Gemeenschappelijke regeling werkorganisatie Tubbergen-Dinkelland

Geldend van 20-09-2012 t/m 19-12-2015

Intitulé

Gezamenlijk besluit van 19 september 2012 van de colleges van burgemeester en wethouders van Dinkelland en Tubbergen en van de burgemeesters van Dinkelland en Tubbergen tot vaststelling van de Gemeenschappelijke regeling werkorganisatie Tubbergen-Dinkelland, welk besluit eerder is bekendgemaakt door een publicatieop Gemeentenieuws van 'Dinkelland Visie' van 20 september 2012 en door opname in het Gemeenteblad van Tubbergen, uitgave van 19 september 2012, nr. 49.

De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van Dinkelland en Tubbergen, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;

overwegende dat:

de deelnemende bestuursorganen zich tot doel stellen de gemeentelijke taken kwalitatief goed en doelmatig uit te voeren door een toekomstbestendige gemeenschappelijke ambtelijke organisatie in te richten;

gelet op:

- de toestemmingsbesluiten van de gemeenteraden van Dinkelland en Tubbergen van 18 en 17 september 2012, en

- de toepasselijke bepalingen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Archiefwet;

besluiten:

de navolgende “Gemeenschappelijke regeling werkorganisatie Tubbergen-Dinkelland” vast te stellen:

Gemeenschappelijke regeling werkorganisatie Tubbergen-Dinkelland

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1: Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.

begroting:

de begroting als bedoeld in artikel 34 van de wet;

b.

college:

het college van burgemeester en wethouders;

c.

deelnemende bestuursorganen:

de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van Dinkelland en Tubbergen;

d.

gedeputeerde staten:

het college van gedeputeerde staten van de provincie Overijssel;

e.

kostenverrekenmodel:

het model volgens welke de kosten van de bedrijfsvoering worden verdeeld tussen de deelnemende gemeenten;

f.

openbaar lichaam:

de “Werkorganisatie Tubbergen-Dinkelland”, waaronder mede verstaan zijn bestuursorganen en personeel;

g.

raad:

de gemeenteraad;

h.

regeling:

de “Gemeenschappelijke regeling Werkorganisatie Tubbergen-Dinkelland”;

i.

rekening:

de jaarrekening van het openbaar lichaam.

Artikel 2: Openbaar lichaam
  • 1. Er is een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, genaamd: Werkorganisatie Tubbergen-Dinkelland.

    [N.B. Bij besluit van 8 november 2013 is de naam gewijzigd in: Noaberkracht Dinkelland Tubbergen]

  • 2. De in het eerste lid van dit artikel genoemde naam van het openbaar lichaam kan door het algemeen bestuur worden gewijzigd. Een dergelijke wijziging vindt niet plaats dan nadat de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten conform de regeling van artikel 169 vierde lid van de Gemeentewet in de gelegenheid zijn gesteld wensen en bedenkingen ter kennis van de colleges van de deelnemende gemeenten te brengen.

  • 3. Het openbaar lichaam is gevestigd te Denekamp.

Artikel 3: Bestuurssamenstelling
  • 1. Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit:

    a. het algemeen bestuur;

    b. het dagelijks bestuur;

    c. de voorzitter.

  • 2. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, treden het openbaar lichaam, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter in de plaats van respectievelijk de gemeente, de raad, het college en de burgemeester.

Hoofdstuk 2. Belang, taken en bevoegdheden

Artikel 4: Belang en doelstelling
  • 1. Het belang waarvoor de regeling wordt getroffen, is het bewerkstelligen van een kwalitatief goede en doelmatige uitvoering door het openbaar lichaam van de door de deelnemende bestuursorganen aan het openbaar lichaam opgedragen taken.

  • 2. Het openbaar lichaam handelt volgens de kernwaarden die zijn vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen organisatievisie.

Artikel 5: Taken
  • 1. Het openbaar lichaam is belast met het uitvoeren van gemeentelijke taken die aan het openbaar lichaam zijn opgedragen.

  • 2. In naam van de deelnemende bestuursorganen is het openbaar lichaam in ieder geval belast met:

    a. beleidsontwikkeling en beleidsvoorbereiding;

    b. uitvoering van het door de gemeentelijke bestuursorganen vastgestelde beleid;

    c. inkoop en aanbesteding van opdrachten, behoudens voor zover het de bedrijfsvoering betreft;

    d. uitvoering van door de rijksoverheid opgedragen medebewindstaken;

    e. toezicht op en handhaving van de hiervoor genoemde uitvoering.

