verordening maatschappelijke participatie WWB 2012b

Geldend van 04-10-2012 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2012

Intitulé

verordening maatschappelijke participatie WWB 2012b

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 begrippen

1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet.

2. In deze verordening wordt verstaan onder:

a. de wet: de WWB.

b. het college: het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas.

c. de raad: de gemeenteraad van Zuidplas.

d. sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve activiteit: een maatschappelijke, educatieve, sportieve of culturele activiteit die beoogt een sociaal isolement te voorkomen of te doorbreken.

 

Artikel 2 maatschappelijke participatie

Uitsluitend kosten in verband met maatschappelijke participatie van een ten laste komend kind dat onderwijs of een beroepsopleiding volgt, komen in aanmerking voor bijstandsverlening op grond van deze verordening. Met maatschappelijke participatie wordt bedoeld dat het oogmerk van bijstandsverlening dient te zijn het voorkomen of doorbreken van een sociaal isolement.

Hoofdstuk 2 Recht op bijzondere bijstand voor maatschappelijke participatie

Artikel 3 voorwaarden

1. Uitsluitend een belanghebbende zoals bedoeld in artikel 35 lid 5 WWB, met een in aanmerking te nemen inkomen van ten hoogste een inkomen zoals bedoeld in artikel 35 lid 9 WWB, komt in aanmerking voor categoriale bijzondere bijstand op grond van deze verordening.

2. Uitsluitend kosten voor sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve activiteiten in verband met ‘maatschappelijke participatie’ zoals bedoeld in artikel 2 komen in aanmerking voor categoriale bijzondere bijstand op grond van deze verordening.

 

Artikel 4 maximale vergoeding

1. De maximale vergoeding is afhankelijk van welk onderwijs een kind op 1 augustus volgt en bedraagt per schooljaar:

a. € 229 (bedrag voor schooljaar 2012/2013) voor een kind op de basisschool ten behoeve waarvan bijstand wordt verstrekt op grond van deze verordening;

b. € 306 (bedrag voor schooljaar 2012/2013) voor een kind op het voortgezet onderwijs ten behoeve waarvan bijstand wordt verstrekt op grond van deze verordening;

2. De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks geïndexeerd met een percentage dat overeenkomt met het procentuele verschil tussen de gehuwdennorm per 1 januari van dat jaar en de gehuwdennorm van het daaraan voorafgaande jaar. De bedragen worden op hele euro’s naar boven afgerond.

 

Artikel 5 uitvoering

1. Het college stelt beleidsregels vast met betrekking tot de uitvoering van deze regeling.

2. De beleidsregels bevatten in ieder geval een richtsnoer van de te verstrekken kosten in verband met sociaal-culturele, educatieve en sportieve activiteiten.

 

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 6 inwerkingtreding

Deze verordening treedt de dag na publicatie in werking en heeft terugwerkende kracht naar 1 januari 2012. Op hetzelfde tijdstip vervalt de Verordening maatschappelijke participatie WWB 2012 gemeente Zuidplas d.d. 14 februari 2012

Artikel 7 citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke participatie WWB 2012b gemeente Zuidplas.

Toelichting 1

Kinderen moeten in hun kansen en mogelijkheden tot ontwikkeling niet worden belemmerd door de slechte financiële positie van hun ouders.

Maatschappelijke participatie van een kind is van groot belang met het oog op zijn of haar kansen op een zelfredzame toekomst. De wetgever beoogt inkomensondersteuning rechtstreeks aan zoveel mogelijk minderjarige kinderen van de doelgroep ten goede te laten komen.

Artikel 8 lid 1 onderdeel g WWB bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels moet stellen over het verlenen van categoriale bijzondere bijstand aan een persoon met een hem ten laste komend kind dat onderwijs of een beroepsopleiding volgt met betrekking tot de kosten in verband met maatschappelijke participatie van dat kind. Hierbij moet in ieder geval worden bepaald op welke wijze invulling wordt gegeven aan het begrip ‘maatschappelijke participatie’ (artikel 8 lid 2 onderdeel d WWB).

Deze vorm van categoriale bijzondere bijstand wordt uitsluitend verstrekt aan mensen met maximaal een inkomen van 110% van de op hem van toepassing zijnde bijstandsnorm (artikel 35 lid 9 WWB).

In dit kader dient de Rotterdampas (o.a. het Jeugdvakantiepaspoort) te worden aangehaald. Via deze stadspas wordt ingezet op het bevorderen van het lidmaatschap van een sportclub of de muziekschool, het maken van uitstapjes of het bezoeken van musea.

Voorts is er het Project BRAINS waarbij vooral aan basisschoolleerlingen een breed actviteitenpakket, die een bijdrage leveren aan hun algemene ontwikkeling, aangeboden wordt. Hierbij wordt samengewerkt met de sportverenigingen en cultuurinstellingen, scholen, centrum voor jeugd en gezin en de combinatiefunctionaris opdat de activiteiten elkaar versterken en zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de lokale bestaande voorzieningen en de (vrije) keuzemogelijkheid voor kinderen zo groot mogelijk wordt gelaten.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1. Begrippen

Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de WWB, Awb of de Gemeentewet niet afzonderlijk te definiëren in deze verordening. Dit voorkomt dat in geval van wijziging van betreffende definities in de betreffende wetten ook de Verordening moet worden gewijzigd.

