Reglement voor het Waterschap Vechtstromen

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 15-10-2026 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Reglement voor het Waterschap Vechtstromen

Inhoud

HOOFDSTUK 1 BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Dit reglement verstaat onder:

  • –

    categorie natuurterreinen: categorie als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder c, van de wet;

  • –

    categorie ongebouwd: categorie als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder b van de wet;

  • –

    Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van Overijssel en van Drenthe, tenzij anders is bepaald;

  • –

    wet: Waterschapswet.

HOOFDSTUK 2 NAAM, GEBIED, ZETEL EN TAAK VAN HET WATERSCHAP

Artikel 2 Naam en gebied van het waterschap

1. Er is een waterschap met de naam Waterschap Vechtstromen, verder aan te duiden als het waterschap.

2. Het gebied van het waterschap is aangegeven op de bij dit reglement behorende kaart.

3. De grenzen van het in het tweede lid bedoelde gebied kunnen nader worden aangegeven op door Gedeputeerde Staten vast te stellen detailkaarten met een schaal van 1:10.000.

4. Van elk van de kaarten, bedoeld in het tweede en het derde lid, berust een exemplaar bij het waterschap en bij de provincies Overijssel en Drenthe.

5. Woonboten die zijn afgemeerd nabij de grens van een waterschap zoals die is aangegeven op de in het tweede lid bedoelde kaart, worden geacht tot het gebied van het waterschap te behoren van waaruit zij toegankelijk zijn.

Artikel 3 Zetel van het waterschap

Het waterschap is gevestigd in de gemeente Almelo.

Artikel 4 Taak van het waterschap

  • 1. De taak van het waterschap is de waterstaatkundige verzorging van zijn gebied, voor zover deze taak niet aan een ander publiekrechtelijk lichaam is opgedragen.

  • 2. De taak, bedoeld in het eerste lid, omvat:

    • a.

      het beheer van watersystemen, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet;

    • b.

      de zuivering van stedelijk afvalwater, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet. Hieronder wordt mede begrepen de zuivering van stedelijk afvalwater dat afkomstig is vanuit het beheergebied van een aangrenzende waterbeheerder en dat om doelmatigheidsredenen wordt gezuiverd op een zuiveringstechnisch werk dat in beheer is bij het waterschap.

  • 3. Het waterschap heeft daarnaast als taak de zorg voor het vaarwegbeheer van de Overijsselsche Vecht in het gebied vanaf de Duitse grens tot en met de monding van de Regge bij Ommen.

HOOFDSTUK 3 DE SAMENSTELLING EN INRICHTING VAN HET WATERSCHAPSBESTUUR

Artikel 5 Benaming bestuursorgaan

De voorzitter kan de titel watergraaf dragen.

§ 3.1. Het algemeen bestuur

Artikel 6 Omvang en samenstelling algemeen bestuur

Het algemeen bestuur bestaat uit 27 leden.

Artikel 7 Benoeming vertegenwoordigers geborgde zetels

  • 1. Voor de categorie ongebouwd worden de vertegenwoordigers door Land- en Tuinbouworganisatie Noord benoemd.

  • 2. Voor de categorie natuurterreinen worden de vertegenwoordigers door de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren benoemd.

Artikel 8 Reglement van orde

1. Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast.

2. In het reglement van orde worden in ieder geval regels gesteld ten aanzien van de wijze van oproeping tot de vergadering, de openbaarheid van de vergaderingen, het vergader- en het besluitquorum, de handhaving van de orde tijdens de vergaderingen en de wijze waarop de stemmingen plaatsvinden.

§ 3.2. Het dagelijks bestuur

Artikel 9 Omvang dagelijks bestuur

Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en een door het algemeen bestuur te bepalen aantal leden dat ten minste 2 en ten hoogste 5 bedraagt.

§ 3.2.1 Benoeming, ontslag en vervanging van de leden van het dagelijks bestuur

Artikel 10 Benoeming van de leden van het dagelijks bestuur

1. De benoeming van de leden, met uitzondering van de voorzitter vindt plaats in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in de nieuwe samenstelling of zo spoedig mogelijk daarna.

2. Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 41, tweede lid, van de wet.

3. De tot lid van het dagelijks bestuur benoemde wordt geacht de benoeming niet aan te nemen, indien de voorzitter op de tiende dag na kennisgeving van de benoeming door middel van een aangetekende brief nog geen mededeling van hem heeft ontvangen dat hij de benoeming aanneemt.

