Subsidieverordening Evenementen gemeente Venray

Geldend van 01-01-2008 t/m heden

Intitulé

Subsidieverordening Evenementen gemeente Venray

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    de wet: de Algemene wet bestuursrecht;

  • b.

    de raad: de raad van de gemeente Venray;

  • c.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venray;

  • d.

    subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door het college verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan de betaling voor aan de gemeente Venray geleverde goederen of diensten.

  • e.

    evenementensubsidie: een financiële bijdrage voor de organisatie van een evenement;

  • f.

    subsidieverlening: het toekennen van subsidie voor een bepaalde activiteit of een bepaald initiatief waardoor de aanvrager een voorwaardelijke aanspraak op financiële middelen krijgt, mits de aanvrager de activiteit of het initiatief uitvoert en zich houdt aan opgelegde verplichtingen;

  • g.

    subsidievaststelling: het definitief beslissen dat de aanvrager subsidie ontvangt ter hoogte van een bepaald bedrag, waardoor de aanvrager een aanspraak op betaling krijgt;

  • h.

    subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor verstrekking van de subsidies;

Artikel 2 Reikwijdte verordening

1.Deze verordening geldt enkel voor subsidies voor evenementen: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak.

Artikel 3 Uitvoering verordening
  • 1. Het college is belast met de uitvoering van deze verordening.

  • 2. Het college kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van deze verordening binnen de door de raad gestelde beleidskaders.

  • 3. Het college is bevoegd besluiten te nemen tot verlening en vaststelling van evenementensubsidies, alsmede besluiten tot weigering, intrekking of wijziging van evenementensubsidies binnen de door de raad gestelde beleidskaders.

Artikel 4 Subsidiebudget en –plafond
  • 1. De raad stelt jaarlijks het subsidiebudget en het subsidieplafond evenementen vast.

  • 2. In geval van een dreigende overschrijding van het in het eerste lid genoemde subsidieplafond geeft het college bij de verdeling van het beschikbare budget die aanvragen voorrang, waarvan de inwilliging in vergelijking met andere aanvragen naar verwachting:

    • a.

      van groter belang is voor het realiseren van het gemeentelijk beleid;

    • b.

      meer zal bijdragen aan de verwezenlijking van het doel van het evenementensubsidie.

  • 3. Indien met toepassing van het tweede lid redelijkerwijs geen voorrang kan worden bepaald, verdeelt het college het beschikbare subsidiebudget in de volgorde van ontvangst van de aanvragen.

Artikel 5 Verplichtingen subsidieaanvrager

De subsidieaanvrager dient:

  • 1.

    rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk te hebben;

  • 2.

    medewerking te verlenen aan onderzoeken die het college in het kader van subsidiëring nodig acht; de medewerking strekt zover als redelijk en naar omstandigheden mogelijk is;

  • 3.

    zijn bezittingen en de bij de activiteiten betrokken vrijwilligers tegen schade en het risico van wettelijke aansprakelijkheid verzekerd te hebben.

Artikel 6 Weigeren subsidie
  • 1. Het verlenen van subsidie kan naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van de wet genoemde gevallen, geweigerd worden indien naar het oordeel van het college redenen bestaan om aan te nemen dat

    • a.

      de activiteiten van de aanvrager niet gericht zijn op de gemeente Venray of niet in belangrijke mate ten goede komen aan de ingezetenen van de gemeente Venray;

    • b.

      de subsidiegelden niet of onvoldoende zal worden besteed aan het doel waarvoor de subsidie is aangevraagd;

    • c.

      de subsidieverlening niet past binnen het beleid van de gemeente Venray dan wel de betreffende activiteiten in dat kader onvoldoende dan wel geen prioriteit hebben;

    • d.

      de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang, of de openbare orde;

    • e.

      de aanvrager over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken.

  • 2. Subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien de doelstellingen, activiteiten, statuten of reglementen van de aanvrager dan wel het beoogd gebruik van de subsidiegelden discriminatie oplevert wegens godsdienst, levensovertuiging, ras, geslacht, seksuele geaardheid of welke grond dan ook.

