Gemeenschappelijke Regeling Aquon 2011

Geldend van 26-01-2011 t/m 03-06-2015

Intitulé

De dagelijkse besturen van het Waterschap Aa en Maas, van het Waterschap Brabantse Delta en van het Waterschap De Dommel, de colleges van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, van het Hoogheemraadschap van Delfland, van het Hoogheemraadschap van Rijnland en van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, en de colleges van dijkgraaf en heemraden van het Waterschap Hollandse Delta en het Waterschap Rivierenland, ieder voor zij bevoegd zijn;

overwegende dat:

de algemene besturen respectievelijk de verenigde vergaderingen van de betrokken waterschappen en hoogheemraadschappen toestemming ex artikel 50, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen hebben verleend;

de betrokken besturen willen komen tot één laboratorium om op het gebied van laboratoriumactiviteiten te komen tot schaalvergroting welke leidt tot vergroting van efficiency, vermindering van de kwetsbaarheid, benutting van de mogelijkheden tot continue kwaliteitsborging en kwaliteitsverbetering en versterking van de innovatiekracht;

de deelnemende waterschappen nu reeds allen deelnemer zijn aan een gemeenschappelijke regeling voor gemeenschappelijke uitoefening van de laboratoriumfunctie;

de Regeling Gemeenschappelijk Waterschapslaboratorium 2004, de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Laboratoriumonderzoek, de Gemeenschappelijke Regeling Delta Waterlab 2008 en de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking op het gebied van het laboratorium tussen het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en het Waterschap Rivierenland, na de oprichting van AQUON zullen worden opgeheven;

de vier huidige laboratoria in 2011 zullen worden ondergebracht bij de gemeenschappelijke regeling AQUON;

gelet op:

de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Waterschapswet en de betreffende Waterschapsreglementen;

B E S L U I T E N:

"de Gemeenschappelijke Regeling AQUON 2011" te treffen, luidende als volgt:

Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen.

Titel 1 Algemene bepalingen.

Artikel 1

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    algemeen bestuur: het algemeen bestuur van AQUON;

  • b.

    AQUON: het openbaar lichaam AQUON, als bedoeld in artikel 2, eerste lid;

  • c.

    colleges van de deelnemers: de dagelijkse besturen respectievelijk de colleges van dijkgraaf en hoogheemraden respectievelijk het college van dijkgraaf en heemraden van de deelnemers;

  • d.

    dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van AQUON;

  • e.

    deelnemers: de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta, De Dommel, Hollandse Delta en Rivierenland en de hoogheemraadschappen van Delfland, van Rijnland, van Schieland en de Krimpenerwaard en De Stichtse Rijnlanden;

  • f.

    gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald;

  • g.

    wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • h.

    regeling: de gemeenschappelijke regeling AQUON 2011;

  • i.

    vertegenwoordigende organen van de deelnemers: de algemene besturen respectievelijk de verenigde vergaderingen van de deelnemers.

Hoofdstuk 2 Het openbaar lichaam.

Artikel 2 AQUON
  • 1. Bij deze regeling wordt een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam ingesteld, genaamd "AQUON".

  • 2. AQUON is gevestigd te ‘s-Hertogenbosch.

Hoofdstuk 3 Doelstelling, taken en bevoegdheden.

Artikel 3 Belang.

De regeling heeft als doel om op het gebied van laboratoriumactiviteiten te komen tot kennisdeling en –ontwikkeling, vergroting van de efficiency, vermindering van de kwetsbaarheid, benutting van de mogelijkheden tot continue kwaliteitsborging en kwaliteitsverbetering en versterking van de innovatiekracht.

Artikel 4 Taken.

AQUON heeft tot taak een zo doelmatig mogelijke uitvoering van werkzaamheden met betrekking tot:

  • a.

    monsterneming, met uitzondering van de monsterneming op het gebied van handhaving;

  • b.

    hydrobiologisch onderzoek;

  • c.

    metaalonderzoek;

  • d.

    microbiologisch onderzoek;

  • e.

    natchemisch onderzoek;

  • f.

    organisch onderzoek;

  • g.

    kwaliteitsborging van de onder a tot en met f genoemde onderzoeken;

  • h.

    ondersteunende processen bij de uitwerking van de onder a tot en met f genoemde onderzoeken.