  • 3. In eigen naam is het openbaar lichaam in ieder geval belast met:

    a. de bedrijfsvoering;

    b. inkoop en aanbesteding van opdrachten ten behoeve van de bedrijfsvoering.

  • 4. Het openbaar lichaam voert uitsluitend taken uit voor bestuursorganen van Dinkelland en Tubbergen; uitvoering voor derden is slechts toegestaan na een expliciet besluit van het algemeen bestuur.

Artikel 6: Bevoegdheidstoedeling
  • 1. De deelnemende bestuursorganen bepalen in afzonderlijke delegatie-, mandaat- en volmachtbesluiten, welke bevoegdheden aan het openbaar lichaam worden toegekend.

  • 2. Bij besluit van de deelnemende bestuursorganen kunnen wijzigingen worden aangebracht in de door hen overgedragen of over te dragen bevoegdheden.

Artikel 7: Planning- en controlcyclus
  • 1. Voor de uitvoering van de taken zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de regeling zijn de begrotingen van de deelnemende gemeenten leidend.

  • 2. De kosten voor de uitvoering van het bepaalde in artikel 5, derde lid, van de regeling worden opgenomen in de begroting van het openbaar lichaam.

  • 3. De kosten per deelnemende gemeente worden jaarlijks afgerekend op basis van het kostenverrekenmodel Tubbergen-Dinkelland. Wijzigingen in het kostenverrekenmodel vinden niet plaats dan nadat de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten conform de regeling van artikel 169 vierde lid van de Gemeentewet in de gelegenheid zijn gesteld wensen en bedenkingen ter kennis van de colleges van de deelnemende gemeenten te brengen.

  • 4. Het openbaar lichaam werkt de uit de begroting voortvloeiende taken en planning uit in een jaarplan.

Artikel 8: Kwaliteitsborging
  • 1. Het openbaar lichaam draagt zorg voor een kwalitatief goede en doelmatige uitvoering van zijn taken.

  • 2. Het openbaar lichaam zal één of meer kwaliteitshandvesten toepassen.

  • 3. Het openbaar lichaam draagt zorg voor een adequate verzekering van de risico’s die samenhangen met de uitvoering van zijn taken en die niet vallen onder de dekking van de aansprakelijkheidsverzekering van de deelnemers.

  • 4. Over de wijze van afhandeling van aan het openbaar lichaam toe te rekenen schade die in het kader van de uitvoering van de taken van het openbaar lichaam is ontstaan, maar niet voor vergoeding door een verzekeraar in aanmerking komt, wordt besloten door het dagelijks bestuur.

Hoofdstuk 3. Het algemeen bestuur

Artikel 9: Samenstelling en vergoeding
  • 1. Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit de leden van de aan de regeling deelnemende bestuursorganen.

  • 2. De leden van het algemeen bestuur ontvangen voor hun werkzaamheden geen vergoeding in welke vorm dan ook.

Artikel 10 Werkwijze algemeen bestuur
  • 1. Het algemeen bestuur vergadert zo vaak als het daartoe besluit, maar ten minste tweemaal per jaar en verder als de voorzitter of één college dit onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen verzoekt; een verzoek van een college dient te worden gericht aan de voorzitter.

  • 2. De artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 25, 26, 28 tot en met 33 van de Gemeentewet zijn op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan niet bij wet of in de regeling is afgeweken.

  • 3. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:

    a. het beleidsplan van het openbaar lichaam;

    b. de organisatie-inrichting;

    c. de begroting, dan wel wijzigingen daarvan;

    d. het vaststellen van de rekening;

    e. het wijzigen, dan wel opheffen van de regeling.

  • 4. De stukken die van het algemeen bestuur uitgaan worden door de voorzitter ondertekend en door de secretarissen mede ondertekend.

Artikel 11: Besluitvorming algemeen bestuur
  • 1. In het algemeen bestuur heeft elk lid een gewogen stem. Het gewicht van de stem wordt bepaald door de factor één te delen door het ter vergadering aanwezige aantal leden van het college van de gemeente waaruit het betreffende lid afkomstig is.

  • 2. Besluiten tot vaststelling van de begroting en de rekening alsmede de besluiten tot benoeming, schorsing en ontslag van leden van de algemene directie dienen met 2/3 meerderheid van stemmen genomen te worden.