4. Wanneer de benoeming niet is aangenomen, geschiedt zo spoedig mogelijk een nieuwe benoeming.

5. De benoeming ter vervulling van een plaats die tussentijds openvalt, geschiedt zo spoedig mogelijk nadat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur is vervuld, tenzij het algemeen bestuur besluit het aantal leden te verminderen dan wel indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid.

Artikel 11 Ingang benoeming leden dagelijks bestuur

In het geval van artikel 10, eerste lid, gaat de benoeming van degene, die de benoeming tot lid van het dagelijks bestuur heeft aangenomen, in op het tijdstip waarop ten minste de helft van de andere leden zijn benoeming heeft aangenomen of, indien de aanneming van de benoeming op een later tijdstip plaatsvindt, op dat tijdstip.

Artikel 12 Ontslag op eigen initiatief

  • 1. Een lid van het dagelijks bestuur, niet zijnde de voorzitter, kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur.

  • 2. Behoudens het geval dat een lid van het dagelijks bestuur onmiddellijk ontslag neemt, gaat het ontslag in met ingang van de dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als zijn opvolger de benoeming heeft aangenomen.

Artikel 13 Vervanging leden dagelijks bestuur

1. Bij langdurige afwezigheid van een lid, of indien een lid met de waarneming van het ambt van voorzitter is belast, kan hij worden vervangen door een lid van het algemeen bestuur, aan te wijzen door het algemeen bestuur.

2. Degene die gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken een lid heeft vervangen, geniet een vergoeding ten bedrage van de voor dat lid vastgestelde bezoldiging. De vergoeding wordt verminderd met hetgeen als lid van het algemeen bestuur als vergoeding wordt ontvangen.

§ 3.2.2 Overige bepalingen betreffende het dagelijks bestuur

Artikel 14 Reglement van orde

1. Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast, dat aan het algemeen bestuur wordt toegezonden.

2. In het reglement van orde worden in ieder geval regels gesteld ten aanzien van de wijze van oproeping tot vergadering, het vergader- en besluitquorum, de handhaving van de orde tijdens de vergaderingen en de wijze waarop de stemmingen plaatsvinden.

Artikel 15 Intrekking beroepen of bezwaren

Ingestelde beroepen of gemaakte bezwaren als bedoeld in artikel 86, derde lid, van de wet worden slechts ingetrokken als het algemeen bestuur daartoe beslist.

§ 3.3. De voorzitter 

Artikel 16 Benoeming voorzitter

  • 1. Alvorens een aanbeveling voor de benoeming van de voorzitter als bedoeld in artikel 46, derde lid, van de wet wordt opgemaakt, wordt behalve in het geval van een herbenoeming een open sollicitatieprocedure gevolgd.

  • 2. Indien de aanbeveling uit meer dan één persoon bestaat, wordt over iedere plaats op de aanbeveling afzonderlijk gestemd.

  • 3. Samen met de aanbeveling voor de benoeming van de voorzitter wordt een uittreksel uit de notulen van de gehouden stemming aan Gedeputeerde Staten gezonden.

  • 4. De aflegging van de eed (verklaring en belofte), bedoeld in artikel 50 van de wet, vindt plaats in handen van de Commissaris van de Koning van Overijssel.

Artikel 17 Woonplaats voorzitter

1. De voorzitter heeft zijn werkelijke woonplaats in het gebied van het waterschap.

2. Het algemeen bestuur kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid.

§ 3.4. De secretaris

Artikel 18 Aanwijzing secretaris

De aanwijzing van de secretaris geschiedt op voordracht van het dagelijks bestuur.

Artikel 19 Taken en bevoegdheden

1. Het algemeen bestuur stelt in een instructie nadere regels over de taken en de bevoegdheden van de secretaris.

2. Artikel 33, eerste en tweede lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK 4 TOEZICHT

Artikel 20 Toezichtbevoegdheid

1. Het toezicht op het waterschapsbestuur wordt uitgeoefend door Gedeputeerde Staten, tenzij anders is bepaald.

2. Gedeputeerde Staten bepalen in onderling overleg op welke wijze de voorbereiding en de besluitvorming zal plaatsvinden over hetgeen ter zake van het gemeenschappelijk toezicht moet worden beslist.

