Subsidieverordening Gemeentelijke Monumenten 2006

Geldend van 30-12-2011 t/m heden

Intitulé

Subsidieverordening Gemeentelijke Monumenten 2006

De raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp;

gezien het voorstel van het college van 14 november 2006;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen de Subsidieverordening Gemeentelijke Monumenten 2006

Artikel 1 Begipsbepalingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    gemeentelijk monument: een object dat is vermeld op de gemeentelijke monumentenlijst als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Erfgoedverordening Pijnacker-Nootdorp 2010;”

  • b.

    restaureren: het op sobere en doelmatige wijze treffen van voorzieningen aan het casco of aan onderdelen van monumentale waarde tot opheffing van (bouwtechnische) gebreken, het normale onderhoud te boven gaand en noodzakelijk voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarde van het gemeentelijk monument;

  • c.

    onderhouden: het op sobere en doelmatige wijze uitvoeren van periodieke werkzaamheden gericht op de instandhouding van het gemeentelijk monument in goede bouwkundige staat of ter voorkoming of uitstel van toekomstig groot onderhoud of restauratie;

  • d.

    kosten van voorzieningen: de door burgemeester en wethouders goedgekeurde bedragen van:

    • 1.

      de aanneemsom;

    • 2.

      de risicoverrekening van loon- en materiaal-prijsstijgingen;

    • 3.

      de kosten van de architect overeenkomstig de SR 1997 en van de constructeur, voor zover inschakeling hiervan noodzakelijk is;

    • 4.

      de aanvraag om vergunning (leges);

    • 5.

      de verschuldigde BTW, voor zover deze niet kan worden verrekend;

    • 6.

      de bouwhistorische opname gericht op de restauratie;

    • 7.

      de kosten van opstelling van het onderhoudsplan;

  • e.

    onderhoudsplan: een door burgemeester en wethouders goedgekeurd overzicht van onderhoudswerkzaamheden en kosten die gedurende 10 jaar nodig worden geacht om het kwaliteitsniveau van het monument, dat met deze restauratie zal worden bereikt, te handhaven;

  • f.

    eigenaar: de natuurlijke of rechtspersoon die het recht van eigendom dan wel een ander zakelijk recht heeft op een gemeentelijk monument. Onder eigenaar wordt mede verstaan de toekomstige eigenaar;

  • g.

    subsidie: een aanspraak op financiële middelen als bedoeld in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • h.

    verlenen van subsidie: het besluit van burgemeester en wethouders dat aan de eigenaar van een monument een aanspraak op een subsidie in de kosten van voorzieningen, als bedoeld in lid 5 van dit artikel, verschaft;

  • i.

    vaststellen van subsidie: het besluit van burgemeester en wethouders waarbij het bedrag van de verleende subsidie wordt vastgesteld, nadat de voorzieningen, als bedoeld in lid 2 of lid 3 van dit artikel , zijn getroffen;

  • j.

    monumentencommissie: de op basis van art.15, lid 1 Monumentenwet 1988 door het college ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumenten wet 1988, deze verordening, de Subsidieverordening Gemeentelijke Monumenten 2006 en alle overige zaken op het terrein van de monumentenzorg.

  • k.

    vergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo;

  • l.

    Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht”.

Artikel 2 Grondslag en werkingssfeer

  • 1.

    Met toepassing van deze verordening kunnen burgemeester en wethouders subsidie verlenen voor restauratie van gemeentelijke monumenten en voor het jaarlijks onderhoud aan of de restauratie van een als gemeentelijk monument beschermde ophaalbrug.

  • 2.

    Subsidie voor restauratie wordt berekend over de kosten van voorzieningen, als bedoeld in artikel 1, lid d, met uitzondering van de kosten waarvoor op grond van enige andere regeling subsidie kan worden verkregen.

  • 3.

    Subsidie voor jaarlijks onderhoud van als gemeentelijk monument beschermde ophaalbruggen wordt berekend over de kosten van onderhoud van de bovenbouw van de brug en van de kosten van onderhoud van de houten onderdelen van het brugdek.

  • 4.

    In geval van schade worden de kosten berekend aan de hand van de kosten van de te treffen voorzieningen minus de bij voldoende dekking uit te keren verzekeringspenningen.

  • 5.

    Subsidie wordt verleend, vastgesteld en uitbetaald aan de eigenaar van het gemeentelijk monument waaraan de voorzieningen worden getroffen of het jaarlijks onderhoud wordt uitgevoerd.

  • 6.

