Uitvoeringsbesluit Telecommunicatieverordening gemeente Nieuwegein

Geldend van 01-01-2015 t/m heden

Intitulé

Uitvoeringsbesluit Telecommunicatieverordening gemeente Nieuwegein

Collegebesluit

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwegein;

gelet op artikel 2, tweede lid en vierde lid en artikel 6, tweede lid, van de Telecommunicatieverordening gemeente Nieuwegein;

besluit:

vast te stellen het navolgende besluit

Uitvoeringsbesluit Telecommunicatieverordening gemeente Nieuwegein

Artikel 1 begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

a.

verordening:

Telecommunicatieverordening gemeente Nieuwegein;

b.

instemmingsbesluit:

een instemmingsbesluit op grond van artikel 2 van de verordening;

c.

uitvoerder:

een aanbieder die op grond van een instemmingsbesluit werkzaamheden uitvoert of degene die namens de aanbieder op grond van een instemmingsbesluit werkzaamheden uitvoert;

d.

dwarsprofiel:

de in een schema weergegeven onderlinge afstand tussen kabels en kabels in de ondergrond;

e.

leidingsleuf:

het gedeelte dat is ontgraven van de fundering en de ondergrond onder de verhardingen;

f.

kunstwerk:

voor de geleiding van een kabel aangebrachte infrastructuur waaronder in ieder geval wordt verstaan een kabeltunnel en kabelviaduct, en in infrastructuur aanwezige voorziening ten behoeve van de geleiding van een kabel;

f.

provisorisch herstel:

het terugbrengen van de verhardingsmaterialen op een niet noodzakelijke vaktechnische wijze, maar wel zodanig, dat geen gevaar bestaat voor de weggebruiker;

h.

definitief herstel:

het terugbrengen van de verhardingsmaterialen op vakkundige wijze in zijn oorspronkelijke staat;

i.

degeneratiekosten:

de vergoeding van de schade door achteruitgang van de verharding veroorzaakt door de uitvoering van graafwerkzaamheden onder verhardingsconstructies;

j.

coördinator:

de functionaris coördinator kabels en leidingen in dienst van de gemeente Nieuwegein, die verantwoordelijk is voor de coördinatie van de uitvoering van het beleid kabels en leidingen van de gemeente Nieuwegein;

k.

registratiesysteem:

geautomatiseerd registratiesysteem waarin meldingen van (graaf)werkzaamheden aan kabels door of namens de gemeente wordt geregistreerd.

Artikel 2 toepassingsbereik

Dit besluit is van toepassing op kabels, bedoeld in artikel 1.1, onder h, van de Telecommunicatiewet.

Artikel 3 leggen van kabels

  • 1. De kabels dienen zoveel mogelijk overeenkomstig de dwarsprofielen van de gemeente Nieuwegein te worden gelegd. Een dwarsprofiel kan bestaan uit een ondergrondse zone:

    • a.

      zonder gasleiding of stadsverwarmingleiding;

    • b.

      met een of meer rioolleiding zonder stadsverwarmingleiding;

    • c.

      met een of meer rioolleiding met een of meer stadsverwarmingleiding met of zonder boom;

    • d.

      die bestaat uit een standaardprofiel, een doorsnede sleuf van de stadsverwarming en een profiel van de stadsverwarming van een gebied in de wijk Galecop.

  • 2. In de door de gemeente aangewezen plantvakken is het niet toegestaan om kabels te leggen.

  • 3. Bij het leggen van kabels wordt niet afgeweken van het goedgekeurde tracé in het instemmingsbesluit. Indien sprake is van onvoorziene omstandigheden bij de uitvoering van de werkzaamheden vindt nader overleg met de gemeente plaats.

  • 4. De uitvoerder bepaalt voor de aanvang van de werkzaamheden de juiste ligging van de reeds aanwezige kabels door het (doen) graven van proefsleuven van voldoende omvang en diepte.

  • 5. De ligging van kabels dient zoveel mogelijk te voldoen aan het gestelde in de normen NEN 1738 en NEN 1739 (ligging van kabels buiten en binnen de bebouwde kom) en NEN 1237 (stalen kabels boven 1 bar), tenzij partijen in onderling overleg anders overeenkomen.

  • 6. Indien de plaatsbepaling door middel van proefsleuven niet of onvoldoende mogelijk is wordt binnen vierentwintig uur nadat de uitvoerder proefsleuf heeft geboord dit aan de coördinator gemeld. De uitvoerder is verplicht om de werkzaamheden te staken.

