Standplaatsenbeleid Midden-Delfland 2008

Geldend van 24-12-2008 t/m heden

Intitulé

Standplaatsenbeleid Midden-Delfland 2008

Hoofdstuk 1

Inleiding

Op verschillende plekken in de gemeente Midden-Delfland worden goederen te koop aangeboden via kramen, tafels en wagens (verder: standplaatsen). Zo wordt er in onze gemeente bijvoorbeeld vis, snacks en ijs verkocht en worden er bloemen aangeboden. Kooplui die hun waren of diensten via een standplaats aanbieden noemen we standplaatshouders. Op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Midden-Delfland (hierna APV) moeten standplaatshouders een vergunning hebben. Daarnaast bepaalt de gemeente op grond van haar standplaatsenbeleid waar, hoe, en wanneer de standplaatshouders hun goederen of diensten mogen aanbieden.

Het college van de gemeente Midden-Delfland heeft momenteel nog geen standplaatsenbeleid vastgesteld. De gemeente werkt met regels uit de APV en met regels zoals die (nog voor de herindeling) door de voormalige gemeenten Schipluiden en Maasland werden gehanteerd. Het college heeft daarom de wens uitgesproken om die regels te harmoniseren en te komen tot een nieuw standplaatsenbeleid. Hierna volgen de uitgangspunten van het nieuwe standplaatsenbeleid.

Uitgangspunten

Deze nota vormt (wat betreft standplaatsen) een uitwerking van het economisch beleidskader van de gemeente Midden-Delfland. Het college staat positief ten opzichte van standplaatsen. Standplaatsen kunnen een uitbreiding van het voorzieningenniveau betekenen en kunnen ook extra publiek aantrekken. Het college vindt dat met het nieuwe standplaatsenbeleid een goede afweging moet worden gemaakt tussen economie (concurrentie) en de kwaliteit van de dorpen. Het nieuwe beleid moet dan ook passen binnen de kaders van “Behoud door ontwikkeling”.

Het doel van het nieuwe standplaatsenbeleid is meerledig. Met het nieuwe standplaatsenbeleid:

  • -

    voorkomt de gemeente wildgroei van standplaatsen,

  • -

    kan overlast voor omwonenden worden beperkt,

  • -

    kan worden voorkomen dat er verkeersonveillige situaties ontstaan,

  • -

    geeft de gemeente inwoners en ondernemers duidelijkheid over het door haar gevoerde beleid.

Waar mogelijk wil het college de huidige situatie zo veel mogelijk behouden en voortzetten. Wel wil het college in de verschillende dorpen komen tot zo veel mogelijk uniformering van het aantal dagen waarop standplaatsen mogen worden ingenomen. Het doel van die uniformering is om de verschillende ondernemers gelijke rechten en plichten te geven. Daarmee wordt de rechtsgelijkheid en duidelijkheid bevorderd. Indien die uniformering negatieve gevolgen heeft voor opgebouwde rechten van standplaatshouders, moet er een overgangsregeling komen. Daarmee wordt voorkomen dat de huidige standplaatshouders onevenredig benadeeld worden. Volledige uniformering van het aantal dagen dat standplaatsen mogen worden ingenomen is echter niet mogelijk. De locaties waar standplaatsen mogen worden ingenomen in de verschillende dorpen zijn namelijk allemaal verschillend.

Het nieuwe standplaatsenbeleid wordt geformuleerd aan de hand van relevante wet- en regelgeving. De leidraad daarbij vormt de nieuwe APV (model VNG d.d. 28-05-2008). In deze nieuwe APV is onder andere de Europese Dienstenrichtlijn verwerkt die alle Nederlandse gemeenten moeten implementeren. De nieuwe APV is in de gemeente Midden-Delfland nog niet vastgesteld maar dat gaat het komende jaar gebeuren. Door vooruit te lopen op die vaststelling wordt voorkomen dat het nieuwe standplaatsenbeleid vroegtijdig achterhaald raakt.

Hierna volgt een leeswijzer voor deze nota.

Leeswijzer

In hoofdstuk 1 staat een inleiding en worden de uitgangspunten van deze nota geformuleerd.

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige situatie in de gemeente Midden-Delfland. Daarbij komt aan de orde:

  • -

    huidige algemene regels

  • -

    huidige weigeringsgronden

  • -

    de locaties waar momenteel standplaatsen mogen worden ingenomen

  • -

    hoeveel standplaatsen daar mogen worden ingenomen

  • -

    op welke dagen daar standplaatsen mogen worden ingenomen

In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de Visie- en het Streefbeeld Vitale dorpen.

