Deelverordening cultuursubsidies 2013

Geldend van 22-01-2016 t/m heden

Intitulé

Deelverordening cultuursubsidies 2013

Hoofdstuk 1 - Algemeen

Artikel 1.Begripsbepalingen

In deze deelverordening wordt verstaan onder:

  • a.

    raad: raad van de gemeente Leiden;

  • b.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden;

  • c.

    ASV: de Algemene Subsidie Verordening van de gemeente Leiden;

  • d.

    subsidie: geldelijke bijdrage ter stimulering en (gedeeltelijke) bekostiging van een culturele activiteit inLeiden;

  • e.

    culturele projecten en evenementen: tijdelijke en kortlopende activiteiten die primair een cultureel doelbeogen. Hieronder ressorteren o.a. tentoonstellingen, festivals, theater- en muziekproducties, projecten op het gebied van beeldende kunst, theater, muziek, dans, literatuur, vormgeving en architectuur;

  • f.

    makers: diegenen die zich bezighouden met het primaire (scheppende) proces om tot een product in een van de kunstdisciplines te komen. Het betreffen originele producties die in Leiden gemaakt worden of betrekking op Leiden hebben. Onder makers vallen in ieder geval beeldend kunstenaars, theatermakers, muziekmakers, filmers en schrijvers.

Artikel 2. Reikwijdte
  • 1. Voor zover in deze deelverordening niet anders is bepaald, zijn de begripsomschrijvingen en bepalingen van de ASV van toepassing.

  • 2. Deze deelverordening is van toepassing op door het college te verstrekken subsidies met betrekking tot culturele projecten en evenementen, culturele uitingen van makers en publicaties. Uitzondering hierop vormen reguliere amateurkunstactiviteiten, welke onder de Deelverordening Amateurkunst Subsidies ressorteren alsmede de in de begroting opgenomen reguliere culturele activiteiten.

Artikel 3. Jaarlijks subsidiebudget
  • 1. De beschikbare maximale budgetten voor subsidieverlening op basis van deze deelverordening worden jaarlijks vastgesteld door de raad in de begroting.

  • 2. Het betreft drie budgetten met een subsidieplafond voor respectievelijk culturele projecten en evenementen, makers en publicaties.

  • 3. Binnen 10 weken na indiening van een subsidieverzoek dan wel nasluiting van de indieningstermijn voor subsidieaanvragen, doet het college van zijn besluit betreffende de verlening van de subsidie schriftelijke mededeling aan de aanvrager.Uitzondering hierop vormen de op jaarbasis verstrekte subsidies, waarbij voor 31 december voorafgaande aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft, wordt beschikt.

Artikel 4. Verantwoording en vaststelling subsidies tot en met € 5.000,-
  • 1. Subsidies tot en met € 5.000,- worden door het college

    • a.

      direct vastgesteld; of

    • b.

      ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, vanaf de datum dat het project of evenement is afgerond.

  • 2. Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onder b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door hem aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 5. Verantwoording en vaststelling subsidies boven € 5.000,-
  • 1 Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 5.000,-, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling in bij het college. Voor de op jaarbasis verstrekte subsidie dient de subsidieontvanger uiterlijk op 1 mei over het voorgaande kalenderjaar een aanvraag tot vaststelling van het subsidie in bij het college.

  • 2. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag (waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht), alsmede een financieel verslag (waaruit de aan de verrichte activiteiten verbonden inkomsten en uitgaven blijken).

  • 3. Het college stelt binnen 10 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast.

Hoofdstuk 2 - Culturele projecten en evenementen

Artikel 6. Subsidie culturele projecten en evenementen

Het college kan subsidie verstrekken voor culturele projecten en evenementen voor zover deze binnen Leiden plaatsvinden en een tijdelijk karakter hebben.

Artikel 7. Jaarlijks subsidiebudget

Het beschikbare budget voor culturele projecten en evenementen wordt via twee tranches c.q. indieningstermijnen (zie ook artikel 8) verdeeld over de subsidieaanvragen die aan de in artikel 10 van deze deelverordening genoemde criteria voldoen. Voor de eerste tranche is maximaal 75% van het budget beschikbaar, voor de tweede tranche minimaal 25%.