Ten aanzien van het beleid met betrekking tot de voorzieningen voor maatschappelijke participatie geldt dat deze uitsluitend betrekking mogen hebben op sociaal-culturele, educatieve of sportieve activiteiten. In artikel 1 lid 2 onderdeel d van deze verordening is bepaald dat onder sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve activiteit wordt verstaan: een maatschappelijke, educatieve, sportieve of culturele activiteit die beoogt een sociaal isolement te voorkomen of te doorbreken.

Er kan worden gedacht aan een lidmaatschap van een sportvereniging of toneel-vereniging. Een lidmaatschap van een belangengroep, zoals een vakbond, is geen sociaal-culturele of sportieve activiteit.

Artikel 2. Maatschappelijke participatie

In artikel 8 lid 2 onderdeel d WWB is expliciet bepaald dat de gemeenteraad in de verordening maatschappelijke participatie regels moet stellen over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het begrip ‘maatschappelijke participatie’.

In artikel 2 van deze verordening is aangegeven dat uitsluitend kosten in verband met maatschappelijke participatie in aanmerking komen voor bijstandsverlening op grond van deze verordening. Dit volgt ook uit artikel 3 lid 2 van deze verordening. In artikel 2 van deze verordening is voorts aangegeven dat het oogmerk van maatschappelijke participatie het voorkomen of doorbreken van een sociaal isolement is.

 

 

Bij de invulling van het begrip maatschappelijke participatie is rekening gehouden met het feit dat van categoriale bijzondere bijstand zoals bedoeld in artikel 35 lid 5 WWB geen sprake is voor zover het hoofddoel van de vergoeding het subsidiëren van sociaal-culturele, educatieve of sportieve activiteiten is. Er is slechts sprake van bijstandsverlening indien voor belanghebbenden kosten worden weggenomen die zij anders wel zouden maken. Daarom is voor de toepassing van deze verordening slechts sprake van maatschappelijke participatie indien het oogmerk van bijstandsverlening het

voorkomen of doorbreken van een sociaal isolement is.

Artikel 3. Voorwaarden

In artikel 3 zijn algemene voorwaarden opgenomen om in aanmerking te komen voor categoriale bijzondere bijstand zoals bedoeld in artikel 35 lid 5 WWB. In artikel 3 lid 1 van deze verordening wordt voor de duidelijkheid verwezen naar de voorwaarden die volgen uit de wet. Het betreft:

• het behoren tot de doelgroep zoals neergelegd in artikel 35 lid 5 WWB: een persoon, met een hem ten laste komend kind dat onderwijs of een beroeps- opleiding volgt, met betrekking tot kosten in verband met maatschappelijke participatie van dat kind.

• het hebben van een in aanmerking te nemen inkomen van ten hoogste 110% van de toepasselijke bijstandsnorm.

In artikel 3 lid 2 van deze verordening is voorts bepaald dat uitsluitend kosten voor sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve activiteiten in verband met ‘maatschappelijke participatie’ zoals bedoeld in artikel 2 in aanmerking komen voor categoriale bijzondere bijstand op grond van deze verordening. Zie in dit verband ook de toelichting bij artikel 2 van deze verordening.

Artikel 4. Maximale vergoeding

In artikel 3 lid 2 van deze verordening is bepaald dat voor categoriale bijzondere bijstand op grond van deze verordening kosten voor sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve activiteiten in verband met ‘maatschappelijke participatie’ zoals bedoeld in artikel 2 in aanmerking komen. Om de kosten enigszins te kunnen beheersen is in artikel 4 van deze verordening de maximale vergoeding per schooljaar vastgelegd (afhankelijk van welk onderwijs een kind volgt).

In lid 2 is een indexeringsbepaling opgenomen.

Artikel 5. Uitvoering

Omdat de uitvoering van het verstrekken van categoriale bijzondere bijstand is opgedragen aan het college worden ten behoeve van de uitvoering nadere beleidsregels gesteld. Deze beleidsregels dienen als handvat voor de uitvoering.

In artikel 5 lid 2 van deze verordening is bepaald dat de beleidsregels in ieder geval een richtsnoer van de te verstrekken kosten bevatten.

Hierbij kan worden gedacht aan de kosten van:

• de contributie van een sportvereniging;

• de contributie van een zangvereniging;

• een bibliotheekabonnement;

• een internetabonnement;

• een krantenabonnement;

• een telefoonabonnement;

• een zwemabonnement;

• muziekonderwijs;

• schoolactiviteiten zoals schoolreisjes en excursies;

• sportattributen;

• sportkleding;

• vakantiekamp.

Artikel 6. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt met terugwerkende kracht naar 1 januari 2012 in werking. Hierbij is aansluiting gezocht bij het wetsvoorstel “Wijziging van de Wet werk en bijstand in verband met de herziening van de definities van gezin en middelen” (Wet afschaffing huishoudinkomenstoets).

Artikel 7. Citeertitel