Verordening Wet inburgering gemeente Utrecht 2011, incl. 1e wijziging

Geldend van 01-01-2013 t/m heden

Intitulé

Verordening Wet inburgering gemeente Utrecht 2011, incl. 1e wijziging

Verordening Wet inburgeringGemeente Utrecht 2011 (raadsbesluit van 28 juni 2011, waarin op genomen het raadsbesluit van 13 december 2012)

De raad der gemeente Utrecht, gelet op het voorstel van b. en w.

gelet op de artikelen 8, 19, vierde lid, 19a, eerste lid, 23, derde lid, 24f en 35 van de Wet inburgering;

overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen over:

  • -

    de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars,

  • -

    het vaststellen van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening ten behoeve van inburgeringsplichtigen,

  • -

    de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld,

  • -

    de (eventuele) inning van de eigen bijdrage van inburgeraars door het college en de mogelijkheid van betaling in termijnen,

  • -

    de niet-nakoming van de overeenkomst, bedoeld in artikel 24d, tweede lid, alsmede het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige inburgeraar,

  • -

    alsmede dat de raad bij verordening het bedrag dient vast te stellen van de bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd;

BESLUIT

vast te stellen de volgende

VERORDENING Wet inburgering Gemeente Utrecht 2011

Hoofdstuk1 Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking

Artikel 1 Begripsomschrijvingen
  • 1. In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;

    • b.

      de wet: de Wet inburgering zoals die luidde op 31 december 2012;

    • c.

      de Wet inburgering 2013: de Wet inburgering zoals vastgesteld door de Eerste Kamer op 11 september 2012;

    • d.

      Wwb: de Wet werk en bijstand;

    • e.

      inburgeringsplichtige: de persoon die op grond van de wet inburgeringsplichtig is;

    • f.

      vrijwillige inburgeraar: de Nederlander of een persoon bedoeld in artikel 5 tweede lid van de wet die voldoet aan de criteria gesteld door de wet in artikel 1q;

    • g.

      inburgeraar: zowel de inburgeringsplichtige als de vrijwillige inburgeraar;

    • h.

      Re-integratietraject: een traject bestaande uit re-integratie instrumenten als beschreven in de re-integratieverordening Wet Werk en Bijstand 2011;

  • 2. De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze verordening worden gebruikt.

Artikel 2 De informatieverstrekking aan inburgeraars

1.Het college draagt er zorg voor dat de inburgeraars op een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen:

  • a.

    informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen aan wie een inburgeringsvoorziening wordt aangeboden vindt plaats tijdens de oproep zoals bedoeld in artikel 25 van de wet;

  • b.

    informatieverstrekking aan overige inburgeraars wordt door het college op passende wijze ingevuld en

  • c.

    informatieverstrekking vindt in elk geval plaats op aanvraag van de inburgeraar.

    2.De informatieverstrekking aan inburgeraars zoals bedoeld in artikel 8 en 24f van de wet bevat in elk geval de volgende onderwerpen:

  • a.

    de rechten en plichten van de inburgeraar vanuit de wet;

  • b.

    het aanbod van inburgeringsvoorzieningen binnen de gemeente;

  • c.

    de toegang tot deze voorzieningen.

Hoofdstuk 2 Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening

Artikel 3 Aanwijzen van de doelgroepen

Het college doet uitsluitend een inburgeringsaanbod aan de asielgerechtigde inburgeringsplichtige, en aan de geestelijk bedienaar, voor zover zij geen oudkomer zijn en voor zover zij vóór de inwerkingtreding van de Wet inburgering 2013 inburgeringsplichtig zijn geworden.

Artikel 4 De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening
  • 1. Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, of de taalkennisvoorziening af op het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de inburgeraar.

  • 2. Krachtens artikel 19, tweede lid van de wet, wordt de samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijk bedienaren door het ministerie per algemene maatregel van bestuur vastgesteld.

  • 3. Bij een uitkeringsgerechtigde inburgeraar stemt het college de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening af op de eventuele activiteiten vanuit het re-integratietraject.