    Om voor subsidie voor restauratie in aanmerking te komen dienen de kosten van voorzieningen, ten minste € 1.000, - te bedragen.

  • 7.

    De subsidiabele kosten bedragen maximaal € 10.000,- .

Artikel 3 Subsidiehoogte

  • 1.

    De subsidie voor restauratie bedraagt maximaal 100% van de bij de toekenning en vaststelling van de subsidie goedgekeurde kosten van voorzieningen.

  • 2.

    De subsidie voor jaarlijks onderhoud bedraagt 50% van de onderhoudskosten van de bovenbouw en 75% van de onderhoudskosten van de houten onderdelen van het brugdek; samen kunnen de subsidiabele kosten maximaal € 2000,-- bedragen.

Artikel 4 Subsidieplafond

Jaarlijks neemt de raad met de vaststelling van de begroting een besluit welk bedrag ten hoogste voor het volgende jaar beschikbaar wordt gesteld voor restauratie van gemeentelijke monumenten en onderhoud van als gemeentelijk monument beschermde ophaalbruggen.

Artikel 5 Aanvraag en beschikkingsprocedure

  • 1.

    Een aanvraag om een subsidie dient door de eigenaar te worden ondertekend en te worden ingediend bij burgemeester en wethouders op een daartoe beschikbaar te stellen formulier en dient, wanneer het een restauratie betreft, in ieder geval vergezeld te gaan van de volgende gegevens:

    • a.

      een werkomschrijving, inclusief bestek;

    • b.

      een gespecificeerde begroting van kosten;

    • c.

      een verklaring waaruit blijkt dat het monument voldoende verzekerd is;

    • d.

      één of meer tekeningen waaruit de volgende zaken blijken:

      • -

        de plattegrond van iedere verdieping van het monument;

      • -

        lengte en dwarsdoorsneden;

      • -

        alle gevelaanzichten;

      • -

        principedetails die verband houden met het uiterlijk van het monument;

      • -

        de situering van het monument op het terrein; wanneer het jaarlijks onderhoud betreft, dient de aanvraag vergezeld te gaan van:

      • -

        een omschrijving van de voor het betreffende jaar geplande onderhoudswerkzaamheden;

      • -

        een globale kostenraming;

  • 2.

    Indien niet wordt voldaan aan het gestelde in het eerste lid stellen burgemeester en wethouders de aanvrager in de gelegenheid om binnen twee weken de door hen aan te geven ontbrekende gegevens over te leggen.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders geven een beschikking binnen 12 weken nadat de aanvraag is ontvangen, dan wel de ontbrekende gegevens, als bedoeld in het tweede lid, genoegzaam zijn aangevuld. Zij kunnen, indien daartoe naar hun oordeel gegronde redenen bestaan, deze termijn met ten hoogste acht weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennis geven binnen de termijn van 12 weken.

  • 4.

    Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

  • 5.

    Alle aanvragen om subsidie worden in volgorde van binnenkomst afgehandeld.

  • 6.

    Aanvragen die uitsluitend op grond van het beschikbare budget dienen te worden afgewezen, kunnen met ingang van 1 januari van het daaropvolgende jaar wederom worden ingediend.

  • 7.

    In afwijking van het bepaalde in het vierde lid zijn burgemeester en wethouders bevoegd om aan aanvragen als bedoeld in het vijfde lid voorrang te verlenen.

Artikel 6 Weigeringsgronden

Burgemeester en wethouders wijzen het verzoek om subsidie af indien:

  • 1.

    met het treffen van de voorzieningen het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend;

  • 2.

    de kosten van de voorzieningen niet in een redelijke verhouding staan tot het te bereiken resultaat;

  • 3.

    met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de aanvrager een subsidiebeschikking heeft ontvangen;

  • 4.

    voor de betreffende voorziening binnen een termijn van 10 jaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend subsidie is verleend;

  • 5.

    voor de te treffen voorziening een vergunning is vereist en deze niet is verleend;

  • 6.

    wanneer door toekenning van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.

Artikel 7 Subsidievoorschriften

  • 1.

