Stimuleringsregeling Afkoppelen verharde oppervlakken Aa en Maas 2004

Geldend van 21-12-2006 t/m 31-12-2007

Intitulé

Stimuleringsregeling Afkoppelen verharde oppervlakken Aa en Maas 2004

1 Algemene bepalingen

Artikel 1 – begripsbepalingen

Deze regeling verstaat onder:

  • a.

    bestuur: het Dagelijks Bestuur van waterschap Aa en Maas;

  • b.

    afkoppelen: het onderbreken van de afvoer van op verhard oppervlak vallend hemelwater naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). In plaats daarvan wordt het hemelwater via infiltratie in de bodem of via afstroming naar oppervlaktewater gevoerd, zodat het in het lokale watersysteem blijft;

  • c.

    verhard oppervlak: daken, wegen, verharde terreinen e.d. waarvan het hemelwater tot afstroming komt;

  • d.

    gemengde riolering: een riool dat wordt gebruikt voor de gecombineerde afvoer van afvalwater en hemelwater;

  • e.

    plan: een door een gemeente opgesteld projectvoorstel om te komen tot een afkoppeling van minimaal 500 m2 verhard oppervlak van bestaande gemengde riolering;

  • f.

    bijdrageplafond: het bedrag dat maximaal beschikbaar is voor de verstrekking van bijdragen op grond van deze regeling;

  • g.

    aanvraag: een schriftelijk verzoek van een gemeente om een bijdrage.

Artikel 2 – doel regeling

Het bestuur verstrekt aan gemeenten bijdragen ter stimulering van de uitvoering van projecten voor het afkoppelen van verhard oppervlak, met als beleidsuitgangspunten:

  • de kwantitatieve voorkeursvolgorde ‘vasthouden, bergen en afvoeren’;

  • de kwalitatieve voorkeursvolgorde ‘schoonhouden, scheiden, zuiveren’ dan wel bronmaatregelen versus end-of-pipe oplossingen

  • een effectieve en efficiënte inzet voor inzameling, transport, verwerking en zuivering van afvalwater (riolering en RWZI);

  • ‘niet afwentelen’;

  • lokale verdrogingsbestrijding

Artikel 3 – bevoegdheden bestuur
  • 1. Alle besluiten tot het verlenen, weigeren, betalen, vaststellen, wijzigen of intrekken van een bijdrage op grond van deze regeling worden genomen door het bestuur.

  • 2. Het bestuur is tevens bevoegd besluiten te nemen over:

    • a.

      het opschorten van de verplichting om bijdragen te betalen;

    • b.

      de terugvordering van bijdragen die onverschuldigd zijn betaald en

    • c.

      alle overige beslissingen die nodig zijn voor de uitvoering van deze regeling.

  • 3. Het bestuur kan bepalen dat de bevoegdheden, genoemd in het eerste en tweede lid, gemandateerd worden aan het sectorhoofd Strategie en Beleid.

Artikel 4 – bijdrageplafond en bijdrage
  • 1. Het bestuur stelt de totale bijdrage vast die kan worden uitgekeerd op grond van deze regeling. Het bestuur behandelt ontvankelijke aanvragen in volgorde van binnenkomst.

  • 2. De bijdrage bedraagt € 2,= per m2 van de riolering afgekoppeld verhard oppervlak bij bestaande gemengde rioleringstelsels.

  • 3. Het onder het tweede lid genoemde bedrag wordt verhoogd met € 1,= per m2 wanneer het afgekoppelde hemelwater in de bodem wordt geïnfiltreerd.

  • 4. Bij het toepassen van het derde lid rust op de aanvrager de plicht om aan te geven hoe bereikt wordt dat het water structureel in de bodem blijft.

2 De bijdrageverlening

Artikel 5 – de aanvraag
  • 1. Een aanvraag wordt ingediend bij het bestuur voordat met de uitvoering van het werk wordt gestart en moet vergezeld gaan van een plan zoals bedoeld in artikel 6.

  • 2. De aanvrager is verplicht de aanvraag in te dienen door gebruikmaking van een door het bestuur daartoe vastgesteld aanvraagformulier.

