Burgemeester en wethouders, gelezen het voorstel aan burgemeester en wethouders van 6 november 2012, nr 12it.03121. gelet op artikel 5 Wet maatschappelijke ondersteuning; gezien het advies van het POP d.d. 4 december 2012 overwegende dat, als onderdeel van de beleidsregels Wmo, dient te worden vastgesteld op welke wijze de inzet van hulp bij het huishouden wordt beoordeeld,  besluit vast te stellen

Geldend van 11-03-2013 t/m 14-11-2019

Intitulé

Burgemeester en wethouders, gelezen het voorstel aan burgemeester en wethouders van 6 november 2012, nr 12it.03121. gelet op artikel 5 Wet maatschappelijke ondersteuning; gezien het advies van het POP d.d. 4 december 2012 overwegende dat, als onderdeel van de beleidsregels Wmo, dient te worden vastgesteld op welke wijze de inzet van hulp bij het huishouden wordt beoordeeld,  besluit vast te stellen

Protocol Indicatiestelling hulp bij het huishouden

Deze beleidsregel treedt in werking op 11 maart 2013

Het indicatieprotocol van januari 2009 wordt gelijktijdig ingetrokken

 

 

Aldus besloten in de vergadering van 18 december 2012

 

 

Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bladel

de secretaris,                                           de burgemeester,

Inhoudsopgave

1. Uitgangspunten voor Hulp bij het huishouden

  • 1.1

    Als disfunctioneren dreigt

  • 1.2

    Het cliëntsysteem is primair zelf verantwoordelijk

  • 1.3

    Begeleiding richt zich op motiveren en instrueren

  • 1.4

    Technische hulpmiddelen

  • 1.5

    Revalideren

  • 1.6

    Gebruikelijke zorg

  • 1.7

    Eigen verantwoordelijkheid/ eigen kracht

2. Normering huishoudelijke taken in minuten

  • 2.1

    Categorie 1:

    2.1.1 Een schoon en leefbaar huis

    2.1.2 Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften

    2.1.3 Beschikken over schone en doelmatige kleding en linnengoed

  • 2.2

    Categorie 2:

    2.2.1 Het thuis zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren

    2.2.2 Dagelijkse organisatie van het huishouden

  • 2.3

    Categorie 3

    2.3.1 Psychosociale begeleiding, tevens observeren

    2.3.2 Advies, instructie, voorlichting, gericht op het huishouden

3. Veelgestelde vragen

  • 3.1

    Maaltijdverzorging en boodschappen doen in de Wmo

  • 3.2

    Hulp in een gezin met een gehandicapt kind

  • 3.3

    Kinderverzorging en –opvang bij gehandicapte, chronisch zieke ouder

  • 3.4

    Ouderlijke zorgplicht bij echtscheiding

  • 3.5

    Hulp bij het huishouden in terminale situaties

  • 3.6

    Hulp bij het huishouden bij huisstofmijtallergie

Inleiding

Hulp bij het huishouden is in meerdere opzichten een belangrijke functie binnen de Wmo om een aantal resultaten te kunnen bereiken. Bijzonder is ook dat het gaat om hulp die zich in de regel niet beperkt tot één persoon maar die een heel cliëntsysteem aangaat. Naar de inhoud is hulp bij het huishouden een cruciale functie omdat het zelfstandig kunnen wonen van mensen met beperkingen staat of valt bij deze compensatie.

Dit protocol borduurt voort op het protocol Huishoudelijke Verzorging zoals dat in het verleden ontwikkeld is door het CIZ.

De vraag of compensatie voor hulp bij het huishouden moet worden geboden wordt sterk bepaald door eigen mogelijkheden/eigen kracht en de aan- of afwezigheid van huisgenoten en mantel/familiezorgers .

De opbouw van dit document is als volgt:

Onder ‘Uitgangspunten’ staat een beperkt aantal kenmerkende aspecten van de indicatiestelling voor hulp bij het huishouden op een rij. Veel hierover is ook terug te vinden in de beleidsregels. Het ‘afwegingskader’ rondom hulp bij het huishouden kan worden gelezen als een eerste beslisboom om te komen tot een indicatie voor wat betreft de te verstrekken compensatie; de ‘normering in tijd’ geeft in uren de omvang van de compensatie aan. Tot slot worden onder ‘Veelgestelde vragen’ een aantal veelvoorkomende dilemma’s behandeld.

Het indicatieprotocol wordt niet alleen gehanteerd bij aanvragen maar kan ook tijdens ‘het gesprek’  richting geven.

