Wegenverordening van Schieland en de Krimpenerwaard

Geldend van 06-12-2012 t/m heden

Intitulé

Wegenverordening van Schieland en de Krimpenerwaard 2012

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen
  • a beheer: de verantwoordelijkheid voor de instandhouding en bruikbaarheid van de weg en voor het door het waterstaatswerk vervullen van zijn functie of functies van algemeen nut.

  • b beplanting: hout-, struik-, veld- en tuingewassen;

  • c bestuur: het dagelijks bestuur van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard;

  • d grens van een weg: grens van al hetgeen ingevolge artikel 1 onder h tot de weg behoort. Waar geen duidelijke grens kan worden aangegeven, is - voor de toepassing van de verordening - de kadastrale eigendomsgrens bepalend;

  • e k unstwerken: bouwkundige constructies die deel uitmaken van het weglichaam zoals bruggen, tunnels, viaducten, sluizen, duikers en andere vergelijkbare voorzieningen;

  • f rijbaan: Het aaneengesloten deel van een verharde weg dat ervoor bestemd is om door voertuigen te worden bereden. Fietspaden, kaden en onverharde paden vallen dus niet onder de definitie van rijbaan en worden aangeduid met ‘paden';

  • g waterstaatswerk: oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering, ondersteunend kunstwerk en bijbehorende onderhoudsstroken, als zodanig in de legger is aangegeven, tenzij dat werk is vrijgesteld van de opneming in de legger als bedoeld in artikel 5.1 van de Waterwet, dan wel dat, als de vaststelling van de legger nog niet heeft plaatsgevonden, op de in artikel 6.2 bedoelde kaart van de keur van Schieland en de Krimpenerwaard is aangegeven;

  • h weg(en):

    • 1.

      de rijbanen, paden, trottoirs en alles wat naar de aard van de weg daartoe behoort o.a. middenbermen, tussenbermen en buitenbermen, picknickplaatsen, parkeerhavens en parkeerplaatsen, halteplaatsen voor het openbaar vervoer, parkeerstroken, wisselstroken, vluchtstroken en andere zij- en tussenstroken, glooiingen, grondkeringen en bermsloten;

    • 2.

      de zich daaronder, daarin, daarop en daarboven bevindende werken zoals kunstwerken, leidingen, beplanting, bebakening, markering, wegverlichting en alle andere op enigerlei wijze met de weg verbonden voorzieningen;

  • i werk(en): een werk of werken waarmee op enigerlei wijze de inrichting van de weg wordt veranderd of de verharding van de weg wordt opengebroken, waarbij in een weg wordt gegraven of gespit, de aard of breedte van de verharding wordt veranderd of anderszins wijzigingen worden aangebracht op, aan, in, onder of boven de weg alsmede het resultaat hiervan.

Artikel 2 Reikwijdte van de verordening
  • 1 Deze verordening is uitsluitend van toepassing op:

    • a.

      bij het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard in beheer zijnde wegen;

    • b.

      situaties buiten de grens van deze wegen, indien het doelmatig en veilig gebruik van die wegen in het geding is.

Hoofdstuk 2. Verboden

Artikel 3 Absolute verboden

Het is verboden om:

  • a.

    het voor het verkeer noodzakelijke uitzicht op of bij de weg te belemmeren;

  • b.

    de veiligheid of de doorstroming van het verkeer op de weg in gevaar te brengen;

  • c.

    boven de rijbanen en paden uitstekende takken te hebben op een geringere hoogte dan 4,00 m respectievelijk 3,00 m.

Artikel 4 Relatieve verboden

Het is verboden om:

  • a.

    een weg te gebruiken in strijd met het doel daarvan;

  • b.

    veranderingen aan de weg aan te brengen;

  • c.

    enig werk aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen boven, op, in, naast of onder de weg.

Hoofdstuk 3. Vergunning en algemene regels

Artikel 5 Vergunning en algemene regels
  • 1. Het bestuur kan van de verbodsbepalingen in artikel 4 ontheffing verlenen.

  • 2. Aan de vergunning kan het bestuur voorschriften of beperkingen verbinden ter bescherming van de belangen die deze verordening beschermt. Degene aan wie de vergunning is verleend, is verplicht de voorschriften of beperkingen na te leven.

  • 3. Het bestuur kan voor het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 4 algemene regels geven die een vrijstelling van de vergunningplicht inhouden. Hierbij kan de verplichting worden opgelegd deze handelingen te melden en daarvan opgave te doen aan het bestuur.

  • 4. Vergunningaanvragen en meldingen worden ingediend via een door het bestuur vastgesteld formulier.

  • 5. Geen vergunning krachtens artikel 4 is vereist voor handelingen die plaats hebben door of in opdracht van het bestuur ten behoeve van het aan het waterschap op grond van artikel 2 van de Waterschapswet opgedragen beheer.

  • 6. Een vergunning kan door het bestuur worden gewijzigd of ingetrokken als:

    • a.

      dit in het belang van het gebruik van de wegen, dan wel ter bescherming van de wegen of kunstwerken nodig is;

    • b.

      de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet of niet behoorlijk worden nageleefd;

    • c.

      een verandering in omstandigheden of inzichten dit rechtvaardigt;

    • d.

      de vergunning is verleend tengevolge van het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens;

    • e.

      de houder van de vergunning hierom verzoekt.

  • 7. Een vergunning of ontheffing kan worden verleend onder de beperking dat daarvan binnen een daarbij te stellen termijn gebruik moet zijn gemaakt om te voorkomen dat de vergunning van rechtswege vervalt.

Hoofdstuk 4. Strafbepalingen

Artikel 6 Toezicht en handhaving

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de daartoe door het bestuur aangewezen ambtenaren of andere personen.

Artikel 7 Strafbepalingen
  • 1. Overtreding van de bepalingen van deze verordening en de daarop gebaseerde regelgeving wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete tot ten hoogste het bedrag van de tweede categorie als genoemd in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

  • 2. Indien ten tijde van het plegen van de in het eerste lid genoemde overtreding nog geen jaar is verlopen sedert een vroegere veroordeling van de overtreder wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, kan hechtenis tot het dubbele van het gestelde maximum worden opgelegd.

  • 3. Het bestuur kan gebruikmaken van de bestuurlijke strafbeschikking. Met dit instrument mag het bestuur bij bepaalde overtredingen geldboetes opleggen aan zowel personen als bedrijven. De inning van het boetebedrag wordt afgehandeld via het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB).

Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 8 Overgangsbepalingen
  • 1. Een vergunning of ontheffing, verleend vóór de inwerkingtreding van deze verordening, waarbij een ingevolge deze verordening vergunning- of ontheffingplichtig werk of handelen door het bevoegd gezag is toegestaan, wordt geacht ingevolge deze verordening te zijn verleend.

  • 2. Voor al hetgeen ten tijde van inwerkingtreding van deze verordening rechtmatig tot stand is gebracht, wordt geacht vergunning of ontheffing ingevolge deze verordening te zijn verleend.

Artikel 9 Slotbepalingen
  • 1. Deze verordening treedt in werking op 6 december 2012.

  • 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Wegenverordening van Schieland en de Krimpenerwaard 2012.

  • 3. Met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze verordening zoals genoemd in het eerste lid van dit artikel, vervalt de Wegenverordening van Schieland en de Krimpenerwaard, zoals vastgesteld bij besluit van het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard van 25 november 2009.

Toelichting op de Wegenverordening van Schieland en de Krimpenerwaard 2012

Algemene toelichting

Naast wettelijke regelingen die van toepassing zijn mag het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard regels stellen voor zijn wegen. Een verordening strekt daartoe. Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard heeft dit gedaan in de Wegenverordening van Schieland en de Krimpenerwaard van 2009. Hoewel vrij recent vastgesteld blijkt die verordening vrij gedetailleerd en kent veel regels die specifiek betrekking hebben op wegen in beheer bij gemeentes. Met de nieuwe wegenverordening is beoogd te komen tot minder regels in een leesbaar document waarbij aangesloten wordt op de wegenverordeningen van andere wegbeherende waterschappen en de wegenverordeningen van enkele provincies. Zowel voor het bestuur als voor de burger levert dit voordeel op. Centraal uitgangspunt blijft daarbij het garanderen van de instandhouding, bruikbaarheid en veiligheid van de waterschapswegen door middel van een vergunningenstelsel en algemene regels. Minder regels betekent het werken met meer algemene regels in plaats van vergunningen. Uiteraard daar waar dat mogelijk is en voor zover de betrokken belangen zich daartegen niet verzetten. De algemene regels moeten gezien worden als een nadere invulling van de regels in deze verordening en komen in de plaats van de vergunningplicht. Om de administratieve lasten te verminderen is het uitgangspunt om voor zoveel mogelijk situaties algemene regels op te stellen. Voor het vergunningenstelsel wordt alleen gekozen indien maatwerk noodzakelijk is omdat het niet mogelijk is om voor specifieke situaties (begrijpelijke) standaardregels op te stellen.

Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Deze paragraaf schetst het kader waarbinnen het waterschap de Wegenverordening toepast. In het bijzonder is aandacht gegeven aan de werkingssfeer en aansprakelijkheid van derden.

Artikel 1 - Begripsomschrijvingen

Alleen begrippen zijn in dit artikel opgenomen die voor deze Wegenverordening nadere uitleg verdienen of een specifieke betekenis hebben. Niet omschreven begrippen ontlenen hun betekenis in de zin van deze verordening aan de wet- en regelgeving op het betreffende beleidsterrein.

Artikel 1 Sub a: Beheer

Beheer(der): Voor invulling van de term ‘beheer' wordt aangesloten bij de Memorie van Toelichting van de Wet Herverdeling Wegenbeheer (paragraaf l). Op de beheerder rust de verantwoordelijkheid voor de instandhouding van een weg en de plicht er zorg voor te dragen, dat de weg zijn functie(s) van algemeen nut vervult. Enerzijds moet de beheerder ervoor zorgen, dat de weg wordt beschermd tegen bedreigingen van de instandhouding en de functievervulling. Vanuit deze verantwoordelijkheid komt de beheerder tot het tot stand brengen van een verordening waarin bepaalde handelingen op of in de nabijheid van de weg worden verboden of aan een vergunning worden onderworpen. Anderzijds dient de beheerder er zorg voor te dragen, dat door onderhoud, gladheidbestrijding en dergelijke de weg zijn functie(s) kan blijven vervullen. Daarmee rust de verantwoordelijkheid voor het onderhoud bij de beheerder.

