Uitvoeringsregeling subsidie groen Noord-Holland 2013

Geldend van 28-12-2018 t/m 01-01-2022

Intitulé

Uitvoeringsregeling subsidie groen Noord-Holland 2013

Gedeputeerde staten van Noord-Holland;

Besluiten vast te stellen:

Uitvoeringsregeling subsidie groen Noord-Holland 2013

§ 1

Algemene bepalingen

Artikel 1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    De-minimisverordening: Verordening (EG) nr.1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun, Pb EU 28-12-2006, L 379/5;

  • b.

    De-minimisverordening landbouwproductiesector: Verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector, Pb EU 21-12-2007,L 337/35;

  • c.

    [vervallen]

  • d.

    Stad: woonkern van minimaal 30.000 inwoners;

  • e.

    Toeristisch overstappunt: een plek waar de lokale of regionale bezoeker kan starten met een recreatieve activiteit in een gebied.

  • f.

    regionaal wandelnetwerk: een aaneengesloten routestructuur die de wandelaar een serie aaneengeschakelde en te verknopen rondwandelingen biedt, met een lengte van minimaal 3 km.

Artikel 1.2

Subsidies van minder dan € 5.000,- worden niet verstrekt.

Artikel 1.3

Bij subsidies van minder dan € 10.000,- gaat geen subsidieverlening aan de subsidievaststelling vooraf.

Artikel 1.4
  • 1.

    Een aanvraag om subsidie wordt niet behandeld indien met de uitvoering is gestart voordat de aanvraag is ontvangen.

  • 2.

    Een aanvraag om subsidie bevat tenminste:

    • a.

      een begroting van de kosten van de activiteit;

    • b.

      een financieringsplan van de kosten van de activiteit;

    • c.

      een inhoudelijke beschrijving van de activiteit.

Artikel 1.5

Gedeputeerde staten stellen subsidieplafonds vast.

Artikel 1.6
  • 1. Aanvragen om subsidie worden behandeld op volgorde van ontvangst.

  • 2. Wanneer een aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag, de datum waarop de aanvraag is aangevuld.

  • 3. Indien meerdere aanvragen op dezelfde dag worden ontvangen en door honorering van deze aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de aanvraag met de laagste projectkosten als eerste in behandeling genomen.

  • 4. Gedeputeerde staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag om subsidie.

Artikel 1.7

Indien een subsidie op grond van deze regeling leidt tot het verstrekken van staatssteun in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt slechts subsidie verstrekt overeenkomstig de De-minimisverordening dan wel de De-minimisverordening landbouwproductiesector.

§ 2

weidevogelbiotopen

Artikel 2.1

Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten die leiden tot het verbeteren van het weidevogelbiotoop:

  • a.

    het verhogen van het oppervlaktewater of het grondwaterpeil of substantiële vernatting gedurende tenminste drie maanden in de periode van 1 februari tot 1 juli;

  • b.

    het verwijderen van bomen en struiken.

Artikel 2.2

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt binnen het leefgebied open grasland, zoals aangegeven op de beheertypenkaart 2, deelkaart B, behorende bij het vigerende Natuurbeheerplan van de provincie Noord-Holland of binnen het NNN met beheertypen N 12.02 kruiden en faunarijk grasland en N 13.01 vochtig weidevogelgrasland, zoals aangegeven op beheertypenkaart 2 deelkaart A Natuur-en landschapstypen, behorende bij het vigerende Natuurbeheerplan van de provincie Noord-Holland.

Artikel 2.3

De subsidie bedraagt 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van €40.000,-.

Artikel 2.4

De subsidieontvanger is verplicht de investeringen minimaal zes jaar na subsidieverlening in stand te houden.

§ 3

Uitbreiding wandelnetwerk Noord-Holland

Artikel 3.1

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op:

  • a.

    het oplossen van knelpunten in het bestaande regionale wandelnetwerk Noord-Holland tussen stad en platteland of tussen natuur- of recreatiegebieden;

  • b.

    de realisatie van nieuwe recreatieve verbindingen voor een gebiedsdekkend wandelnetwerk in Noord-Holland tussen stad en platteland of tussen natuur- of recreatiegebieden.

  • c.

    Bewegwijzering van een regionaal wandelnetwerk volgens de systematiek van Wandelnetwerk Noord-Holland, als weergegeven op www.wandelnetwerknoordholland.nl

Artikel 3.2

Subsidie wordt niet verstrekt aan leden van een landbouwhuishouden.

Artikel 3.3

Vervallen

Artikel 3.4

Subsidie wordt geweigerd indiende activiteit financieel niet haalbaar is.