  • 7. Indien de plaatsbepaling van de kabels wordt gewijzigd, wordt het instemmingsbesluit op grond van artikel 6, onderdeel g, van de verordening gewijzigd.

  • 8. Indien de kabels niet op de voorgeschreven of overeengekomen diepte en of locatie liggen en in ieder geval niet voldoen aan het vijfde lid, dan dient de uitvoerder op eerste aanvraag van de gemeente deze kabels op de juiste locatie en of diepte te leggen. De gemeente kan de kabels, indien de uitvoerder in gebreke blijft, op kosten van de uitvoerder (doen) leggen.

  • 9. Bij het toezicht op het leggen van kabels kan artikel 5.17 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht overeenkomstig worden toegepast.

Artikel 4 melding bij het kadaster

De uitvoerder is verplicht voorafgaand aan de uitvoering de werkzaamheden te melden bij het Kadaster.

Artikel 5 melding aanvang/einde werkzaamheden, schriftelijke informatie omwonenden

  • 1. De uitvoerder meldt de aanvang en het gereed zijn van de werkzaamheden tenminste twee dagen tevoren voor de aanvang van de werkzaamheden bij de coördinator via het registratiesysteem.

  • 2. De uitvoerder draagt zorg voor schriftelijke informatie aan omwonenden en eventuele andere belanghebbenden, tenminste vijf werkdagen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden. Deze informatie bevat in ieder geval over:

    • -

      de start;

    • -

      de duur;

    • -

      de eventuele fasering;

    • -

      de aard van de werkzaamheden;

    • -

      de tijdelijk te treffen verkeersmaatregelen.

  • 3. Indien de melding werkzaamheden van niet ingrijpende aard betreft, wordt de melding door middel van een meldingsformulier eenmaal per jaar ingediend, met dien verstande dat de feitelijke aanvang van deze werkzaamheden telkens twee dagen daaraan voorafgaand gemeld worden via het registratiesysteem.

Artikel 6 veiligheid en doorstroming verkeer

  • 1. Bij de uitvoering van de werkzaamheden treft de uitvoerder de nodige maatregelen om de veiligheid en doorstroming van het verkeer te verzekeren.

  • 2. De werkzaamheden worden met inachtneming van het handboek wegafzettingen op niet-autosnelwegen binnen de bebouwde kom C.R.O.W. publicatie 96b te worden uitgevoerd, met dien verstande dat:

    • a.

      behoudens spoedgevallen en of storingen de werkzaamheden in, op, aan of naast de stadsautowegen A.C. Verhoefweg, Gravenhoutseweg, Laaggravenseweg, Pletterburgerbaan, Taludweg en Zuidstedeweg en de wijkontsluitingswegen op werkdagen tussen 09.00 uur en 15.30 uur plaatsvinden, met uitzondering van zon- en feestdagen;

    • b.

      de uitvoerder verplicht is zodanige maatregelen te treffen dat de wegen, voetpaden daaronder begrepen, gedurende de uitvoering van de werkzaamheden zoveel mogelijk schoon blijven;

    • c.

      de uitvoerder draagt zo nodig in overleg met de gemeente zorg voor (de aanduiding van) een omleidroute;

    • d.

      tot volledige afsluiting van de wegen en verkeersomleiding wordt pas overgegaan nadat deze maatregelen door de gemeente zijn gepubliceerd, met uitzondering een volledige afsluiting en verkeersomleiding wegens spoedgeval of storing.

Artikel 7 planningskalender

De gemeente houdt de werkzaamheden waarvoor een instemmingsbesluit is verleend bij in het registratiesysteem.

Artikel 8 bereikbaarheid hulpdiensten

  • 1. De gemeente stelt de hulpdiensten op de hoogte van de (voorgenomen) werkzaamheden.

  • 2. Indien op een later tijdstip door een plotselinge calamiteit of storing de uitvoerder genoodzaakt is direct werkzaamheden te verrichten, dan informeert de uitvoerder zelf de hulpdiensten, dat wil zeggen de politie, brandweer en ambulance. De werkzaamheden worden binnen vierentwintig uur alsnog aan de coördinator gemeld. Buiten kantooruren neemt de uitvoerder contact op met de piketdienst van de gemeente.