  • 3. Voor het weigeren van directe subsidievaststelling zijn lid 2 sub a tot en met e en lid 2 van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK 2 AANVRAAG, SUBSIDIEVERLENING EN –VASTSTELLING

Artikel 7 Subsidieaanvraag
  • 1. Een aanvraag moet vóór een door het college te bepalen datum schriftelijk bij het college ingediend worden.

  • 2. Bij het indienen van de aanvraag overlegt de aanvrager de door het college nader te bepalen gegevens die voor het beoordelen van de aanvraag van belang zijn.

  • 3. Het college kan modellen of richtlijnen vaststellen voor het indienen van de aanvraag en de gegevens.

Artikel 8 Subsidiecriteria

1.Het college kan regels stellen waaraan een evenement moet voldoen om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie.

Artikel 9 Subsidieverlening
  • 1. Het college neemt voor aanvragen ingediend voor 1 november van elk jaar een besluit over de aanvraag uiterlijk 31 december voorafgaande aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft. Op aanvragen ingediend na 1 november van elk jaar neemt het college het besluit uiterlijk 1 mei van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.

  • 2. Het college geeft in het subsidiebesluit aan welk bedrag zij voor welke activiteit verstrekken, voor welk tijdvak en met welke verplichtingen.

  • 3. In het verleningsbesluit wordt aangegeven op welke wijze tot uitbetaling van de subsidie zal worden overgegaan dan wel voorschotten worden gegeven.

  • 4. Het college kan in het subsidiebesluit bepalen dat na afloop van de periode en/of activiteit waarvoor de subsidie is verleend, vaststelling van de subsidie plaatsvindt. In dat geval bepaalt het college bij subsidieverlening tevens op welke wijze en naar welke maatstaven de vaststelling plaatsvindt.

Artikel 10 Subsidievaststelling
  • 1. Indien er sprake is van subsidieverlening ingevolge artikel 9, vierde lid, dient de subsidieontvanger vóór een door het college te bepalen datum na afloop van de activiteit waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

  • 2. Bij het indienen van de aanvraag om subsidievaststelling overlegt de subsidieontvanger de door het college nader te bepalen gegevens die voor het beoordelen van de aanvraag van belang zijn;

  • 3. Het college stelt in dat geval de subsidie binnen 16 weken vast.

  • 4. De subsidie kan naast de gevallen, vermeld in artikel 4:46, tweede en derde lid van de wet, lager worden vastgesteld, indien:

    • a.

      is gebleken dat de subsidie aan andere activiteiten is besteed dan waarvoor zij is verleend;

    • b.

      de ontvanger feitelijk niet of niet voldoende overeenkomstig zijn doelstellingen werkzaam is en hierin ondanks een schriftelijke waarschuwing geen verandering brengt;

    • c.

      de ontvanger naar het oordeel van het college een financieel wanbeleid voert;

    • d.

      de organisatie bij rechterlijk vonnis is ontbonden.

Artikel 11 Subsidie-intrekking en –wijziging
  • 1. Het college kan, zolang de subsidie niet is vastgesteld, de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen als zich een geval voordoet als genoemd in artikel 4:48, eerste lid, en artikel 4:50, eerste lid, van de wet, of een geval als genoemd in het vierde lid van artikel 10. In het geval van toepassing van artikel 4:50 van de wet moet een redelijke termijn in acht worden genomen.

  • 2. Het college kan een vastgestelde subsidie intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen in de gevallen, genoemd in artikel 4:49, eerste lid, van de wet.

HOOFDSTUK 3 SLOTBEPALING

Artikel 12 Hardheidsclausule

Het college kan in individuele gevallen van een of meer bepalingen van deze verordening afwijken dan wel deze buiten toepassing laten, voorzover toepassing ervan voor een of meer belanghebbenden gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de bepaling(en) te dienen doelen, dan wel leidt tot onbillijkheden van zwaarwegende aard.

Artikel 13 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking ouder verordening

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2008.

Op dat tijdstip vervalt de “Kadernota evenementen 1998”

Artikel 14 Citeertitel

Deze regeling kan aangehaald worden als de “Subsidieverordening Evenementen gemeente Venray”.