Artikel 6 – inhoud plan
  • 1. Een plan bevat in ieder geval:

    • a.

      een inhoudelijke beschrijving, inclusief bestek en begroting, van het project waarvoor een bijdrage wordt gevraagd;

    • b.

      een paragraaf over de kwaliteit, de kwantiteit en de bestemming van het af te koppelen hemelwater;

    • c.

      een topografische kaart van het gebied waarbinnen het project zich afspeelt ;

    • d.

      het tijdstip waarop met de uitvoering kan worden gestart en de vermoedelijke datum van oplevering.

Artikel 7 – goedkeuring plan

Het plan zoals bedoeld in artikel 6 behoeft de goedkeuring van het bestuur.

Artikel 8 – geen bijdrage

Het bestuur verleent geen bijdrage aan aanvragers van plannen die

  • a.

    niet plaatsvinden in het beheersgebied van het waterschap Aa en Maas of

  • b.

    in strijd zijn of dreigen te komen met het beleid van het Rijk en/ of de provincie Noord-Brabant en / of het waterschap of

  • c.

    reeds in uitvoering of gerealiseerd zijn voordat de aanvraag om een bijdrage bij het bestuur is ingediend of

  • d.

    gebruik maken van materialen die de kwaliteit van het afstromend hemelwater negatief beïnvloeden of

  • e.

    in zich hebben dat het hemelwater dat van de riolering wordt afgekoppeld alsnog indirect in de riolering terecht komt.

Artikel 9 – bijdragevoorwaarden
  • 1. Een bijdrage op grond van deze regeling wordt per ingediend plan eenmalig verleend.

  • 2. Een bijdrage bedraagt maximaal 50% van de werkelijke kosten van het plan. Onder werkelijke kosten wordt verstaan de kosten voor planvorming en besteksvoorbereiding vermeerderd met de kosten voor uitvoering.

  • 3. Een bijdrage is inclusief eventueel verschuldigde BTW.

  • 4. Het project dat voor een bijdrage in aanmerking komt moet binnen een jaar na de beschikking tot verlening van een bijdrage in uitvoering zijn genomen.

Artikel 10 – beschikking tot verlening van een bijdrage
  • 1. De beschikking tot verlening van een bijdrage vermeldt het bedrag waarop de bijdrage wordt vastgesteld.

  • 2. Het bestuur kan aan de beschikking tot bijdrageverlening voorschriften verbinden.

  • 3. De beschikking wordt binnen vier weken nadat deze is genomen opgestuurd naar de aanvrager.

3 Uitbetaling van de bijdrage

Artikel 11 – aanvraag tot uitbetaling van de bijdrage
  • 1. De ontvanger van de bijdrage dient binnen 3 maanden na oplevering van het werk waarvoor een bijdrage is verleend, bij het bestuur een aanvraag in tot uitbetaling van de bijdrage, conform een daartoe door het bestuur opgesteld aanvraagformulier.

  • 2. De aanvraag tot uitbetaling gaat vergezeld van een beknopte inhoudelijke beschrijving van de aard, omvang en looptijd van de activiteiten, de werkzaamheden die zijn verricht en waarvoor besloten is een bijdrage te verlenen, de werkelijke kosten van het plan en de grootte van het daadwerkelijk afgekoppelde oppervlak.

Artikel 12 – beschikking tot uitbetaling subsidie
  • 1. Het bestuur neemt binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag een besluit tot uitbetaling van de bijdrage.

  • 2. De uitbetaling vindt plaats binnen vier weken na de onder punt 1 genoemde beschikking.

4 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 13 – rapportage

Het bestuur brengt jaarlijks verslag uit aan de Commissies over de toepassing van deze regeling en de doeltreffendheid en de effecten van de bijdragen in de praktijk.

Artikel 14 – naam verordening

Deze regeling kan worden aangehaald als: Stimuleringsregeling afkoppelen verharde oppervlakken Aa en Maas 2004.

Artikel 15 – inwerkingtreding

Deze regeling treedt, na de bekendmaking, in werking met terugwerkende kracht tot 1 januari 2004 en eindigt op 31 december 2007.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 24 november 2006.

Hoogachtend,

Het Algemeen Bestuur,

de griffier,                                            de dijkgraaf,

drs. C.J.E. van Vlokhoven                drs. L.H.J. Verheijen

Nota van toelichting

1. Inleiding

Het afvalwater dat naar rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) wordt afgevoerd bestaat uit de droog weer afvoer (DWA) - die gevormd wordt door het afvalwater afkomstig van woningen en bedrijven - en het af te voeren regenwater. Beuide samen worden RWA genoemd.