Artikel 1 Sub h: Begrip weg

Weg(en): In deze verordening kan niet worden volstaan met een omschrijving van de ‘weg' als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994 of de Wegenwet. Deze wetten hebben ieder hun eigen belang en hebben daarop de definitie van het begrip ‘weg' afgestemd. Deze verordening heeft beide wetten als basis. Daarom is de definitie van het begrip ‘weg' op beide afgestemd. Wat tot de ‘weg' behoort wordt vaak in de praktijk (jurisprudentie) bepaald. Daarom is in de definitie van het begrip ‘weg' de volgende bepaling opgenomen: ‘alles wat naar de aard van de weg daartoe behoort'. Deze bepaling biedt de ruimte om in de praktijk te bepalen wat onder het begrip ‘weg' valt.

Artikel 2 - Reikwijdte van de verordening

Artikel 2 lid 1 Sub a: Wegen in beheer van het hoogheemraadschap

Deze bepaling stelt, dat de Wegenverordening van toepassing is op wegen die in beheer zijn bij het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het begrip ‘beheer' is beslissend voor de vraag of de Wegenverordening van toepassing is, niet het eigendom. Voor invulling van de term beheer zie artikel 1 sub a. Daarnaast heeft de verordening alleen betrekking op situaties ter bescherming en instandhouding van de wegen waarvan het onderhoud ingevolge de Wegenwet en het reglement voor het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard bij het hoogheemraadschap berust en ter bescherming van de onder artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 genoemde belangen.

Sub b: Gronden buiten de grens van de weg

Deze bepaling biedt de mogelijkheid om ook tegen het gebruik van gronden buiten het weggebied op te treden. De beheerder kan buiten het weggebied alleen optreden als dat in het belang is van de bruikbaarheid en instandhouding van de weg en de veiligheid van de weggebruikers. Voorbeelden zijn: uitzicht, het graven onder een bepaalde helling, hinderlijke verlichting, het stoken van snoeihout, reclamezuilen en dergelijke.

Hoofdstuk 2 Verboden

De artikelen in deze paragraaf geven uitvoering aan de taak van de wegbeheerder ingevolge de Wegenwet.

Artikel 3 Absolute verboden

Algemeen

Dit artikel bestaat uit drie absolute verboden. Dat betekent dat er voor deze verboden nooit een vergunning wordt verleend. Doel van deze verboden is de instandhouding, bruikbaarheid en veiligheid van de weg te waarborgen.

Sub a: Verbod om het uitzicht voor het verkeer te belemmeren

Deze bepaling ziet onder andere op situaties waar zich voorwerpen, werken of beplantingen langs of boven de weg bevinden die het noodzakelijke uitzicht voor het verkeer belemmeren. Voorbeelden zijn het plaatsen van een reclamezuil langs de weg, of het plaatsen van verkiezingsborden op een zodanige manier dat het noodzakelijke uitzicht voor het verkeer wordt belemmerd.

Sub b: Verbod om veiligheid en doorstroming van het verkeer in gevaar te brengen

Deze bepaling ziet onder andere op situaties waar voorwerpen of stoffen op de weg worden geplaatst/gebracht of vloeistoffen te doen of te laten aflopen waardoor de veiligheid en/of de doorstroming van het verkeer in gevaar komt. Voorbeelden zijn een hek of raam dat over de weg opendraait of modder van landbouwvoertuigen die op de weg blijft liggen waardoor de doorstroming en de veiligheid in gevaar komen.

Sub c: Verbod om boven de rijbanen en paden uitstekende takken te hebben

Deze bepaling ziet op situaties waar beplanting langs of boven de weg het noodzakelijke uitzicht voor het verkeer belemmeren of schade kan veroorzaken. Eigenaren van beplanting hebben een onderhoudsplicht. Dit houdt onder andere in dat:

1. in slechte staat verkerende delen van de beplanting, die op de weg kunnen vallen, onmiddellijk moeten worden verwijderd;

2. op de weg gevallen beplanting onmiddellijk moet worden verwijderd;

3. onderhoud van beplanting zodanig moet plaatsvinden dat er in het profiel van vrije ruimte (zie tekening bijlage 1) geen overhangende beplanting aanwezig is. Dit houdt in dat boven de rijbanen en paden geen uitstekende takken mogen hangen op een geringere hoogte dan 4,00 m respectievelijk 3,00 m.

Artikel 4 Relatieve verboden

Algemeen

Dit artikel bestaat uit drie relatieve verboden. Voor deze verboden kan een vergunning verleend worden of het bestuur kan algemene regels opstellen.

Sub a: Verbod om weg te gebruiken in strijd met doel ervan

In deze bepaling is het verbod opgenomen om de weg te gebruiken in strijd met het doel ervan. Primair is de weg bedoeld om de noodzakelijke mobiliteit voor de samenleving mogelijk te maken. Echter naast dit verkeersdoel is er in de samenleving behoefte om de weg voor andere doeleinden te gebruiken. Een voorbeeld hiervan zijn evenementen.

Sub b: Verbod om veranderingen aan de weg aan te brengen

In deze bepaling is het verbod opgenomen om veranderingen aan de weg aan te brengen. Er mag dus niets veranderd worden aan de rijbanen, paden, trottoirs, bermen, stroken en parkeerplaatsen etc. (zie artikel 1 sub h onder 1). Er mag niets veranderd worden aan alles wat zich op en onder de weg bevindt (zie artikel 1 sub h onder 2). Deze bepaling ziet onder andere op het maken, hebben of wijzigen van een uitweg of het graven, spitten of op andere wijze aantasten van de weg. Voorbeeld is het maken van een uitweg van een huis of bedrijf naar een weg.

Sub c: Verbod om enig werk aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen boven, op, in, naast of onder de weg

In deze bepaling is het verbod opgenomen om enig werk aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen boven, op, in, naast of onder de weg. Het begrip ‘werk' is uitgewerkt in artikel 1 onder sub i. Deze bepaling ziet onder andere op het leggen van kabels en leidingen en het plaatsen, aanbrengen van of hebben van kramen, tenten, kiosken en reclamezuilen.

Nadere uitwerking relatieve verboden (artikel 4) Welke situaties vallen onder dit verbod?

Alle situaties waarin de weg wordt gebruikt in strijd met het doel ervan, de weg wordt veranderd, of wanneer er enig werk wordt aangebracht, gehouden, veranderd verwijderd op, in, boven, of onder de weg. Voor deze verboden bestaat de mogelijkheid een vergunning aan te vragen. De meeste vergunningen worden aangevraagd voor het maken van een uitweg, plaatsen borden (met constructie) en erfafscheidingen of het leggen van kabels en leidingen.

De volgende onderwerpen worden hieronder nader uitgewerkt:

1. Uitweg

2. Borden

3. Kabels en leidingen

4. Planten van bomen, struiken en heggen

5. Openbare verlichting

6. Afrasteringen/hekwerken

7. Evenementen

8. Obstakels in de berm

9. (Bouw)materialen in de wegberm

Er zijn nog meer situaties die onder deze bepaling vallen, zoals het aanbrengen van of hebben van objecten. Voor deze onderwerpen is geen nadere uitwerking verricht omdat deze zeer weinig voorkomen. In deze andere gevallen wordt getoetst aan het kader van de Wegenverordening en de belangen die de Wegenverordening beschermt, alsmede de Beleidsnota ontheffing- en vergunningverlening wegen van 2004.

1. Uitweg

Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder b om een uitweg aan te leggen of te wijzigen. Bij erftoegangswegen (60 km/u wegen) is het uitgangspunt dat in principe één uitweg per perceel wordt toegestaan. Als de uitweg voldoet aan de algemene regels is een melding voldoende. In andere gevallen kan een vergunning worden verleend.

2. Borden

Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c borden te plaatsen op de weg. Uitgangspunt is dat geen borden op de weg geplaatst mogen worden. Voor onderstaande borden of uitingen kan vrijstelling worden verleend door een algemene regel:

1. toeristische en projectborden (een definitie is opgenomen in de algemene regel);

2. borden bij evenementen (een definitie is opgenomen in de algemene regel);

Voor de volgende borden kan vergunning worden verleend:

3. mottoborden en reclameborden of andere uitingen van reclame;

Ad. 3: Reclameborden of andere uitingen van reclame

Uitgangspunt is dat reclame veelal geen direct functionele betekenis voor de weggebruiker heeft. De toepassing of de wenselijkheid ervan in de directe omgeving van de weg moet zorgvuldig worden afgewogen, aangezien reclame een afleidende werking kan hebben. Daarnaast wil het hoogheemraadschap als wegbeheerder de weg overzichtelijk houden. Aanvragen worden getoetst aan de Wegenverordening.

Het plaatsen van verkeersborden valt niet onder de Wegenverordening. Onder verkeersborden vallen de borden als bedoeld in artikel 4 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (verder te noemen BABW).

3. Kabels en leidingen

Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c kabels en leidingen aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen boven, op, in of onder de weg. Het betreft onder meer kabels en leidingen voor telecommunicatie, elektriciteitskabels, gasleidingen, waterleidingen en rioleringen. Van dit verbod kan vrijstelling worden verleend door algemene regels (acceptatie van de melding) of door een vergunning. Als het werk niet volgens de algemene regels verricht kan worden moet een vergunning worden aangevraagd. Een uitzondering geldt voor werkzaamheden in verband met storingen en andere voorvallen die direct ingrijpen noodzakelijk maken. Deze werkzaamheden moeten telefonisch of via e-mail worden gemeld en mogen starten zonder dat de melding schriftelijk wordt geaccepteerd.

4. Planten van bomen, struiken en heggen

Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c bomen, struiken en heggen aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen in de weg. Van dit verbod kan vrijstelling worden verleend door algemene regels (acceptatie van de melding) of door een vergunning. Als het werk niet volgens de algemene regels verricht kan worden moet een vergunning worden aangevraagd.

5. Openbare verlichting

Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c openbare verlichting aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen in de weg. Van dit verbod kan vrijstelling worden verleend door algemene regels (acceptatie van de melding) of door een vergunning. Als het werk niet volgens de algemene regels verricht kan worden moet een vergunning worden aangevraagd.