Artikel 9 melding schade aan gemeente-eigendommen

De uitvoerder meldt aan de coördinator schade aan gemeente-eigendommen bij het uitvoeren van werkzaamheden binnen vierentwintig uur nadat de uitvoerder de schade heeft geconstateerd.

Artikel 10 uitvoering werkzaamheden

  • 1. Bij de uitvoering van de werkzaamheden is het niet toegestaan bestaande asfaltverharding(en) open te breken dan wel kruisingen van kabels met gemeentelijke wateren zonder instemmingsbesluit van of namens het college.

  • 2. Het leggen van een kabel onder bestaande asfaltverharding vindt plaats door een gestuurde boring.

  • 3. Bij het leggen van kabels onder asfaltwegen of toekomstige asfaltwegen of in gemeentelijke watergangen maakt de uitvoerder gebruik van mantelbuizen, tenzij de toepassing hiervan in redelijkheid niet gevergd kan worden. In dat geval vindt nader overleg met de gemeente plaats.

  • 4. De kruising van een kabel met een gemeentelijke watergang vindt plaats door middel van een boogzinker of door middel van een gestuurde boring.

Artikel 11 bodemverontreiniging

  • 1. Voor de uitvoering van de werkzaamheden neemt de uitvoerder contact op met de milieuadviseur Bodem van de gemeente voor het verkrijgen van informatie over mogelijke bodemverontreiniging.

  • 2. Indien bij het uitvoeren van de werkzaamheden bodemverontreiniging wordt geconstateerd, meldt de uitvoerder dit direct bij de milieuadviseur Bodem van de gemeente en neemt in overleg met de gemeente maatregelen ter voorkoming van uitbreiding van de verontreiniging en ter voorkoming van schade aan personen, goederen en milieu.

Artikel 12 verwijdering buiten gebruik gestelde kabels

  • 1. Indien kabels buiten gebruik worden gesteld en geen functie meer hebben, moeten deze worden verwijderd. Het verwijderen moet op eerste aanzegging van de gemeente gebeuren en geschiedt op kosten van de uitvoerder.

  • 2. Het verwijderen van kabels vindt zo veel mogelijk parallel aan andere werkzaamheden aan de weg zoals bijvoorbeeld de aanleg van of het vervangen van riolering.

Artikel 13 herstelwerkzaamheden

  • 1. Bij het aanvullen van de leidingsleuf in de klinkerbestrating moet de aanvulling bestaan uit tenminste 50 cm verdicht zand en in tegelverharding uit tenminste 30 cm verdicht zand.

  • 2. De uitvoerder is verplicht op aangeven van de gemeente over te gaan tot definitief herstel van straatwerk als gevolg van aanleg of onderhoud van kabels.

  • 3. Indien bij de uitvoering van herstelwerkzaamheden blijkt dat als gevolg van eventuele verzakking van de kabel, moeilijkheden ontstaan bij het herleggen van een riolering, dient de kabel hergelegd te worden, waarbij de degeneratiekosten hiervan voor rekening komen van de uitvoerder.

  • 4. Indien bij de uitvoering van herstelwerkzaamheden aan de gemeentegrond, door of in opdracht van de uitvoerder, blijkt dat wegbestrating, bermen, gronddekking, groenvoorzieningen, waterlopen, kunstwerken en dergelijke niet zijn uitgevoerd overeenkomstig voorschriften op grond van het instemmingsbesluit dan wel aanwijzingen door of namens de gemeente, kan de gemeente eisen dat zij alsnog overeenkomstig deze aanwijzingen wordt uitgevoerd.

  • 5. Indien na vijf werkdagen, gerekend vanaf de datum waarop de gemeente de uitvoerder in kennis heeft gesteld van de gebreken en de eis, bedoeld in het vierde lid, kan de gemeente de benodigde herstelwerkzaamheden uitvoeren of uit laten voeren op kosten van de uitvoerder.

  • 6. Het provisorisch herstellen van werkzaamheden kan worden toegestaan indien de voorwaarden daarvoor bepaald zijn in het instemmingsbesluit.

  • 7. Voor herstelwerkzaamheden worde de tarieven uit het Besluit straatwerktarieven (Graaf)Werkzaamheden Telecom van de VNG gehanteerd.