Artikel 8. Indieningstermijn
  • 1. Voor aanvragen gelden de volgende indieningstermijnen:

    • -

      uiterlijk 1 november voor projecten en evenementen die plaatsvinden in de periode januari t/m augustus;

    • -

      uiterlijk 1 mei voor projecten en evenementen die plaatsvinden in de periode juli t/m december.

  • 2. Aanvragen worden verzameld tot het verstrijken van de indieningstermijn (zie ook artikel 10, lid 2). Aanvragen die te laat worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

Artikel 9. Subsidiebedrag
  • 1.

    Een subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten tot maximaal het tekort op de begroting. Het maximaal te verstrekken bedrag bedraagt € 10.000,-;

  • 2.

    Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet:

    a. kosten van consumpties voor bezoekers;

    b. kosten van voorzieningen met een langere gebruiksduur dan de duur van hetproject/evenement;

    c.kosten die naar het oordeel van het college als niet redelijk worden beoordeeld.

Artikel 10. Criteria
  • 1. De aanvragen zullen worden beoordeeld aan de hand van de hiernavolgende criteria:

    • a.

      draagt bij aan profiel van Leiden Stad van Ontdekkingen, en de pijlers kennis en cultuur;

    • b.

      biedt kwaliteit;

    • c.

      is van toegevoegde waarde voor het brede & diverse cultuuraanbod;

    • d.

      draagt bij aan vernieuwing van het aanbod;

    • e.

      toont (cultureel) ondernemerschap;

    • f.

      werkt samen met anderen binnen en buiten de eigen sector;

    • g.

      heeft een groot en breed publieksbereik;

    • h.

      is zichtbaar en draagt bij aan de levendigheid van de stad;

    • i.

      draagt bij aan (de ontwikkeling van) het Cultuurkwartier.

    • j.

      draagt bij aan (de ontwikkeling van) kunst en cultuur in de wijk.

  • 2. De aanvragen worden per tranche gebundeld en tegelijkertijd beoordeeld op de mate waarin zij (zoveel mogelijk) voldoen aan de criteria zoals deze in het eerste lid zijn genoemd.

  • 3. Naarmate naar het oordeel van het college meer aan de criteria wordt voldaan, is de kans groter dat een aangevraagde subsidie (al dan niet gedeeltelijk) wordt toegekend. Indien bij honorering van alle aanvragen het beschikbare budget wordt overschreden,is de mate waarin naar het oordeel van het college aan een of meerdere criteria wordt voldaan, bepalend voor prioriteitstelling en de hoogte van de subsidietoekenning.

Artikel 11. Weigeringsgronden

Een subsidie op grond van deze regeling wordt, behalve volgens het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht of de ASV, geweigerd indien:

  • a.

    de culturele activiteit niet in Leiden plaatsvindt;

  • b.

    de aanvrager met het cultuurproject een winstoogmerk heeft;

  • c.

    een zelfde (soort) activiteit, als waarvoor subsidie wordt aangevraagd, al verricht wordt door een andere (al dan niet gesubsidieerde) organisatie in Leiden;

  • d.

    de financiële middelen van de aanvrager, met inbegrip van een naar aanleiding van de aanvraag toe te kennen subsidie, onvoldoende worden geacht om de te subsidiëren activiteit(en) te verrichten;

  • e.

    de kosten van de activiteit(en) niet in redelijke verhouding staan tot de omvang van de beoogde culturele activiteit en/of het daarmee te bereiken aantal personen;

  • f.

    op voorhand bekend is dat voor de aangevraagde activiteiten niet de benodigde vergunningen en ontheffingen in bezit zijn of zullen zijn;

  • g.

    voor het (soortgelijke) project reeds in de drie voorgaande jaren subsidie door de gemeente is verstrekt.

Hoofdstuk 3 - Leids makers stipendium

Artikel 12. Leids makers stipendium

Het college kan voor maximaal drie achtereenvolgende jaren het Leids makers stipendium verstrekken aan culturele uitingen van makers die bij voorkeur in Leiden gevestigd zijn en voor zover deze uitingen binnen Leiden plaatsvinden. Voor volgende periodes van maximaal drie achtereenvolgende jaren kan opnieuw subsidie in het kader van deze regeling worden toegekend.