Artikel 21 Meldingen

  • 1. Het dagelijks bestuur zendt aan Gedeputeerde Staten:

    • a.

      besluiten tot oprichting of deelneming in een rechtspersoon, voor zover hierbij een belangrijk onderdeel van de aan het waterschap opgedragen taak betrokken is ;

    • b.

      het ontwerp van een besluit en het besluit tot vaststelling of wijziging van een calamiteitenplan als bedoeld in artikel 19.14, eerste lid, van de Omgevingswet.

  • 2. Het dagelijks bestuur zendt aan Gedeputeerde Staten van de provincie op wier grondgebied een peilbesluit betrekking heeft het ontwerp van een besluit en het besluit tot vaststelling of wijziging van een peilbesluit als bedoeld in artikel 2.41, eerste lid, van de Omgevingswet.

HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN

Artikel 22 Wijzigingen van beperkte strekking

Provinciale Staten van Overijssel en van Drenthe zijn gezamenlijk bevoegd tot wijziging van het reglement, tenzij het desbetreffende besluit een regeling bevat van de in artikel 5 van de wet genoemde onderwerpen.

Artikel 23 Citeertitel

Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement voor het Waterschap Vechtstromen.

Bijlage II Overgangsbepalingen voor het Waterschap Vechtstromen

Artikel 1 Definities

In deze Overgangsbepalingen wordt verstaan onder:

a. op te heffen waterschappen: het Waterschap Regge en Dinkel  en het Waterschap Velt en Vecht;

b. overgaand gebied: gebied van de op te heffen waterschappen dat deel gaat uitmaken van het waterschap Vechtstromen.

 § 1. Rechtskracht voorschriften en uitoefening bevoegdheden

Artikel 2 Rechtskracht van voorschriften en uitoefening van bevoegdheden

1. De op 31 december 2013 voor overgaand gebied geldende waterschapsvoorschriften en waterschapsbesluiten behouden hun rechtskracht voor dat gebied totdat deze door het bevoegde gezag van het Waterschap Vechtstromen zijn ingetrokken.

2. Met ingang van 1 januari 2014 en zolang de in het eerste lid bedoelde voorschriften en besluiten gelden, oefenen de in het Waterschap Vechtstromen bevoegde bestuursorganen en ambtenaren de bevoegdheden uit welke bij die voorschriften en besluiten aan overeenkomstige organen en ambtenaren zijn toegekend.

Artikel 3 Reglementen van orde; regelingen vergoedingen

[vervallen]

Artikel 4 Instructie secretaris

[vervallen]

Artikel 5 Kostentoedelingsverordening

[vervallen]

Artikel 6 Belastingverordeningen

[vervallen]

Artikel 7 Jaarrekening

[vervallen]

Artikel 8 Archief

[vervallen]

§ 2. Voorbereidingscommissie

Artikel 9 Voorbereidingscommissie

[vervallen]

§ 3. Verkiezingen van het algemeen bestuur

Artikel 10 Zittingsduur algemeen bestuur op te heffen waterschappen

[vervallen]

Artikel 11   Toepassing artikel 28, eerste lid van de wet

[vervallen]

Artikel 12  Eerste vergadering algemeen bestuur

[vervallen]

§ 4. De voorzitter

Artikel 13 Interim-voorzitter

[vervallen]

Artikel 14 Benoeming eerste voorzitter

[vervallen]

Artikel 15 Interim-secretaris

[vervallen]

§ 5. Rechtspositie

Artikel 16 Rechtspositieregeling van de ambtenaren

[vervallen]

Artikel 17 Wijzigingen van beperkte strekking

Provinciale Staten van Overijssel en van Drenthe zijn gezamenlijk bevoegd tot wijziging van de overgangsbepalingen.

TOELICHTING OP HET REGLEMENT VOOR HET WATERSCHAP VECHTSTROMEN

ALGEMEEN

Artikel 2 van de Waterschapswet bepaalt dat de bevoegdheid tot het opheffen en het instellen van waterschappen, tot regeling van hun taken en inrichting en van de samenstelling van hun besturen en tot de verdere reglementering van waterschappen aan Provinciale Staten behoort en dat de uitoefening van deze bevoegdheid geschiedt bij provinciale verordening. Omdat hier sprake is van een interprovinciaal waterschap, worden de bevoegdheden, op grond van artikel 6 van de Waterschapswet, gemeenschappelijk door Provinciale Staten van Overijssel, Drenthe en Gelderland uit-geoefend. In het reglement is vervolgens bepaald dat wijzigingen door Provinciale Staten van Overijssel en Drenthe gezamenlijk kunnen worden doorgevoerd.

