Verordening vertrouwenscommissie herbenoeming burgemeester

Geldend van 09-06-2012 t/m heden

Intitulé

Verordening vertrouwenscommissie herbenoeming burgemeester

De raad van de gemeente Vaals

Gelet op de artikelen 61a, 61c en 82 van de Gemeentewet, artikel 15 van de Archiefwet 1995 en artikel 9 van het Archiefbesluit 1995 en de circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 21 november 2001, kenmerk bk01/96074, inzake procedureregels herbenoeming burgemeester

besluit

  • I.

    In te stellen een vertrouwenscommissie ten behoeve van de herbenoeming van de burgemeester;

  • II.

    Vast te stellen de verordening op de vertrouwenscommissie regelende de taak, samenstelling en werkwijze van de commissie, alsmede de geheimhouding;

  • III.

    De commissaris van de Koningin in de provincie Limburg van de besluiten onder 1 en 2 in kennis te stellen door toezending daarvan.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    De minister: de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • b.

    De commissaris: de commissaris van de Koningin in de provincie Limburg;

  • c.

    De burgemeester: de burgemeester van de gemeente;

  • d.

    De commissie: de vertrouwenscommissie.

Artikel 2 Taak en werkwijze van de commissie

  • 1. De commissie vormt zich een oordeel over het functioneren van de burgemeester;

  • 2. De profielschets vormt in beginsel daarvoor het toetsingskader;

  • 3. De nadien geëxpliciteerde, gewijzigde eisen kunnen mede het toetsingskader vormen;

  • 4. De commissie brengt van haar oordeel over het functioneren van de burgemeester schriftelijk verslag uit aan de commissaris en de raad;

  • 5. Het verslag aan de raad wordt voorzien van een conceptaanbeveling;

  • 6. Bij haar werkzaamheden neemt de commissie het gestelde in de circulaire van de minister van 21 november 2001 in acht.

Artikel 3 Geheimhouding

  • 1. De leden van de commissie hebben op grond van artikel 61c Gemeentewet volstrekte geheimhoudingsplicht omtrent hetgeen direct of indirect aan hen als lid van de commissie ter kennis is gekomen;

  • 2. De geheimhoudingsplicht geldt ook ten opzichte van raadsleden die geen lid van de commissie zijn of lid van de commissie zijn geweest;

  • 3. De geheimhoudingsplicht geldt zowel tijdens het bestaan van de commissie als na ontbinding van de commissie;

  • 4. Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op diegene die met de ambtelijke bijstand van de commissie is belast en de adviseur van de commissie.

Artikel 4 Verslag

  • 1. Het verslag aan de raad en de commissaris, bedoeld in artikel 2 wordt bij meerderheid van stemmen vastgesteld;

  • 2. In het verslag aan de raad kunnen leden van de commissie van minderheidsstandpunten blijk geven;

  • 3. Bij staking van stemmen over het uit te brengen verslag aan de raad en de commissaris, wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot de volgende vergadering;

  • 4. Is uitstel van de beslissing niet mogelijk of staken de stemmen ook in die volgende vergadering, dan worden in het verslag de verschillende meningen binnen de commissie ter kennis gebracht van de raad en de commissaris.

Artikel 5 Samenstelling commissie

  • 1. De commissie bestaat uit 6 leden, te benoemen door en uit de raad;

  • 2. Plaatsvervangende leden worden niet benoemd;

  • 3. De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter;

  • 4. Een wethouder kan als adviseur aan de commissie worden toegevoegd. De adviseur is geen lid van en heeft geen stemrecht in de commissie.

Artikel 6 Ambtelijke ondersteuning

  • 1. De griffier verleent voor zover gewenst ambtelijke bijstand aan de commissie;

  • 2. De griffier is geen lid van en heeft geen stemrecht in de commissie.

Artikel 7 Vergaderingen

  • 1. De vergaderingen van de commissie zijn besloten;

  • 2. De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of twee leden dit noodzakelijk achten;

  • 3. De voorzitter doet van elke vergadering ten minste vierentwintig uur tevoren aankondiging aan de leden van de commissie.

Artikel 8 Contactpersonen

  • 1. De voorzitter van de commissie treedt op als contactpersoon naar buiten.

  • 2. Alle stukken bestemd voor de commissie worden gericht aan de voorzitter en gezonden aan het privé-adres van de griffier en aldaar bewaard.

  • 3. Alle stukken die van de commissie uitgaan worden door de voorzitter en de griffier ondertekend en vanaf het privé-adres van de griffier verzonden.

Artikel 9 Overleg met de burgemeester

  • 1. De voorzitter nodigt de burgemeester uit voor een gesprek met de commissie;

  • 2. Alvorens het verslag aan de raad te zenden, bespreekt de commissie dit met de burgemeester;

  • 3. Indien ter zake van zijn functioneren afspraken met de burgemeester worden gemaakt, worden deze in het verslag aan de raad vermeld;

  • 4. De raad bespreekt het verslag van de commissie met de burgemeester.

Artikel 10 Ontbinding commissie

De commissie wordt geacht te zijn ontbonden met ingang van de dag volgende op die waarop aan de gemeenteraad bekend is gemaakt dat in de herbenoeming van de burgemeester is voorzien.

Artikel 11 Archivering van stukken

  • 1.

    De voorzitter en de griffier dragen er zorg voor dat op het in artikel 10 bedoelde tijdstip alle

    archiefbescheiden onverwijld in een verzegelde envelop en gerubriceerd als “geheim”worden overgebracht naar de krachtens de wet door de raad aangewezen archiefbewaarplaats. Zij dragen er eveneens zorg voor dat uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in de volgende leden van dit artikel;

  • 2.

    Van de in het tweede lid bedoelde overbrenging wordt een verklaring van overbrenging als bedoeld in artikel 9 van het Archiefbesluit 1995 opgemaakt. In deze verklaring wordt melding gemaakt van de met toepassing van artikel 15, lid 1 sub a en c van de Archiefwet 1995 gestelde beperkingen aan de openbaarheid, geldende voor een periode van 75 jaar;

  • 3.

    Alle overige bescheiden van de commissie en alle kopieën van de in dit artikel bedoelde bescheiden worden onmiddellijk vernietigd.

Artikel 12 Onvoorziene omstandigheden

In alle gevallen waarin deze verordening dan wel de circulaire van de minister van 21 november 2001 niet voorziet, beslist de commissie.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van haar vaststelling.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 mei 2012.
A.Kirpenstein-Hammer drs. R.L.T. Van Loo
plv. griffier voorzitter