  • 4. Een inburgeringsvoorziening bevat in ieder geval de volgende onderdelen:

    • a.

      een cursus die leidt naar het inburgeringsexamen of het NT2 Staatexamen I of II;

    • b.

      voorbereiding op en eenmaal kosteloze deelname aan het inburgeringsexamen;

    • c.

      individuele traject- en maatschappelijke begeleiding, doorgeleiding.

  • 5. Een inburgeringsvoorziening kan, aanvullend op het in lid 4 genoemde, de volgende onderdelen bevatten:

    • a.

      activiteiten gericht op arbeid of de verwerving daarvan, zoals stages, regulier of gesubsidieerd betaald werk, vrijwilligerswerk, bemiddeling naar arbeid, beroepsvaardigheden, et cetera;

    • b.

      activiteiten gericht op een vervolgopleiding en of voorbereiding daarop, zoals beroepsoriëntatie, taalstage, geïntegreerde trajecten, et cetera;

    • c.

      activiteiten gericht op participatie en gezin, zoals vrijwilligerswerk, sociale vaardigheden, opvoedingsondersteuning, thuisstudie met behulp van de computer, tv en radio, et cetera.

  • 6. Het college kan een inburgeringsvoorziening aanbieden in de vorm van een persoonsgebonden inburgeringsbudget.

  • 7. Onder een persoonsgebonden inburgeringsbudget wordt verstaan een vergoeding ter voldoening van de noodzakelijk te maken kosten van werkzaamheden die zijn gericht op het inburgeringsexamen of het NT2 Staatsexamen I/II c.q. taalkennisvoorziening ondersteunend aan een mbo-opleiding 1 of 2.

  • 8. Het college stelt nadere regels over de voorwaarden waaronder een inburgeraar voor een persoonsgebonden inburgeringsbudget in aanmerking kan komen.

Artikel 5 De inning van de eigen bijdrage
  • 1. De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet, wordt in beginsel in één keer voldaan.

  • 2. Op aanvraag van de inburgeraar kan in maximaal twaalf termijnen en enkel gedurende de looptijd van het traject worden betaald.

  • 3. Het college legt in de beschikking tot vaststelling van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, zoals bedoeld in artikel 4 van deze verordening, het tijdstip en indien daarvoor een aanvraag is ingediend, de termijnen van betaling vast. Als het college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de beschikking vastgelegd.

Artikel 6 Opleggen van verplichtingen

1.Het college kan de inburgeringsplichtige één of meer van de volgende verplichtingen opleggen:

  • a.

    het deelnemen aan de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening;

  • b.

    het deelnemen aan activiteiten, behorende bij het examenprofiel van de cliënt, gericht op:

    • -

      arbeid of de verwerving daarvan (dit geldt alleen voor inburgeraars die arbeidsplichtig zijn);

    • -

      een vervolgopleiding of de voorbereiding daarop;

    • -

      participatie, zelfredzaamheid of opvoeding.

  • c.

    het deelnemen aan gesprekken met de participatiecoach;

  • d.

    het deelnemen aan voortgangsgesprekken;

  • e.

    voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip dat door het college wordt bepaald;

  • f.

    het melden van omstandigheden waardoor niet aan de verplichtingen in de beschikking kan worden voldaan.

Hoofdstuk 3 Het aanbieden van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening

Artikel 7 De procedure van het doen van een aanbod
  • 1. Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet, schriftelijk. Het aanbod wordt persoonlijk overhandigd aan de inburgeringsplichtige en tevens gezonden naar het adres waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke basisadministratie is ingeschreven.

  • 2. In geval van een inburgeringsvoorziening, gecombineerd met een re-integratievoorziening, wordt het aanbod opgenomen in een voorzieningenplan gericht op re-integratie.

  • 3. In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de inburgeringsvoorziening die wordt aangeboden en van de rechten en verplichtingen die aan de inburgeringsvoorziening worden verbonden.

  • 4. De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt per omgaande middels ondertekening het college schriftelijk mee of hij het aanbod aanvaardt.

  • 5. Het niet aanvaarden van een aanbod ontslaat de inburgeringsplichtige niet van de verplichtingen als benoemd in artikel 7 van de wet. Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod niet aanvaardt, geeft het college een kennisgeving af waarin de termijn zoals bedoeld in artikel 7 van de wet, wordt medegedeeld.