Artikel 13. Jaarlijks subsidiebudget

Het beschikbare budget voor makers wordt via één indieningstermijn verdeeld over de subsidieaanvragen die aan de in artikel 16 van deze deelverordening genoemde criteria voldoen.

Artikel 14. Indieningstermijn
  • 1. Aanvragen voorzien van een lange termijn ontwikkelingsplan en een meerjarenbegroting dienen voor 1 juni schriftelijk of per e-mail bij het college te worden ingediend. Het plan beschrijft enerzijds de ontwikkeling van de productie(s) en het productieproces en anderzijds de talentontwikkeling.

  • 2. In het tweede en derde jaar dienen aanvragers voor 1 juni wederom een subsidieaanvraag in voor het betreffende jaar, met verwijzing naar het onderliggende meerjarenplan. Hierbij wordt aangesloten op de reguliere begrotingscyclus.

  • 3. Aanvragen worden verzameld tot het verstrijken van de indieningstermijn. Aanvragen die te laat worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

Artikel 15. Subsidiebedrag
  • 1.

    Een subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten tot maximaal het tekort op de begroting. Het maximaal te verstrekken bedrag bedraagt € 20.000,- per jaar.

  • 2.

    Het jaarlijks beschikbaar budget wordt op basis van het lange termijn ontwikkelingsplan beschikbaar gesteld aan in totaal niet meer dan 5 aanvragersvooreen periode van maximaal 3 jaar.

  • 3.

    Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet:

    • a.

      kosten van consumpties voor bezoekers;

    • b.

      kosten van voorzieningen met een langere gebruiksduur dan de duur van hetproject/evenement;

    • c.

      kosten die naar het oordeel van het college als niet redelijk wordenbeoordeeld.

Artikel 16.Criteria
  • 1. De aanvragen zullen worden beoordeeld aan de hand van dehiernavolgende criteria:

    • a.

      draagt bij aan profiel van Leiden Stad van Ontdekkingen, en de pijlers kennis en cultuur;

    • b.

      biedt kwaliteit;

    • c.

      is van toegevoegde waarde voor het brede & diverse cultuuraanbod;

    • d.

      draagt bij aan vernieuwing van het aanbod;

    • e.

      toont (cultureel) ondernemerschap;

    • f.

      werkt samen met anderen binnen en buiten de eigen sector;

    • g.

      heeft een groot en breed publieksbereik;

    • h.

      is zichtbaar en draagt bij aan de levendigheid van de stad;

    • i.

      draagt bij aan (de ontwikkeling van) het Cultuurkwartier.

    • j.

      draagt bij aan (de ontwikkeling van) kunst en cultuur in de wijk.

  • 2. De aanvragen worden beoordeeld op de mate waarin zij (zoveel mogelijk) voldoen aan de criteria zoals deze in het eerste lid zijn genoemd.

  • 3. Naarmate naar het oordeel van het college meer aan de criteria wordt voldaan, is de kans groter dat een aangevraagde subsidie (al dan niet gedeeltelijk) wordt toegekend. Indien bij honorering van alle aanvragen het beschikbare budget wordt overschreden, is de mate waarin naar het oordeel van het college aan een of meerdere criteria wordt voldaan, bepalend voor prioriteitstelling en de hoogte van de subsidietoekenning.

Artikel 17. Weigeringsgronden

Een subsidie op grond van deze regeling wordt, behalve volgens het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht of de ASV, geweigerd indien:

  • a.

    de culturele activiteit niet in Leiden plaatsvindt;

  • b.

    de aanvrager met het cultuurproject een winstoogmerk heeft;

  • c.

    een zelfde (soort) activiteit, als waarvoor subsidie wordt aangevraagd, al verricht wordt door een andere (al dan niet gesubsidieerde) organisatie in Leiden;

  • d.

    de financiële middelen van de aanvrager, met inbegrip van een naar aanleiding van de aanvraag toe te kennen subsidie, onvoldoende worden geacht om de te subsidiëren activiteit(en) te verrichten;

  • e.

    de kosten van de activiteit(en) niet in redelijke verhouding staan tot de omvang van de beoogde culturele activiteit en/of het daarmee te bereiken aantal personen;

  • f.

    op voorhand bekend is dat voor de aangevraagde activiteiten niet de benodigde vergunningen en ontheffingen in bezit zijn of zullen zijn.