Artikel 3.5

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien:

  • a.

    de te realiseren voorzieningen openbaar toegankelijk zijn;

  • b.

    bij materiële investeringen is voorzien in het beheer en onderhoud voor een periode van 15 jaar.

Artikel 3.6
  • 1.

    Subsidie wordt verstrekt voor de volgende kosten:

    • a.

      Materiële investeringen, zijnde de bouw, verwerving of verbetering van onroerende zaken en lineaire recreatieve infrastructuur, inclusief de bijbehorende toeristische voorzieningen.

    • b.

      Eenmalige voorbereidings-, plan- en organisatiekosten ten behoeve van een projectplan, zijnde kosten voor architecten, ingenieurs, advisering, patenten en licenties;

    • c.

      Eenmalige promotiekosten.

  • 2.

    Subsidie wordt niet verstrekt voor vervangingsinvesteringen, exploitatie- en beheerkosten.

Artikel 3.7
  • 1.

    De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten bedoeld in artikel 3.6 tot een maximum van € 500.000,–.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid zijn investeringskosten in de verwerving van onroerende zaken als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, subsidiabel tot ten hoogste10% van de totale subsidiabele kosten;

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid zijn kosten genoemd in artikel 3.6, eerste lid, onder b. en c. , subsidiabel tot ten hoogste 15% van de totale subsidiabele kosten.

§ 4

Toeristische overstappunten

Artikel 4.1

Subsidie kan worden verstrekt aan degene die activiteiten uitvoert gericht op de aanleg vantoeristische overstappunten.

Artikel 4.2

Onverminderd artikel 1.4, tweede lid, bevat de aanvraag om subsidie een afschrift van de voor de uitvoering van de activiteit benodigde vergunningen en ontheffingen.

Artikel 4.3

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    de activiteit financieel niet haalbaar is, of

  • b.

    de benodigde vergunningen voor het uitvoeren van de activiteit niet verleend zijn.

Artikel 4.4

Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt indien het aan te leggen toeristisch overstappunt:

  • a.

    gelegen is in het landelijk gebied of op de grens van stad en platteland;

  • b.

    beschikt over tenminste vijftien openbaar toegankelijke parkeerplaatsen;

  • c.

    maximaal 500 meter verwijderd is van bewegwijzerde recreatieve routenetwerken, zoals wandelroutes, fietsroutes, vaarroutes of ruiterpaden;

  • d.

    tenminste 5 kilometer verwijderd is van een ander toeristisch overstappunt;

  • e.

    maximaal 2 kilometer verwijderd is van een horecapunt;

  • f.

    toegankelijk is voor mensen met een lichamelijke beperking;

  • g.

    is voorzien van een fysiek herkenningspunt waaruit blijkt dat het een toeristisch overstappunt is;

  • h.

    is voorzien van een duidelijk informatiepaneel met informatie over de belangrijkste wetenswaardigheden met betrekking tot cultuur, natuur, landschap en het toeristisch recreatief aanbod in de directe omgeving.

Artikel 4.5

Subsidie wordt verstrekt voor de volgende kosten:

  • a.

    voor materiële investeringen gericht op grondverwerving of inrichting, inclusief de toeristische-informatieve voorzieningen;

  • b.

    eenmalige voorbereidings-, plan- en organisatiekosten ten behoeve van eenprojectplan, zijnde kosten voor architecten, ingenieurs, advisering, patenten en licenties. Deze kosten zijn subsidiabel tot 15% van de totale subsidiabele kosten.

Artikel 4.6

Geen subsidie wordt verstrekt voor vervangingsinvesteringen, exploitatie- en beheerkosten.

Artikel 4.7

De subsidie bedraagt 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 15.000,–. per toeristisch overstapppunt.

Artikel 4.8

De subsidieontvanger is verplicht het toeristisch overstappunt tenminste 10 jaar in stand te houden.

§ 5

Versnipperde natuurterreinen

Artikel 5.1

[vervallen]

Artikel 5.2

[vervallen]

Artikel 5.3

[vervallen]

Artikel 5.4

[vervallen]

§ 6

Slotbepalingen

Artikel 6.1
  • 1.

    Een aanvraag tot vaststelling wordt ingediend binnen 13 weken na voltooiing van de activiteit.

  • 2.

    Indien de subsidieontvanger een gemeente, of een openbaar lichaam dat is ingesteld op grond van hoofdstuk I, II of IV van de Wet gemeenschappelijke regelingen is, wordt de aanvraag tot vaststelling van de subsidie uiterlijk 1 augustus van het jaar volgend op het jaar waarin de activiteit is voltooid, ingediend.