  • 6. Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het college binnen twee weken na ontvangst van deze mededeling het besluit tot toekenning van de voorziening, overeenkomstig het gedane aanbod. Het college stelt de inburgeringsvoorziening vervolgens vast.

Artikel 8 De inhoud van de beschikking aan de inburgeringsplichtige
  • 1. De beschikking waarin de inburgeringsplicht wordt vastgesteld bevat in ieder geval:

    • a.

      de datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn behaald;

    • b.

      een opgave van rechten en plichten van de inburgeringsplichtige.

  • 2. In geval van aanvaarding van een aanbod wordt bovendien het besluit tot toekennen van de inburgeringsvoorziening vastgelegd bij de beschikking als bedoeld in het eerste lid. De volgende onderdelen worden dan aanvullend opgenomen:

    • a.

      een omschrijving van de inburgeringsvoorziening;

    • b.

      de duur van de inburgeringsvoorziening;

    • c.

      de rechten en plichten verbonden aan de inburgeringsvoorziening inclusief het tijdstip waarop voor de eerste maal aan het inburgeringsexamen moet zijn deelgenomen;

    • d.

      de mogelijkheid van sancties;

    • e.

      de wijze van betaling van de eigen bijdrage.

Hoofdstuk 4 Handhaving

Artikel 9 Ontheffing van de inburgeringsplicht

Het college is bevoegd de inburgeringsplichtige te ontheffen van de inburgeringsplicht (krachtens artikel 6, eerste lid, en artikel 31, tweede lid, sub b van de wet en artikel 2.8a, eerste lid van het Besluit Inburgering).

Artikel 10 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen door de inburgeringsplichtige
  • 1. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het in artikel 34, onderdeel a van de wet genoemde maximumbedrag, indien de inburgeringsplichtige geen gehoor geeft aan de oproep van het college bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de wet.

  • 2. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het in artikel 34, onderdeel b van de wet genoemde maximumbedrag indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze verordening.

  • 3. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het in artikel 34, onderdeel c van de wet genoemde maximumbedrag indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.

  • 4. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het in artikel 34, onderdeel d van de wet genoemde maximumbedrag indien de inburgeringsplichtige niet binnen de bij of krachtens artikel 32 en 33 gestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.

  • 5. In de beleidsregels boete Wet Inburgering (bijlage bij deze verordening) heeft het college vastgelegd welke boete er in beginsel wordt opgelegd bij welke overtreding en op basis waarvan een boete eventueel gematigd wordt.

Artikel 11 Stimuleringsbonus

Indien de inburgeraar aan het eind van het traject niet meer dan 20% heeft verzuimd tijdens de duur van het inburgeringsprogramma, zal een bonus ter hoogte van 270 euro worden uitgekeerd. Deze aanwezigheidsnorm is niet van toepassing voor inburgeringsplichtigen voor wie een voorziening is vastgesteld in het kader van een persoonlijk inburgeringsbudget. Voor deze groep geldt als randvoorwaarde voor de stimuleringsbonus, dat zij de afgesproken niveaustijging op de deelvaardigheden NT2 hebben bereikt.

Artikel 12 Verhaal indien de vrijwillige inburgeraar de overeengekomen afspraken niet nakomt

Als de vrijwillige inburgeraar geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de met hem overeengekomen inburgerings- of taalkennisvoorziening, bedoeld in artikel 24a, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze verordening dan zal ten hoogste een bedrag van EUR 450,00 op de vrijwillige inburgeraar worden verhaald ter compensatie van de door de gemeente gemaakte kosten.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 14 Intrekking

De verordening Wet inburgering gemeente Utrecht 2009 (Gemeenteblad van Utrecht 2009, nr. 51) wordt ingetrokken.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na afkondiging.

