Regeling vervallen per 30-10-2025

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Leiderdorp houdende regels omtrent inspraak (Inspraakverordening gemeente Leiderdorp 2008)

Geldend van 12-06-2008 t/m 29-10-2025

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Leiderdorp houdende regels omtrent inspraak (Inspraakverordening gemeente Leiderdorp 2008)

De raad der gemeente Leiderdorp;

gelezen het voorstel van 6 mei 2008;

gezien het advies van commissie Bestuur en Maatschappij van 19 mei 2008;

gelet op het bepaalde in artikel 150 van de Gemeentewet;

BESLUIT

vast te stellen:

Inspraakverordening gemeente Leiderdorp 2008

Artikel 1 Algemene bepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid;

  • b.

    Inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt gegeven;

  • c.

    Beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid;

  • d.

    Bestuursorgaan: de raad, het college en de burgemeester, ieder afzonderlijk;

  • e.

    Belanghebbende: een belanghebbende in de zin van artikel 1:2 Algemene Wet Bestuursrecht (Awb);

  • f.

    Wet: de Gemeentewet;

  • g.

    Waar in dit reglement "hij " staat kan ook "zij" worden gelezen.

Artikel 2 Onderwerp van inspraak

  • 1. Voor zover dit niet reeds vanuit een wettelijk voorschrift voortvloeit, besluit elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden en aan de hand van de vragenboom interactief werken (bijgevoegde bijlage) of en in welke vorm inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid;

  • 2. Inspraak wordt altijd verleend indien een wettelijk voorschrift daartoe verplicht.

  • 3. Geen inspraak wordt verleend:

    • a.

      ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;

    • b.

      indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;

    • c.

      indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;

    • d.

      inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Wet;

    • e.

      indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht;

    • f.

      indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.

Artikel 3 Inspraakgerechtigden

Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.

Artikel 4 Inspraakprocedure

  • 1. Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Awb van toepassing;

  • 2. Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere inspraak-procedure vaststellen.

Artikel 5 Eindverslag

  • 1. Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag op;

  • 2. Het eindverslag bevat in elk geval:

    • a.

      een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;

    • b.

      een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;

    • c.

      een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan;

  • 3. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar;

  • 4. De burgemeester vermeldt het eindverslag in zijn burgerjaarverslag.

Artikel 6 Toepassing

In de gevallen, waarin deze verordening niet voorziet of wanneer een artikel voor verschillende uitleg vatbaar blijkt te zijn, beslist de raad.

Artikel 7 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Inspraakverordening gemeente Leiderdorp 2008"

Artikel 8 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking in de rubriek Gemeente-aan-Huis van het Leiderdorps Weekblad van 11 juni 2008.

  • 2. Met ingang van de in het eerste lid genoemde datum wordt de Inspraakverordening gemeente Leiderdorp, zoals vastgesteld door de raad bij besluit van 2 februari 2004, ingetrokken.

Ondertekening

Vastgesteld in de openbare vergadering van
de raad van Leiderdorp op 9 juni 2008,
de voorzitter, M. Zonnevylle
de griffier, mw. J.C. Zantingh

Bijlage 1 VRAGENBOOM INTERACTIEF WERKEN [IBO-protocol]

Vragenboom Interactief Werken vastgesteld door de raad bij besluit nr. 07060 van 26 maart 2007

Inleiding

De vragenboom is een hulpmiddel om weloverwogen te bepalen of en in welke vorm interactief wordt gewerkt. Bij het aanbieden van de ingevulde vragenboom wordt een toelichting / motivering toegevoegd op alle onderdelen, uitmondend in een advies aan de raad over vorm en kaders. Alle onderdelen worden in onderlinge samenhang gewogen:

afbeelding binnen de regeling

Bestuurlijk en politiek commitment

College en raad geven hun commitment tav het interactieve traject door in te stemmen met de ingevulde vragenboom en toelichting / motivering.

1. Wel/geen burgerparticipatie [IBO-protocol]

onderwerp:

financiële transacties met projectontwikkelaars

Nee

»

geen burgerparticipatie

wel:  informeren en de

wettelijke inspraak

opmerking: indien als onderdeel van een groter project, dan alleen dit onderdeel geen IBO

hoogte van de belastingen, leges

Nee

mbt een persoon of een groep van personen [bijv bijstand, subsidies, ed]

Nee

mbt gedelegeerde rijksbevoegdheden [uitvoering rijksbeleid binnen een bepaald kader]

Nee

indien het gaat om uitvoering openbare orde en veiligheid waar het de bevoegdheden van de burgemeester betreft

Nee

in situaties waar urgentie geboden is [bijv. rampenscenario’s]

Nee

mbt formele regels, zoals voorschriften en bestemmingsplannen

Nee

onderwerp:

 

alle overige onderwerpen

 

»

 

toetsen burgerparticipatie & vorm bepalen

 

2. Omgevingsanalyse (welke stakeholders/vertegenwoordiging hebben belang bij het onderwerp)

stakeholders

burger

bedrijven

organisa-

ties

 

regio-gemeenten

uitsplitsing

Alle

Brancheverenigingen Leiderdorp

Alle maatschappelijke organisaties

   

-

LOV, winkeliersverenigingen, KvK

vertegenwoordiging ja/neen

+ invulling

Neen

Neen

Neen

Neen

Neen

 

In de bijlage is een aanvullende omgevingsanalyse te vinden waarin de verschillende stakeholders zijn uitgesplitst en de rol in het proces beter geduid.