Het onderhavige reglement schept in aansluiting op de Waterschapswet het kader voor het waterschap. Het beperkt zich tot de essentiële aspecten betreffende de inrichting en het functioneren van het waterschap. De belangrijkste onderwerpen die worden geregeld, zijn het gebied, de taak, het bestuur, de verdeling van de geborgde zetels over de specifieke belangencategorieën, het aanwijzen van de organisaties die de vertegenwoordigers voor de categorieën ongebouwd en natuurterreinen mogen benoemen en het toezicht.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

HOOFDSTUK 2 NAAM, GEBIED, ZETEL EN TAAK VAN HET WATERSCHAP

Artikel 2 Naam en gebied van het waterschap

Bij het bepalen van het gebied van het waterschap is acht geslagen op het uitgangspunt voor de bestuurlijke organisatie van de waterstaatszorg, dat bij de vorming van waterschappen zo veel mogelijk rekening wordt gehouden met de waterstaatkundige eenheden. Een waterstaatkundige eenheid bestaat uit een samenhangend stelsel van oppervlaktewateren en gronden (inclusief gebruikers, bewoners en gebouwen), die belang hebben bij de instandhouding van dat stelsel.

Het gebied van het waterschap wordt aangegeven op de kaart die deel uitmaakt van het reglement. Op de kaart zijn de grenzen van het waterschapsgebied zo eenduidig mogelijk vastgelegd. Er kunnen gebiedsspecifieke situaties zijn waarbij het noodzakelijk is de grens van het waterschapsgebied nauwkeuriger vast te stellen (bijvoorbeeld daar waar de grens door bebouwd gebied loopt). In het reglement is de mogelijkheid opgenomen om voor de precieze aanduiding van de grenzen van het waterschapsgebied detailkaarten vast te stellen. Het vaststellen van de detailkaarten is opgedragen aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 3 Zetel van het waterschap

Het waterschap heeft als (publieke) rechtspersoon een statutaire zetel nodig. Aangezien het grootste deel van het waterschap in Overijssel ligt, is gekozen voor Almelo.

Deze keuze staat los van de mogelijkheid om meer vestigingen aan te houden.

Artikel 4 Taak van het waterschap

In artikel 4 van het reglement is aangesloten bij de wet en de huidige situatie door aan het waterschap het beheer van watersystemen en de zuivering van stedelijk afvalwater op te dragen. Het beheer van watersystemen omvat de zorg voor de waterkering en de zorg voor de waterhuishouding, waaronder ook de zorg voor de waterkwaliteit.

Onder de zorg voor de waterhuishouding moet ook het regelen van de grondwaterstanden via het peilbeheer van het oppervlaktewater worden gerekend. Het gebruik van de term "beheer van watersystemen" benadrukt dat de tot op heden afzonderlijk benoemde taken een nauwe onderlinge samenhang kennen en als één integrale taak moeten worden uitgevoerd. De toekenning van "het beheer van watersystemen" aan het waterschap impliceert overigens niet dat alle zorg voor het watersysteem of de watersystemen in het waterschapsgebied aan het waterschap wordt toe-gekend. Ook andere overheden oefenen taken ter zake uit. In het eerste lid van artikel 2.3 is daarom aangegeven dat het waterschap verantwoordelijk is voor de waterstaatkundige verzorging van zijn gebied, voor zover deze taak niet bij andere publiekrechtelijke lichamen berust.

Artikel 4, eerste lid kent een duidelijke relatie met artikel 3:4, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In artikel 3:4, eerste lid Awb is namelijk geregeld dat het bestuursorgaan de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen afweegt, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit. Wanneer een bestuursorgaan van het waterschap derhalve een besluit of handeling overweegt, dient het over te gaan tot een afweging van alle bij de concrete beslissing of handeling betrokken belangen. Met artikel 4, eerste lid wordt aangegeven dat het waterschap zich bij de belangenafweging primair moet laten leiden door de waterhuishoudkundige belangen. Het zijn deze belangen die de doorslag moeten geven bij de besluitvorming.

In artikel 4, tweede lid is de zuivering van stedelijk afvalwater aan het waterschap opgedragen.