Artikel 5 Uitvoering taken.
  • 1.

    De colleges van de deelnemers verplichten zich voor de uitvoering van de werkzaamheden, als bedoeld in artikel 4, diensten af te nemen van AQUON.

  • 2.

    De deelnemers verrichten zelf geen werkzaamheden, als bedoeld in artikel 4, en laten evenmin derden deze werkzaamheden voor hen verrichten.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid kunnen derden wel laboratoriumactiviteiten voor een of meer van de deelnemers verrichten nadat het algemeen bestuur hiermee heeft ingestemd.

Titel 2 Het bestuur.

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen.

Artikel 6 De bestuursorganen.

Het bestuur van AQUON bestaat uit:

  • a.

    het algemeen bestuur;

  • b.

    het dagelijks bestuur;

  • c.

    de voorzitter.

Artikel 7 Hoofd van AQUON.

Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van AQUON.

Artikel 8 Informatie en verantwoordingsplicht.
  • 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de vertegenwoordigende organen van de deelnemers ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.

  • 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de vertegenwoordigende organen van de deelnemers alle inlichtingen die door één of meer leden van die organen worden verlangd.

  • 3. Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden bepaalde.

Hoofdstuk 2 Het algemeen bestuur.

Afdeling 1 De samenstelling.
Artikel 9 Samenstelling algemeen bestuur.
  • 1. Het algemeen bestuur bestaat uit negen leden.

  • 2. Elk van de colleges van de deelnemers wijst uit zijn midden een lid aan dat hem in het algemeen bestuur vertegenwoordigt, alsmede voor elk lid een plaatsvervangend lid dat het lid bij verhindering vervangt.

  • 3. De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor de duur van de zittingsperiode van de colleges van de deelnemers.

  • 4. Indien tussentijds binnen het algemeen bestuur een plaats vacant of beschikbaar komt, wijst het college van de deelnemer die het aangaat in zijn eerstvolgende vergadering, of, als dit niet mogelijk is, ten spoedigste daarna, een nieuw lid aan.

  • 5. Hij die ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het algemeen bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.

  • 6. Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mee aan de deelnemer die het aangaat. De betreffende deelnemer doet mededeling van het ontslag aan het algemeen bestuur. Het lid houdt zitting in het algemeen bestuur totdat in de opvolging is voorzien.

Afdeling 2 Vergaderingen.
Artikel 10 Aantal vergaderingen.
  • 1. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste twee maal en voorts zo vaak als de voorzitter dit nodig oordeelt.

  • 2. Voorts vergadert het algemeen bestuur in het geval tenminste twee van de leden dit de voorzitter schriftelijk onder opgaaf van redenen verzoekt.

  • 3. Het algemeen bestuur vergadert binnen twee weken na een conform het tweede lid ingediend verzoek.

Artikel 11 Openbaarheid vergaderingen.
  • 1. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.

  • 2. In de vergadering van het algemeen bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten indien tenminste de helft van het aantal leden aanwezig is.

  • 3. Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat tenminste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.

  • 4. Op de vergadering, bedoeld in het derde lid, is het tweede lid niet van toepassing. Het algemeen bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerdere vergadering was belegd, alleen beraadslagen of besluiten indien tenminste de helft van het aantal leden tegenwoordig is.

Artikel 12 Stemmen.
  • 1. Bij het nemen van besluiten door het algemeen bestuur brengen de leden voor de waterschappen die zij vertegenwoordigen, ieder één stem uit.

  • 2. Besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter.

  • 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, eerste volzin, is voor het wijzigen van deze regeling unanimiteit vereist, onverminderd het bepaalde in artikel 33.

  • 4. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, tweede volzin, is het voorstel verworpen bij staking van stemmen voor zover het benoemingen, voordrachten of aanbevelingen van personen betreft.