Doel van de individuele voorziening hulp bij het huishouden (hbh)

Hulp bij het huishouden is gericht op ondersteunen bij, of overnemen van huishoudelijke verrichtingen, ofwel activiteiten op het gebied van verzorgen van het huishouden, in relatie tot (dreigend) disfunctioneren van het huishouden, de veiligheid van en de regie over het huishouden om de in de Wmo verordening genoemde resultaten te kunnen bereiken:

  • 1.

    een schoon en leefbaar huis;

  • 2.

    beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;

  • 3.

    beschikken over schone  en doelmatige kleding;

  • 4.

    het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren;

1. Uitgangspunten voor Hulp bij het huishouden

1.1 Als disfunctioneren dreigt

Hulp bij het huishouden komt in beeld als disfunctioneren dreigt. Dat kan zich uiten in vervuiling (van de woning of van kleding), verwaarlozing (gezondheidsrisico’s, persoonlijke verzorging, voeding en vocht) of ontreddering van zichzelf of van afhankelijke huisgenoten waardoor het functioneren in huis maar ook buitenshuis belemmerd wordt.

Het doel van hulp bij het huishouden kan dan zijn het schoonhouden van het huis en/of het verrichten van de dagelijks voorkomende huishoudelijke activiteiten, maar ook het ondersteunen bij het organiseren van het huishouden.

1.2 Het cliëntsysteem is primair zelf verantwoordelijk

Het cliëntsysteem is primair zelf verantwoordelijk voor het eigen huishouden, met inbegrip van het bevorderen en in standhouden van gezondheid, levensstijl en de wijze waarop de huishouding wordt gevoerd. Aanspraak op ondersteuning vanuit de Wmo is er als aanvulling op de eigen mogelijkheden, die, zeker in het kader van de Kanteling, nauwkeurig worden besproken en onderzocht. Onder de eigen verantwoordelijkheid/mogelijkheid valt ook het zelf kunnen inschakelen van derden om hulp te geven bij het huishouden.

Als er sprake is van kamerverhuur, rekenen we de huurder van de betreffende ruimte niet tot het huishouden. Als mensen zelfstandig (denk aan woongroepen, kamerverhuur, hat-eenheden, kloosterlingen, meerdere generaties in een huis) samenwonen op een adres en gemeen­schappelijke ruimten delen, veronderstellen we dat het aandeel in het schoonmaken van die ruimten bij uitval van een van de leden wordt overgenomen door de andere leden van het cliëntsysteem.

De eventuele indicatie voor hulp bij het huishouden betreft dan alleen de eigen woonruimte (kamers) van de zorgvrager en, indien alle bewoners zorgbehoevend zijn, een evenredig deel van het schoonmaken van de gemeenschappelijke ruimten. Als voorbeeld: in een woonvorm voor mensen met een verstandelijke beperking die een gemeenschappelijke woonruimte delen en niet in staat zijn geheel zelfstandig huishoudelijke klussen te doen, worden alle bewoners naar behoefte geïndiceerd voor hulp bij het huishouden Als één van de medebewoners wel in staat is de huishoudelijke taken uit te voeren, hoeft deze persoon niet de huishoudelijke taken over te nemen van zijn huisgeno(o)ten die dat niet kan/kunnen. Dezen worden immers ieder voor hun aandeel geïndiceerd voor hulp bij het huishouden.

1.3 Begeleiding richt zich op motiveren en instrueren

Het verschil tussen Begeleiding en Hulp bij het huishouden is niet altijd duidelijk. De stelregel is dat begeleiding bij hulp bij het huishouden is gericht op motiveren, aansturen, instrueren en zo nodig het overnemen van het huishouden. Er is daarbij sprake van een gebrek in het organisatievermogen van de leefeenheid dat is ingegeven door het fysiek uitvallen van degene die dat normaal gesproken op zich neemt. Begeleiding, zoals nu nog gedefinieerd in de AWBZ, is aan de orde wanneer er structurele regieproblemen zijn die zich uiten op meerdere gebieden van het dagelijks leven en de sociale redzaamheid in het algemeen in het geding is.

