Beleidsregels Schulddienstverlening Uden

Geldend van 12-06-2013 t/m 23-12-2019

Intitulé

Beleidsregels Schulddienstverlening Uden

Beleidsregels schulddienstverlening Uden

Het college van burgemeester en wethouders;

gelet op artikel 2 en artikel 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;

b e s l u i t

vast te stellen de

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente;

  • b.

    inwoner: ingezetene die op grond van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens bij een gemeente is ingeschreven;

  • c.

    schuldhulpverlening: het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg;

  • d.

    schulddienstverlening: in bredere zin het volledige pakket van dienstverlenende activiteiten dat de gemeente inzet bij het vroegtijdig signaleren en preventief voorkomen van schulden en het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg;

  • e.

    verzoeker: persoon die zich tot het college heeft gewend voor schulddienstverlening.

Artikel 2. Doelgroep gemeentelijke schulddienstverlening

Alle inwoners van de Gemeente Uden van 18 jaar en ouder kunnen zich tot het college wenden voor schulddienstverlening. Zelfstandige ondernemers worden enkel toegelaten indien zij zich uitschrijven bij de Kamer van Koophandel.

Artikel 3. Aanbod schulddienstverlening

  • 1. Het college verleent aan verzoeker schulddienstverlening indien het college dit noodzakelijk acht. Indien de noodzaak niet aanwezig wordt geacht door het college, kan een aanvraag worden geweigerd.

  • 2. Of- en op welke manier de gemeente schulddienstverlening aanbiedt, is van meerdere factoren afhankelijk en kan dus per situatie verschillen. De factoren die een rol kunnen spelen zijn:

    • a.

      zwaarte, aard en omvang van de schulden;

    • b.

      psycho- sociale situatie verzoeker;

    • c.

      houding en gedrag van verzoeker (motivatie) tevens vaardigheden;

    • d.

      mate van zelfredzaamheid van de verzoeker;

    • e.

      een eventueel eerder gebruik van schulddienstverlening.

Artikel 4. Verplichtingen

  • 1. Verzoeker doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op schulddienstverlening, zowel bij de aanvraag als gedurende de looptijd van het schulddienstverleningstraject.

  • 2. Verzoeker is verplicht alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is gedurende de aanvraagperiode en tijdens het schulddienstverleningstraject.

    De medewerking bestaat onder andere uit:

    • a.

      het nakomen van afspraken;

    • b.

      het zich houden aan de bepalingen van de schuldregelingsovereenkomst.

    • c.

      geen nieuwe schulden maken

Artikel 5. Weigeren en beëindigen

Indien verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4, leden 1 en 2, kan het college besluiten om schulddienstverlening te weigeren dan wel te beëindigen.

Artikel 6. Beëindigingsgronden

Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schulddienstverlening indien:

  • a.

    het schulddienstverleningstraject succesvol is afgerond;

  • b.

    de verzoeker zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden;

  • c.

    op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schulddienstverlening aan verzoeker is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;

  • d.

    verzoeker zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schulddienstverleningstraject, misdraagt;

  • e.

    verzoeker in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;

  • f.

    de geboden dienstverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verzoeker, niet (langer) passend is;

  • g.

    de schulddienstverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht.

Artikel 7. Recidive – hernieuwde aanvraag

Indien minder dan 5 jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend, door verzoeker een traject schuldregeling succesvol dan wel niet succesvol is doorlopen (minnelijk en/of wettelijk), wordt een aanvraag schulddienstverlening geweigerd, met uitzondering van het geven van informatie, advies en/of een doorverwijzing. Van deze regel kan worden afgeweken, als verzoeker of de instantie waarmee deze contact houdt aantoont, dat het opnieuw aangaan van een regeling binnen de aangegeven termijn van 5 jaar verantwoord is.

Artikel 8. Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden

  • 1. Het college kan in zeer bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze regeling, indien onverkorte toepassing daarvan aanleiding geeft of zou leiden tot disproportionele onredelijkheid of onbillijkheid.

  • 2. In gevallen waarin deze regeling niet voorzien, beslist het college.

Artikel 9. Inwerkingtreding en citeertitel

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2012 en wordt aangehaald als “Beleidsregels Schulddienstverlening Uden”.

