Leidingenverordening Gouda 2008

Geldend van 01-10-2008 t/m heden

Intitulé

Leidingenverordening Gouda 2008

de Raad van de gemeente Gouda

Gelezen het voorstel van het college d.d. 5 juni 2008; Gelet op de artikelen 149, 154 en 156 van de Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen de volgende Verordening op de aanleg, het houden, het onderhoud, het gebruik en het verwijderen van leidingen in de openbare ruimten in de gemeente Gouda (Leidingenverordening Gouda 2008):

artikel 1 algemene bepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. college

college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda;

b. leiding

een buis bestemd voor het transport van vaste stoffen, vloeistoffen en gassen, of kabel, gelegen in, op of boven de grond, met uitzondering van bovengrondse hoogspanningskabels, of in kunstwerken, met alle daarbij behorende voorzieningen, zoals mantelbuizen en kabelgoten;

c. openbare ruimte

alle voor het publiek openbare, al dan niet met enige beperking, toegankelijke plaatsen binnen de gemeente Gouda;

d. kunstwerken

voor de geleiding van een leiding aangebrachte infrastructuur waaronder in ieder geval wordt verstaan leidingentunnels en leidingenviaducten, en in infrastructuur aanwezige voorzieningen ten behoeve van de geleiding van leidingen;

e. leidingexploitant

degene onder wiens verantwoordelijkheid een leiding wordt aangelegd, beheerd of geëxploiteerd, waaronder tevens wordt begrepen degene die een vergunning voor het aanleggen van een leiding heeft aangevraagd;

f. ondergrondse obstakels

bodemverontreiniging, materialen, objecten en stoffen die nadelige beïnvloeding van de staat van de aan te leggen of gelegde leiding tot gevolg hebben of kunnen hebben.

artikel 2
  • 1. Deze verordening is van toepassing op de aanleg, het houden, het onderhoud en het verwijderen van leidingen in de openbare ruimte en in of op kunstwerken.

  • 2. Deze verordening is niet van toepassing op kabels, bedoeld in de Telecommunicatiewet, en op leidingen, die onderdeel zijn van een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer of deel uitmaken van drukapparatuur als bedoeld in het Besluit drukapparatuur.

artikel 3

Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels vast stellen waarin onder meer bepalingen zijn opgenomen betreffende de veiligheid, het ontwerp, beheer, aanleg, onderhoud en het verwijderen van leidingen.

artikel 4 De vergunning
  • 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning leidingen in, op of boven de openbare ruimte, en in of op kunstwerken:

    a. aan te leggen of te houden;

    b. te onderhouden, of

    c. behoudens het bepaalde in artikel 18, te verwijderen.

  • 2. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning bestaande leidingen:

    a. te wijzigen;

    b. te verplaatsen;

    c. een andere functie te geven dan die in de vergunning is omschreven.

artikel 5
  • 1. Een vergunning wordt door het college op aanvraag aan de leidingexploitant verleend, nadat is gebleken dat wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening.

  • 2. De aanvraag voor een vergunning wordt ingediend bij het college door middel van een daartoe vastgesteld formulier.

  • 3. Het college stelt in de in artikel 3 bedoelde nadere regels vast welke gegevens en documenten voor de beoordeling van de aanvraag benodigd zijn.

  • 4. In geval van reparaties en het maken van huisaansluitingen met een maximale lengte van 25 meter in openbare gronden geldt ten opzichte van de vorige leden een verkorte procedure, inhoudende dat tenminste twee werkdagen voorafgaande aan de werkzaamheden door de leidingexploitant melding is gemaakt door middel van een door het college vastgesteld formulier en voor de beoogde werkzaamheden door het college toestemming is verleend. Aan de toestemming kunnen door het college voorwaarden worden gesteld. Artikel 8, tweede lid, is hierbij van overeenkomstige toepassing.