  • 3.

    Gedeputeerde staten stellen voor de aanvraag als bedoeld in het tweede lid een formulier vast.

  • 4.

    Gedeputeerde staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.

Artikel 6.2
  • 1.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij is geplaatst.

  • 2.

    Deze regeling vervalt op 1 januari 2022.

  • 3.

    Deze regeling wordt aangehaald als Uitvoeringsregeling subsidie groen Noord-Holland 2013.

Ondertekening

Haarlem, 2 april 2013
Gedeputeerde staten van Noord-Holland,
J.W. Remkes, voorzitter.
G.E.A. van Craaikamp, provinciesecretaris.

TOELICHTING BIJ DE REGELING

§ 2 Ecologische verbindingszones

Algemeen

In de Agenda Groen ‘Licht op Groen’ is aangegeven dat de ecologische hoofdstructuur (EHS) met de verbindingszones die de verschillende EHS-gebieden met elkaar verbinden bijdragen aan de biodiversiteit. Ongeveer 75% van deze verbindingszones zijn al gerealiseerd. Doelstelling is om de komende periode de overige verbindingszones te realiseren. Om de gesignaleerde knelpunten in de verbindingszones op te lossen wordt deze regeling ingezet. Het realiseren van verbindingszones kan samengaan met het realiseren van andere provinciale doelstellingen, zoals de ecologische hoofdstructuur, de recreatieve verbindingszones en de Groene Uitweg.

Artikel 2.4

Een subsidie kan worden verleend voor planvorming, verwerving en inrichting apart zodra kan worden aangetoond dat de planvorming en verwerving ook daadwerkelijk leiden tot inrichting van de ecologische verbindingszone.

§ 3 Verbetering recreatieve verbindingen

Algemeen

Recreatieve verbindingen zijn gericht op het verbeteren van verbindingen tussen stad en platteland. Met name rond de steden bevinden zich nog barrières die recreanten de toegang tot het landelijk gebied belemmeren.

Artikel 3.3 onderdeel b

De vergunning wordt geacht te zijn verkregen als de beschikking hiervoor door het bevoegd gezag is afgegeven.

§ 4 Toeristische Overstappunten (TOP’s)

Algemeen

TOP’s zijn gericht op een betere benutting van het landelijk gebied van recreanten doormiddel van het verbeteren van de bereikbaarheid, de toegankelijkheid en bekendheid van routes door het aanleggen van opstappunten. Activiteiten die bijvoorbeeld in aanmerking komen voor subsidie zijn de aanleg van parkeervoorzieningen voor auto & fiets en informatiepanelen over wandel en fietsroutes.

Artikel 4.1

Bestaande parkeerplaatsen komen ook in aanmerking indien ze als TOP worden ingericht.

Artikel 4.5 onderdeel a

Gedacht kan worden aan kosten voor bijvoorbeeld verharding, riolering, fietsenrekken, oplaadpunt voor elektrische fietsen, watertappunt en straatmeubilair.

§ 5 Laag Holland

Algemeen

Laag Holland is het gebied van veenweiden en droogmakerijen in de vierhoek Amsterdam-Zaanstad-Schermer-Zeevang. Belangrijke doelstelling voor dit gebied is het behoud en de ontwikkeling van een zevental kernkwaliteiten, waaronder het behoud van de rijkdom aan weide- en moerasvogels. Ook het bevorderen van de recreatie & toerisme en het behoud van de landbouw als economische drager van het landschap zijn belangrijke doelen. Projecten die worden ingediend moeten passen binnen het beleid van de provincie, de gemeenten en het hoogheemraadschap voor dit gebied. Voor de investeringen en beheermaatregelen om de weidevogelpopulatie te versterken zijn dat de Opkrikplannen. Voor de moerasvogelpopulatie zijn dat de concept-Beheerplannen Natura 2000. Investeringen in de recreatieve hoofdstructuur en routenetwerken moeten voortkomen uit het Recreatieplan Laag Holland en het bijbehorende Uitvoeringsprogramma. De Agenda Groen ‘Licht op Groen’ legt veel nadruk op de relatie stad-platteland en een grotere betrokkenheid van ondernemers en burgers bij het groene gebied. Projecten die deze betrokkenheid aantoonbaar vergroten kunnen eveneens in aanmerking komen voor een subsidie. De subsidiebedragen zijn afkomstig van de provincie, van de gemeenten in Laag Holland en van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Artikel 5.3

Onder de noodzakelijk geachte kosten worden zowel de kosten van planvoorbereiding, als ook de uitvoeringskosten gerekend.