6. Afrasteringen/hekwerken

Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c afrasteringen/hekwerken aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen in de weg. Van dit verbod kan vrijstelling worden verleend door algemene regels (acceptatie van de melding) of door een vergunning. Voor het toestaan van afrasteringen/hekwerken in de berm wordt een belangenafweging gemaakt tus­sen de voor- en nadelen. Dit betreft de gevolgen voor onderhoud, maar ook die voor de verkeersveiligheid en bereikbaarheid.

7. Evenementen

Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder a een weg te gebruiken in strijd met het doel daarvan. Een voorbeeld hiervan is het houden van een evenement. Van dit verbod kan vrijstelling worden verleend door algemene regels (acceptatie van de melding) of door een vergunning. Er zijn evenementen die volledig of voor een deel op de weg plaatsvinden. Het gaat om bijvoorbeeld wielerwedstrijden, hardloopwedstrijden, skeelertochten, braderieën en markten. Dit soort evenementen komt regelmatig voor. Voor het toestaan van evenementen wordt een belangenafweging gemaakt tus­sen de voor- en nadelen. Dit betreft de gevolgen voor onderhoud, maar ook die voor de verkeersveiligheid en bereikbaarheid.

8. Obstakels

Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c obstakels aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen in de weg. Van dit verbod kan vrijstelling worden verleend door algemene regels (acceptatie van de melding) of door een vergunning. Voor het toestaan van obstakels in de berm wordt een belangenafweging gemaakt tus­sen de voor- en nadelen. Dit betreft de gevolgen voor onderhoud, maar ook die voor de verkeersveiligheid en bereikbaarheid.

9. (Bouw)materialen

Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c (bouw)materialen aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen in de weg. Van dit verbod kan vrijstelling worden verleend door algemene regels (acceptatie van de melding) of door een vergunning. Het is soms niet mogelijk om bouwmaterialen op eigen terrein op te slaan. Het tijdelijk plaatsen van (bouw)materialen in de berm komt regelmatig voor. Voor het tijdelijk toestaan van (bouw)materialen in de berm wordt een belangenafweging gemaakt tus­sen de voor- en nadelen. Dit betreft de gevolgen voor onderhoud, maar ook die voor de verkeersveiligheid en bereikbaarheid.

Hoofdstuk 3 Vergunning en algemene regels

Artikel 5 Vergunning en algemene regels

Artikel 5lid 1: Vergunning voor verboden van artikel 4

Dit artikel regelt de mogelijkheid voor het bestuur om een vergunning te verlenen voor de relatieve verbodsbepalingen opgenomen in artikel 4. Een vergunning wordt verleend op aanvraag. Een vergunning is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De Algemene wet bestuursrecht is op de vergunningenprocedure van toepassing.

Artikel 5lid 2: Voorschriften of beperkingen vergunning

In de vergunning kunnen voorschriften of beperkingen worden opgenomen. Degene aan wie de vergunning is verleend, dient deze voorschriften en beperkingen na te leven. De voorschriften of beperkingen worden gesteld ter bescherming van de belangen die deze verordening beschermt.

Artikel 5lid 3 en 4: Algemene regels

Deze bepaling biedt de mogelijkheid voor het bestuur om algemene regels op te stellen eventueel met een meldingensysteem. Vergunningaanvragen moeten met een door het bestuur vastgesteld formulier worden ingediend. Bij de relatieve verboden (artikel 4) zijn de algemene regels een vervanging van de vergunning, zoals opgenomen in artikel 5 lid 1. Als voldaan wordt aan de algemene regels is er geen vergunning nodig. Er moet wel een melding worden gedaan. Indien aan de algemene regels wordt voldaan kan men starten met de betreffende werkzaamheden/handelingen. De melding wordt schriftelijk geaccepteerd door middel van een ontvangstbevestiging.

Artikel 5lid 5: Uitzondering voor werkzaamheden door of namens het hoogheemraadschap uitgevoerd.

Als het hoogheemraadschap net als een inwoner of een bedrijf een werk wil uitvoeren waarop de wegenverordening van toepassing is, moet het hoogheemraadschap voor zichzelf een vergunning aanvragen (bijvoorbeeld voor het maken van een uitweg op de openbare weg bij een zuivering of gemaal). De in de wegenverordening vermelde verboden zijn echter niet van toepassing op handelingen, werken, werkzaamheden en gedragingen die het hoogheemraadschap als wegbeheerder doet ten behoeve van de bescherming en instandhouding van de wegen. Dan treedt het hoogheemraadschap als beheerder op.

Artikel 5lid 6: Intrekken en wijzigen vergunning

In deze bepalingen zijn de gronden genoemd waarin een vergunning ingetrokken of gewijzigd kan worden. Het intrekken of wijzigen van de vergunning is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk 4 Strafbepalingen

Artikel 6Toezicht en handhaving

Het bestuur kan zelf ambtenaren (laten) aanwijzen die de verordening kunnen handhaven. Dit kunnen buitengewone opsporingsambtenaren (verder te noemen BOA's) zijn in de zin van artikel 142 Wetboek van Strafvordering of toezichthouders in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

BOA's in de zin van artikel 142 Wetboek van Strafvordering

Het bestuur kan op basis van het Wetboek van Strafvordering ambtenaren laten aanwijzen als buitengewoon opsporingsambtenaar. Artikel 142 bepaalt: ‘Met de opsporing van strafbare feiten zijn als buitengewoon opsporingsambtenaar belast de personen die bij bijzonderde wetten met de opsporing van de daarin bedoelde strafbare feiten worden belast, of die bij verordening zijn belast met het toezicht op naleving daarvan, een en ander voor zover het die feiten betreft en de personen zijn beëdigd. In het besluit Buitengewoon opsporingsambtenaar zijn nadere regels gegeven over onder meer de aanwijzing, de instructie en de eisen waaraan BOA's moeten voldoen.

De door het bestuur zelf aangewezen ambtenaren op grond van de Algemene wet bestuursrecht

Artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt, dat een toezichthouder bij of krachtens de wet als toezichthouder moet worden aangewezen. De toezichthouder heeft de beschikking over bevoegdheden als genoemd in hoofdstuk 5 van de Algemene wet estuursrecht, voorzover een dergelijke bevoegdheid niet bij wet is uitgezonderd. De toezichthouder werkt onder verantwoording van het bestuursorgaan. De toezichthouder maakt overtredingen ongedaan langs de bestuurlijke weg; via een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang.

Artikel 7 Strafbepalingen

Sinds 1 mei 2012 kan het hoogheemraadschap gebruikmaken van de bestuurlijke strafbeschikking. Met dit instrument mag het hoogheemraadschap bij bepaalde overtredingen geldboetes opleggen aan zowel personen als bedrijven. Daarbij kan gedacht worden aan overtredingen als een illegale lozing van stoffen, het handelen in strijd met vergunningvoorschriften en het zonder vergunning verrichten van werkzaamheden op een kade. De wetgeving maakt de bestuurlijke strafbeschikking mogelijk voor alle water- en hoogheemraadschappen. Deze mogelijkheid bestaat naast de al geruime tijd inzetbare bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen en strafrechtelijke instrumenten. De waterschappen mogen nu al een dwangsom opleggen of bestuursdwang toepassen en kunnen al strafrechtelijk optreden, bijvoorbeeld door het opmaken van een proces-verbaal voor geconstateerde overtredingen. Een ‘BSB' kan vergeleken worden met een parkeerboete die uitgeschreven wordt door parkeerwachten van de gemeente. De uiteindelijke inning van het boetebedrag wordt afgehandeld via het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), het bureau dat ook de door de politie uitgeschreven verkeersboetes invordert.

Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 8 Overgangsbepalingen

Het eerste lid van dit artikel beoogt werken die vóór inwerkingtreding van de Wegenverordening met vergunning zijn aangebracht en ook ingevolge de geldende Wegenverordening vergunningplichtig zijn, de status te geven van werken die met een vergunning ingevolge de Wegenverordening zijn aangebracht.

Ingevolge het tweede lid worden werken, die vóór inwerkingtreding van de Wegenverordening zonder vergunning legaal konden worden aangelegd en ingevolge de geldende Wegenverordening vergunningplichtig zijn, aangemerkt als met vergunning ingevolge de geldende Wegenverordening aangebracht.

Artikel 9 Slotbepalingen

In deze bepalingen wordt de intrekking van de oude Wegenverordening, de inwerkingtreding van de nieuwe Wegenverordening en de aanhaaltitel geregeld.

Algemene regels bij de Wegenverordening van Schieland en de Krimpenerwaard 2012

Inleiding algemene regels

In de Wegenverordening van Schieland en de Krimpenerwaard 2012 zijn een aantal handelingen, werken, werkzaamheden en gedragingen die op de één of andere manier van invloed (kunnen) zijn op de veiligheid van het verkeer of de vrijheid op de weg verboden. Onder bepaalde voorwaarden, zoals opgenomen in beleidsregels, kunnen voor specifieke activiteiten vergunningen van die verboden worden verleend. Een vergunningaanvraag doorloopt een daartoe ingerichte procedure, welke enkele weken in beslag neemt. Daarnaast zijn legeskosten verbonden aan het in behandeling nemen van een vergunningaanvraag.

Bepaalde, regelmatig voorkomende activiteiten hebben weinig invloed op de staat van de openbare wegen en de veiligheid op de weg in het beheergebied van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Om de administratieve lasten voor zowel het hoogheemraadschap als voor burgers/bedrijven te verminderen en om de regelgeving omtrent deze activiteiten in, op, onder en boven de wegen te vereenvoudigen, zijn voor deze veel voorkomende, weinig risicovolle activiteiten algemene regels opgesteld, overeenkomstig artikel 5 lid 3 van de Wegenverordening van Schieland en de Krimpenerwaard 2012.