Artikel 13 Besluitvorming in besloten vergaderingen.
  • 1. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd, noch een besluit worden genomen, ter zake van de begroting, de wijzigingen daarvan en de jaarrekening;

  • 2. In een besloten vergadering kan geen besluit worden genomen ter zake van:

    • a.

      het aangaan van geldleningen, het uitlenen van gelden en het aangaan van rekening-courantovereenkomsten;

    • b.

      het kopen, ruilen, vervreemden, bezwaren en verpanden van eigendommen;

    • c.

      het doen van een uitgaaf voordat de begroting of de begrotingswijziging waarbij deze uitgaaf is geraamd, is goedgekeurd.

Afdeling 3 Bevoegdheden en taken.
Artikel 14 Bevoegdheden.
  • 1. Bij het algemeen bestuur berusten alle taken en bevoegdheden die op grond van deze regeling, wettelijke bepalingen of overeenkomsten aan AQUON toekomen, voor zover deze ingevolge deze regeling niet aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter zijn opgedragen.

  • 2. Het algemeen bestuur kan een of meer van zijn bevoegdheden overdragen aan het dagelijks bestuur.

Artikel 15 Taken.
  • 1. Tot de taken van het algemeen bestuur behoren, onverminderd het bepaalde in artikel 50e, eerste lid, van de wet, onder meer:

    • a.

      het met in achtneming van deze regeling voor zijn vergaderingen vaststellen van een reglement van orde, waarvan een exemplaar ter kennis wordt gebracht van de deelnemers;

    • b.

      het vaststellen en wijzigen van de begroting;

    • c.

      het vaststellen van de jaarrekening;

    • d.

      het vaststellen van de organisatiestructuur;

    • e.

      te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen namens AQUON;

    • f.

      het aangaan van geldleningen en van rekening-courantovereenkomsten;

    • g.

      het uitlenen van gelden;

    • h.

      het vaststellen van de bijdragen van de deelnemers aan AQUON en de wijze van betaling ervan;

  • 2. Het algemeen bestuur besluit slechts bij unanimiteit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Een dergelijk besluit kan uitsluitend genomen worden indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.

Artikel 16 Jaarverslag.
  • 1. Jaarlijks vóór 1 april stelt het algemeen bestuur een verslag vast over de werkzaamheden van AQUON in het voorafgaande jaar en biedt dat binnen twee weken na de vaststelling aan aan de colleges en vertegenwoordigende organen van de deelnemers.

  • 2. Het jaarverslag wordt binnen twee weken na vaststelling door het dagelijks bestuur aan gedeputeerde staten gezonden.

Artikel 17 Werkplan.
  • 1. Het algemeen bestuur stelt een voortschrijdend werkplan op voor AQUON voor een periode van vijf jaar.

  • 2. De uitvoering van speciale opdrachten buiten het werkplan wordt door het algemeen bestuur geregeld en dient tegen de kostende prijs te worden vergoed.

Afdeling 4 Informatie, verantwoording en ontslag.
Artikel 18
  • 1. Een lid van het algemeen bestuur geeft het college van de deelnemer die hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door één of meer leden van dat college worden gevraagd.

  • 2. Een lid van het algemeen bestuur kan door het college van de deelnemer dat hem heeft aangewezen, ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.

  • 3. Een verzoek om inlichtingen te verschaffen en/of verantwoording af te leggen kan uitsluitend worden geweigerd indien dit in strijd zal zijn met de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur.

  • 4. Een lid van het algemeen bestuur dat niet langer het vertrouwen geniet van het college van de deelnemer dat hem heeft aangewezen, kan door dat college worden ontslagen. In dat geval draagt dat college er zorg voor dat zo spoedig mogelijk een nieuw lid wordt aangewezen.

  • 5. Bij tussentijds ontslag eindigt het lidmaatschap van het algemeen bestuur pas op het moment dat in de opvolging is voorzien.

  • 6. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vertegenwoordigende organen van de deelnemers.

  • 7. Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing op plaatsvervangende leden.

Hoofdstuk 3 Het dagelijks bestuur.

Afdeling 1 De samenstelling.
Artikel 19
  • 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit:

    • a.

      de voorzitter;

    • b.

      drie leden door het algemeen bestuur uit zijn midden aan te wijzen, met dien verstande dat twee of meer van deze leden, de voorzitter inbegrepen, niet afkomstig mogen zijn van het dagelijks bestuur van dezelfde deelnemer.

  • 2. Degene die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.