Artikel 16 Citeertitel

De verordening kan worden aangehaald als: Verordening Wet inburgering gemeente Utrecht 2011.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 28 juni 2011

De griffier, De burgemeester,

Drs. A.A.H. Smits Mr. A. Wolfsen

Bekendmaking is geschied op 6 juli 2011

Deze verordening is in werking getreden op 14 juli 2011

BIJLAGE BEHOREND BIJ GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2011, NR. 45

Algemene toelichting

Per 1 januari 2013 treedt de nieuwe Wet inburgering in werking. Om deze reden dient de Verordening Wet inburgering Gemeente Utrecht 2011 gewijzigd te worden. Deze verordening regelt de uitvoering van gemeentelijke taken voor:

  • -

    de inburgeringsplichtigen voor wie de inburgeringsplicht is ingegaan vóór 1januari2013 en die op die datum nog inburgeringsplichtig zijn. Ten aanzien van deze doelgroep heeft de gemeente vooral een handhavende (bewaking van de inburgeringtermijn, eventueel ontheffen of vrijstellen) en een informerende taak. Voor deze doelgroep blijven ook de termijnen en de boetebedragen uit de Wet Inburgering 2007 gelden. Aan twee specifieke subgroepen binnen deze groep is de gemeente nog verplicht een inburgeringcursus aan te bieden, namelijk aan asielgerechtigden en geestelijk bedienaren die vóór 2013 inburgeringsplichtig zijn geworden en nog geen aanbod hebben gehad. Dit is een groep van beperkte omvang.

  • -

    de inburgeraars die op 1-1-2013 nog bezig zijn met een inburgeringstraject. Inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars die een traject aan het volgen zijn op het moment dat de nieuwe wet van kracht wordt, kunnen dat traject gewoon afmaken.

Artikelgewijze toelichting

N.B.: In de Wet inburgering is het begrip 'inburgeringsvoorziening' uitgebreid met 'taalkennisvoorziening'. In de hieronder staande toelichting worden beide begrippen waar mogelijk afzonderlijk genoemd. In een enkel geval wordt uit overweging van leesbaarheid het woord 'voorziening' gehanteerd, waarmee zowel inburgeringsvoorziening als taalkennisvoorziening wordt aangeduid.

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden gebruikt in respectievelijk de (oude) Wet inburgering, het Besluit inburgering en de Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening.

Artikel 2 De informatieverstrekking aan inburgeraars

De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente goed te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de Wet inburgering. Dit artikel in de verordening vormt de uitwerking van deze verplichting. De wet laat gemeenten vrij om zelf te bepalen op welke wijze de informatievoorziening aan de inburgeraars wordt georganiseerd. Wel bepaalt de wet dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen (artikel 19 van de wet) over het aanbod van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen of taalkennisvoorzieningen en de vaststelling daarvan.

Inburgeringsplichtigen zoals bedoeld in artikel 3 van deze verordening worden schriftelijk uitgenodigd voor een intakegesprek bij de gemeente. Tijdens dat gesprek worden zij uitgebreid geïnformeerd over hun rechten en plichten. Als hun inburgeringsplicht (en het eventueel door hen geaccepteerde cursusaanbod) door het college is vastgesteld, ontvangen zij een kennisgeving of beschikking waarin hun rechten en plichten op papier zijn vastgelegd.

Hoofdstuk 2 Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening

Artikel 3 Aanwijzen van de doelgroepen

Met ingang van 1-1-2013 vervalt de gemeentelijke taak om een inburgeringsaanbod te organiseren. Een uitzondering vormen de twee in dit artikel genoemde groepen, asielgerechtigden en geestelijk bedienaren die vóór 2013 inburgeringsplichtig zijn geworden, nieuwkomer zijn en nog geen aanbod hebben gehad. Zij vallen nog onder de oude Wet inburgering en daarom is de gemeente verplicht hen een aanbod te doen. De verwachting is dat er alleen in de eerste helft van 2013 nog instroom is van inburgeraars uit deze doelgroepen.

Artikel 4 De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening

In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot het doen van een aanbod c.q. de vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, met inbegrip van de totstandkoming en samenstelling van die voorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b van de wet). In dit artikel worden de kaders vastgesteld waarbinnen het college de opdracht heeft voor iedere inburgeraar die daarvoor in aanmerking komt, een op de persoon toegesneden inburgeringsvoorziening samen te stellen.

Eerste lid

In het eerste lid wordt aangegeven op welke wijze het college een passende inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening moet vaststellen of aanbieden.

Tweede lid

De samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijke bedienaren wordt geregeld bij ministeriële regeling. Gemeenten hebben dus niet de mogelijkheid om de inburgeringsvoorziening die zij aan geestelijke bedienaren aanbieden naar eigen inzicht vorm te geven.

