Kwijtscheldingsverordening Waterschap Rijn en IJssel

Geldend van 01-01-2010 t/m heden

Intitulé

Kwijtscheldingsverordening Waterschap Rijn en IJssel

Volledige tekst van de Kwijtscheldingsverordening

Artikel 1 Geen kwijtschelding

Geen kwijtschelding wordt verleend voor de watersysteemheffing voor ongebouwde onroerende zaken, de watersysteemheffing voor natuurterreinen en de watersysteemheffing voor gebouwde onroerende zaken, zoals bedoeld in resp. artikel 2, de leden 2b, 2c en 2d van de Verordening watersysteemheffing Waterschap Rijn en IJssel 2009.

Artikel 2 Kwijtscheldingsnorm

Bij het verlenen van kwijtschelding voor:

-       de zuiveringsheffing als bedoeld in artikel 3 van de Verordening op de zuiveringsheffing Waterschap Rijn en IJssel 2009

-       de verontreinigingsheffing als bedoeld in artikel 3 van de Verordening op de verontreinigingsheffing Waterschap Rijn en IJssel 2009

-       de watersysteemheffing voor de ingezetenen als bedoeld in artikel 2, lid 2a van de Verordening op de watersysteemheffing Waterschap Rijn en IJssel 2009

worden voor de berekening van de kosten van bestaan de percentages, vermeld in artikel 16 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, gesteld op 100.

Artikel 3 Verdeling betalingscapaciteit

Indien de betalingscapaciteit als bedoeld in artikel 13 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 onvoldoende is om volledig aan de belastingschuld te voldoen, wordt de aanwezige betalingscapaciteit ponds-pondsgewijs verdeeld over de aanslagen zuiveringsheffing, verontreinigingsheffing en ingezetenenomslag, voor zover deze betrekking hebben op hetzelfde belastingjaar.

Artikel 4 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2010 en wordt toegepast op kwijtscheldingsverzoeken die betrekking hebben op belastingschulden die ontstaan op of na 1 januari 2010.

Artikel 5 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Kwijtscheldingsverordening Waterschap Rijn en IJssel’