Doorslaggevend is de doelstelling: verbetering of handhaven van het niveau van functioneren valt onder de begeleidingsfunctie (ook enige sturing in het wonen en woningonderhoud valt daaronder). Als de nadruk ligt op organisatie van het onderhoud van de woning en het overnemen van enige activiteiten op het gebied van het huishouden moet hulp bij het huishouden worden geïndiceerd. In het algemeen kan gesteld worden dat problemen in de sociale redzaamheid tot nu toe voorsorteren op de begeleidingsfunctie in de AWBZ, problemen op met name het fysieke vlak en psychosociale problemen van voorbijgaande aard op hulp bij het huishouden. Door de overkomst van de functie Begeleiding naar de Wmo zal dit veranderen.

Leeftijd of het niet gewend zijn aan huishoudelijk werk kunnen invloed hebben op het vermogen van andere leden uit het cliëntsysteem om huishoudelijke taken over te nemen. Als dit noodzakelijk is door uitval van een van de leden kan aan de gezonde anderen een instructie worden gegeven voor het aanleren van vaardigheden op huishoudelijk gebied. Ook het trainen van huisgenoten om bepaalde huishoudelijke handelingen te verrichten of om te gaan met huishoudelijke hulpmiddelen valt als activiteit onder de functie hulp bij het huishouden: instructie. Het gaat dan om een kortdurende indicatie voor beperkte tijd (maximaal 6 maanden), waarin de noodzakelijke huishoudelijke vaardigheden worden aangeleerd1.

Een andere situatie treedt op wanneer iemand doelgerichte training nodig heeft in ondermeer huishoudelijke vaardigheden met als doel het dagelijkse functioneren te verbeteren op meer gebieden dan alleen het huishouden. Een methodische aanpak is daarbij noodzakelijk. In dat geval dient de functie begeleiding, zoals nu in de AWBZ geformuleerd, te worden ingezet.

 

In het kader van de overheveling van de functie begeleiding naar de Wmo zal opnieuw bekeken moeten worden hoe ‘begeleiding’ wordt beoordeeld in relatie tot ‘hulp bij het huishouden’.  Hier liggen in ieder geval kansen om zaken te verbinden en goed op elkaar af te stemmen.

 

1 Alleenstaanden die geen grondslag voor ondersteuning vanuit de Wmo hebben, anders dan bijvoorbeeld het plotseling wegvallen van de verzorger in het huishouden, zijn voor het aanleren van huishoudelijke vaardigheden in de regel aangewezen op voorliggende voorzieningen als welzijnswerk, enz.

1.4 Technische hulpmiddelen

Er is geen indicatie voor hulp bij het huishouden als de problemen van de cliënt afdoende kunnen worden opgelost met technische hulpmiddelen. Hulpmiddelen kunnen bestaan uit algemeen gebruikelijke huishoudelijke apparatuur, zoals een wasmachine of stofzuiger. Deze hulpmiddelen dienen uit oogpunt van verantwoorde werkomstandigheden ook voor een helpende aanwezig tezijn. Daarnaast kangebruik gemaakt worden van al aanwezige hulpmiddelen, zoals een droogtrommel of een afwasmachine. Als dergelijke apparaten niet aanwezig zijn maar wel een adequate oplossing zouden bieden voor het probleem, moeten deze middelen, als algemeen gebruikelijk, eerst worden ingezet. Zonodig kan de cliënt gewezen worden op de mogelijkheid van de eerstelijns ergotherapie voor ergonomische consultatie bij het leren omgaan met hulpmiddelen/het reorganiseren van het huishouden. De cliënt kan voor de tijd dat de hulpmiddelen er niet zijn in aanmerking komen voor ondersteuning vanuit de Wmo (er is dus een vorm van overbruggingszorg).

1.5 Revalideren

Wanneer de aandoening die de oorzaak vormt voor de huishoudelijke beperkingen naar de mening van de indicatiesteller nog behandelmogelijkheden biedt, dient bezien te worden of hbh anti-revaliderend werkt in deze situatie. Er kan in deze situaties eventueel een tijdelijke indicatie voor de duur van het revalidatietraject afgegeven worden mits dit geen anti-revaliderende werking heeft. Na een behandeltraject dient een herindicatie plaats te vinden.

1.6 Gebruikelijke zorg

In de beleidsregels staat onder gebruikelijke zorg omschreven welke taken behoren tot de normale taken binnen een cliëntsysteem . Daarvan wordt verondersteld dat die bij uitval van een van de leden die taken overgenomen worden door de andere. De beleidsregels normeren de toegang tot hulp bij het huishouden in belangrijke mate.

1.7 Eigen verantwoordelijkheid/ eigen kracht

De indicatiesteller is verplicht onderzoek te doen naar al aanwezige formele en informele zorg.