Het is de taak van het waterschap om het stedelijk afvalwater te zuiveren dat via het openbaar vuilwaterriool wordt geloosd op een zuiveringtechnisch werk van het waterschap. Het is ook uitdrukkelijk de taak van het waterschap om stedelijk afvalwater dat op een ander passend systeem in beheer bij het waterschap wordt afgevoerd, te zuiveren.

Artikel 4, derde lid gaat over het vaarwegbeheer

Vaarwegbeheer houdt in: de aanleg en het in stand houden van de infrastructurele voorzieningen die nodig zijn voor het gebruik van het water door de scheepvaart. Daarom is in het reglement de zorg voor het vaarwegbeheer van de Overijsselse Vecht als taak opgenomen. Deze taak is gebaseerd op de laatste volzin van artikel 1, tweede lid, van de wet.

HOOFDSTUK 3 DE SAMENSTELLING EN INRICHTING VAN HET WATERSCHAPSBESTUUR

Artikel 5 Titel van de voorzitter

De voorzitter kan de titel watergraaf dragen.

Vanouds wordt de voorzitter van waterschappen in Oost-Nederland watergraaf genoemd.

Artikel 6 Omvang algemeen bestuur

In de Waterschapswet is, uit oogpunt van uniformering, maar ook vanwege doelmatigheid en slagvaardigheid, de minimale en maximale omvang van het algemeen bestuur vastgelegd. Het waterschapsbestuur kan bestaan uit minimaal achttien en maximaal dertig leden.

Artikel 7 Benoeming vertegenwoordigers geborgde zetels

Voor de categorie ongebouwd is het aan de provincie overgelaten de organisaties aan te wijzen die de benoeming doen. Bij de aanwijzing van de organisaties is rekening gehouden met de verschillende te vertegenwoordigen belangen, de organisatiegraad, representativiteit en dekkingsgraad. Uit een oogpunt van transparantie en eenvoud is gekozen voor één organisatie. Land- en Tuinbouworganisatie Noord (LTO Noord) is de agrarische ondernemersorganisatie in de negen provincies boven de Maas.

Hier speelt dat LTO Noord een dekkingspercentage kent van circa 50% in het waterschapsgebied. Ook zijn vrijwel alle sectoren hierin vertegenwoordigd. Derhalve is LTO Noord aangewezen als benoemende instantie. De selectie van de vertegenwoordigers is een verantwoordelijkheid van de LTO Noord.

Voor de categorie natuurterreinen is de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (VBNE) bevoegd de kandidaten te benoemen. De VBNE is in 2013 opgericht door Staatsbosbeheer, Vereniging Natuurmonumenten, de Federatie Particulier Grondbezit, De 12 Landschappen en het Nederlandse Ministerie van Defensie,

Artikel 8 Reglement van orde

De Waterschapswet geeft in de artikelen 35 tot en met 39 een aantal bepalingen over openbare en besloten vergaderingen en over geheimhouding. Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen vast. Voor de invulling van dat reglement verdient het aanbeveling zo veel mogelijk aan te sluiten bij de regelingen, die de Gemeentewet en de Provinciewet kennen omtrent onderwerpen van vergaderorde. Met name wordt hierbij gedacht aan het vergaderquorum, het besluitquorum, de wijze van uitschrijven van een nieuwe vergadering en het opstellen van de agenda, stemrecht van de leden, stemprocedures en het bepalen van de stemuitslag.

Artikel 9 Omvang dagelijks bestuur

Ten aanzien van de omvang van het dagelijks bestuur kan het reglement alleen bepalen hoeveel leden dit college, afgezien van de voorzitter, minimaal en maximaal telt. In verhouding tot de omvang van het algemeen bestuur en ter voorkoming van versnippering van bestuurstaken is gekozen voor minimaal twee en maximaal vijf andere bestuursleden.