Artikel 12: Bevoegdheden algemeen bestuur
  • 1. Voor zover in de regeling niet anders is bepaald, daar niet in voorziet of een wettelijk voorschrift zich daartegen verzet, komen alle bevoegdheden van het openbaar lichaam aan het algemeen bestuur toe.

  • 2. Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.

  • 3. Het algemeen bestuur kan in ieder geval niet overdragen de bevoegdheid tot:

    a. het vaststellen van de begroting of van de jaarrekening;

    b. het vaststellen van de financiële beheer- en de controleverordening, zoals omschreven in de artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet;

    c. benoeming, schorsing en ontslag van leden van de algemene directie.

Artikel 13 Verantwoording- en inlichtingenplicht
  • 1. Een lid van het algemeen bestuur is aan de raad van de gemeente waaruit hij afkomstig is verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. Voor het afleggen van die verantwoording kan de raad nadere regels vaststellen.

  • 2. Hij geeft zo spoedig mogelijk maar in ieder geval binnen twee maanden schriftelijk de door één of meer leden van de raad als bedoeld in het eerste lid schriftelijk gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.

  • 3. Artikel 16, zesde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 4. Het dagelijks bestuur

Artikel 14: Samenstelling, benoeming, vergoeding
  • 1. Het algemeen bestuur wijst al zijn leden aan als leden van het dagelijks bestuur.

  • 2. Degene die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.

  • 3. De leden van het dagelijks bestuur ontvangen voor hun werkzaamheden geen vergoeding, in welke vorm dan ook.

Artikel 15: Werkwijze dagelijks bestuur
  • 1. Voor zover de regeling niet anders bepaalt, kan het dagelijks bestuur zijn werkzaamheden verdelen over de leden. Deze portefeuilleverdeling wordt schriftelijk vastgelegd en aan het algemeen bestuur ter kennisneming voorgelegd.

  • 2. Het dagelijks bestuur vergadert in beginsel eens per 14 dagen, maar kan naar eigen believen van deze frequentie afwijken.

  • 3. Op de vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 54 tot en met 59 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

  • 4. De stukken die van het dagelijks bestuur uitgaan worden door de voorzitter ondertekend en door de secretarissen mede ondertekend.

Artikel 16: Besluitvorming dagelijks bestuur
  • 1. Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht.

  • 2. In het dagelijks bestuur heeft elk lid een gewogen stem. Het gewicht van de stem wordt bepaald door de factor één te delen door het ter vergadering aanwezige aantal leden van het college van de gemeente waaruit het betreffende lid afkomstig is.

  • 3. Indien de stemmen herhaald staken over hetzelfde voorstel, dan is in afwijking van artikel 59, tweede lid, van de Gemeentewet het voorstel niet aangenomen.

Artikel 17: Bevoegdheden dagelijks bestuur
  • 1. Het dagelijks bestuur is in ieder geval bevoegd:

    a. het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast;

    b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren;

    c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam;

    d. ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan, met uitzondering van de leden van de algemene directie;

    e. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen;

    f. te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist.

  • 2. Het dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit.

  • 3. Het dagelijks bestuur kan bevoegdheden mandateren en doet daarvan melding aan het algemeen bestuur. Ondermandaat is toegestaan.

Artikel 18: Inlichtingenplicht

Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk geven de raad van een deelnemende gemeente zo spoedig mogelijk maar in ieder geval binnen twee maanden schriftelijk de door één of meer leden van die raad schriftelijk gevraagde inlichtingen, eventueel door tussenkomst van het college van de betreffende gemeente, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.

Hoofdstuk 5. De voorzitter en de secretaris

Artikel 19: De voorzitter
  • 1. De voorzitter van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur is de burgemeester van één der deelnemende gemeenten.

  • 2. Het voorzitterschap rouleert jaarlijks per 1 januari tussen de burgemeesters van de deelnemende gemeenten.

  • 3. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter, is het bepaalde in artikel 77 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

  • 4. In het jaar van inwerkingtreding van de regeling is de voorzitter de burgemeester van Tubbergen.

  • 5. De voorzitter heeft stemrecht.

  • 6. De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. Hij kan deze bevoegdheid aan een ander opdragen.

Artikel 20: De secretarissen
  • 1. De gemeentesecretarissen van Dinkelland en Tubbergen zijn tevens secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

  • 2. De secretarissen zijn bij de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aanwezig.