Derde lid

In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeraars die een voorziening gericht op arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen opleveren de inburgeringsvoorziening daarmee te combineren. Uitgangspunt is wel, zo blijkt uit artikel 19, vierde lid, van de wet, dat een inburgeringsvoorziening ten behoeve van een uitkeringsgerechtigde inburgeraar niet wordt vastgesteld, indien dat diens arbeidsinschakeling belemmert.

De Wet inburgering bepaalt dat de inburgeringsvoorziening gecombineerd moet worden met een voorziening gericht op arbeidsinschakeling (re-integratievoorziening) als een inburgeringsvoorziening wordt vastgesteld voor een inburgeringsplichtige die bijstandsgerechtigd is of een uitkering ontvangt op grond van een andere socialezekerheidswet of socialezekerheidsregeling én die verplicht is om arbeid te verkrijgen of te aanvaarden (artikel 20, eerste lid van de wet). Het college is verantwoordelijk voor het vaststellen van de gecombineerde inburgeringsvoorziening (artikel 20, tweede lid van de wet). Het derde lid van artikel 4 van de verordening draagt het college op om er voor te zorgen dat de inburgeringsvoorziening wordt afgestemd op de re-integratievoorziening. Aangezien deze voorzieningen in het kader van de uitkeringsverstrekking op grond van socialezekerheidswetten of –regelingen ook door andere partijen dan het college (kunnen) worden verstrekt, zal het college afspraken maken met de verantwoordelijke uitvoerders van de socialezekerheidswet of –regeling: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), eigenrisicodragers of overheidswerkgevers (artikel 21 van de wet).

Vierde en vijfde lid

Het vierde en vijfde lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college als onderdeel van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan opnemen. In de wet is geregeld waaruit een inburgeringsvoorziening in ieder geval moet bestaan: een cursus die toeleidt naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en het eenmaal kosteloos afleggen van het desbetreffende examen (artikel 19, derde lid van de wet).

Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud- én nieuwkomers) maakt ook maatschappelijke begeleiding een verplicht onderdeel uit van de inburgeringsvoorziening of de taalkennisvoorziening (artikel 19, zesde lid van de wet).

Zesde, zevende en achtste lid

Gemeenten zijn vrij in hun keuze van de doelgroepen die in aanmerking komen voor een persoonlijk inburgeringsbudget (PIB). Het Rijk stelt hieraan geen eisen. Iedereen kan in principe een PIB aanvragen, en gemeenten kunnen een PIB in principe aan iedereen aanbieden.

De regels over persoonlijke inburgeringbudgetten zijn vastgelegd in de beleidsregels persoonlijk inburgeringsbudget (opgenomen als bijlage bij deze verordening).

Artikel 5 De inning van de eigen bijdrage

In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op de inning van de eigen bijdrage van de inburgeraar door het college en de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid van de wet). De hoogte van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet en bedraagt EUR 270,00. Dit bedrag kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd (artikel 23, tweede lid van de wet).

In dit artikel van de verordening wordt geregeld dat de inburgeraar het recht heeft de eigen bijdrage in een aantal termijnen te betalen. Artikel 24, eerste lid van de wet maakt het bij inburgeraars die algemene bijstand ontvangen mogelijk dat het college de eigen bijdrage verrekent met deze uitkering. Als het college wil overgaan tot verrekening, moet dat worden vastgelegd in de beschikking tot vaststelling van de inburgeringsvoorziening c.q. in de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar.

Als de inburgeraar een uitkering van het UWV ontvangt, kan het college het UWV verzoeken de eigen bijdrage te verrekenen met of in te houden op de uitkering van het UWV (artikel 24, tweede lid van de wet). In dit geval int het UWV de eigen bijdrage ten behoeve van de gemeente. Deze wijze van verrekening geschiedt door het UWV en niet door de gemeente. Dit wordt dus niet in deze verordening geregeld.