Reeds in de jaren ’80 ontstond het besef dat de RWA veel problemen veroorzaakt bij de inzameling, het transport en de zuivering van afvalwater. Met name wanneer in korte tijd veel hemelwater moet worden afgevoerd (bij hevige buien) kunnen rioleringsstelsels het aanbod van water niet aan waardoor overstorten in werking treden en verontreiniging van oppervlaktewater en waterbodem ontstaat. Verder worden de transportkosten voor een groot deel bepaald door de het af te voeren regenwater, omdat deze bij buien vele malen groter kan zijn dan de DWA. Het aangevoerde regenwater leidt ook tot een stijging van de zuiveringskosten omdat het feitelijk schone hemelwater het zuiveringsproces wel moet doorlopen. Daarnaast daalt het zuiveringsrendement van onze RWZI’s door het grote aanbod van schoon hemelwater. Door deze oorzaken moet de capaciteit van de riolering en zuiveringstechnische werken op de RWA worden gedimensioneerd.

In de loop der jaren zijn verschillende oplossingen bedacht die betrekking hadden op het scheiden van de regenwater- en DWA-stromen. Tot het begin van de jaren ’80 werd gekozen voor de aanleg van gescheiden rioleringsstelsels waarbij afvalwater en hemelwater apart worden ingezameld en afgevoerd. De DWA wordt hierbij naar de RWZI getransporteerd terwijl het regenwater rechtstreeks op oppervlaktewater loost. De kosten van aanleg van gescheiden stelsels zijn echter hoog en bovendien leidt het afstromende hemelwater tot verontreiniging van het oppervlaktewater als gevolg van foutieve aansluitingen en het feit dat de zogenaamde first flush - de vuilvracht van intensief bereden straatoppervlakken die bij de eerste minuten van een fikse bui met het hemelwater wordt meegespoeld - ook in het oppervlaktewater terecht komt.

Met de aanleg van verbeterd gescheiden stelsels werd het risico van verontreiniging van het oppervlaktewater sterk verminderd. Hierbij wordt het hemelwater dat in het regenwaterriool wordt ingezameld via een pomp met een capaciteit variërend van 0.2 tot 0.4 mm/uur overgepompt naar het DWA- of afvalwaterriool en tegelijkertijd met het ‘reguliere’ DWA afgevoerd naar de RWZI. Hiermee wordt in elk geval de ‘first flush’ naar de RWZI getransporteerd. Het niet door het regenwatergemaal te verpompen hemelwater komt alsnog in het oppervlaktewater terecht. In de praktijk blijkt bij dit stelsel echter een groot deel (circa 70% of meer op jaarbasis) van het hemelwater op de RWZI terecht te komen omdat alle middelgrote buien uiteindelijk verpompt worden.

Als meest duurzaam wordt gezien het afkoppelen van de niet-verontreinigde oppervlakken en het verantwoord aanpassen van het pompregime bij verbeterd gescheiden stelsels, zodanig dat een ‘first flush’ met verontreinigingen wordt afgevoerd, en niet onnodig veel schoon regenwater.

In oudere wijken liggen echter nog voornamelijk traditionele gemengde stelsels die veelal nog een technische levensduur (en afschrijvingstermijn) van tientallen jaren hebben. Het zijn met name de overstorten uit deze stelsels die tot verontreiniging van het oppervlaktewater leiden.

Om deze problematiek te verminderen heeft waterschap Aa en Maas besloten het afkoppelen van verhard oppervlak bij gemengde rioleringsstelsels te stimuleren. Hiermee wordt bereikt dat:

  • overstortfrequentie en -volume afnemen (bij gelijkblijvende pompcapaciteit) zodat een betere oppervlaktewaterkwaliteit ontstaat;

  • minder water naar de RWZI getransporteerd hoeft te worden zodat de transportkosten verminderen;

  • de ‘dun water problematiek’ wordt verminderd zodat de kosten van zuivering lager worden en het zuiveringsrendement stijgt;

  • het afgekoppelde hemelwater kan in het gebied worden vastgehouden zodat een bijdrage wordt geleverd aan de lokale verdrogingsbestrijding.