Artikel 10 Benoeming leden van het dagelijks bestuur

In artikel 41, tweede lid, van de Waterschapswet is bepaald dat de benoeming van de leden van het dagelijks bestuur plaatsvindt uit het algemeen bestuur. Gedeputeerde Staten kunnen hiervan ontheffing verlenen indien het reglement die mogelijkheid biedt. In het tweede lid is deze mogelijkheid aan Gedeputeerde Staten gegeven. Dit maakt het mogelijk om geschikte kandidaten te vinden buiten de kring van het algemeen bestuur. Voor de leden van het dagelijks bestuur die niet tot het algemeen bestuur behoren, gelden op grond van artikel 45 van de wet wel de eisen die aan de verkiesbaarheid van leden van het algemeen bestuur worden gesteld alsmede de incompatibiliteiten voor het lidmaatschap van het algemeen bestuur. Ook de verplichting tot het afleggen van de eed of de belofte is op deze leden van toepassing. Daarbij dient expliciet te worden opgemerkt dat de leden van het dagelijks bestuur die via de ontheffing van artikel 41, tweede lid, van de wet in het dagelijks bestuur zijn terecht gekomen alleen lid zijn van het dagelijks bestuur. Zij mogen dus alleen de bevoegdheden uitoefenen die horen bij dit bestuur. Ze zijn geen lid van het algemeen bestuur (dat zou immers leiden tot een wijziging van het aantal zetels van het algemeen bestuur) en kunnen dan ook geen bevoegdheden uitoefenen van het algemeen bestuur. De invulling van een opengevallen plek in het dagelijks bestuur geschiedt zo spoedig mogelijk. Dit kan anders zijn indien het algemeen bestuur besluit het aantal leden van het dagelijks bestuur te verminderen.

Artikel 11 Ingang benoeming leden dagelijks bestuur

In dit artikel wordt het aanvangstijdstip van de benoeming van de leden geregeld alsmede de opvolging van het gehele dagelijks bestuur (met uitzondering van de voorzitter) na de verkiezingen.

Artikel 12 Ontslag op eigen initiatief

Dit artikel vormt een aanvulling op artikel 41 van de wet, waarin het ontslag van de leden summier wordt geregeld. Leden die hun ontslag nemen, geven hiervan, om bewijsrechtelijke redenen, schriftelijk kennis aan het algemeen bestuur.

Deze bepaling komt overeen met de artikelen 42 en 43 van respectievelijk de Provinciewet en de Gemeentewet. De Waterschapswet bevat terzake geen bepalingen. Uit de aard van de rechtshandeling vloeit voort dat opzegging niet met terugwerkende kracht mogelijk is (vergelijk artikel 43 Gemeentewet en 42 Provinciewet).

Artikel 13 Vervanging leden dagelijks bestuur

Leden van het dagelijks bestuur kunnen bij langdurige afwezigheid worden vervangen door leden van het algemeen bestuur. De vervanging kan door het algemeen bestuur worden geregeld op verzoek van het dagelijks bestuur, het betreffende lid van dat bestuur, of uit eigen beweging. Bepalend is of de vervanging nodig is voor een goed functioneren van het betreffende bestuurs-orgaan. Het tweede lid regelt de vergoeding bij vervanging van een lid van het dagelijks bestuur.

Artikel 14 Reglement van orde

Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast. Een verschil tussen de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur is, dat de vergaderingen van dit college met gesloten deuren worden gehouden, tenzij dit bestuur anders heeft bepaald. Het reglement van orde voor de vergaderingen kan regels geven over de openbaarheid van de vergaderingen van het dagelijks bestuur (artikel 42 Waterschapswet).

Met de toevoeging van de woorden "en andere werkzaamheden" wordt aangesloten bij wat daaromtrent in de praktijk is gegroeid en hetgeen is bepaald in de Provinciewet en de Gemeentewet. In de reglementen van orde worden meer activiteiten geregeld dan alleen de vergaderingen.

Andere werkzaamheden kunnen betrekking hebben op de bekendmaking van besluiten, de schriftelijke afdoening van zaken en de procedurele voorbereiding van de in het dagelijks bestuur te bespreken nota's.

Artikel 16 Benoeming voorzitter

Alvorens een aanbeveling voor de benoeming van de voorzitter als bedoeld in artikel 46, derde lid, van de wet, wordt opgemaakt, wordt, behalve in het geval van herbenoeming, een open sollicitatieprocedure gevolgd. Een open sollicitatie omvat in elk geval een bekendmaking in de daarvoor geëigende kranten en of vakbladen.

De aflegging van de eed (verklaring en belofte), bedoeld in artikel 50 van de wet, vindt plaats in handen van de Commissaris van de Koning van Overijssel.

Artikel 17 Woonplaats voorzitter

Voor het eerste lid van dit artikel inzake de bepaling van de woonplaats van de voorzitter is aansluiting gezocht bij artikel 71, eerste lid uit de Gemeentewet. Op basis van het tweede lid kan het algemeen bestuur ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. Het algemeen bestuur kan zelf bepalen of en voor welke periode ontheffing wordt verleend.