In hoofdstuk 4 wordt de vigerende wet- en regelgeving en jurisprudentie genoemd.

In hoofdstuk 5 worden de regels geüniformeerd voor alle dorpskernen in de gemeente Midden-Delfland. Daarbij komt aan de orde:

  • -

    bestaande locaties en mogelijke nieuwe locaties

  • -

    hoeveel standplaatsen er mogen worden ingenomen

  • -

    op welke dagen er standplaatsen mogen worden ingenomen

  • -

    overgangsregeling

  • -

    incidentele standplaatsen

  • -

    financiële aspecten

Bijlagen

Bijlage I bestaat uit de standaardvoorschriften behorende bij de standplaatsvergunning voor de vaste locaties. Bij de vergunningverlening worden deze indien van toepassing aan de vergunning verbonden en zo nodig aangevuld.

Bijlage II bestaat uit een aantal kaartjes waarop de verschillende locaties voor standplaatsen is weergegeven.(Deze kaartjes zijn momenteel nog niet beschikbaar)

Hoofdstuk 2 Huidige situatie

Algemene regels

Er wordt momenteel vergunning verleend aan standplaatshouders onder drie belangrijke voorwaarden:

  • 1.

    De openbare orde mag niet in gevaar komen.

  • 2.

    De verkeersveiligheid mag niet in gevaar komen.

  • 3.

    Het uiterlijk van het dorpsgezicht mag niet worden aangetast.

Weigeringsgronden

Momenteel is het zo dat indien een standplaats iets toevoegt aan het voorzieningenniveau, op grond van de goederen die worden aangeboden, slechts in uitzonderlijke gevallen vergunning mag worden geweigerd. Uit jurisprudentie blijkt dat de gemeente (op grond van het aanbod) alleen een vergunning mag weigeren als het bestaande winkelbestand (en daarmee het voorzieningenniveau van de burger) ernstig wordt bedreigd door een standplaats. De gemeente mag op grond van concurrentieoverwegingen dus geen economische politiek bedrijven en alleen ingrijpen als een essentiële voorziening voor de burger door een standplaats dreigt te verdwijnen.

Er wordt daarnaast geen vergunning verleend als er al kramen staan die tegelijkertijd dezelfde goederen aanbieden. Zo wordt er dus bijvoorbeeld geen vergunning verleend aan meerdere exploitanten die op één locatie tegelijkertijd gebakken vis willen verkopen.

Huidige locaties

In het volgende wordt ingegaan op het aantal standplaatsen in Midden-Delfland. Deze zijn aan een maximum aantal gebonden en mogen op vastgestelde dagen worden ingenomen. Daarbij wordt per dorpskern de locatie(s) vermeld waar standplaatsen mogen worden ingenomen, het aantal standplaatsen dat mag worden ingenomen en op welke dagen de standplaatshouders er mogen staan.

Maasland:

  • -

    Op de locatie Kastanjehof wordt er voor de donderdag en de zaterdag voor maximaal vier standplaatsen vergunning verleend.

  • -

    Voor de locatie Maaslandsedam wordt er vergunning verleend voor het innemen van maximaal één standplaats op de zaterdag en/of zondag in de periode 1 april tot en met 31 oktober ten behoeve van passerende recreanten voor de verkoop van ijs of snacks.

Schipluiden:

  • -

    Op de locatie Burgemeester Musquetiersingel wordt voor alle dagen in de week, (met uitzondering van de dinsdag) aan maximaal vier standplaatsen vergunning verleend. Voor de zondag mag er maximaal één standplaatsvergunning worden verleend voor de verkoop van ijs of snacks.

  • -

    Op de locatie H.K. Pootplein wordt er voor de dinsdag voor maximaal vier standplaatsen vergunning verleend.

Den Hoorn:

  • -

    Op de locatie Koningin Julianaplein wordt maximaal voor vier standplaatsen per dag vergunning verleend. Vergunningen mogen worden verleend voor de maandag tot en met de zondag.

  • -

    Voor de zondag wordt voor maximaal één standplaats vergunning verleend voor de verkoop van ijs of snacks.

