Verordening voor de rekeningcommissie Rijn en IJssel

Geldend van 25-12-2015 t/m 24-12-2015

Intitulé

Verordening voor de rekeningcommissie Rijn en IJssel

Volledige tekst van de Verordening voor de rekeningcommissie Rijn en IJssel

Artikel 1 (Begripsomschrijvingen)

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. waterschap: Waterschap Rijn en IJssel;

b. commissie: Rekeningcommissie als bedoeld in artikel 2;

c. voorzitter: voorzitter van de commissie of zijn vervanger;

d. algemeen bestuur: algemeen bestuur van het waterschap;

e. college: college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap;

f. dijkgraaf: dijkgraaf van het waterschap.

Artikel 2 (Rekeningcommissie)

Er is een commissie die door het algemeen bestuur wordt ingesteld en wordt aangeduid als rekeningcommissie.

Artikel 3 (Taak van de commissie)

De commissie is belast met de voorbereiding van de behandeling van de jaarrekening. Het college kan de commissie belasten met de voorbereiding van de behandeling van andere stukken met een overwegend financieel karakter.

Artikel 4 (Samenstelling, benoeming en volgorde van aftreden)

1. De commissie bestaat uit maximaal acht leden, onder wie de voorzitter.

2. Het algemeen bestuur benoemt tot voorzitter een lid van het college, die het aandachtsveld financiën in zijn takenpakket heeft.

3. Het algemeen bestuur benoemt uit zijn midden de overige leden van de commissie.

4. De commissie wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan.

5. De leden van de commissie die het algemeen bestuur uit zijn midden kiest, worden benoemd voor een periode gelijk aan de lopende zittingsduur van het algemeen bestuur.

Artikel 5 (Eed; verklaring en belofte)

Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de commissie in de handen van de dijkgraaf, de volgende eed (verklaring en belofte) af:

‘Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de rekeningcommissie te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch

middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de rekeningcommissie naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig. (Dat verklaar en beloof ik.)’

Artikel 6 (Nevenfuncties)

1. De leden van de commissie maken openbaar welke andere functies zij vervullen.

2. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging van een opgave van de in het eerste lid bedoelde functies.

3. Een lid van de commissie is niet tevens:

a. minister;

b. staatssecretaris;

c. lid van de Raad van State;

d. lid van de Algemene Rekenkamer;

e. Nationale ombudsman;

f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;

g. Commissaris van de Koningin van de provincies waarin het waterschap is gelegen;

h. Gedeputeerde van de provincies waarin het waterschap is gelegen;

i. secretaris van de provincies waarin het waterschap is gelegen;

j. griffier van de provincies waarin het waterschap is gelegen;

k. burgemeester van een gemeente die in het gebied van het waterschap is gelegen;

l. ambtenaar, door of vanwege het waterschapsbestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt;

m. ambtenaar, door of vanwege de provincie of het Rijk aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op het waterschap.

4. Een lid van de commissie mag niet:

a. als advocaat, procureur of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van het waterschap of het waterschapsbestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van het waterschap of het waterschapsbestuur;

b. als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van het waterschap of het waterschapsbestuur;

c. als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met het waterschap aangaan van:

1e overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d;

2e overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan het waterschap;

d. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:

1e het aannemen van werk ten behoeve van het waterschap;

2e het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van het waterschap;

3e het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan het waterschap;

4e het verhuren van roerende zaken aan het waterschap;

5e het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van het waterschap;

6e het van het waterschap onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;

7e onderhands huren of pachten van het waterschap.

5. Van het vierde lid, sub d, kan het algemeen bestuur ontheffing verlenen.

Artikel 7 (Ontslag)

1. Het algemeen bestuur ontslaat de leden van de commissie.

2. Het lidmaatschap eindigt:

a. op eigen verzoek;

b. indien het lid aftreedt als lid van het algemeen bestuur;

c. indien het algemeen bestuur van oordeel is dat het lid niet langer geschikt is de functie van lid van de commissie te vervullen;

d. wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel zulk een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

e. indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;

f. indien het lid door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie als lid van de commissie te vervullen.

Artikel 8 (Vergoeding leden)

De leden van de commissie ontvangen geen vergoeding voor de werkzaamheden die zij voor de commissie verrichten.

Artikel 9 (Werkwijze)

1. De commissie adviseert schriftelijk aan het algemeen bestuur.

2. De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het advies volgens de door haar uitgevoerde adviseringsopzet.

3. De commissie kan besluiten het algemeen bestuur tussentijds te informeren over de voortgang van het advies.

4. De commissie is bevoegd bij alle leden van het waterschapsbestuur en bij alle ambtenaren van het waterschap die mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen, die zij nodig acht voor de uit te brengen adviezen. De leden van het waterschapsbestuur en de ambtenaren van het waterschap zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie gestelde termijn te verstrekken.

5. De commissie kan zich laten adviseren door de concerncontroller.

6. De commissie vergadert in beslotenheid. De adviezen van de commissie zijn openbaar.

7. De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.

8. Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, rechtstreeks een verzoek richten aan de unit control tot het doen van onderzoek. Het hoofd van de unit control bepaalt of aan een dergelijk verzoek kan worden voldaan.

9. De commissie stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die ten minste twee weken bedraagt, hun reactie aan de commissie te geven op de juistheid en volledigheid van het concept-advies. Betrokkenen zijn in elk geval degenen, wier taakuitvoering (mede) onderwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt wie voorts als betrokkenen worden aangemerkt. De commissie stelt vervolgens het college in de gelegenheid binnen een door haar te stellen termijn, die ten minste twee weken bedraagt, zijn reactie aan de commissie te geven op de conclusies en aanbevelingen van het concept-advies.

10. De commissie zendt een afschrift van haar adviesrapport, de nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van de betrokkenen op het (concept-)rapport aan het

algemeen bestuur, het college en aan de betrokkenen.

Artikel 10 (Ambtelijke ondersteuning)

De commissie wordt bij haar werkzaamheden ondersteund door een door de secretaris-directeur aan te wijzen ambtelijk secretaris.

Artikel 11 (Budget)

1. De commissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.

2. Ten laste van het in het eerste lid bedoelde budget worden de kosten gebracht betreffende:

a. de externe deskundigen die eventueel door de commissie zijn ingeschakeld;

b. overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak.

Artikel 12 (Evaluatie)

Deze verordening wordt geëvalueerd vóór 1 juli 2010. Deze evaluatie strekt zich tevens uit tot de werking van de commissie.

Artikel 13 (Inwerkingtreding)

Deze verordening treedt in werking op de dag nadat zij is vastgesteld.

Artikel 14 (Citeertitel)

Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening voor de rekeningcommissie Rijn en IJssel’.