Hoofdstuk 4

Vervallen.

Hoofdstuk 5 - Publicaties

Artikel 23. Subsidie publicaties

Het college kan het financieel tekort in de kosten van het zonder winstoogmerk (doen) uitgeven en/of vervaardigen van een publicatie, film, dvd, cd of andere beeld- en/of geluidsdrager (hierna te noemen: uitgave) betreffende de Leidse cultuur(historie) subsidiëren.

Artikel 24. Jaarlijks subsidiebudget en indieningstermijn
  • 1. Subsidieaanvragen kunnen gedurende het gehele jaar schriftelijk of per e-mail worden ingediend en worden in volgorde van binnenkomst behandeld mits zij voldoen aan de in artikel 26 genoemde criteria.

  • 2. Indien verlening van subsidie tot overschrijding van het maximale in de begroting beschikbaar gestelde bedrag leidt, wordt de subsidie geweigerd. De aanvraag wordt vervolgens in het daarop volgende jaar opnieuw in behandeling genomen.

Artikel 25. Subsidiebedrag
  • 1. Het college kan het financieel tekort in de kosten van het zonder winstoogmerk (doen) uitgeven en/of vervaardigen van een uitgave subsidiëren tot een maximum van € 1.000,- per uitgave.

  • 2. Het financieel tekort wordt vastgesteld door de netto-opbrengsten die voortvloeien uit verkoop van de uitgave, de ontvangen overige subsidies en sponsorbijdragen, alsmede andere inkomsten in mindering te brengen op de subsidiabele productiekosten.

  • 3. Als subsidiabele productiekosten worden aangemerkt:

    • a.

      het honorarium van de samensteller, schrijver, vormgever, regisseur, producent, etc.;

    • b.

      de kosten van vervaardiging;

    • c.

      de kosten van het verspreiden van de uitgave.

  • 4. Niet tot de subsidiabele kosten worden gerekend het honorarium van de initiatiefnemer of opdrachtgever van de uitgave.

Artikel 26.Criteria

Als bijzondere voorwaarden voor het beschikbaar stellen van subsidie geldt dat:

  • a.

    de uitgave op gangbare wijze in de handel of op openbare plaatsen in Leiden verkrijgbaar moet zijn;

  • b.

    de uitgave op enigerlei wijze de Leidse cultuur en/of cultuurhistorie tot onderwerp moet hebben;

  • c.

    heruitgaven niet voor subsidie in aanmerking komen.

Hoofdstuk 6 - Slotbepalingen

Artikel 27. Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, één of meer bepalingen van deze deelverordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken.

Artikel 28. Citeertitel

Deze deelverordening kan worden aangehaald als 'Deelverordening cultuursubsidies 2013'.

Artikel 29. Inwerkingtreding

De deelverordening treedt in werking op de dag nabekendmaking.

Artikel 30. Intrekking

Vanaf de datum van inwerkingtreding van deze 'Deelverordening cultuursubsidies 2013’ worden de Deelverordening Evenementensubsidies en de Deelverordening Kunst- en Cultuursubsidies ingetrokken.

Toelichting

Artikel 1. Begripsbepalingen

Deze deelverordening vervangt de deelverordening Kunst- en Cultuursubsidies, met de onderdelen bijzondere projecten, presentatie- en publicatiesubsidies alsmede de deelverordening Evenementen.

Artikel 7 en 8. Jaarlijks subsidiebudget en indieningstermijn

Om subsidieaanvragen met elkaar te kunnen vergelijken is het noodzakelijk dat ingediende aanvragen worden verzameld tot een vast moment, waarna een integrale afweging van de aanvragen kan plaatsvinden. Daarbij dient te worden voorkomen dat de periode tussen de subsidieaanvraag en de subsidieverlening te lang is. Enerzijds dient een aanvrager tijdig voor de datum van een voorgenomen activiteit zekerheid te hebben betreffende de toekenning danwel afwijzing van de subsidie. Anderzijds moet worden voorkomen dat de aanvragers reeds zeer vroegtijdig hun plannen voor een komende periode gereed dienen te hebben. Derhalve is voorzien in twee - deels overlappende – tranches.