  • 3. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur vacant of beschikbaar komt, wijst het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan wordt het aanwijzen van een nieuw lid in het dagelijks bestuur uitgesteld totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur is bezet.

Afdeling 2 Vergaderingen.
Artikel 20
  • 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo vaak de voorzitter het nodig oordeelt of tenminste één lid daar de voorzitter om verzoekt.

  • 2. De vergaderingen zijn niet openbaar.

  • 3. Ieder lid heeft één stem.

  • 4. Het dagelijks bestuur besluit bij meerderheid van stemmen. Staken de stemmen, dan beslist de stem van de voorzitter.

  • 5. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast.

Afdeling 3 Taken en bevoegdheden.
Artikel 21

Onverminderd het bepaalde in artikel 50e, eerste lid, van de Wet, en voor zover niet bij of krachtens wettelijke bepaling de voorzitter met de navolgende taken en bevoegdheden is belast, zijn aan het dagelijks bestuur opgedragen:

  • a.

    het uitoefenen van de dagelijkse leiding van AQUON op een zodanige wijze dat de goede voortgang van de aan AQUON opgedragen werkzaamheden te allen tijde is verzekerd;

  • b.

    de voorbereiding van al hetgeen in de vergaderingen van het algemeen bestuur ter overweging en beslissing moet worden gebracht;

  • c.

    de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur;

  • d.

    de uitvoering van nog nader in deze regeling te noemen werkzaamheden.

Afdeling 4 Informatie en verantwoording.
Artikel 22
  • 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.

  • 2. Zij geven aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig zijn, tenzij het algemeen belang zich daartegen verzet.

  • 3. Zij geven, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of één of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen, tenzij het algemeen belang zich daartegen verzet.

  • 4. Het algemeen bestuur kan een lid van het dagelijks bestuur ontslaan als deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit.

  • 5. Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur jaarlijks ter vaststelling een verslag aan over de werkzaamheden van AQUON over het afgelopen jaar.

  • 6. Het dagelijks bestuur zendt het verslag na vaststelling door het algemeen bestuur toe aan de colleges van de deelnemers.

Hoofdstuk 4 De voorzitter.

Afdeling 1 De aanwijzing.
Artikel 23
  • 1. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter aan, met inachtneming van artikel 19, tweede lid.

  • 2. Het algemeen bestuur wijst uit één van de in artikel 19, eerste lid onder b, genoemde leden een plaatsvervangend voorzitter aan, die de voorzitter bij afwezigheid vervangt.

  • 3. De voorzitter en zijn plaatsvervanger zijn terstond herbenoembaar.

Afdeling 2 Taken en bevoegdheden.
Artikel 24
  • 1. De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

  • 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 50e, eerste lid, van de wet is de voorzitter onder meer belast met de voorbereiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

  • 3. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan.

  • 4. De voorzitter vertegenwoordigt AQUON in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging na overleg met het dagelijks bestuur opdragen aan een door hem schriftelijk gemachtigde.

Afdeling 3 Informatie en verantwoording.
Artikel 25
  • 1.

    De voorzitter is aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hem gevoerde bestuur.

  • 2.

    Hij geeft aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door hem te voeren en gevoerde bestuur nodig zijn, tenzij het algemeen belang zich daartegen verzet.

  • 3.

    Hij geeft aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of één of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen, tenzij het algemeen belang zich daartegen verzet.

  • 4.

    Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslaan als deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer heeft.

Titel 3 Personeel.

Artikel 26
  • 1.

    AQUON heeft een ambtelijke organisatie, met aan het hoofd een directeur.

  • 2.

    De directeur is tevens secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Hij staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij in de vervulling van hun taak.

  • 3.

    Alle uitgaande stukken van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur worden door de directeur mede ondertekend.

  • 4.

    Het algemeen bestuur beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de directeur. Voor elke benoeming doet het dagelijks bestuur een voordracht van, zo mogelijk, twee personen.

  • 5.

    Het algemeen bestuur regelt de bezoldiging van de directeur.

  • 6.

    Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur.

  • 7.

    De overige ambtenaren, alsmede het personeel werkzaam op basis van arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, worden benoemd door het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur stelt de bezoldiging vast.