Buitengebied en evenementen:

Voor het buitengebied is er geen regeling. Daar wordt per geval bekeken of er vergunning verleend kan worden. Er wordt zeer sporadisch een standplaatsvergunning voor het buitengebied verleend (gelet op de slechte inpasbaarheid binnen het landschap en de verkeersveiligheidsaspecten). Standplaatsen tijdens evenementen (zoals bv. Koninginnedag of braderie) vallen onder het evenementenregime.

Gebied Recreatieschap Midden-Delfland:

In het gebied van het Recreatieschap geldt naast de APV de verordening van het recreatieschap. Het recreatieschap bepaalt dus naast de gemeente of er in hun beheergebied standplaatsen mogen worden ingenomen

Het volgende hoofdstuk gaat in op standplaatsen in relatie tot de Visie op de Vitale Dorpen.

Hoofdstuk 3 Vitaal ondernemerschap, op menselijke schaal

Het is van belang dat ons standplaatsenbeleid past binnen de kaders van de Visie op de Vitale dorpen. Ondernemen en het economische klimaat in de dorpen moeten vitaal zijn en in balans met de kwaliteit van leven blijven. De volgende citaten komen uit het streefbeeld Vitale Dorpen Midden-Delfland:

“Het ondernemersklimaat bruist in Midden-Delfland, niet alleen op gebied van zorg en wellness , maar ook op het vlak van andere creatieve beroepen. Vele creatieve en innovatieve 1- en 2-pitters geven een extra draai aan het ondernemerschap in Midden-Delfland. De dorpen bieden immers uitstekende mogelijkheden voor starters.”

En:

“Typerend voor de bedrijvigheid in de dorpen is dat deze vooral kleinschalig is, gericht op de menselijke schaal. De horecagelegenheden en delicatessenzaken doen het uitstekend en profiteren mee van het nieuwe elan van de dorpen. ….. De nieuwe dynamiek heeft er ook voor gezorgd dat voor de mensen die ‘gebonden’ zijn aan de dorpen er voldoende (‘winkel’)voorzieningen zijn zodat men voor dagelijkse benodigdheden het dorp niet meer uit hoeft.”

En:

“De dorpen zijn niet alleen aantrekkelijk voor de inwoners. Ook mensen uit de directe omgeving zoeken de dorpen graag op zonder dat hierdoor hinder voor de inwoners ontstaat. De dorpen van Midden-Delfland tellen tal van trekpleisters, zowel voor de dagjestoerist als voor wie uitgebreider wil genieten”

En:

“Een belangrijke voorwaarde voor de bruisende kernen is dat de dorpen goed bereikbaar zijn zonder dat dit voor overlast zorgt. Met andere woorden: geen luchtverontreiniging als gevolg van al te veel en al te verontreinigende vervoersmiddelen, geen onveiligheid voor anderen, geen geluidsoverlast of visuele hinder.”

Uit het streefbeeld kan geconcludeerd worden dat dynamische kleinschaligheid en kwaliteit van de dorpen centraal staat. Daarom moet er een goede balans worden gevonden tussen economische bedrijvigheid, het dorpsbeeld en de kwaliteit van leven. De aanwezigheid van standplaatsen kan hier een extra aanvulling opvormen voor bijvoorbeeld dagjesmensen. Belangrijke aspecten van de kwaliteit van de dorpen is bereikbaarheid, het beperken van overlast en visuele hinder. Ook daar moet dus rekening mee worden gehouden in het nieuwe standplaatsenbeleid. Ook uit het feit dat Midden-Delfland een Citta-Slow gemeente is speelt een belangrijke rol.

Hoofdstuk 4 Wettelijk kader

Op het innemen van standplaatsen is een aantal wettelijke bepalingen van toepassing. In dit hoofdstuk worden de wettelijke bepalingen kort weergegeven. Wij lopen in de hoofdstuk vooruit op het vaststellen van de nieuwe APV waarin o.a. de Europese Dienstenrichtlijn is verwerkt De reden hiervoor is dat wij willen voorkomen dat ons nieuwe standplaatsenbeleid vroegtijdig achterhaald raakt. De hieronder vermelde nummering is echter nog van de huidige APV.

APV

In de APV zijn artikelen gewijd aan de standplaats en de bijbehorende vergunning. In de huidige APV is in artikel 5.2.3, zesde lid van de APV de aanvullende weigeringsgronden omschreven. In het VNG-Model juni 2008 is dit in artikel 5:18. Deze dienen als aanvulling op de algemene weigeringsgronden zoals genoemd in artikel 1.8 van de APV.