Artikel 6 Opleggen van verplichtingen

Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid van de wet dat bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en plichten van de inburgeraar voor wie een voorziening is vastgesteld of aan wie een voorziening is aangeboden. Dit artikel delegeert de bevoegdheid aan het college om de verplichtingen die in het artikel worden genoemd aan inburgeraars in het kader van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening op te leggen. Het college legt deze verplichtingen vast in de beschikking tot de vaststelling van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening (voor inburgeringsplichtigen).

Hoofdstuk 3 Het aanbieden van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening

Artikel 7 De procedure van het doen van een aanbod

Het doen van een aanbod van een inburgeringsvoorziening kan juridisch gezien worden opgevat als een feitelijke handeling van het college. Dit betekent dat de bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht over het nemen van besluiten in beginsel niet van toepassing zijn. Om die reden zijn in dit artikel enkele procedurele bepalingen opgenomen die er voor moeten zorgen dat het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van belang omdat een aanbod de start is van een procedure die –als het goed is– leidt tot een besluit en beschikking tot het toekennen van een inburgeringsvoorziening.

In het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat het college het aanbod van een inburgeringsvoorziening aan de inburgeringsplichtige op schriftelijke wijze doet. Op deze wijze kan er geen onduidelijk ontstaan over het feit dat het college de inburgeringsplichtige een aanbod heeft gedaan. Het schriftelijke aanbod wordt zoveel mogelijk persoonlijk overhandigd aan de inburgeringsplichtige. Dit zal in de regel geschieden tijdens een gesprek met de ambtenaar. In het geval van een gecombineerd aanbod zal het aanbod worden opgenomen in het voorzieningenplan zoals dat wordt gehanteerd door de afdeling Werk en Inkomen (tweede lid). Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de uiteindelijke beschikking.

In het derde lid wordt bepaald dat inhoud van en rechten en plichten bij het aanbod worden vastgelegd. Hierdoor kan de instemming met het aanbod tevens worden opgevat als instemming met de beschikking tot de toekenning van de inburgeringsvoorziening (die eenzijdig door de gemeente wordt opgelegd). Deze beschikking moet dan wel dezelfde inhoud hebben als het aanbod (het vierde lid).

Het vierde lid bepaalt dat de inburgeringsplichtige middels ondertekening de acceptatie kenbaar maakt. Ook dit zal in de regel gebeuren tijdens een gesprek met de ambtenaar. Een inburgeringsplichtige hoeft een aanbod niet te accepteren. Weigert de inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij zich zelfstandig moeten voorbereiden op het inburgeringsexamen. Het vijfde lid bevestigt dit gegeven.

Het zesde lid bepaalt tenslotte dat de gemeente binnen een termijn van twee weken met het besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening komt.

Artikel 8 De inhoud van de beschikking aan de inburgeringsplichtige

Het besluit tot het vaststellen van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is een beschikking. Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft tegen dit besluit in bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld welke onderwerpen in ieder geval in de beschikking moeten worden neergelegd.

In de beschikking zullen de toegekende inburgeringsvoorziening en de daaraan verbonden rechten en plichten van de inburgeringsplichtige nauwkeurig moeten worden vermeld (onderdelen a en b). De inburgeringsplichtige is verplicht zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van de inburgeringsvoorziening of de taalkennisvoorziening (artikel 23, eerste lid van de wet). Handhaving hiervan is alleen mogelijk als de verplichtingen van de inburgeringsplichtige duidelijk zijn omschreven en aan de betrokkene (onder andere door middel van de beschikking) bekend zijn gemaakt.

De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet hebben behaald, ligt vast in de wet (artikel 7, eerste lid van de wet). In de beschikking hoeft (en kan) van deze termijn alleen melding worden gemaakt (onderdeel c).

Onderdeel e bepaalt dat in beschikking moet worden vastgelegd in hoeveel termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke wijze de betaling plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de bijstandsuitkering). Dit is geregeld in artikel 5 van de verordening.

Hoofdstuk 4 Handhaving

Artikel 9 Ontheffing van de inburgeringsplicht

Deel van de handhavingstaak van gemeenten, vormt de mogelijkheid om ontheffing van de inburgeringsplicht te verlenen. Deze criteria voor het verlenen van ontheffing vloeien volledig voort uit de wet en onderliggende bepalingen.