Toelichting

Inleiding algemeen

Op 26 juni 2012 heeft de Raad van de Gemeente Uden het beleidsplan

“Stabiel op eigen benen “Keuzes voor een nieuw evenwicht” vastgesteld. In dit beleidsplan is de visie van de gemeente neergelegd op het terrein van schulddienstverlening. Deze beleidsregels zijn gebaseerd op het beleidsplan te weten: het opstellen van regels m.b.t. toelating en recidive en het stellen van voorwaarden. Achterliggende gedachte is dat Uden behoefte heeft aan heldere spelregels: de burger weet wat de voorwaarden zijn voor toelating tot de schuldhulpverlening en waaraan hij zich dient te houden en de gemeente op haar beurt weet welke verplichtingen zij aan de burger mag opleggen en wanneer zij de toegang tot de schuldhulpverlening kan weigeren of beëindigen.

Hierbij speelt mee dat de gemeentelijke schulddienstverleningspraktijk vanaf het moment dat de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening in werking treedt op 1 juli 2012 onder het regime van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) komt te vallen. Op dat moment is het dus van belang om regels over toelating tot de schuldhulpverlening, het opleggen van verplichtingen en het weigeren van hulp juridisch correct te benaderen.

Artikel 1. Begripsbepalingen

Dit artikel is gebaseerd op artikel 1 van het wetsvoorstel Wet gemeentelijke

schuldhulpverlening.

Artikel 2. Doelgroep gemeentelijke schulddienstverlening

Conform de visie staat schulddienstverlening in beginsel open voor alle inwoners van Uden van 18 jaar en ouder. Dit met uitzondering van de bij Wet genoemde categorieën personen. Zelfstandig ondernemers worden enkel toegelaten indien zij zich uitschrijven bij de Kamer van Koophandel.

We sluiten aan bij de brede toegankelijkheid die het wetsvoorstel biedt.

Artikel 3. Aanbod schulddienstverlening

In lid 1 is aangegeven dat het college schulddienstverlening verleent indien het college schulddienstverlening noodzakelijk acht. Op deze manier wordt enerzijds recht gedaan aan het uitgangspunt van de eigen verantwoordelijkheid/zelfredzaamheid. Daar waar de burger in staat moet worden geacht om de (dreigende) schuldenproblematiek zelf aan te pakken en te regelen, kan schulddienstverlening achterwege blijven. Anderzijds wordt middels dit lid, evenals lid 2, recht gedaan aan het beleidsmatige uitgangspunt dat schulddienstverlening selectief en gericht ingezet dient te worden. Daar waar sprake is van bijvoorbeeld een schuldenpakket dat zich niet laat regelen in combinatie met een onregelbare verzoeker, kan een aanvraag worden geweigerd. Ook kan het zijn dat bijvoorbeeld dat bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld van psychosociale aard bij de schuldenaar, een belemmering vormen om een schulddienstverleningstraject te doorlopen. In dat geval dient eerst dat probleem te worden opgelost. Om die reden werkt schulddienstverlening met zogeheten klantprofielen. In het werken met deze methodiek kunnen ook externe ketenpartners hun rol spelen.

Lid 2:

Dit artikel toont de kern van schulddienstverlening nieuwe stijl: een gerichte en selectieve toepassing van schulddienstverlening. Het gaat om een nadere uitwerking van het werken met klantprofielen in persoonlijk maatwerk. De inzet van producten kan per situatie verschillen. In lid 2 van dit artikel worden 5 factoren genoemd die bepalen of en in welke

mate de gemeente één of meerdere producten schulddienstverlening aanbiedt. Op dit punt is er qua aanpak overeenstemming tussen het werken met klantprofielen en het bieden van compensatie volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning. Punt 3 d hangt samen met beleidsuitgangspunt 5 van het beleidsplan waarin wordt aangegeven dat de vorm waarin de gemeente ondersteuning biedt, afhangt van de mate van zelfredzaamheid van de schuldenaar. Ook dit is binnen het compensatiebeginsel van de Wmo een belangrijk aspect.

Artikel 4. Verplichtingen en gevolgen schending daarvan

Met dit artikel wordt de eigen verantwoordelijkheid van de hulpvrager voorop gesteld. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van mensen zelf om tijdig de benodigde informatie te geven (lid 1) en medewerking te verlenen (lid 2). Dit zowel in de fase van aanvraag als gedurende de looptijd van een traject.