Artikel 14 beschikbaar stellen revisietekeningen

  • 1. De uitvoerder stelt binnen een maand na afloop van de werkzaamheden aan de gemeente revisietekeningen digitaal beschikbaar. De gegevens worden aangeleverd conform het Informatie Model Kabels en Leidingen aan de afdeling Grondbedrijf en vastgoedzaken van de gemeente Nieuwegein. Indien de geleverde gegevens meer dan 5% afwijken van normen in het Informatie Model Kabels en Leidingen worden deze gegevens opnieuw juist aangeleverd.

  • 2. Op de tekeningen wordt duidelijk aangegeven waar de nieuwe kabels, die landmeetkundig zijn ingemeten, zijn gelegd en waar de oude kabels zijn verwijderd.

  • 3. De gemeente gebruikt deze tekeningen uitsluitend voor eigen doeleinden. De revisietekeningen worden niet aan derden ter beschikking gesteld.

Artikel 15 contactpersoon

De coördinator is contactpersoon voor vragen over dit besluit.

Artikel 16 meldingsformulier

Het formulier voor het doen van een melding als bedoeld in artikel 2, tweede en vierde lid, van de verordening, wordt vastgesteld conform het modelformulier, bedoeld in bijlage A, dat aan dit besluit is toegevoegd.

Artikel 17 instemmingsbesluit

Een instemmingsbesluit als bedoeld in artikel 2 van de verordening wordt opgesteld overeenkomstig bijlage B.

Artikel 18 slotbepalingen

  • 1. Dit besluit treedt gelijktijdig in werking met de Telecommunicatieverordening gemeente Nieuwegein.

  • 2. Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Telecommunicatieverordening gemeente Nieuwegein.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van 12 mei 2009.

de secretaris
de burgemeester

Toelichting bij Uitvoeringsbesluit Telecommunicatieverordening gemeente Nieuwegein

Algemeen

Dit besluit dient ter uitvoering van de Telecommunicatieverordening gemeente Nieuwegein (verordening).

Op grond van artikel 6, tweede lid, van de verordening kan het college nadere regels stellen omtrent het tijdstip, de plaats en de wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels, het bevorderen van medegebruik van voorzieningen en het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken, alsook over de afmetingen van kasten, handholes en andere toebehoren, behorende bij een openbaar elektronisch communicatienetwerk.

Op grond van artikel 2, eerste en vierde lid, van de verordening dient het college een formulier vast te stellen op grond waarvan een aanbieder van een openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk werkzaamheden dient te melden. In bijlage A is een standaard meldingsformulier opgenomen.

In dit besluit wordt tevens een model instemmingsbesluit vastgesteld (bijlage B).

Artikelsgewijs

Artikel 1

Om een eenduidige uitleg van begrippen te bevorderen wordt in dit artikel een aantal begrippen gedefinieerd.

Artikel 2

In dit artikel wordt uitdrukkelijk bepaald dat dit besluit van toepassing is op kabels als bedoeld in de Telecommunicatiewet.

Artikel 3

De gemeente hanteert standaarddwarsprofielen voor de ligging van kabels (en leidingen). Conform die gehanteerde dwarsprofielen wordt de riolering bewust in het midden van de straat aangelegd om de bereikbaarheid van het hoofdriool bij calamiteiten en rioolreiniging te waarborgen.

In de tweede tot en met het zevende lid worden diverse aspecten geregeld die de uitvoerder in acht moet nemen bij het leggen van kabels. Er wordt uitdrukkelijk verwezen naar NEN-normen aangezien die normen standaard gehanteerd worden (vijfde lid).

In het zevende lid wordt bepaald dat indien de plaatsbepaling van de kabels wordt gewijzigd, het instemmingsbesluit op grond van artikel 6 onderdeel g van de verordening gewijzigd kan worden. Het gaat hier om wijziging van het instemmingsbesluit op grond van een verandering van een omstandigheid (namelijk locatie van de kabel is gewijzigd). Een afwijking van een locatie die te verwaarlozen is (minieme afwijking) kan in het interne beheersysteem worden verwerkt. Naar omstandigheden van het geval zal beoordeeld moeten worden of sprake is van een minieme wijziging. Indien sprake is van grotere wijzigingen zal het instemmingsbesluit hierop aangepast moeten worden.