Artikel 6, eerste lid van de wet luidt:

1.Het college ontheft de inburgeringsplichtige van de inburgeringsplicht, indien die inburgeringsplichtige heeft aangetoond door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap, blijvend niet in staat te zijn het inburgeringsexamen te behalen.

Artikel 31, tweede lid ,sub b, van de wet regelt de ontheffing wegens voldoende inspanning en luidt als volgt:

b.[In afwijking van het eerste lid:] verleent het college ontheffing van de inburgeringsplicht, indien het college op grond van door de inburgeringsplichtige aantoonbaar geleverde inspanningen tot het oordeel komt dat het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen.

Artikel 2.8a, eerste lid van het Besluit Inburgering luidt ten slotte als volgt:

1.Het college verleent op aanvraag ontheffing van de inburgeringsplicht, indien het college van oordeel is dat een inburgeringsplichtige aantoonbaar voldoende is ingeburgerd.

Artikel 10 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen

Artikel 35 van de wet draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd. In artikel 34 van de wet zijn voor de verschillende overtredingen de maximumbedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd.

De wet bepaalt dat de boetebedragen die in de verordening worden opgenomen maximumbedragen zijn en geen gefixeerde bedragen. Het college dient bij elke overtreding de bestuurlijke boete af te stemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Bovendien houdt het college daarbij ook zonodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd (artikel 38, tweede lid van de wet).

In de beleidsregels Boete Wet Inburgering is vastgelegd welke boete er in beginsel wordt opgelegd bij welke overtreding. Deze beleidsregels blijven van kracht.

In het kader van de uitvoering van een gecombineerde re-integratie- en inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde gedraging (bijvoorbeeld het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en gegevens te verstrekken) zowel aanleiding kan zijn voor het opleggen van een bestuurlijke boete als voor het verlagen van de bijstand (een maatregel op grond van artikel 18, tweede lid, Wet werk en bijstand) of het opleggen van een boete of maatregel op grond van een andere socialezekerheidswet of – regeling. Artikel 37 van de wet bevat een regeling voor deze samenloop. In dit artikel wordt bepaald dat het college in dat geval géén bestuurlijke boete kan opleggen.

De maximale boetebedragen zoals die in de Wet zijn opgenomen ten tijde van het vaststellen van deze verordening zijn:

  • a.

    EUR 250,00 voor het handelen in strijd met artikel 25; geen medewerking verlenen aan het inburgeringsonderzoek;

  • b.

    EUR 500,00 voor het handelen in strijd met artikel 23, eerste lid, of de krachtens artikel 23, derde lid, gestelde regels; geen medewerking verlenen aan uitvoering van de inburgerings- of taalkennisvoorziening;

  • c.

    EUR 500,00 voor het niet naleven van artikel 7, eerste lid; het voor de eerste keer verwijtbaar niet behalen van het inburgerings- of Staatsexamen. Er wordt een nieuwe termijn vastgesteld;

  • d.

    EUR 1.000,00 voor het niet behalen van het inburgeringsexamen binnen de bij of krachtens de artikelen 32 en 33 gestelde termijnen; Het voor de tweede of volgende keer verwijtbaar niet behalen van het inburgerings- of Staatsexamen binnen de gestelde termijn.

Artikel 11 De Stimuleringsbonus

In dit artikel is bepaald dat een bonus kan worden verstrekt ter hoogte van de eigen bijdrage, indien de inburgeraar tijdens het programma niet meer dan 20% verzuimt. Deze bonusregeling is opgenomen als een extra stimulans tot het succesvol afronden van het inburgeringsprogramma en om de drempel om deel te nemen aan een inburgeringstraject te verlagen.

Artikel 12 Verhaal indien de vrijwillige inburgeraar de overeengekomen afspraken niet nakomt

Hoewel de vrijwillige inburgeraar op grond van de wet niet verplicht is om in te burgeren, een cursus te volgen of het examen af te leggen, tekent hij een overeenkomst met de gemeente die niet vrijblijvend is. Als de inburgeraar zich niet houdt aan de afspraken uit de overeenkomst kan het college een bedrag van maximaal € 450,- op de inburgeraar verhalen ter compensatie van de door de gemeente voor de inburgeraar gemaakte kosten.

Artikel 13 Intrekking

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 15 Citeertitel

Dit artikel spreekt voor zich.