Artikel 1:8 APV

De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het belang van:

  • a.

    de openbare orde

  • b.

    de openbare veiligheid

  • c.

    de volksgezondheid

  • d.

    de bescherming van het milieu

In de algemene weigeringsgronden gaat het in hoofdzaak om de verkeersveiligheid die gewaarborgd dient te blijven. Standplaatsen waar goederen te koop worden aangeboden hebben in de praktijk een verkeersaantrekkend karakter. Door deze verkeersaantrekkende werking ontstaan mogelijk ongewenste oversteekbewegingen door voetgangers en ontoelaatbaar rijwielverkeer in voetgangersgebieden. Ook parkerende en geparkeerde auto’s kunnen overlast in de omgeving veroorzaken. In het belang van de verkeersveiligheid is het daarom niet mogelijk overal een standplaats in te nemen. Uit de jurisprudentie blijkt dat beperking van het aantal te verstrekken vergunningen in het belang van de openbare orde en de verkeersveiligheid is toegestaan.

Artikel 5.2.3 zesde lid geldende APV / Artikel 5:18 nieuwe APV

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning worden geweigerd vanwege strijd met een geldend bestemmingsplan en kan de vergunning worden geweigerd:

  • a.

    Indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand.

  • b.

    Indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau ter plaatse in gevaar komt.

De standplaats mag hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand. Dit kan voorkomen als bijvoorbeeld het straat- of dorpsbeeld ernstig verstoord wordt. Via deze weg wordt ook verkapte marktvorming tegengegaan. Wij hoeven hierbij geen gebruik te maken van het advies van de welstandscommissie. Ook kan strijdigheid met het bestemmingsplan leiden tot weigering. Dit is een discretionaire bevoegdheid. Er dient bij de beoordeling van een standplaats altijd gelet te worden op de voorschriften die uit het bestemmingsplan voortvloeien.

In het verleden kon de gemeente een standplaatsvergunning weigeren als door het verlenen van die standplaatsvergunning het voorzieningenniveau voor de inwoners in gevaar kwam. Als er door een standplaats een essentiële winkel voor de inwoners dreigde te verdwijnen, kon het college de vergunning weigeren. Door nieuwe Europese regels is dit niet langer mogelijk. Het ontbreken van deze bevoegdheid is gestoeld op de Europese Dienstenrichtlijn 2006/123/EG, vastgesteld op 12 december 2006, die middels jurisprudentie eveneens van toepassing verklaard is op de verkoop van goederen. Ondanks dat het voorzieningenniveau voor de inwoners niet langer als weigeringsgrond kan worden gehanteerd kan dit nog wel worden geregeld via het bestemmingsplan.

Op grond van de toelichting op de algemene verordening kan echter nog wel gesteld worden dat het sturen op branchering nog steeds mogelijk blijft. De voorwaarde daarbij is echter wel dat er meer vergunningsaanvragen gedaan moeten worden dan dat er standplaatsen beschikbaar zijn. Indien er voor bijvoorbeeld 4 standplaatsen 10 vergunningsaanvragen zijn mag de gemeente dus nog steeds sturen op het aanbod.

Europese Dienstenrichtlijn

De Europese Dienstenrichtlijn is sinds (2006/123/EG)12 december 2006 van kracht. Dit heeft geleid tot aanpassingen in het huidige artikel van de APV, waarin de weigeringsgronden genoemd worden voor de standplaatsvergunning. Aangezien in de Europese Dienstenrichtlijn de weigeringsgrond aangaande het verzorgingsniveau niet genoemd wordt, kan deze niet meer aangevoerd worden door de gemeente bij het opstellen van een standplaatsenbeleid. Dit zou namelijk kunnen leiden tot oneerlijke concurrentie.

De toelichting bij de Richtlijn noemt de volgende voor de APV van belang zijnde redenen van algemeen belang: handhaving van de maatschappelijke orde; bescherming van afnemers van diensten; voorkoming van oneerlijke concurrentie; consumentenbescherming; dierenwelzijn; bescherming van het milieu en het stedelijk milieu, met inbegrip van stedelijke en rurale ruimtelijke ordening; culturele beleidsdoelen, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting, in het bijzonder ten aanzien van de sociale, culturele, religieuze en filosofische waarden van de maatschappij; verkeersveiligheid en behoud van het nationaal historisch en artistiek erfgoed.

