot
1

Respons TOP 100, editie 2012

Noot
2

LISA, 2012. Het aantal banen heeft betrekking op het totaal aantal fulltimers, parttimers en uitzendkrachten.

Noot
3

Dagelijkse sector: levensmiddelen en persoonlijke verzorging