  • 5. Indien de werkzaamheden spoedeisend zijn dient de melding, bedoeld in het vierde lid, zo spoedig mogelijk doch voor aanvang van de werkzaamheden door het college ontvangen te zijn.

artikel 6
  • 1. Een voor een leiding verleende vergunning geldt voor deze leiding. De leidingexploitant draagt ervoor zorg dat de aan de vergunning verbonden voorschriften worden nageleefd.

  • 2. Indien de leiding ten aanzien waarvan een vergunning is verleend wordt overgedragen of de leidingexploitant in een andere rechtsvorm wordt omgezet, melden de oude en de nieuwe leidingexploitant respectievelijk meldt de nieuwe rechtsvorm dit onverwijld schriftelijk aan het college.

  • 3. In afwijking van het eerste en tweede lid kan het college in de vergunning bepalen dat de vergunning slechts geldt voor de leidingexploitant.

  • 4. Een krachtens deze verordening verleende vergunning geldt, voor zover van toepassing, tevens als een vergunning op grond van artikel 2.1.5.1 en artikel 2.1.5.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening Gouda.

artikel 7
  • 1. Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2. De termijn, bedoeld in het eerste lid, kan met maximaal acht weken worden verlengd.

  • 3. Het college houdt een beslissing op de aanvraag om een leidingvergunning aan indien er geen grond is om de vergunning te weigeren en voor de aanleg, verplaatsing of verwijdering van de leiding tevens een bouwvergunning of een andere gemeentelijke vergunning vereist is, tenzij

    • a.

      de betreffende vergunning is afgegeven en zes weken zijn verstreken waarbinnen geen bezwaar is aangetekend dan wel

    • b.

      een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend en op dat verzoek is beslist.

  • 4. De vergunning wordt in ieder geval niet verleend indien niet wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening.

artikel 8
  • 1. Het college kan met inachtneming van de krachtens artikel 3 gestelde nadere regels aan de vergunning voorschriften, beperkingen en een tijdsduur verbinden.

  • 2. De voorschriften en beperkingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen betrekking hebben op:

    • a.

      de bescherming van de openbare orde;

    • b.

      de bescherming van de bodem;

    • c.

      de bescherming van de volksgezondheid;

    • d.

      de voorkoming van gevaar, schade of hinder;

    • e.

      de verkeersveiligheid en goede doorstroming van het verkeer;

    • f.

      het verschaffen van nadere informatie;

    • g.

      de bescherming en ongestoorde exploitatie van naburige leidingen;

    • h.

      de afstemming met andere werken;

    • i.

      de verzekering van de toestand waarin het tracé na voltooiing van het werk moet worden opgeleverd;

    • j.

      het behoud van de integriteit van de leiding;

    • k.

      de bepaling van het tijdstip waarop de feitelijke werkzaamheden aan de leiding mogen of moeten beginnen;

    • l.

      de vaststelling van de met het oog op het verrichten van de feitelijke werkzaamheden in te dienen werkplan en de termijn waarbinnen het plan moet zijn ingediend;

    • m.

      het tijdschema voor de aanleg, wijziging of verwijdering van de leiding;

    • n.

      de voorwaarden waaronder afwijking van het werkplan of het tijdschema is toegestaan;

    • o.

      de bepaling van onderhoudsverplichtingen;

    • p.

      het tracé waar de leiding mag of moet worden gelegd en gehouden.

  • 3. Het college kan met in achtneming van het tweede lid een verleende vergunning wijzigen of aanvullen.

artikel 9

Het college kan de vergunning onverminderd het bepaalde in artikel 8, derde lid, wijzigen of intrekken, indien:

  • a.

    de leidingexploitant niet binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning de werkzaamheden als omschreven in de vergunning is begonnen;

  • b.

    de leidingexploitant de exploitatie en het onderhoud van de leiding gedurende een aaneengesloten periode van tenminste zes maanden staakt dan wel de leiding anderszins gedurende een periode van tenminste zes maanden niet in gebruik is en niet onderhouden is;

  • c.

    blijkt dat de vergunning op basis van onjuiste of onvolledige gegevens is verleend;

  • d.

    de vergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is afgegeven;

  • e.

    de leidingexploitant het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de vergunningvoorschriften niet naleeft;

  • f.

    na het verlenen van de vergunning naar het oordeel van het college gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht blijven van de vergunning onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en hieraan door het stellen van nadere voorschriften en beperkingen aan de verleende vergunning niet kan worden tegemoetgekomen;

  • g.

    dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken.

artikel 10
  • 1. De vergunning vervalt indien de leidingexploitant schriftelijk aan het college verklaart van de vergunning geen gebruik meer te willen maken.