  • 8.

    De Sectorale Arbeidsvoorwaarden Waterschappen zijn van overeenkomstige toepassing op het personeel van AQUON. Nadere rechtspositionele besluiten worden door het dagelijks bestuur vastgesteld.

Titel 4 De financiën.

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen.

Artikel 27 Dienstjaar.

Het dienstjaar van AQUON is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 28 Kostentoerekening.
  • 1. Het algemeen bestuur stelt, als onderdeel van de begroting, jaarlijks de uitgangspunten voor de toerekening van de kosten aan de producten vast.

  • 2. De kosten over het voorgaande kalenderjaar worden bij de deelnemers in rekening gebracht op basis van de door het algemeen bestuur voor het betreffende jaar, bij de begroting, vastgestelde uitgangspunten en producten.

Artikel 29 Voorschriften voor geldelijk beheer en administratie.

Het algemeen bestuur stelt voorschriften vast voor het geldelijk beheer en de administratie. Ten aanzien van de controle op het geldelijk beheer en de administratie is de verordening als bedoeld in artikel 109 Waterschapswet van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 2 De begroting.

Artikel 30 Voorbereiding en vaststelling.
  • 1. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een ontwerp-begroting op voor het komende jaar.

  • 2. Uiterlijk zes weken voor aanbieding aan het algemeen bestuur zendt het dagelijks bestuur de ontwerp-begroting toe aan elk van de vertegenwoordigende organen van de deelnemers.

  • 3. De ontwerp-begroting wordt door de zorg van de dagelijkse besturen van de deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling wordt openbaar kennis gegeven. Artikel 100, derde lid, Waterschapswet is van overeenkomstige toepassing.

  • 4. De vertegenwoordigende organen van de deelnemers kunnen omtrent de ontwerp-begroting het dagelijks bestuur van hun gevoelens doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin dit gevoelen is vervat bij de ontwerp-begroting zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

  • 5. De ontwerp-begroting wordt uiterlijk 15 juli voorafgaande aan het dienstjaar waarvoor deze geldt, door het algemeen bestuur vastgesteld. Vaststelling geschiedt in afwijking van artikel 12, tweede lid, bij zeven negende meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

  • 6. Nadat de begroting is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur de begroting aan de vertegenwoordigende organen van de deelnemers, die ter zake bij de colleges van gedeputeerde staten hun zienswijzen naar voren kunnen brengen.

  • 7. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen vier weken na de vaststelling door het algemeen bestuur, doch in ieder geval voor 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan de colleges van gedeputeerde staten.

Artikel 31 Wijziging begroting.
  • 1. Het bepaalde in artikel 30 alsmede het bepaalde in artikel 101 Waterschapswet is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met dien verstande dat de data genoemd in het vijfde en zevende lid niet gelden.

  • 2. In afwijking van het eerste lid is het algemeen bestuur bevoegd de begroting te wijzigen wanneer deze geen wijziging brengt in de kosten van de deelnemers. Vaststelling van de wijziging geschiedt in afwijking van artikel 12, tweede lid, bij zeven negende meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

Hoofdstuk 3 De jaarrekening.

Artikel 32 Vaststelling.
  • 1.

    Het dagelijks bestuur biedt tijdig de jaarrekening over het afgelopen dienstjaar met alle bijbehorende bescheiden ter vaststelling aan aan het algemeen bestuur.

  • 2.

    Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening zonder uitstel en stelt de jaarrekening vast vóór 1 juli daaropvolgend.

  • 3.

    Het algemeen bestuur doet van deze vaststelling onder toezending van een exemplaar van de jaarrekening mededeling aan de besturen van de deelnemers.

  • 4.

    Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli volgend op het dienstjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, met alle bijbehorende stukken, inclusief de accountantsverklaring, aan de colleges van gedeputeerde staten.

  • 5.

    Het besluit tot vaststelling van de jaarrekening van inkomsten en uitgaven strekt, voor zover het de daarin goedgekeurde bedragen betreft, aan de administrateur, de kassier en het bestuur tot ontlasting, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte

    of andere onregelmatigheden.

Titel 5 Wijziging, toetreding, uittreding, opheffing.