Bij aanwezigheid van particuliere hulp of informele zorg door familieleden is in principe geen compensatie nodig voor de beperkingen die iemand ondervindt. Het feit dat men niet langer bereid is de zorg op eigen kosten te continueren kan alleen maar tot een toekenning leiden als er sprake is van gewijzigde (financiële) omstandigheden die dat rechtvaardigen.

 

In het kader van de Kanteling wordt, per situatie, beoordeeld welke taken echt overgenomen moeten worden en wat men eventueel toch nog zelf kan doen (b.v. wel stofzuigen maar niet dweilen). Indien huishoudelijke taken worden overgenomen door familieleden in de eerste of tweede graad of hun partners (ouders, kinderen, kleinkinderen, broers/zussen) is er geen reden om vanuit de Wmo een voorziening toe te kennen.

2. Normering huishoudelijke taken in minuten

In het kader van de Kanteling wordt, bij de normering van taken, bekeken welk deel van de taak nog op eigen kracht of met behulp van het eigen netwerk kan worden uitgevoerd. Ook dienen de feitelijke woonomstandigheden/mate van gebruik van de woning te worden beoordeeld. De in dit hoofdstuk genoemde normen zijn richtlijnen. Afhankelijk van de individuele omstandigheden wordt de norm bepaald, dat kan zowel naar boven als beneden afwijken van de richtlijnen die zijn opgenomen.

 

De normering wordt per te bereiken resultaat beschreven. Voor alle resultaten geldt dat beoordeeld moet worden of de genoemde werkzaamheden nog gedeeltelijk zelf kunnen worden gedaan.

De te bereiken resultaten zijn hieronder genoemd, gerelateerd aan de categorie hulp bij het huishouden.

2.1 Categorie 1:

2.1.1. Een schoon en leefbaar huis

Voor hulp bij het huishouden zijn indicaties ontwikkeld zoals hieronder aangegeven. Daarbij wordt uitgegaan van het schoonhouden van woonkamer, slaapvertrekken, keuken en sanitaire ruimten. Daarbij wordt, qua grootte, uitgegaan van het niveau van sociale woningbouw.

Zware huishoudelijke werkzaamheden

TOTAAL Zwaar huishoudelijk werk: de omvang van de benodigde ondersteuning is meer afhankelijk van de inrichting van de woning dan van de aanwezigheid van een extra persoon.

woning met 1 slaapkamer, 1,5 uur per week,

woning met meer slaapkamers 2 uur per week

Stofzuigen

Schrobben dweilen soppen: sanitair en keuken

Bedden opmaken/verschonen

Opruimen huishoudelijk afval 

Licht poetswerk in huis/ kamers opruimen

TOTAAL

60 min. per week

Activiteit  Afwassen, indien geen maaltijdvoorbereiding is geïndiceerd

Handmatig

Machine in- en uitruimen

Opruimen

Stof afnemen/ragen

Bij de bepaling van het aantal uren voor zwaar en/of licht huishoudelijk werk moet het volgende worden meegewogen:

  • -

    is er sprake van rolstoelgebruik;  binnen/buiten rolstoel

  • -

    aantal personen;  zijn er kinderen in het gezin

  • -

    gebruik van de keuken;  wordt er daadwerkelijk gekookt

  • -

    inrichting;  is de woning snel en gemakkelijk te onderhouden

  • -

    eigen redzaamheid;  zijn er ernstige beperkingen aan de handen of armen

  • -

    is er sprake van copd-problematiek

2.1.2 Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften

Onder goederen voor primaire levensbehoeften vallen levensmiddelen maar ook schoonmaakmiddelen en toiletartikelen. Onder dit resultaat kan ook het bereiden van maaltijden vallen. 

Boodschappen doen

TOTAAL    1 maal per week

30 min per week

Boodschappenlijst samenstellen

Boodschappen inkopen en opslaan – wekelijks

Maaltijdverzorging

TOTAAL    warm

                 Brood

30 minuten per keer

15 minuten per keer

Broodmaaltijd klaarzetten

Tafel dekken en afruimen

Koffie/thee zetten

Afwassen (machine - handmatig)-opruimen

Eten bereiden: voorbereiden - koken

Opslaan en beheer levensmiddelenvoorraad

Bij de bepaling van het aantal uren moet worden meegewogen;

  • -

    mogelijkheid gebruik te maken van een maaltijdservice

  • -

    aanwezigheid van boodschappenservices

  • -

    aanwezigheid van kinderen

2.1.3 Beschikken over schone en doelmatige kleding en linnengoed

Kleding en linnengoed moet verzorgd worden; gewassen, gevouwen en opruimen en indien nodig, gestreken. De aanwezigheid van was- en droogtrommel is algemeen gebruikelijk.