Aanvragen voor de eerste tranche (de eerste acht maanden van het jaar) dienen voor 1 november daaraan voorafgaande te worden ingediend. Aanvragen voor de tweede tranche (de laatste zes maanden van het jaar) dienen voor 1 mei daaraan voorafgaande te worden ingediend. Voor de maanden juni en juli kan dus per 1 november of per 1 mei een aanvraag worden ingediend.

Aangezien het overgrote deel van de culturele activiteiten gedurende de eerste acht maanden van het jaar plaatsvinden, is gekozen voor een budgetverdeling in de verhouding 75:25.

Artikel 10 en 16. Criteria voor de toekenning van subsidies voor culturele projecten en evenementen en voor het Leids Makers Stipendium

a.Draagt bij aan profiel van Leiden Stad van Ontdekkingen, en de pijlers kennis en cultuur

Het profiel van Leiden is beschreven in de stadsvisie Leiden, Stad van Ontdekkingen.

Verbinding van het project met kennis en de historische binnenstad vormt een belangrijk element in een subsidieaanvraag.

b.Biedt kwaliteit

Kwaliteit blijkt allereerst uit de programmering, de organisatie, de uitstraling en aankleding van de activiteit. Verder is de artistieke kwaliteit van belang, waarbij geldt dat deze bij de ene activiteit een grotere rol kan spelen dan bij de andere. Het gaat bij artistieke kwaliteit om zaken als schoonheid hebben, vakmanschap tonen, diepgang hebben, oorspronkelijk zijn en/of een andere invalshoek bieden. Voor die gevallen waarin onduidelijk is of er sprake is van kwaliteit, vraagt het college eventueel advies aan deskundigen uit het veld.

c.Is van toegevoegde waarde voor het brede & diverse cultuuraanbod

Een breed cultuuraanbod is verspreid over verschillende disciplines en heeft voor diverse doelgroepen iets te bieden. Voor nieuwe projecten geldt dat zij een toegevoegde waarde moeten hebben ten opzichte van het huidige aanbod. Zij dragen bij aan de diversiteit van het aanbod. Niet twee keer hetzelfde (in dat geval kan worden gekeken naar samenwerking/bundeling). Ook onderscheidend zijn t.o.v. projecten in andere steden kan een toegevoegde waarde zijn, zeker nu de concurrentie tussen steden voor verblijf of wonen steeds meer toeneemt.

d. Draagt bij aan vernieuwing van het aanbod

Leiden heeft een cultuuraanbod dat vrij traditioneel is. Innovatie en experiment moeten ruimte krijgen in Leiden, Stad van Ontdekkingen. Meer spannende programmering, meer ontdekkingen in het culturele aanbod, meer onderscheidende programmering en meer ruimte voor makers en festivals.

e.Vertoont cultureel ondernemerschap

Onder cultureel ondernemerschap wordt verstaan: het bedrijf op orde hebben, een goede marketing verzorgen, innoverend vermogen, eigen verdienvermogen, een zogenoemde ‘stakeholders’-benadering (directe betrokkenheid van de klant bij het product) en een gezamenlijke propositie maken voor andere sectoren en voor mogelijke financiers. Aandacht voor het aanboren van externe financieringsmogelijkheden als mecenaten, fondsenwerving en crowdfunding.

f. Werkt samen met anderen binnen en buiten de eigen sector

Projecten moeten meer waarde hebben voor de stad. En andersom, de stad heeft meer waarde voor deze projecten en evenementen. Meer samenwerking, meer synergie. Tussen evenementen en ondernemers in de binnenstad of met andere evenementen. Of binnen de cultuursector in Leiden, die een steeds sterkere partner wordt in de stad. Of met aanverwante sectoren als onderwijs, horeca en toerisme.

g. Genereert economische spin-off

De projecten hebben uitstraling op de Leidse economie. Bijvoorbeeld door een meervoudig bezoekmotief te bevorderen, aan het evenement gerelateerde activiteiten te organiseren in de stad of arrangementen te ontwikkelen waarbij actief ingezet wordt op een meerdaags verblijf.

h. Heeft een groot en breed publieksbereik

Een gesubsidieerde activiteit heeft niet alleen voor de organisatoren of makers meerwaarde, maar vooral voor bezoekers of deelnemers. Rekening houdend met de soort activiteit, wordt een breed bereik bij de gesubsidieerde activiteiten nagestreefd. Zo zal een evenement doorgaans veel publiek kunnen genereren, en kan een vernieuwend concept in het begin nog met beperkte publieke belangstelling te maken hebben.