    Aan het toekennen van de subsidie worden de volgende voorschriften verbonden:

    • a.

      het werk wordt aanbesteed overeenkomstig door burgemeester en wethouders nader te stellen eisen;

    • b.

      de aanvang van het werk wordt ten minste twee weken van tevoren gemeld bij burgemeester en wethouders;

    • c.

      met de uitvoering van de werkzaamheden wordt begonnen binnen 26 weken na de datum van het besluit tot verlening van de subsidie;

    • d.

      binnen 30 maanden na de verlening van subsidie zijn de werkzaamheden voltooid en is de gereedmelding als bedoeld in artikel 9 ingediend;

    • e.

      aan de door burgemeester en wethouders met controle belaste personen wordt inzage verleend in de op het treffen van voorzieningen betrekking hebbende gegevens;

    • f.

      in geval van schade - ook wanneer daarvoor geen verzekeringsdekking zou bestaan - is de eigenaar verplicht tot volledig herstel of herbouw van het gemeentelijke monument in de oorspronkelijke staat.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde in het eerste lid en in het belang van het monument aanvullende voorschriften verbinden aan het verlenen van subsidie.

Artikel 8 Onderhoudsvoorschriften

Aan de subsidie wordt het voorschrift verbonden dat de eigenaar het monument conform het onderhoudsplan gedurende 10 jaar na vaststelling van de subsidie zal onderhouden.

Artikel 9 Gereedmelding en vaststelling subsidie

  • 1.

    Vaststelling van de subsidie vindt plaats nadat:

    • a.

      de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden bij burgemeester en wethouders zijn gereed gemeld, gecontroleerd en akkoord bevonden;

    • b.

      een overzicht is overgelegd van de betreffende gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde voorzieningen en de daarop betrekking hebbende kosten;

    • c.

      een overzicht is overgelegd van het uitgevoerde meer- en minderwerk;

  • 2.

    De hoogte van de vast te stellen subsidie wordt berekend op basis van de bij de verleningaanvaarde kosten van voorzieningen of de werkelijke kosten indien deze hoger dan wel lager zijn.

  • 3.

    De gereedmelding als bedoeld in het eerste lid omvat:

    • a.

      een schriftelijk bericht dat de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden zijn voltooid;

    • b.

      een kostenoverzicht;

    • c.

      alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden.

  • 4.

    In plaats van rekeningen en betalingsbewijzen zoals bedoeld in het voorgaande lid kan een verklaring van een registeraccountant worden overgelegd waaruit blijkt dat het overgelegde kostenoverzicht juist en volledig is.

Artikel 10 Uitbetaling van de subsidie

  • 1.

    De subsidie wordt ineens uitbetaald binnen vier weken na vaststelling.

  • 2.

    Op verzoek van de aanvrager kunnen burgemeester en wethouders een voorschot op de subsidie verstrekken van maximaal 50% van de vastgestelde subsidie na gereedmelding van 50% of meer van de werkzaamheden en vaststelling van de subsidie daarvoor op de wijze zoals in artikel 9 bepaald.

Artikel 11 Intrekking van de subsidie

  • 1.

    Als blijkt dat de vergunning tengevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend dan wel een voorschrift als bedoeld in deze verordening niet is nageleefd kunnen burgemeester en wethouders: een besluit tot verlening of vaststelling van subsidie geheel of gedeeltelijk intrekken en niet of niet geheel tot uitbetaling van de subsidie overgaan en al uitbetaalde subsidie, waaronder mede begrepen een eventueel voorschot, geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

  • 2.

    In het geval de overtreding van de voorschriften als bedoeld in deze verordening de eigenaar niet kan worden verweten, kunnen burgemeester en wethouders besluiten de in het eerste lid genoemde sancties geheel of gedeeltelijk niet te treffen.

Artikel 12 Toezicht

  • 1.

    Met het toezicht op de naleving van de voorschriften van deze verordening zijn belast de toezichthoudende ambtenaren van het bouw- en woningtoezicht.

  • 2.

    De eigenaar verleent aan de toezichthoudende ambtenaar bij het verrichten van de aan hem opgedragen werkzaamheden de nodige medewerking, op straffe van intrekking van de subsidiebeschikking.

Artikel 13 Afwijking in bijzondere gevallen

In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders, de monumentencommissie gehoord, in het belang van de monumentenzorg afwijken van de bepalingen van deze verordening.

Artikel 14 Overgangsbepaling

Deze verordening is niet van toepassing op subsidies die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn verstrekt;

Artikel 15 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2007.

  • 2.

    De Subsidieverordening Gemeentelijke Monumenten 2002 vervalt op 1 januari 2007.

  • 3.

    Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in het tweede lid ingetrokken verordening.

Artikel 16 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als “Subsidieverordening Gemeentelijke Monumenten 2006”.

Ondertekening

Vastgesteld in de openbare vergadering van 21 december 2006
de griffier, de voorzitter,
drs. H.J. van der Graaff, drs. F.H. Buddenberg