Wasverzorging

TOTAAL

30 min per week voor wassen

30 min per week voor strijken/vouwen

Kleding en linnengoed sorteren en wassen in de wasmachine

Ophangen, afhalen,

Was drogen in droogmachine

Vouwen, strijken, (alleen bovenkleding) opbergen

Bij de bepaling van de tijd spelen de volgende factoren een rol:

  • -

    aantal personen, waaronder kinderen

  • -

    wat zijn de eigen mogelijkheden om iets aan de was te doen

  • -

    bedlegerige patiënten

  • -

    extra bewassing i..vm. overmatige transpiratie, incontinentie enz.  

2.2 Categorie 2

2.2.1 Het thuis zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren

De grondslag ligt bij de ouder. Deze is tijdelijk niet in staat om de ouderrol op zich te nemen.

TOTAAL

Tot max. van 40 uur per week aanvullend op eigen mogelijkheden

Wassen en aankleden

Hulp bij het eten en/of drinken

Maaltijd voorbereiden

Sfeer scheppen, spelen

Factoren die een rol spelen bij de afweging:

  • -

    gezondheidssituatie van kinderen/huisgenoten

  • -

    aanwezigheid gedragsproblematiek

  • -

    mogelijkheden binnen eigen netwerk om een bijdrage aan de opvang te leveren

  • -

    mogelijkheden van zorgverlof van de werkende ouder

  • -

    leeftijd van de kinderen

  • mogelijkheden professionele kinderopvang in te schakelen

 

De hieronder genoemde mogelijkheden vallen onder categorie 2 maar kunnen bij ieder te bereiken resultaat nodig zijn.

2.2.2 Dagelijkse organisatie van het huishouden

TOTAAL

30 minuten per week

Administratieve werkzaamheden t.b.v. klant2

Organisatie huishoudelijke activiteiten

Plannen en beheren van middelen m.b.t. het huishouden

Bij de beoordeling van de toe te kennen tijd moet meegewogen worden

  • -

    communicatieproblemen

  • -

    aanwezigheid van jonge kinderen

  • -

    (psychosociale) problematiek bij meerdere gezinsleden.

2 Alleen in combinatie met andere huishoudelijke activiteiten, valt bij beperkt regelvermogen onder begeleiding.

2.3 Categorie 3

2.3.1 Psychosociale begeleiding, tevens observeren

Totaal

30 minuten per week

Formulieren doelen/bijstellen met betrekking tot het huishouden

Helpen handhaven/verkrijgen/herverkrijgen structuur in het huishouden

Helpen handhaven vergroten van zelfredzaamheid m.b.t. budget

Begeleiden ouders bij opvoeding kinderen3                       Begeleiding kinderen4 

2.3.2 Advies, instructie, voorlichting, gericht op het huishouden

TOTAAL  

30 minuten per keer

Instructie omgaan met hulpmiddelen

Instructie licht huishoudelijke werk

Instructie textielverzorging

Instructie koken

3 Eerst mate van gebruikelijke zorg bepalen; vervolgens overlap met begeleiding en Jeugdzorg.

4 Idem.

3. Veelgestelde vragen

3.1 Maaltijdverzorging en boodschappen doen in de Wmo

Maaltijdbereiding en boodschappen is geen structureel onderdeel van hulp bij het huishouden. Cliënten moeten voor de maaltijdbereiding en boodschappen in eerste instantie een beroep doen op de eventueel aanwezige –volwassen, gezonde- huisgenoten (gebruikelijke zorg) . Als dezen door beperkingen in het zelfzorgvermogen de warme maaltijd niet kunnen verzorgen, moet worden nagegaan welke mogelijkheden mantelzorg, vrijwilligers en voorliggende of algemeen gebruikelijke voorzieningen bieden. Te denken valt aan kant en klaarmaaltijden, maaltijdvoorziening, boodschappendiensten of bezorging aan huis. Indien voorliggende voorzieningen niet tegemoet kunnen komen aan de eisen van een, door een arts voorgeschreven, dieet, kan deze taak in de thuissituatie worden geïndiceerd. In leefeenheden met jonge (<12 jr. ) kinderen kan in een crisissituatie voor een beperkte periode, in combinatie met andere hulp bij het huishouden een indicatie gesteld worden. Als de huisgenoten door onvoldoende kennis of vaardigheden niet in staat zijn om te koken, wordt hen aangeboden om het koken te leren.