Door het stellen van algemene regels zijn de betreffende activiteiten niet langer vergunningplichtig, maar kan wel een meldingsplicht worden opgelegd. Aan het behandelen van een melding zijn geen legeskosten verbonden. Indien bij een melding blijkt dat wordt afgeweken van de in de algemene regels gestelde voorwaarden, moeten de activiteiten alsnog conform de algemene regels worden uitgevoerd, of moet er een vergunningaanvraag worden ingediend. Wanneer sprake is van een werk waarbij zowel vergunningplichtige als meldingsplichtige activiteiten, zoals bedoeld in deze algemene regels, worden uitgevoerd, dient voor alle activiteiten gezamenlijk een vergunningaanvraag te worden ingediend. De aanvraag wordt dan getoetst aan de beleidsregels zoals genoemd in de Beleidsnota ontheffing- en vergunningverlening wegen van 2004.

De algemene regels behorend bij de Wegenverordening van Schieland en de Krimpenerwaard 2012 hebben betrekking op de openbare wegen overeenkomstig artikel 1 sub h van de Wegenverordening en zoals aangegeven op Kaart 7.

Voor de volgende verboden activiteiten zijn algemene regels opgesteld:

1. Het aanbrengen, verwijderen of behouden van een uitweg naar de openbare weg.

2. Het aanbrengen, verwijderen of behouden van borden.

3. Het aanleggen, verwijderen of behouden van kabels en leidingen en het maken van lasgaten ten behoeve van huisaansluitingen bij percelen.

4. Het aanbrengen, verwijderen of behouden van openbare verlichting.

5. Het aanplanten, verwijderen of behouden van bomen, struiken en heggen.

6. Het aanbrengen, verwijderen of behouden van afrasteringen/hekwerken.

7. Het houden van evenementen.

8. Het plaatsen, verwijderen of behouden van obstakels in de berm ten behoeve van objectbescherming.

9. Het tijdelijk plaatsen van (bouw)materialen in de wegberm.

1. Het aanbrengen, wijzigen, verwijderen of behouden van een uitweg naar de openbare weg

(In plaats van "uitweg" wordt ook wel de term "inrit of uitrit" gebruikt; het gaat feitelijk om dezelfde situatie)

Kader

Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder b van de Wegenverordening een uitweg aan te leggen, te wijzigen of te verwijderen. Artikel 5 lid 3 van de Wegenverordening geeft het bestuur de mogelijkheid voor het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 5 algemene regels te geven welke kunnen inhouden een vrijstelling van de vergunningplicht.

Toelichting van de algemene regel

Het belang van het hoogheemraadschap bij het aanbrengen, wijzigen of verwijderen van een uitweg betreft het bevorderen van het veilige gebruik en het optimaal functioneren van een weg. Hierbij is het minimaal verstoren van de verkeersstroom een voorwaarde. Dit kan onder andere worden bereikt door het aantal aansluitingen en daarmee mogelijke gevaarpunten te verminderen of te concentreren. Het aanbrengen, wijzigen of verwijderen van een uitweg betreft vanuit verkeerstechnisch oogpunt echter een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante verkeerstechnische belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel.

Toetsingscriteria en voorwaarden

Voor het aanbrengen, wijzigen, verwijderen of behouden van een uitweg is geen vergunning volgens artikel 4 onder b van de Wegenverordening vereist, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

1. de aan te brengen uitweg dient ter ontsluiting van een perceel met een maximum van één uitrit per (kadastraal) perceel;

2. de uitweg heeft een maximale aansluitbreedte van 12,00 meter op de doorgaande rijbaan (uitrit­breedte van 6 meter met 2 x 3 meter bochtstraal);

3. de aansluiting van de uitweg moet worden gemaakt zonder hoogteverschil op de bestaande wegverharding waarbij er ook in de toekomst geen hoogteverschil ontstaat;

4. binnen een afstand van 1,50 meter uit de kant van de rijbanen mogen geen beplantingen of andere obstakels worden aangebracht, welke het uitzicht op of van de uitweg kunnen belemmeren;

5. de uitweg moet van een zodanige constructie zijn, dat de afwatering vanaf de openbare weg altijd ongehinderd kan plaatsvinden, dat deze niet kan verzakken en binnen het weggebied geen verzakkingen kunnen optreden;

6. bij het verwijderen van een uitweg moet deze geheel worden verwijderd en moeten de rijbaan en de wegberm in oorspronkelijke staat worden hersteld;

7. het aanbrengen, wijzigen of verwijderen van een uitweg dient twee weken voorafgaand aan de uitvoering te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;

8. bij de melding als bedoeld onder 7 dient een situatietekening te worden gevoegd waarop de locatie van het uit te voeren werk duidelijk staat aangegeven, inclusief de afmetingen van de uitweg;

9. het verkeer moet zo min mogelijk hinder van de werkzaamheden hebben. De werkzaamheden moeten duidelijk worden aangegeven, bijvoorbeeld door (waar- schuwings)borden;

10. minimaal één week voordat met de werkzaamheden wordt begonnen moet over deze waarschuwingsborden overleg worden gevoerd met de wegbeheerder tel. 010-4537200;

11. de te gebruiken wegafzetting moet voldoen aan de CROW-publicatie 96b;

12. er mag alleen tussen zonsopkomst en zonsondergang aan de aansluiting op de weg worden gewerkt. Bij het opbreken van een gedeelte van de weg om de uitweg aan te sluiten, moet dat gedeelte in ieder geval tussen zonsondergang en zonsopkomst weer dicht en verhard zijn;

13. voor aanvang van de werken moet worden nagegaan of er kabels, leidingen en/of kranen en dergelijke in de wegberm liggen Voor nadere informatie zie de website van het kadaster (http://www.kadaster.nl/klic/);

14. de werken dienen in goede staat te worden onderhouden. Dit betekent in ieder geval dat beschadigingen en/of verzakkingen direct dienen te worden hersteld, al dan niet op aanzeggen van het college van dijkgraaf en heemraden. Hierbij dient vooraf contact opgenomen te worden met de met het toezicht belaste ambtenaar van het hoogheemraadschap. Zijn aanwijzingen dienen direct te worden opgevolgd;

15. indien met het maken van de uitweg schade is veroorzaakt aan het wegdek, de berm, of de beplanting dan moet dit direct op kosten van de melder worden hersteld.

16. als Schieland en de Krimpenerwaard het nodig vindt om tijdelijk verkeerstekens/verkeersborden te plaatsen of weg te halen, moet de melder de daarvoor gemaakte kosten betalen;

17. degene die een uitweg heeft aangebracht, wijzigt of verwijdert de uitweg op eigen kosten en op eerste aanzegging van het bestuur indien dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van beheer- of onderhoudshandelingen door het waterschap of anderszins in het belang van het wegbeheer;

18. de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;

19. alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard kan verlangen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;

20. alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van verkeerstechnische belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;

21. aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt.

Met welke regels van het hoogheemraadschap hebt u nog meer te maken?

U wilt een uitweg maken naar de openbare weg maar kunt niet voldoen aan één of meer van de voor waarden uit de algemene regel? Dan toetsen wij uw aanvraag aan de overige regels van de Wegenverordening. Misschien kunt u dan toch een vergunning krijgen.

Komt de uitweg op een waterkering te liggen of over een watergang? Dan hebt u ook te maken met de regels uit de Keur van het hoogheemraadschap. De aanleg dient dan te gebeuren in overleg met de met de afhandeling van de melding belaste medewerker van het team Advies & Vergunningverlening van het hoogheemraadschap. Belt u voor meer informatie (010-4537335).

Overgangsrecht

Een vergunning of deel van een vergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingplichtige werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.

2. Het aanbrengen, verwijderen of behouden van borden

Deze algemene regel is niet van toepassing op het aanbrengen van mottoborden, reclameborden of andere uitingen van reclame en het aanbrengen van verkeersborden.

Kader

Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c van de Wegenverordening borden te plaatsen, te wijzigen of te verwijderen op de weg. Artikel 5 lid 3 van de Wegenverordening geeft het bestuur de mogelijkheid voor het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 5 algemene regels te geven welke kunnen inhouden een vrijstelling van de vergunningplicht.

Toelichting van de algemene regel

Het belang van het hoogheemraadschap bij het aanbrengen van borden betreft het bevorderen van het veilige gebruik en het optimaal functioneren van een weg. Hierbij is het minimaal verstoren van de verkeersstroom een voorwaarde. Het aanbrengen van een bord betreft vanuit verkeerstechnisch oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante verkeerstechnische belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Voor onderstaande borden of uitingen kan vrijstelling worden verleend door een algemene regel:

1. toeristische en projectborden (zie definitie);

2. borden bij evenementen (zie definitie).

Definitie toeristische borden en overige bewegwijzering

Toeristische bewegwijzering zijn borden die niet aan te merken zijn als verkeersborden en ook niet aan te merken zijn als reclameborden. Voorbeelden van toeristische bewegwijzering zijn: streeknaambord, informatieborden, informatiekasten en doelverwijzingsborden (bruine borden met witte letters). Voorbeelden van voorzieningen die in aanmerking komen voor een doelverwijzing zijn: horeca, verblijfsaccommodaties, dagrecreatie, waterrecreatie en sport. Bij het aanbrengen van toeristische bewegwijzering worden door het hoogheemraadschap als uitgangspunten gehanteerd: het zoveel mogelijk beperken van het aantal borden en verwijzen van grof naar fijn bewegwijzeren. Het laatste houdt in: eerst bewegwijzering van plaatsnamen/toeristische gebieden via utilitaire bewegwijzering en pas daarna bewegwijzering van doelen middels toeristische bewegwijzering.

Overige bewegwijzering : de overige bewegwijzering is bewegwijzering naar lokale objecten. Het betreft objecten met een maatschappelijke functie die niet zijn opgenomen in de utilitaire bewegwijzering en die niet in aanmerking komen voor toeristische bewegwijzering. Een aantal voorbeelden zijn ziekenhuizen, verzorgingshuizen, begraafplaatsen en gemeentehuizen.

Definitie projectborden

Projectborden zijn borden die geplaatst worden bij projecten aan wegen zoals bijvoorbeeld bij het onderhoud of het aanleggen van een weg.