Grondwet

Op basis van artikel 7 van de Grondwet kan geen vergunning geëist worden voor het aanbieden van gedrukte stukken. Als dit gebeurt vanaf een standplaats, is voor het innemen van de standplaats wel een vergunning vereist. De specifieke regels voor het innemen van een standplaats staan in de APV.

Wet op de Ruimtelijke Ordening

Een vergunning voor het innemen van een standplaats kan worden geweigerd vanwege strijd met een geldend bestemmingsplan. Wanneer er een vergunning verleend wordt krachtens de APV, dan blijven de eisen die gesteld worden in het geldende bestemmingsplan, van kracht. Wij kunnen college kan een aanvraag voor het innemen van een standplaats mede opvatten als een verzoek om vrijstelling van de gebruiksvoorschriften van het bestemmingsplan. In een dergelijk geval wordt een aanvraag gebruikt voor twee afzonderlijke procedures. Het is dan niet nodig twee afzonderlijke aanvragen in te dienen.

Winkeltijdenwet

De Winkeltijdenwet regelt een aantal zaken met betrekking tot de openingstijden van winkels en het leveren van goederen aan particulieren. De bepalingen uit de Winkeltijdenwet gelden ook voor de verkoop van goederen vanaf een standplaats. Het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Winkeltijdenwet geschiedt door de Economische Controledienst.

Warenwet

Op het drijven van handel in waren zoals bedoeld in artikel 1 van de Warenwet (eetwaren, waaronder tevens worden begrepen kauwpreparaten, andere dan van tabak, en drinkwaren, alsmede andere roerende zaken) zijn de bepalingen uit de Warenwet van toepassing. De Warenwet stelt regels met betrekking tot de goede hoedanigheid en aanduiding van waren. Daarnaast stelt de Warenwet regels met betrekking tot de hygiëne en degelijkheid van producten. Met betrekking tot het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Warenwet is een afzonderlijk regime van toepassing. De voorschriften die uit de Warenwet voortvloeien gelden naast de voorschriften die ons gesteld kunnen worden op basis van een standplaatsvergunning.

Wet milieubeheer

In de Wet milieubeheer wordt een regeling getroffen ten aanzien van inrichtingen die hinder of overlast kunnen veroorzaken voor de omgeving. Deze bepalingen gelden ook voor een standplaatshouder, voor zover zijn verkoopplek als ‘inrichting’ kan worden aangemerkt. Van belang is de regelgeving die geldt voor bijvoorbeeld patatverkopers/visverkopers, die voor wat betreft de frituurinrichting aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen.

Privaatrechtelijke regelingen

Indien de gemeente eigenaar van de grond is kan zij een vergoeding bedingen voor het gebruik van de grond. Dit wordt gedaan door middel van het berekenen van huur.

Het volgende hoofdstuk gaat in op het nieuwe beleid voor de gemeente Midden–Delfland.

Hoofdstuk 5 Nieuw beleid

Dit hoofdstuk gaat in het nieuwe standplaatsenbeleid voor de gemeente Midden-Delfland. Voor een groot deel is dit nieuwe beleid al vastgelegd in de hiervoor beschreven (nieuwe) APV en de geldende wettelijke bepalingen. Wij hebben echter ook beleidsvrijheid. Zo speelt de Visie op de Vitale dorpen bijvoorbeeld een belangrijke rol en wordt nadrukkelijk de afweging gemaakt tussen economische factoren en de kwaliteit van de dorpen.

Voortzetten huidige standplaatslocaties

Door de bril van het Streefbeeld op de Vitale Dorpen en het Economisch Beleidskader zijn alle standplaatslocaties in de gemeente Midden-Delfland bekeken. Daarbij zijn de belangen van de omwonenden, de standplaatshouders en de aanwezige ondernemers meegenomen. Daarom is er ook een aantal alternatieve locaties voor standplaatsen bestudeerd.

Den Hoorn:

Er is onder andere bekeken of de standplaatsen aan het Koningin Julianaplein in Den Hoorn verplaatst kunnen worden naar het nieuw te ontwikkelen winkelcentrum. Gelet op de ontwikkelingsplannen en de beschikbare ruimte bleek dit een onhaalbare optie. Door bij het nog te ontwikkelen winkelcentrum standplaatsen toe te staan zouden er onder andere te weinig parkeerplaatsen overblijven voor de daar te bouwen winkels. Ook de standplaatsen in Den Hoorn verplaatsen naar de bibliotheek blijkt geen goede optie omdat het geen (economisch) aantrekkelijke en rendabele locatie is voor de standplaatshouders.