Artikelen 18 en 19 Aanwijzing, taken en bevoegdheden secretaris

De aanwijzing van de secretaris wordt geregeld door het algemeen bestuur. De secretaris zelf is geen bestuursorgaan. Hij is eerste adviseur van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. In verband met die functie is het verbod tot het verrichten van bepaalde handelingen, dat geldt voor leden van het algemeen bestuur, ook van toepassing verklaard op de secretaris. Het algemeen bestuur stelt nadere regels vast omtrent de taak en de bevoegdheid van de secretaris. Hierbij is aansluiting gezocht bij de Gemeentewet (artikel 103 lid 2) en de Provinciewet (artikel 100 lid 2).

HOOFDSTUK 4 TOEZICHT

Artikel 20 Toezichtbevoegdheid

In verband met het interprovinciale karakter moet op grond van artikel 164 van de wet in het reglement een regeling over toezicht worden opgenomen. In dit artikel is bepaald dat het toezicht gezamenlijk wordt uitgeoefend door Gedeputeerde Staten van Overijssel en Drenthe. Het waterschap is voor het grootste gedeelte in de provincie Overijssel gelegen. In de provincie Drenthe is echter een zodanig substantieel gedeelte gelegen met een zodanige economische waarde en een zodanig aantal ingezetenen dat gezamenlijk toezicht met die provincie gerechtvaardigd is. Dat geldt niet voor de provincie Gelderland, omdat het waterschap slechts voor een zeer gering gedeelte in die provincie is gelegen.

In verband hiermee dienen meldingplichtige besluiten aan zowel Gedeputeerde Staten van Overijssel als Gedeputeerde Staten van Drenthe te worden toegezonden.

Artikel 21 Meldingen

Het reglement vult de wettelijke opsomming aan met enkele categorieën die van wezenlijk belang zijn en waarvan derhalve op provinciaal niveau kennis dient te bestaan. Dat betreft in de eerste plaats besluiten tot oprichting van of deelneming in een rechtspersoon.

Toezending van het calamiteitenplan en het ontwerp ervan is voorgeschreven vanwege het belang van dit plan gelet op de grote gevolgen die situaties van gevaar in de sfeer van de waterstaatszorg kunnen hebben en vanwege het belang van afstemming van dit plan op soortgelijke plannen van andere overheden. Toezending van een peilbesluit en het ontwerp ervan (tweede lid) wordt van belang geacht vanwege het feit dat de door de provincie aangegeven functie van de desbetreffende oppervlaktewateren leidend is.

In het licht van die functie moet een afweging plaatsvinden van alle bij het waterbeheer betrokken belangen. Vanwege die belangenafweging die bij de uitwerking van de functietoekenning aan de orde is en die zeer breed kan zijn, is het wenselijk dat Gedeputeerde Staten van (ontwerp)peilbesluiten kennisnemen.

Artikel 22 Wijzigingen van beperkte strekking

Artikel 6, tweede volzin, van de wet maakt het mogelijk bij een interprovinciaal waterschap om bij reglement te bepalen dat reglementswijzigingen van beperkte strekking kunnen worden opgedragen aan één of twee van de drie Provinciale Staten. Dit artikel voorziet hierin.

TOELICHTING OP BIJLAGE II OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 2 Rechtskracht voorschriften en uitoefening bevoegdheden

Het eerste lid van dit artikel beoogt een soepele overgang mogelijk te maken van de oude naar de nieuwe situatie door de besluiten van de op te heffen waterschappen van kracht te laten blijven. Hierbij wordt gedoeld op algemeen verbindende voorschriften en besluiten van algemene strekking, zoals peilbesluiten. Zo spreekt het als vanzelf dat bijvoorbeeld besluiten tot het verlenen van vergunning door de fusie niet worden aangetast.

Het tweede lid beoogt buiten twijfel te stellen wie bevoegd is ten aanzien van de uitoefening van bevoegdheden als aangegeven in de in het eerste lid bedoelde voorschriften en besluiten.

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de overgang van rechten en verplichtingen van de op te heffen waterschappen naar het nieuw te vormen waterschap is geregeld in artikel 5b van de Waterschapswet.

afbeelding binnen de regeling