Definitie borden bij evenementen

Op/aan wegen vinden regelmatig diverse evenementen plaats. Vanuit verkeersveiligheids- en doorstromingsmotieven kan het noodzakelijk zijn, dat naar de locatie waar het evenement plaatsvindt tijdelijk wordt verwezen. Hierbij gelden de volgende specifieke uitgangspunten:

A. evenementen hebben een tijdelijk karakter, verwijzing naar evenementen zijn daarom gedurende een beperkte periode op/aan de weg aanwezig. In de algemene regel wordt dan ook een zo kort mogelijke periode aangehouden voor het aanwezig mogen zijn van borden op/aan de weg;

B. het hoogheemraadschap staat geen andere verwijzing naar een evenement op/aan de wegen toe dan wanneer het evenemententerrein of de -locatie bereikt kan worden door het volgen van de utilitaire of reguliere bewegwijzering of doelverwijzingsborden.

Toetsingscriteria en voorwaarden

Voor het aanbrengen, wijzigen, verwijderen of behouden van een bord op de weg is geen vergunning volgens artikel 4 onder c van de Wegenverordening vereist indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

1. het bord moet zodanig worden geplaatst dat deze geen gevaar en hinder voor de overige weggebruikers kan veroorzaken;

2. het bord moet worden geplaatst op een afstand van minimaal 0,50 meter uit de kant van de rijbaan;

3. binnen een afstand van 1,50 meter uit de kant van de rijbanen mogen geen borden worden aangebracht, welke het uitzicht op of van de weg kunnen belemmeren;

4. als het bord bevestigd is aan een paal of constructie moet het bord met de onderzijde op een afstand van minimaal 1,50 meter boven het wegdek worden aangebracht;

5. de borden mogen niet groter dan 1.00 m bij 1.00 m;

6. toeristische of overige bewegwijzeringsborden moeten worden geplaatst volgens de Richtlijn bewegwijzering, publicatie 222 van het CROW, vastgesteld in juli 2005. Dit geldt voor de locatie, vormgeving, maat voering en kleurstellingen;

7. borden bij evenementen mogen niet langer dan vijf aanééngesloten dagen aanwezig zijn en moeten direct na het evenement worden verwijderd waarna de berm in oorspronkelijke toestand moet worden hersteld;

8. bij het plaatsen van de borden moet rekening worden gehouden met de eventuele ligging van kabels en leidingen. Voor nadere informatie zie de website van het kadaster (http://www.kadaster.nl/klic/);

9. de borden moeten in een goede staat van onderhoud blijven;

10. het bord mag niet worden bevestigd aan wegmeubilair;

11. de bij het verwijderen van borden ontstane gaten in de berm moeten direct worden aangevuld met grond en vervolgens worden ingezaaid met graszaad bermmengsel;

12. degene die een bord heeft aangebracht, wijzigt of verwijdert de uitweg op eigen kosten en op eerste aanzegging van het bestuur indien dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van beheer- of onderhoudshandelingen door het waterschap of anderszins in het belang van het wegbeheer;

13. het aanbrengen van een bord dient twee weken voorafgaand aan de uitvoering te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;

14. bij de melding als bedoeld onder 13 dient een situatietekening te worden gevoegd waarop de locatie van het uit te voeren werk duidelijk staat aangegeven,inclusief de afmetingen van de borden;

15. de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;

16. alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard kan verlangen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;

17. alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van verkeerstechnische belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;

18. aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt.

Met welke regels van het hoogheemraadschap hebt u nog meer te maken?

U wilt borden plaatsen maar kunt niet voldoen aan één of meer van de voor waarden uit de algemene regel? Dan toetsen wij uw aanvraag aan de overige regels van de Wegenverordening. Misschien kunt u dan toch een vergunning krijgen.Wilt u de borden plaatsen op een waterkering of vlak langs een watergang? Dan hebt u ook te maken met de regels uit de Keur van het hoogheemraadschap. De aanleg dient dan te gebeuren in overleg met de met de afhandeling van de melding belaste medewerker van het team Advies & Vergunningverlening van het hoogheemraadschap. Belt u voor meer informatie (010-4537335).

Overgangsrecht

Een vergunning of deel van een vergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingplichtige werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.

3. Aanleggen, verwijderen of behouden van kabels en leidingen ten behoeve van huisaansluitingen en het maken van las- of aansluitgaten

Deze algemene regel is niet van toepassing op het aanbrengen van kabels en leidingen in eco-bermen. Een overzicht van de eco-bermen is aangegeven in Bijlage 1.

Kader

Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c van de Wegenverordening kabels en leidingen aan te leggen, te wijzigen of te verwijderen en las- of aansluitgaten te maken boven, op, in of onder de weg. Artikel 5 lid 3 van de Wegenverordening geeft het bestuur de mogelijkheid voor het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 5 algemene regels te geven welke kunnen inhouden een vrijstelling van de vergunningplicht.

Toelichting van de algemene regel

Het belang van het hoogheemraadschap bij het aanbrengen, wijzigen of verwijderen van kabels en leidingen en het maken van las- of aansluitgaten betreft het bevorderen van het veilige gebruik en het optimaal functioneren van een weg. Hierbij is het minimaal verstoren van de verkeersstroom een voorwaarde. Dit kan onder andere worden bereikt door het aantal aansluitingen en daarmee mogelijke gevaarpunten te verminderen of te concentreren. Het aanbrengen, wijzigen of verwijderen van kabels en leidingen en het maken van las- of aansluitgaten betreft vanuit verkeerstechnisch oogpunt echter een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante verkeerstechnische belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Op de aanvulling van sleuven is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Dat betekent dat de aanvulling van sleuven met schone grond dient te worden uitgevoerd. Er is een aantal bermen aangewezen die op ecologische wijze beheerd worden, de zogenaamde eco-bermen. Door verschraling van de bodem en het tegengaan van vervuiling wordt voor deze bermen een meer soortenrijke planten- en dierenpopulatie nagestreefd. In eco-bermen mogen geen kabels en leidingen worden aangelegd.

Toetsingscriteria en voorwaarden

Voor het aanbrengen, wijzigen, verwijderen of behouden van kabels en leidingen en het maken van las- of aansluitgaten is geen vergunning volgens artikel 4 onder b van de Wegenverordening vereist, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

1. de kabels en leidingen moeten zoveel mogelijk buiten de verharding worden gelegd;

2. de sleuf moet worden gegraven op minimaal 30 cm uit de kant van de weg;

3. er mag niet worden gewerkt binnen het profiel dat ligt onder de lijn die een hoek van 45 graden maakt met de zijkant van de wegverharding;

4. kruisingen met de rijbaanverharding moeten rechthoekig gebeuren;

5. de dekking boven de kabels en leidingen moet voor CAI 0,60 meter, telecom 0,60 meter, elektra LS / MS 0,65 meter, gas 0,80 meter en voor water 1,00 meter bedragen;

6. de kabels en leidingen moeten bij bomen, uitwegen, wegenverhardingen en kunstwerken zoveel mogelijk via een persboring respectievelijk via een gestuurde boring worden gelegd, respectievelijk verlegd; bij de aanleg van de kabels of leidingen onder de weg welke ligt op een waterkering moet de kruising met de weg worden gemaakt met een open ontgraving;

7. de kabel- of leidingsleuf in asfalt moet altijd op klinkermaat worden ingezaagd;

8. elk opgebroken gedeelte moet telkens voor zonsondergang zijn gedicht en verhard;

9. wanneer met de uitvoering van een werk is gestart moet het werk onafgebroken en met spoed worden voortgezet;

10. verzakkingen van bermen, verhardingen, sloottaluds, oevers enz. die het gevolg zijn van de uitgevoerde werken, moeten gedurende een jaar na uitvoering door de kabel- en leidingbeheerder en op zijn kosten worden bijgewerkt. Het profiel van de te graven sleuven voor het leggen, verleggen of herstellen van kabels en leidingen moet zo klein mogelijk worden gehouden. Voordat met graafwerkzaamheden in wegbermen wordt gestart moet de berm worden gemaaid en maaisel worden afgevoerd;

11. na het einde van de werkdag moeten de sleuven/gaten worden gedicht en de verkeersmaatregelen worden weggedraaid, tenzij de maatregelen voor de veiligheid van het verkeer noodzakelijk blijven;

12. de verontreinigde weg moet direct worden gereinigd;

13. de materialen afkomstig uit de ontgravingen moeten direct worden afgevoerd;

14. bij het graven in de berm moeten de graszoden en de uitkomende grond afzonderlijk worden gehouden. De aanvul­ling van de sleuf moet geschieden in lagen van ten hoogste 10 cm dikte, welke ieder afzonderlijk goed en vast met een pneumatische stamper moeten worden aangestampt. De eventu­eel ontbrekende materialen benodigd om het oorspronkelijke profiel te verkrijgen, moeten door en voor rekening van de vergun­ninghou­der worden bijgeleverd. Deze materialen mogen niet verontreinigd zijn. De aangevulde sleuf moet opnieuw geheel worden afgedekt met graszoden of ingezaaid met graszaad bermmengsel;

15. de aanvulling van de sleuf in de wegverharding moet geschieden in lagen van ten hoogste 20 cm welke ieder afzonderlijk met een trilplaat c.q pneumatische stamper moeten worden verdicht. Er moet een nieuwe fundering van hoogovenslakken worden aangebracht van minimaal 40 cm na verdichting. Tijdelijk moet de sleuf worden gedicht met betonklinkers, waarna de sleuf regelmatig moet worden gecontroleerd op zettingen en zonodig moet worden opgehaald. Na zetting van de sleuf c.q. reparatiegat moet deze worden afgedekt met een nieuwe asfaltlaag. Het asfalt moet worden aangebracht door een in het asfaltwerk gespeci­aliseerd bedrijf;

16. bij wegen met een mesh-track wapening moet de wapening na zetting van de sleuf aan alle zijden van de sleuf c.q gat over een breedte van 25 cm worden vrijgemaakt. Daarna moet over de volle lengte en breedte van de ontgraving inclusief de gemaakte overlap een nieuwe mesh-track wapening worden aangebracht;

17. de aan te brengen asfaltlaag moet vloeiend in het bestaan de wegdek verlopen en de waterafvoer mag door het nieuwe asfalt niet worden belemmerd;

18. de berm moet ter plaatse zoveel mogelijk dezelfde samenstelling, opbouw en las,- of aansluitgaten of handholes mogen niet groter zijn dan strikt noodzakelijk met een maximum van 1,00 m bij 2,00 m;

19. de van de werken overgebleven grond, puin en andere materialen moeten van de wegworden afgevoerd. Binnen het wegprofiel mogen geen bouwstoffen worden opgeslagen;

20. indien het voor de uitvoering van de werken noodzakelijk is dat wegmeubilair tijdelijk moet worden verwijderd, moet het wegmeubilair op de oorspronkelijke plaats worden teruggezet. De locatie van het wegmeubilair moet, voordat tot verwijdering wordt overgegaan, in het terrein worden gemarkeerd;

21. de kabel en leidingbeheerder is verplicht de redelijkerwijs mogelijke maatregelen te nemen teneinde te voorkomen dat Schieland en de Krimpenerwaard, dan wel derden, tengevolge van de uitvoering van de werken schade lijden;

22. het verkeer moet zo min mogelijk hinder van de werkzaamheden ondervinden. De werkzaamheden moeten duidelijk worden aangegeven, bijvoorbeeld door (waar schuwings)borden;

23. de te gebruiken wegafzettingen moeten voldoen aan de CROW-publicatie 96b (zie bijlage 4). Bij de melding moet een plan worden overgelegd waaruit blijkt hoe hieraan invulling wordt gegeven;

24. als een weg volledig afgesloten wordt moet een omleidingroute worden ingesteld. Deze route moet worden goedgekeurd door het hoogheemraadschap.