Maasland:

In Maasland is in verband met de huidige ontwikkelingen rondom de Kastanjehof bekeken of de standplaatsen verplaatst kunnen worden naar het nieuwe winkelcentrum. Het nieuwe winkelcentrum heeft echter geen buitenparkeerplaatsen waardoor er geen ruimte is. Ook verplaatsing naar het Pynasplein is bekeken. Ook dit bleek geen haalbare optie omdat de beschikbare ruimte te beperkt is. Tevens is er bekeken of er een alternatief is voor de locatie op de Maaslandse Dam. Gelet op het incidentele karakter van het innemen van een standplaats op die locatie, is er geen noodzaak tot verplaatsing. De ontwikkelingen in Maasland zijn verder nog in volle gang en het is daarom prematuur om momenteel alternatieve locaties aan te wijzen.

Schipluiden:

De huidige situatie in Schipluiden geeft geen aanleiding om alternatieve locaties te bekijken. De huidige locaties leveren geen overlast op en voldoen goed. Uitbreiding van het aantal plaatsen op het HK Pootplein is gelet op het ontbreken van parkeerplaatsen en het uiterlijk aanzien van die locatie ongewenst.

Conclusie:

Gelet op het bovenstaande is de conclusie dat er op dit moment geen alternatieve locaties beschikbaar zijn. In de nabije toekomst zullen de huidige locaties worden vastgelegd in de bestemmingsplannen met de aantekening dat hier ruimte moet zijn voor een aantal standplaatsen.

Voortzetten aantal standplaatsen

Het aantal mogelijke standplaatsen is erg gebonden aan de beschikbare ruimte. Wij zijn van mening dat het huidige aantal standplaatsen niet ingekrompen behoeft te worden. Daar waar nieuwe vergunningen worden aangevraagd wordt bekeken of daar voldoende ruimte voor is en of het innemen van extra standplaatsen niet ten koste gaat van de kwaliteit van de dorpskernen.

Uniformering aantal dagen.

Wij zijn van mening dat uniformering (per locatie) van het aantal dagen waarop een standplaats mag worden ingenomen wenselijk is. Nu bestaan er op dat punt nog geen uniforme regels voor de verschillende dorpen in de gemeente Midden-Delfland. Door uniformering zo veel mogelijk door te voeren wordt de ondernemers dezelfde mogelijkheden geboden en is er sprake van rechtsgelijkheid en duidelijkheid. Voor de verschillende dorpen komt dat op het volgende neer:

Schipluiden:

  • -

    Op de locatie Burgemeester Musquetiersingel wordt het aantal dagen dat een standplaats mag worden ingenomen teruggebracht van zes naar drie dagen. Er wordt aan maximaal vier standplaatsen per dag vergunning verleend. Voor op de dinsdag wordt geen vergunning verleend. Daarbij wordt voor de zondag voor maximaal één standplaats vergunning verleend voor de verkoop van bereid voedsel zoals ijs of snacks (extra dag).

  • -

    Op de locatie H.K. Pootplein wordt er voor de dinsdag aan maximaal vier standplaatsen gelijktijdig vergunning verleend. Op andere dagen wordt geen vergunning verleend.

Maasland:

  • -

    Op de locatie Kastanjehof wordt het aantal dagen voor standplaatsen uitgebreid met één dag. Er wordt dus in totaal op drie dagen aan maximaal vier standplaatsen gelijktijdig per dag vergunning verleend.

  • -

    Voor de locatie Maaslandsedam wordt er maximaal vergunning verleend voor één standplaats op de zaterdag en/of zondag in de periode 1 april tot en met 31 oktober ten behoeve van passerende recreanten voor de verkoop van ijs of snacks.

Den Hoorn:

- Op de locatie Koningin Julianaplein wordt het aantal dagen dat standplaatsen mogen worden ingenomen teruggebracht tot drie. Op die dagen wordt maximaal gelijktijdig voor vier standplaatsen per dag vergunning verleend.

Incidentele standplaatsen

In een beperkt aantal gevallen kunnen er incidentele standplaatsvergunningen worden verleend. Vaak gaat het daarbij om seizoensgebonden producten zoals kerstbomen en oliebollen. Deze standplaatsen worden gedurende een korte tijd ingenomen. Per situatie zal worden bekeken of en onder welke voorwaarden er vergunning kan worden verleend.