 

Keuze is dan:

  • 1.

    Voorliggende voorzieningen en mantelzorg zijn niet adequaat.

  • 2.

    Het gaat om het voorbereiden van de warme maaltijd.

  • 3.

    Mogelijk aantal keren per week beperken.  

  • 4.

    Max. drie maanden in tijd van crisis.

  • 5.

    Aanleren gaat voor overnemen.

3.2 Hulp in een gezin met een gehandicapt kind

Bij ondersteuning van de verzorgende ouder(s) van een gezin met een gehandicapt kind geldt, dat geïnventariseerd wordt wat gezien de leeftijd van het kind tot de gebruikelijke ouderlijke zorgplicht behoort en waarin de ouder(s) dus extra zorg leveren. Van deze extra zorg wordt van de ouders gevraagd welke zorg ze bereid zijn vrijwillig te blijven leveren, zonder dat er overbelasting dreigt. Voor dat deel wordt dan geen indicatie gegeven. Daarnaast wordt onderzocht op welke gebieden zij ondersteuning vanuit de Wmo of AWBZ nodig hebben.

3.3 Kinderverzorging en –opvang bij gehandicapte, chronisch zieke ouder

Als de ouder in een éénoudergezin uitvalt, gehandicapt is of raakt en er op basis van grondslag en beperkingen een noodzaak bestaat tot kinderverzorging en -opvang wordt deze geïndiceerd volgens de normering. De opvang voor kinderen behoort in principe tot gebruikelijke zorg. De verzorging kan leiden tot een aanspraak. Van de ouder(-s) mag verwacht worden maximaal te zoeken naar mogelijkheden de opvang zelf te regelen, bijvoorbeeld: kinderopvang, van en naar school brengen etc., inzet familie e.d.

Wanneer –voor het deel dat niet anders kan worden geregeld/gefinancierd- hulp bij het huishouden  is geïndiceerd,  kan dat langdurig noodzakelijk zijn maar dat is zeker niet het uitgangspunt. Herindiceren is aan de orde in relatie tot leeftijd kinderen en verandering van omstandigheden. Een chronisch ziek, gehandicapt gezinslid kan een grote belasting betekenen voor een gezin. Ook bij twee ouders is het risico op overbelasting van de gezonde verzorgende ouder groot; dit kan leiden tot een indicatie voor hulp bij het huishouden ter ontlasting. Onderzoek altijd de dreiging van overbelasting.

3.4 Ouderlijke zorgplicht bij echtscheiding

Bij echtscheiding vervalt het samenwonen en daarmee dus ook de gebruikelijke zorg voor het huishouden en de onderlinge persoonlijke verzorging van partners. De zorgplicht voor de kinderen verdwijnt niet. Bij uitval van de verzorgende ouder moet wel onderzoek gedaan worden naar de mogelijkheid van opvang van de kinderen door de niet thuiswonende ouder, door te kijken naar de voor de rechtbank vastgelegde afspraken tussen de ex-echtgenoten. Voor die perioden dat de kinderen bij de verzorgende -uitgevallen- ouder zijn kan er dan een indicatie voor opvang zijn. Als de zorgplicht door de niet-verzorgende ouder kennelijk niet wordt nagekomen, beschouwen we de situatie als een éénoudergezin.

3.5 Hulp bij het huishouden in terminale situaties.

In terminale of andere chronische situaties waarin mantelzorgers zwaar belast worden met zorgtaken kunnen de normeringen betreffende gebruikelijke zorg soepeler worden gehanteerd. Het overnemen van huishoudelijke taken indien een partner terminaal is, is in grote mate ontlastend voor de andere partner.

3.6 Hulp bij het huishouden bij huisstofmijtallergie

Bij allergie voor huisstofmijt zal er advisering rond het saneren van de woning plaatsvinden door de daartoe bevoegde instanties, i.c. de CARA/COPD verpleegkundige (VP AIV). Een vraag naar hulp bij het huishouden zal dus pas aan de orde zijn wanneer sanering van de woning reeds heeft plaatsgevonden. Voor het stofvrij houden van de woning kan maximaal 2 uur extra worden geïndiceerd. Vanuit integrale beoordeling is hier dus mogelijk eerst de individuele voorziening woningsanering/woningaanpassing aan de orde. Dit dient afgewogen te worden.