  • 3. Bij verhindering of ontstentenis van de gemeentesecretaris van Dinkelland of Tubbergen, wordt hij ter vergadering vervangen door zijn op basis van artikel 106, eerste lid, van de Gemeentewet aangewezen vervanger.

Hoofdstuk 6. Algemene directie en personeel

Artikel 21: Algemene directie
  • 1. De algemene directie is voor het dagelijks bestuur ambtelijk opdrachtnemer en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken van het openbaar lichaam.

  • 2. De algemene directie draagt zorg voor de kwaliteit van personeel en organisatie, beheer en bedrijfsvoering.

  • 3. De leden van de algemene directie zijn bestuurders in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden.

Artikel 22: Personeel
  • 1. Het dagelijks bestuur hanteert bij de regeling van de rechtspositie van het personeel de CAR-UWO.

  • 2. Bij de overgang van personeel van de deelnemende gemeenten naar het openbaar lichaam dragen het algemeen bestuur en dagelijks bestuur, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft, zorg voor de verdere toepassing en uitvoering van de afspraken tussen de werkgevers- en werknemersvertegenwoordigingen.

Hoofdstuk 7. Financiële bepalingen

Artikel 23: Financiële administratie en controle
  • 1. Op het financieel beleid, het financiële beheer, de inrichting van de financiële organisatie en de controle daarop zijn de artikelen 212 en 213 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Het algemeen bestuur stelt de financiële regels vast die vereist zijn om aan het in het eerste lid bepaalde te kunnen voldoen.

Artikel 24 Dienstjaar

Het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 25: Begroting
  • 1. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting en een meerjarenbegroting op. Uiterlijk 15 april voorafgaand aan het jaar waarop de ontwerpbegroting ziet, zendt het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting en de meerjarenbegroting aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 2. De ontwerpbegroting is gebaseerd op de begrotingen die de deelnemende gemeenten voor het lopende dienstjaar hebben vastgesteld.

  • 3. De meerjarenbegroting en de ontwerpbegroting worden door de zorg van de deelnemende bestuursorganen voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen ter beschikking gesteld. De terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling van de stukken wordt openbaar bekend gemaakt.

  • 4. De raden van Dinkelland en Tubbergen kunnen binnen zes weken na toezending van de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur van hun zienswijze(n) daarop schriftelijk laten blijken.

  • 5. Het algemeen bestuur stelt de begroting en de meerjarenbegroting uiterlijk 1 juli voorafgaand aan het jaar waarop de ontwerpbegroting ziet, vast.

  • 6. Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.

  • 7. De begroting en de meerjarenbegroting worden binnen twee weken na vaststelling door het algemeen bestuur aan de colleges en de raden van Dinkelland en Tubbergen toegezonden.

  • 8. Op wijzigingen van de begroting zijn de voorafgaande bepalingen van dit artikel - met uitzondering van de genoemde data - van overeenkomstige toepassing. Wijzigingen in de vastgestelde begroting welke geen effect hebben op het begrote financiële resultaat van het openbaar lichaam, worden hiervan uitgezonderd. Deze wijzigingen worden door het algemeen bestuur vastgesteld.

Artikel 26: Jaarrekening
  • 1. Het dagelijks bestuur maakt elk jaar de ontwerprekening van baten en lasten van het voorgaande begrotingsjaar op. Het dagelijks bestuur zendt op uiterlijk 1 april de ontwerprekening met de daarbij behorende bescheiden aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zendt de ontwerprekening ter controle naar de door het algemeen bestuur daartoe aangewezen accountant, met het verzoek zo spoedig mogelijk het controlerapport uit te brengen.

  • 2. Het algemeen bestuur zendt de ontwerprekening aan de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 3. De colleges en de raden van Dinkelland en Tubbergen kunnen binnen tien weken na toezending van de ontwerprekening het dagelijks bestuur hun zienswijze schriftelijk doorgeven.

  • 4. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening uiterlijk 1 juli vast.

  • 5. Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.

  • 6. Het besluit van het algemeen bestuur, houdende vaststelling van de rekening, strekt voor zover het daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft, het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.

Artikel 27: Reserves en voorzieningen
  • 1. Reserves en voorzieningen kunnen overeenkomstig richtlijnen van het algemeen bestuur worden gevormd.

  • 2. De richtlijnen behoeven voorafgaande instemming van de raden van Dinkelland en Tubbergen.

Hoofdstuk 8. Archief

Artikel 28: Archiefbeheer
  • 1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam en zijn bestuursorganen overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen regeling.