Wij blijven van mening dat vaste standplaatsen in het buitengebied meestal onwenselijk zijn. Vergunningaanvragen voor het buitengebied zullen in de meeste gevallen dan ook worden afgewezen. Standplaatsen gedurende evenementen vallen onder het evenementenregime.

NB Aan welke eisen de standplaatshouders moeten voldoen wat betreft bijvoorbeeld openingstijden en afmetingen van hun kraam wordt vermeld in bijlage I.

Hanteren wachtlijst

Indien zich meer gegadigden melden dan dat er standplaatsen zijn zullen deze op een wachtlijst worden geplaatst.

Overgangsregeling

Indien de uniformering van het aantal dagen dat een standplaats mag worden ingenomen ten koste gaat van ondernemers die in het verleden rechten hebben opgebouwd wordt er een overgangsregeling in het leven geroepen. Dat betekent dat de huidige ondernemers hun oude rechten voorlopig behouden. Indien zij hun kraam verkopen of niet langer een standplaats willen innemen zal echter aan de nieuwe standplaatshouder een vergunning worden verstrekt onder de nieuwe (beperkte) voorwaarden

Financiële aspecten

Er zijn geen belangrijke nieuwe financiële aspecten verbonden aan het nieuwe standplaatsenbeleid. De gehanteerde tarieven uit de legesverordening voor de vergunning blijven van kracht. Wel nieuw is dat de vergunning het eerste jaar voor de duur van een jaar verstrekt zal worden. Na een jaar wordt de vergunningverlening geëvalueerd en indien er geen sprake is van overlast zal de vervolgvergunning worden afgegeven voor de periode van 5 jaar.

Aan de afzonderlijke vergunningshouders wordt huur in rekening gebracht voor het gebruik van de gemeentegrond. Daarbij worden de volgende tarieven gehanteerd:

Indien de standplaats 1 dag per week wordt ingenomen: 140 euro per jaar.

Indien de standplaats 2 dagen per week wordt ingenomen: 260 euro per jaar.

Indien de standplaats 3 dagen per week wordt ingenomen: 380 euro per jaar.

Bovenstaande tarieven worden de komende jaren geïndexeerd.

Ook moeten de ondernemers zelf zorgen voor een stroomaansluiting en betalen voor het stroomgebruik ter plaatse. Zowel de aanleg, de aansluiting, het beheer daarvan en het gebruik komt voor rekening van de standplaatshouder(s).

Bijlage 1 Standaardvoorschriften standplaatsvergunningen voor de vaste locaties voor de verkoop van waren.

  • 1.

    De vergunning is geldig in de periode van .....

  • 2.

    De standplaats mag iedere (vermelding dag of dagen) worden ingenomen op de locatie .....

  • 3.

    Verkoop mag slechts plaatsvinden binnen de vastgestelde tijden in de Winkeltijdenwet.

  • 4.

    Het gebruikte terrein moet binnen een half uur na afloop van de toegestane verkooptijd in dezelfde staat worden achtergelaten, als waarin het voor gebruik is aangetroffen.

  • 5.

    U ruimt binnen een straal van 50 meter van de standplaats al het afval op, ontstaan als gevolg van het innemen van de standplaats.

  • 6.

    Bij de standplaats zijn voldoende manden, bakken of soortgelijke voorwerpen waarin afval kan worden gedeponeerd aanwezig.

  • 7.

    De standplaats moet door u persoonlijk of bij u in dienst zijnde personeel worden ingenomen, de standplaats mag niet worden onderverhuurd.

  • 8.

    De vergunning vervalt als zonder opgaaf van reden gedurende een periode van vier aaneengesloten weken geen gebruik van de standplaats is gemaakt.

  • 9.

    Indien de standplaatsdag samenvalt met een feestdag is het toegestaan om op een andere dag, behalve de .....dag en de zondag, gebruik te maken van de standplaatsvergunning.

  • 10.

    De standplaats moet worden bepaald in overleg met de andere standplaatshouders, waarbij rekening moet worden gehouden met het zicht en de bereikbaarheid van de gevestigde winkels.

  • 11.

    De breedte van de standplaats mag ten hoogste 8 meter bedragen.

  • 12.

    Eventueel door de politie of de gemeentelijke toezichthouders te geven aanwijzingen moeten direct worden opgevolgd.