  • 2. Degene die een schriftelijke verklaring als bedoeld in het eerste lid afgeeft, wordt gedurende de tijd dat de leiding na opzegging in de openbare ruimte aanwezig is, beschouwd als leidingexploitant, tenzij de leiding is overgedragen of wordt geëxploiteerd of beheerd door een andere persoon, in welk geval laatstgenoemde persoon als leidingexploitant wordt beschouwd.

  • 3. In afwijking van het tweede lid wordt in geval van een persoonsgebonden vergunning als bedoeld in artikel 6, derde lid, de vergunninghouder als leidingexploitant beschouwd tot het moment dat hij de vergunning conform het eerste lid opzegt en de exploitatie van de leiding staakt of de leiding waar de vergunning betrekking op heeft in eigendom overdraagt en hij daarvan schriftelijk melding heeft gedaan bij het college met dien verstande dat hij het bewijs van de overdracht kan leveren.

artikel 11 de aanleg
  • 1. Het college kan de leidingexploitant verplichten binnen een door het college vast te stellen termijn na verlening van de vergunning en voor de beoogde aanvang van de feitelijke werkzaamheden voor de aanleg, wijziging of verwijdering van de leiding bij het college overeenkomstig de door het college krachtens artikel 3 gestelde nadere regels documenten in te dienen.

  • 2. De leidingexploitant voltooit de werkzaamheden met betrekking tot de aanleg, wijziging of verwijdering binnen zes maanden na aanvang van de werkzaamheden, tenzij in de vergunning anders is bepaald.

artikel 12
  • 1. De leidingexploitant stelt het college in de gelegenheid op werkdagen de gelegde leiding in te meten.

  • 2. De leidingexploitant draagt ervoor zorg dat het leidingtracé na afloop van het werk in de oorspronkelijke, dan wel in de vergunning omschreven staat wordt opgeleverd.

  • 3. Indien door de leidingexploitant werkzaamheden aan leidingen in de openbare ruimte worden uitgevoerd, brengt het college de kosten voor herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van die openbare ruimte die het rechtstreekse gevolg zijn van de uitgevoerde werkzaamheden bij de leidingexploitant in rekening.

artikel 13
  • 1. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden ondergrondse obstakels worden aangetroffen, meldt de leidingexploitant dit onverwijld aan het college.

  • 2. Het college kan bij gebleken ondergrondse obstakels in of nabij het tracé van de leiding aan de leidingexploitant maatregelen opdragen ter bescherming van de belangen waartoe deze verordening strekt en opschorting van de werkzaamheden gelasten. De kosten van de te nemen maatregelen komen ten laste van de vergunninghouder.

  • 3. De in het tweede lid bedoelde opschorting wordt pas gelast, indien:

    • a.

      is gebleken dat geen uitvoering is gegeven aan de door het college aan de leidingexploitant opgedragen maatregelen, of

    • b.

      naar het oordeel van het college maatregelen als bedoeld onder a. niet mogelijk zijn.

artikel 14

Het college kan de leidingexploitant verplichten na de voltooiing van het werk tekeningen, waaruit de feitelijke situatie na de uitvoering van de werkzaamheden blijkt, om niet aan het college ter beschikking te stellen.

Artikel 15 het beheer van leidingen

  • 1.

    De leidingexploitant is verplicht met inachtneming van de krachtens artikel 3 gestelde nadere regels zorg te dragen voor een goede staat van onderhoud van de leiding.