Regionaal en nationaal bereik moet zo veel mogelijk nagestreefd worden, medei.v.m. de economische spin-off. (Boven)regionale of nationale evenementen genereren veel positieve publiciteit voor Leiden en helpen daardoor mee de ambities van Leiden te realiseren.

i. Is zichtbaar en draagt bij aan de levendigheid van de stad;

Cultuur moet meer zichtbaar in de stad zijn door activiteiten in de openbare ruimte, binnen of buiten, op culturele en historische locaties. Culturele organisaties programmeren niet alleen binnen de muren van hun gebouw, maar ook meer daarbuiten.

j. Heeft speciale aandacht voor jongeren, studenten en expats (bereik, deelname)

Deze groepen zijn belangrijk voor ons stadsprofiel om te hebben en te behouden voor onze stad. (De promotie van) het aanbod in Leiden moet vaker meertalig zijn.

k. Draagt bij aan (de ontwikkeling van) het Cultuurkwartier.

Het Cultuurkwartier moet zich ontwikkelen tot een verblijfsvriendelijke, bruisende en duidelijk culturele omgeving. Een ontmoetingsplek met veel activiteit en dynamiek, levendigheid en kunstzinnigheid. Waar op alle momenten van de dag iets te doen is. Met cultuur in de gebouwen, maar ook buiten op straat.

Artikel 11 en artikel 17. Weigeringsgronden, sub f

Voorkomen moet worden dat de gemeente Leiden verkeerde verwachtingen wekt door subsidieverlening. Het ontbreken van noodzakelijk vergunningen en ontheffingen zal dan ook tot weigering dan wel intrekking van de subsidie leiden.

Artikel 11. Weigeringsgronden, sub g

De onder artikel 11.g genoemde weigeringsgrond is opgenomen omdat deze deelverordening zich richt op tijdelijke en niet reguliere projecten. Indien drie jaar achtereen eenzelfde project subsidie heeft ontvangen, dan is subsidieverstrekking op basis van deze deelverordening niet meer mogelijk. Wel kan het college besluiten het project meer structureel financieel te ondersteunen. In dat geval zal besloten worden een budget voor deze activiteit in de begroting te bestemmen.

Artikel 12. Leids makers stipendium

Het gaat om makers die zich bezighouden met het primaire (scheppende) proces om tot een product in een van de kunstdisciplines te komen. Het betreffen originele producties die in Leiden gemaakt worden of betrekking op Leiden hebben.

Met het stipendium wil Leiden bijdragen aan het productieklimaat, de ontwikkeling van talenten en een broedplaats voor makers bieden. Culturele talenten maken voor en eventueel met inwoners van Leiden producties. Makers worden met deze bijdrage in de gelegenheid gesteld zich artistiek en zakelijk verder te ontwikkelen.

Artikel 13. Jaarlijks subsidiebudget

Makers kunnen een subsidieverlening ontvangen voor maximaal drie jaar. Daartoe dient hun jaarlijkse subsidieaanvraag voorzien te zijn van onder andere een lange termijn visie van minimaal drie jaar.

Artikel 14. Indieningstermijn

In het lange termijn ontwikkelingsplan geeft de subsidieaanvrager aan welke plannen er voor de komende jaren ten aanzien van de doorontwikkeling bestaan. Het geeft een beschrijving van ambities en de condities die noodzakelijk zijn om deze ambities te realiseren. Waar wil men over drie à vijf jaar staan. Aan welke inhoudelijke ontwikkelingen werkt men. Hoe is de talentontwikkeling vorm gegeven. Tevens kan men in het ontwikkelingsplan aangeven op welke aanpassingen wordt ingezet met betrekking tot samenwerking, financiering, bereik, etc.

Artikel 22. Criteria

Met dit artikel sluiten we aan op het reglement inschrijving, wachtlijst en ateliertoewijzing d.d. 1 september 2011.