25. voor aanvang van de werken moet worden nagegaan of er kabels, leidingen en/of kranen e.d in de wegberm liggen. Voor nadere informatie zie de website van het kadaster (http://www.kadaster.nl/klic/);

26. bij het leggen van kabels en leidingen langs of onder de openbare weg veroorzaakte schade aan het wegdek, de berm, of de beplanting moet direct op kosten van de melder worden hersteld. Dit geldt ook voor zettingen in wegbermen die binnen één jaar na uitvoering van de werkzaamheden ontstaan;

27. als Schieland en de Krimpenerwaard het nodig vindt om tijdelijk verkeerstekens/verkeersborden te plaatsen of weg te halen, moet de melder de daarvoor gemaakte kosten betalen;

28. gedurende 12 maanden na het gereedkomen van het werk moet de aangevulde sleuf, de opengebroken verharding en de geroerde berm van de weg door de melder worden onderhouden;

29. degene die een kabel of leiding heeft aangebracht verwijdert de kabel of leiding als die buiten gebruik zijn gesteld;

30. degene die een kabel of leiding heeft aangebracht, wijzigt of verwijdert de kabel of leiding op eigen kosten en op eerste aanzegging van het bestuur indien dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van beheer- of onderhoudshandelingen door het waterschap of anderszins in het belang van het wegbeheer;

31. het aanbrengen, wijzigen, verwijderen of behouden van kabels en leidingen en het maken van las- of aansluitgaten dient twee weken voorafgaand aan de uitvoering te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;

32. bij de melding als bedoeld onder 31 dient een situatietekening te worden gevoegd waarop de locatie van het uit te voeren werk duidelijk staat aangegeven alsmede het soort kabel of leiding en de diepte en de plek in de berm;

33. de uitvoering van de toegestane werken dient binnen 12 maanden na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;

34. alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard kan verlangen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;

35. alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van verkeerstechnische belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;

36. aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt;

37. de kabel- en leidingbeheerder moet werkzaamheden in verband met storingen en andere voorvallen die direct ingrijpen noodzakelijk maken, direct via e-mail aan de wegbeheerder melden op het volgende telefoonnummer: 010-4537481. Deze werkzaamheden mogen zonder toestemming worden uitgevoerd.

Met welke regels van het hoogheemraadschap hebt u nog meer te maken?

U wilt kabels en/of leidingen aanleggen maar kunt niet voldoen aan één of meer van de voor- waarden uit de algemene regel? Dan toetsen wij uw aanvraag aan de overige regels van de Wegenverordening. Misschien kunt u dan toch een vergunning krijgen. Wilt u de kabels en/of leidingen aanleggen op of naast een waterkering of vlak langs of door een watergang? Dan hebt u ook te maken met de regels uit de Keur van het hoogheemraadschap. De aanleg dient dan te gebeuren in overleg met de met de afhandeling van de melding belaste medewerker van het team Advies & Vergunningverlening van het hoogheemraadschap. Belt u voor meer informatie (010-4537335). Slaat u materaal op in de wegberm? Ook hiervoor hebt u vergunning van het hoogheemraadschap nodig. Maar als u zich houdt aan algemene regel 9, is ook hiervoor een melding voldoende.

Overgangsrecht

Een vergunning of deel van een vergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingplichtige werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.

4.Het aanbrengen, verwijderen of behouden van openbare verlichting

Kader

Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c van de Wegenverordening openbare verlichting te plaatsen, te wijzigen of te verwijderen op de weg. Artikel 5 lid 3 van de Wegenverordening geeft het bestuur de mogelijkheid voor het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 5 algemene regels te geven welke kunnen inhouden een vrijstelling van de vergunningplicht.

Toelichting van de algemene regel

Het belang van het hoogheemraadschap bij het aanbrengen van openbare verlichting betreft het bevorderen van het veilige gebruik en het optimaal functioneren van een weg. Hierbij is het minimaal verstoren van de verkeersstroom een voorwaarde. Het aanbrengen van openbare verlichting betreft vanuit verkeerstechnisch oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante verkeerstechnische belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel.

Toetsingscriteria en voorwaarden

Voor het aanbrengen, wijzigen of verwijderen van openbare verlichting op de weg is geen vergunning volgens artikel 4 onder c van de Wegenverordening vereist indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

1. lichtmasten moeten worden geplaatst op een afstand van minimaal 0,50 meter uit de kant van de rijbaan.

2. bij overhangende verlichting moet het profiel van vrije ruimte zoals aangegeven in Bijlage 2 vrij blijven.

3. voor aanvang van de werken moet worden nagegaan of er kabels, leidingen en/of kranen e.d in de wegberm liggen. Voor nadere informatie zie de website van het kadaster (http://www.kadaster.nl/klic/);

4. de werken dienen in goede staat te worden onderhouden. Dit betekent in ieder geval dat beschadigingen en/of verzakkingen direct dienen te worden hersteld, al dan niet op aanzeggen van het college van dijkgraaf en heemraden. Hierbij dient vooraf contact opgenomen te worden met de met het toezicht belaste ambtenaar van het hoogheemraadschap. Zijn aanwijzingen dienen direct te worden opgevolgd;

5. de bij het verwijderen van lichtmasten ontstane gaten in de berm moeten direct worden aangevuld met grond en vervolgens worden ingezaaid met graszaad bermmengsel;

6. het verkeer moet zo min mogelijk hinder van de werkzaamheden ondervinden. De werkzaamheden moeten duidelijk worden aangegeven, bijvoorbeeld door (waar- schuwings)borden;

7. de te gebruiken wegafzettingen moeten voldoen aan de CROW-publicatie 96b (zie bijlage 4). Bij de melding moet een plan worden overgelegd waaruit blijkt hoe hieraan invulling wordt gegeven;

8. als een weg volledig afgesloten wordt moet een omleidingroute worden ingesteld. Deze route moet worden goedgekeurd door het hoogheemraadschap;

9. degene die lichtmasten heeft aangebracht, wijzigt of verwijdert de lichtmasten op eigen kosten en op eerste aanzegging van het bestuur indien dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van beheer- of onderhoudshandelingen door het waterschap of anderszins in het belang van het wegbeheer;

10. het aanbrengen of verwijderen van openbare verlichting dient twee weken voorafgaand aan de uitvoering te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;

11. bij de melding als bedoeld onder 10 dient een situatietekening te worden gevoegd waarop de locatie van het uit te voeren werk duidelijk staat aangegeven;

12. de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;

13. alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard kan verlangen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;

14. alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van verkeerstechnische belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;

15. aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt.

Met welke regels van het hoogheemraadschap hebt u nog meer te maken?

U wilt openbare verlichting aanbrengen maar kunt niet voldoen aan één of meer van de voor- waarden uit de algemene regel? Dan toetsen wij uw aanvraag aan de overige regels van de Wegenverordening. Misschien kunt u dan toch een vergunning krijgen. Wilt u openbare verlichting aanbrengen op een waterkering of vlak langs een watergang? Dan hebt u ook te maken met de regels uit de Keur van het hoogheemraadschap. De aanleg dient dan te gebeuren in overleg met de met de afhandeling van de melding belaste medewerker van het team Advies & Vergunningverlening van het hoogheemraadschap. Belt u voor meer informatie (010-4537335).

Overgangsrecht

Een vergunning of deel van een vergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingplichtige werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.

5. Het aanplanten, verwijderen of behouden van bomen, struiken en heggen

Deze algemene regel is niet van toepassing op het aanbrengen van beplantingen in eco-bermen en in waterkeringen. Een overzicht van de eco-bermen is aangegeven in Bijlage 1 terwijl de waterkeringen zijn aangegeven in Bijlage 3.

Kader

Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c van de Wegenverordening bomen en andere beplanting aan te brengen of te verwijderen in de weg. Artikel 5 lid 3 van de Wegenverordening geeft het bestuur de mogelijkheid voor het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 5 algemene regels te geven welke kunnen inhouden een vrijstelling van de vergunningplicht.

Toelichting van de algemene regel

Het belang van het hoogheemraadschap bij het aanbrengen van bomen, struiken en heggen betreft het bevorderen van het veilige gebruik en het optimaal functioneren van een weg. Hierbij is het minimaal verstoren van de verkeersstroom een voorwaarde. Het aanbrengen van bomen, struiken en heggen betreft vanuit verkeerstechnisch oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante verkeerstechnische belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Er is een aantal bermen aangewezen die op ecologische wijze beheerd worden, de zogenaamde eco-bermen. Door verschraling van de bodem en het tegengaan van vervuiling wordt voor deze bermen een meer soortenrijke planten- en dierenpopulatie nagestreefd. In eco-bermen mogen geen nieuwe bomen of struiken worden aangeplant.

Toetsingscriteria en voorwaarden

Voor het aanbrengen, verwijderen of behouden van bomen, struiken en heggen in de weg is geen vergunning volgens artikel 4 onder c van de Wegenverordening vereist indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

1. bomen, struiken en heggen moeten worden geplant op een afstand van minimaal 0,50 meter uit de kant van de rijbaan.