3. Randvoorwaarden

In te vullen door het college + toelichting:

 

Inhoudelijke randvoorwaarden

voor een interactieve aanpak

 

Onderwerp: RSV

 

Scores: 0 = geen, 1 = weinig, 2 = gemiddeld, 3 = redelijk, 4 = veel

 

Nee

Ja

score

1 . is er beinvloedingsruimte?

(zo nee: is deze te creëren?

 zo ja: score invullen)

 

   

X

1

2. Is er bereidheid bij de potentiële

deelnemers/actoren?

(zo nee: is deze te creëren?

 zo ja: score invullen)

 

 

X

3

3. Is er noodzaak voor interactie? (inbreng stakeholders essentieel? meerwaarde van interactieve aanpak?)

 

 

X

2

 

4. Welke vorm van IBO wordt gevolgd (scores zijn richtinggevend)

 

 

 

Keuze

1.

Informeren

alle scores 1 :

max. 1

het college geeft actieve informatie aan burger en andere belanghebbenden over het te ontwikkelen beleid

 

2.

Raadplegen

alle scores:

min. 2

het college bepaalt in hoge mate zelf de agenda, maar ziet de betrokkenen als gesprekspartner bij de ontwikkeling van het beleid.

X

3.

Adviseren

alle scores:

min. 2

het college stelt in het beginsel de agenda samen, maar geeft betrokkenen de gelegenheid problemen aan te dragen en oplossingen te formuleren. Het bestuur verbindt zich in principe aan de resultaten maar kan bij de uiteindelijke besluitvorming gemotiveerd afwijken.

 

 

4.

Co-produceren

alle scores:

min. 2, bij voorkeur 3

 

het college en betrokkenen komen gezamenlijk tot een agenda en zoeken vanuit een gelijkwaardige positie gezamenlijk naar een oplossing. Deze komt tot stand op basis van consensus en is bindend voor alle partijen.

 

5.

Meebeslissen

alle scores:

bij voorkeur 3

het college laat, binnen vooraf te stellen randvoorwaarden, de ontwikkeling van en besluitvorming over het beleid over aan betrokkenen, waarbij het ambtelijk apparaat een adviserende rol vervult. Het gemeentebestuur neemt de resultaten over na toetsing aan de randvoorwaarden

 

 

6.

Zelfbeheer

alle scores:

bij voorkeur 4

het college financiert een project dat, na goedkeuring door de raad, volledig door betrokkenen uit wordt gevoerd.

 

5. Rol van de raad:

 

De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van de Toekomstvisie 2025 kaders meegegeven voor de structuurvisie. De gemeenteraad stelt de structuurvisie vast.

6. Organisatorische randvoorwaarden

 

Organisatorische randvoorwaarden

voor een interactieve aanpak

 

Onderwerp: MSV

 

Scores: 0 = geen, 1 = weinig, 2 = gemiddeld, 3 = redelijk, 4 = veel

 

Nee

Ja

score

* 1. Organisatorische randvoorwaarden:

 

 

a. is er tijd?

(zo nee: is dit te organiseren?

 zo ja: score invullen)

 

X

2

b. is er geld (€ )?

(zo nee: is dit te organiseren?

 zo ja: score invullen)

 

X

2

c. is er capaciteit (fte)?

(zo nee: is dit te organiseren?

 zo ja: score invullen)

 

X

3

  

7. Kaderstelling raad

1.

2.

3.

Toelichting: zolang men zich binnen de randvoorwaarden blijft begeven, kan niet worden ingegrepen

 

8. Eindbeslissing en vorm (toelichting en motivering)

BIJLAGE 1

Verduidelijking formulier

Ad. Inleiding

In de inleiding wordt duidelijk gemaakt dat de vragenboom geen ´invuloefening´ is. Het is een afweging waarin alle factoren relevant zijn en tevens met elkaar verband houden. Het kan voorkomen dat een aantal maal moet worden teruggeschakeld en opnieuw moet worden overwogen voordat tot een advies kan worden gekomen. Deze afweging wordt in de toelichting / motivering belicht, zodat voor de raad duidelijk is hoe tot de invulling is gekomen.

Ad. Bestuurlijk en politiek commitment

Commitment blijkt bij instemming met het traject (zowel voor raad als college). Er moet commitment zijn ten aanzien van de aanpak, de eigen rol, het resultaat, de beleidsruimte, de politieke en organisatorische consequenties. Wezenlijk is of men echt rekening wil houden met de uitkomst van het proces.

Ad.1

Voordat aan de invulling van de vragenboom wordt toegekomen wordt bekeken of een onderwerp geschikt is om interactief aan te pakken. Een aantal onderwerpen is uitgesloten.