  • 2. De algemene directie is belast met de bewaring van de archiefbescheiden als bedoeld in het vorige lid, overeenkomstig de door het dagelijks bestuur vast te stellen nadere regels.

  • 3. Bij opheffing van de regeling worden de archiefbescheiden in een door het dagelijks bestuur aan te wijzen archiefbewaarplaats geplaatst.

Hoofdstuk 9. Toetreding, wijziging, opheffing

Artikel 29: Toetreding

Toetreding tot de regeling is uitgesloten.

Artikel 30: Wijziging
  • 1. Wijziging van de regeling vindt plaats indien de deelnemende bestuursorganen, met voorafgaande instemmingen van de raden van Dinkelland en Tubbergen, daartoe gezamenlijk besluiten.

  • 2. Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur een daartoe strekkend voorstel aan de deelnemende bestuursorganen.

  • 3. Van elk besluit tot wijziging van deze regeling wordt terstond bericht gezonden aan gedeputeerde staten.

Artikel 31: Duur, uittreding en opheffing
  • 1. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

  • 2. De deelnemende bestuursorganen van Dinkelland of Tubbergen kunnen, na vooraf verkregen instemming van de raad van de betreffende gemeente, besluiten dat de deelneming aan deze regeling wordt opgezegd. Een dergelijk besluit kan voor de eerste keer worden genomen twee jaar na de inwerkingtreding van deze regeling.

  • 3. Een uittredingsbesluit gaat in twee kalenderjaren na het verstrijken van het jaar waarin het besluit tot opzegging is genomen.

  • 4. Alvorens de deelnemende bestuursorganen van Dinkelland of Tubbergen besluiten als bedoeld in het tweede lid nemen, wordt over het voornemen overleg met de deelnemende bestuursorganen van de andere gemeente gevoerd.

  • 5. Het besluit als bedoeld in het tweede lid wordt terstond ter kennis gebracht van het algemeen bestuur.

  • 6. Uittreding door de deelnemende bestuursorganen van Dinkelland of Tubbergen heeft tot gevolg dat de regeling wordt opgeheven.

  • 7. Onverminderd het bepaalde in het zesde lid kan opheffing van de regeling tevens plaatsvinden indien de deelnemende bestuursorganen van Dinkelland en Tubbergen, met voorafgaande instemmingen van de raden, daar gezamenlijk toe besluiten.

  • 8. In geval van opheffing van de regeling stelt het algemeen bestuur een regeling op met betrekking tot de gevolgen van de opheffing; de regeling wordt vastgesteld door de deelnemende bestuursorganen.

  • 9. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.

  • 10. Zo nodig blijft het algemeen bestuur functioneren tot de liquidatie voltooid is.

  • 11. Van elk besluit tot opheffing van deze regeling wordt terstond bericht gezonden aan gedeputeerde staten.

Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 32: Bestaande samenwerkingsverbanden en deelnemingen

De op het moment van inwerkingtreding van deze regeling bestaande privaatrechtelijke, dan wel publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden van de deelnemende bestuursorganen afzonderlijk of met derden, blijven bestaan totdat het aan dat samenwerkingsverband deelnemende bestuursorgaan, in overleg met het dagelijks bestuur, tot opzegging heeft besloten.

Artikel 33: Inwerkingtreding en onvoorzienbaarheden
  • 1. De regeling treedt in werking met ingang van 19 september 2012 en kan worden aangehaald onder de titel “Werkorganisatie Tubbergen-Dinkelland”.

  • 2. De deelnemende bestuursorganen dragen zorg voor de bekendmaking van de regeling op een voor de deelnemende gemeente gebruikelijke wijze.

  • 3. Het gemeentebestuur van de gemeente Tubbergen is aangewezen als het gemeentebestuur, bedoeld in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

  • 4. In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het algemeen bestuur, gehoord de colleges en de burgemeesters van Dinkelland en Tubbergen.

Ondertekening

Tubbergen, 19 september 2012

Burgemeester en wethouders van de gemeente Tubbergen,

drs. ing. G.B.J. Mensink,mr. M.K.M. Stegers,

secretaris, burgemeester

Burgemeester van de gemeente Tubbergen,

mr. M.K.M. Stegers,

Denekamp, 19 september 2012

Burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland,

drs. A.B.A.M. Damer, mr. R.S. Cazemier,

secretaris, burgemeester

Burgemeester van de gemeente Dinkelland,

mr. R.S. Cazemier,