Wat betreft de verplichting tot medewerking is in lid 2 een aantal verplichtingen benoemd. Dit is geen limitatieve opsomming.

Artikel 5. Weigeren en beëindigen

Indien verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4, leden 1 en 2, kan het college besluiten om schulddienstverlening te weigeren dan wel te beëindigen. Alvorens dat te doen wordt, conform lid 2, verzoeker eenmaal een termijn geboden om alsnog, de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. De termijn die aan verzoeker wordt gesteld is in dit artikel bewust niet benoemd. De termijn dient een redelijke te zijn conform de Algemene wet bestuursrecht. Wat redelijk is, hangt samen met het type verplichting.

Komt verzoeker ook gedurende de herstelperiode zijn verplichting niet na, dan kan het college besluiten tot weigering of beëindiging van de schulddienstverlening. In het kader van eigen verantwoordelijkheid vereist het opleggen van een hersteltermijn maatwerk.

Artikel 5 is geformuleerd als een zogenaamde “kan”-bepaling. Het college heeft de bevoegdheid tot weigering of beëindiging, maar niet de verplichting. Dit geeft het college met name ruimte om van een weigering of beëindiging af te zien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.

Artikel 6. Beëindigingsgronden

In dit artikel wordt beschreven wanneer schulddienstverlening kan worden beëindigd. Het artikel laat in ieder geval de werking van artikel 5 onaangetast.

Van de 8 gronden zoals benoemd, verdienen de gronden onder f. en g. bijzondere aandacht gelet op de visie zoals neergelegd in het beleidsplan “Stabiel op eigen benen, Keuzes voor een nieuw evenwicht”. Daar waar Uden wil staan voor een selectieve en gerichte toepassing van schulddienstverlening, kan dat betekenen dat schulddienstverlening wordt beëindigd indien de vorm van hulpverlening niet langer aansluit bij de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar. Zie in dat licht ook een duidelijke link met artikel 3 lid 2 van deze beleidsregels.

Die persoonlijke omstandigheden variëren in aard en duur. Hier is dan ook sprake van maatwerk en dient de schulddienstverlener goed te motiveren in de beschikking.

Artikel 7. Recidive – hernieuwde aanvraag

Wat betreft de bevoegdheid tot weigering van een aanbod schulddienstverlening in relatie tot eerdere trajecten / contacten schulddienstverlening, zijn in dit artikel regels gesteld.

Op basis van het principe van eigen verantwoordelijkheid, wordt een nadrukkelijke grens gesteld aan het kunnen doen van hernieuwde aanvragen. Dit artikel gaat evenwel niet alleen over eigen verantwoordelijkheid. Dit artikel gaat ook over prioriteitstelling: keuzes tot al dan niet toelaten tot de schulddiensverlening dienen mede te worden gemaakt tegen de

organisatorische achtergrond van beschikbare formatie en tijd.

Bij het gebruik van artikel 7 en dus de vraag wanneer welk type hulpverlening wordt geweigerd, is het van belang om de in artikel 7 genoemde begrippen / producten goed te

onderscheiden.

  • -

    Schulddienstverlening is een breed begrip en omvat alle producten zoals de Gemeente Uden die kent.

  • -

    Een traject schuldregeling is één van de gemeentelijke producten, maar kan ook betrekking hebben op een schuldregeling ingevolge de Wsnp.

Bij het bepalen of een persoon al eerder gebruik heeft gemaakt van schulddienstverlening telt de verleende schulddienstverlening en/of de contacten daaromtrent vóór de inwerkingtreding

van deze beleidsregels ook mee.

De ruime mate van beleidsvrijheid zoals aan de gemeente gegeven om een dergelijke recidivebepaling op te nemen, ontslaat de gemeente niet van de verplichting om, daar waar een onevenredige situatie ontstaat voor de burger, af te wijken van het bepaalde van artikel 7 indien nodig (ingevolge artikel 8: de hardheidsclausule). Uitgangspunt is en blijft evenwel het bepaalde in

artikel 7.

Artikel 8. Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden

Dit artikel geeft ruimte aan het college om in bijzondere (lid 1) en/of onvoorziene (lid 2)

gevallen af te wijken van de regels zoals neergelegd in deze regeling.

De wet en daarmee ook deze beleidsregels, treden per 12 juni 2013 in werking.