  • 2.

    Het college kan de leidingexploitant verplichten periodiek aan het college door een onafhankelijk en deskundig bureau opgesteld rapport te verstrekken, waarin wordt aangetoond dat de leiding voldoet aan de vergunningsvoorwaarden.

  • 3.

    Indien naar het oordeel van het college een leiding onvoldoende is onderhouden, zendt het college een aanzegging naar de leidingexploitant. De leidingexploitant meldt binnen de in de aanzegging bepaalde termijn op welke wijze en binnen welke termijn onderhoudswerkzaamheden zullen worden verricht.

  • 4.

    Indien voor het verrichten van onderhoud aan de leiding graafwerkzaamheden in de openbare ruimte worden verricht zijn de artikelen 11 tot en met 14 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16 Nadeelcompensatie

Indien blijkt dat een leidingexploitant als gevolg van een besluit van het college, inhoudende een intrekking of wijziging van een vergunning op grond van artikel 9, onderdeel g, schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale risico kan worden gerekend en waarvan een vergoeding niet of niet voldoende is verzekerd, kent het college op verzoek aan hem een vergoeding toe.

Artikel 17 verontreiniging, gevaar en hinder
  • 1. De leidingexploitant is verplicht verontreiniging, gevaar of hinder, dan wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar of hinder kunnen optreden, onmiddellijk conform de procedures krachtens artikel 3 gestelde nadere regels te melden en alle maatregelen te treffen teneinde verdere verontreiniging, schade of hinder te voorkomen.

  • 2. Het college kan de leidingexploitant opdragen een milieutechnisch onderzoek dan wel een onderzoek naar mogelijk gevaar of hinder uit te voeren, indien een redelijk vermoeden bestaat van verontreiniging, gevaar of hinder, ontstaan bij de exploitatie van de leiding.

  • 3. Het college kan bij gebleken of ernstige dreiging van verontreiniging, gevaar of hinder in of nabij het tracé van de leiding opschorting gelasten van de exploitatie van de betreffende leiding en, indien sprake is van een vergrote kans op verontreiniging, gevaar of hinder door belendende leidingen, van laatstgenoemde leidingen.

Artikel 18 het verwijderen van leidingen
  • 1. De leidingexploitant is verplicht na het verlopen, opzeggen of geheel of gedeeltelijke intrekken van de vergunning de leiding binnen een door het college te bepalen termijn te verwijderen.

  • 2. De artikelen 4, 11, 12, 13 en 14 zijn van overeenkomstige toepassing op de verwijderingen, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 19 toezicht op de naleving

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen personen.

Artikel 20 Evaluatiebepaling

Het college zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening en vervolgens telkens na vijf jaar aan de raad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze verordening.

Artikel 21 Overige en slotbepalingen
  • 1. Voor leidingen die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening aanwezig en in gebruik zijn geldt de schriftelijke toestemming dan wel vergunning op grond waarvan zij gelegd zijn als een vergunning krachtens deze verordening.

  • 2. Indien het college van oordeel is dat een schriftelijke toestemming dan wel reeds verleende vergunning als bedoeld in het eerste lid niet voldoet aan de voorschriften bij of krachtens deze verordening kan zij de leidingexploitant een termijn stellen waarbinnen hij het college nadere informatie over de leiding dient te verschaffen of een aanvraag voor een vergunning moet indienen, bij gebreke waarvan de schriftelijke toestemming bij een door het college te bepalen tijdstip komt te vervallen.

artikel 22

Overtreding van de artikelen 4, 6, tweede lid, 11, tweede lid, 13, eerste lid, 15, eerste lid en derde lid, tweede volzin, 16, derde lid, en 17, eerste lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie.

Artikel 23

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de eerste maand na publicatie in de Goudse Post.

artikel 24

Deze verordening wordt aangehaald als: Leidingenverordening Gouda 2008.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 september 2008.

De Voorzitter,

De Griffier,