2. bij bermen van 2,00 meter of breder moet een strook van 1,50 meter uit de kant van de rijbanen vrij blijven van bomen en struiken;

3. bij uitwegen, bochten en aansluitende wegen moet voldoende vrij zicht blijven gewaarborgd. Binnen een afstand van 1,50 meter uit de kant van de rijbanen mogen geen bomen, struiken en heggen worden aangeplant, welke het uitzicht op uitwegen en bochten kunnen belemmeren;

4. bomen en struiken moeten worden geplant op een onderlin­ge afstand van minimaal 4,00 meter;

5. heggen moeten worden onderhouden op een hoogte van maximaal 0,75 meter boven het wegdek;

6. takken van de heggen of struiken mogen niet op kortere afstand dan 0,50 m van kant asfalt komen;

7. het profiel van vrije ruimte zoals aangegeven in Bijlage 2 moet vrij blijven van scheef staande stammen en overhangende takken. De doorrijhoogte bij wegen is 4,00 meter en bij paden 3,00 meter;

8. voor aanvang van de werken moet worden nagegaan of er kabels, leidingen en/of kranen e.d. in de wegberm liggen. Voor nadere informatie zie de website van het kadaster (http://www.kadaster.nl/klic/);

9. degene die bomen en struiken heeft aangebracht, wijzigt of verwijdert bomen en struiken op eigen kosten en op eerste aanzegging van het bestuur indien dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van beheer- of onderhoudshandelingen door het waterschap of anderszins in het belang van het wegbeheer;

10. de bij het verwijderen van bomen en struiken ontstane gaten in de berm moeten direct worden aangevuld met grond en vervolgens worden ingezaaid met graszaad bermmengsel;

11. het aanbrengen of verwijderen van bomen en struiken dient twee weken voorafgaand aan de uitvoering te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;

12. bij de melding als bedoeld onder 11 dient een situatietekening te worden gevoegd waarop de locatie van het uit te voeren werk duidelijk staat aangegeven;

13. de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;

14. alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard kan verlangen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;

15. alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van verkeerstechnische belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;

16. aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt.

Met welke regels van het hoogheemraadschap hebt u nog meer te maken?

U wilt bomen, struiken of een heg aanplanten maar kunt niet voldoen aan één of meer van de voorwaarden uit de algemene regel? Dan toetsen wij uw aanvraag aan de overige regels van de Wegenverordening. Misschien kunt u dan toch een vergunning krijgen. Wilt u een boom, struik of heg planten op een waterkering of vlak langs een watergang? Dan hebt u ook te maken met de regels uit de Keur van het hoogheemraadschap. De aanleg dient dan te gebeuren in overleg met de met de afhandeling van de melding belaste medewerker van het team Advies & Vergunningverlening van het hoogheemraadschap. Belt u voor meer informatie (010-4537335).

Overgangsrecht

Een vergunning of deel van een vergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingplichtige werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.

6. Het aanbrengen, verwijderen of behouden van afrasteringen/hekwerken

Deze algemene regel is niet van toepassing op het aanbrengen van afrasteringen/hekwerken in eco-bermen en in waterkeringen. Een overzicht van de eco-bermen is aangegeven in Bijlage 1 terwijl de waterkeringen zijn aangegeven in Bijlage 3.

Kader

Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c van de Wegenverordening afrasteringen/hekwerken te plaatsen in de weg. Artikel 5 lid 3 van de Wegenverordening geeft het bestuur de mogelijkheid voor het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 5 algemene regels te geven welke kunnen inhouden een vrijstelling van de vergunningplicht.

Toelichting van de algemene regel

Het belang van het hoogheemraadschap bij het aanbrengen van afrasteringen/hekwerken betreft het bevorderen van het veilige gebruik en het optimaal functioneren van een weg. Hierbij is het minimaal verstoren van de verkeersstroom een voorwaarde. Het aanbrengen van een afrastering/hekwerk betreft vanuit verkeerstechnisch oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante verkeerstechnische belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Er is een aantal bermen aangewezen die op ecologische wijze beheerd worden, de zogenaamde eco-bermen. Door verschraling van de bodem en het tegengaan van vervuiling wordt voor deze bermen een meer soortenrijke planten- en dierenpopulatie nagestreefd. In eco-bermen mogen geen objecten worden geplaatst.

Toetsingscriteria en voorwaarden

Voor het aanbrengen, verwijderen of behouden van een afrastering/hekwerk in de weg is geen vergunning volgens artikel 4 onder c van de Wegenverordening vereist indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

1. afrasteringen/hekwerken moeten worden aangebracht op een afstand van minimaal 0,50 meter uit de kant van de rijbaan;

2. in afrasteringen/hekwerken binnen 1,50 meter uit de kant van de rijbanen mogen geen over de openbare weg draaiende constructies en geen scherpe, uitstekende delen of prikkeldraad worden aangebracht;

3. bij bermen van 2,00 meter of breder moet een strook van 1,50 meter uit de kant van de rijbanen vrij blijven van afrasteringen/hekwerken;

4. bij uitwegen, bochten en aansluitende wegen moet voldoende vrij zicht blijven gewaarborgd. Binnen een afstand van 1,50 meter uit de kant van de rijbanen mogen geen afrasteringen/hekwerken worden aangebracht, welke het uitzicht op uitwegen en bochten kunnen belemmeren;

5. afrasteringen/hekwerken mogen niet hoger zijn dan 1,00 meter boven het wegdek;

6. de wegberm tussen afrasteringen/hekwerken en de rijbanen moet door en voor rekening van de melder worden onderhouden;

7. voor aanvang van de werken moet worden nagegaan of er kabels, leidingen en/of kranen e.d. in de wegberm liggen. Voor nadere informatie zie de website van het kadaster (http://www.kadaster.nl/klic/);

8. degene die een afrastering/hekwerk heeft aangebracht, wijzigt of verwijdert de afrastering/hekwerk op eigen kosten en op eerste aanzegging van het bestuur indien dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van beheer- of onderhoudshandelingen door het waterschap of anderszins in het belang van het wegbeheer;

9. de bij het verwijderen van afrasteringen/hekwerken ontstane gaten in de berm moeten direct worden aangevuld met grond en vervolgens worden ingezaaid met graszaad bermmengsel;

10. de werken dienen in goede staat te worden onderhouden. Dit betekent in ieder geval dat beschadigingen en/of verzakkingen direct dienen te worden hersteld, al dan niet op aanzeggen van het college van dijkgraaf en heemraden. Hierbij dient vooraf contact opgenomen te worden met de met het toezicht belaste ambtenaar van het hoogheemraadschap. Zijn aanwijzingen dienen direct te worden opgevolgd;

11. het aanbrengen of verwijderen van afrasteringen/hekwerken dient twee weken voorafgaand aan de uitvoering te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;

12. bij de melding als bedoeld onder 11 dient een situatietekening te worden gevoegd waarop de locatie van het uit te voeren werk duidelijk staat aangegeven, inclusief de hoogte van de afrasteringen/hekwerken;

13. de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;

14. alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard kan verlangen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;

15. alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van verkeerstechnische belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;

16. aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt.

Met welke regels van het hoogheemraadschap hebt u nog meer te maken?

U wilt een afrastering of hekwerk plaatsen maar kunt niet voldoen aan één of meer van de voorwaarden uit de algemene regel? Dan toetsen wij uw aanvraag aan de overige regels van de Wegenverordening. Misschien kunt u dan toch een vergunning krijgen. Wilt u een afrastering of hekwerk plaatsen op een waterkering of vlak langs een watergang? Dan hebt u ook te maken met de regels uit de Keur van het hoogheemraadschap. De aanleg dient dan te gebeuren in overleg met de met de afhandeling van de melding belaste medewerker van het team Advies & Vergunningverlening van het hoogheemraadschap. Belt u voor meer informatie (010-4537335).

Overgangsrecht

Een vergunning of deel van een vergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingplichtige werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.

7. Het houden van evenementen.

Kader

Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder a van de Wegenverordening een weg te gebruiken in strijd met het doel daarvan. Een voorbeeld hiervan is het houden van een evenement. Artikel 5 lid 3 van de Wegenverordening geeft het bestuur de mogelijkheid voor het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 5 algemene regels te geven welke kunnen inhouden een vrijstelling van de vergunningplicht.

Toelichting van de algemene regel

Het belang van het hoogheemraadschap bij het houden van evenementen betreft het bevorderen van het veilige gebruik en het optimaal functioneren van een weg. Hierbij is het minimaal verstoren van de verkeersstroom een voorwaarde. Er zijn evenementen die volledig of voor een deel op de weg plaatsvinden. Het gaat om bijvoorbeeld wielerwedstrijden, hardloopwedstrijden, skeelertochten, braderieën en markten. Dit soort evenementen komt regelmatig voor. De relevante verkeerstechnische belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel.

Toetsingscriteria en voorwaarden

Voor het houden van een evenement zoals wielerwedstrijd, hardloopwedstrijd, skeelertocht, braderie of markt op een weg of deel van een weg die in beheer is bij Schieland en de Krimpenerwaard is geen vergunning volgens artikel 4 onder a van de Wegenverordening vereist indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

1. het evenement vindt plaats op een fietspad of op een erftoegangsweg;

2. op de weg (wegen) waar het evenement wordt gehouden vinden op de dag(en) van het evenement geen werkzaamheden of andere evenementen plaats;

3. met het evenement mag geen schade aan de weg worden toegebracht;

4. voor het houden van het evenement wordt door de melder zelf verkend of de weg(en) geschikt is/zijn;

5. de nodige borden worden door de melder verzorgd en geplaatst;

6. van de gemeente of provincie zijn de (eventueel) benodigde vergunningen gekregen;

7. verkeersmaatregelen moeten worden genomen in overleg met de politie;

8. er wordt gezorgd voor voldoende parkeerfaciliteiten om wildparkeren te voorkomen;

9. nabij de beoogde plaats van het evenement worden borden geplaatst waarop de verkeersmaatregelen worden aangekondigd met de reden ervan;

10. de te treffen verkeersmaatregelen worden door de melder minimaal één week voor aanvang van het evenement bekend gemaakt in de plaatselijke krant;

11. per brief moeten direct omwonenden en andere belanghebbenden worden geïnformeerd;

12. direct na afloop van het evenement moet de weg weer in de oorspronkelijke toestand, worden gebracht terwijl zo nodig de berm in de oorspronkelijke toestand moet worden hersteld;

13. het houden van een evenement dient vier weken voor aanvang te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;

14. bij de melding als bedoeld onder 13 dienen de volgende gegevens worden meegezonden:

a. Beschrijving van het soort en karakter van het evenement.

b. Datum en tijden.

c. Naam van de wegen die gebruikt worden + kaart.

d. Naam en telefoonnummer van de contactpersoon.

e. Bij volledige afsluiting van een weg een omleidingsroute. Deze route moet worden goedgekeurd door het hoogheemraadschap.

15. alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van verkeerstechnische belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;

16. aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar het evenement wordt gehouden. Daarbij worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt.

Met welke regels van het hoogheemraadschap hebt u nog meer te maken?

U wilt een evenement houden op een weg maar kunt niet voldoen aan één of meer van de voorwaarden uit de algemene regel? Dan toetsen wij uw aanvraag aan de overige regels van de Wegenverordening. Misschien kunt u dan toch een vergunning krijgen. Wilt u voor uw evenement verwijsborden plaatsen? Ook hiervoor hebt u vergunning van het hoogheemraadschap nodig. Maar als u zich houdt aan algemene regel 2, is ook hiervoor een melding voldoende. Belt u voor meer informatie (010-4537335).

Overgangsrecht

Een vergunning of deel van een vergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingplichtige werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.

8. Het plaatsen, verwijderen of behouden van obstakels in de berm t.b.v. objectbescherming

Kader

Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c van de Wegenverordening enig werk aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen boven, op, in, of onder de weg. Het plaatsen van obstakels in de berm valt hieronder. Artikel 5 lid 3 van de Wegenverordening geeft het bestuur de mogelijkheid voor het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 5 algemene regels te geven welke kunnen inhouden een vrijstelling van de vergunningplicht.

Toelichting van de algemene regel

Het belang van het hoogheemraadschap bij het plaatsen van obstakels in de berm betreft het bevorderen van het veilige gebruik en het optimaal functioneren van een weg. Hierbij is het minimaal verstoren van de verkeersstroom een voorwaarde. De grens van de weg wordt geacht te liggen op ten minste 1,50 meter uit de kant van de voor het verkeer bestemde banen. Deze strook van 1,50 meter moet in beginsel vrij gehouden worden van obstakels. Er staat echter ook veel bebouwing binnen deze strook. Aanwonenden kunnen hun bezittingen die zich dichtbij de weg bevinden, zoals woningen, schuren, hagen en tuinen beschermen tegen het verkeer. Dat doen zij veelal door het plaatsen van obstakels direct langs de weg. Het gaat dan om stenen, keien, bloembakken, betonblokken, palen etc. Het plaatsen van dit soort objecten komt regelmatig voor. De relevante verkeerstechnische belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel.

Toetsingscriteria en voorwaarden

Voor het plaatsen, verwijderen of behouden van een obstakel in de wegberm als objectbescherming is geen vergunning volgens artikel 4 onder c van de Wegenverordening vereist indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

1. op het weggedeelte waar het obstakel wordt geplaatst is de geldende maximum snelheid niet hoger dan 60 km/uur;

2. op het weggedeelte waar het obstakel wordt geplaatst is sprake van lintbebouwing, dat wil zeggen een vrijwel aaneengesloten huizenrij langs de weg;

3. de grond waar het obstakel wordt geplaatst is eigendom van de melder;

4. de obstakels worden zover mogelijk van de voor het verkeer bestemde rijbaan geplaatst doch op een afstand van minimaal 0,50 meter uit de kant van de rijbaan;

5. de obstakels hebben geen scherpe of uitstekende delen;

6. op deze obstakels worden reflectoren geplaatst of de objecten worden wit geschilderd en zo gehouden;

7. degene die obstakels heeft aangebracht, wijzigt of verwijdert de obstakels op eigen kosten en op eerste aanzegging van het bestuur indien dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van beheer- of onderhoudshandelingen door het waterschap of anderszins in het belang van het wegbeheer;

8. het aanbrengen of verwijderen van obstakels dient twee weken voorafgaand aan de uitvoering te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;

9. bij de melding als bedoeld onder 8 dient een situatietekening te worden gevoegd waarop de locatie van het uit te voeren werk en het materiaal en de afmetingen van de obstakels duidelijk staat aangegeven;

10. de uitvoering van de toegestane werken dient binnen twee jaar na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;

11. alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard kan verlangen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;

12. alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van verkeerstechnische belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;

13. aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt.

Met welke regels van het hoogheemraadschap hebt u nog meer te maken?

U wilt een obstakel plaatsen maar kunt niet voldoen aan één of meer van de voorwaarden uit de algemene regel? Dan toetsen wij uw aanvraag aan de overige regels van de Wegenverordening. Misschien kunt u dan toch een vergunning krijgen. Wilt u een obstakel plaatsen op een waterkering of vlak langs een watergang? Dan hebt u ook te maken met de regels uit de Keur van het hoogheemraadschap. De aanleg dient dan te gebeuren in overleg met de met de afhandeling van de melding belaste medewerker van het team Advies & Vergunningverlening van het hoogheemraadschap. Belt u voor meer informatie (010-4537335).

Overgangsrecht

Een vergunning of deel van een vergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingplichtige werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.

9. Het tijdelijk plaatsen van (bouw)materialen in de wegberm

Kader

Het is verboden om zonder vergunning op grond van artikel 4 onder c van de Wegenverordening enig werk aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen boven, op, in, of onder de weg. Het tijdelijk plaatsen van (bouw)materialen in de berm valt hieronder. Artikel 5 lid 3 van de Wegenverordening geeft het bestuur de mogelijkheid voor het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 5 algemene regels te geven welke kunnen inhouden een vrijstelling van de vergunningplicht.

Toelichting van de algemene regel

Het belang van het hoogheemraadschap bij tijdelijk plaatsen van (bouw)materialen in de berm betreft het bevorderen van het veilige gebruik en het optimaal functioneren van een weg. Hierbij is het minimaal verstoren van de verkeersstroom een voorwaarde. Het is soms niet mogelijk om bouwmaterialen op eigen terrein op te slaan. Het tijdelijk plaatsen van (bouw)materialen in de berm komt regelmatig voor. De relevante verkeerstechnische belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel.

Toetsingscriteria en voorwaarden

Voor tijdelijk plaatsen van (bouw)materialen in de berm is geen vergunning volgens artikel 4 onder c van de Wegenverordening vereist indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

1. op het weggedeelte waar de (bouw)materialen worden geplaatst is de geldende maximum snelheid niet hoger dan 60 km/uur;

2. op het eigen perceel van de melder is geen ruimte om de (bouw)materialen op te slaan;

3. de (bouw)materialen moeten zichtbaar en herkenbaar in de berm worden geplaatst zodanig dat er geen gevaar of hinder voor de overige weggebruikers ontstaat;

4. de (bouw)materialen worden zover mogelijk van de voor het verkeer bestemde rijbaan geplaatst doch op een afstand van minimaal 0,50 meter uit de kant van de rijbaan;

5. aan beide kanten van het bouwmateriaal moet een zogenoemd geleidebaken worden geplaatst (zie bijlage 5);

6. na het gereedkomen van de werkzaamheden moet de wegberm weer in oorspronkelijke staat worden hersteld en zo nodig ingezaaid met een graszaadmengsel;

7. het aanbrengen van (bouw)materialen dient twee weken voorafgaand aan de uitvoering te worden gemeld door middel van het meldingsformulier van het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap toetst de melding aan de algemene regel;

8. bij de melding als bedoeld onder 7 dient een situatietekening te worden gevoegd waarop aangegeven de plaats waar het bouwmateriaal en de geleidebakens worden geplaatst, de aard en de afmetingen van het bouwmateriaal. Ook moet worden aangegeven hoe lang de (bouw)materialen in de berm worden geplaatst;

9. de uitvoering van de toegestane werken dient binnen 4 weken na dagtekening van deze melding te zijn gestart. Indien dit niet het geval is, vervalt het recht om van de melding gebruik te maken;

10. alle wijzigingen aan de omschreven werken of werkzaamheden, zowel tijdens als na de uitvoering, moeten schriftelijk aan Schieland en de Krimpenerwaard worden voorgelegd. Schieland en de Krimpenerwaard kan verlangen dat voor de wijziging een nieuwe melding of een vergunningaanvraag wordt ingediend;

11. alle door of namens het college van dijkgraaf en hoogheemraden te geven aanwijzingen welke dienen ter bescherming van verkeerstechnische belangen, moeten onmiddellijk worden opgevolgd;

12. aan ambtenaren van Schieland en de Krimpenerwaard die belast zijn met de controle op de uitvoering van het werk, wordt te allen tijde vrije toegang verleend tot alle plaatsen, waar de werkzaamhe­den worden verricht. Daarbij worden alle terzake gewenste inlichtingen door of namens de melder verstrekt.

Met welke regels van het hoogheemraadschap hebt u nog meer te maken?

U wilt (bouw)materialen plaatsen maar kunt niet voldoen aan één of meer van de voorwaarden uit de algemene regel? Dan toetsen wij uw aanvraag aan de overige regels van de Wegenverordening. Misschien kunt u dan toch een vergunning krijgen. Wilt u (bouw)materialen plaatsen op een waterkering of vlak langs een watergang? Dan hebt u ook te maken met de regels uit de Keur van het hoogheemraadschap. De aanleg dient dan te gebeuren in overleg met de met de afhandeling van de melding belaste medewerker van het team Advies & Vergunningverlening van het hoogheemraadschap. Belt u voor meer informatie (010-4537335).

Overgangsrecht

Een vergunning of deel van een vergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingplichtige werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.

Bijlage 1 Wegenverordening 2012.pdf (349 Kb)

Bijlage 2 Wegenverordening 2012.pdf (21 Kb)

Bijlage 3 Wegenverordening 2012.pdf (24 Kb)

Bijlage 4 Wegenverordening 2012.pdf (147 Kb)

Bijlage 5 Wegenverordening 2012.pdf (29 Kb)

Bijlage 7 kaart 7 Overzicht wegen bij Wegenverordening 2012.pdf (976 Kb)