De voorwaarden om in aanmerking te komen voor een stimuleringsbijdrage staan vermeld in de stimuleringsregeling afkoppelen van verhard oppervlak. Het proces dat leidt tot een stimuleringsbijdrage is hierbij grafisch weergegeven.

1

2. Gemaakte afwegingen

De stimuleringsregeling is ontwikkeld in een werkgroep die de volgende - voor de totstandkoming van de regeling - elementaire afwegingen heeft gemaakt:

  • De regeling alleen van toepassing laten zijn bij bestaande situaties met een gemengd stelsel of overal van toepassing (§2.1);

  • De regeling wel of niet openstellen voor particulieren (§2.2);

  • Hoe wordt bereikt dat het afgekoppelde regenwater daadwerkelijk ‘niet verontreinigd’ is (§2.3)?

§ 2.1 Alleen van toepassing bij bestaande situaties

Het waterschap heeft belang bij afkoppelingsprojecten. Het in geval van nieuwbouw niet aansluiten van verharde oppervlakken op de riolering is conform de huidige milieukundige inzichten (de ‘watertoets’). In de vigerende waterbeheersplannen wordt gestreefd naar afkoppelen (eigenlijk: niet aankoppelen) bij nieuwbouw en 2% (De Aa) c.q. 5% (De Maaskant) afkoppelen bij bestaande bebouwing in 2004. Aa en Maas gaat er vanuit – mede gezien de watertoets - dat gemeenten in nieuwe situaties ook zonder stimuleringsbijdrage zullen afkoppelen of ‘niet aansluiten’. Een stimuleringsbijdrage wordt verleend bij projecten in bestaande situaties met een gemengd rioleringsstelsel, om gemeenten daarmee te stimuleren tot afkoppeling over te gaan.

§ 2.2 Niet opengesteld voor particulieren en bedrijven

In aanmerking voor een bijdrage komen uitsluitend gemeenten. Overwogen is de regeling ook voor particulieren en bedrijven open te stellen. Deze vallen immers in directe zin buiten de boot terwijl zij best over afkoppelplannen beschikken en zelfs degenen kunnen zijn die daadwerkelijk tot afkoppeling overgaan. Het openstellen voor particulieren doet tevens recht aan het principe dat wie inspanning levert, wordt beloond.

Besloten is echter de regeling alleen voor gemeenten open te stellen. Enerzijds omdat maximaal 50% van de kosten vergoed wordt en afkoppelen relatief kostbaar (zo’n € 15 à € 20/m2) is: van een particulier of bedrijf kan niet verwacht worden dat zij - in tegenstelling tot overheden - een doel tot ‘verbetering van het algemeen belang’ hebben. Anderzijds dient een stimuleringsregeling voor bedrijven aangemeld te worden ingevolge Europese richtlijnen en bepalingen. Particulieren en bedrijven kunnen eventueel wel via de gemeente in aanmerking komen voor een stimuleringsbijdrage. Dat de gemeente in deze gevallen wel bij de afweging wordt betrokken, is raadzaam omdat de gemeente rioolbeheerder is. Hierbij wordt in overleg tussen particulier of bedrijf, de gemeente en het waterschap naar een oplossing gezocht. In de praktijk zal de gemeente het plan in veel gevallen overnemen en kan zij een aanvraag indienen.

§ 2.3 Beperking van de kans op verontreiniging

Uit ervaring is gebleken dat lozingen van hemelwater op oppervlaktewater en in de bodem soms ongewenst kunnen zijn, omdat hierdoor verontreiniging van bodem en/of oppervlaktewater kan ontstaan als gevolg van foutieve aansluitingen en straatvuil dat met het hemelwater wordt meegevoerd.

Een integrale benadering voor het verantwoord afkoppelen van regenwater van de riolering naar bodem en/of oppervlaktewater is gewenst gezien de verschillen in bevoegdheden van gemeente en waterschap. Het streven is naar gezamenlijke vaststelling van een beleidskader voor afkoppelen in relatie tot water, bodem, milieu, riolering, communicatie, openbare werken en beheer openbare ruimte.

Aanvraagformulier

2

aanvraagformulier.pdf (33 Kb)

afbeelding-hoekomtuinaanmerking.pdf (46 Kb)


Noot
1

[De figuur is te vinden in het bijgesloten pdf-document.]

Noot
2

[ Het aanvraagformulier is te vinden in het bijgesloten pdf-bestand. ]