Bij alle overige onderwerpen wordt getoetst in welke mate interactief werken aan de orde is. Bij alle onderwerpen is minimaal ‘Informeren’ van toepassing.

Ad.2

In de afweging om te komen tot de vorm van interactief werken wordt gestart met een omgevingsanalyse (bepalen wie belang hebben bij het onderwerp). Dit is tevens van invloed op het bepalen van de scores op de randvoorwaarden (onder 3).

Ad.3 2

Invullen van de inhoudelijke randvoorwaarden geeft inzicht of de voorwaarden voor een interactief proces aanwezig zijn. Dit vergemakkelijkt een bewuste keuze voor de mate waarin interactieve wordt gewerkt.

Vul het schema gezamenlijk in. Maak bij alle vragen een afweging om de discussie tussen de projectleider (beleidsmedewerker), de opdrachtgever (politiek, bestuurlijk, ambtelijk verantwoordelijke) en de communicatieadviseur te stimuleren. Gezamenlijk invullen, vermindert ook de subjectiviteit van de antwoorden en geeft meer draagvlak voor de uiteindelijke keuze. Soms wordt een proces helemaal interactief aangepakt, soms is alleen een bepaalde fase(n) interactief.

Bij een lage score tevens meenemen of een hogere score te creëren valt.

Beïnvloedingsruimte;

Wat staat niet en wat staat wel ter discussie? Zijn er wettelijke verplichtingen als inspraak, strikte beleidskaders, enz.? Is er ruimte voor veranderingen, voor nieuwe ideeën in het beleid of de plannen? Kan er iets gedaan worden met de resultaten van de interactie? Dit hangt af van de beleidsruimte, de politieke wil, de afhankelijkheid van andere projecten, de hoeveelheid geld en capaciteit om ingebrachte ideeën en wijzigingen ook te honoreren. Is die ruimte er niet, start dan geen interactief proces. Dan resulteert het alleen in verkeerde verwachtingen en teleurstellingen. Als de grenzen van het beleid vrij vast staan, is interactie vaak alleen in een bepaalde fase van het proces mogelijk en niet in alle fasen.

Bereidheid deelnemers:

Zonder actoren geen interactieve aanpak. De bereidheid van potentiële deelnemers hangt af van hun interesse in het onderwerp (gaat er veel voor hun veranderen, is het erg abstract, is het nu een issue, of is eerst agenda-setting nodig), de acceptatie van het voorgestelde discussiekader (willen de betrokkenen wel meedoen als er nauwelijks beinvloedingsruimte is, komen hun problemen aan de orde) en eerdere ervaringen (wat is de voorgeschiedenis, gelooft men dat er wat met hun inbreng gebeurt), enz. De deelnemers moeten er (vrije)tijd in willen steken. Probeer, als het enigszins mogelijk is, vooraf de bereidheid van de belangrijkste deelnemers te toetsen.

Noodzaak/ meerwaarde;

Interactieve processen vragen veel tijd en inzet, zowel van de organisatie als van deelnemers. Overweeg daarom zorgvuldig of deze werkwijze de meest geschikte is. Wat is de meerwaarde, is er wel noodzaak voor interactie? Gaat er veel veranderen voor doelgroepen? Is hun input, kennis en ervaring en medewerking belangrijk? Als draagvlak voor het beleid de motivatie is, overweeg dan of een campagne of lobby niet effectiever is.

Ad.4

Op basis van de afweging leidend tot de scores onder 3 wordt gekozen voor de vorm van interactief werken. Per vorm staan de gewenste scores aangegeven. Hoe hoger de scores hoe interactiever het traject. Het is niet bedoeld als keurslijf, maar als richtlijn. Waar nodig kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken.

Ad.5

Indien gewenst kan de raad een rol hebben in het gehele traject. De raad gaat niet los daarvan met stakeholders praten. Dit onderdeel wordt definitief ingevuld in de bespreking in de raad. College en commissie kunnen hierover advies uitbrengen. Dit advies staat in de toelichting / motivering en niet in het format zelf, aangezien dit aan de raad is.

Ad.6

Tijd en Geld worden overwogen na de Vorm, aangezien Vorm mede bepaalt wat het gaat kosten en hoeveel tijd het kost. Bij een lage score tevens meenemen of een hogere score te organiseren valt.

Ad.7

Dit onderdeel wordt definitief ingevuld in de bespreking in de raad. College en commissie kunnen hierover advies uitbrengen. Dit advies staat in de toelichting / motivering en niet in het format zelf, aangezien dit aan de raad is.

Ad.8:

Onder Toelichting / Motivering wordt op alle punten uit de format een toelichting gegeven, zodat voor de raad duidelijk is hoe tot de invulling is gekomen.


Noot
1

Om te komen tot de meest passende vorm van de IBO zijn de scores op basis van het afwegingskader mede bepalend. Dit moet worden gezien als richtinggevend. Waar nodig kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken.

Noot
2

Gebaseerd op schema ontwikkeld door Neyzen, van Hout, vd Poel, Both en Logeion themagroep Interactief Beleid