Artikel 5

De melding van het feitelijk verrichten en beëindigen van werkzaamheden met betrekking tot kabels worden bijgehouden in een registratiesysteem. Dit systeem wordt naast het meldingsformulier gehanteerd. De volgende situaties zijn daarbij te onderscheiden:

  • -

    bij een gewone melding waarvoor een instemmingsbesluit is vereist (artikel 5.4, lid van de wet), wordt de feitelijke aanvang en beëindiging van (graaf)werkzaamheden ook (via de coördinator) door uitvoerder gemeld via het registratiesysteem.

  • -

    Bij werkzaamheden waar een melding van werkzaamheden van niet ingrijpende aard (artikel 2, lid 4 van de verordening) dient de uitvoerder telkens eenmaal per jaar een melding te laten doen via een meldingsformulier. Daarnaast dient de uitvoerder het feitelijk verrichten en beëindigen van de werkzaamheden via het registratiesysteem door te geven aan het registratiesysteem. Op deze wijze wordt bevorderd dat aanbieders alle (niet ingrijpende) werkzaamheden melden en heeft de gemeente daardoor vanuit haar coördinerende taak overzicht waar werkzaamheden aan kabels plaatsvinden.

    Deze procedure komt de uitvoeringspraktijk ten goede. Immers aanbieders worden niet telkens opgezadeld om voor elk niet ingrijpende werk een melding door middel van een formulier te doen (vermindering van de administratieve lastendruk).

  • -

    In geval van ernstige belemmeringen en storingen (artikel 3 van de verordening) vindt de melding aan de coördinator en het registratiesysteem. De melding wordt door de uitvoerder, zo spoedig mogelijk, nadat de ernstige belemmering of storing heeft plaatsgehad, gemeld met behulp van een meldingsformulier.

Artikel 10

Het kan voor komen dat bij de graafwerkzaamheden in of aan de openbare weg een kabel met een gemeentelijke watergang wordt gekruist. Afhankelijk van de situatie kan door middel van boogzinker of door middel van een gestuurde boring de kabel worden gelegd of verlegd. Een boogzinker is een soort kabelgoot in de vorm van boog die op een bepaalde diepte door een watergang wordt gevoerd en aan weerszijden van de kant van de watergangen omhoog steekt.

In het instemmingsbesluit kan specifiek bepaald worden waar de boogzinker of een gestuurde boring aan moet voldoen.

Artikel 14

Ten behoeve van de GEO informatiebeheersystemen van de gemeente wordt iedere uitvoerder (exploitant kabels en leidingen) verplicht om een revisietekening aan de afdeling Gevic over te leggen nadat de graafwerkzaamheden zijn uitgevoerd. Hierbij wordt voor het afleveren van de gegevens een termijn van een maand gehanteerd.

De tekeningen dienen geleverd te worden volgens het Informatie Model Kabels en Leidingen (IMKL). IMKL is een standaard indeling waarin de kabels die worden ingetekend een bepaalde eigenschap meekrijgen. In de tekening kan een kabel met een bepaalde kleur in stippellijn worden aangeduid. De tekeningen dienen in een bepaald programma (zogenaamde cadbestand dgn) te worden opgenomen.

Artikel 16

Het model formulier dient in twee gevallen te worden gebruikt:

  • -

    indien een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk (graaf)werkzaamheden wil verrichten (met betrekking tot kabels) dient de aanbieder dat 4 weken voor de aanvang van die werkzaamheden dit te melden aan het college;

  • -

    indien een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk werkzaamheden van niet ingrijpende aard wil verrichten, dient de aanbieder dat tenminste 2 dagen van te voren aan het college te melden.

Werkzaamheden van niet ingrijpende aard zijn werkzaamheden aan een openbaar elektronisch communicatienetwerk met een tracélengte van minder dan 25 meter (uitgezonderd de plaatsing van handholes, en niet vallend onder artikel 3 van de verordening en het aanbrengen of verwijderen van kabels in en vanuit reeds aangebrachte voorzieningen).

Artikel 17

Om het verlenen van instemmingsbesluiten te standaardiseren is een model instemmingsbesluit opgenomen.

Artikel 18

De verordening en dit besluit treden in werking op 1 juli 2009. De reden hiervoor is dat het voor de uitvoeringspraktijk wenselijk is om het nieuwe regime (verordening en uitvoeringsbesluit) in werking te laten treden op het moment dat telecommunicatiebedrijven bekend zijn met de systematiek van het registreren van meldingen via het registratiesysteem. Daarom wordt een implementatiefase van een maand in acht genomen.