Planschadeverordening Rotterdam

Geldend van 01-07-2008 t/m heden

Gemeenteblad 2009

Planschadeverordening Rotterdam

De Raad der gemeente Rotterdam,

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24 november 2009, JZ 2008.1005; raadsstuk 2009-198;

gelet op artikel 6.7 van de Wet ruimtelijke ordening en 6.1.3.3 Besluit ruimtelijke ordening;

Besluit:

vast te stellen Planschadeverordening Rotterdam

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: Wet ruimtelijke ordening;

  • b.

    besluit: Besluit ruimtelijke ordening;

  • c.

    aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming in de schade als bedoeld in artikel 6.1. van de wet indient;

  • d.

    planschade: schade als bedoeld in artikel 6.1. eerste lid, van de wet;

  • e.

    derde-belanghebbende: verzoeker als bedoeld in artikel 6.4a, eerste en tweede lid, van de wet;

  • f.

    adviseur: adviseur als bedoeld in artikel 6.1.1.1, sub c, van het besluit.

Artikel 2 De adviseur en de secretaris

  • 1. Het college benoemt een of meer adviseurs:

    • a.

      die terzake alle aspecten van planschade deskundig is, dan wel zijn, en

    • b.

      onafhankelijk is, dan wel zijn.

  • 2. Er is geen sprake van onafhankelijkheid als bedoeld in lid 1, sub b, indien de adviseur werkzaam is of korter dan 5 jaar geleden werkzaam is geweest voor de gemeente Rotterdam en deze adviseur betrokken is geweest bij de planlogische maatregel of de voorbereiding daarvan waarop de aanvraag ziet. Indien gelijktijdig een dusdanig aantal aanvragen die verband met elkaar houden, worden ingediend, dat daarmee de capaciteit van een adviseur wordt overschreden wijst het college meerdere adviseurs aan die een adviescommissie vormen. In onderling overleg wijzen de adviseurs uit hun midden de voorzitter aan.

  • 3. Het college wijst een secretaris aan ter ondersteuning van de adviseur, dan wel adviescommissie, alsmede een of meer plaatsvervangend secretarissen.

Artikel 3

  • 1. Binnen dertien weken nadat het college heeft vastgesteld dat geen sprake is van een kennelijk ongegronde aanvraag als bedoeld in artikel 6.1.3.1 van het besluit verstrekt het college opdracht aan de adviseur om ter zake advies uit te brengen.

  • 2. De in het vorige lid bedoelde termijn van dertien weken wordt opgeschort, indien wordt nagegaan of een tegemoetkoming anderszins voldoende verzekerd is door afdoening langs minnelijke weg.

Artikel 4 Werkwijze adviseur

  • 1. De adviseur of voorzitter van de adviescommissie, stelt de aanvrager en in voorkomend geval de derde-belanghebbende, in de gelegenheid schriftelijk dan wel mondeling een visie te geven over de aanvraag.

  • 2. Van de mondelinge uiteenzetting door de aanvrager en de derde-belanghebbende, alsmede de hem door het college verstrekte informatie verzorgt de adviseur een verslag dat onderdeel vormt van het uit te brengen advies.

  • 3. De adviseur bepaalt in overleg met de aanvrager het tijdstip waarop hij de situatie ter plaatse zal opnemen. Zonodig laat hij zich vergezellen door de secretaris. In overleg met de secretaris kan hij zich door andere gemeentelijke vertegenwoordigers laten vergezellen.

  • 4. De adviseur kan de aanvrager schriftelijk en met redenen omkleed verzoeken om binnen een door hem te bepalen termijn nadere gegevens en/of bescheiden over te leggen. De in artikel 5 bedoelde adviestermijn wordt opgeschort totdat hij het gevraagde heeft ontvangen, dan wel de door hem bepaalde termijn ongebruikt is verstreken. Indien het gevraagde niet of niet volledig is ontvangen bericht hij daarvan het college onder vermelding van wat daarvan voor het advies de gevolgen zijn.

  • 5. Alvorens aan het college definitief advies uit te brengen stelt de adviseur de secretaris, in voorkomend geval de derde-belanghebbende en de aanvrager in de gelegenheid ter zake binnen twee weken opmerkingen te maken.

Artikel 5 De adviseringstermijn

De adviseur brengt binnen ten hoogste 26 weken na ontvangst van de opdracht daartoe een schriftelijk en gemotiveerd advies uit aan het college omtrent de naar aanleiding van de aanvraag te nemen beslissing.

Artikel 6 Wraking

  • 1. Tegelijk met de verstrekking van een opdracht aan een adviseur of een adviescommissie advies uit te brengen, stelt het college de aanvrager en in voorkomend geval de derde-belanghebbende, daarvan in kennis, onder vermelding van de naam van de adviseur of de namen van de adviescommissie. Gedurende twee weken na verzending van deze kennisgeving kunnen de aanvrager en in voorkomend geval de derde-belanghebbende gemotiveerd aan het college verzoeken een andere adviseur of adviescommissie aan te wijzen.

  • 2. Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van een dergelijk verzoek.

Artikel 7 Voorschot

  • 1. Het college tekent de datum van ontvangst onverwijld aan op de aanvraag om een voorschot.

  • 2. Het college verzoekt de adviseur schriftelijk te reageren op de aanvraag als bedoeld in artikel 6.1.3.7 van het besluit.

Artikel 8 Betaling

Indien het college besluit tot tegemoetkoming in de planschade, vindt direct na het onherroepelijk worden van dat besluit betaling plaats door overschrijving naar de door de aanvrager aangegeven rekening, onder gelijktijdige restitutie van het door aanvrager betaalde recht en verminderd met een aan aanvrager betaald voorschot.

Artikel 9 Inwerkingtreding, overgangsrecht en naamgeving

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na dagtekening van het gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2008.

Artikel 10 Intrekking oude regeling

De Planschadeverordening wordt ingetrokken (Gemeenteblad 1994, nummer 105).

Artikel 11 Overgangsrecht

Deze verordening is niet van toepassing op aanvragen waarop de WRO van toepassing is gebleven ingevolge het overgangsrecht van de wet.

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Planschadeverordening Rotterdam.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 17 december 2009.

De griffier, De voorzitter,

J.G.A. Paans A. Aboutaleb

Dit gemeenteblad is uitgegeven op 17 december 2009 en ligt op werkdagen van 8.30 tot 16.30 uur ter inzage bij het Kenniscentrum Bestuursdienst Rotterdam (KBR), Coolsingel 40, Kamer 314.

(Zie ook: www.bds.rotterdam.nl – Gemeentebladen)