Artikel 33 Wijziging.
  • 1. Voor wijziging van de regeling is de instemming vereist van de colleges van de deelnemers, alsmede de toestemming van de vertegenwoordigende organen van de deelnemers.

  • 2. Zowel het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur als elk van de deelnemers is bevoegd tot het doen van voorstellen tot wijziging van de regeling.

Artikel 34 Toetreding.
  • 1. Voor toetreding tot de regeling is de instemming vereist van de colleges van de deelnemers. De colleges kunnen uitsluitend instemming geven wanneer zij daarvoor de toestemming van hun vertegenwoordigende organen hebben.

  • 2. Het algemeen bestuur kan aan de toetreding voorwaarden verbinden.

  • 3. Een toegetreden deelnemer kan van de diensten van AQUON niet eerder dan in het nieuwe dienstjaar gebruik maken, tenzij in een nadere overeenkomst, door het algemeen bestuur te sluiten, anders is afgesproken.

  • 4. De kosten van de in verband met toetreding vereiste bekendmaking komen ten laste van de toegetreden deelnemer.

Artikel 35 Uittreding.
  • 1. Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van ten minste één kalenderjaar in acht genomen. Gedurende vijf jaar na de datum van toetreding tot de regeling is uittreding niet mogelijk.

  • 2. Het voornemen tot uittreding wordt bij aangetekende kennisgeving aan de voorzitter van het algemeen bestuur meegedeeld.

  • 3. Na ontvangst van de in het tweede lid vermelde kennisgeving wordt een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke registeraccountant opdracht verleend een liquidatieplan op te stellen als ware tot opheffing van de regeling besloten. Het liquidatieplan wordt vastgesteld door het algemeen bestuur. De in het liquidatieplan omschreven financiële verplichtingen zijn voor de uittredende deelnemer bindend.

  • 4. Nadat het liquidatieplan is vastgesteld is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor hem omschreven financiële verplichtingen aan AQUON te voldoen.

  • 5. De kosten van het opstellen van het liquidatieplan komen voor rekening van de deelnemer die het voornemen heeft om uit te treden.

  • 6. De in het eerste lid bedoelde termijn van vijf jaar wordt geëvalueerd drie jaar nadat de regeling in werking is getreden.

Artikel 36 Opheffing.
  • 1.

    Voor opheffing is de instemming vereist van de deelnemers.

  • 2.

    Bij opheffing van de regeling wordt een plan opgesteld als bedoeld in artikel 35, derde lid. Het bepaalde in het derde, vierde en vijfde lid van artikel 35 is van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    Opheffing is niet mogelijk gedurende de eerste vijf jaar van de datum van inwerkingtreding van de regeling.

Titel 6 Slotbepalingen.

Artikel 37 Duur.

De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 38 Geschillen.

Van een geschil als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet is sprake als ten minste één van de deelnemers een zodanige mening is toegedaan.

Artikel 39 Goedkeuring.

Het dagelijks bestuur van Waterschap Aa en Maas draagt zorg voor de toezending van deze regeling ter goedkeuring aan de colleges van gedeputeerde staten.

Artikel 40 Inwerkingtreding.

De regeling treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op die waarin de regeling is opgenomen in het register als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de wet.

Artikel 41 Citeerwijze.

Deze regeling wordt aangehaald als "Gemeenschappelijke regeling AQUON 2011".

Artikel 42 Overgangsbepaling
  • 1. De gemeenschappelijke regeling AQUON 2009 wordt ingetrokken.

  • 2. De voorzitter en de drie leden van het dagelijks bestuur worden voor de eerste maal als volgt aangewezen:

    • a.

      een lid van het dagelijks bestuur wordt aangewezen uit de leden van de waterschappen Aa en Maas en De Dommel;

    • b.

      een lid van het dagelijks bestuur wordt aangewezen uit de leden van de waterschappen Brabantse Delta en Hollandse Delta en het hoogheemraadschap van Delfland;

    • c.

      een lid van het dagelijks bestuur wordt aangewezen uit de leden van de hoogheemraadschappen van Rijnland en van Schieland en de Krimpenerwaard, en

    • d.

      een lid van het dagelijks bestuur wordt aangewezen uit de leden van waterschap Rivierenland en het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.